CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

01 Raadsvoordracht_Budgetbesluit fietsenstalling CS SOOS.docx

Raadscommissie Mobiliteit, Luchtkwaliteit, Water (MLW) 30 september 2021, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Budgetbesluit aanleg fietsenstalling Stationsplein 3e fase Amsterdam CS (ZD2021-012223)3.459 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nummer < automatisch > Directie

< automatisch >

9

Portefeuille Agendapunt Datum besluit

Voordracht voor de Raadsvergadering van 6/7-10-2021

< Verkeer en vervoer > < automatisch > College van B en W 7 september 2021 Onderwerp

Instemmen met het budgetbesluit voor de aanleg van de fietsenstalling Stationsplein 3e fase bij Amsterdam Centraal Station (CS SOOS). De gemeenteraad van Amsterdam besluit

1. Kennis te nemen van de fietsparkeerbehoefte Amsterdam Centraal van 22.000 fietsparkeerplekken in 2030 en de reeds lopende fietsenstallingsprojecten 2. Kennis te nemen van het ontwerp van de fietsenstalling Stationsplein Oost 3e fase waardoor de bestaande fietsenstalling wordt uitgebreid met circa 7.100 plaatsen (tot circa 8.800 plaatsen) en met een directe voetgangersuitgang in de nog te vernieuwen Oosttunnel 3. Kennis te nemen van de planning van de Stationsplein Oost 3e fase met als belangrijkste mijlpalen: - Contractvoorbereiding: 2021/2022 - Aanbesteding en gunning: 2023 - Start uitvoering: 2025 - Verwachte oplevering: 2028 4. In te stemmen met het budgetbesluit (waarbij een bijdrage wordt gedaan aan ProRail) voor Stationsplein Oost 3e fase van € 29.157.000,- (prijspeil 2021, exclusief btw). Omdat het een bijdrage aan derden betreft (in dit geval ProRail), legt deze bijdrage geen beslag op het investeringsplafond.

De totale bijdrage wordt als volgt gedekt: • € 14.578.500,- vanuit de Brede Doeluitkering Subsidie van de Vervoerregio Amsterdam • € 14.578.500,- vanuit het Stedelijk Mobiliteitsfonds (TOF CS) 5. Kennis te nemen van de intentie om over te gaan tot het afkopen van de risico’s op basis van lumpsum (P85) rondom het gunningsbesluit in 2023 6. In te stemmen met de kosten voor de exploitatie van de voorzieningen van de fietsenstalling voor een bedrag van € 155.000,- per jaar en kennis te nemen van het voorstel om deze vanaf 2029 te dekken uit de parkeeropbrengsten voor afdracht aan het Stedelijk Mobiliteitsfonds Wettelijke grondslag

Artikel 108 Gemeentewet 1 De bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente wordt aan het gemeentebestuur overgelaten. Artikel 147 Gemeentewet 2 De overige bevoegdheden, bedoeld in artikel 108, eerste lid, berusten bij de raad. Artikel 169 Gemeentewet 1 Het college van burgemeester en wethouders en elk van zijn leden afzonderlijk zijn aan de gemeenteraad verantwoording schuldig over het door het college gevoerde bestuur. 2 Zij geven de raad alle inlichtingen die de gemeenteraad voor de uitoefening van zijn taak nodig heeft. Artikel 189, eerste lid artikel 212, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 6, lid 1 en 2 van de Financiële verordening gemeente Amsterdam. Voor alle taken en activiteiten stelt de gemeenteraad jaarlijks de begroting vast (art. 189 Gemeentewet) en de gemeenteraad stelt bij verordening de uitgangspunten voor het

financiële beleid, alsmede voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie vast (art. 212 Gemeentewet). Op basis van deze verordening (art. 6 Financiële verordening) draagt het college er zorg voor, dat alle door de gemeenteraad vastgestelde wijzigingen van de begroting en investeringskredieten juist en volledig in de budgetten van de programma's, de programmaonderdelen en de budgetten van de investeringskredieten worden verwerkt. Bestuurlijke achtergrond

