0. Raadsinformatiebrief-Afdoening toezeggingen (en moties) termijnagenda.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Portefeuillehouder(s): Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 2 april 2026 Verkeer, Vervoer, Luchtkwaliteit, Openbare Ruimte, Groen en Water Melanie van der Horst Verkeer en Openbare Ruimte, bestuurlijke.zaken.vor@amsterdam.nl
Onderwerp
Afdoening toezeggingen en moties portefeuilles MOW
Datum Portefeuille(s)
Geachte leden van de gemeenteraad, Met deze brief informeer ik u in aanloop naar het einde van deze bestuursperiode over de afdoening van diverse toezeggingen en moties binnen de portefeuilles Mobiliteit, Openbare Ruimte, Groen en Water. Ik heb mij ingespannen om zoveel mogelijk toezeggingen en moties af te handelen. In enkele gevallen was afronding binnen deze bestuursperiode niet haalbaar. Hierop zal het college later op een zorgvuldige manier terugkomen. Mobiliteit Onderzoek of het mogelijk is de inzet van nieuwe veren te vervroegen (TA2024-001651) Aan het lid Moeskops (D66) heb ik toegezegd te onderzoeken of het mogelijk is de inzet van nieuwe veren te vervroegen en hoe dit zich verhoudt tot de capaciteit op de ponten. GVB Veren zal dit jaar de bouw van vier uitstootvrije veren opnieuw aanbesteden. De eerdere aanbesteding leverde begin 2023 geen geldige inschrijvingen op. Dit had onder andere te maken met de moeilijke marktomstandigheden, en het feit dat het bouwen van elektrische schepen en laadinfrastructuur specifieke kennis vereist die bij een relatief klein aantal werven beschikbaar is. GVB heeft in de afgelopen periode in nauwe samenwerking met de gemeente gewerkt aan de voorbereiding van een nieuwe, goed bij de markt aansluitende aanbesteding.
Daar wordt momenteel de laatste hand aan gelegd en zodra het kredietbesluit genomen is (Q2-Q3 2026) zal de aanbesteding starten. De scope daarvan is vier nieuwe elektrische veren en de aanleg van laadinfrastructuur voor het IJpleinveer en voor het Buiksloterwegveer. De ramingen laten zien dat er, met name als gevolg van prijsstijgingen in de markt, een aanzienlijk aanvullend krediet nodig is (ten opzichte van het eerdere genomen uitvoerings- en kredietbesluit uit 2022). Er zijn al Europese en rijkssubsidies verkregen. Aanvullend loopt een subsidietraject bij VRA, waarbij VRA voornemens is om een aanzienlijke investeringsbijdrage te leveren. Formele besluitvorming door VRA hierover wordt eind Q1 2026 verwacht. Het proces van aanbesteding en scheepsbouw is gebonden aan veel regelgeving en kan niet sneller worden doorlopen. We nemen de nieuwe ponten tussen 2029 en 2031 één voor één in gebruik. Ze worden ingezet op de verbindingen CS - Buiksloterweg en CS - IJplein zodat deze verbindingen volledig uitstootvrij kunnen varen. Op beide verbindingen zal hoogfrequent, met drie ponten per verbinding, worden gevaren. Hiervoor worden ook bestaande diesel-hybride schepen omgebouwd naar een volledig uitstootvrije aandrijving. Alle nieuwe schepen vormen een uitbreiding van de capaciteit en geen vervanging van bestaande schepen. Met de extra schepen verhogen we niet alleen de
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
2 april 2026 Pagina 2 van 12
vaarfrequentie op het IJpleinveer. Ook de frequentie op een aantal andere verbindingen wordt verhoogd en er ontstaat ruimte voor het verduurzamen van de bestaande vloot. Bij de aanbesteding voor vier nieuwe schepen worden opties voor bouw van meer schepen aan het contract toegevoegd. Dat biedt de mogelijkheid om in de komende tien jaar nog 11 opties te lichten voor de bouw van nieuwe elektrische schepen. Aan deze opties zijn geen (financiële) verplichtingen verbonden. Een deel van de opties zal benodigd zijn om verouderde dieselschepen te vervangen voor nieuwe elektrische schepen. Een ander deel is voorzien voor uitbreiding van de totale overzetcapaciteit. In de periode tot instroom van de nieuwe veren blijft de reizigersgroei doorzetten. We nemen verschillende maatregelen om de capaciteit van de vloot op peil te houden. Zo zijn in de periode 2023-2025 drie verouderde schepen van het type 50 gerenoveerd. Deze schepen varen op diesel en zouden oorspronkelijk rond 2025 uit de vaart genomen worden. Maar als gevolg van de vertraagde instroom van de nieuwe veren en als gevolg van netcongestie zagen we ons genoodzaakt om de schepen in ieder geval tot circa 2033-2035 inzetbaar te houden. Daarnaast kijken we naar tijdelijke alternatieven om het aantal ponten op drukke verbindingen al op korte termijn uit te breiden, zoals het huren van externe ponten.
