CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

0 Raadsbrief Armoedemonitor 2020 en Schuldenmonitor

Raadscommissie Werk Inkomen en Onderwijs 12 januari 2022, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Amsterdamse Armoedemonitor 2020 en Schuldenmonitor AmsterdamNr. VN2021-0347623.611 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsinformatiebrief

Aan:

Behandeld door

De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 29 november 2021 Armoede en schuldhulpverlening Wethouder Moorman Directie Werk, Participatie en Inkomen, wpi@amsterdam.nl

Onderwerp

Amsterdamse Armoedemonitor 2020 en Schuldenmonitor Amsterdam

Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s):

Geachte leden van de gemeenteraad, De coronacrisis plaatste ons voor een grote uitdaging. Veel Amsterdammers kregen sinds maart vorig jaar te maken met een terugval in inkomen. De Rijksoverheid heeft met de verschillende steun- en herstelpakketten deze terugval gecompenseerd, maar dit was niet volledig mogelijk en ook niet voor iedereen. Steeds meer Amsterdammers bevinden zich als gevolg van de coronacrisis in een financieel kwetsbare positie. Hoewel we inmiddels tekenen zien dat de Amsterdamse economie zich herstelt en velen weer perspectief biedt op inkomensverbetering, zijn er ook Amsterdammers die blijvend hard zijn getroffen door de crisis. Ook zijn de Amsterdammers die voor de crisis al in armoede leefden extra kwetsbaar. We mogen deze groep niet uit het oog verliezen en blijven ons onverminderd inzetten om ook hen perspectief te bieden. U ontvangt vandaag de nieuwste editie van de Amsterdamse Armoedemonitor, die jaarlijks wordt gemaakt door de directie Onderzoek, Informatie en Statistiek (OIS). Daarnaast deel ik ook de eerste editie van de Schuldenmonitor Amsterdam (OIS) met bijbehorend factsheet, een eerste verkenning van (ervaren) problematische schulden in Amsterdam. Het college vindt het van groot belang om de ontwikkelingen op gebied armoede en schulden jaarlijks te monitoren.

Deze belangrijke informatie kan ons helpen om gericht te investeren daar waar dit het hardste nodig is. Het college zet onverminderd in om het perspectief te vergroten van kwetsbare Amsterdammers in onzekere tijden. 1. Amsterdamse Armoedemonitor 2020 Deze monitor stelt ons in staat om de ontwikkelingen op lange termijn goed te volgen en hier op in te spelen. De monitor kijkt altijd terug. De Armoedemonitor 2020 maakt gebruik van inkomensstatistieken van het CBS gebaseerd op informatie van onder andere de Rijksbelastingdienst. De meest recente inkomensgegevens die beschikbaar zijn gaan over het jaar 2019. Dit betekent dat de monitor de Amsterdamse situatie beschrijft vóór de coronacrisis. Omdat de coronacrisis een grote financiële impact heeft gehad, kan worden verwacht dat de situatie die beschreven wordt in de huidige monitor er inmiddels anders uitziet. In deze editie van de monitor wordt daarom ook aandacht besteed aan aanvullende gegevens en indicaties die recenter zijn dan

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 november 2021 Pagina 2 van 8

2019 en die inzicht geven in het effect van de coronacrisis op de ontwikkeling van de armoede in Amsterdam. Met de Armoedemonitor ontvangt u ook de Brede monitor armoederegelingen. Deze geeft een uitgebreid overzicht van het gebruik en bereik van diverse armoederegelingen in absolute aantallen. Hieronder geef ik de bevindingen uit beide monitoren op hoofdlijnen weer. Afname armoede in 2019, maar verder geconcentreerd onder kwetsbare groepen De nieuwe Armoedemonitor toont een redelijk optimistisch beeld van de ontwikkeling van de armoede in de stad tot vlak voor de uitbraak van de coronacrisis. Op het gebied van armoede stond Amsterdam er in jaren niet zo goed voor als in 2019. Het aantal en percentage minima in het jaar 2019 volgde de dalende trend die vanaf 2015 was ingezet. In piekjaar 2014 had 19,1% van de Amsterdamse huishoudens een inkomen tot 120% van het sociaal minimum en weinig vermogen. In 2018 was dat nog 16,5% en in 2019 daalde dit verder naar 16%. Het absolute aantal minimahuishoudens daalde in 2019 met 1.354 naar 66.684. Ook het aantal en aandeel kinderen in minimahuishoudens volgt de dalende trend. In 2019 leefden 23.546 kinderen in een minimahuishouden, en is het armoedepercentage gedaald van 17% in 2018 naar 16,6%.

