01 Bijlage 1 Reactie op inspraak 20-12-2021.pdf
Tekst van het document
Daarnaast wordt aangegeven dat het lijkt of er een uitsterfbeleid ten grondslag ligt aan de Verordening. In een juridisch advies wordt ingegaan op de mogelijkheden die door inspreker wel gezien worden voor verplaatsingen gedurende de overgangsperiode. Voorgesteld wordt een nieuw artikel op te nemen in de Verordening waardoor een vergunninghouder tijdens de looptijd eenmalig een verzoek kan doen tot verplaatsing. Daarnaast worden enkele scenario’s geschetst met betrekking tot de locaties waar naar toe speelautomatenhallen zouden kunnen verplaatsen. De inspraakreactie onderschrijft dat er sprake is van een schaarse vergunning, die transparant verdeeld moet worden om nieuwe toetreders mogelijk te maken. Ook wordt onderschreven dat deze vergunning slechts voor een bepaalde periode kan worden afgegeven. Aangegeven wordt dat wanneer sprake is van een wezenlijke wijziging van de vergunning, deze opnieuw verdeeld zou moeten worden, via een transparante verdeelprocedure. Gesteld wordt dat ven een wezenlijke wijziging sprake is als deze – indien vooraf bekend – effect zou hebben gehad op de interesse voor de schaarse vergunning en/of de uitkomst van de verdeelprocedure. Gewezen wordt op nog niet uitgekristalliseerde jurisprudentie. Inspreker stelt dat er mogelijkheden zijn om een verplaatsing wel te verdedigen. Dit zou kunnen door het onderdeel te maken van het overgangsrecht.
Gesteld wordt dat op die manier nog steeds ruimte wordt geboden aan potentiële toetreders (na de overgangsperiode), waardoor hun rechten niet beperkt worden. Bovendien kunnen alle potentiële gegadigden van de huidige vergunningen van een dergelijke verhuisbepaling profiteren.
23
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Als andere mogelijkheid wordt betoogd dat geen sprake is van een wezenlijke wijziging van de vergunning wanneer de nieuwe locatie voldoet aan alle in de verordening opgenomen locatiegebonden weigeringsgronden én daar ook aan voldeed ten tijde van de initiële vergunningverlening. Hiermee zou verhuizing mogelijk worden voor exploitatievergunningen van bepaalde als onbepaalde tijd. Vanwege het omzetten van de vergunningen naar bepaalde tijd zou de optie van verplaatsing als onderdeel van het overgangsrecht volgens inspreker meer voor de hand liggen. Reactie college Zie de uiteenzetting in paragraaf 2.2. Tevens wordt gewezen op een onduidelijkheid in de Verordening. In artikel 5.3 tweede lid staat opgenomen dat de burgemeester na inwerkingtreding van de Verordening het tijdstip bepaalt waarop de vergunningen aflopen. In de toelichting maar ook in artikel 3.1 tweede lid wordt gesproken over 1 oktober 2033 als einddatum. Verzocht wordt deze einddatum op te nemen in artikel 5.3 tweede lid. Reactie college Het college is het met de inspreker eens dat de Verordening niet eenduidig is als het gaat om de einddatum. Het college heeft daarom de Verordening op een aantal punten aangepast, waardoor in de tekst van de Verordening de einddatum niet meer terug komt. De burgemeester moet immers op grond van artikel 3.5 lid 2 in een apart besluit nog bepalen wanneer de vergunningen aflopen.
Uit de toelichting kan worden opgemaakt dat de burgemeester voornemens is de einddatum te bepalen op 1 oktober 2033.
3.10 Inspraakreactie Tegeto B.V. en De Vries en Vet Entertainmant B.V Onder randnummer 5 van de inspraakreactie wordt de conclusie getrokken dat het primaire doel is om speelautomatenhallen in het centrum weg te bestemmen middels bepalingen in de conceptverordening. Reactie college Het doel van de regels in de conceptverordening is niet het wegbestemmen van speelautomatenhallen in het centrum maar om de huidige exploitanten in staat te stellen om gedurende de overgangstermijn de investeringen die zijn gedaan voor het peilmoment (de brief van de burgemeester in 2018) terug te kunnen verdienen. Het is gebruikelijk om in een situatie waarin sprake is van bestaande schaarse vergunningen die in het bezit zijn bestaande exploitanten na een redelijke overgangstermijn voor de huidige exploitanten opnieuw transparant te verdelen en om ook nieuwe geïnteresseerden in de gelegenheid te stellen om mee te kunnen dingen naar de beschikbare vergunningen. Dit is in overeenstemming met het recht en de aangehaalde rechtspraak.