In 2005 is het Masterplan Stationseiland vastgesteld. Het Masterplan dient als “structuurplan” waaraan alle bouwplannen op het stationseiland worden getoetst, waardoor de samenhang is gewaarborgd. Onderdeel van het Masterplan is het bieden van een goede bereikbaarheid van de OV-knoop in combinatie met een aantrekkelijke en veilige inrichting van het publieke domein. In de collegevergadering van 31 mei 2016 is de Voorkeursvariant fietsparkeren Amsterdam Centraal Station vastgesteld. In deze voorkeursvariant werd uitgegaan van een totale opgave van 21.500 plaatsen in 2030. De voorkeursvariant bestaat uit een zestal fietsenstallingen, te weten 4 inpandige bewaakte fietsenstallingen: Noordwest, Prins Hendrikkade, Stationsplein West en Oost en 2 onbewaakte fietsenstallingen (fietsflats) IJ-zijde West en Oost. Het Meerjarenplan Fiets 2017-2022 (MJP fiets) dat 9 november 2017 door de gemeenteraad is vastgesteld, geeft aan dat de fiets een belangrijk vervoermiddel is; vooral in het voor- en natransport van het openbaar vervoer. De geconstateerde groei van de fiets gaat onverminderd door. Amsterdam wil die groei faciliteren en zorgen dat de stad goed en veilig per fiets bereikbaar blijft. Het MJP Fiets 2017-2022 geeft aan dat het hiervoor noodzakelijk is om flink te investeren, onder andere in goede fietsparkeervoorzieningen.

Op 6 november 2019 heeft de gemeenteraad ingestemd met het Uitvoerings- en kredietbesluit IJ-boulevard. Onderdeel van het besluit is de realisatie van een ondergrondse fietsenstalling IJboulevard met 4000 plekken ter vervanging van de 2 onbewaakte fietsenstallingen IJ-zijde West en Oost.

In de collegevergadering van 23 juni 2020 is de Voorkeursvariant fietsparkeren Amsterdam Centraal Station aangepast. In deze voorkeursvariant wordt uitgegaan van een totale opgave van 22.000 fietsparkeerplaatsen in 2030. De voorkeursvariant bestaat uit een viertal inpandige fietsenstallingen, te weten: Noordwest, Stationsplein (voorheen Prins Hendrikkade fietsenstalling en onderdeel van project De Entree), IJboulevard en vergrote fietsenstalling Stationsplein Oost. De fietsenstalling Stationsplein West komt te vervallen, maar wordt wel aangehouden als reservelocatie. In de collegevergadering van 23 juni 2020 is besloten dat de fietsenstalling Stationsplein Oost 2e fase doorgang kan vinden. Dit betekent een uitbreiding van de fietsenstalling aan het Stationsplein Oost met circa 400 plaatsen, tot circa 1.750 plaatsen, voorafgaand aan de uiteindelijke uitbreiding tot circa 8.800 plaatsen (Stationsplein Oost 3e fase). Onderbouwing besluit

1. Kennis te nemen van de fietsparkeerbehoefte Amsterdam Centraal van 22.000 fietsparkeerplekken in 2030 en de reeds lopende fietsenstallingsprojecten (bijlage 1) De prognose is opgesteld door de gemeente in samenwerking met ProRail, NS en Vervoerregio Amsterdam en geeft aan wat de benodigde fietsparkeercapaciteit op piekmomenten gedurende een gemiddelde werkdag is. De fietsparkeerprognose 2030 is in totaal 22.000 fietsparkeerplaatsen groot en bestaat uit circa 20.000 openbare plekken en 2.000 plekken voor deelfietsen. De prognose van fietsparkeerplaatsen is de laatste jaren uitgekomen op 22.000 en de prognose wordt regelmatig geüpdatet. De fietsparkeeropgave wordt gerealiseerd in een viertal fietsenstallingen. De fietsenstalling IJ-zijde/IJboulevard West is reeds in gebruik en is circa 1.30o fietsparkeerplaatsen groot. De fietsenstalling Stationsplein (onderdeel project De Entree) is 7.000 plaatsen groot en is in aanbouw. Oplevering is voorzien in 2022 waarna de fietsparkeerplekken in de openbare ruimte grotendeels komen te vervallen op de fietsflat na. De fietsflat wordt uiterlijk in 2025 gesloopt of zoveel eerder als blijkt dat de overige bestaande voorzieningen voldoende fietsparkeercapaciteit bieden tot en met 2025. De