Op dit moment wordt hiervoor een concrete optie uitgewerkt. Vasthoudsystemen veerponten (TA2025-001542) Ik heb in de raadsvergadering van november 2025 toegezegd aan het lid Bakker (PvdD) om nog een keer te kijken naar vasthoudsystemen voor de veerponten. Een vasthoudsysteem (ook bekend als ‘automooring') is een systeem dat de pont tijdens het laden en lossen van reizigers op zijn plek houdt, zodat weinig of geen brandstof nodig is. Dit kan op verschillende manieren, zowel elektronisch als mechanisch. Om tot een goede analyse van brandstof besparende maatregelen te komen, is de gemeente – in samenwerking met GVB Veren - gestart met de volgende stappen: • Quick Scan: Een eerste verkenning van beschikbare vasthoudsystemen en -technologieën op de markt gericht op het verminderen van brandstof- (en op termijn elektra) verspilling bij de ponten, die geschikt zijn voor de specifieke situatie van de Amsterdamse veren. • Ontwikkelplan: Een omvangrijker plan gericht op het structureel terugbrengen van het brandstofverbruik en de CO2-uitstoot van de veerponten in de komende circa 10 jaar tot aan elektrificatie. Naar verwachting wordt de raad eind 2026 geïnformeerd over het ontwikkelplan. De uitkomst van de Quick Scan nemen we hierin mee.
Update over de taxibranche (TA2024-000400); Instellen keurgroep van LHBTIQ+ vriendelijke taxi’s (TA2024-001130) In de commissie van 18 april 2024 is toegezegd aan het lid Moeskops (D66) u nader te informeren over de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van het rapport Discriminatievrije Taximarkt. In de commissie van 3 oktober 2024 is daarnaast toegezegd aan lid Hofland (D66) te verkennen of er een keurgroep van LHBTIQ+ vriendelijke taxi’s kan worden ingesteld met chauffeurs die het goede voorbeeld geven. Het college vindt het van groot belang dat iedereen zich veilig voelt en zichzelf kan zijn in een taxi. Voor discriminatie is geen plaats. Daarom zijn er, mede naar aanleiding van het rapport Discriminatievrije Taximarkt, samen met de taxibranche en andere organisaties verschillende maatregelen genomen om meldbereidheid en bewustwording te vergroten en veilige taxiritten te bevorderen. Zo is rond Queer en Pride de campagne ‘Meld je rit’ ingezet, zijn kleinschalige
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
2 april 2026 Pagina 3 van 12
initiatieven ondersteund voor veilig taxivervoer voor queer-vrouwen, is samen met branche en LHBTIQ+ gemeenschap een Vrijheidsmaaltijd georganiseerd en is tijdens Queer en Pride een tijdelijke (pop-up) taxistandplaats ingericht nabij de Reguliersdwarsstraat. Daarnaast zetten individuele taxiorganisaties chauffeurs gericht in voor ritten van LHBTIQ+ gemeenschap. Iedere taxichauffeur zou vanzelfsprekend LHBTQI+ vriendelijk moeten zijn. De verkenning tot het instellen van een formele keurgroep van taxichauffeurs heeft uitgewezen dat dit op dit moment niet uitvoerbaar is. De Amsterdamse taximarkt kent een groot aandeel zelfstandig werkende chauffeurs (zzp), vaak actief voor een TTO (Toegelaten Taxi Organisatie) en/of een platform(s), waardoor een duidelijke werkgeversrelatie ontbreekt. Ook spelen juridische en uitvoeringsvraagstukken rondom vergunningen, aansprakelijkheid en verzekeringen. Het college blijft zich inzetten voor het verbeteren van de veiligheid en inclusie in de taxi. In de Amsterdamse Taxi Aanpak 2025 is anti-discriminatie structureel verankerd. Daarbij wordt ingezet op gerichte campagnes over het melden van discriminatie in de taxi, meer samenwerking tussen de LHBTIQ+ gemeenschap en de taxibranche, en het verkennen van aanvullende maatregelen die de veiligheid verbeteren, waaronder opstapplekken die dichter bij uitgaanslocaties gelegen zijn.
Deelvervoer voor gezinnen (TA2025-001456, TA2026-000094) In de commissie van 30 oktober 2025 heb ik aan het lid Wijnants (VVD) de toezegging gedaan om na te denken over het makkelijker maken voor gezinnen om van deelvervoer gebruik te kunnen maken. In de raadsvergadering van 21 januari 2026 heb ik toegezegd aan het lid Havelaar (CDA) met aanbieders van deelvervoer in gesprek te gaan over het beschikbaar stellen van (adapters voor) babystoeltjes. Bij deelvervoer lijken deelbakfietsen en deelauto’s het meest voor de hand te liggen als je het over een verplaatsing met je gezin hebt. Ten aanzien van de deelbakfiets is in de raadsinformatiebrief d.d. 6 november 2025 onder meer aangegeven dat een nieuw deelbakfietssysteem wordt uitgewerkt, als mogelijk vervolg op de op 16 juni 2026 aflopende vergunning voor deelbakfietsen. Hierover wordt u geïnformeerd met een raadsinformatiebrief in het tweede kwartaal van 2026. We zijn in gesprek met (potentiële) deelbakfietsaanbieders en onderzoeken wat de voor- en nadelen zijn van het (verplicht) beschikbaar stellen van adapters voor babystoeltjes. De resultaten hiervan worden in de raadsinformatiebrief opgenomen. Voor de deelauto geldt dat bij het evalueren en eventueel aanpassen van het huidige beleid ook bekeken zal worden op welke manier er meer voor gezinnen gedaan kan worden. De start van de evaluatie staat gepland in 2026.