24
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Er wordt gesteld onder randnummer 8 dat het in strijd is met de rechtszekerheid om niet in artikel 5.3 lid 2 van de concept-verordening vast te leggen wat de lengte van de overgangstermijn is. Reactie college Het is niet in strijd met het rechtzekerheidsbeginsel om de burgemeester de bevoegdheid te geven om de bestaande vergunningen te wijzigen in vergunningen met een bepaalde looptijd. Tegen die besluiten kunnen vergunninghouders vervolgens gebruik maken van de aan hen ter beschikking staande rechtsmiddelen zoals het maken van bewaar als zij het niet eens zijn met de looptijd van de vergunning. Dat is te verkiezen boven het bepalen van de looptijd in de verordening waartegen dan geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen kunnen worden ingediend. Onder randnummer 9 is aangegeven dat de ingangsdatum van de overgangstermijn dient in te gaan vanaf het moment dat de verordening in werking zal treden. En niet mag ingaan op 1 oktober 2018 toen de burgemeester de exploitanten heeft geïnformeerd over een stelselwijziging. Reactie college Die brief bevat informatie met als doel om de huidige exploitanten te informeren over het feit dat er sprake is van schaarse vergunningen en dat dit betekent dat deze schaarse vergunningen met in achtneming van een redelijke overgangstermijn voor de huidige vergunninghouders nadien transparant moeten worden herverdeeld.
De huidige exploitanten kunnen er niet op blijven vertrouwen dat zij na ommekomst van de overgangstermijn aanspraak kunnen maken op die vergunningen. In randnummer 10 van de reactie wordt gesproken over terugwerkende kracht van de overgangstermijn en dat de termijn van 15 jaar niet redelijk is mede gelet op de Corona-Golf. In randnummer 11 is aangegeven dat het zorgvuldig zou zijn geweest om een aanvullend rapport te laten opstellen. Reactie college Zie ook paragraaf 2.5. In het rapport van onderzoeksbureau BEA is wel rekening gehouden met de Corona maatregelen. De termijn van 15 jaar is zeer redelijk. Wij verwijzen naar het rapport van het onderzoeksbureau BEA. Voor het verlenen van een opdracht aan BEA om een aanvullend rapport uit te brengen bestaat geen aanleiding. Daarnaast moet worden opgemerkt dat de rijksoverheid steunmaatregelen voor het bedrijfsleven heeft genomen. In randnummer 14 is aangegeven dat uit artikel 3.9 lid 2 grote rechtsonzekerheid volgt omdat gedurende de gehele overgangstermijn bestaande bestuurders worden gedwongen om als bestuurder aan te blijven. Daarnaast is het onduidelijk wat onder zeggenschap verstaan. Reactie college De overgangstermijn is juist bedoeld om de huidige exploitanten in staat te stellen om investeringen die zijn gedaan voor de peildatum van 1 oktober 2018 terug te verdienen.