fietsenstalling IJboulevard is in aanbouw en zal circa 4.000 fietsparkeerplaatsen groot worden. Opening van deze fietsenstalling is voorzien in 2023 waarna het westelijk gelegen fietsplatform in het IJ gesloopt wordt. De bestaande fietsenstalling Stationsplein Oost is thans 1.300 plekken groot maar wordt in 2022 uitgebreid tot in totaal circa 1.750 plaatsen. Deze fietsenstalling zal vervolgens in 2028 uitgebreid worden tot circa 8.800 plaatsen. 2. Kennis te nemen van het ontwerp van de fietsenstalling Stationsplein Oost 3e fase (SOOS) waardoor de bestaande fietsenstalling wordt uitgebreid met circa 7.100 plaatsen en met een directe voetgangersuitgang in de nog te vernieuwen Oosttunnel. De capaciteit van de fietsenstalling wordt uitgebreid en tevens wordt de gebruiksvriendelijkheid verbeterd door middel van de volgende maatregelen: • Realiseren van circa 7.100 extra fietsparkeerplaatsen tot in totaal circa 8.800 plaatsen, waarvan 1.032 rekken voor fietsen met krat en kinderstoeltjes, 123 plaatsen voor bakfietsen en mogelijkheid voor circa 400 deelfietsen. • Een directe voetgangersin-/uitgang van de stalling naar de nieuwe verbrede oosttunnel. • Een fietsdetectiesysteem waarmee klanten kunnen worden verwezen naar nog beschikbare plaatsen • Een geklimatiseerde entreezone met vernieuwd in- en uitchecksysteem 3.

Kennis te nemen van de planning van de fietsenstalling Stationsplein Oost 3e fase met als belangrijkste mijlpalen: - Contractvoorbereiding: 2021/22 - Aanbesteding en gunning: 2023 - Start uitvoering: 2025 - Verwachte oplevering: 2028 Het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) bestaat onder andere uit het vernieuwen van het spoor, verwijderen van wissels en verbreden van perrons. Realisatie van Stationsplein Oost 3e fase is alleen (financieel) haalbaar als deze als onderdeel van PHS wordt uitgevoerd.

Het Programma Hoogfrequent Spoor (PHS) wil in de 2e helft van 2021 vervolgstappen maken (start aanbesteding 1e deel). Daarom verlangt ProRail medio september 2021 duidelijkheid over de bijbestelling van de fietsenstaling. Zonder het budgetbesluit van de raad kan het project (Stationsplein Oost 3e fase) geen doorgang vinden. ProRail is de bouwheer en zet de werkzaamheden voor de fietsenstalling in de markt en zal daartoe een Europese aanbesteding doorlopen. 4. In te stemmen met het budgetbesluit (waarbij een bijdrage wordt gedaan aan ProRail) voor fietsenstalling Stationsplein Oost 3e fase van € 29.157.000,- (prijspeil 2021, exclusief btw). Omdat het een bijdrage aan derden betreft (in dit geval ProRail), legt deze bijdrage geen beslag op het investeringsplafond. De totale bijdrage wordt als volgt gedekt: • € 14.578.500,- vanuit de Brede Doeluitkering Subsidie van de Vervoerregio Amsterdam (bijlage 5) • € 14.578.500,- vanuit het Stedelijk Mobiliteitsfonds (TOF CS) Op basis van een SSK-investeringsraming (probabilistisch – prijspeil 2021 bedragen de totale projectkosten voor Stationsplein Oost 3e fase € 53.889.661-. ProRail draagt een bedrag van € 24.732.661- bij. De Vervoerregio en gemeente dragen samen de resterende € 29.157.000,- bij, dit totaalbedrag wordt conform het kasritme door de gemeente overgemaakt aan ProRail.