Amsterdam lag hiermee voor de coronacrisis goed op koers wat betreft de landelijke doelstelling om kinderarmoede te halveren tussen 2015 en 2030.1 De Amsterdamse minimahuishoudens wonen ongelijk verdeeld over de stadsdelen. Zo behoort in Zuidoost bijna een kwart van de huishoudens tot de minima, in Zuid is dat een tiende. In absolute zin wonen in de stadsdelen West en Nieuw-West de meeste minimahuishoudens. Het armoedepercentage heeft zich de afgelopen jaren verder geconcentreerd onder de kwetsbare groepen. Alleenstaanden vormen de grootste groep binnen de totale groep minimahuishoudens en hun aandeel is de afgelopen jaren toegenomen: van 63% in 2011 naar 69% in 2019. Verder zien we dat relatief veel ouderen tot de minima behoren (21% ten opzichte van 14% gemiddeld). Het aantal ouderen in Amsterdam dat in armoede leeft is gestegen van 14.700 in 2011 naar 20.400 in 2019. Voor de gehele minimadoelgroep geldt dat uitstroom voornamelijk het gevolg is van een stijging van het inkomen en vermogen. Zodra ouderen in armoede terechtkomen is meestal geen zicht op verbetering van de inkomenspositie en gaat het om een langdurige situatie. Het aandeel langdurige minima is ook toegenomen: in 2013 was ruim de helft (57%) van de minima langdurig arm, in 2019 gold dit voor 65% van de minima.

In de periode van hoogconjunctuur was er voor deze groep al weinig perspectief op duurzame inkomensverbetering, wat betekent dat twee derde van de minima al vóór de crisis een zeer kwetsbare uitgangspositie had. De sterk stijgende inflatie en de grote toename van de energiekosten maakt de situatie van deze groep extra zorgelijk. Verwachtte stijging armoede in 2020 door coronacrisis Hoewel er nog geen definitieve cijfers bekend zijn over de omvang en samenstelling van armoedepopulatie in 2020, is wel duidelijk dat de economische teruggang als gevolg van de coronacrisis de dalende armoedetrend in 2020 onderbreekt. OIS schat op basis van bijstand-,Tozo1

Kamerbrief ‘Nadere uitwerking ambities kinderarmoede’, 9 april 2020.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 november 2021 Pagina 3 van 8

en enquêtegegevens dat de minimapopulatie in 2020 met 10% is gestegen naar ruim 74.000 minimahuishoudens. Uit de schatting komt naar voren dat een aantal groepen harder is getroffen door de economische gevolgen van de coronacrisis dan anderen: jongeren, laag- en middelbaar opgeleiden en ondernemers. We zagen vorig jaar dat jongeren, die vaak werken op basis van een flexibel contract, direct zijn geraakt. De instroom van jongeren in de WW was in de eerste helft van 2020 vier keer zo hoog als begin 2020. Verder is het aantal personen met een WW-uitkering in 2020 relatief het sterkst gestegen onder laag- en middelbaaropgeleiden. Na de uitbraak van de coronacrisis werd ook direct duidelijk dat veel ondernemers en met name zzp’ers financieel hard werden getroffen. Dit komt doordat Amsterdam relatief veel ondernemers telt in sectoren die hard zijn geraakt door de crisis, zoals horeca en cultuur. Naast bovengenoemde groepen is het mogelijk dat er andere groepen zijn ingestroomd die nog niet in beeld zijn omdat zij geen gebruik maken van bijstand of Tozo, zoals werkenden die minder uren zijn gaan werken. Om welke groepen dit gaat en hoe groot deze zijn kan OIS in kaart brengen zodra de inkomens- en vermogensgegevens over 2020 beschikbaar zijn.