In dat kader zullen we ook in gesprek gaan met deelautoaanbieders over het onderwerp (adapters voor) babystoeltjes/kinderzitjes. Kids Vrij nog beter onder de aandacht brengen bij basisscholen (TA2026-000031) Ik heb aan het lid Asruf (PvdA) toegezegd te bekijken of basisscholen aangeschreven kunnen worden om 'Kids Vrij' nog beter onder de aandacht te brengen. In november 2025 is: • Kids Vrij uitgelicht in de gemeentelijke nieuwsbrief Onderwijs. Die wordt verstuurd naar leerkrachten en onderwijsmedewerkers in het primair en voortgezet onderwijs. • Kids Vrij prominent opgenomen in de wintereditie van de Stadspasfolder met bijbehorende campagne. Komend voorjaar wordt de actie rechtstreeks onder de aandacht gebracht bij alle schoolbesturen. We lichten de actie toe en versturen nogmaals de poster, zodat zij die kunnen ophangen op alle scholen. Omdat we Kids Vrij zo toegankelijk mogelijk willen maken voor alle Amsterdamse gezinnen, wordt het bovendien mogelijk om de aanvraag ook fysiek te doen bij de Stadsloketten.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
2 april 2026 Pagina 4 van 12
Dit als alternatief op de aanmelding per DigiD. Zodra we dit komende maand hebben ingericht, communiceren wij dat direct naar de scholen, en via al onze kanalen. Onderzoek mogelijkheden voor requested stops op de nachtbussen (TA2026-000030) Aan het lid Moeskops (D66) heb ik toegezegd onderzoek te doen naar de mogelijkheden voor ‘requested stops’ op de nachtbussen. Een ‘requested stop’ is een situatie waarin een reiziger de bus kan uitstappen op een willekeurige plek langs de route van de bus, dus niet alleen op de bushalte. Deze mogelijkheid is ambtelijk besproken met de Vervoerregio en GVB. Zij geven aan dat in de huidige wijze waarop het nachtnet ingericht is (vaste lijnen met een vaste dienstregeling en vaste haltes, grote gelede bussen, etc.) requested stops waarschijnlijk ongeschikt zijn. Er zijn hiervoor een aantal praktische redenen: • De toegankelijkheid en veiligheid van deze oplossing is het grootste aandachtpunt. De bus zou dan halteren op plekken die daar niet voor ingericht zijn. De vloerhoogte van een bus is ongeveer 30 cm – dat is een grote stap tot straatniveau om te maken. Het struikelgevaar blijft groot. In het donker, of voor reizigers onder invloed van alcohol, zouden er onveilige situaties kunnen ontstaan. Ook is het niet geschikt voor reizigers met een beperking. • Reizigers kunnen soms moeilijk veilig de stoep bereiken.
Bijvoorbeeld als ze nog een rijbaan moeten oversteken. In sommige gebieden, zoals in Zuidoost, Noord en NieuwWest, is de rijbaan gescheiden van de stoep door een groenstrook of op een verhoogde dreef - reizigers moeten dan ook door deze groenstrook lopen. • Er kan discussie ontstaan tussen reizigers en de buschauffeur over de uitstapplek. De chauffeur moet zelf bepalen wat een veilige plek is om reizigers te laten uitstappen. Reizigers kunnen het daar niet mee eens zijn, wat tot vervelende gesprekken kan leiden. Ook kan elke chauffeur een andere keuze maken, wat oneerlijk kan voelen. GVB geeft aan graag mee te denken over een systeem voor nachtbussen. Met een alternatief systeem (bijvoorbeeld met kleine voertuigen, of vormen van flex-vervoer) is zo’n oplossing makkelijker te organiseren. De uitstap van de bus naar de stoep is dan lager, en een klein busje kan ook dichter bij de woningen in een woonstraat komen. Deze ideeën onderzoeken we samen met GVB en de Vervoerregio. Het Nachtnet OV zal een belangrijk thema worden in de ambtelijke gesprekken met Vervoerregio en GVB, het is één van de focuspunten in de nieuwe concessie waar GVB deze concessieperiode verdere stappen op moet zetten. De gemeente zal zich komend jaar inzetten om op dit thema stappen te zetten, als onderdeel van het concept Ontwikkelplan 2028-2031 van GVB.
U wordt hierover in uw rol als Adviescommissie Amsterdam begin volgend jaar geconsulteerd. Uiteindelijk is het aan de Vervoerregio Amsterdam (concessiebeheerder) om vervolgstappen te nemen. In onze adviserende rol hebben wij bij de consultatie van het Jaarplan Vervoer 2026 de loopafstanden in Zuidoost verkleind, door een nieuwe lijnvoering te voorstellen. Hierdoor lopen de reizigers van buslijnen N85 en N87 minder ver. In de komende jaren zullen wij via het afgesproken adviesproces ons blijven inzetten voor kortere loopafstanden in het nachtnet. Wij waarderen de suggesties van de raad hiervoor, en nodigen raadsleden uit om hierover te blijven meedenken, om zo samen de sociale veiligheid in openbaar vervoer (dag en nacht) te verbeteren.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
2 april 2026 Pagina 5 van 12
Schoonhouden station Lelylaan extra onder de aandacht brengen bij Pro Rail/NS (TA2026-000032) Bij bespreking van de Voortgangsrapportage van project Vernieuwing Station Amsterdam Lelylaan heb ik toegezegd aan het lid Asruf (PvdA) om het schoonhouden van station Lelylaan extra onder de aandacht te brengen bij ProRail/NS en GVB. Ik heb hierover contact gehad met deze partijen. Het GVB laat weten dat zij twee keer per maand de tramrails reinigen, en voor april een extra ronde zullen inplannen naar aanleiding van mijn verzoek. Wel geven zij aan dat vaker extra reinigen ten koste zal gaan van andere locaties of tot structureel budgetoverschrijdingen zal leiden. ProRail/NS geeft aan geen budget te hebben om extra schoon te maken. Bij grotere beleidswijzigingen/maatregelen gebruik afwegingskader (TA2025-001457) Aan het lid Havelaar (CDA) heb ik toegezegd om bij grotere wijzigingen die worden gedaan in het beleid en maatregelen die getroffen worden terug te komen op hoe het afwegingskader doelgroepen autoverkeer is gebruikt. Het afwegingskader is actief toegepast bij de situatie van de verkeersfilters op de Sloterweg (zie hieronder). Ook wordt het op dit moment toegepast bij de ambtelijke voorbereiding van verschillende trajecten, zoals de aanpassing van het beleid voor RVV-ontheffingen. Dit zijn ontheffingen voor bijvoorbeeld kort stilstaan op de stoep.