Voor dit bedrag zit de gemeente risicodragend (op basis van P50) in het project. De VRA draagt € 14.578.500,- bij in de stalling. Het resterende budget van € 14.578.500,- is gedekt vanuit het Stedelijk Mobiliteitsfonds. Er is in totaal € 19.152 miljoen gereserveerd bij het SMF voor de totaalopgave fietsparkeren centraal station (zie ook beslispunt 5). 5. Kennis te nemen van de intentie om over te gaan tot het afkopen van de risico’s op basis van lumpsum (P85) rondom het gunningsbesluit in 2023. De gemeente zit op dit moment risicodragend in het project SOOS (op basis van P50). Hier is ook de gevraagde bijdrage op gebaseerd (beslispunt 4). Wel is met ProRail en de VRA de intentie uitgesproken om rond het gunningsbesluit van de fietsenstalling (eind 2023) over te gaan tot afkopen van de risico’s (lumpsum op basis van P85). Hierover gaan

ProRail en gemeente ruim op tijd met elkaar in gesprek (Q2 2023). Als gemeente hebben we tegen die tijd een beter idee van het risicoprofiel en kennen we het aanbestedingsresultaat: Dan is er ook duidelijkheid over de afkoopsom op basis van P85 (inclusief indexatie). Begin 2023 gaan gemeente, VRA en ProRail daarom opnieuw met elkaar om tafel om de mogelijkheden tot afkoop te bespreken. Wanneer wordt besloten om eind 2023 de risico’s af te kopen op basis van lumpsum (P85, inclusief indexatie) zal met de VRA tijdig een besluitvormingsproces worden voorbereid. Met aftrek van de onder punt 4 benoemde bijdrage van € 14.578.500,- blijft er van de reservering van 19,152 miljoen uit het SMF nog een reservering van circa € 4,6 miljoen staan. Dit wordt aangewend voor:  Eigen apparaatkosten (€ 550.000,- t/m 2029);  Oplossing scooterparkeren (€ 100.000,-);  Dynamisch fietsverwijssysteem (€100.000,-);  Bijdrage keerwand Oostelijke onderdoorgang (€100.000,-);  Bijdrage aan fietsenstalling 2e Fase Stationsplein Oost (€ 1.305.000,-);  Cofinanciering (engineering) fietsenstalling 3e Fase Stationsplein Oost (€ 78.000,-). Voor het afkopen van de risico’s van SOOS (lumpsum P85, inclusief indexatie) resteert op basis van bovenstaande posten een reservering van circa € 2,4 miljoen.

Zodra we (rondom het moment van mogelijke afkoop, zie hierboven) zicht hebben op de daadwerkelijke kosten en het risicoprofiel van SOOS, is er mogelijk aanvullend budget nodig. Hiervoor zal de besluitvorming tijdig worden opgestart en wordt tevens tijdig contact met de VRA gezocht voor hun bijdrage. Wanneer het gereserveerde budget ontoereikend is op basis van P85 gaan ProRail, VRA en gemeente opnieuw met elkaar in overleg. Als op basis van dit overleg afkopen op basis van P85 niet mogelijk is, kan besloten worden om risicodragend (op basis van P50) bij het project betrokken te blijven.