Bereik van de Amsterdamse minimaregelingen Amsterdam kent een breed aanbod aan voorzieningen voor minima, waaronder de Stadspas, de scholierenvergoeding of een vergoeding voor OV-gebruik voor ouderen. Deze regelingen zijn erop gericht om de negatieve effecten van armoede te verkleinen en de kansengelijkheid te bevorderen. Eerder dit jaar informeerde ik u dat de contactbeperkende maatregelen duidelijk effect hebben gehad op het gebruik van de minimaregelingen in 2020.2 Een daling in het gebruik van specifieke regelingen ging gepaard met een sterke stijging bij andere, zoals de gratis laptop of tablet voor scholieren in een minimahuishouden. Uit de nieuwe Armoedemonitor blijkt dat het totale bereikpercentage van de minimaregelingen stabiel is gebleven. Van alle huishoudens met recht op voorzieningen kreeg 73% in 2020 tenminste één voorziening toegekend. Ook het gezamenlijke bereik van verschillende kindvoorzieningen bleef stabiel in 2020 (88%). Belangrijk bij de interpretatie van deze gegevens is dat de toekenningen in het jaar 2020 worden getoetst aan het inkomen in 2019. Dit betekent dat Amsterdammers die als gevolg van de coronacrisis zijn ingestroomd in de minimadoelgroep in 2020, veelal voor het eerst in aanmerking zijn gekomen voor minimaregelingen in 2021.

De Brede Monitor Armoederegelingen geeft u een overzicht van het bereik en gebruik van de Amsterdamse minimaregelingen in absolute aantallen tot en met de maand augustus van dit jaar. Deze cijfers tonen tot zo ver geen sterke stijging ten opzichte van vorig jaar, al blijft het aantal huishoudens dat gebruik maakt van hulp van de Voedselbank hoog. Dit beeld kan erop wijzen dat voor een deel van de nieuwe instromers de behoefte aan voorzieningen beperkt is, omdat zij in staat zijn geweest om op korte termijn weer uit de minimadoelgroep te stromen. Vooral voor de jongeren is dit aannemelijk, aangezien we op basis van eerdere Armoedemonitoren weten dat zij snel in staat zijn om terug te veren zodra de economie aantrekt. Ondanks dit voorzichtig optimisme zetten we ons sterk in om Amsterdammers te wijzen op de beschikbare ondersteuning. Hierbij intensiveren we de bereikacties gericht op de groepen die sterk zijn getroffen door de crisis, 2

Voortgangsbrief Armoede en Schuldhulpverlening 2021, 16 maart 2021.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 november 2021 Pagina 4 van 8

zoals ondernemers en in het bijzonder zelfstandigen: in het najaar ontvangen ruim 13.000 Tozoontvangers per post informatie over de minimaregelingen en ook iedereen die een aanvraag indient voor bijzondere bijstand wordt gewezen op de gemeentelijke minimaregelingen. Coronacrisis: tijdelijke verstoring van eerdere trends of langdurig effect? De ergste klap lijkt achter ons. We zien op dit moment in Amsterdam tekenen van economisch herstel: het aantal vacatures stijgt, de werkloosheid daalt weer en de instroom in de bijstand is gestabiliseerd. Voor een deel van de nieuwe instromers biedt het herstel van de economie in 2021 kansen, waardoor hun verblijf in armoede mogelijk van korte duur zal zijn. Het is mogelijk dat de coronacrisis een tijdelijke maar ingrijpende verstoring vormt van eerdere, langdurige trends die in de Armoedemonitor worden beschreven. Toch is het niet zeker dat we weer teruggaan naar de situatie van voor de pandemie. Hoewel de werkloosheid daalt, is de instroom in de WW nog steeds hoger dan voor crisis. Zolang de WW-cijfers relatief hoog blijven, kan de instroom in de bijstand nog stijgen. Daarnaast is voor veel ondernemers 2021 een cruciaal jaar. De overheidshulp wordt afgebouwd en bedrijven moeten zich aanpassen aan de nieuwe situatie.

Volgend jaar kunnen we de eerste conclusies trekken over de effecten op de armoede in de stad en vooruitblikken op de impact die de coronacrisis heeft op de lange termijn. In het voorjaar van 2022 zal ik u opnieuw informeren. 2. Schuldenmonitor Amsterdam Dit rapport is een eerste poging van OIS om de kenmerken van mensen met problematische schulden in kaart te brengen. Dit is belangrijk om ons meer inzicht te geven in de mensen achter de schulden. Tegelijkertijd is dit een zeer moeilijke opgave want het is tot nu toe niet mogelijk om toegang te krijgen tot alle bronnen waar schulden in worden geregistreerd. Toch heeft OIS op basis van kwantitatieve data uit verschillende bronnen3 een eerste verkenning gedaan naar de kenmerken van mensen met (ervaren) problematische schulden in Amsterdam in 2019. De monitor schetst een beeld van de demografische kenmerken, de werk- en inkomenssituatie, en de opeenstapeling van problemen waar (een deel van de) mensen met problematische schulden mee te maken hebben. Daarnaast geeft het rapport ook een eerste indruk van de ontwikkelingen in ervaren problematische schulden sinds de coronacrisis. Hoewel we met deze monitor nog geen compleet beeld kunnen presenteren wordt er wel een basis gelegd om verder uit te bouwen. In het voorjaar van 2022 worden de cijfers over 2020/2021 verwacht. Hieronder vindt u de belangrijkste bevindingen.

(Ervaren) problematische schulden in Amsterdam Het kan heel nuttig zijn om zicht te hebben op het aantal Amsterdammers dat een problematische schuld ervaart zodat we als gemeente ons beleid hierop kunnen reflecteren. Bijna een kwart (24%) van de Amsterdammers geeft in 2019 aan schulden te hebben. Het gaat hierbij vaak om studieschulden, leningen en rood staan. Van de mensen die hun schuld als problematisch ervaren, heeft de helft te maken met een studieschuld. Voor de één is een studieschuld geen enkel 3

Enquête-data van OIS (Regionale Enquête Beroepsbevolking en de Staat van de Stad), gemeentelijke data over mensen met (problematische) schulden en CBS-microdata

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 november 2021 Pagina 5 van 8

probleem terwijl een ander dit wel als problematisch kan ervaren, bijvoorbeeld bij het kopen van een huis. Dus niet alle schulden die als problematisch worden ervaren, staan ook zo geregistreerd. Als we de mensen met alleen een studieschuld buiten beschouwing laten, ervaart 9% van de Amsterdammers hun schulden als problematisch. Eén op de vijf Amsterdammers heeft (ook) een schuld bij een lening bij een bank of financier, en 16% staat rood. Bewoners van stadsdeel Zuid ervaren het minst vaak problematische schulden, terwijl in West, Noord en Zuidoost juist het meest vaak problematische schulden voorkomen. Landelijk onderzoek van het CBS, dat qua registratiedata een relatief goed inzicht heeft in de omvang van de groep mensen met geregistreerde problematische schulden, schat het percentage Amsterdamse huishoudens met problematische schulden op 11,3%4. Dat zijn 50.230 huishoudens. Op basis van de registratiedata uit de eerste verkenning heeft één op de twintig Amsterdammers een geregistreerde problematische schuld. (Nog) geen toename in problematische schulden door corona Veel Amsterdammers hebben de afgelopen tijd financiële gevolgen van de coronacrisis ondervonden. In de loop van 2020, het jaar van de corona-uitbraak, daalde het aantal Amsterdammers met werk in loondienst (vooral onder Amsterdammers met een tijdelijk contract) en steeg het gebruik van de WW en de bijstand.

Ondernemers hebben in deze periode veel gebruik gemaakt van Tozo-regeling. Ook het gebruik van de Voedselbank, een directe indicator van financiële problematiek, nam in deze periode sterk toe. Desondanks zien we in 2020 nog geen toename van het aantal Amsterdammers met ervaren problematische schulden. Het blijft wel mogelijk dat de effecten van de coronacrisis op problematische schulden pas later zichtbaar worden, maar daar zijn nu nog geen tekenen voor. Problematische schulden kunnen iedereen raken maar vooral de meest kwetsbaren De schuldenmonitor laat zien dat problematische schulden iedereen kunnen raken, al zijn het vooral de meest kwetsbare Amsterdammers die hiermee te maken krijgen. Mensen met een lager opleidingsniveau, laag inkomen of slechte gezondheid ervaren vaker problematische schulden. In veel gevallen gaat het om een combinatie van deze factoren. Een integrale gemeentelijke hulpverlening is dus van essentieel belang om alle Amsterdammers breed te kunnen ondersteunen bij al hun hulpvragen. Met de start van de buurtteamorganisaties hebben we hierin een belangrijke stap gezet. 3. Coronaoffensief armoede en schulden Zowel de armoedemonitor als de schuldenmonitor onderstrepen het belang voor het college om in te zetten op het ondersteunen van de meest kwetsbaren in de stad.

Via de raadsbrief Voortgang coronaoffensief armoede en schulden 2o21 en 20225 bent u geïnformeerd over de extra maatregelen die het college neemt om te voorkomen dat de coronacrisis uitmondt in een armoede en schuldencrisis. In 2021 en 2022 wordt er fors geïnvesteerd in preventie en vroegsignalering, ondernemers en werkenden, kinderen en jongeren en het ondersteunen van maatschappelijke voedselinitiatieven. Naast extra middelen van het rijk en middelen die door uw 4 5

CBS, 2019; cijfers over 2018 d.d. 5 oktober 2021

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 november 2021 Pagina 6 van 8

raad beschikbaar zijn gesteld voor informele voedselinitiatieven, wordt in deze jaren in totaal €11,2 miljoen extra geïnvesteerd als onderdeel van het herstelplan ‘Samen sterker uit de crisis’. Dit komt bovenop de Amsterdamse Agenda Armoede en Schulden (2019-2022), waarmee we de aanpak van armoede en schulden de afgelopen jaren structureel hebben doorontwikkeld en versterkt. Preventie en vroegsignalering De Schuldenmonitor onderstreept het belang van een intensieve aanpak op vroegsignalering. Amsterdammers, die al dan niet door de economische crisis te maken krijgen met financiële problemen, willen we vroeg in beeld hebben. Het college is in juni 2020 gestart met een intensievere aanpak vroegsignalering. Deze inzet wordt onverminderd doorgezet. In grote lijnen zien we de volgende trend: een stijging van onze preventieve hulpverlening en een daling bij de curatieve schuldhulpverlening. Dit is positief nieuws want deze verschuiving is ook in lijn met de doelstelling van onze aanpak schuldenrust: schulden éérder voorkomen, klein houden dan wel sneller oplossen. In mijn brief ‘voortgang corona-offensief armoede en schulden 20202021’ van oktober jongstleden heb ik u al gemeld dat het bereik van Amsterdammers via de vijf gerichte programma’s voor Vroegsignalering blijft stijgen. We steven af op een totaalbereik van boven de 80% in 2021.

Sindsdien zien we nieuwe indicaties dat de stijging van onze preventieve schuldhulpverlening zich doorzet. De komende periode verwachten we dat het aantal meldingen blijft stijgen doordat er de afgelopen periode meer partijen zijn aangesloten; inmiddels zitten we op 57 nieuwe partners sinds 1 januari 2021. Het aantal huisuitzettingen om financiële redenen blijft ook dit jaar met naar verwachting 35 huisuitzettingen historisch laag. De intensivering van de samenwerking met woningcorporaties vlak na de corona crisis blijkt ook dit jaar zijn vruchten af te werpen. Inmiddels kan ik u ook melden dat de gemiddelde schuld per geslaagde schuldregeling verder is gedaald. De afgelopen jaren was die gemiddeld tussen de 26.000 en 27.000 euro. De verwachting is dat het gemiddelde schuldbedrag aan het eind van het jaar verder gedaald is tot rond de 21.000 euro tegen gemiddeld landelijk bedrag van 40.000 euro. Naast het steeds vroeger erbij zijn denken wij dat het coulancebeleid in coronatijd van schuldeisers ook een mogelijke oorzaak kan zijn van deze daling. Waakzaamheid is echter ook geboden. Zoals ik u in de commissie van 17 november jongstleden heb gemeld zien we momenteel een dalende instroom in de curatieve schuldhulpverlening voor particulieren. Dit is in lijn met het beeld landelijk waar we ook geen toename zien.

Wij analyseren op dit moment grondig deze daling en zijn hierover in gesprek met de Buurtteams. Positief is wel dat door de aanpak collectief schuldregelen waar steeds meer schuldeisers aan mee doen onze Gemeentelijke Kredietbank steeds sneller een schuldenregeling weet te treffen waardoor schulden sneller worden opgelost. In tegenstelling tot particulieren zien we inmiddels helaas wel dat het aantal zelfstandigen met schulden toeneemt. Ongeveer een kwart van de Tozo-5 aanvragers heeft aangegeven betaalachterstanden of schulden te hebben. Zoals u weet hebben we de schuldhulpverlening voor ondernemers opgeschaald. Via de tussenevaluatie Veerkracht bent u geïnformeerd over de voortgang. Begin volgend jaar informeer ik u over de voortgang van onze aanpak en de nieuwste cijfers.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 november 2021 Pagina 7 van 8

Ondersteuning ondernemers en werkenden Ook ondernemers en werkende minima die geraakt zijn door de economische crisis moeten ondersteund worden door de gemeente. Via gespecialiseerde schuldhulpbureaus staan we klaar voor de groep ondernemers die (complexe) schuldhulpverlening nodig hebben. Ook de buurtteamorganisaties hebben een belangrijke rol om ZZP’ers te helpen bij stabilisatie en te kijken naar de brede hulpvraag op andere leefgebieden. Het college zet ook extra in op schuldhulpverlening voor economische daklozen6 en het aanpakken van schulden op de werkvloer7. Daarnaast is de aanpak Sociaal Werkgeverschap (door)ontwikkeld. Zo worden er onder andere meerdere trainingen Wegwijs in Schuldhulpverlening voor werkgevers georganiseerd. Extra inzet voor kansengelijkheid tussen kinderen De coronacrisis heeft de kansenongelijkheid tussen kinderen vergroot. Het college stelt daarom extra middelen beschikbaar voor maatschappelijke initiatieven zoals stichting Leergeld, Stichting SINA en het Jeugdeducatiefonds. Deze initiatieven ondersteunen kwetsbare kinderen die met onze reguliere ondersteuning buiten de boot dreigen te vallen, bijvoorbeeld doordat zij opgroeien zonder verblijfstatus of in een gezin met een inkomen net boven de armoedegrens. Ze bieden maatwerk op alle noodzakelijke terreinen; van schoolspullen en inboedel, tot luiers en fietsen.

Voornamelijk tijdens de lockdowns en gedurende het thuisonderwijs hebben deze initiatieven hun meerwaarde bewezen, doordat zij gezinnen in nood snel hulp op maat konden bieden. Het college investeert in lokale initiatieven die voedselhulp verzorgen Zoals blijkt uit de Armoedemonitor 2020 zijn er veel Amsterdammers die een beroep doen op voedselhulp. Het college investeert daarom ook in 2022 extra in lokale initiatieven die voedselhulp verzorgen voor Amsterdammers in nood. Hierbij stimuleren we dat de ontvangers worden ondersteund door de Voedselbank en de maatschappelijke dienstverlening, zodat zij zo snel mogelijk in beeld komen bij de reguliere hulpverlening en minder afhankelijk worden van noodhulp. Per 1 november hebben alle klanten van de Voedselbank direct toegang gekregen tot de gemeentelijke minimaregelingen. Met dit besluit bieden we maatwerk en komen we Amsterdammers tegemoet die door een plotselinge inkomensval moeilijk kunnen rondkomen. Zij hoeven nu niet meer te wachten tot er sprake is van een volledig kalenderjaar met een laag inkomen.

6

Mensen die door financiële beperkingen geen huis meer hebben, zonder dat hier psychiatrische problemen of verslaginsproblematiek aan ten grondslag ligt. 7 Voor Amsterdammers met een baan (flexibel- of nulurencontract) die zijn geraakt door de coronacrisis.

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief

Datum 29 november 2021 Pagina 8 van 8

De coronacrisis onderbreekt de dalende trend op het gebied van armoede in Amsterdam. We stonden er in jaren niet zo goed voor als in 2019, vlak voor de uitbraak van de coronacrisis. Hoewel de precieze aantallen nog niet bekend zijn, weten we wel dat veel Amsterdammers blijvend hard zijn getroffen. Door de versterking van onze armoede en schuldenaanpak met de investeringsagenda zetten we ons in voor een betere toekomst voor deze groep. Alle Amsterdammers verdienen het om mee te doen.

Hoogachtend, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam,

Marjolein Moorman Wethouder Armoede en schuldhulpverlening

Bijlagen 1. Amsterdamse Armoedemonitor 2020 2. Brede Monitor Armoederegelingen Augustus 2021 3. Schuldenmonitor Amsterdam 4. Factsheet Schuldenmonitor Amsterdam

Een routebeschrijving vindt u op amsterdam.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10992526/1