CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

0. Definitief - Evenementenbeleid 2026_.pdf

RAAD 9 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het nieuwe evenementenbeleid 2026. (VN2025-012992)34.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 5

Het uitgangspunt is nadrukkelijk dat evenementen in parken alleen kunnen plaatsvinden indien de organisator alle nodige maatregelen treft ter bescherming van voorzienbare schade aan flora en fauna en bodem, in het bijzonder ten aanzien van eventuele kwetsbare soorten en plekken, zoals de NNN-verbindingszones..

5.5.4 Brand- en vluchtveiligheid Inrichting terrein De inrichting en het gebruik van het terrein dient te voldoen aan het Besluit Brandveilig Gebruik en Basis hulpverlening Overige Plaatsen (BGBOP). Vluchtveiligheid

25

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Bij de maximale bezettingsgraad van evenemententerreinen dient uitgegaan te worden van maximaal 2,25 personen/m² (open terrein, inclusief open vloeroppervlakte tenten). Aanwezige vluchtroutes, fiets- en voetpaden moeten beschikbaar blijven over de volle breedte. Omsluitingen van het terrein dienen vluchtopeningen te hebben die minimaal dezelfde breedte hebben als aanwezige vluchtroutes. Er dient altijd minimaal 2 kanten op gevlucht te kunnen worden. Calamiteitenroutes Met een calamiteitenroute voor de brandweer en hulpdiensten dient ieder punt van het evenement tot op minimaal 60 meter bereikt te kunnen worden Calamiteitenroutes beginnen en eindigen op de openbare weg, tenzij een keerplaats wordt ingericht. De calamiteitenroute dient een vrije doorgang te bieden van 4,2 m hoog en 3,5 m breed met een wegverharding van 5,25 m breed en een binnenbochtstraal van 5,5 m geschikt voor een gewicht van 30 t. en een asdruk van 11,5 t. Bluswater Indien geen bluswater binnen 40 meter vanaf het evenemententerrein of grotere objecten op het terrein aanwezig is, moet men rekening houden met het afbranden van meerdere objecten. Plaats daarom brandbare objecten minimaal 5 meter uit elkaar om de kans op branduitbreiding te verminderen. Een waterwinplaats, indien nodig, dient in overleg met de brandweer te worden bepaald. Niet alle oppervlaktewater is geschikt als bluswater.

Er moet bijvoorbeeld een brandweervoertuig nabij een kadekant opgesteld te kunnen worden en het oppervlaktewater moet voldoende diep en schoon zijn.

5.5.5 Nationaal Programma Samen Nieuw West, Aanpak Noord en Masterplan Zuidoost In 3 van de stadsdelen lopen langdurige initiatieven die op verschillende fronten, samen met bewoners en een alliantie van stakeholders, zorgen voor verbeteringen en veranderingen in het stadsdeel. Dat zijn het Nationaal Programma Samen Nieuw West, Aanpak Noord en Masterplan Zuidoost. De locatieprofielen die in deze stadsdelen liggen, verwijzen naar deze initiatieven en het is de wens van het bestuur dat evenementen die plaatsvinden in deze stadsdelen een bijdrage leveren aan, maar ook profiteren van de energie en beweging die nu ontstaat. In de participatie is hier speciale aandacht aan besteed.

5.5.6 Locatieprofielen in het centrum van Amsterdam Voor de locatieprofielen in het Centrum geldt dat bij de op- en afbouw voor evenementen er rekening moet worden gehouden met de beperkte belastbaarheid van bruggen en kades. Voor het vervoer, op- en afbouw dient een aparte ontheffing te worden aangevraagd, naast de evenementenvergunning.

26

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

5.5.7 Locatieprofielen en sociale problematiek Op en rondom een aantal evenementenlocaties zijn dak- en thuislozen in de openbare ruimte aanwezig. Concreet betekent dit in sommige gevallen er bijvoorbeeld een woonvoorziening is gecreëerd op de evenementlocatie. Denk bijvoorbeeld aan bootjes die bewoond worden aan het water en tenten(kampen). Handhaving mag niet zomaar deze woonvoorzieningen betreden, laat staan opruimen. Die opruimtrajecten kunnen zo maar weken duren. Het gaat in ieder geval over de locaties: Vondelpark, Museumplein, Beatrixpark, Gijsbrecht van Aemstelpark, en Oosterpark. Bij de organisatie van evenementen moet hier rekening mee worden gehouden.

5.6 Evenementen op plekken zonder locatieprofiel Ook op plekken waar geen locatieprofiel voor is opgesteld, kunnen evenementen worden georganiseerd. In dat geval zijn er geen specifieke ruimtelijke kaders vastgelegd, maar gelden de algemene regels (zie paragraaf 5.5) en moet de vergunningverlener op inhoud een afweging maken. Er is geen bovengrens gesteld voor het aantal keer of het aantal dagen dat op een locatie zonder profiel mag plaatsvinden. Wel zijn er algemene regels vastgelegd in het Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam en Weesp, voor het aantal dagen dat op plekken buiten locatieprofielen evenementen met geluid mogen plaatsvinden.

27

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

6 Geluidbeleid

6.1 Geluid tijdens evenementen Bijna alle evenementen in de openbare ruimte produceren enig geluid. Om duidelijke kaders te schetsen voor organisatoren en om omwonenden te beschermen tegen onnodige of onduldbare geluidsbelasting, zijn hiervoor regels vastgelegd in het Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam - beleidsregel uit 2018 (Geluidbeleid). Dit beleid is geëvalueerd en is op een aantal punten herzien. De beleidsregel is onderdeel van dit Evenementenbeleid (zie bijlage 3).

6.2 Vigerend beleid Doelstellingen Het doel van het geluidbeleid voor evenementen is: • De geluidbelasting van muziekevenementen voor omwonenden te beperken, onnodige en overmatige hinder voorkomen; • Eenduidige normen en (meet- en reken)regels te verschaffen voor alle betrokken partijen; • Maatwerk te kunnen leveren voor evenementenlocaties. In de beleidsregel wordt een onderscheid gemaakt tussen evenementen waar het spelen en/of ten gehore brengen van muziek een primaire activiteit is (lees: muziekevenementen, bijvoorbeeld concerten of dancefestivals) en evenementen waarbij muziek een secundaire en ondersteunende functie heeft (bijvoorbeeld sportevenementen). Uitgangspunten Het uitgangspunt bij elk evenement is dat de geluidbelasting op omliggende woningen en andere geluidgevoelige gebouwen zo laag mogelijk is. Om dat te bereiken zal de organisator van het evenement: • Niet meer geluid produceren dan nodig is voor het betreffende evenement; • Geluidsreducerende / -sturende maatregelen treffen die minimaal voldoen aan de Best Beschikbare Technieken (BBT). Grenswaarden In het Geluidbeleid zijn normen en grenswaarden vastgelegd voor verschillende soorten evenementen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen evenementen die als primaire doelstelling muziek hebben, en evenementen waarbij geluid een secundaire rol speelt.

Daarnaast is voor evenementen met een Hoog Maatschappelijk Belang een aparte geluidsnorm geformuleerd.

28

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Overige beperkingen In het Geluidbeleid is ook vastgelegd hoe vaak evenementen met een hogere geluidsbelasting er in algemene zin mogen plaatsvinden op verschillende plekken in de stad. Voor plekken waar veel (muziek)evenementen plaatsvinden, en die na akoestisch onderzoek daar geschikt voor zijn bevonden, zijn locatieprofielen opgesteld. In die locatieprofielen is per plek omschreven hoe vaak er een evenement mag plaatsvinden met een hogere geluidsbelasting.