De reden dat voorgesteld wordt om op termijn alsnog een afkoop op basis van lumpsum (P85) te doen is mede omdat de fietsenstalling Stationsplein Oost 3e fase onderdeel gaat uit maken van het veel grotere project Programma Hoogfrequent Spoor (PHS). Dit project wordt door ProRail getrokken en gefinancierd. Beide projecten zijn organisatorisch en technisch met elkaar verbonden waardoor het lastig tot onmogelijk is als gemeente te sturen op risico’s. Tevens betekent een lumpsum dat de gemeente minder intensief hoeft te sturen op de voorbereiding en uitvoering en slechts een toetsende rol heeft. Dit bespaart proceskosten. Bovendien is deze werkwijze vergelijkbaar met fietsenstallingsprojecten zoals Stationsplein (PHK) en IJboulevard waar de gemeente de bouwheer is van de fietsenstalling en ProRail juist een lumpsum bijdrage levert. In de projectovereenkomst tussen ProRail en gemeente zijn afspraken gemaakt over proceskosten, medesturing en de rol van de gemeente tot in ieder geval het gunningsbesluit in 2023. 6. In te stemmen met de kosten voor de exploitatie van de voorzieningen van de fietsenstalling voor een bedrag van € 155.000,- per jaar en kennis te nemen van het voorstel om deze vanaf 2029 te dekken uit de parkeeropbrengsten voor afdracht aan het Stedelijk Mobiliteitsfonds.

In de tussen ProRail, NS, Vervoerregio en gemeente Amsterdam overeengekomen samenwerkingsovereenkomst “Fietsparkeren Amsterdamse Treinstations” van 30 mei 2016 is afgesproken dat de exploitatiekosten van alle bewaakte fietsenstallingen bij treinstations evenredig verdeeld worden tussen NS, Vervoerregio en gemeente Amsterdam. Voorwaarde is onder andere wel dat de fietsenstalling volgens het 1e 24 uur gratis regime wordt geëxploiteerd. Op het moment dat de fietsenstalling in 2022 uitgebreid wordt naar in totaal circa 1.750 plaatsen wordt het 1e 24 uur gratis regime ingevoerd. De netto exploitatie kosten dragen dan jaarlijks circa € 189.000,- per jaar. Zowel NS als Vervoerregio dragen beide jaarlijks netto circa € 63.000 bij in de exploitatie. Het resterende deel van € 63.000,- is reeds structureel in het SMF opgenomen.

Als gevolg van de capaciteitsuitbreiding per 2028 zullen de netto exploitatiekosten toenemen tot circa € 465.000,- per jaar. Zowel NS als Vervoerregio dragen beide jaarlijks netto circa € 155.000,- bij in de exploitatie. Het resterende deel van € 155.000,- komt voor rekening van de gemeente. Aangezien er reeds € 63.000,- per jaar is opgenomen in de begroting per 2022 betreft het een verhoging van € 92.000 per jaar. Dit wordt in de Voorjaarsnota 2025 meegenomen ingaande per 2029, met als dekkingsbron de parkeeropbrengsten voor afdracht aan het Stedelijk Mobiliteitsfonds. De beheer en onderhoudskosten van Stationsplein Oost 3e fase worden geheel door ProRail / NS gedragen. Financiële onderbouwing

Financiële onderbouwing: Ja

Investeringsvoorstel Tabel: Basisgegevens investering Bijdrage aan derden

€ 29.157.000,-

Rentepercentage

n.v.t.

Afschrijvingstermijn (jaar)

n.v.t.

Kapitaallasten

n.v.t.

Aanvang kapitaallasten

n.v.t.

MIP nummer

V&OR 77050692

Tabel: Financiële consequenties van de beslispunten

BATEN (bedragen x 1000) Product

I/S

Jaar T

SMF bijdrage

<nr.>

I

403

Vervoerregio bijdrage

<nr.>

I

Totaal

Jaar T+1

Jaar T+2

Jaar T+3

Jaar T+4

Jaar T+5

Jaar T+6

Jaar T+7

Jaar T+8

Jaar T+9

123

179,5

572

2016

2516

2516

2911

2776

566

123

179,5

€ 806

€ 246

€ 359

572 € 1144

2016 € 4032

2516 € 5032

2516 € 5032

2911 € 5822

2776 € 5552

566 € 1132

Jaar T+3 € 1144 € 1144

Jaar T+4 € 4032 € 4032

Jaar T+5 € 5032 € 5032

Jaar T+6 € 5032 € 5032

Jaar T+7 € 5822 € 5822

Jaar T+8 € 5552 € 5552

Jaar T+9 € 1132 € 1132

403

LASTEN (x1000)

Bijdrage aan derden

Product

I/S

Jaar T

Jaar T+1

Jaar T+2

<nr.>

I

€ 806

€ 246

€ 359

€ 806

€ 246

€ 359

Totaal

I=Incidenteel S=Structureel

Consequenties gedekt?