Dit beleid komt naar verwachting in het tweede deel van 2026 naar de gemeenteraad. In gesprek gaan over de ervaren problemen met het verkeersfilters Sloterweg (TA2026-000137) Naar aanleiding van een vraag van lid Havelaar (CDA) over de wijkverpleging in Sloten en Nieuw Sloten heb ik toegezegd om in gesprek te gaan over de ervaren problemen met de verkeersfilters. In een eerder stadium is reeds contact geweest met wijkverpleging- en thuiszorgorganisaties over de wens voor een ontheffing. Toen is de afweging gemaakt dat deze groep als geheel niet in aanmerking komt voor een ontheffing. We hebben deze categorie nogmaals getoetst aan het onlangs vastgestelde Afwegingskader Doelgroepen Autoverkeer. De wijkverpleging valt echter niet onder één van de zes criteria om doelgroepen te helpen met hun automobiliteit. Het betreft (1) geen vitale functie waarvoor de auto noodzakelijk is, (2) het gaat niet om personeelstekorten die zijn ontstaan of worden verergerd door de verkeersfilters Sloterweg en Laan van Vlaanderen, (3) er is geen expliciete kwetsbaarheid, (4) de doelgroep is geen specifieke doelgroep waarvoor het vanuit veiligheid nodig is met de auto verplaatst te worden, (5) er is geen sprake van ruimtebesparende voertuigen en (6) een coulance/overgangsregeling is niet nodig, aangezien alle bestemmingen (ook zonder ontheffing) altijd bereikbaar zijn.
Er kunnen uiteraard individuele gevallen zijn waarvoor mogelijk iets anders geldt, maar die moeten dan individueel worden beoordeeld en kunnen dan eventueel op grond van hardheid in aanmerking komen voor een ontheffing. Motie 481 accent - Oefenlocatie voor motorrijlessen in Amsterdam (TA2025-001522) In de raad van 12-13 november 2025 heeft uw raad bij het vaststellen van de Begroting 2026, motie 481 accent van het lid Khan (DENK) aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd om: • In gesprek te gaan met de Vereniging Voor Rijscholen en Instructeurs (VVRI) om een beter beeld te krijgen van de huidige knelpunten en mogelijke veiligheidsrisico’s bij motorrijlessen in Amsterdam; • De VVRI te betrekken bij het verkennen van mogelijkheden; • De raad vóór de Voorjaarsnota 2026 te informeren over de uitkomsten van dit overleg en eventuele vervolgstappen. Op 11 februari 2026 is er ambtelijk gesproken met een bestuurslid van de VVRI. De VVRI geeft aan dat motorrijscholen een tekort aan ruimte ervaren om speciale verrichtingen uit te voeren. Dit
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
2 april 2026 Pagina 6 van 12
wordt nu veelal gedaan op openbare (parkeer)terreinen maar rijscholen worden dan vaak aangesproken door de politie. Ook geeft de VVRI aan dat niet alle openbare terreinen gebruikt kunnen worden. Bijvoorbeeld parkeerterreinen bij sportvelden komen vrijwel altijd te vervallen als geschikt alternatief, omdat in de praktijk rijscholen van het terrein worden verwijderd op het moment dat er wedstrijden of trainingen plaatsvinden. Hierdoor ontbreekt de noodzakelijke continuïteit en rechtszekerheid voor structureel gebruik van dergelijke locatie als oefenterrein. Net als andere bedrijven mogen rijscholen niet zomaar pionnen of andere voorwerpen op de openbare weg plaatsen voor oefeningen. Ook het afzetten van een terrein wat als openbare weg wordt aangemerkt is niet toegestaan. Afgesloten terreinen waar geen hinder is voor overig verkeer hebben voor de VRRI de voorkeur. Tijdens het gesprek kwamen twee mogelijke opties naar voren die verder uitgezocht kunnen worden omdat deze voldoen aan de ruimte die nodig is voor speciale verrichtingen, te weten: • Parkeerterrein P20 RAI gelegen aan de Heining; • P+R-terrein bij de Piet Heintunnel op Zeeburgereiland. De gemeente vindt het een goed idee om parkeerplekken multifunctioneel te gebruiken, zeker privéterreinen omdat op dit soort terreinen art.