De vergunningen die zij hebben zijn persoons- en zaaksgebonden. Het spreekt verder voor zich dat bij schaarse vergunningen niet meer onderhands vergunningen kunnen worden verleend zonder
25
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
anderen in de gelegenheid te stellen om mee te dingen naar die vergunningen. Om die reden wordt het niet toegestaan dat huidige exploitanten gedurende de overgangsperiode hun bestaande ondernemingen overdragen en zodoende de vergunning kunnen doorgeven. Dat mag alleen na de overgangsperiode. Onder zeggenschap wordt in het algemeen spraakgebruik begrepen dat een persoon beslissende invloed heeft binnen de onderneming. Dit zal worden toegevoegd aan de definities in de verordening. Dat kan in een rol als bestuurder of als aandeelhouder het geval zijn. Als de bestuurder(s) van een rechtspersoon wijzigen, of de aandelen overgaan naar een ander, verandert daarmee dus de zeggenschap.. Dit kan aanleiding zijn om de vergunning in te trekken. Daarbij moet worden gedacht aan de situatie dat de nieuwe bestuurder niet voldoet aan de eisen voor bedrijfsleiders in artikel 3.3 en artikel 3.5. Het is dus niet zo dat een wijziging van de zeggenschap binnen een onderneming zonder meer zal leiden tot intrekking van de vergunning. In randnummer 15 en 17 wordt betoogd dat de rechtspraak niet noopt tot het ontnemen van de voor onbepaalde tijd verleende vergunningen. Reactie college Wij zijn van oordeel dat de rechtspraak over schaarse rechten daar wel toe noopt.
Zo volgt uit een uitspraak van het College beroep bedrijfsleven over ontheffingen voor avondwinkels dat een bestaande groep van ontheffing houders die in het verleden een ontheffing hebben gekregen niet eeuwig buiten schot kunnen blijven.
26
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
4 Reactie op adviezen bestuurscommissies Zuid, Oost, Zuidoost, Noord, West en Centrum
Zes van de zeven stadsdelen hebben een advies gegeven op de concept-verordening. Stadsdeel Centrum geeft aan dat de beoogde aanpassingen in nauwe samenspraak met de stadsdeelvoorzitter van Centrum tot stand is gekomen. De aanpassing van de verordening is een eerste stap om tot een herverdeling van speelautomatenhallen te komen en is derhalve ook een van de maatregelen uit de Aanpak Binnenstad. De termijnen van het beëindigen van de oneindige vergunningen zijn lang maar gezien de financiële berekeningen - die in samenspraak met de sector tot stand zijn gekomen - verklaarbaar. De opmerkingen en adviezen van de andere stadsdelen worden hieronder samengevat weergegeven.
4.1 Aandacht voor de gebieden bij verdelen vergunningen na overgangstermijn De stadsdelen Zuidoost, Noord, Oost en West vragen aandacht voor de situatie na 2033, waarbij het mogelijk wordt dat speelautomatenhallen op andere locaties gevestigd worden. Aandacht wordt gevraagd voor een goede inpassing van mogelijke nieuwe locaties van speelautomatenhallen op basis van de kenmerken en het gewenste toekomstbeeld van het gebied. Stadsdeel Zuidoost geeft daarbij aan dat de nieuwe locatie getoetst moet worden aan de ambities uit het Masterplan Zuidoost. Het stadsdeel adviseert om eerst de beleidsregels vast te stellen en daarna de verordening aan te passen. Stadsdeel West vraagt om de adviezen van de stadsdelen te betrekken bij aanvragen voor nieuwe locaties en noemt het voorbeeld van een school, waar men vestiging van een speelautomatenhal niet wenselijk acht. Stadsdeel West acht het dan ook noodzakelijk om de gebiedsvisie expliciet op te nemen in de verordening dan wel de beleidsregels. Stadsdeel Zuidoost en Oost adviseren het college om te onderzoeken of een uitzonderingsclausule op de overgangsrechtelijke ‘stand still’ periode tot de mogelijkheden behoort om eventuele negatieve gevolgen voor gewenste gebiedsontwikkeling binnen Amsterdam tot een minimum te beperken.
Reactie college De concept-verordening creëert de mogelijkheid voor de burgemeester om beleidsregels vast te stellen over het verdelen van de vergunningen die na de overgangstermijn beschikbaar komen. In
27
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
die beleidsregels kan de burgemeester onder andere gebieden aanwijzen waar de vestiging van een speelautomatenhal wordt uitgesloten. De verordening zelf is niet de plek om de rol van de stadsdelen bij de aanvragen voor nieuwe locaties te benoemen. Bij het opstellen van de beleidsregels zal de burgemeester de stadsdelen om advies vragen over de uit te sluiten locaties. Omdat de verdeling van de vergunningen pas in 2033 aan de orde is, is het volgens het college niet opportuun om nu op die situatie vooruit te lopen en de regels daarover nu al vast te stellen. Natuurlijk moeten de beleidsregels ruim voor die tijd bekend zijn. Zoals uit de eerdere reacties in dit document blijkt is het niet mogelijk om uitzonderingssituaties op te nemen met betrekking tot de overgangsperiode.
4.2 Holland Casino Stadsdeel West wil het college aandacht vragen voor de uitzonderlijke positie van Holland Casino welke rechtstreeks onder de Rijksoverheid valt en buiten de vergunningverlening de reikwijdte en de verordening van de gemeente Amsterdam vallen. Reactie college De vergunningverlening van Holland Casino is de verantwoordelijkheid van de Rijksoverheid waar het gaat om de kansspelen. De gemeente heeft wel een rol bij de ruimtelijke inpassing van een speelcasino en bij de vergunningverlening van de aanwezige horeca in het speelcasino.
4.3 Betrekken van VTH bij invoering van de verordening De stadsdelen Zuid, Zuidoost, Oost, Noord, West vragen om de afdelingen Vergunningen Toezicht en Handhaving te betrekken bij de invoering van de verordening. Stadsdeel Zuid vraagt om aandacht te hebben voor de eventueel extra benodigde capaciteit in de VTH-kolom. Reactie college Het is van belang dat de verordening goed uitvoerbaar is voor de vergunningverleners en handhavers en deze ook toegerust zijn op hun taak. Bij de definitieve verordening zijn de afdelingen VTH door het college betrokken.
4.4 Relatie tot de Omgevingswet (Omgevingsvisie en Omgevingsplan) Stadsdelen Zuidoost en West adviseren het college te onderzoeken of het wenselijk/nodig is om de regels en daarmee de inpassing van speelautomatenhallen in de fysieke leefomgeving op te nemen in het Omgevingsplan en/of andere documenten die in het kader van de Omgevingswet worden opgesteld.
28
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
Reactie college In de onderhavige verordening wordt verwezen naar het bestemmingsplan. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet (naar verwachting juli 2021) zal het Omgevingsplan de bestaande bestemmingsplannen gaan vervangen. -> wijziging nodig in Verordening (art. 3.5 en 3.6)
4.5 Gevolgen van het overgangsrecht Stadsdeel Zuidoost adviseert het college om te onderzoeken of een uitzonderingsclausule op de overgangsrechtelijke ‘stand still’ periode tot de mogelijkheden behoort om eventuele negatieve gevolgen voor gewenste gebiedsontwikkeling binnen Amsterdam tot een minimum te beperken. Reactie college Zoals ook eerder al aangegeven beschouwt het college een verplaatsing tijdens de overgangsperiode als wezenlijke wijziging van de vergunning. Om tijdens de overgangsperiode toe te werken aan het verminderen van de concentratie van het aantal speelautomatenhallen in de binnenstad, is het instrumentarium van de vastgoedtransformatiestrategie binnen de Aanpak Binnenstad beschikbaar. Hierbij is de gemeente volgend aan de wensen van de ondernemers/pandeigenaren, niet leidend.
4.6 Schadeclaims bestaande exploitanten Stadsdelen Noord en Zuidoost stellen dat in de raadsbrief de situatie wordt geschetst dat de huidige exploitant zelf eigenaar is van het pand waarin de speelautomatenhal is gevestigd. In de meegezonden stukken wordt in het geheel niet ingegaan op mogelijke schadeclaims van bestaande exploitanten die hun vergunning verliezen na de wijziging van het vergunningenstelsel. Stadsdeel Zuidoost adviseert het college om te onderzoeken of het risico op terechte schadeclaims aanwezig is en dit in de stukken tot uiting te brengen. Reactie college De overgangstermijn van 15 jaar vanaf 1 oktober 2018 is bedoeld om de huidige vergunninghouders, die nu een vergunning voor onbepaalde tijd hebben, de mogelijkheid te geven om gedane investeringen terug te verdienen en daardoor het risico op schadeclaims juist zo klein mogelijk te houden.