6.3 Aanvullingen Geluidbeleid Het vigerende Geluidbeleid blijft ook na vaststelling van het evenementenbeleid van kracht. Wel zijn een aantal wijzigingen aangebracht. De belangrijkste daarvan worden hier benoemd4. Straatfeesten met Muziek Om ook de mogelijkheid voor muziekevenementen in een stedelijke omgeving te behouden bijvoorbeeld tijdens de viering van Koningsdag, Pride of het Sluis en Bruggenfeest, is een norm opgesteld specifiek voor Straatfeesten met Muziek. Deze norm maakt het mogelijk om incidenteel, uitsluitend tijdens evenementen van Groot Maatschappelijk Belang, gedurende beperkte tijd een hogere geluidsnorm te hanteren. De normomschrijving en de voorwaarden zijn opgenomen in een addendum bij het Geluidbeleid - Beleidsregel. Evenementen van Hoog Maatschappelijk Belang De burgemeester heeft een beperkt aantal evenementen dat plaatsvindt in Amsterdam en Weesp aangemerkt als evenementen van Hoog Maatschappelijk Belang. Dit zijn evenementen die belangrijk zijn voor de stad en waarvoor extra ruimte in de beleidsregel Geluid wordt gecreëerd. In de praktijk betreft het evenementen die vanwege hun aard of omvang niet toekunnen met de standaard normen voor geluid bij grote evenementen.

Zo vinden de viering van Pride, 5 mei, het Sluis- en Bruggenfeest in Weesp, en Koningsdag vaak plaats in de binnenstad waar op veel plekken, vanwege de beperkte beschikbare ruimte met de bestaande geluidsnormen, geen vieringen met muziek mogelijk zouden zijn zonder een aangepaste norm. Voor evenementen zoals huldigingen of Oud en Nieuw geldt dat ze dusdanig veel bezoekers trekken en er dusdanig veel omgevingslawaai is, dat de bestaande geluidsnormen niet toereikend zijn om het publiek te bereiken en/of de beleving te geven die nodig voor het evenement. De evenementen die zijn aangemerkt als evenement van Hoog Maatschappelijk Belang zijn: • Koningsdag • Bevrijdingsdag • Sluis en Bruggenfeest (Weesp)

4

De wijzigingen in het Geluidbeleid zijn opgenomen in bijlage 3. Een advies van de Expertgroep Geluid die ten grondslag liggen aan deze wijzigingen is opgenomen in bijlage 4

29

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

• • •

Pride Voetbalhuldigingen (Ajax of Nederlands elftal - m/v) Oud en Nieuw

De geluidsregels voor deze categorie evenementen zijn vastgelegd in het Geluidbeleid. Voor kleinere evenementen met muziek in een stedelijke omgeving is daarnaast in een addendum bij het Geluidbeleid een norm geformuleerd voor Straatfeesten met Muziek. Verduidelijking geluidsnorm Koningsnacht Voor Koningsdag geldt op grond van de geluidsnorm van evenementen met een Hoog Maatschappelijk Belang een afwijkende, hogere geluidsnorm. Aangezien de evenementen op Koningsdag soms doorlopen tot na middernacht, zou kunnen worden verondersteld dat voor de uren na dat middernacht de hogere geluidsnorm Koningsdag geldt. Dit is nadrukkelijk niet de bedoeling, en is verduidelijkt in dit beleid. Opknippen van geluidsdag voor concertreeks Voor concerten en concertreeksen is in de huidige situatie maar beperkt ruimte, maar uit het draagvlakonderzoek en gesprekken tijdens participatiebijeenkomsten is gebleken dat er wel behoefte is aan dit type programmering. Concerten hebben vaak een hogere geluidsbelasting, maar duren meestal kort. Daarom hebben ze ook minder impact op de omgeving dan festivals, die van 11:00 uur tot 23:00 uur mogen duren. Om ruimte te maken voor concerten in de stad, is in het geluidsbeleid opgenomen dat op daarvoor geoormerkte locaties een dag met een hogere geluidsbelasting (geluidsdag van 11:00 tot 23:00 uur) kan worden opgeknipt in meerdere kortdurende momenten.

30

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

7 Evenementenvergunningenbeleid

7.1 Evenementenvergunningsproces risicogestuurd Een van de doelen van het evenementenbeleid is om meer maatwerk in het vergunningsproces aan te brengen. Elk evenement heeft eigen karakteristieken, bijvoorbeeld een bepaalde doelgroep, aantal bezoekers en het soort evenement. Een zwemwedstrijd vraagt bijvoorbeeld een andere toetsing dan een grootschalig muziekevenement of een vrijmarkt voor kinderen tijdens Koningsdag. In het vergunningsproces wordt ingezet op het bieden van maatwerk, waarmee recht wordt gedaan aan de omvang, het risico en de impact van een evenement. Om dit te bereiken is besloten tot een risicogestuurde aanpak bij de vergunningverlening. Hierbij worden vergunningen en toezicht aangepast op de schaal, impact en risico's van een evenement. Voor grootschalige evenementen blijven uitgebreide veiligheids- en mobiliteitsplannen essentieel, terwijl voor kleinschalige buurtfeesten en middelgrote evenementen wordt ingezet op een eenvoudiger vergunningsproces. Dit kan bijdragen aan het verminderen van de (administratieve) lasten voor dit type evenementen, zowel voor organisatoren als voor de gemeente. In de risicogestuurde aanpak bij vergunningen wordt verder gekeken dan alleen het aantal bezoekers als maatstaf voor een risico-inschatting en de vergunningseisen.

Waar in het verleden de focus voornamelijk lag op de publieksaantallen, wordt nu ook gekeken naar andere factoren die de complexiteit en risico's van een evenement beïnvloeden. Denk hierbij aan het type activiteiten, de doelgroep, de locatie en omgevingsfactoren. Het is daarbij van belang dat het vergunningsproces niet alleen gestroomlijnd wordt voor grootschalige evenementen, maar ook voor kleinschalige initiatieven maatwerk kan bieden. Een ander belangrijk uitgangspunt in het aangepaste beleid is meer uniformiteit in de vergunningverlening, het toezicht en de handhaving (VTH). Daarvoor is een meer gestandaardiseerde, stadsbrede werkwijze geïntroduceerd. Die werkwijze moet zorgen voor meer consistentie en hogere kwaliteit in het proces en de inhoud, maar kan ook bijdragen aan het verlagen van de werkdruk bij gemeentelijke diensten. Deze bredere benadering maakt het mogelijk om beter maatwerk toe te passen en evenementen beter en nauwkeuriger te beoordelen, zonder afbreuk te doen aan veiligheid of toegankelijkheid, wat uiteindelijk leidt tot een betere balans tussen een leefbare stad en een bruisend evenementenaanbod.

31

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

7.2 De risicoscan Om beter te kunnen sturen op risico’s bij evenementen, is een risicoscan ontwikkeld. De risicoscan is een instrument dat, op basis van een aantal vragen die een organisator moet beantwoorden, een inschatting maakt van het risicoprofiel van een evenement. De 5 profielen waarlangs dit model werkt – organisatie, publiek, activiteiten, omgeving en context – leiden tot een indeling in risicoprofielen en is daarmee een behandelaanpak gericht op de reëel voorzienbare risico’s. Tegelijkertijd leidt het tot meer inzicht in welke plannen de aanvrager moet aanleveren en welke aanvullende maatregelen mogelijk nodig zijn. Dit model weegt niet alleen individuele risicofactoren, zoals activiteiten- en publieksprofielen, maar legt ook kruisverbanden tussen verschillende aspecten van een evenement. Deze samenhang tussen factoren maakt het mogelijk om risico’s vooraf beter in te schatten. Door evenementen niet alleen op basis van publieksomvang in te delen, maar een breder scala aan variabelen te gebruiken om het risicoprofiel vast te stellen, ontstaat een meer genuanceerde en objectievere benadering van evenementenvergunningen. Dit biedt meerdere voordelen: 1. Meer maatwerk: Evenementenorganisatoren kunnen beter inspelen op specifieke risico’s, waardoor veiligheidsplannen en logistieke vereisten nauwkeuriger kunnen worden afgestemd op de werkelijke behoefte.

