CConstaterende datAmsterdam
Koppel je AI →
Document · PDF

0. Definitief - Evenementenbeleid 2026_.pdf

Raadscommissie Financiën, Kunst en Diversiteit 2 oktober 2025, gemeente AmsterdamBij agendapunt: Vaststellen van het nieuwe Evenementenbeleid 2026 (VN2025-012998)34.456 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

69

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

10.4.4 Taakverdeling

COMMUNICATIEMOMENTEN Wie 1. Vooraankondiging Oproep tot vooraankondiging voor kalender voor alle eventuele organisatoren - Stadsbreed - Buurtgericht 2. Vaststelling Evenementenkalender Informeren van de organisatoren die op de kalender staan Openbaar maken Evenementenkalender - Stadsbrede aankondiging - Daarna buurtgerichte communicatie: wat betekent dat voor de buurt? Met verwijzing naar proces, afwegingen en visie (SEB maakt standaard stukje tekst) Bij vrijgekomen plekken (als er iets uitvalt) / wijziging Evenementenkalender - Informeren organisatoren op de reservelijst - Evt informeren omwonenden bij nieuw (groot) evenement 3. Vergunningverlening proces Vergunningsaanvraag en -verlening openbaar maken 4. Evenement Uitgebreide informatie vooraf, richting omwonenden - Communicatie (informatie over evenement, impact op buurt, contactgegevens bij vragen en klachten) over C-evenementen (hoog risico) - Communicatie (informatie over evenement, impact op buurt, contactgegevens bij vragen en klachten) over A en Bevenementen - Communicatie over evenementen die plaatsvinden op de 16 grootste evenementenlocaties 5.

Evaluatie Jaarlijkse valuatie evenementen (VTH en stadsdelen), in elk geval over de 16 grootste evenementenlocaties, aangevuld met resultaten buurtonderzoek (SEB) - Stadsbrede communicatie over uitkomsten hiervan - Communicatie hierover naar de buurt, bijvoorbeeld door periodiek een gebiedsgerichte bijeenkomst te organiseren met de organisatoren en de buurt, waarin zij de evaluatie presenteren en benoemen wat er is gebeurd (of bij de

SEB Stadsdelen

SEB SEB Stadsdelen

SEB Stadsdelen

VTH

SEB

Organisatoren

Stadsdelen

SEB Stadsdelen en organisatoren

70

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

volgende vergunning gaat gebeuren) om knelpunten aan te pakken. Zij gaan hierover met bewoners in gesprek.

71

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

11 Toegankelijkheid

Amsterdam en Weesp vormen samen een gemeente waarin een grote diversiteit aan mensen woont, werkt, uitgaat en op bezoek komt. Uit cijfers blijkt dat ongeveer 15% van de bevolking een beperking heeft, chronisch ziek is, psychische klachten heeft of neurodivers is. De verplichting van de gemeente om aan de algemene toegankelijkheid in Amsterdam en Weesp te werken komt voort uit de ratificatie door de Nederlandse overheid van het VN-verdrag handicap in 2016. Maar ook zonder die wettelijke verplichting vindt de gemeente het belangrijk dat Amsterdam een stad is die voor iedereen toegankelijk is; voor jong en oud, arm en rijk, en ook voor mensen met zichtbare en onzichtbare beperkingen, chronische ziektes en andere aandoeningen. De gemeente Amsterdam werkt al geruime tijd aan het verbeteren van de sociale, fysieke en digitale toegankelijkheid van de stad. Een toegankelijke stad is een stad waar iedereen gelijkwaardig en zelfstandig toegang heeft tot bijvoorbeeld de gebouwen, winkels, horeca publieke ruimte, voorzieningen, dienstverlening en communicatie. Iedereen kan er veilig en prettig en tot op hoge leeftijd wonen, leren, werken, dagelijkse activiteiten uitvoeren, zich verplaatsen en ontspannen. Hierbij hoort ook dat evenementen in Amsterdam er voor iedereen zijn.

11.1 Toegankelijkheid bij evenementen Toegankelijkheid bij evenementen wordt hierbij in de meest brede zin van het woord gebruikt, van communicatie over en op het evenement, tot aan de beleving van het evenement zelf. Het gaat bijvoorbeeld om een digitaal toegankelijke website en ticketing-systeem, duidelijke en heldere communicatie die voor iedereen begrijpelijk is en het verbeteren van de fysieke toegankelijkheid van het evenement en alle voorzieningen zoals kassa’s, toiletten, hoofdroutes en in- en uitgangen. De gemeente vindt het belangrijk dat iedereen overal naar toe kan én naar binnen kan. Daarnaast gaat het ook om het vergroten van de sociale toegankelijkheid, zorgen dat iedereen zich welkom voelt en gelijkwaardig behandeld wordt. Uit gesprekken met organisatoren blijkt helaas dat toegankelijkheid altijd een taai vraagstuk is geweest binnen de evenementenscene: organisatoren zijn niet altijd goed in staat om hun festival of evenement voor iedereen toegankelijk te maken. Dit kan komen door de (hoge) kostenstijging in de evenementenbranche, omdat men denkt dat aanpassingen extra geld kosten of omdat organisatoren bij de evenementenlocaties geen mogelijkheden zien voor aanpassingen of voorzieningen voor mensen met diverse beperkingen.

Organisatoren missen soms de juiste advisering en kennen nog niet altijd de bestaande tips en handreikingen voor toegankelijke en inclusieve evenementen. Hierbij komt dat de richtlijnen voor toegankelijk evenementen in Amsterdam tot en met 2026 te vrijblijvend waren. Een van de manieren om meer aandacht te krijgen voor de toegankelijkheid voor evenementen is de plannen voor toegankelijkheid onderdeel te maken van de beoordelingscriteria voor evenementen in het geval van schaarste. Op het

72

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

moment dat schaarste zich voordoet worden evenementen die vanaf 2027 georganiseerd worden beoordeeld aan de hand van beoordelingscriteria op basis van plannen van organisatoren rond toegankelijkheid. Hierin kan een evenement meer punten behalen naarmate er meer inzet is op het gebied van een goede toegankelijkheid van een evenement.

11.2 Toegankelijkheidsplan Toegankelijke en inclusieve evenementen is een belangrijk doel waar vele bewoners, ervaringsdeskundigen, professionals en allerlei organisaties aan meewerken. Om organisatoren te helpen bij de toegankelijkheid van het evenement dat zij organiseren, is er een toegankelijkheidsplan opgesteld. Dit toegankelijkheidsplan is gemaakt in samenwerking met ervaringsdeskundigen, organisatoren van evenementen en experts op het gebied van toegankelijkheid. Het doel van het toegankelijkheidsplan is dat organisatoren van evenementen vooraf inzichtelijk maken welke knelpunten in de toegankelijkheid zij tegen kunnen komen en hoe ze daar goed op in willen spelen. Het plan maakt duidelijk hoe toegankelijk het evenement zal zijn. Een belangrijk doel van het toegankelijkheidsplan is om bewustwording te vergroten over het feit dat er soms met kleine veranderingen in de inrichting en opzet een groot verschil gemaakt kan worden. Het toegankelijkheidsplan is vanaf 2027 een verplicht onderdeel van de vergunningaanvraag voor het organiseren van een evenement en zal net als het veiligheidsplan en de duurzaamheidsplannen getoetst worden bij de beoordeling van de vergunningsaanvraag. Het toegankelijkheidsplan is een richtlijn en een praatstuk; als het plan te summier is ingevuld, dan gaat de gemeente in gesprek met de betreffende organisator.