51 van de Wegenverkeerswet niet op gaat, gezien het geen openbaar terrein/weg is en dus ook kan worden afgesloten. De gemeente heeft geen specifiek beleid voor motorrijscholen, maar stimuleert wel bedrijvigheid, vooral door samenwerking. Als de rijscholen samenwerken kunnen ze zorgen voor een eigen gezamenlijk terrein, of dit huren van een bedrijf. Het college zal de VVRI in contact brengen met de eigenaren. Daarna is de VVRI aan zet, omdat het regelen van terreinen voor commerciële bedrijven niet tot de taken van de gemeente behoort. Update Programma Sprong over het IJ en project Oostbrug Over project Oostbrug bent u recent geïnformeerd bij de vrijgave van de concept Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD), voor inspraak. In de NRD wordt bepaald welke varianten er daarna worden onderzocht in het Omgevingseffectrapport (OER). Er hebben inmiddels informatieavonden over de NRD plaatsgevonden in de stadsdelen Noord en Oost om belanghebbenden te informeren over de inspraakprocedure. Het OER is, evenals de NRD, onderdeel van de juridisch-planologische procedure voor de Oostbrug. Daarin worden de omgevingseffecten van het voorkeursontwerp voor de Oostbrug in beeld gebracht. Het OER dient als onderbouwing bij de benodigde wijziging van het Omgevingsplan.
Zoals al gemeld is in de laatste Voortgangsrapportage Sprong/Oostbrug (in het kader van de Regeling Grote Projecten (RGP) wordt hard gewerkt aan de voorbereiding van het Definitiebesluit Oostbrug. Daarvoor worden vele onderzoeken gedaan, onder andere naar de benodigde functionaliteit, gebruikswaarde en technische haalbaarheid van de Oostbrug en naar de kosten en planning. Bij het ontwikkelen van het referentie-ontwerp voor de Oostbrug spelen meerdere complexiteiten. Zo blijkt de bodemgesteldheid door de aanwezigheid van de oergeul te leiden tot de noodzaak van zware funderingsoplossingen en kostbare aanvaarbeschermingsconstructies. Er ligt inmiddels een concept-referentieontwerp dat haalbaar lijkt, maar naar verwachting nog wel kan worden geoptimaliseerd. Streven is om de volgende Voortgangsrapportage Sprong/Oostbrug aan de Raad te versturen rondom het moment van vrijgave van de concept-Definitienota voor inspraak, in de 1 Artikel 5 Wegenverkeerswet: Het is een ieder verboden zich zodanig te gedragen dat gevaar op de weg wordt
veroorzaakt of kan worden veroorzaakt of dat het verkeer op de weg wordt gehinderd of kan worden gehinderd.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
2 april 2026 Pagina 7 van 12
tweede helft van 2026. In 2027 wordt het Definitiebesluit Oostbrug voor besluitvorming voorgelegd aan de Gemeenteraad. Programma Sprong over het IJ: Op termijn is er behoefte aan 20 extra ligplaatsen voor binnenvaartschepen (max. 135 m lengte). In het advies van de commissie D’Hooghe is opgenomen dat nader onderzocht moest worden of deze extra ligplaatsen bij de Oostbrug gerealiseerd kunnen worden. Omdat het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat/Rijkswaterstaat grote waarde hecht aan het realiseren van het volledige pakket aan maatregelen uit het advies Genereus Verbonden om oeververbindingen over het IJ te realiseren is het, ook in verband met het realiseren van de Oostbrug, van groot belang dat deze 20 extra ligplaatsen gerealiseerd worden. Uit het nadere onderzoek blijkt nu dat het volledige aantal niet bij de Oostbrug gerealiseerd kan worden. Daarom is met het Havenbedrijf en RWS gekeken naar alternatieve kansrijke locaties. Het betreft de volgende locaties: de Nieuwe Houthaven, Mercuriushaven, Coenhaven, de De Ruijterkade Oost en Durgerdammerbaai. In de komende periode zal de haalbaarheid hiervan verder onderzocht worden. Afspraken over de ontwikkeling van de benodigde ligplaatsen worden vastgelegd in een overeenkomst met het Rijk. Verder wordt de omvang van de recreatievaart op het IJ en in het Amsterdam-Rijnkanaal onderzocht in relatie tot de nautische veiligheid.
Over de ontwikkelingen rond de zee cruises en de kabelbaan over het IJ bent u recent geïnformeerd.
Openbare Ruimte en Groen Recreatie langs het water meenemen in langetermijnstrategie (TA2024-000981) Naar aanleiding van een vraag van het lid Norbruis (D66) heb ik u toegezegd om mogelijkheden voor verkoeling en voldoende ruimte voor recreatie in en langs het water mee te nemen in het lange termijnperspectief voor Amsterdam als toekomstbestendige waterstad. Het (ruimtelijke) langetermijnperspectief is nog in ontwikkeling. In een eerste verkenning van drie ‘ruimtelijke perspectieven voor Amsterdam Waterstad 2100+’, is de betekenis van het water als openbare ruimte (in een verdichtende stad die vaker te maken krijgt met hitte), nadrukkelijk meegenomen. De perspectieven benoemen kansen zoals: • Het inzetten van bestaande groenblauwe netwerken in de stad, zoals de scheggen en hoofdgroenstructuren, voor piekwaterberging en recreatiedoeleinden. • Het transformeren van landelijk gebied met meer ruimte voor water, natuur én recreatie. • Het formuleren van de ambitie dat iedere Amsterdammer in 3 minuten aan een waterkant moet kunnen zijn. • De benadering dat we, in plaats van de wateropgaven zoveel mogelijk met techniek en ondergrondse infrastructuur op te lossen, de wateropgaven ook kunnen inzetten als katalysator voor het vergroten van ruimtelijke kwaliteit en recreatiemogelijkheden.