Het te doorlopen vergunningsproces is passend op het de risicocategorie. Uitgebreid als het moet; kort en kernachtig als het kan. 2. Betere risicobeheersing: Door verder te kijken dan enkel bezoekersaantallen kan de gemeente beter anticiperen op potentiële risico’s en verstoringen, wat leidt tot een efficiëntere en effectievere aanpak van vergunningverlening en handhaving. 3. Flexibiliteit in het proces: Door gebruik te maken van meerdere risicocategorieën kan de gemeente voor evenementen met specifieke kenmerken de juiste maatregelen nemen, zonder de organisator te belasten met een onnodig complex en langdurig vergunningstraject. 4. Efficiëntere inzet van beschikbare capaciteit bij de vergunningverlening. Doordat vooraf helder is welke aspecten van een evenement risicovol zijn, kan de aandacht van de vergunningverlener (en van de adviserende diensten) zich hierop richten. Tijd die wordt gewonnen omdat onnodige plannen niet hoeven te worden getoetst, kan worden besteed aan een gerichte evaluatie van onderdelen die extra aandacht behoeven. Of er kan sprake zijn van een netto besparing in tijd en capaciteit in het beoordelingsproces.

7.3 Risicoscan als uitgangspunt voor het vergunningsproces De nieuwe werkwijze zorgt voor een meer genuanceerd risicoprofiel en leidt tot een betere inschatting van de (veiligheids)maatregelen en het te doorlopen vergunningsproces. Hiermee wordt aangesloten bij de Landelijke Handreiking Evenementenveiligheid 2018 (HEV)1, waarin het bepalen van de risicoscan/behandelscan een belangrijke stap is. In dit model worden verschillende variabelen gewogen op basis waarvan het risico op verstoringen van de openbare orde en veiligheid wordt ingeschat. De risicoclassificatie die uit deze scan voortkomt bepaalt de intensiteit en complexiteit van het vergunningentraject. Hoe zwaarder de categorie, hoe intensiever de

32

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

vergunningverleningsprocedure en bijbehorende maatregelen, wat resulteert in een langere en vaak complexere procedure. De risicoclassificatie binnen de HEV wordt traditioneel uitgevoerd op basis van 4 categorieën: 0melding, A, B, en C. Echter, na meerdere jaren ervaring met dit model blijkt dat de indeling in 3 categorieën in de praktijk niet altijd voldoende recht doet aan de complexiteit van de evenementen en de specifieke risico’s die deze met zich meebrengen en het bijbehorende werkproces. Om recht te doen aan de Amsterdamse situatie zijn 2 categorieën toegevoegd, te weten: • A+ Evenementen: Dit betreft veelal kleinschalige evenementen waarbij maatwerkplannen en voorschriften noodzakelijk zijn voor specifieke aspecten van het evenement, zoals bijvoorbeeld verkeersbeheersing of brandveiligheid. • B+ Evenementen: Dit zijn evenementen die qua omvang en impact op een specifiek gebied (bijvoorbeeld openbare orde of veiligheid) extra aandacht vereisen en waarbij veelal een intensievere coördinatie tussen verschillende stakeholders noodzakelijk is. De Amsterdamse risicoclassificatie bestaat daarmee uit 6 categorieën. Dit zijn: 1. Meldingsplichtige activiteiten (0-evenementen): Evenementen die qua risico vergelijkbaar zijn met de dagelijkse gang van zaken, zoals kleine straatfeesten of buurtfeesten.

Deze vereisen minimaal veiligheidsbeheer en kunnen vaak met een eenvoudige melding bij de gemeente worden afgehandeld. Hierbij geldt: tot maximaal 250 personen en ook voldoen aan de overige gestelde criteria voor meldingsplichtige evenementen. Evenementen op het water zijn altijd vergunningsplichtig. 2. A-evenementen: Kleinschalige evenementen, zoals buurtfeesten, markten of sportwedstrijden, die praktisch geen risico met zich meebrengen. Deze vereisen alleen standaard veiligheidsmaatregelen, zoals EHBO-inzet en toezicht. 3. A+-evenementen: Evenementen die specifieke risico’s met zich meebrengen, zoals kwesties rondom brandveiligheid of mobiliteit, waarvoor maatwerkplannen nodig zijn. De operationele voorbereiding vereist enkel op bepaalde gebieden extra aandacht, zoals bijvoorbeeld verkeers- of crowdmanagement. 4. B-evenementen: Evenementen met meerdere risico’s die een grotere betrokkenheid van openbare orde- en veiligheidsdiensten vereisen. Dit kunnen festivals of grotere sportevenementen zijn. Deze evenementen vereisen een veiligheidsplan, gezondheidsplan en vaak intensieve maatregelen zoals verkeersregelaars en extra beveiliging. 5. B+-evenementen: Dit betreft grotere evenementen met meerdere risico’s die de inzet van verschillende diensten noodzakelijk maken.

Er zijn bovenop het veiligheidsplan, gezondheidsplan vaak ook maatwerkveiligheidsmaatregelen nodig, zoals uitgebreide verkeers- en crowdmanagementvoorzieningen, en intensieve coördinatie tussen verschillende hulpdiensten. 6. C-evenementen: Grote evenementen met aanzienlijke risico’s waarvoor de volledige inzet van alle OOV-diensten vereist is. Voorbeelden zijn grote nationale feestdagen zoals Koningsdag, maar ook grote stadsbrede evenementen zoals Pride Amsterdam of grote

33

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

sporthuldigingen. Deze evenementen vereisen een intensieve samenwerking met politie en andere hulpdiensten, grootschalige logistieke maatregelen en uitgebreide veiligheidsplannen, vaak met een grotere impact op de stad als geheel. Deze indeling biedt flexibiliteit en zorgt ervoor dat er meer maatwerk mogelijk is. Waarbij evenementen die minder risico met zich meebrengen minder regels hoeven te volgen en kunnen volstaan met een eenvoudiger vergunningsproces, terwijl evenementen met hogere risico’s de juiste veiligheidsmaatregelen en vergunningseisen krijgen en een intensiever vergunningsproces doorlopen.

7.4 Evaluatie als start van de risicoscan Veel evenementen in Amsterdam en Weesp zijn jaarlijks terugkerend en doorlopen jaarlijks de verschillende stappen van het evenementenvergunningsproces. Dit cyclische proces (zie hoofdstuk 4) start met het indienen van een verzoek voor plaatsing op de Evenementenkalender en eindigt met de evaluatie van het doorlopen proces en het daadwerkelijk verloop van de vergunde activiteit. Feitelijk is de evaluatie daarmee de start van de voorbereiding van de volgende editie. Het is dan ook van groot belang dat een (gestandaardiseerde) evaluatie onderdeel uitmaakt van het proces. Een (meer) gestandaardiseerde evaluatie is van belang om veiligheid, efficiëntie en maatschappelijke impact te waarborgen. Door een uniforme methode te hanteren, kan objectief worden beoordeeld of de evenementen bijdragen aan doelstellingen van dit beleid en de visie op evenementen. Hiervoor wordt een standaard evaluatieproces ontwikkeld, met ook formulieren die bij de evaluatie van alle evenementen kan worden gebruikt. Daarnaast worden protocollen opgesteld voor het zo snel mogelijk na een evenement opstarten van de evaluatie, het ophalen van input van adviserende diensten en de organisator, en voor de verslaglegging en het bewaren van de evaluaties. Standaard onderdeel van het evaluatieproces wordt ook het ophalen van eventuele meldingen en/of klachten over evenementen.