Ja. Er is dekking voor de bijdrage aan ProRail.

Overige toelichting: Bovenstaande tabel geeft bij benadering de daadwerkelijke uitgaven/inkomsten per jaar aan ( exclusief BTW). Voor de SMF en VRA bijdrage is in de begroting rekening gehouden met indexatie tot eind 2030. In de tussen ProRail, NS, Vervoerregio en gemeente Amsterdam overeengekomen samenwerkingsovereenkomst “Fietsparkeren Amsterdamse Treinstations” van 30 mei 2016 is afgesproken dat de exploitatiekosten van alle bewaakte fietsenstallingen bij treinstations evenredig verdeeld

worden tussen NS, Vervoerregio en gemeente Amsterdam. Voorwaarde is onder andere wel dat de fietsenstalling volgens het 1e 24 uur gratis regime wordt geëxploiteerd. Op het moment dat de fietsenstalling in 2022 uitgebreid wordt naar in totaal 1700 plaatsen wordt het 1e 24 uur gratis regime ingevoerd. De netto exploitatie kosten dragen dan jaarlijks circa € 189.000,- per jaar. Zowel NS als Vervoerregio dragen beide jaarlijks netto circa € 63.000 bij in de exploitatie. Het resterende deel van € 63.000,- is reeds structureel in het SMF opgenomen. Als gevolg van de capaciteitsuitbreiding per 2028 zullen de netto exploitatiekosten toenemen tot circa € 465.000,- per jaar. Zowel NS als Vervoerregio dragen beide jaarlijks netto circa € 155.000,- bij in de exploitatie. Het resterende deel van € 155.000,- komt voor rekening van de gemeente. Aangezien er reeds € 63.000,- per jaar is opgenomen in de begroting per 2022 betreft het een verhoging van € 92.000 per jaar en wordt in de Voorjaarsnota 2025 meegenomen ingaande per 2029 met als dekkingsbron het SMF (onderdeel Parkeren). De beheer en onderhoudskosten van Stationsplein Oost 3e fase worden geheel door ProRail gedragen. Risico’s en beheersmaatregelen - Stationsplein Oost 3e fase onderdeel scope PHS De bouw van de fietsenstalling is onlosmakelijk verbonden aan het project PHS.

Beide projecten zijn in de uitvoering en aan elkaar verbonden. Beheersmaatregel: Tussen ProRail en gemeente Amsterdam worden (in een projectovereenkomst) afspraken gemaakt over welk projectonderdeel welke risico’s draagt. Ook is de risicoverdeling tussen ProRail en gemeente afgekaart in april 2021. Meer of minderwerk en risico’s die voortkomen uit projectenonderdelen die specifiek zijn toe te schrijven aan de fietsenstalling of PHS, komen voor rekening van dat projectonderdeel. Meer of minderwerk en risico’s die voortkomen uit projectonderdelen die gezamenlijk zijn, worden verdeeld naar rato van de investeringsverhouding PHS / Stationsplein Oost 3e fase. Risico’s ten aanzien van een eventuele langere buitendienststelling van het treinverkeer zijn afgekocht en liggen in zijn geheel bij PHS. - Aanpassingen fietsinfrastructuur De fietsinfrastructuur naar de fietsenstalling dient aangepast te worden zodat deze het aantal fietsers naar de fietsenstalling in de spits veilig kan verwerken. Beheersmaatregel:

