01 Brief Rekenkamer Amsterdam Aandachtspunten bij financiële documenten ter voorbereiding nieuwe bestuursperiode (met bijlage), d.d. 13 mei 2026
Tekst van het document
Gemeente Amsterdam T.a.v. de gemeenteraad Postbus 202 1000 AE Amsterdam
Datum
13 mei 2026
Ons kenmerk
RA_26_017
Behandeld door
J. Kooij
Cc
S. Breedijk, O. Ubink en S. Akoudad
Onderwerp
Aandachtspunten bij financiële documenten ter voorbereiding nieuwe bestuursperiode
Bijlage
Lessen uit eerder onderzoek naar bezuinigingen
Geachte leden van de gemeenteraad, Deze brief stuur ik u in het kader van onze lopende Monitor informatie Amsterdamse financiën. In deze monitor volgen wij de financiële ontwikkelingen in Amsterdam aan de hand van financiële stukken die de gemeenteraad ontvangt en delen wij onze observaties met u. Ter voorbereiding op de nieuwe bestuursperiode heeft u op 30 maart 2026 een reeks informatiedocumenten ontvangen van de ambtelijke organisatie.a Wij vinden het zonder meer positief dat de ambtelijke organisatie zich er op deze wijze voor inspant om u te informeren. Met deze documenten krijgt u inzicht in de belangrijkste vraagstukken waarvoor de stad en de gemeentelijke organisatie staan. Voor deze brief hebben wij ons gericht op de Nota Begrotingsruimte 2026-2030, de Staat van de programma’s, de Nota investeringen en de bijlagen bij deze documenten. We hebben deze documenten niet uitputtend geanalyseerd, maar we hebben ons gericht op onderwerpen die ons zijn opgevallen. De onderwerpen die ons zijn opgevallen, hebben we verder uitgewerkt in het vervolg van de brief. Op de inhoud van deze brief hebben we, omwille van de korte doorlooptijd, geen wederhoor toegepast. Daarom trekken we geen conclusies en doen we geen aanbevelingen. Daarnaast betreft het documenten die door de ambtelijke organisatie zijn opgesteld als ambtelijk advies of verkenningsdocument.
De documenten vertegenwoordigen geen collegestandpunt en zijn ook geen voorstel voor besluitvorming. Daarom formuleren we in deze brief uitsluitend aandachtspunten. Een aandachtspunt is een onderwerp waarvan wij u adviseren om op te letten bij toekomstige informatievoorziening door het (aankomende) college of eventuele toekomstige besluitvorming. Het gaat om de volgende onderwerpen: 1.
Prognoses;
2.
Ongedekte opgaven en ambities;
3.
Volledig zicht op mogelijke keuzes bij investeringen;
4.
Onderbouwing van mogelijke besparingen en batenverhogingen;
5.
Mogelijke aanpassingen in financiële spelregels en informatievoorziening.
Brief van burgemeester en gemeentesecretaris Amsterdam, Welkom als raadslid in de gemeente Amsterdam, ongedateerd (Dagmail, 30 maart 2026). a
Weesperstraat 105A, 1018 VN Amsterdam | T 020 30 36 300 | E info@rekenkamer-amsterdam.nl
1. Prognoses In de Nota Begrotingsruimte 2026-2030 (hierna: de Nota Begrotingsruimte) wordt u gewezen op oplopende tekorten in de komende jaren waardoor de financiële positie van de gemeente Amsterdam naar verwachting onder toenemende druk komt te staan. Daarbij wordt een aantal prognoses gegeven. Allereerst de verwachting dat er in 2030 sprake is van een structureel tekort van ruim € 50 miljoen. Ook, zo staat in de Nota Begrotingsruimte, wordt verwacht dat dit tekort in de jaren daarna verder zal oplopen tot een structureel tekort van zo’n € 400 miljoen in 2033.1 Daarnaast wordt in de Nota Begrotingsruimte een verdere doorkijk gegeven naar 2050 van de verwachte ontwikkeling van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven op basis van demografische ontwikkelingen. Daarbij wordt aangegeven dat de gemeentelijke uitgaven van 2030 tot 2050 naar verwachting sterk zullen stijgen door met name de ‘dubbele vergrijzing’: een steeds groter deel van de Amsterdammers is ouder, en deze ouderen worden steeds ouder.b Tegelijkertijd wordt in de Nota Begrotingsruimte aangegeven dat de inkomsten van de gemeente naar verwachting niet in gelijke mate zullen meegroeien met de verwachte stijging van de uitgaven.