Veiligheid bij evenementen is een topprioriteit. Een gestandaardiseerde evaluatie helpt bij het beoordelen van de wijze waarop uitvoering wordt gegeven aan de verschillende plannen. Ook milieueffecten, zoals afvalbeheer en geluidsbelasting, kunnen op een consistente manier worden gemeten en verbeterd. Een systematische evaluatie van evenementen is randvoorwaardelijk om de risicoscan aan de voorkant te voeden met inzichten uit eerdere edities, en daarmee de kwaliteit, veiligheid en effectiviteit van het vergunningsproces structureel te borgen en waar nodig gericht bij te stellen. Om evaluaties te standaardiseren en structureel te verankeren in het vergunningsproces, is het daarbij van belang te beschikken over een toekomstbestendig informatiefundament. In dit kader wordt voorgesteld om een evaluatie-dashboard te ontwikkelen. Dit dashboard fungeert als een procesmatige evaluatietool binnen de scope van vergunning, toezicht en handhaving (VTH). Het is

34

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

primair bedoeld voor het monitoren, analyseren en verbeteren van de uitvoeringspraktijk op basis van structureel verzamelde gegevens over evenementen. Belangrijk om te benoemen is dat het verbeterde evaluatieproces in een meer basale vorm ook zonder dashboard kan worden uitgevoerd, omdat het dashboard op dit moment nog niet ontwikkeld is. Het starten met de nieuwe werkwijze die volgt uit het beleid is hier dus niet van afhankelijk. Het dashboard dat gebruikt wordt bij de evaluatie van evenementen verrijkt de risicoscan door historische informatie over eerdere edities van evenementen inzichtelijk te maken. Denk hierbij aan ervaringen met organisatoren, betrokken inhuurpartijen, eerdere (overlast)meldingen, en andere procesmatige indicatoren. Deze gegevens maken het mogelijk om toekomstige aanvragen gerichter te beoordelen en risico-inschattingen consistenter en meer data-gedreven uit te voeren. Het dashboard biedt daarnaast inzicht in uitvoeringsdruk, knelpunten en langjarige trends binnen het VTH-domein. Daarmee ondersteunt het risicogestuurd toezicht, optimaliseert het de inzet van capaciteit en draagt het bij aan beleidsontwikkeling op basis van feitelijke informatie. Hoewel het dashboard voornamelijk gevoed wordt door VTH-specifieke data, kunnen – indien relevant – te zijner tijd ook externe bronnen worden toegevoegd als aanvullend datapunt.

Een voorbeeld hiervan is een (jaarlijkse) stadsbrede enquête onder bewoners of bezoekers over de beleving van evenementen rond een specifieke locatie. De uitvoering van een dergelijke enquête valt nadrukkelijk buiten de VTH-scope en maakt géén structureel onderdeel uit van het VTHevaluatieproces, maar resultaten kunnen indien beschikbaar als contextuele verrijking aan het dashboard worden toegevoegd. Technisch gezien kan het dashboard voor de evaluatie van evenementen mogelijk aansluiten op systemen en methodieken die reeds in gebruik zijn. Dit biedt kansen voor efficiëntie en integratie. Wel dienen technische en logistieke verschillen tussen het evenementenveld en andere domeinen nader onderzocht te worden in de verdere ontwikkelfase als onderdeel van het Uitvoeringsprogramma. Door de inzet van een gestandaardiseerde evaluatie per evenement, ondersteund door een digitaal risicogestuurd dashboard en eventueel verrijkt met aanvullende datapunten, ontstaat een samenhangend VTH-evaluatiekader. Dit stelt de gemeente in staat om het VTH-proces rondom evenementen consistent en doelgericht vorm te geven. Daarnaast draagt de evaluatie bij om te komen tot een eerlijke en transparante verdeling van subsidies en (schaarse) vergunningen.

Het stelt ons in staat om evenementen objectief te vergelijken en beoordelen op basis van de vooraf vastgestelde criteria, zoals bezoekersaantallen, economische impact en maatschappelijke meerwaarde. Dit voorkomt willekeur en bevordert gelijke kansen voor organisatoren. Tot slot draagt een evaluatie bij aan het versterken van de samenwerking tussen gemeenten, organisatoren en andere stakeholders. Door eenduidige evaluaties kunnen best practices worden gedeeld en kan de kwaliteit van evenementen worden verbeterd.

35

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

7.5 Vergunningverlening en toezicht op evenementen Het VTH-beleid Fysieke Leefomgeving 2024 is het kader voor de wijze waarop de VTH-taken rondom evenementen worden uitgevoerd. Dit uitvoeringsbeleid wordt geactualiseerd mede naar aanleiding van de uitgangspunten uit dit evenementenbeleid. Uitgangspunt in het VTH-beleid FLO 2024 voor het uitvoeren van toezicht op evenementen is dat dit risicogestuurd plaats vindt. In 2024 is ingezet op versterking van het toezicht op veiligheidsaspecten. Deze ingezette lijn wordt voortgezet. Handhaving van overtredingen bij evenementen vindt plaats conform de Handhavingsstrategie Overtredingen Evenementen.

7.6 Specifieke evenementencategorieën Er is een aantal evenementen dat vanwege aard en karakter om maatwerk vraagt in het vergunningsproces. Het gaat hier om vuurwerkshows, (tijdelijke) schaatsbanen, wandelevenementen, evenementen met dieren en evenementen op het water. Vuurwerkshows Vanwege een groeiende vraag naar alternatieven voor consumentenvuurwerk tijdens oud en nieuw, ontstaat de behoefte voor duidelijke voorwaarden om op zichzelf staande vuurwerkshows (met name tijdens de jaarwisseling) mogelijk te maken: laagdrempelig maar veilig. Kortstondige vuurwerkshows zonder randprogrammering worden als A+ evenement vergund, tenzij de risicoscan tot een hogere risico inschatting leidt. Deze vergunning voorziet in een lichte toetsing waarbij, naast de bestaande beoordeling van de ontbrandingstoestemming door de Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied (OD NZKG), aanvullende aandacht is voor mobiliteit, veiligheid van omstanders, de impact op de omgeving en de inzet van gemeentelijk toezicht. Daarmee kan op een eenduidige manier worden beoordeeld of een vuurwerkshow inpasbaar en uitvoerbaar is. Vuurwerkshows die een programmaonderdeel zijn van een evenement in de openbare ruimte worden behandeld overeenkomstig de uitkomst van de risicoscan.

Aanvullend op deze vergunning wordt in de periode van 15 maart tot 15 juli (broedseizoen) geen toestemming verleend om vuurwerk toe te staan bij evenementen in openbare ruimte, om de impact op natuur en milieu te beperken. Enkel voor evenementen die formeel zijn aangemerkt als zijnde van een Hoog Maatschappelijk Belang (zie paragraaf 6.3) of een grootstedelijk of internationaal karakter (zoals SAIL) kan een uitzondering worden gemaakt. In die gevallen is altijd een ecologisch rapport vereist waaruit blijkt dat het vuurwerk geen negatieve effecten heeft op broedende vogels of hun leefomgeving. Daarnaast geldt dat geen vuurwerk mag worden afgestoken binnen een straal van 45 meter van ziekenhuizen, zorginstellingen en dierenverblijven. Bovenstaande beleidswijzigingen zien enkel toe op vuurwerkshows die op zichzelf staan en vuurwerkshows die onderdeel uitmaken van een evenement in de openbare ruimte. Dit beleid is

36

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

niet van toepassing op vergunningsvrije vuurwerkshows die georganiseerd worden door een professioneel vuurwerkbedrijf op eigen terrein of in binnenlocaties. IJsbanen Tijdelijke ijsbanen zorgen in de winter voor veel plezier bij Amsterdammers en bezoekers. Ze dragen bij aan sociale cohesie, beweging en laagdrempelige recreatie, zeker voor jongeren, ouderen en Amsterdammers met een kleine beurs. Ook via sport- en kennismakingsprogramma’s (zoals schaatsclinics in schoolvakanties) vergroten ijsbanen de toegang tot sport. De keerzijde van ijsbanen is dat ze veel energie verbruiken, zeker als gebruik gemaakt wordt van echt ijs in plaats van kunststofplaten. Het energieverbruik per schaatser is weliswaar veel lager dan bij bijvoorbeeld een bezoeker van een (binnen)zwembad, maar een zorgvuldige afweging over het toestaan van ijsbanen is wel gerechtvaardigd. Het nadeel van de kunststofplaten is dan weer dat bij het schaatsen microplasticdeeltjes vrijkomen, die moeten worden opgevangen en verwijderd. Besloten is om in de toekomst wel ruimte te blijven maken voor ijsbanen in de stad, maar hier duidelijke, op basis van duurzaamheid en commercie, voorwaarden aan te verbinden. Om de positieve effecten van ijsbanen te realiseren, kunnen eisen worden gesteld aan exploitatie, energieverbruik, toegangsprijzen en commerciële activiteiten.