In de vergunning worden de toegankelijkheidsonderdelen opgenomen zoals die in het toegankelijkheidsplan staan. Een organisator is verplicht om zich aan de vergunning te houden en hier kan ook op gehandhaafd worden. Het toegankelijkheidsplan als onderdeel van de vergunning en de beoordeling op toegankelijkheid bij de schaarste verdeling, is een belangrijke stap om te zorgen dat evenementen in Amsterdam er voor iedereen zijn. De gemeente Amsterdam begrijpt dat het niet haalbaar is om meteen bij het ingaan van dit beleid alle evenementen volledig toegankelijk te maken. Wel is het mogelijk voor alle vergunningaanvragers om zich bewust te zijn van het belang van toegankelijkheid en van tevoren na te denken over de inrichting, voorzieningen en de bereikbaarheid van de locatie. Ook wordt duidelijk voor organisatoren dat er relatief eenvoudige oplossingen zijn om de toegankelijkheid te verbeteren en deze meteen toe te passen. Op deze manier wordt ervoor gezorgd dat de belangrijkste voorzieningen, zoals bijvoorbeeld ingang, uitgang, podia, kassa en bars, voor iedereen toegankelijk zijn.

11.3 Toegankelijke communicatie Voor veel bezoekers is goede communicatie over de toegankelijkheid van het evenement een belangrijke en noodzakelijke aanpassing, die relatief snel en eenvoudig kan worden doorgevoerd.

73

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Organisatoren wordt gevraagd, aan de hand van heldere en landelijk gebruikte symbolen en beschrijvingen, snel en laagdrempelig duidelijk te maken in hoeverre een evenement toegankelijk is. Hiervoor kunnen organisatoren gebruik maken van een communicatie toolkit ‘toegankelijk communiceren’, met heldere symbolen die ook in de UITAgenda gebruikt wordt. Deze communicatie helpt bezoekers van evenementen om snel duidelijk te hebben wat wel en niet geregeld is op het evenement. Op deze manier zorgen we met elkaar voor een leefbare en toegankelijke stad, waar iedereen zichzelf kan zijn zonder beperkt te worden.

74

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

12 Duurzaamheid

Het college vindt het van groot belang dat ook de evenementen in onze stad duurzaam zijn. Om te streven naar de klimaatdoelen, die in het Amsterdams coalitieakkoord zijn opgenomen, is er verandering nodig. Niet alleen binnen de overheid en grote concerns. Het is dan ook van groot belang dat we bij evenementen die in Amsterdam en Weesp georganiseerd worden, steeds meer bewustzijn zien als het gaat om duurzaamheid.

12.1 Duurzaamheidseisen evenementen Gemeente Amsterdam streeft er sinds 2016 naar alleen nog duurzame evenementen te laten plaatsvinden in de stad, vastgelegd in het beleidskader ‘Uitgangspunten voor een nieuw evenementenbeleid’. Gevolg daarvan is dat al vanaf 2020 alle grote - meer dan 1.501 bezoekers Amsterdamse evenementen aan door de gemeente Amsterdam gestelde criteria op het gebied van organisatie, energie, water, afval en mobiliteit moeten voldoen om voor een evenementenvergunning in aanmerking te komen. Een gemiddeld festival heeft een CO2 uitstoot van 40.000 kg per dag. Deze 40.000 kg CO2 uitstoot is alleen door de energie die er verbruikt wordt. Door verduurzaming en het circulair maken van festivals en evenementen, kunnen de organisatoren zorgen voor minder CO2 uitstoot. Om dit doel te bereiken heeft de afdeling Stadswerken in 2023 nieuwe duurzaamheidsrichtlijnen en een nieuw duurzaamheidsplan opgesteld. In de richtlijnen staat aan welke eisen en criteria een festival en evenement moet voldoen. Ook staan er tips in en gaat Stadswerken met de organisatie in gesprek om naast de duurzaamheidscriteria voor de aanvraag van een evenementenvergunning, het festival of evenement nog verder te verduurzamen.

12.2 Duurzaamheidsplan De duurzaamheidscriteria zijn in 2023 geactualiseerd, waarbij per thema staat aangegeven wat verplicht is. Daarnaast worden organisatoren geadviseerd over innovatieve, duurzame oplossingen. Doel hiervan is om evenementenorganisatoren te prikkelen om een extra stap te zetten. Alle evenementen met 500 bezoekers of meer zijn verplicht een duurzaamheidsplan in te dienen bij de aanvraag van een evenementenvergunning. De organisator omschrijft daarin hoe wordt gestreefd naar het verkleinen van de milieu-impact, en wat de plannen hiervoor zijn voor de komende editie van het evenement ten opzichte van de vorige editie. Denk daarbij aan het verminderen van het energieverbruik door het inzetten van duurzame energiebronnen, het verminderen van restafval, hergebruik van water en de stimulering van duurzaam vervoer van bezoekers en leveranciers. Het toegankelijkheidsplan is een richtlijn en een praatstuk; als het plan

75

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

te summier is ingevuld, dan gaat de gemeente in gesprek met de betreffende organisator. In de vergunning worden de duurzaamheidsmaatregelen opgenomen zoals die in het duurzaamheidsplan staan. Een organisator is verplicht om zich aan de vergunning te houden en hier kan op gehandhaafd worden.

Ook spant de gemeente zich verder in door de gemeentelijke stroom- en watertappunten op veelgebruikte evenementenlocaties uit te breiden en toegankelijker maken, waardoor er minder tijdelijke voorzieningen en transportbewegingen nodig zijn. Daarnaast geldt in Amsterdam een verbod op single-use plastics en het gebruik van ballonnen en confetti in de openbare ruimte.

12.3 Flora en Fauna Organisatoren die een evenement in een park of groengebied willen organiseren moeten een quickscan indienen bij de aanvraag van de evenementenvergunning. Op basis daarvan wordt bepaald of en welke maatregelen genomen moeten worden om de flora en fauna van het terrein te beschermen. Zie voor een uitgebreide beschrijving van de quickscan hoofdstuk 5 Locatiebeleid. Met deze duurzaamheidsrichtlijnen voor evenementen loopt Amsterdam voor op andere steden in Nederland. De duurzaamheidsrichtlijnen en het duurzaamheidsplan worden voortdurend geüpdatet aan de hand van de Europese en Landelijke wetgeving alsook de APV van de gemeente Amsterdam. Daardoor zijn de duurzaamheidsrichtlijnen een levend document dat functioneert naast het bestaande evenementenbeleid. Van alle evenementen wordt verwacht dat ze de vastgestelde duurzaamheidsrichtlijnen uitvoeren.

12.4 Duurzaamheid in beoordelingscriteria In dit beleid zijn daarnaast nog 2 extra maatregelen genomen om duurzaamheid bij evenementen te versterken. Bij de verdeling van schaarste zijn beoordelingscriteria voor vernieuwing en experiment opgenomen. Hiermee kunnen organisatoren ook duurzaamheidsmaatregelen opvoeren om daarmee extra punten te scoren. Het meerjarig toekennen van een plek op de Evenementenkalender, waarmee organisatoren de zekerheid hebben hun evenement voor minimaal 3 jaar op dezelfde locatie te organiseren, draagt bij aan het duurzaam gebruik van terreinen. Organisatoren krijgen op die manier meer kennis van het terrein die bij de volgende edities van het evenement gebruikt kunnen worden om duurzaamheidsmaatregelen aan te scherpen. In sommige gevallen zou dit ook kunnen leiden tot investeringen door organisatoren in het terrein.

76

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

12.5 Duurzaamheid in subsidiebeleid In het subsidiebeleid (hoofdstuk 7) is opgenomen dat bekeken wordt of voor duurzaamheidsmaatregelen extra subsidie kan worden aangevraagd, bovenop de productiekosten. Op die manier wordt gestimuleerd dat organisatoren meer duurzaamheidsmaatregelen nemen en wordt de haalbaarheid hiervan vergroot.

77

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

13 Taken en Bevoegdheden Stadsdelen en het Stadsgebied

13.1 Kaartverkoop bij Evenementen In drukke stedelijke gebieden zijn, vanwege de grote druk op de leefbaarheid, in beginsel alleen evenementen toegestaan die gratis toegankelijk zijn. Hieronder vallen alle locatieprofielen in stadsdeel Centrum. Hierbij wordt uitgaan van het ‘nee-tenzij’ principe. Kaartverkoop kan worden toegestaan indien naar inzicht van het stadsdeelbestuur dit voor een specifiek evenement toch noodzakelijk is. Het bestuur van het stadsdeel is bevoegd hier een eigen afweging in te maken.

13.1.1 Aanpak binnenstad De opgave in de Amsterdamse binnenstad is en blijft groot. Amsterdam is een internationale stad en veel bezoekers komen naar de binnenstad, omdat belangrijke historische en culturele bezienswaardigheden, horeca en winkels daar te vinden zijn. Daardoor is het te druk geworden in de binnenstad. Deze drukte zorgt op veel plekken voor overlast, waardoor bewoners er niet meer prettig kunnen wonen en Amsterdammers de binnenstad vaak vermijden. De binnenstad van Amsterdam kampt met een sterke toename van bezoekers en een toenemende vercommercialisering van de openbare ruimte, wat leidt tot een groeiende druk op de leefbaarheid van die openbare ruimte. De binnenstad van Amsterdam moet een aantrekkelijke plek zijn waar bewoners zich prettig voelen en Amsterdammers graag komen. Het moet een levendig gebied zijn met een gevarieerd aanbod aan horeca, winkels en werkplekken. Een gebied met diverse woonmogelijkheden, genoeg groen en een openbare ruimte die voor iedereen toegankelijk is. Een plek die voorziet in de behoeften van jong en oud en een plek met een rijk cultureel aanbod, waar bezoekers de stad respecteren en graag naartoe komen. Het grote aantal bezoekers in combinatie met de al aanwezige logistieke uitdagingen in de binnenstad, maakt dat evenementen in dit binnenstad direct aanzienlijke impact hebben op de omgeving.

Om de openbare ruimte zo toegankelijk mogelijk te houden, zijn evenementen met kaartverkoop of enkel commerciële doeleinden ongewenst. Evenementen in de binnenstad moeten daarom een duidelijke meerwaarde bieden ten opzichte van bestaande voorzieningen. In de binnenstad zijn vooral buurgerichte evenementen of evenementen met een hoog maatschappelijk belang passend, zoals bijvoorbeeld de Aprilfeesten, het 5-mei-concert, Pride of Koningsdag. Commerciële evenementen verhogen de druk op de binnenstad, hebben een negatief effect op de leefbaarheid en staan daarmee haaks op de 'Aanpak Binnenstad' van de gemeente.

78

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

13.2 Reclame bij Evenementen Bestaande regelgeving rond reclame in de openbare ruimte zijn opgenomen in de welstandsnota “De schoonheid van Amsterdam 2016” en verder. Het bestuur van het stadsdeel of stadsgebied is bevoegd eigen regels op te stellen met betrekking tot reclame-uitingen bij evenementen, passend bij het evenement en de locatie. Deze uitvoeringsregels moeten aansluiten bij het hiervoor geldende reclamebeleid.

13.3 Aanwijzen van straten, pleinen en gebieden waar altijd een evenementenvergunning moet worden aangevraagd In de Algemeen Plaatselijke Verordening is opgenomen dat het verboden is een evenement te organiseren zonder vergunning (artikel 2.40 lid 1). Op deze regel zijn uitzonderingen mogelijk mits aan een aantal voorwaarden wordt voldaan (artikel 2.41). Belangrijkste voorwaarden zijn dat het om evenementen gaat met minder dan 250 bezoekers en het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan of anderszins een belemmering vormt voor het verkeer of het scheepvaartverkeer. Op basis van de in de APV gestelde voorwaarde zijn er op voorhand straten, pleinen en gebieden aan te wijzen waar voor het organiseren van een evenement altijd een vergunning moet worden aangevraagd. Stadsdelen en het stadsgebied zijn bevoegd deze, op basis van de in de APV gestelde voorwaarden, aan te wijzen en kenbaar te maken.

79

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

14 Handhavingsparagraaf

Voor evenementen is de ‘Handhavingstrategie Overtredingen Evenementen 2024’ van toepassing. Bij het handhaven bij evenementen wordt gekeken naar de overlast door en veiligheid van evenementen. Dit geldt zowel voor de meldingsplichtige, als de (niet) vergunde evenementen. Nadruk ligt daarbij op een veilig verloop van een evenement, het voorkomen van geluidsoverlast en schade aan groen- of openbare nutsvoorzieningen en de duurzaamheid van het evenement. Voor evenementen op het water geldt een apart handhavingsprotocol, gericht op veiligheid en het navolgen van de gestelde voorschriften. De handhavingsstrategie heeft tot doel: •

• •

evenementenorganisatoren te informeren over de consequenties van overtreding van de voorschriften, over welke sanctie volgt bij welke overtreding en aan te geven waar hun verantwoordelijkheid ligt; de huidige handhavingspraktijk in de stadsdelen meer uniform te maken; invulling te geven aan het voornemen de naleving van vergunningsvoorwaarden mee te laten spelen bij de beoordeling van nieuwe aanvragen.

Handhaving is er voor het waarborgen van normconform gedrag en is op zijn plaats als duidelijk is dat de normen evident niet worden nageleefd. Handhaving is dan ook vaak repressief. In de praktijk zijn door de gemeente Amsterdam en de organisatoren ook manieren ontwikkeld om preventief op te treden om overtredingen te voorkomen. Zo wordt tijdens grote evenementen de muziekproductie continue gemonitord en kunnen overschrijdingen direct worden gecorrigeerd. Deze praktijk wordt als positief beoordeeld en dient behouden te blijven. Of er handhavend wordt opgetreden is steeds afhankelijk van ernst en aard van de geconstateerde overtreding.

80

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

15 Vervolgproces

15.1 Inwerkingtreding beleid Dit Evenementenbeleid 2026 treedt op 1 januari 2026 in werking. De Locatieprofielen 2027 zijn effectief van toepassing vanaf 1 januari 2027.

15.1.1 Evenementenjaar 2026 De Evenementenkalender 2026 is een kopie van de Evenementenkalender 2025. Organisatoren die in 2026 een evenement in Amsterdam of Weesp willen organiseren kunnen zich hiervoor aanmelden. Organisatoren die het evenement dat zij in 2025 hebben georganiseerd, kunnen aangeven of zij dit evenement in 2026 weer willen organiseren. Nieuwe organisatoren, of nieuwe concepten van bestaande organisatoren, kunnen hun evenement aanmelden voor plekken die eventueel openvallen. Het gebruik van de knelpuntenanalyse, de risicoanalyse, de nieuwe vergunningsvoorwaarden en de regelgeving rond geluid zullen vanaf 1 januari 2026 worden toegepast.

15.1.2 Evenementenjaar 2027 en verder De Evenementenkalender 2027 en verder zal worden opgesteld op basis van de nieuwe locatieprofielen en op basis van de nieuwe regels voor het verdelen van schaarste.

15.2 Geldigheidsduur en evaluatie De looptijd van het Evenementenbeleid 2026 en de Locatieprofielen 2027 is 10 jaar. Reden hiervoor is dat bewoners en de evenementensector gebaat zijn bij duidelijkheid voor de langere termijn. Het beleid en de locatieprofielen zijn opgesteld met het doel duurzaam en toekomstbestendig te zijn. Na 5 jaar vindt een tussentijdse evaluatie plaats. Bij deze evaluatie wordt op basis van praktijkervaringen bepaald of en hoe het beleid en/of de locatieprofielen aangepast moeten worden. Doel is het optimaliseren van het beleid en de locatieprofielen. Daarnaast zal ook de impact van evenementen op de stad worden gemonitord. Daarbij wordt onder meer gekeken naar het beroep dat evenementen doen op voorzieningen of de nood- en

81

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

hulpdiensten. Dat beroep wordt vooral gedaan door de allergrootste, vrij toegankelijke evenementen -zoals Pride of Koningsdag- en is zeer beperkt bij de grotere muziekevenementen in de stad. Die zijn namelijk zelf verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van hun bezoekers en het daarvoor inhuren van particuliere beveiligers en EHBO-teams, en omdat er maatregelen worden gevraagd die maken dat ingrijpen door brandweer of politie zelden nodig is. Ook de impact van evenementen op de omgeving wordt gemonitord, maar dan vooral via de vergunningverlening en evaluaties. Die processen zijn, als onderdeel van het dit beleid aangescherpt. Indien de ontwikkelingen daar aanleiding toe geven, zal bij de evaluatie van het beleid worden voorgesteld om waar nodig zaken aan te passen.

15.3 Uitvoeringsprogramma Bij dit Evenementenbeleid 2026 wordt ook een Uitvoeringsprogramma opgenomen. Hierin staan maatregelen opgenomen die na vaststelling van dit beleid nader uitgewerkt of onderzocht worden. In de meeste gevallen gaat het om maatregelen die de implementatie van dit beleid moeten verbeteren, zoals het stroomlijnen van werkprocessen op het gebied van vergunningverlening en communicatie. De mogelijkheid bestaat dat dit leidt tot aanpassing van dit beleid. In die gevallen zal daarvoor een apart bestuurlijk besluitvormingsproces worden doorlopen.

82

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Bijlagen

Bijlage 1

“Amsterdam Bruisende Stad” Visie op Festivals en Evenementen 2025-2035 uit 2024 en het Draagvlakonderzoek Evenementen 2024

amsterdam_bruisende_stad_visie_festivals_en_evenementen_2025-2035.pdf

83

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Bijlage 2

Onderwerp

Verdeling bevoegdheden Evenementenbeleid

Bevoegdheid

Evenementenbeleid College van B&W Het college is bevoegd beleid vast te stellen. Het beleid heeft echter grote impact op de stad en haar inwoners dat het college de raad in de gelegenheid stelt om adviezen en bedenkingen mee te geven.

Locatieprofielen Van Burgemeester naar College van B&W Het college is bevoegd beleid vast te stellen. De nadruk in de locatieprofielen is komen te liggen op het woon- en leefklimaat. De ruimtelijke aspecten uit de locatieprofielen worden in het Omgevingsplan opgenomen. De gemeenteraad is bevoegd voor het vaststellen van het Omgevingsplan. Daarom is de bevoegdheid van de locatieprofielen verplaatst van de burgemeester naar de gemeenteraad. Daarom stelt het college de raad in de gelegenheid om adviezen en bedenkingen mee te geven.

Evenementenvergunning Burgemeester (in mandaat aan stadsdeelvoorzitters) Voor het houden van een evenement is een vergunning van de burgemeester vereist.

Evenementenkalender Van Burgemeester naar College van B&W De Evenementenkalender wordt met dit beleid niet meer alleen opgesteld in het kader van openbare orde en veiligheid, maar ook in het kader van de verdeling van schaarse plekken. Daarmee is de bevoegdheid het hele college.

84

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Bijlage 3

Geluidbeleid – Versie 2025

Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam - Beleidsregel (gewijzigd 2025)

85

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Inhoud 1. Inleiding 1.1 Aanleiding 1.2 Bevoegdheden 1.3 Doel en reikwijdte 1.4Verantwoording 2. Normenstelsel 2.1 Best Beschikbare Technieken 2.2 Grenswaarden 2.3 Preventie gehoorschade 2.4 Planvorming geluid 2.5 Aantal evenementdagen met muziekgeluid 2.6 Begin- en eindtijden muziekgeluid 2.7 Soundcheck 2.8 Op- en afbouw 2.9 Geluidmonitoring 2.10 Informeren bewoners en afhandeling meldingen van overlast 3. Stappenplan toezicht en handhaving Bijlagen I. Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid in Amsterdam II. BBT-Lijst 18 Evenementengeluid in Amsterdam III. Bijlage 3: Bijgesteld meetprotocol straatfeesten met Muziek

86

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

1 Inleiding Evenementen horen bij de stad. Ze dragen bij in het aanbod van activiteiten voor zowel bezoekers als bewoners van Amsterdam. Tegelijkertijd veroorzaken ze overlast voor omwonenden. Dit is tot op zekere hoogte onvermijdelijk. In de nota Uitgangspunten voor een nieuw Evenementenbeleid (mei 2016) wordt deze spanning door het college van B&W onderkend. Bij de hernieuwde invulling van het geluidbeleid voor muziekevenementen wil het college een betere balans vinden tussen het beperken van de geluidoverlast voor omwonenden en goed georganiseerde en voor bezoekers aantrekkelijke evenementen. In de beleidsregel ‘Geluidbeleid voor evenementen in Amsterdam’ (de beleidsregel) zijn de nieuwe kaders en regels vastgelegd voor evenementen met versterkte muziek in Amsterdam. Daarmee treedt het in plaats van het beleid (handboek milieu (2015) en beleid van stadsdelen) dat gold voor de inwerkingtreding van deze beleidsregel.

1.1 Aanleiding De vernieuwing van het geluidbeleid voor evenementen vindt haar aanleiding in het volgende: • Een toename van het aantal (grote) muziekevenementen in de stad en daarmee een toename van de belasting van het aantal inwoners van Amsterdam; • De veranderingen in de muzieksoort en de daarbij gebruikte geluidinstallaties waarbij steeds meer bastonen worden geproduceerd; het zijn met name deze lage tonen die een nieuw soort overlast veroorzaken; • De complexiteit van het fenomeen geluidoverlast als zodanig; niet alleen objectief vast te stellen zaken spelen een rol, zoals geluidniveaus en bijvoorbeeld effectiviteit van de afscherming, maar ook factoren die door mensen verschillend worden beleefd, zoals de duur van de blootstelling, het soort muziek, het aantal keer per jaar, de eindtijd et cetera. • De constatering dat het oude beleid, vastgelegd in het handboek milieu (2015) en in veel gevallen nog lokaal vertaald, voldoende aanknopingspunten biedt voor verbetering: meer eenduidige regels, onderbouwing op basis van nieuwe inzichten, meer stimulansen voor het terugdringen van overlast en het gebruik van nieuwe technologieën. 1.2 Bevoegdheden Voor het houden van een evenement is een vergunning van de burgemeester vereist (artikel 2.40 van de Algemene Plaatselijke Verordening 2008, hierna: de APV).

De wettelijk grondslag voor dit artikel is te vinden in artikel 174 van de Gemeentewet, dat bepaalt dat de burgemeester is belast met het toezicht op de openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede op de voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. Het derde lid van dit artikel bepaalt dat de burgemeester is belast met de uitvoering van verordeningen voor zover deze betrekking hebben op het in het eerste lid bedoelde toezicht. De burgemeester kan de evenementenvergunning weigeren als naar zijn oordeel een van de

87

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

weigeringsgronden van artikel 2.43 APV zich voordoet. Voor dit geluidbeleid zijn de volgende gronden het meeste van belang: a. het evenement gevaar oplevert voor de openbare orde, de gezondheid, de veiligheid, de brandveiligheid of voor het ontstaan van wanordelijkheden; c. het evenement zich niet verdraagt met het karakter of de bestemming van de plaats op waar het wordt gehouden; f. van het evenement een onevenredige belasting voor het woon- of leefklimaat in de omgeving te verwachten is; h. de organisator onvoldoende waarborgen biedt voor een goed verloop van het evenement, gelet op de hiervoor genoemde belangen; Evenementen met geluid kunnen bijvoorbeeld een onevenredige belasting van het woon- en leefklimaat opleveren of zich niet verdragen met het karakter van de plaats waar het wordt gehouden. Indien een van de weigeringsgronden zich voordoet, kan de burgemeester voorschriften verbinden aan de evenementenvergunning (artikel 2.44 APV) en de vergunning alsnog verlenen. Omdat de burgemeester bevoegd is een aanvraag voor een evenementenvergunning te verlenen of te weigeren, heeft de burgemeester ook de bevoegdheid om over deze afweging beleidsregels op te stellen (op basis van artikel 4:81 lid 1 van de Algemene wet bestuursrecht). Binnen de door de APV gestelde regels over de evenementen, heeft de burgemeester een grote mate van beleidsvrijheid.

Door beleidsregels op te stellen, is het voor iedereen duidelijk waarom voor het ene evenement wel en voor het andere evenement geen vergunning wordt verleend of waarom bepaalde voorschriften worden verbonden aan de vergunning. Met het onderhavige beleid wordt op deze wijze specifiek duidelijkheid gegeven over de regulering van geluidbelasting bij evenementen. 1.3 Doel en reikwijdte Het doel van het geluidbeleid voor evenementen is: • De geluidbelasting van muziekevenementen voor omwonenden te beperken, onnodige en overmatige hinder voorkomen; • Eenduidige normen en (meet- en reken)regels te verschaffen voor alle betrokken partijen; • Maatwerk te kunnen leveren voor evenementenlocaties; In de beleidsregel wordt een onderscheid gemaakt tussen evenementen waar het spelen en/of ten gehore brengen van muziek een primaire activiteit is (lees: muziekevenementen, bijvoorbeeld concerten of dancefestivals) en evenementen waarbij muziek een secundaire en ondersteunende functie heeft (bijvoorbeeld sportevenementen). 1.4 Verantwoording Dit geluidbeleid voor evenementen is tot stand gekomen op basis van onderzoek naar de werking van het oude beleid in Amsterdam en elders (Het GeluidBur0, 2016, Geluid bij evenementen). Daarnaast is de vernieuwing van het beleid uitgebreid besproken met zowel vertegenwoordigers van omwonenden als met vertegenwoordigers vanuit de evenementenbranche.

88

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Ten behoeve van de uitwerking van een aantal technisch inhoudelijke onderdelen (bijlage I: Meeten rekenprotocol en bijlage II: BBT lijst 2018) is een Expertgroep Geluid ingesteld met daarin deskundigen van verschillende geluidadviesbureaus en met inbreng vanuit de TU Eindhoven. Voor evenementenlocaties waarin de afgelopen jaren meer dan 3 muziekevenementen hebben plaatsgevonden, zijn, rekening houdend met specifieke locatiekenmerken en met gebruikmaking van een rekenmodel, geluidlocatieprofielen opgesteld (Het GeluidBuro 2017, Locatieonderzoek evenementenlocaties Amsterdam). Deze profielen zijn input geweest voor het bepalen van het maximaal aantal dagen met een bepaalde geluidbelasting. Voorts is 2017 is benut als overgangsjaar. Dat wil zeggen dat een aantal nieuwe elementen in het beleid zijn uitgeprobeerd bij evenementen die in 2017 plaatsvonden. De resultaten daarvan zijn onderzocht (ODNZKG, Evaluatie evenementen Amsterdam 20-17, Meetwaardenonderzoek) ). In dit onderzoek is gekeken naar welke meetwaarden feitelijk zijn opgetreden bij een 15-tal. Daarnaast is onderzoek gedaan naar belevingswaarden onder omwonenden (Soundappraisal, rust en reuring, onderzoek naar geluidbeleving 2017). Beide evaluaties van het evenementseizoen 2017 zijn input geweest bij de definitieve invulling van het beleid.

Tenslotte zijn de Beleidsregel Geluid bij evenementen in Amsterdam en de nieuwe locatieprofielen voor evenementen ter inspraak gelegd. Ook de inspraakreacties zijn betrokken bij de definitieve invulling van het beleid.

89

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

2 Normenstelsel Het geluidbeleid voor evenementen in de stad is een bouwwerk van akoestisch en niet akoestisch gerelateerde normen en afspraken. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen generieke regels die gelden voor de hele stad en locatiegebonden maatwerk voor een aantal als zodanig aangewezen evenementenlocaties. 2.1 Best Beschikbare Technieken Het uitgangspunt bij elk evenement is dat de geluidbelasting op omliggende woningen en andere geluidgevoelige gebouwen zo laag mogelijk is. Om dat te bereiken zal de organisator van het evenement: • Niet meer geluid produceren dan nodig is voor het betreffende evenement; • Geluidreducerende / -sturende maatregelen treffen die minimaal voldoen aan de Best Beschikbare Technieken (BBT). Het begrip ‘Beste Beschikbare Technieken’ (BBT) - voorheen bekend als ‘As Low As Reasonably Achievable’ (ALARA) - is afkomstig uit de milieuwetgeving. Op grond van artikel 2.14 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) dient bij de verlening van een vergunning in acht genomen te worden dat tenminste voor de inrichting in aanmerking komende beste beschikbare technieken worden toegepast. Voor de inhoud van het beginsel van BBT kan worden aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Wabo. Door het treffen van BBT-maatregelen wordt onnodige geluidsemissie zoveel mogelijk voorkomen.

Voor evenementen zijn geen specifieke BBT-referentiedocumenten (BREFs) van toepassing waarin specifieke eisen zijn opgenomen. Om vast te stellen welke maatregelen en voorzieningen als BBT gezien mogen worden, is een Expertgroep Geluid opgericht. In de Expertgroep nemen deel: onafhankelijke akoestische adviseurs, een akoestisch adviseur namens de brancheorganisaties, technische producenten/leveranciers, de Omgevingsdienst en het Stedelijk Evenementenbureau. De Expertgroep Geluid zal de ‘BBT-lijst’ jaarlijks updaten die de gemeente vervolgens zal verspreiden. In bijlage II is de BBT-lijst 2018 opgenomen. 2.2 Grenswaarden Voor de geluidniveaus die tijdens evenementen maximaal worden toegestaan op de gevels van omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen, zijn 3 categorieën geformuleerd. Tijdens muziekevenementen mag het C-gewogen equivalente geluidniveau (LCeq), gemeten over 3 minuten op de gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen), maximaal 85 dB(C) bedragen. Toelichting: Onder muziekevenementen verstaan wij evenementen waarbij het ten gehore brengen van muziek de primaire doelstelling is. Voor al deze evenementen geldt de doelstelling om de

90

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

geluidoverlast voor de omgeving te beperken. De 85 dB(C) op de gevels van de dichtstbijzijnde woningen of andere geluidgevoelige objecten is daarbij het gestelde maximum. De keuze voor een grenswaarde van 85 dB(C) op de gevel is gebaseerd op akoestisch onderzoek naar geluidniveaus op de gevel en naar waarden in huis. Vanuit het oogpunt van het voorkomen van spraak- en slaapverstoring is het uitgangspunt een binnenwaarde van maximaal 50 dB(A), bij een gemiddelde geluidwering van 20 dB(A). Uit akoestisch onderzoek (Het GeluidBuro (2016), Geluid bij evenementen en ODNZKG, Evaluatie evenementen Amsterdam 2017, Meetwaardenonderzoek) blijkt dat met een gevelwaarde maximaal 85 dB(C) beneden het 50 dB(A) niveau wordt gebleven in woningen. In vergelijking met het oude beleid, waarin een maximale waarde van 70 dB(A) aan de gevel dikwijls als maximale waarde werd vergund, is de norm van maximaal 85 dB(C) strenger en beter gericht op het beperken van overlast door lage tonen. Onder het oude beleid kon de geluidbelasting in dB(C) oplopen tot 90 à 95 db(C). 1. Tijdens evenementen waarbij muziekgeluid een secundaire rol speelt mag het C-gewogen equivalente geluidniveau (LCeq), gemeten over 3 minuten op de gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen), maximaal 75 dB(C) bedragen.

Toelichting: Om de geluidoverlast van evenementen voor de omgeving terug te dringen wordt de norm voor evenementen waarbij muziek niet de primaire activiteit is, gesteld op maximaal 75 dB(C). Voorbeelden zijn evenementen waarbij een sportactiviteit centraal staat. 2. Tijdens evenementen met een hoog maatschappelijk belang mag het C-gewogen equivalente geluidniveau (LCeq), gemeten over 3 minuten op de gevels van woningen (of andere geluidgevoelige gebouwen), maximaal 95 dB(C) bedragen. Toelichting: Voor evenementen “met een hoog maatschappelijk belang” geldt net als bij andere evenementen de doelstelling om de overlast voor de omgeving te beperken. Voorbeelden van evenementen met een hoog maatschappelijk belang (vanwege het nationale karakter, het belang van de boodschap die wordt uitgedragen en/of de samenhang met de rol van Amsterdam als hoofdstad) zijn de viering van Koningsdag en de Pride Amsterdam. De situering van deze evenementen in de binnenstad van Amsterdam - met veel relatief smalle locaties waar muziek ten gehore wordt gebracht - maakt dat een geluidniveau van maximaal 85 dB(C) te veel ten koste zou gaan van de belevingswaarde voor bezoekers van het evenement. Om die reden wordt voor deze categorie een uitzondering mogelijk gemaakt en de gevelwaarde op maximaal 95 dB(C) gesteld.

Het jaarlijkse eenmalige karakter van deze evenementen maakt dat een uitzondering op de basisnorm tot maximaal 95 dB(C) aanvaardbaar wordt geacht.

91

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Voor Koningsnacht gelden bijzondere regels als het gaat om de vergunning voor buitenpodia. Die worden toegestaan van 19:00 uur op Koningsnacht tot 01:00 uur op Koningsdag. Voor Koningsdag/nacht geldt de geluidsnorm voor Evenementen met een Hoog Maatschappelijk Belang van maximaal 95 dB(C) op de gevel. Deze verhoogde geluidsnorm geldt niet voor de nachtelijke uren van Koningsdag. Van 19:00 – 00:00 uur is een geluidsbelasting van maximaal 95 dB(C) toegestaan. Tussen 00:00 – 01:00 uur wordt de maximale toegestane geluidsbelasting teruggebracht naar 85 dB(C). 3. Tijdens Straatfeesten met Muziek mag het C-gewogen equivalente geluidniveau (LCeq), gemeten over 5 minuten op 15 meter van het podium maximaal 105 dB(C) bedragen. Toelichting: Specifiek voor straatfeesten met muziek wordt een aparte categorie toegevoegd aan het geluidbeleid van de gemeente Amsterdam. Het gaat om evenementen die voldoen aan de volgende criteria: I. Het betreft een evenement met als primair doel het ten gehore brengen van muziek; II. Dat plaatsvindt in een publieksgebied met, vanaf het podium vanaf iedere zijde, een maximale afstand van 25 meter tot de dichtstbijzijnde woning. III. Dat plaatsvindt tijdens een evenement van maatschappelijk belang, zoals aangewezen door de burgemeester van Amsterdam.

Voor deze categorie evenementen geldt een specifieke geluidsnorm per podium of area van maximaal 105 dB(C) in het publieksgebied op 15 meter van het podium. Is de afstand tussen een zijde van een podium en dichtstbijzijnde gevel kleiner dan 25 meter[1], dan geldt deze normering op 15 meter. Ligt de gevel op een afstand van 15 meter of minder dan blijft de maximale waarde van 105 dB(C) - ongeacht waar de gevel begint - op 15 meter/ einde publieksgebied gelden.

92

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Deze geluidsnorm sluit aan bij de normering in het vigerende geluidbeleid voor (kleinschalige) muziekevenementen (van categorie II en III). Daarin is vastgelegd dat het geluidniveau in het publieksgebied is genormeerd op maximaal 95 dB(A) en 105 dB(C) op 25 meter van het podium. Dit correspondeert met de richtlijn samengestelde bronvermogens voor Klein FoH-systeem in tabel 4.1 van het Meet- en rekenprotocol Evenementengeluid in Amsterdam en is opgenomen in het aanvullende BBT-maatregel voor deze 2 categorieën. Aanvullende voorwaarden I. Akoestisch onderzoek bij jaarlijks terugkerende evenementen. Voor de locaties waar deze straatfeesten jaarlijks terugkerend plaatsvinden, dient een locatieprofiel te worden opgesteld. Daarbij hoort dat er goed wordt gekeken naar de optimale geluidproductie vanuit het oogpunt van overlast voor de omgeving en de mogelijkheden om effectief BBT in te zetten. De uitkomsten van dit akoestisch onderzoek worden vastgelegd in het locatieprofiel en zijn daarbij ook richtinggevend voor de vergunningverlening en de vertaling daarvan in geluidvoorschriften. Op deze wijze blijft geborgd dat, waar zinvol mogelijk, onnodige geluidsoverlast wordt tegengegaan. Voor het overige (dus voor locaties waar deze evenementen niet jaarlijks terugkeren) geldt dat bij de vergunningaanvraag een zogenoemd “eenvoudig geluidplan volstaat (dus zonder akoestisch onderzoek). II.

Beperkingen in duur en frequentie Voor deze categorie evenementen (straatfeesten met muziek) geldt, gelet op de forse geluidbelasting voor de omgeving, een “restrictieve” lijn waar het gaat om duur en frequentie. Concreet wordt de ruimte voor deze evenementen begrensd door de volgende voorwaarden: • Niet langer dan 6 uur dit muziekvolume in publieksgebied; • Niet vaker dan 2 keer per jaar op dezelfde locatie; • Eendaags (dus niet meer dan 2 dagen achter elkaar) • Eindtijd van 23:00 uur. • Buiten de 6 uur waarin het hogere geluidsspectrum geldt, mag niet meer dan 75 dB(C) aan geluid worden geproduceerd gemeten op 15 meter vanaf het podium. III. Verplichting tot continue geluidsmonitoring Bij straatfeesten met muziek is continue geluidsmonitoring op de norm in het publieksgebied verplicht. Dit draagt in belangrijke mate bij aan de geluidbeheersing voor diegene die het maakt, en ook voor toezicht en handhaving door de gemeente, niet alleen tijdens, maar ook achteraf. Ten aanzien van de meettijd adviseert de expertgroep een voortschrijdend gemiddelde over 5 minuten te hanteren.

Dit is anders dan de 3 minuten die wordt gehanteerd bij de grootschalige muziekevenementen voor de naleving van omgevingsnorm, en óók anders dan 15 minuten die wordt gehanteerd als meettijd voor de naleving van de norm van 100 dB(A ) in het publieksgebied deze laatste blijft overigens vanuit het oogpunt van gehoorbescherming gelden.

93

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Doorslaggevend in de keuze voor 5 minuten is dat deze meettijd duidelijk hanteerbaarder wordt gelet op het muzikale karakter van de straatfeesten. Analyse leert dat als gevolg daarvan het geluid maximaal 1-1,5 dB hoger is dan met een meettijd van 3 minuten. In opinie van de expertgroep gaat dit verschil voor gehinderden niet leiden tot een andere beleving van de geluidoverlast en weegt het ook niet op tegen het argument van hanteerbaarheid in de uitvoering. Om de “trajectcontrole” (permanente monitoring) optimaal te kunnen inzetten voor gemeente T&H zou het gebruik daarvan beter moeten worden geborgd in het meetprotocol. In de bijlage is de aanpassing in het meetprotocol bijgevoegd. IV. Beperkte inzetbaarheid geluidsnorm Straatfeesten met muziek De geluidsregels voor Straatfeesten met Muziek zijn alleen toepasbaar op evenementen met een groot maatschappelijk belang. Dit is een categorie evenementen die als dusdanig is aangewezen door de burgemeester. Voor andere evenementen gelden de standaard geluidsnormen. Verwijzing: [1] Bij afstanden tussen podia en huizen van groter dan 25 meter blijft het reguliere evenementenbeleid van toepassing. Voor (indoor) evenementen die plaatsvinden in de nachtelijke uren (na 23:00 óf 00:00 uur) zal in deze beleidsregel eveneens een grenswaarde worden gesteld.

Uit zowel de literatuur als de huidige praktijk in Amsterdam blijkt dat het moeilijk is voor deze categorie op dit moment tot eenduidige grenswaarden te komen. Om die reden wordt voor het evenementenseizoen (2018) nog uitgegaan van het oude beleid (Handboek evenementen, bijlage milieuzorg). In 2018 zal op basis van meer onderzoek en een gedegen belangenafweging een normenstelsel geformuleerd worden waarbij naast een generieke grenswaarde ook ruimte is voor maatwerk per locatie, afhankelijk van de isolatiewaarde van de inrichting en de omliggende bebouwing. In het oude beleid waren geen generieke grenswaarden gesteld voor evenementen die in de nachtperiode (na 23:00 of 00:00 uur) plaatsvinden. De grenswaarden voor evenementen die in gebouwen plaatsvinden werden per locatie bepaald, afhankelijk van de ‘akoestische staat van het pand, de ligging van het pand t.o.v. geluidsgevoelige bestemmingen, de periode waarin het evenement plaatsvindt’. Voor een aantal locaties worden reeds meerdere jaren vergunningen worden afgegeven met maatwerk grenswaarden. Voor deze en nieuwe locaties geldt in 2018 dat zoveel mogelijk normneutraal zal worden vergund, waarbij te allen tijde geldt dat organisatoren zich inspannen voor een zo laag mogelijke belasting van de omgeving. Het Meet- en rekenprotocol en de BBT-Lijst is ook voor deze categorie vanaf inwerking treden van dit beleid van kracht.

Er kunnen zich situaties voordoen waarbij uit het akoestisch onderzoek vooraf blijkt dat sprake is van een normoverschrijding bij een beperkt aantal geluidgevoelige objecten. In die situaties kan een organisator van een evenement trachten een overeenkomst te sluiten met individuele bewoners van deze objecten door hen te compenseren voor die tijdelijke hogere mate van

94

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

geluidoverlast. Het bestuur wil deze mogelijkheid niet op voorhand uitsluiten en zal overeenkomsten met die strekking toetsen op dat: • deze altijd per individuele bewoner met de aanvrager moet zijn overeengekomen; • alle bewoners van de woningen die te maken gaan krijgen met een gevelwaarde boven de grenswaarde meedoen (doet er eentje niet mee dan is dat een reden om op de aanvraag negatief te beschikken); • het duidelijk is om welke geluidbelasting en tijdsduur het gaat; bij de vergunningsaanvraag dient uit akoestisch onderzoek (conform het Meet- en rekenprotocol) te blijken welke geluidbelasting verwacht wordt op de betreffende woningen; • de compensatie proportioneel is. Voor een compensatie van 24 uur beschouwt de gemeente een richtbedrag van 150 euro per persoon als redelijk. 2.3 Preventie gehoorschade Een organisator van een muziekevenement wordt geacht zich te conformeren aan het Convenant Preventie Gehoorschade Muzieksector (ministerie van VWS, V.V.E.M, vereniging van Nederlandse poppodia en festivals, 2014). Aanvullend op dit convenant en ongeacht de hierboven beschreven geluidnormen op de gevels van omliggende woningen, mag het equivalente A-gewogen geluidniveau (LAeq) gemeten over 15 minuten, ter plaatse van de mengtafel niet meer bedragen dan 100 dB(A). In het Meet- en rekenprotocol wordt het exacte meetpunt nader omschrijven.

Ten opzichte van hetgeen afgesproken in het Convenant is het beleid hier 3 dB(A) strenger. Hiermee wordt beoogd het risico op gehoorschade bij bezoekers (afhankelijk van onder andere de hoogte van het geluidniveau, de duur van de blootstelling en de periode rust na blootstelling) te verkleinen. Voor kortdurende evenementen (maximaal 3 uur), waarbij live-band(s) optreden, kan een uitzondering worden gemaakt tot 103 dB(A). Bij de aanvraag dient dit gemotiveerd te worden. Toelichting: Deze norm van 100 dB(A) is strenger dan hetgeen landelijk afgesproken (maximaal 103 dB(A) FoH) in het Convenant. Maar in de praktijk blijkt dit haalbaar voor veruit de meeste evenementen en hoeft het niet ten koste te gaan van de muziekbeleving. Voor optredens van live-band(s), waarbij meer midden en hoge tonen worden geproduceerd en de dB(A)-waarde daarom hoger is, kan deze norm echter te beperkend werken. De FoH-norm geldt ook voor (APV) vergunningsplichtige evenementen in binnenlocaties. Voor situaties waar een inrichting een ontheffing nodig heeft (wat binnen Amsterdam 2 keer jaar mogelijk is) bestaat de wens dit op termijn in lijn te brengen met het evenementenbeleid door aanpassing van de APV. De haalbaarheid daarvan wordt in 2018 onderzocht.

2.4 Planvorming geluid

95

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

De organisator van een groot muziekevenement (meer dan 1500 bezoekers op het hoogtepunt) of een evenement met een hoog maatschappelijk belang, dient bij de vergunningsaanvraag een akoestisch onderzoek te overleggen. Dit onderzoek moet voldoen aan de eisen zoals omschreven in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam; Uit het onderzoek moet blijken dat alle organisatorische en technische maatregelen zijn getroffen om de geluidbelasting op de omliggende woningen (en andere geluidgevoelige gebouwen) te beperken. Het onderzoek wordt inhoudelijk getoetst aan de vereisten en aan de meest recente BBT-Lijst. De organisator van een evenement kleiner dan 1500 bezoekers of waarbij het muziekgeluid een additionele rol speelt, dient bij de vergunningsaanvraag in een geluidplan te specificeren op welke wijze en met welke middelen het geluid wordt geproduceerd en beheerst. Deze specificatie moet voldoen aan de eisen zoals omschreven in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam. 2.5 Aantal evenementendagen met muziekgeluid Naast het geluidniveau is het aantal evenementdagen een belangrijke factor in overlast die door omwonenden kan worden ervaren. In beginsel kan op elke plek in Amsterdam een evenementvergunning worden aangevraagd.

In hoeverre en onder welke voorwaarden deze wordt vergund zal van geval tot geval worden getoetst op grond van artikel 2.43 APV (zie eerder onder 1.3). In de praktijk zijn er grote verschillen in hoe vaak er op verschillende locaties evenementen plaatsvinden. 1. Er zijn evenementenlocaties in de stad waar het maximum aantal dagen met een gevelbelasting tot maximaal 85 dB(C) mede is gebaseerd op onderzoek naar de relatieve geschiktheid van de locatie. Deze dagennorm is vastgelegd in de locatieprofielen van de betreffende locaties. 2. Voor de evenementaanvragen op andere locaties geldt: • Binnen de S100 is maximaal 1 evenementendag toegestaan met een maximaal vergunbare grenswaarde van 85 dB(C) toegestaan per locatie. Hiervan zijn de evenementen met een ‘hoog maatschappelijk belang’ (zie onder 2.2) uitgesloten; • In de rest van de stad zijn maximaal 3 evenementendagen toegestaan met een maximaal vergunbare grenswaarde van 85 dB(C) per locatie. Toelichting: Voor 20 locaties gold dat er in de afgelopen jaren meer dan 3 dagen muziekevenementen hebben plaatsgevonden. Voor deze evenementenlocaties is locatieonderzoek gedaan naar de relatieve geschiktheid van de betreffende locatie voor muziekevenementen (GeluidBuro, 2017, Locatieonderzoek evenementenlocaties Amsterdam).

Mede op basis van het inzicht in de relatieve geschiktheid per locatie is het maximaal aantal dagen bepaald dat vergund kan worden. Deze zijn vastgelegd in de betreffende locatieprofielen. Naast deze locaties zijn er in 2017 nog 47 locatieprofielen (opnieuw) gemaakt en vastgesteld (zie Locatieprofielen voor evenementen, 2017). In deze locatieprofielen is het maximaal aantal

96

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

toegestane evenementendagen en dagen met een muziekbelasting tot aan 85 dB(C) vastgelegd (maximaal 3 dagen). De locatieprofielen moeten beschouwd worden als een nadere invulling van regels die gelden voor evenementen op die betreffende locatie en zullen onderdeel gaan uitmaken van de omgevingsplannen (in het kader van de nieuwe Omgevingswet). In de locatieprofielen is rekening gehouden met nieuwbouwplannen rondom betreffende locaties op midden lange termijn (koers 2025). De profielen worden 1 keer per 5 jaar geactualiseerd, tenzij daar als gevolg van evaluaties van evenementen of andere ontwikkelingen eerder aanleiding toe is. Voor evenementen op andere locaties is het begrip ‘per locatie’ opgenomen om te voorkomen dat bewoners belast worden met meer dan het toegestane aantal evenementen(dagen) doordat de geluidcontouren van verschillende evenementen elkaar ‘overlappen’, maar slechts voor 1 dag tellen. In hoeverre sprake is van eventuele overlap wordt bepaald door een 75 dB(C) contour te trekken rondom evenementenlocaties die in elkaars buurt liggen. Als in de overlap van de contouren geluidgevoelige objecten zijn gesitueerd, dan zullen de evenementen op beide locaties meetellen. In hoeverre hier sprake van is zal van geval tot geval door de vergunningverlener worden beoordeeld, mede op basis van advies vanuit de omgevingsdienst.

2.6 Begin- en eindtijden muziekgeluid Muziekgeluid tijdens evenementen is toegestaan vanaf 11:00 uur tot uiterlijk 23:00 uur. Op dagen dat een weekenddag of een nationaal vastgestelde vrije dag volgt, kan de eindtijd tot maximaal 00:00 uur verlengd worden. Bij meerdaagse evenementen op dezelfde locatie moet er tussen de eindtijd van de ene dag en de begintijd een volgende minimaal 12 uren zitten. Voor muziekevenementen met een hogere geluidsbelasting (85 dB(C) op de gevel) geldt dat als er een gewone werkdag volgt op het evenement, het geluidsniveau na 22:00 uur moet worden teruggebracht naar maximaal 75 dB(C) op de gevel. Voor evenementen die onderdeel zijn van een evenement van Hoog Maatschappelijk Belang geldt een uitzondering op deze regel. Daarnaast kan ook in individuele locatieprofielen een uitzondering op deze regel worden vastgelegd. Een verzoek voor een eindtijd tot 00:00 uur wordt van geval tot geval beoordeeld, waarbij het belang van het woon- en leefmilieu zwaar wordt meegewogen. Daarin spelen de duur en de aard van de belasting een grote rol. Evenementen met een dance-achtig muziekprofiel worden op voorhand uitgesloten van\ de ruimere eindtijd vanwege de continue aard en de mate van de belasting.

In de locatieprofielen kan worden vastgelegd dat een “geluidsdag” van maximaal 12 uur, kan worden opgeknipt in 3 of 4 dagen met kortdurend, aaneengesloten geluid (zijnde maximaal 3 tot 4 uur per dag, in totaal niet meer dan 12 uur). Organisatoren kunnen deze mogelijkheid gebruiken om korte concertreeksen te organiseren van maximaal 4 dagen aaneengesloten. Buiten de uren met geluidsruimte, mogen deze evenementen geen geluid produceren harder dan 75 dB(C). De duur van een evenement in deze vorm is maximaal 6 uur per dag.

97

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

Evenementen met geluid worden in de nachtelijke uren in beginsel niet toegestaan, met uitzondering van de evenementen op Koningsdag, Oud en Nieuw en de evenementen op Ruigoord. Voor deze evenementen geldt dat een (muziek)evenementendag die eindigt op een andere datum dan hij begonnen is, dat dit telt als 1 (muziek)evenementendag, en niet als 2 dagen. 2.7 Soundcheck Soundchecks moeten bij voorkeur plaatsvinden op de dag van het evenement zelf en duren niet langer dan 30 minuten per podium/area. Indien het organisatorisch onvermijdbaar is kunnen soundchecks de dag voorafgaand aan het evenement plaatsvinden. Soundchecks worden niet voor 10:00 uur en niet na 22:00 uur gehouden. Voor soundchecks geldt hetzelfde maximale geluidniveau als in de vergunning is opgenomen. 2.8 Op- en afbouw Om overlast voor bewoners voor en na een evenement te beperken dient de op- en afbouwperiode zo kort mogelijk te zijn. Aangezien niet elk evenement en elke locatie dezelfde aanpak vergt, gelden onderstaande richtlijnen: a. De op- en afbouw van een evenement dient altijd zo kort mogelijk te zijn; b. De op- en afbouw dient veilig plaats te vinden en schade aan het terrein dient zoveel mogelijk te worden voorkomen; c. De op- en afbouw vindt niet plaats na 23:00 uur óf voor 07:00 uur (geluidsarme activiteiten uitgezonderd); d.

Tijdens de op- en afbouwperiode dient het gebruik van de openbare ruimte in de directe omgeving zo lang mogelijk toegankelijk te blijven voor publiek; om dit te realiseren en toch ook veilig te kunnen werken, worden voorzieningen getroffen; De op- en afbouw van evenementen tot 1.500 bezoekers mag niet langer dan 3 dagen duren; e. De op- en afbouw van evenementen vanaf 1.501 bezoekers mag niet langer duren dan 10 dagen; f. De organisator dient bij zijn aanvraag een gedetailleerd op- en afbouwplan aan te leveren met daarin de volgende onderbouwing: 1. Waaruit de op- en afbouw bestaat; 2. Welk werkschema hiervoor wordt gevolgd; 3. Per dag moet worden benoemd welk deel van het terrein benodigd is voor op- en afbouw. Uitgangspunt hierbij is dat waar mogelijk en veilig, een zo groot mogelijk deel van het terrein zo lang mogelijk voor het publiek beschikbaar moet zijn; 4. Hoeveel dagen er in totaal nodig zijn. Hierbij moet veiligheid en het voorkomen van schade aan het terrein de eerste prioriteit zijn. Eventuele afspraken met omwonenden vanwege overlastvermindering mogen ook meegenomen worden. g. De burgemeester is het bevoegd gezag voor de vergunningverlening. Een overschrijding van het maximale aantal van totaal 10 dagen op en afbouw vergt altijd een schriftelijk akkoord van de burgemeester. Het op- en afbouwplan wordt een specifiek onderdeel van

98

Gemeente Amsterdam Stedelijk Evenementenbureau

Versie Commissie/Raad 9 oktober 2025

Evenementenbeleid 2026

de vergunning waarvoor de burgemeester akkoord moet geven. Toetsing vindt plaats door VTH. Het op- en afbouwplan maakt een vast onderdeel uit van de evaluatie van het evenement, zodat eventuele verbeterpunten bij een volgende editie kunnen worden doorgevoerd. 2.9 Geluidmonitoring De organisator van een muziekevenement of een evenement met een hoog maatschappelijk belang, dient de geluidbelasting op de omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen tijdens het evenement continue te monitoren, conform de eisen zoals opgenomen in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam. Op de evenementenlocaties waar reeds een meetsysteem aanwezig is, kan de organisator gebruik maken van dit systeem. De organisator dient een meetverslag te (laten) maken, conform de eisen zoals opgenomen in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam. Dit verslag moet binnen 4 weken na het evenement worden ingediend bij de vergunningverlener. De organisator van een evenement waarbij muziekgeluid een additionele rol speelt, dient de geluidbelasting op de omliggende woningen of andere geluidgevoelige gebouwen te meten, conform de eisen zoals opgenomen in BIJLAGE I: Meet- en rekenprotocol – Evenementengeluid in Amsterdam.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15988202/1