De benodigde aanpassingen aan de fietsinfrastructuur naar de fietsenstalling lijken mee te vallen en meegenomen te kunnen worden in aankomende openbare ruimte projecten. De aanpassingen en de kosten voor deze aanpassingen worden dit jaar inzichtelijk gemaakt waarna afspraken met ProRail worden gemaakt over medefinanciering. Hiervoor wordt ook een second opinion uitgevoerd door een onafhankelijk bureau. Het is nog onbekend of de stelpost in de raming van de fietsenstalling voldoende is. - Bouwlogistiek Benodigde uitvoeringskaders met betrekking tot bouwlogistiek en spoorse buitendienststellingen zijn niet beschikbaar of wijzigen waardoor aanvullende maatregelen nodig zijn. Beheersmaatregel: Spoorse buitendienststellingen vroegtijdig laten vastleggen en regulier afstemming organiseren over integrale bouwlogistiek tussen PHS Amsterdam en gemeente. - Btw kwestie Er speelt op termijn een vraagstuk omtrent de btw over de investerings- en exploitatie kosten van inpandige fietsenstallingen: Er bestaat een risico dat we als gemeente de btw krijgen doorberekend. Beheersmaatregel: Het is zeer waarschijnlijk dat ProRail binnen afzienbare tijd een Zelfstandig Bestuurs Orgaan wordt (ZBO).

Wanneer ProRail een ZBO is of wordt vormt de btw in beginsel een kostenpost voor hen, maar is er een toezegging van het ministerie I&W (kamerbrief 19 oktober 2018, IENW/BSK2018/214092) waarin is aangegeven dat de kosten voor derde wordt opgevangen. Ook zullen we de fiscale constructie voor SOOS voorleggen aan de fiscus (inspanningsverplichting). Als gemeente houden we nauw contact met fiscalisten van ProRail om deze situatie te monitoren. Mocht er iets veranderen dan kunnen we hier tijdig op anticiperen door met elkaar in overleg te treden (procesafspraak). Conclusie: Risico’s zijn geïnventariseerd, geanalyseerd, gewaardeerd en herverdeeld. Ook zijn alle financiële consequenties gedekt. Door de grote verwevenheid van de fietsenstalling en het Project PHS van ProRail gaat de voorkeur uit naar het afkopen van de risico’s door middel van een lumpsum bijdrage. Ook ProRail ziet liever een lumpsum bijdrage, echter is dat op dit moment financieel en in tijd niet haalbaar. ProRail en gemeente gaan daarom beiden risicodragend verder en gaan voor én vlak na het gunningsbesluit (Q3 2023) opnieuw om tafel om de mogelijkheden tot afkoop te bespreken. Op dat moment is er ook een beter beeld van de risico’s, risicoverdeling en de gunningsvoorwaarden. De omvang van de risicoreservering is voldoende om de financiële gevolgen van alle geïnventariseerde risico's op te kunnen vangen.

Geheimhouding

n.v.t.

Welke stukken treft u aan? Registratienr.

Naam

< automatisch >

Bijlage 1- Impressie definitieve voorkeursvariant Amsterdam Centraal 2030

< automatisch >

Bijlage 2- College besluit

< Bijlagen moeten aan het volgende voldoen: - Lever bijlagen zoveel mogelijk in PDF aan. - Bekendmakingsbesluit van de gemeenteraad moeten in Word aangeleverd worden. - Geheime bijlagen moeten in de bestandsnaam beginnen met GEHEIM. In de bijlage zelf moet een duidelijke markering opgenomen worden waardoor de gebruiker meteen ziet dat het document geheim is. Bijvoorbeeld een KABINET of GEHEIM stempel of een watermerk met GEHEIM. > Behandelend ambtenaar (naam, telefoonnummer en e-mailadres)

Verkeer en Openbare ruimte, ambtelijk opdrachtgever, Iris van Scheppingen, 06 3032 3441, i.van.scheppingen@amsterdam.nl; Projectmanager Pieter Visser, 06 2168 4499, pieter.visser@amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10552434/1