Op die manier blijven ijsbanen toekomstbestendig en maatschappelijk waardevol. Voor tijdelijke ijsbanen gelden de volgende vergunningsvoorwaarden: • IJsbanen met echt ijs mogen niet langer dan 12 weken worden geëxploiteerd. Per stadsdeel mag niet meer dan 1 ijsbaan met echt ijs worden geëxploiteerd. Stadsdelen wijzen de locatie daarvoor aan. • Bij de exploitatie van ijsbanen met echt ijs moet gebruik worden gemaakt van moderne technieken, zoals externe tijdelijke koelinstallaties die de meest duurzame technologieën bevatten, in plaats van oudere, minder energiezuinige, vaste koelinstallaties. • Er moet gebruik worden gemaakt van vaste stroompunten. Aggregaten op (bio)diesel zijn niet toegestaan. • Schaatsbanen met kunststofplaten mogen maximaal 3 weken achter elkaar geëxploiteerd worden. Omdat het energieverbruik aanzienlijk lager is, is geen maximum gesteld aan het aantal kunststof ijsbanen per stadsdeel. • Schaatsbanen met kunststofplaten in plaats van ijs, moeten maatregelen treffen om te voorkomen dat vrijkomende microplastics in het milieu terechtkomen. Deze moeten zoveel mogelijk worden afgevangen en afgevoerd. • IJsbanen moeten toegankelijk zijn voor een breed publiek, met lage (financiële) drempels voor scholieren, ouderen en mensen met een kleinere beurs. Gratis toegang of vaste, lagere prijzen voor deze doelgroepen.

• De commerciële invulling rondom de ijsbaan mag geen afbreuk doen aan de laagdrempelige uitstraling van de ijsbanen. Voor commerciële activiteiten en randprogrammering geldt dat commerciële belangen niet mogen overheersen, en dat de exploitant kenbaar moet maken waarom de randprogrammering en/of horeca-activiteiten noodzakelijk zijn voor de exploitatie

37

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

en de toegankelijkheid voor verschillende doelgroepen. Van organisatoren wordt verwacht dat ze terughoudend zijn in commerciële uitingen en geluidsgebruik. Activiteiten met een hoge geluidsbelasting worden niet toegestaan. Wandelevenementen Voor wandelevenementen zonder aanvullende programmering en een beperkte impact op de openbare ruimte (zoals avondvierdaagse) geldt voortaan dat deze vergunningsvrij zijn. Organisatoren van wandelevenementen hoeven hiervoor geen evenementenvergunning aan te vragen, maar moeten wel tijdig een melding doen bij de gemeente, zodat er vanuit verkeer en mobiliteit een check op de route kan worden gedaan. Als de route niet haalbaar blijkt, zal samen met de organisator worden gekeken naar een alternatief. Van de organisator wordt wel verwacht dat deze waar nodig maatregelen treft voor een veilig verloop van het wandelevenement. Evenementen op het water Door de toegenomen drukte op het (binnen)water is het van belang dat evenementen goed worden gespreid over het binnenwater van de gehele stad. Belangrijk is dat het binnenwater eerst en vooral vaarwegen zijn met een cruciale functie voor de bereikbaarheid van de stad met een eigen karakter en waarden. Daarom is het van belang dat voor iedere georganiseerde activiteit (ongeacht de omvang) vooraf toestemming wordt verkregen (al dan niet met voorwaarden) van de nautisch beheerder.

Deze kan dan de afweging maken tussen het nautische effect van het evenement op de bereikbaarheid van de stad en andere watergebruikers en of het evenement wel noodzakelijk is op de gevraagde locatie. Zonder deze toestemming kan er geen vergunning worden verleend. Het is dan ook van belang dat de organisator dit op tijd regelt. Voor evenementen op het water gelden dezelfde geluidsnormen en locatievoorwaarden als op het land. Evenementen met dieren Amsterdam staat voor een diervriendelijke stad. Dieren verdienen vanwege hun intrinsieke waarde onze zorg, ook omdat ze in een zekere mate afhankelijk van ons zijn (geworden). Organisatoren dienen zich ten alle tijden te houden aan de landelijke wet (Wet Dieren). De gemeente is daar geen handhavende of controlerende macht in. Wel een signalerende. Het gegeven dat Amsterdam het aantal evenementen met dieren wil terugdringen is een lokale – bovenwettelijke – ambitie die we niet kunnen afdwingen. Vergunningen kunnen alleen worden geweigerd op grond van APV-gronden. Dierenwelzijn is geen APV-grond en gemeenten hebben ook geen mandaat om die alsnog een APV-grond te maken. Al eeuwenlang worden dieren ingezet bij evenementen en activiteiten met sport, ontspanning en recreatie.

Amsterdam wil dat het aantal evenementen met dieren afneemt en dat de negatieve invloed daarvan op het dier, zoals drukte, geluid, niet vrij kunnen bewegen, zo min mogelijk is. We willen dat houders zorgdragen voor positieve ervaringen voor het dier. Dat doen we door: • Alle evenementen met dieren vergunningsplichtig te maken. Bij signalen van misstanden spreken we de houder of organisator aan en waar nodig informeren we de landelijk bevoegde handhavingsdienst.

38

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

•

Indien een organisator dieren inzet bij het evenement, moet het dierenwelzijn onderdeel zijn van de evaluatie van het evenement. Daarmee wordt bedoeld te reflecteren op, leren van, en het dierenwelzijn te versterken voor de volgende editie. Sinds 2024 wordt bij de vergunningsuitvraag van terugkerende evenementen gevraagd hoe de rol van dieren binnen de activiteit wordt verbeterd, verminderd of vervangen ten opzichte van de voorgaande editie. Dat er verbeterpunten zijn, betekent niet dat het dierenwelzijn in het geding is. Ze laten vooral zien dat de organisator het welzijn hoog in het vaandel heeft. We moedigen organisatoren aan om te handelen met voortschrijdend inzicht.

Vergunningsvrije (meldingsplichtige) evenementen Evenementen met maximaal 250 bezoekers (voorheen maximaal 100 bezoekers) zijn in beginsel meldingsplichtig. Dat betekent dat, mits aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan, geen vergunning nodig is, maar een melding van het evenement bij het stadsloket volstaat. Door deze aanpassing wordt de drempel voor kleinschalige, meestal buurtgerichte evenementen verlaagd, er is immers geen vergunningsproces dat hoeft te worden doorlopen, maar er hoeven ook geen leges te worden betaald voor de vergunning. Om te voorkomen dat de uitbreiding van de categorie meldingsplichtige evenementen tot 250 personen leidt tot grootschalige evenementen of overlast, worden een aantal voorwaarden gesteld. Zo mogen deze evenementen alleen tussen 9:00 en 23:00 uur plaatsvinden, geen belemmering vormen voor het (rij- of scheepvaart)verkeer, is het niet toegestaan om bedrijfsmatig alcoholhoudende drank en/of voedsel te verstrekken, mag het geen commercieel karakter hebben, mogen er geen dieren worden gebruikt bij het evenement, en moet er altijd een aanwijsbare organisator zijn. Die bestaande voorwaarden zijn op 3 punten aangescherpt: Ten eerste moet de geringe geluidsproductie die zonder toetsing van een geluidsplan kan worden toegelaten, gewaarborgd blijven.