29
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
4.7 Extern juridisch advies Stadsdelen Noord, West en Zuidoost adviseren het college om bij DJZ of extern juridisch advies in te winnen op de integrale concept-Verordening. Reactie college Het college heeft advies van Pels Rijcken over de integrale concept-Verordening betrokken.
4.8 Technische punten stadsdeel West 1. Artikel 1.1. definities: Het stadsdeel adviseert om hier toe te voegen wat wordt verstaan onder bedrijfsleiders/beheerders en wat het verschil is. Aansluiting bij het in de APV gebruikte term ‘leidinggevende’ is eveneens gewenst. Reactie college Het college heeft de definities aangepast zodat deze aansluiten bij de term leidinggevende in de APV. 2. Artikel 3.1 onder 3: Hier staat verlening voor ten hoogste 15 jaar. Geldt dat alleen voor deze overgangsfase of ook voor verlening na 1 oktober 2033? Het lijkt erop dat door het gebruik van de term ‘ten hoogste’ het nogal arbitrair is voor hoeveel jaar de verlening geldt. Dat zorgt voor onduidelijkheden en verschil in interpretatie voor de toepassing. Hoe moet dit bezien worden met verlengingen, overnames of met het doen van een integriteitsonderzoek vaker dan eens in de 15 jaar? Reactie college: De term ‘ten hoogste’ is uit de tekst verwijderd. 3. Artikel 3.3 onder a: zie punt 1. 4. Artikel 3.4 onder 2: idem. 5. Artikel 3.4 onder 3: Het stadsdeel adviseert om de nieuwe beleidsregel bedrijfsvoering en levensgedrag te incorporeren en aansluiting te zoeken bij deze instrumenten in de APV. 6. Artikel 3.5: Idem (vermelden nieuwe beleidsregel bedrijfsvoering en levensgedrag). 7. Artikel 3.6: Idem (vermelden nieuwe beleidsregel bedrijfsvoering en levensgedrag).
Reactie college De beleidsregel van de burgemeester houdende regels omtrent het levensgedrag en de wijze van bedrijfsvoering op grond van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, worden betrokken bij de vergunningverlening op grond van die APV. Deze beleidsregel kan ook toegepast worden op de vergunningverlening op grond van deze verordening. De beleidsregel zal daarop in een later stadium worden aangepast. 8. Artikel 3.7: zie bij 1.
30
Gemeente Amsterdam
1.0 11 januari 2022
Reactie op inspraak op de concept-verordening Speelautomaten en Speelautomatenhallen dd. 20 april 2021
9. Artikel 3.7: Het stadsdeel adviseert om te verwijzen naar het stappenplan horeca en daarin zo nodig wijzigingen door te voeren. Reactie college Deze bepaling ziet op de aanwezigheid van een leidinggevende die op de vergunning staat. Handhaving van overtredingen van de verordening gebeurt op basis van de Handhavingsstrategie speelgelegenheden en speelautomaten 2018. Deze handhavingsstrategie zal worden aangepast op de nieuwe verordening. 10. Artikel 3.8 onder 1: zie punt 1 11. Artikel 3.8 onder 2: Het stadsdeel adviseert aan het begin van de zin toe te voegen dat dit betrekking heeft op wijzigingen en dat gedurende de behandeling van de wijzigingen exploitatie gecontinueerd kan worden. Wijzigingen doorvoeren van leidinggevenden verloopt via het aanhangsel van de vergunning, dus de vergunning zelf wijzigt niet. Reactie college: Anders dan bij alcoholschenkende bedrijven kent een exploitatievergunning voor een speelautomatenhal geen ‘aanhangsel’ bij de vergunning waarop de leidinggevenden vermeld staan. Bij een wijziging van beheerder of bedrijfsleider wijzigt dus de vergunning zelf wel. 12. Artikel 3.9 onder 2: Wat is zeggenschap? Dit begrip wordt niet gedefinieerd.
Ook is de gehanteerde formulering ‘kan intrekken’ onduidelijk: wat zijn de criteria om de vergunning in te trekken? Wat is de nulmeting in de overgangstermijn? Reactie college: Naar aanleiding van deze andere opmerking is een definitie opgenomen van het begrip ‘zeggenschap’.
31