Inzicht geven in gehele asset straatmeubilair (TA2024-001652) Bij de bespreking van het Rekenkamerrapport ‘Sport- en speelplekken in de openbare ruimte' heb ik toegezegd aan het lid Van Schagen (D66) inzicht te geven in de normkosten voor de gehele asset straatmeubilair (€ 19,5 mln.) en welk deel daarvan voor sport- en speeltoestellen bestemd is. Vanwege aanbestedingsgevoelige informatie is het niet wenselijk deze gedetailleerde financiële informatie standaard te delen. Jaarlijks worden normkosten berekeningen uitgevoerd (zie raadsbrief van 14 december 2021 over de normkosten systematiek). Zo ook voor de sport en
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
2 april 2026 Pagina 8 van 12
speeltoestellen als onderdeel van het geheel ‘Straatmeubilair en Spelen’. We zullen deze informatie vertrouwelijk met de raad delen. In gesprek blijven met over voortgang en adviezen burgerberaad Groene Stad (TA2026-000029) Tijdens de commissie van 8 januari heb ik toegezegd aan het lid De Jager (D66) met de monitoringsgroep in gesprek te blijven over de voortgang en met hen af te stemmen wie de deelnemers van een terugkoppeling gaat voorzien. De gemeente komt in 2026 en voorjaar 2027 in ieder geval vier keer bij elkaar met de monitorgroep. De monitorgroep wordt dan geïnformeerd, kan vragen stellen over én reageren op wat zij vinden van de voortgang van de adviezen. De monitorgroep kan hiernaast zelf nog vaker bij elkaar komen als ze dit willen. Een extern expert ondersteunt hierbij. We hebben met de monitorgroep besproken ex deelnemers na elke bijeenkomst te informeren via een mail van de gemeente met input van de aanwezigen. Naar aanleiding van een vraag van het lid Vos (PvdD) heb ik toegezegd dat we met de monitorgroep in gesprek gaan over of en hoe zij de raad willen updaten over wat zij van de voortgang van de adviezen vinden. Het is aan de monitorgroep om al dan niet in te gaan op het verzoek van terugkoppelen aan de raad. Zij zijn geïnformeerd over de verschillende mogelijkheden om de raad te informeren, het is aan hen hoe zij hier gebruik van maken.
De extern expert helpt de monitorgroep hierbij. Zo voorkomen we dat de update (onbedoeld) gekleurd wordt door gemeente en zorgen we voor een evenwichtig proces. Uitzoeken waarom er geen storting is gedaan in het herplantfonds (TA2026-000136) Naar aanleiding van een vraag lid Veenhoff (GL) met betrekking tot een schriftelijke insprekersbijdrage over de kap en geen herplant van bomen langs de Haarlemmertrekvaart heb ik toegezegd uit te zoeken waarom er geen storting is gedaan in het Herplantfonds. Zoals in de commissie reeds aangegeven ging het om zaailingen. Dat betekent dat deze bomen niet door ons zijn geplant. Het gaat om ongewenste boomvormers die onbedoeld zijn uitgegroeid door achterstallig onderhoud en daarmee onder de Bomenverordening 2014 vielen. Herplant was niet aan de orde omdat het om een ecologisch beheerde oever gaat en we juist de oever in oorspronkelijke staat wilde terugbrengen. Storting in het herplantfonds was ook niet aan de orde gelet op het advies van de bomenadviseur. Er zijn geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies. Het advies is begrijpelijk gezien de gevelde zaailingen geen bijzondere waarde vertegenwoordigen en aannemelijk is dat de monetaire boomwaarde heel beperkt zou zijn.
Optimalisatie ambtelijke organisatie Groen-keten In het coalitieakkoord ‘Amsterdams Akkoord’ is opgenomen dat Groen binnen de gemeentelijke organisatie minder versnipperd georganiseerd moet worden. Hiertoe zijn verbeteringen uitgewerkt. De optimalisatie legt de focus op de uitvoering (van Groen-projecten). De optimalisatie zorgt voor duidelijkheid over de rolverdeling, samenhang tussen werkzaamheden en producten, regie en sturing op keten als geheel, helderheid over ambities en duidelijkheid over financiën. Kernpunten zijn dat we gaan werken als één samenhangende keten, met één opgaveregisseur waarbij directeuren op onderdelen verantwoordelijk zijn. Daarnaast worden het budgetbeheer en
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
2 april 2026 Pagina 9 van 12
het werk rondom beleidsrealisatie ondergebracht bij de directie V&OR en wordt één gezamenlijk productenportfolio Groen vastgesteld. De implementatie van de optimalisaties start naar verwachting in het voorjaar van 2026. Opgedane kennis borgen bij het programma Bruggen en Kademuren (TA2026-000033) Aan het lid Van Munster (GL) heb ik toegezegd bij de volgende voortgangsrapportage van het programma Bruggen en Kademuren extra aandacht te geven aan hoe de opgedane kennis en verzamelde data voor de toekomst geborgd worden. Twee keer per jaar wordt de raad geïnformeerd over de voortgang van het herstel van bruggen en kademuren, één keer met een korte brief en één keer met een uitgebreide rapportage. Informatie is reeds een vaste rubriek in de rapportage, dit zal de komende jaren niet anders zijn. De eerstvolgende rapportage verschijnt in de tweede helft van 2026, dan zal extra aandacht aan informatiebeheer besteed worden. Staalslakken bij kinderspeelplaatsen in Fluisterbos en Erasmuspark (TA2025-001425) Ik heb u toegezegd om in het Fluisterbos en het Erasmuspark te checken of er staalslakken zijn aangetroffen bij kinderspeelplaatsen. Mocht dat het geval zijn dan moet het daar conform de lijn van de GGD en de Omgevingsdienst meteen weg. Uit ons onderzoek blijkt dat dit niet het geval is.