Hiertoe wordt aangesloten bij het huidige geluidbeleid (2018) en wordt de geluidsnormering van maximaal 75 dB(C) op de gevel van omringende woningen aangevuld met een geluidsniveau van maximaal 75 dB(C) op 15 meter van de geluidsbron (art. 2.41 lid 1 onder d APV). Dit om te voorkomen dat bijvoorbeeld in parken, op grote afstand van de gevels van woningen, ter hoogte van de geluidbron hoge geluidsniveaus mogelijk zijn. Op deze manier zal de akoestische invloed op de omgeving bij dit soort kleinschalige evenementen beperkt blijven. Daarnaast wordt voorgesteld om niet langer het aantal toegestane objecten (zoals een partytent, een barbecuestel of een springkussen) te begrenzen, maar om een begrenzing te stellen aan de maximale oppervlakte die de aanwezige objecten gezamenlijk mogen innemen. De grens wordt gelegd bij 50 m², waarbij er geen object groter dan 25 m² of hoger dan 5 meter mag zijn. Bij een gezamenlijk oppervlakte van meer dan 50 m² kan de kleinschaligheid van een evenement niet gewaarborgd worden en zal een beoordeling plaats moeten vinden ten aanzien van het beslag op de openbare orde en een geoorloofd gebruik van de openbare ruimte. In dat geval kan niet volstaan worden met een melding, maar dient een evenementenvergunning aangevraagd te

39

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

worden. Daarbij wordt voorgesteld om uitzondering van het aantal m² en objecten toe te staan bij meldingsplichtige evenementen van non-profit organisaties, zoals bijvoorbeeld voor brandweer, politie en het Rode Kruis. De ervaring leert dat zij daarvoor meer ruimte nodig hebben dan vanuit de voorwaarden is toegestaan. Tenslotte worden naast natuurparken, struingebieden en landschapsparken ook kwetsbare natuurgebieden uitgesloten van vergunningsvrije evenementen. Dit zijn kwetsbare gebieden waar het houden van kleinschalige evenementen schade aan het milieu kunnen veroorzaken. Het gemelde evenement vindt plaats buiten de natuurparken, zoals aangegeven in het (concept) Beleidskader Hoofdgroenstructuur, het binnen het nog geldende Beleidskader Hoofdgroenstructuur genoemde ruigtegebieden/struinnatuur en binnen de Omgevingsvisie 2050 als landschapspark aangegeven gebieden.

40

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

8 Schaarstebeleid en Vaststelling Evenementenkalender

Een belangrijk onderdeel van het evenementenbeleid is de vormgeving van de Evenementenkalender. De kalender is geen nieuw fenomeen en wordt al geruime tijd gebruikt als afstemmingsmechanisme voor de hulp-, veiligheids- en vervoersdiensten. Met het opstellen van de kalender kan in een vroeg stadium een overzicht worden verkregen van de evenementen die in een jaar een beroep zullen doen op het gebruik van de openbare ruimte. Amsterdam is een aantrekkelijke stad voor bezoekers en organisatoren van evenementen. Tegelijkertijd brengen evenementen drukte en overlast met zich mee voor de directe omgeving. Door de snelle groei en ontwikkeling van de stad neemt die druk op de openbare ruimte alleen maar toe. Om het woon- en leefklimaat te beschermen en de mogelijkheden voor het organiseren van een evenement helder inzichtelijk te maken, zijn in 2018 locatieprofielen vastgesteld voor een aantal locaties die geschikt worden geacht voor evenementen. Hierin is per locatie vastgelegd hoeveel evenementen er in een kalenderjaar mogen plaatsvinden en onder welke voorwaarden. Dit geeft duidelijkheid voor zowel organisatoren als bewoners. Op locaties waar geen locatieprofielen voor zijn vastgesteld, is een beperking gesteld aan het aantal geluidsevenementen in het geluidsbeleid. Daarmee is de ruimte voor evenementen beleidsmatig beperkt.

Sinds 2020 blijkt het steeds moeilijker om een Evenementenkalender samen te stellen, vooral vanwege de schaarse ruimte voor grotere muziekevenementen. In de praktijk blijkt de interesse onder organisatoren om op de locaties een evenement te organisatoren onverminderd groot. De vraag naar plekken voor evenementen overstijgt het aantal plekken dat beschikbaar is voor het houden van evenementen, waardoor er sprake is van feitelijke schaarste. De gemeente heeft de schaarste tussen 2020 en 2026 op verschillende manieren verdeeld, zoals verloting van beschikbare plekken en het kopiëren van de kalender. Voor het verdelen van de schaarse ruimte voor evenementen is gekozen voor een open, transparant en eerlijk verdeelsysteem op basis van inhoudelijke criteria. Aanleiding hiervoor is dat de afgelopen jaren is gebleken dat de schaarste geen tijdelijke, éénjarige situatie betreft, maar structureel van aard is. Door het opstellen van beleid voor het verdelen van deze schaarste ontstaat duidelijkheid en voorspelbaarheid voor alle belanghebbenden.

41

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

8.1 Evenementenkalender Met dit beleid krijgt de kalender een tweede, meer beleidsmatige functie. Naast het bieden van een overzicht waarmee hulp,- veiligheids-, en vervoersdiensten hun inzet kunnen afstemmen, wordt de kalender vanaf 2026 ook gebruikt als instrument om schaarse ruimte voor evenementen op een eerlijke manier te verdelen. In 2026 kunnen organisatoren een verzoek doen voor plaatsing op de kalender van 2027, waarmee het nieuwe beleid daadwerkelijk in werking treedt. De Evenementenkalender zal jaarlijks voor het opvolgende evenementenjaar worden vastgesteld door het college.

8.1.1 Doelstellingen Evenementenkalender De Evenementenkalender kent 2 doelen: 1. Capaciteitscheck openbare orde en veiligheid Het waarborgen van de openbare orde en veiligheid in de stad vraagt om een vroegtijdig inzicht in de risicovolle evenementen die in het aankomende jaar een beroep zullen doen op de openbare ruimte. Evenementen worden bij de start van het vergunningsproces ingedeeld in risicoprofielen 0, A, A+, B, B+ of C (zie paragraaf 7.2). De B-, B+- en C- evenementen vragen vanwege omvang en impact op de omgeving extra aandacht, waarbij vaak een intensieve coördinatie tussen meerdere diensten nodig is. Voor hulp- en veiligheidsdiensten is het essentieel dat risicovolle evenementen tijdig in beeld zijn, zodat een adequate risicoinschatting kan worden gemaakt en de inzet van diensten zoals politie, brandweer en de Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio goed afgestemd kan worden. Naast het inschatten van capaciteit van hulpdiensten geeft de kalender vroegtijdig inzicht in knelpunten in de openbare ruimte, zoals beperkte beschikbaarheid van locaties of risico’s voor mobiliteit, bereikbaarheid en doorstroming. 2. Verdelen van schaarse plekken Om het woon- en leefklimaat in Amsterdam en Weesp te beschermen, is het aantal evenementen dat per locatie mag plaatsvinden beleidsmatig beperkt. Hiermee is sprake van beleidsmatige schaarste.

De laatste jaren is ook sprake van feitelijke schaarste, omdat het aantal verzoeken voor evenementen het aantal beschikbare plekken voor evenementen overstijgt. Een plek op de kalender is voor evenementen met 1.501 of meer bezoekers een vereiste voor het aanvragen van een evenementenvergunning, waardoor schaarste zichtbaar wordt bij de plaatsing van de evenementen op de kalender; nog voor de daadwerkelijke vergunningsaanvraag. Dat maakt de kalender een geschikt moment om schaarse ruimte te verdelen.

42

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

8.1.2 Verplichte aanmelding van Evenementenkalender Op grond van de APV en de nadere regels is het voor evenementen met 1.501 en meer bezoekers verplicht dat een organisator een verzoek tot plaatsen van een evenement op de Evenementenkalender indient. In het kader van de openbare orde en veiligheid zijn dit evenementen die doorgaans vallen in een risicoprofiel B of hoger en daarmee een grote impact hebben op hulpdiensten, mobiliteit en de leefbaarheid in de stad. Ten aanzien van de verdeling van de schaarste, is de verplichting voor het indienen van een verzoek tot plaatsing op de Evenementenkalender vanaf 1.501 of meer bezoekers noodzakelijk om te kunnen voorzien in een eerlijke en transparante verdeling van de (potentieel) schaarse ruimte. Voor evenementen van 1.501 of meer bezoekers is een plek op de Evenementenkalender een voorwaarde voor het in behandeling nemen van een vergunningaanvraag. Als een evenement met 1.501 of meer bezoekers niet op de Evenementenkalender staat, wordt een vergunningaanvraag buiten behandeling gesteld. Een uitzondering hierop geldt voor A en A+ evenementen met 1.501 of meer bezoekers. Hiermee wordt tegemoetgekomen aan kleinere, weinig impactvolle evenementen voor wie het niet altijd mogelijk, redelijk of billijk is om de plannen en concepten van een evenement ver van tevoren voldoende concreet te hebben uitgedacht.

Let wel, tijdens de kalenderprocedure worden veel beschikbare plekken al verdeeld, een A of A+ evenement met 1.501 of meer bezoekers dat kans wil maken op een potentieel schaarse plek op de Evenementenkalender, dient mee te dingen op een plek door een verzoek in te dienen voor plaatsing op de Evenementenkalender. Het is niet mogelijk om via de uitzondering een vergunningsaanvraag te doen voor een plek waar schaarste is ontstaan die volgens de verdeelmethodiek is toebedeeld aan iemand anders. De uitzondering kan niet geboden worden voor B of B+ evenementen, gelet op de noodzaak voor veiligheids-, hulp- en vervoersdiensten om een voldoende sluitende capaciteitsplanning op te kunnen stellen voor evenementen met een grote impact op de openbare orde en veiligheid en de mobiliteit en het verkeer. Voordat de Evenementenkalender wordt opengesteld, wordt geïnventariseerd of er in het opvolgende jaar bijzonderheden zijn die leiden tot knelpunten. Bij het openstellen van de aanmeldperiode worden knelpuntenperiodes expliciet benoemd. Mogelijke knelpunten ontstaan wanneer de capaciteit van de hulp- en veiligheids- en vervoersdiensten onder druk staat. Gedacht kan worden aan grootschalige infrastructurele werkzaamheden, de samenloop van meerdere grote evenementen zoals Pride of SAIL of grote veiligheidsconferenties zoals een NAVO-top.

Het wordt organisatoren ontraden om in knelpuntenperiodes een verzoek tot plaatsing op de Evenementenkalender in te dienen. Er is een verhoogde, of soms zelfs aanzienlijke, kans dat het evenement geen vergunning krijgt. De knelpunteninventarisatie geeft een indicatie van de mogelijke kans dat een vergunning wordt verstrekt, maar er kunnen geen rechten aan worden ontleend.

43

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

8.1.3 Aanmelding van binnen evenementen Evenementen die enkel plaatsvinden in een evenementenlocatie die binnen is, zoals de RAI, Johan Cruijff Arena of het Olympisch Stadion, wordt verzocht geplande evenementen vanaf 1.501 bezoekers aan te melden voor de kalender vóór 1 september van het voorgaande jaar. Hoewel binnen-evenementen niet altijd vergunningsplichtig zijn (vaak omdat ze opereren onder een doorlopende exploitatievergunning) en hier geen schaarste op kan ontstaan, is het voor de inschatting van de veiligheids-, hulp- en vervoersdiensten belangrijk ook te weten welke binnenevenementen in het jaar zullen gaan plaatsvinden.

8.2 Juridisch kader 8.2.1 Dienstenrichtlijn over schaarste verdeling Het organiseren van een evenement valt onder het verrichten van een dienst in de zin van de Europese Dienstenrichtlijn; organisatoren en personeel organiseren een feest en in ruil voor deze ‘dienst’ ontvangen zij inkomsten, bijvoorbeeld uit de kaartverkoop of consumpties. Daarmee zijn de Europese Dienstenrichtlijn en de daarop gebaseerde Dienstenwet van toepassing op het vergunningenstelsel voor evenementen en de verdeling van schaarse plekken op de Evenementenkalender. De Dienstenrichtlijn stelt voorwaarden aan de manier waarop de gemeente Amsterdam schaarste moet verdelen, zodat alle potentiële aanbieders gelijke toegang hebben tot de markt. Een beperking tot die markt voor het verrichten van diensten is alleen toegestaan als er sprake is van een dwingende reden van algemeen belang. Daarbij geldt dat de gekozen maatregel (zoals de verdeling op basis van beoordelingscriteria) geschikt en noodzakelijk moet zijn om dat belang te dienen. Daarnaast schrijft de Dienstenrichtlijn voor dat de procedure voor het verdelen objectief en transparant verloopt. Het verdelen van de schaarste op basis van inhoudelijke criteria is in dit geval noodzakelijk op basis van de dwingende reden van algemeen belang van het beschermen van het stedelijk milieu en culturele beleidsdoelen en het cultuurbeleid.

Op basis van de in 2024 vastgestelde visie “Amsterdam Bruisende Stad”, Visie op Festivals en Evenementen, heeft het college de wens uitgesproken om de potentie van evenementen voor de stad beter te benutten. Dit gebeurt door beter aan te sluiten op de wensen en behoeften van een bredere groep Amsterdammers en door, waar dat kan, bij te dragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Deze beleidsdoelstellingen bestaan onder andere uit laagdrempelige cultuurparticipatie, het stimuleren van verbinding en ontmoeting en het creëren van ruimte voor cultuur, creativiteit en innovatie. Het is dan ook de opgave om te zorgen voor een festival- en evenementenaanbod dat evenwichtig, kwalitatief, veelzijdig, vernieuwend en goed gespreid over de stad is. Het is

44

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

belangrijk dat het aanbod voor zoveel mogelijk Amsterdammers aantrekkelijk en toegankelijk is. Dat aanbod is in zijn totaliteit gericht op maximale aansluiting op de bewoners; het is goed gespreid over de stad, bestaat uit een gevarieerd aantal grote, middelgrote en kleinschalige evenementen en festivals en is goed verbonden met de stad en haar cultuur. In die mix is er voor iedereen een evenement, voor elk wat wils en verspreid over alle delen van de stad. Tegelijkertijd blijft het college afhankelijk van het aanbod vanuit de markt. Om deze ambities te realiseren, is besloten tot een samenhangende en geregisseerde aanpak. Het college heeft besloten om in het geval van schaarste de verzoeken voor plaatsing op de kalender te beoordelen via een vergelijkende toets, in plaats van deze op willekeurige wijze te verdelen via een loting of ‘wie het eerst komt, het eerst maalt’ principe. Daarbij worden de plannen inhoudelijk getoetst aan de vooraf vastgestelde criteria (1) publieksbereik en toegankelijkheid, (2) kwaliteit van het plan en (3) binding met de buurt. Deze 3 beoordelingscriteria zijn afgeleid van de 4 doelen uit de visie op evenementenbeleid: gevarieerd aanbod, binding met de stad en de inwoners, optimale spreiding over de stad en ruimte voor vernieuwing en experiment. De criteria worden beoordeeld door een onafhankelijke externe adviescommissie.