Dit leidt tot de verwachting dat er een ‘houdbaarheidstekort’ is dat zonder ingrijpen elk jaar verder toeneemt, mogelijk tot ruimschoots meer dan € 3 miljard in 2050.2c Vooropgesteld: het is verstandig om vooruit te kijken en oog te hebben voor toekomstige ontwikkelingen in de gemeentelijke inkomsten en uitgaven. En bij de besluitvorming over de aankomende Begroting 2027 dit najaar bent u ook door de wet verplicht om een begroting vast te stellen die in 2030 structureel en reëel sluitend is. Wij wijzen er daarbij op dat wij in ons eerdere onderzoek naar de voorspellende waarde van de begroting (2024) hebben geconstateerd dat ramingen voor de gemeentelijke financiën regelmatig te somber zijn. De gemeente Amsterdam houdt daardoor aan het eind van het jaar vaak veel meer geld over dan aanvankelijk verwacht.3 Verder zijn prognoses altijd omgeven met onzekerheden. Dat is in het bijzonder het geval als de prognoses de (verre) toekomst zoals 2050 betreffen. Want daarbij is het inherent onzeker of met alle relevante positieve en negatieve ontwikkelingen rekening is gehouden (en kan worden gehouden). Dat geldt ook voor de verwachte (negatieve) financiële effecten van ontwikkelingen waarmee in deze langetermijnprognoses wel rekening is gehouden, zoals de genoemde dubbele vergrijzing.
Want in welke mate bijvoorbeeld een steeds ouder wordende bevolking daadwerkelijk leidt tot een hogere zorgbehoefte, is nog steeds onderwerp van discussie en nieuwe inzichten.d Vanwege onze eerdere bevindingen bij de voorspellende waarde van de begroting en vanwege dit soort inherente onzekerheden bij prognoses voor de lange termijn adviseren wij u om zich bij het gebruik van de prognoses goed te laten informeren over de robuustheid van deze prognoses. Aandachtspunt: let er bij het gebruik van prognoses voor de ontwikkeling van de gemeentelijke financiën op dat voldoende helder is hoe robuust de onderliggende ramingen en verwachtingen zijn. 2. Ongedekte opgaven en ambities In de Nota Begrotingsruimte wordt vanwege de verwachte structurele tekorten benadrukt dat keuzes moeten worden gemaakt: “Keuzes over waar schaarse middelen ingezet worden, en waar dat misschien niet meer kan.”4 Het maken van deze, waarschijnlijk moeilijke, keuzes vraagt overzicht van alle (financiële) vraagstukken die spelen. In dit licht wijzen wij op het document Staat van de programma’s. Daarin staat een overzicht dat wordt omschreven als: “overzicht van ongedekte opgaven en ambities”. Daarbij wordt
Daarnaast wordt gewezen op een stijgend aandeel jongeren die eveneens een relatief groter beroep doen op gemeentelijke voorzieningen en wordt gewezen op de ontwikkeling van het aantal ongedocumenteerden in de stad. c In de Nota Begrotingsruimte wordt geen expliciet bedrag genoemd voor het verwachte tekort in 2050, maar uit figuur 2.1.1 Raming ontwikkeling inkomsten en uitgaven 2030-2050 valt af te leiden dat het om ruimschoots € 3 miljard gaat. d Ter illustratie: het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu concludeert in de Volksgezondheid Toekomst Verkenning 2024 dat de levensverwachting in goede ervaren gezondheid tot 2040 ongeveer evenveel toeneemt als de totale levensverwachting. Dit betekent dat hoewel we steeds ouder worden, het aantal jaren waarin we zorg nodig hebben niet automatisch ook toeneemt. b
2