Hoewel staalslakken een erkende bouwstof zijn waarvoor geen registratieplicht geldt, weten we wel bij welke constructies ze gebruikt kunnen worden. Daarom hebben we gekeken welke constructies binnen 5 meter van de speelplaatsen aanwezig zijn en dit ter plekke gecontroleerd. Op basis hiervan concluderen we dat er geen staalslakken zijn gebruikt bij de speelplaatsen. Motie 382.25 Uitvoering staalslakkenverbod (TA2025-001393) In de raadsvergadering van 8 en 9 oktober 2025 heeft uw raad bij behandeling van het agendapunt ‘Kennisnemen van de afdoening toezeggingen m.b.t. PFAS vervuiling in het water van het Amsterdamse Bos en gebruik van staalslakken’ motie 382.25 van de leden van Munster (GroenLinks), Aslami (D66) en Minderhoud (PvdA) aangenomen. Daarin wordt het college gevraagd om: de raad te informeren hoe het college om zal gaan met het landelijk ingevoerde verbod rondom renovaties van wegen waar een fundering van staalslakken is gebruikt. De situatie rondom staalslakken is complex. De Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (verder Omgevingsdienst) is de regionale trekker en nauw betrokken bij de landelijke ontwikkelingen. In de raadsinformatiebrief van 8 april 2025 is uitgebreid ingegaan op eerdere vragen over staalslakken in Amsterdam. Lokale meldplicht: Sinds 1 januari 2024 geldt lokaal een meldplicht via het omgevingsplan voor producten met meer dan 20% staalslak.
Landelijk wordt deze meldplicht in het tweede kwartaal van 2026 opgenomen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) als uitbreiding van de informatieplicht in artikel 4.1258. Zonder meldplicht heeft de overheid onvoldoende middelen om toepassingen te monitoren en te sturen op verantwoord gebruik. Tijdelijke regeling verbod en vergunningplicht: Op 23 juli 2025 is de Tijdelijk regeling verbod en vergunningplicht ingegaan. Deze regeling geldt voor producten die meer dan 20% staalslakken bevatten, maar verbiedt niet het gebruik van staalslakken in een laagdikte van minder dan 0,5 meter.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
2 april 2026 Pagina 10 van 12
Er is ook geen verbod op het hergebruiken van staalslakken bij een renovatieproject. In beide situaties is echter een vergunning vereist. Deze vergunningplicht heeft voorrang op de meldplicht in het omgevingsplan. Sinds de inwerkingtreding van deze regeling is in Amsterdam geen vergunning aangevraagd voor het toepassen of hergebruiken van staalslakken. Ook is er geen ontheffing van het verbod of de vergunningplicht aangevraagd. Het is inmiddels duidelijk dat de tijdelijke regeling voor het verbod en de vergunningplicht met minimaal een half jaar wordt verlengd, tot medio 2027. In de tussentijd werkt het RIVM, in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur & Milieu, aan de onderbouwing van landelijk geldende regels. Zolang er nog geen duidelijkheid is over de precieze invulling van deze regels, is het niet verstandig om per gemeente aparte aanvullende regels vast te stellen. Tot die tijd biedt de tijdelijke regeling voor het verbod en de vergunningplicht voldoende bescherming om nieuwe toepassingen te voorkomen. Intussen werkt de Omgevingsdienst aan een toetsingskader voor eventuele vergunningsaanvragen. Renovaties van wegen: Producten met maximaal 20% staalslakken, zoals hydraulisch menggranulaat dat veel wordt gebruikt als stabiele laag in wegconstructies, vallen niet onder de tijdelijke regeling voor het verbod en de vergunningplicht, en ook niet onder de meldplicht.
Bij wegrenovaties worden deze producten, waar mogelijk, binnen hetzelfde wegvak hergebruikt. We hebben met de Omgevingsdienst besproken hoe staalslakken bij wegrenovaties uit de keten kunnen worden gehaald. Als staalslakken tijdelijk worden verwijderd en op dezelfde plek worden hergebruikt, geldt er geen onderzoek plicht voor bouwstoffen. Bovendien zijn staalslakken niet altijd visueel herkenbaar, en het is lastig te bepalen of het aandeel staalslakken boven of onder de toegestane 20% staalslakbijmenging ligt. In afwachting van landelijke richtlijnen (medio 2027) is afgesproken hier pragmatisch mee om te gaan. Als visueel duidelijk is dat het om staalslakken gaat (meer dan 20%), wordt het materiaal niet teruggeplaatst. Als er sprake is van tijdelijke uitname eist de Omgevingsdienst geen analytisch onderzoek. Voor hergebruik in een andere weg wordt wel altijd onderzocht of de bouwstof opnieuw mag worden toegepast. Amsterdam plaatst bij werkzaamheden al langere tijd geen funderingen met herkenbare staalslaklagen terug, ook al vóór het verbod. Dit is vooral praktisch: de staalslaklagen zijn te verkit om opnieuw te gebruiken. Bij renovaties en herinrichtingen worden vrijkomende staalslaklagen afgevoerd naar een erkende verwerker, volgens de geldende wet- en regelgeving.