Het verdeelsysteem van inhoudelijke beoordeling is noodzakelijk om de beleidsdoelen van het evenementenbeleid daadwerkelijk te kunnen realiseren. Een aselecte methode, zoals een loting, volstaat niet om een divers evenementenaanbod te creëren met ruimte voor nieuwe concepten die een breed publiek aanspreken en daarmee bijdragen aan het woon- en leefklimaat. De aselecte verdeelwijze houdt geen rekening met de inhoud van de evenementen en stimuleert organisatoren niet om vernieuwende programma’s te ontwikkelen die ondervertegenwoordigde doelgroepen bereiken of de binding met de buurt te versterken. Een inhoudelijke beoordeling op basis van de inhoudelijke criteria biedt wel de mogelijkheid om te sturen op een aanbod dat bijdraagt aan het verbeteren van het woon- en leefklimaat in de stad, door onder andere laagdrempelige cultuurparticipatie, het stimuleren van verbinding en ontmoeting, het stimuleren van een divers aanbod en het creëren van ruimte voor cultuur, creativiteit en innovatie. Tot slot leidt de vergelijkende toets tot een transparante en controleerbare procedure. Doordat alle aanvragers vooraf weten waarop zij beoordeeld zullen worden, wordt het speelveld gelijkgetrokken. Nieuwe organisatoren hebben met hun verzoek evenveel kans om op de Evenementenkalender te komen als gevestigde partijen.

Een organisator maakt het meeste kans op een plek op de kalender als er goed wordt gescoord op de vooraf bekendgemaakte criteria. Bij de verdeling van schaarste wordt daarmee voldaan aan het gelijkheidsbeginsel waarmee alle potentiële gegadigden ruimte wordt geboden om mee te dingen naar een plek op de kalender.

8.2.2 Dienstenrichtlijn over de looptijd van een kalenderplek Amsterdam is een populaire evenementenstad. Tegelijkertijd is de openbare ruimte in de stad voor recreatie, in evenementen of anderszins, schaars. Met de locatieprofielen zijn keuzes gemaakt waarbij duidelijk wordt gekaderd welke ruimte en hoeveel ruimte in de stad beschikbaar

45

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

wordt gesteld voor evenementen en onder welke voorwaarden. Gelet op de interesse kunnen niet alle evenementen die graag een plek zouden willen in Amsterdam ook daadwerkelijk plaats vinden; er moeten keuzes gemaakt worden. Gebleken is dat de schaarste niet alleen in potentie bestaat, maar dat deze zich ook steeds vaker daadwerkelijk voordoet. Om hiermee om te gaan voorziet het evenementenbeleid in een eerlijke en transparante verdeelwijze, waarbij de schaarse ruimte door middel van een vergelijkende toets op basis van inhoudelijke beoordelingscriteria wordt verdeeld. Tot en met 2026 werd de Evenementenkalender van Amsterdam jaarlijks vastgesteld, waarbij bij eventuele schaarste werd geloot tussen evenementen die op dezelfde locatie wilden plaatsvinden. Dit bracht veel onzekerheid met zich mee, maar in de praktijk werd dit deels opgevangen met een soort ‘gentlemen's agreement’ in de evenementensector. Organisatoren respecteerden elkaars plek en evenement. Het nieuwe verdeelsysteem dat vanaf 2026 geldt, maakt een einde aan deze relatieve zekerheid. In geval van schaarste worden plekken verdeeld op basis van inhoudelijke criteria en beoordeling hierop door een externe adviescommissie. Hoewel dit verdeelsysteem zorg voor meer transparantie in hoe de plekken verdeeld worden, leidt het voor organisatoren ook tot meer onzekerheid.

Niet alleen is onzeker of een evenement op de kalender wordt geplaatst, maar ook op welke locatie. Marktaanbieders hebben altijd een zeker bedrijfsrisico. Dit moet echter wel een acceptabel risico zijn. Organisatoren geven aan dat jaarlijkse plaatsing en daarmee ieder jaar onzekerheid voor een plek een te grote onzekerheid geeft. Vanuit de evenementenbranche wordt al langer verzocht om meerjarige zekerheid. In eerste instantie vroegen organisatoren om het toekennen van meerjarige vergunningen. Dit is niet mogelijk, omdat het voor de vergunningverlening van belang is om ieder jaar de op dat moment van toepassing zijnde omstandigheden en risico's in het kader van de openbare orde, veiligheid en mobiliteit in kaart te brengen en daarop te toetsen in de vergunning. Wel is onderzocht of het toekennen van een meerjarige plek op de Evenementenkalender aan organisatoren een mogelijkheid is. Een plek op de kalender geeft geen garantie op een vergunning, maar geeft met de huidige problematiek rondom schaarste voor plekken wel een bepaalde zekerheid voor organisatoren dat zij de volgende jaren weer kunnen rekenen op een plek op de Evenementenkalender en een vergunning mogen aanvragen. In andere gemeenten, waar geen sprake is van schaarste, worden al langer meerjarige afspraken gemaakt met organisatoren, soms tot 10 jaar. In Amsterdam is de situatie anders.

De schaarste voor evenementen bestaat niet alleen in potentie, maar doet zich in evenementen van bepaalde grootte daadwerkelijk voor. Bij schaarste in relatie tot diensten, dient de overheid rekening te houden met De Dienstenrichtlijn. Hiermee worden overheden behouden aan bepaalde regels rondom het verdelen van de schaarse rechten en stelt beperkingen aan de duur van de vergunning/toekenning van het recht (looptijd). Terugverdientijd De juridisch meest bekende en gangbare onderbouwing voor meerjarige toekenning van schaarse rechten, is de terugverdientijd. De terugverdientijd – de tijd die een onderneming nodig heeft om

46

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

de te maken investeringen terug te verdienen – inclusief een redelijk rendement op het geïnvesteerde kapitaal, geldt als juridische ondergrens voor de looptijd van een schaars recht. Om de terugverdientijd van evenementen te bepalen is een onderzoeksopdracht uitgezet bij SEO Economisch Onderzoek. Uit dit onderzoek is naar voren gekomen dat de terugverdientijd van evenementen meer dan 1 editie bedraagt. Het is daarbij vanuit economisch oogpunt moeilijk te achterhalen om hoeveel jaar het precies gaat, aangezien organisatoren werken met sluitende begrotingen, waarop bijvoorbeeld niet altijd alle personeelskosten en overheadkosten zijn opgenomen. Het is daarom vanuit economisch oogpunt te concluderen dat de gemiddelde terugverdientijd meer dan 1 jaar bedraagt en daarom minstens 2 jaar betreft. Een langere looptijd dan 2 jaar is lastig te onderbouwen met objectieve gegevens. Andere dwingende redenen van algemeen belang In een annotatie heeft prof. mr. dr. Wolswinkel, hoogleraar bestuursrecht met een specialisatie in schaarse rechten, beargumenteerd dat bij beleidsmatige schaarste niet enkel de terugverdientijd bepalend is. Bij beleidsmatig schaarse vergunningen is er ruimte om naast terugverdientijd ook andere dwingende redenen van algemeen belang mee te wegen in het bepalen van een passende looptijd.

De Dienstenrichtlijn noemt belangen zoals het beschermen van het stedelijk milieu, openbare veiligheid en gezondheid, consumentenbescherming en het behoud van cultureel erfgoed die, mits voldoende onderbouwd, argumenten kunnen zijn voor het toekennen van meerjarige plekken op de Evenementenkalender. De Dienstenrichtlijn schrijft voor dat het middel – het toekennen van meerjarige plekken – proportioneel een noodzakelijk moet zijn om de dwingende redenen van algemeen belang te behalen. Dit is voor het college aanleiding geweest om nader onderzoek te doen naar de vraag of er dwingende redenen van algemeen belang bestaan die meerjarige plekken rechtvaardigen, en of het toekennen van die plekken een noodzakelijk en proportioneel middel is om deze belangen te dienen. Voor het gemeentelijke onderzoek zijn gesprekken gevoerd met organisatoren, brancheorganisaties, bewoners, stadsdelen, locatiebeheerders en experts op het gebied van veiligheid en openbare orde. Daarnaast is archiefonderzoek gedaan en zijn vragenlijsten uitgezet, onder andere onder bewoners. Uit dit onderzoek komt naar voren dat er dwingende redenen van algemeen belang aanwezig zijn die het toekennen van meerjarige plekken rechtvaardigen. Daarbij wordt vooral gewezen op het lerend vermogen dat met meerjarige plekken ontstaat.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16072315/1