toegelicht: “[In dit overzicht] staan ongedekte opgaven en ambities waarvan het [Gemeentelijk Managementteam – GMT] van mening is dat de onderhandelaars en bestuur die moeten kennen bij het opstellen van het coalitieakkoord, omdat ze een substantiële impact hebben op de stad of op de begroting van de gemeente. Dit overzicht bevat geen knelpunten waarvan het GMT verwacht dat deze binnen de programma’s zelf opgelost kunnen worden.”5 Daarmee lijkt het te gaan om knelpunten waarvoor nog geen oplossing in de begroting is gevonden. Dit overzicht met 27 knelpunten telt op tot een structureel bedrag aan ongedekte opgaven en ambities van € 299,7 miljoen in 2030.e Wij adviseren u om bij het maken van keuzes bij het oplossen van het verwachte tekort ook deze lijst met ongedekte opgaven en ambities te betrekken. Aandachtspunt: let erop dat bij het maken van keuzes bij het oplossen van het verwachte tekort, ook het overzicht wordt betrokken van ongedekte opgaven en ambities van het GMT. 3. Volledig zicht op mogelijke keuzes bij investeringen Uit de Nota Investeringen blijkt dat er vanaf 2030 € 630 miljoen aan investeringsruimte is. 6 In het document wordt opgemerkt dat het huidige beleid niet gedekt kan worden met deze investeringsruimte.
Hiervoor zou namelijk een investeringsruimte van € 800 miljoen nodig zijn (en aanvullend € 230 miljoen incidenteel).7 Duidelijk is dat volgens de Nota Investeringen in de uitgangssituatie het tekort aan investeringsruimte al gevolgen heeft voor Amsterdammers: er zijn minder voorzieningen in de stad, of voorzieningen zijn van lagere kwaliteit. Zo worden in de uitgangssituatie schoolgebouwen niet na vijftig jaar vervangen, maar na tachtig jaar, en is er onvoldoende geld voor grote bereikbaarheidsprojecten die nodig zijn voor met name - deels al gebouwde - woningen in voornamelijk Noord, Zuidoost, Sloterdijk en op IJburg.8 Daarnaast biedt de Nota Investeringen uiteenlopende keuzes om binnen de beschikbare investeringsruimte andere prioriteiten te stellen. Zo wordt als mogelijkheid voorgelegd om minder compleet te bouwen, wat zou leiden tot minder voorzieningen zoals buurtkamers en sportvoorzieningen in nieuwe wijken.9 Door dit soort keuzes om investeringen te versoberen, uit te stellen of af te stellen, ontstaat ruimte binnen de investeringsruimte voor andere investeringen. Het alternatief, dat ook in de Nota Investeringen wordt benoemd, is het verhogen van de investeringsruimte. Het verhogen van de investeringsruimte maakt het mogelijk om meer projecten in te passen, maar dit heeft uiteraard ook financiële gevolgen.
Zo leidt het verhogen van de investeringsruimte tot meer kosten, zoals meer rentelasten voor financiering en meer operationele lasten zoals onderhoud, verzekeringen en gebruikskosten.10 Om te zorgen voor een houdbaar en sluitend financieel beeld, moeten deze kosten van een hogere investeringsruimte worden ingepast in de meerjarige begroting (betaalbaarheid). Overigens wijzen wij erop dat investeringen soms ook begrotingsruimte kunnen opleveren. Dat kan het geval zijn als investeringen zichzelf terugverdienen doordat ze ook inkomsten opleveren. Of doordat investeringen leiden tot het beperken van toekomstige lasten, bijvoorbeeld door het wegwerken van achterstallig onderhoud waardoor op toekomstige onderhoudskosten kan worden bespaard.11 Ten tweede stijgt de gemeentelijke schuld extra bij het vergroten van de investeringsruimte. Momenteel wordt de hoogte van de gemeentelijke schuld beperkt door het hanteren van een schuldenplafond: de gekozen maximale schuldquote van 110% (financierbaarheid).12 In ons onderzoek Sturen op investeringen zijn wij uitgebreid ingegaan op de voor- en nadelen van het hanteren van een schuldenplafond.f Daarbij hebben wij de aanbeveling gedaan aan de gemeenteraad om zich nader te laten informeren over de voorDe knelpunten zijn in detail beschreven in ‘Bijlage C’.
Het benoemde totaalbedrag is inclusief onderwerp 4 Groei van de stad: bestrijden van drukte en functieverlies, waarbij € 2 miljoen aan middelen is opgenomen in de kolom structurele lasten, maar waar ook staat dat de lasten incidenteel zijn. f Zie ons nawoord in het rapport Sturen op investeringen op pp. 22-24. e
3
en nadelen en op basis daarvan de strikte sturing op schuld te heroverwegen. We wijzen u erop dat de vorige gemeenteraad deze aanbeveling bij de besluitvorming over ons rapport heeft overgenomen. Wij adviseren u daarom er bij verdere besluitvorming over de investeringen op te letten dat u ook informatie krijgt over de mogelijkheid om de investeringsruimte te verhogen met daarbij een heldere en evenwichtige bespreking van de voor- en nadelen van het hanteren van het huidige schuldenplafond. Aandachtspunt: let erop dat bij verdere besluitvorming over investeringen ook de voor- en nadelen van het hanteren van het huidige schuldenplafond helder en evenwichtig in beeld worden gebracht. 4. Onderbouwing mogelijke besparingen en batenverhogingen In de Staat van de programma’s worden de technische optiesg uitgewerkt voor mogelijke besparingen of verhogingen van de baten.13 Deze technische opties tellen voor 2030 op tot € 666 miljoen, waarvan 44% bestaat uit mogelijke batenverhogingen. Tabel 1. geeft een overzicht van mogelijke besparingen en inkomstenverhogingen per programma.
Tabel 1 - Overzicht van mogelijke besparingen en batenverhogingen per programma Programma
Mogelijke besparing
Mogelijke batenverhoging (x € 1 miljoen)
(x € 1 miljoen) 1. Bouwen, wonen en duurzaamheid
22,5
0
2. Openbare ruimte, water, groen en vervoer
13,7
36,8
3. Economie, kunst, cultuur en erfgoed
40,7
0,6
4. Sport
9,6
6,6
5. Onderwijs
15
0
6. Gezondheid, zorg, jeugd, opvang,
182
0
7. Sociale zaken en armoedebestrijding
50,4
0
8. Veiligheid
31,5
0
A. Algemene dekkingsmiddelen
-1,8h
245,8
B. Bestuur en organisatie
7,3
5,3
370,9
295,1
diversiteit
Totaal
Bron: Gemeente Amsterdam, Staat van de programma’s, en bijbehorende Bijlage A. Bewerking door rekenkamer.
g
De term ‘technische opties’ wijst erop dat het gaat om de uitwerking van een ambtelijke denkrichting. Het opnemen van
een technische optie betekent niet dat de optie inhoudelijk wordt aanbevolen door de ambtelijke organisatie. h
Het negatieve bedrag betekent een verwachte stijging aan lasten. De stijging wordt veroorzaakt door implementatie- en
uitvoeringskosten van mogelijke batenverhogingen. Bron: Gemeente Amsterdam, Voorbereiding nieuwe bestuursperiode 2026-2030: Staat van de programma’s, Bijlage A: fiches met uitwerking technische opties voor mogelijke besparingen, 30 maart 2026, pp. 137, 139.
4
We willen het belang benadrukken van goed onderbouwde mogelijkheden om te besparen of de baten te verhogen. Het is daarom positief dat in fiches elk van de technische opties voor mogelijke besparing of batenverhoging systematisch verder is uitgewerkt. Per optie wordt onder meer systematisch uitgewerkt wat de financiële impact van de maatregel is, wat de impact op de stad en Amsterdammers is en wordt ingegaan op mogelijke (neven)effecten en andersoortige risico’s. Wij adviseren u om er bij eventuele verdere besluitvorming op te letten dat voldoende helder is dat bij het inboeken van besparingen of batenverhogingen er afdoende rekening is gehouden met de mogelijke (neven)effecten en risico’s zoals die in de fiches zijn benoemd. Daarmee kan worden voorkomen dat de uiteindelijke opbrengst van een besparing of batenverhoging tegenvalt. Of dat de besparing of batenverhoging een onverwacht nadelig effect heeft op de stad en Amsterdammers. In eerder rekenkameronderzoek hebben we hiervoor een aantal aandachtspunten op een rij gezet. Deze aandachtspunten vindt u in de bijlage bij deze brief. Aandachtspunt: let erop dat mogelijke lastenverlagingen en batenverhogingen realistisch zijn onderbouwd, en dat er inzicht is in de verwachte maatschappelijke (neven)effecten. 5.
Mogelijke aanpassingen in financiële spelregels en informatievoorziening In de Nota Begrotingsruimte worden ook uiteenlopende adviezen gegeven die, na eventuele verdere uitwerking en besluitvorming daarover, kunnen leiden tot veranderingen in de financiële spelregels en de informatievoorziening aan de raad. Dat maakt het belangrijke onderwerpen en het is positief dat hier aandacht voor is. Ook zien we dat diverse geadviseerde aanpassingen in lijn zijn met onze aanbevelingen uit eerdere rapporten. Zo wordt geadviseerd om sturing op investeringen en exploitatie meer bijeen te brengen en om het coalitieakkoord herkenbaar te vertalen naar de doelenboom van de planning- en controlcyclus.14 Tegelijkertijd zijn het dusdanig veel onderwerpen waarover aanpassingen worden geadviseerd en kunnen we ons voorstellen dat dit overweldigend is. Wij willen benadrukken dat het belangrijk is dat u voldoende gelegenheid heeft om de implicaties van deze adviezen goed te overwegen. Daarom adviseren wij u om erop te letten dat u hiervoor voldoende tijd heeft. Aandachtspunt: let erop dat u bij voorgestelde besluitvorming naar aanleiding van de adviezen over de financiële spelregels en informatievoorziening voldoende tijd heeft om de implicaties goed te overwegen. Overweeg voorstellen aan te houden indien er geen duidelijke urgentie is en u hiervoor meer tijd nodig acht.
Verder zijn er een aantal adviezen om de financiële spelregels en informatievoorziening aan te passen waarbij wij u alvast een aantal aandachtspunten willen meegeven. Het gaat allereerst om het advies om met de kadernota een extra moment te creëren voor de kaderstellende rol van de gemeenteraad. Wij vinden dit een positieve ontwikkeling die het budgetrecht van de gemeenteraad ten goede komt. Uit de toelichting bij het advies blijkt dat het gaat om een kadernota ‘die inzicht geeft in de ontwikkelingen in het meerjarige budgettaire beeld’ en op hoofdlijnen op ‘de richting van het college over intensiveringen en bijsturingsmogelijkheden’.15 In de Nota Begrotingsruimte wordt, zoals hiervoor ook genoemd, het belang onderkend om de sturing op investeringen en de exploitatie (begroting) meer bijeen te brengen. Uit de beschrijving van het advies om met de kadernota een extra moment te creëren voor de kaderstellende rol van de gemeenteraad, blijkt (nog) niet in hoeverre het de bedoeling is om in de kadernota ook in te gaan op investeringen. Als besluitvorming naar aanleiding van dit advies plaatsvindt, adviseren wij u daarom, om erop te letten dat duidelijk is in hoeverre de voorgestelde kadernota ook in zal gaan op investeringen.
Aandachtspunt: let er bij eventuele besluitvorming over het creëren van een tweede moment voor kaderstelling voor de gemeenteraad op dat duidelijk is in hoeverre de hiervoor voorgestelde kadernota ook zal ingaan op investeringen. Ten tweede zijn er twee adviezen die (mogelijk) het budgetrecht van de gemeenteraad raken. Dat betreft allereerst het advies om “[…] het autorisatieniveau van de raad zo in [te richten] dat de slagkracht en wendbaarheid wordt vergroot.”16 Daarnaast wordt ingesteld om in te stemmen met “[…] het verschuiven
5
van het autorisatieniveau van het college van doelen naar activiteiten.”17 Wij adviseren u om, als besluitvorming naar aanleiding van deze adviezen plaatsvindt, erop te letten dat voldoende helder is hoe dit uw budgetrecht raakt. Aandachtspunt: let er bij eventuele besluitvorming over het aanpassen van het autorisatieniveau van de gemeenteraad, dan wel het autorisatieniveau van het college, op dat duidelijk is hoe dit het budgetrecht van de gemeenteraad raakt. Afsluiting Met deze brief hoop ik u voldoende te hebben geïnformeerd over onze aandachtspunten bij de financiële documenten ter voorbereiding nieuwe bestuursperiode. Indien u nog vragen heeft, neem dan gerust contact op met mij. Deze brief en al onze eerdere brieven in het kader van de Monitor informatie Amsterdamse financiën kunt u op onze website terugvinden. Ik vertrouw erop u hiermee voor dit moment voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet,
A.L. Daalder directeur Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad
6
Bijlage - Lessen uit eerder onderzoek naar bezuinigingen In ons onderzoek naar de financiële positie van Amsterdam (2020) hebben we een reeks aandachtspunten bij bezuinigingen op een rij gezet.18 Deze aandachtspunten waren gebaseerd op inzichten die we in eerder onderzoek hebben opgedaan bij bezuinigingen en andere maatregelen om financiële ruimte vrij te spelen. 1.
Bezuinigen op taken. Door minder activiteiten of taken uit te voeren, kan een gemeente structureel bezuinigen. Hoewel dit vaak pijnlijke keuzes vergt (en ook afhankelijk is van de keuzeruimte die een gemeente gegeven, bijvoorbeeld, wettelijke verplichtingen heeft) lijken dit soort bezuinigingen redelijk uitvoerbaar. Immers, een gemeente heeft, na de gemaakte keuze om een activiteit of taak te stoppen, ook de bijbehorende kosten niet meer. Een belangrijke voorwaarde is dat wel zicht is op de verwachte maatschappelijke (neven)effecten. Want als deze effecten achteraf groter uitpakken dan bedoeld of niet acceptabel zijn, dan ontstaat al snel maatschappelijke of politieke druk om de bezuiniging ongedaan te maken.
2.
Efficiënter werken. Naast het stoppen of verminderen van gemeentelijke taken en activiteiten kan ook worden bezuinigd door meer efficiënt te werken. Het voordeel hiervan is dat er geen pijnlijke keuzes hoeven te worden gemaakt, het voorzieningenniveau niet wordt aangetast en er geen neveneffecten optreden. In het verleden zijn dit echter nogal eens problematische bezuinigingen geweest omdat ze niet goed onderbouwd of doordacht waren. In het bijzonder is in het verleden getracht grote bezuinigingen te realiseren door te besparen op inkopen. Maar de meeste inkopen hebben betrekking op investeringen en hebben daardoor (evenals de besparingen daarop) slechts een beperkt effect op de financiële ruimte in de begroting.
3.
Weglekken van bezuinigingen. Bezuinigen op taken of door efficiënter werken levert soms ook minder op door de financiële en organisatorische structuur van de gemeente. Het kan namelijk zo zijn dat met het stoppen of verminderen van kosten van een taak ook inkomsten wegvallen. Bijvoorbeeld doordat een deel van de kosten in rekening kon worden gebracht bij de begunstigden van de activiteit of taak. Ook kan het zo zijn dat de activiteit of taak (deels) wordt gefinancierd met geoormerkte steun van andere overheden of organisaties. Het kan daarnaast komen door de financiële structuur van de gemeente met interne transacties en doorbelastingen (zoals van overhead). Dit effect wordt ook wel het 'weglekken' van bezuinigingen genoemd. Bij goed doordachte bezuinigingen is rekening gehouden met mogelijke weglek.
4.
Administratieve wijzigingen. Een variant op een bezuiniging door meer efficiënt te werken, is het doorvoeren van een administratieve wijziging. Het gaat dan om het aanpassen van werkwijzen of aannames in het begrotingsproces. Een aanpassing hiervan kan soms financiële ruimte in de begroting opleveren. Maar dit soort bezuinigingen zijn niet zelden complex en moeilijk te doorgronden. Tegelijkertijd kunnen ze ook allerlei (onbedoelde) reële effecten hebben. Zo kan het verlengen van afschrijvingstermijnen financiële ruimte opleveren, maar dan moet de verwachte levensduur wel realistisch zijn ingeschat. Anders wordt de gemeente later geconfronteerd met hogere onderhoudslasten of achterstallig onderhoud. Het is daarom belangrijk dat de reële (financiële) neveneffecten van dit soort bezuinigingen goed in beeld zijn.
5.
Verhogen van belastingen. Naast het bezuinigen op kosten, kan een gemeente een structurele tegenvaller ook opvangen door de inkomsten structureel te verhogen. Het meest voor de hand liggende instrument daarvoor is het verhogen van de gemeentelijke belastingen. Net als bij het bezuinigen door taken of activiteiten te stoppen, is dit al snel een pijnlijk besluit. Maar daar stopt de gelijkenis niet. Want ook bij belastingverhogingen is het denkbaar dat er neveneffecten optreden waardoor de uiteindelijke opbrengst lager uitvalt dan verwacht. Zo is het voorstelbaar dat bij hogere belastingen het aantal wanbetalers toeneemt. Dat kan aanleiding geven om het kwijtscheldingsbeleid te verruimen of er ontstaat dan druk op andere (sociale) voorzieningen, zoals schuldhulpverlening.
7
Eindnoten Gemeente Amsterdam, Nota Begrotingsruimte 2027-2030, 30 maart 2026, pp. 4, 7 en 8. Gemeente Amsterdam, Nota Begrotingsruimte 2027-2030, 30 maart 2026, pp. 8, 11 en 12. 3 Rekenkamer Amsterdam, Bestuurlijk rapport Voorspellende waarde van de begroting, 8 oktober 2024, p. 6. 4 Gemeente Amsterdam, Nota Begrotingsruimte 2027-2030, 30 maart 2026, p. 8. 5 Gemeente Amsterdam, Staat van de programma’s, Overzichtsdocument, p. 119. 6 Gemeente Amsterdam, Nota investeringen 2026, DEEL: B, ongedateerd, p. 8. 7 Gemeente Amsterdam, Nota investeringen 2026, DEEL: B, ongedateerd, p. 8. 8 Gemeente Amsterdam, Nota investeringen 2026, DEEL: B, ongedateerd, pp. 3, 5. 9 Gemeente Amsterdam, Nota investeringen 2026, DEEL: B, ongedateerd, p. 3. 10 Gemeente Amsterdam, Nota investeringen 2026, DEEL: B, ongedateerd, p. 8. 11 Rekenkamer Amsterdam, Sturen op investeringen, 1 oktober 2025, p. 10. 12 Gemeente Amsterdam, Nota investeringen 2026, DEEL: B, ongedateerd, p. 8. 13 Gemeente Amsterdam, Staat van de Programma’s, Overzichtsdocument, 30 maart 2026, pp. 17-108; Gemeente Amsterdam, Voorbereiding nieuwe bestuursperiode 2026-2030: Staat van de programma’s, Bijlage A: fiches met uitwerking technische opties voor mogelijke besparingen, 30 maart 2026. 14 Gemeente Amsterdam, Nota Begrotingsruimte 2027-2030, 30 maart 2026, pp. 24-26.
15 Gemeente Amsterdam, Nota Begrotingsruimte 2027-2030, 30 maart 2026, pp. 29, 30. 16 Gemeente Amsterdam, Nota Begrotingsruimte 2027-2030, 30 maart 2026, p. 24. 17 Gemeente Amsterdam, Nota Begrotingsruimte 2027-2030, 30 maart 2026, p. 26. 18 Rekenkamer Amsterdam-Zaanstad, Zicht op de financiële positie (Amsterdam), 10 november 2020. 1 2
8