Water (excl. Varen) Progressiever verbruikstarief drinkwater (TA2025-001668) Tijdens de raadsvergadering van 10 december 2026 heb ik toegezegd de mogelijkheden van een progressief verbruikstarief voor drinkwater te onderzoeken. Een progressief verbruikstarief voor drinkwater wordt nergens in Nederland toegepast. Het bestaande wettelijk kader sluit een progressief verbruikstarief niet uit, maar kent beperkte ruimte voor progressiviteit en tevens een tweetal belangrijke kanttekeningen: 1. In de huidige situatie worden grootverbruikers al geconfronteerd met een stapeling van kostenstijgingen voor drinkwater, een progressief verbruikstarief komt daar bovenop. Dit
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
2 april 2026 Pagina 11 van 12
heeft niet alleen een negatieve invloed op het investeringsklimaat in Amsterdam, maar raakt ook andere gemeenten in het verzorgingsgebied van Waternet. 2. De praktische gevolgen van een progressief verbruikstarief zijn aanzienlijk: 1. Het benadeelt grote gezinnen. 2. Grootverbruikers kunnen de progressiviteit omzeilen met juridische entiteiten. 3. Het niet doorgeven van meterstanden of disfunctioneren van een watermeter leidt mogelijk tot grotere ongewenste effecten op de hoogte van de drinkwaterrekening. 4. De implementatie van noodzakelijke drinkwaterfacturatie processen is kostbaar en tijdrovend. 5. Implementatie van dergelijke tarieven vraagt veel van het drinkwaterbedrijf in transitie. De vraag naar progressiviteit in de tarieven is begrijpelijk vanuit de gedachten dat drinkwater voor iedereen betaalbaar moet blijven en dat we zorgvuldig om moeten gaan met dit schaarse goed. U kunt hieronder lezen wat er vanuit die gedachten allemaal wordt gedaan op het gebied van drinkwaterbesparing. PFAS in drinkwater en drinkwaterbesparing (TA2025-001669) Tijdens de raadsvergadering van 10 december 2025 heb ik toegezegd om meer inzicht te geven in onze inzet op het gebied van drinkwaterbesparing en in de lobby tegen het lozen van PFAS.
Onze inzet op het gebied van drinkwaterbesparing kent drie delen in lijn met de landelijke ambities uit het Nationaal plan van aanpak drinkwaterbesparing. 1. De praktische interventies gericht op klanten het verzorgingsgebied van Waternet: • Actieve communicatie over mogelijkheden tot waterbesparing, bv. de besparingstips op de website. • Plaatsen van slimme watermeters bij zakelijke grootgebruikers. • Waar mogelijk leveren van industriewater in plaats van drinkwater aan grootzakelijke klanten, waarbij een verhoogd tarief wordt voorbereid. • Uitvoeren van onderzoek naar de effectiviteit van maatregelen tot drinkwaterbesparing met onder andere onderzoeksinstituut KWR. 2. De inzet van de gemeente Amsterdam om in samenwerking met Waternet, op basis van de afgeronde verkenning, te komen tot een plan van aanpak gericht op het stimuleren van gedragsverandering en bijbehorende maatregelen bij Amsterdammers en organisaties binnen de gemeente. 3. Het vergroten van de inspanning van de gemeentelijke organisatie zelf. Hiervoor is de eerste inventarisatie afgerond, waarbij nu wordt verkend welke maatregelen er genomen kunnen worden op het gemeentelijk vastgoed en in de openbare ruimte. De lobby tegen het lozen van PFAS doen we in samenwerking met de VEWIN en RIWA-Rijn. Beide organisaties richten zich op maximale bescherming van drinkwaterbronnen tegen o.a.
PFASverontreiniging, het verankeren van bronbescherming als leidend uitgangspunt in nationaal en Europees beleid, en het tot stand brengen van juridisch afdwingbare en geharmoniseerde PFASnormen. Daarnaast wordt ook ingezet op aanpak bij de bron bestaande uit substantiële vermindering van PFAS-lozingen in het Rijnstroomgebied, het bevorderen van een Europees breed verbod op PFAS-productie en -lozingen en het toepassen van het beginsel dat de vervuiler betaalt, zodat de leveringszekerheid en betaalbaarheid van drinkwater wordt gewaarborgd.
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
2 april 2026 Pagina 12 van 12
Overeenkomst met Waterschap Amstel, Gooi en Vecht (TA2025-001670) Tijdens de raadsvergadering van 10 december heb ik bij de bespreking van de wensen en bedenkingen over het verlengen van de bestaande garantieraamwerkovereenkomst tussen Stichting Waternet, de gemeente Amsterdam en waterschap Amstel Gooi en Vecht (AGV) aan het lid Havelaar (CDA) toegezegd dat de overeenkomst met AGV binnen een jaar wordt opgezegd omdat dan naar verwachting de nieuwe governance gereed is. Met de garantieraamwerkovereenkomst kan Waternet leningen afsluiten, die de gemeente en AGV vervolgens garanderen. Op 1 januari 2026 is Waternet gesplitst, waarmee de nieuwe governance gereed is. De garantieraamwerk overeenkomst is op zijn vroegst per 1 januari 2027 opzegbaar en het is nog steeds de intentie om dit ook te doen.
Met bovenstaande beschouw ik de desbetreffende toezeggingen en moties als afgedaan.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,
Melanie van der Horst Wethouder Verkeer, Vervoer, Luchtkwaliteit, Openbare Ruimte, Groen en Water
Bijlagen 1. 2.
Motie 481 accent - Oefenlocatie voor motorrijlessen in Amsterdam Motie 382 - Uitvoering staalslakkenverbod
Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl