0 BESTUURLIJKE REACTIE DEF 30 mei 2024.pdf
Tekst van het document
Raadsinformatiebrief
Aan:
Behandeld door
De leden van de gemeenteraad van Amsterdam 30 mei 2024 Inclusie en anti-discriminatiebeleid en Kunst & cultuur Wethouder Touria Meliani Bestuurszaken_ojzd@amsterdam.nl
Onderwerp
Bestuurlijke reactie plan voor een Nationaal Slavernijmuseum
Datum Portefeuille(s) Portefeuillehouder(s):
Geachte leden van de gemeenteraad, “Het Nationaal Slavernijmuseum is niet alleen betekenisvol omdat het er is, het is een museum dat doet, dat bezoekers activeert, met groepen reflecteert, geschiedenis kleur geeft, gemeenschappen samenbrengt, gelijkwaardigheid stimuleert en mensen activeert die gelijkwaardigheid uit te dragen.” - Vertel het hele verhaal, plan voor een Nationaal Slavernijmuseum Het college stelt de raad voor om een museum over het Nederlands slavernijverleden te realiseren in een nieuw, hoogwaardig gebouw op het Java-eiland. Dit museum zal bijdragen aan de erkenning en herkenning van de slavernijgeschiedenis van Amsterdam en van Nederland. Het moet een plek worden waar mensen kunnen leren over de geschiedenis, maar ook over de doorwerking ervan in de samenleving van nu, en waar ruimte is om het verleden te verwerken. Het museum is een Amsterdams initiatief, maar onmiskenbaar een nationaal museum, relevant voor het hele koninkrijk en internationaal. Het Rijk is nauw betrokken bij de besluitvorming. Staatssecretaris Gräper - van Koolwijk van Onderwijs Cultuur en Wetenschap (OCW) informeert gelijktijdig met een brief de Tweede Kamer. Natuurlijk zijn we trots op deze stap vooruit. Op de mensen die al lange tijd erkenning vragen voor het slavernijverleden van de stad en Nederland, ook toen nog niemand wilde luisteren.
Op de raadsleden die het initiatief namen en op de regiegroep die met het verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan dit museum. En natuurlijk op de kwartiermakers, die zich de afgelopen anderhalf jaar met zoveel toewijding hebben ingezet. Eeuwenlang heeft de Nederlandse Staat slavernij mogelijk gemaakt, gestimuleerd, in stand gehouden en ervan geprofiteerd. Eeuwenlang zijn in naam van de Nederlandse Staat mensen tot handelswaar gemaakt, uitgebuit en mishandeld. Mensen verloren hun wortels, identiteit en cultuur. In Amsterdam verdienden velen aan de slavernij. Het stadsbestuur, mede-eigenaar en bestuurder van de sociëteit Suriname, voorop. De slavernijgeschiedenis heeft een erfenis achtergelaten in onze stad. Grachtenhuizen werden rijkelijk versierd en op schilderijen werd de macht en rijkdom getoond. De erfenis is groots en zichtbaar in de historische grachtengordel en de rijkdom van kunst en cultuur. Maar wat veelal onbesproken en buiten beeld bleef: de uitbuiting toen en de ongelijkheid en discriminatie nu.
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 mei 2024
Daarom gaf uw raad, met het initiatiefvoorstel Een stap naar verdere erkenning1, het college de opdracht in samenwerking met het Rijk te komen tot een nationale museale voorziening over het trans-Atlantisch slavernijverleden. Uitgangspunt van het raadsinitiatief was dat kennis over het slavernijverleden leidt tot een beter begrip van onze gedeelde geschiedenis en inzicht biedt voor een gezamenlijke toekomst. “Het museum kan daarmee een belangrijke bijdrage leveren aan de strijd tegen hedendaags racisme en discriminatie”, aldus het raadsinitiatief. Het college reageert, in nauwe afstemming met de staatssecretaris van OCW, in deze bestuurlijke reactie inhoudelijk op de plannen van de kwartiermakers, en stelt de gemeenteraad voor te kiezen n voor het Java-eiland als locatie en de voorbereiding voor de bouw te starten. Rijk en gemeente dragen samen bij aan de kosten van het gebouw en de opbouw en exploitatie van de museale organisatie. Proces tot nu In april 2020 is een regiegroep2 geformeerd die de opdracht kreeg de verkenning van een nationale museale voorziening slavernijverleden uit te voeren. Het uitvoerige verkenningsrapport Met de kracht van de voorouders is in mei 2021 opgeleverd. Daarna hebben het college en het Rijk de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad om advies gevraagd over dit mogelijk nieuwe museum.
In dit advies omschrijven de raden een duidelijke noodzaak voor het museum en noemen het een belangrijke aanvulling op het Nederlandse museale landschap. De raden vinden dat er een inhaalslag nodig is met een nieuw, groot en iconisch gebouw. De raden zijn van oordeel dat de verbreding naar het slavernijverleden in het Indisch-Oceanisch gebied van begin af aan onderdeel uit moet maken van het museumconcept. Niet vanuit een andere invalshoek, maar voor het volledige verhaal. De bestuurlijke reactie van het college op 26 januari 2022 over het museum vormde de basis voor het vervolg. Het college besloot over de inhoudelijke hoofdlijnen van het museum en koos ervoor de volgende fase door drie kwartiermakers te laten uitvoeren. Zij kregen de opdracht een ondernemingsplan voor het museum op te stellen waarin de inhoud, de organisatie, huisvesting en een bijbehorende kostenraming zijn uitgewerkt3. Deze blauwdruk van het museum moest de basis zijn voor het definitieve besluit over de realisatie en de bouw van het museum. De kwartiermakers moesten daarnaast de eerste activiteiten en publieke programmering op gaan zetten. De opdracht aan de kwartiermakers was om het trans-Atlantische slavernijverleden als startpunt en kernverhaal te handhaven en vanaf daar het brede verhaal over de Nederlandse slavernijgeschiedenis te vertellen.
Sinds 2019 is het Rijk betrokken bij de totstandkoming van het museum en werken Amsterdam en het Rijk samen4. Het Nationaal Slavernijmuseum is voor het Rijk niet los te zien van het maatschappelijk herstelproces na de excuses voor het slavernijverleden5.
1 Het initiatiefvoorstel, ingediend op 30 juni 2017 door de leden Blom, Duijndam en Mbarki en op 21 december 2017
unaniem aangenomen door de gemeenteraad (2017-1573) 2 De volledige regiegroep bestond uit: Urwin Vyent (NiNsee) Daniël Metz (Museum zonder Muren) Dionne Abdoelhafiezkhan (IZI Solutions), Freek Ossel (voorzitter) Cemil Yilmaz (procesbegeleider) Martine Gosselink (museaal expert) Alex van Stipriaan (inhoudelijk expert en eindredacteur) 3 brief aanstelling kwartiermakers 15 september 2022 4 Minister Van Engelshoven besloot in 2019 om vanaf 2021 jaarlijks een bedrag van € 1 miljoen bij te dragen voor de nationale museale voorziening slavernijverleden in Amsterdam 5 Als reactie op de presentatie van het plan van de kwartiermakers op 15 februari liet Minister-President Mark Rutte optekenen: “Het Nationaal Slavernijmuseum is een belangrijk onderdeel van het verhaal achter de komma, na de excuses voor de rol van de Nederlandse staat in het slavernijverleden. Om recht te kunnen doen aan het verleden en in het hier en nu samen verder te komen, is het dringend nodig dat we meer en beter zicht krijgen op deze donkere pagina’s uit de geschiedenis. Het slavernijmuseum heeft daarin straks een centrale rol, als centrum van kennis en dialoog.”
2
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 mei 2024
Plan voor een Nationaal Slavernijmuseum Vertel het hele verhaal Na ongeveer anderhalf jaar werk presenteerden de kwartiermakers op 15 februari 2024 hun plan Vertel het hele verhaal en het participatieverslag Over ons en met ons. Staatssecretaris Gräper - van Koolwijk, burgemeester Halsema en wethouder Meliani namen het in ontvangst. Participatie – Over ons en met ons De opdracht aan de kwartiermakers was een ‘uitvoerig participatietraject’ te organiseren met als doel: eigenaarschap creëren, collectieve wijsheid organiseren, de belangen in beeld brengen en inwoners zeggenschap geven. Het college heeft in de bestuurlijke reactie6 nadrukkelijk aangegeven dat het belangrijk is in dit proces de besluitvorming transparant te laten verlopen met maximale ruimte voor participatie en inspraak. Iedereen die dat wilde in Europees Nederland, het Caribisch deel van het Koninkrijk en Suriname kon meepraten en meedenken over het museum. De kwartiermakers hebben met meer dan vijfduizend mensen in ruim dertig steden in het Koninkrijk en Suriname gesproken. Tijdens vier openbare bijeenkomsten in stadsdeel Zuidoost, Oost, Centrum en West kregen Amsterdammers uitgebreid de mogelijkheid mee te denken. Naast openbare participatiebijeenkomsten vonden talloze kleinere gesprekken plaats met belangenorganisaties, geïnteresseerden, culturele instellingen, kennisinstituten en grassroots-organisaties.
De participatie is voor de kwartiermakers een belangrijke voorwaarde en basis voor het vervolgtraject van het museum. De uitkomsten van het participatietraject zijn omschreven in het uitgebreide participatieverslag Voor ons en met ons. Het is een proces en onderdeel van de werkwijze van het Nationaal Slavernijmuseum, in de aanloop en na opening. De kwartiermakers stellen daarom onder meer een netwerk van ambassadeurs voor, waardoor het eigenaarschap van het museum wordt vergroot. Daarnaast kan dit netwerk ondersteuning bieden bij fondsenwerving en de voorbereidingen van de aanloopprogrammering. Museaal concept Vertel het hele verhaal gaat niet alleen over de periode van de slavernij, maar ook over de tijd ervoor en de doorwerking erna. Om dit te vertellen hebben de kwartiermakers vijf tijdvakken ontwikkeld op basis van de participatie en gesprekken met wetenschappers en museumprofessionals. De tijdvakken worden geladen met de thema’s en verhalen die tijdens de participatie door de deelnemers zijn gedeeld. In elk tijdvak krijgt de bezoeker een deel van de geschiedenis gepresenteerd. De verhalen gaan over kracht, verzet, onderdrukking en pijn, maar ook over vieringen, spiritualiteit en culturele uitingen. De tijdvakken laten de ononderbroken lijn zien tussen heden en verleden en geven inzicht in de onderlinge verbinding tussen continenten, culturen en tradities.
De tijdvakken kunnen zowel chronologisch als in willekeurige volgorde bezocht worden. Er zijn vele persoonlijke verhalen aan de kwartiermakers toevertrouwd. Door in het Nationaal Slavernijmuseum aandacht te geven aan zo veel mogelijk kanten van het Nederlands slavernijverleden en de verhalen zo compleet mogelijk te laten zien en voelen, groeit niet alleen de kennis over het slavernijverleden, maar ook het bewustzijn van de doorwerking ervan in de huidige maatschappij. In het museum staan vooral verhalen centraal en niet objecten. Het museum zal een kleine kerncollectie ontwikkelen die ondersteunend is aan het verhaal en de tijdvakken. Op deze manier worden de verhalen verbonden aan de objecten die getoond worden en werken deze illustratief. Aanvullend op de verkenning door de regiegroep adviseren de kwartiermakers een kindermuseum te realiseren. Dit moet een plek worden waar kinderen op een veilige manier over kernbegrippen als vrijheid en verzet kunnen leren.
6 d.d. 26 januari 2022
3
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 mei 2024
Kenniscentrum Het kenniscentrum moet een bron van informatie worden waar iedereen die dat wil zich kan verdiepen in het slavernijverleden of zijn persoonlijke familiegeschiedenis, en zal ook zelfstandig onderzoek doen en samenwerken met onderzoekscentra en universiteiten. Het zwaartepunt van het kenniscentrum ligt wat de kwartiermakers betreft in eerste instantie op het mogelijk maken van familie- en voorouderonderzoek. Daartoe moeten werknemers worden aangesteld die training krijgen om de bezoekers goed te begeleiden. Het kenniscentrum is nadrukkelijk onderdeel van het museum. De kennis die wordt opgehaald in het kenniscentrum kan gebruikt worden voor de programmering van het museum en het actueel houden van de tijdvakken. Met de opbouw van het online kenniscentrum kan in de aanloopperiode 2024-2030 al worden begonnen. De toegevoegde waarde van een museum met kenniscentrum werd al duidelijk tijdens de ontwikkeling van de pop-up tentoonstelling Verzet tegen slavernij in het Verzetsmuseum. Door archiefonderzoek kwam een onbekend en niet eerder verteld verhaal boven, dat de basis vormde voor de tentoonstelling. Op die manier draagt het museum nu al bij aan het vertellen van (onbekende) verhalen en biedt het aanvullende perspectieven.
Gebouw en locatie De kwartiermakers hebben de opdracht gekregen het locatieonderzoek7 (waarin negen locaties werden geselecteerd) verder uit te werken en een programma van eisen op te stellen. De locatie was een belangrijk onderdeel van de participatie, waarbij er ook ruimte was om nieuwe locaties aan te dragen. Op basis van de aanbevelingen uit het voortraject, nadere studie naar de haalbaarheid, kosten en de resultaten van de participatie komt het Java-eiland nadrukkelijk als voorkeurslocatie naar voren. Mede op basis van de uitkomsten van de participatie komen de kwartiermakers tot de conclusie dat het Java-eiland de plek is voor het Nationaal Slavernijmuseum. Zij adviseren met het uiterlijk van het gebouw recht te doen aan de bijzondere inhoud ervan, in architectuur, uitstraling, materiaal, vorm en omgeving. Een hoogwaardig gebouw, omringd door een park, dat goed bereikbaar is en een prominente ligging heeft aan water. De kwartiermakers schatten in dat het gebouw in 2030 opgeleverd kan zijn. Organisatie De kwartiermakers stellen voor de organisatie van het Nationaal Slavernijmuseum gefaseerd op te bouwen en hebben hiervoor een meerjarig voorstel uitgewerkt. Er is een andere organisatie in de opbouwfase nodig dan wanneer het museum geopend is. De kwartiermakers adviseren zo snel mogelijk een zelfstandige organisatie (stichting) op te richten.
Deze stichting kan dan starten met het opbouwen van de organisatie, de fondsenwerving, het uitvoeren van de aanloopprogrammering en het onderhouden en uitbreiden van het netwerk en draagvlak voor het museum. Investering en exploitatie De kwartiermakers stellen voor een museum te realiseren met een hoge kwaliteit en uitstraling en met 9.000 vierkante meters voor de gewenste functies. De totale kosten voor de oprichting van het museum en het gebouw beramen de kwartiermakers op € 109,5 miljoen8. De kwartiermakers verwachten op basis van de geschatte omzet dat er € 8 miljoen subsidie per jaar nodig is (60% van de totale omzet). De kwartiermakers gaan daarbij uit van circa 270.000 bezoekers per jaar.
7 Locatieonderzoek slavernijmuseum Amsterdam, gemeente Amsterdam december 2021 8 Dit betreft het benodigde bedrag op prijspeil 2024. In het plan van de kwartiermakers wordt uitgegaan van €105 miljoen, gebaseerd op prijspeil 2023
4
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 mei 2024
Adviezen Om tot een goede afweging te komen is door het college en de staatssecretaris van OCW aan de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad gevraagd of zij het plan een goede basis vinden voor de volgende fase van het museum en of er aandachtspunten zijn. De Commissie Omgevingskwaliteit heeft geadviseerd over de landschappelijke en stedenbouwkundige kansen en mogelijkheden voor het museum op het Java-eiland. Daarnaast is de voorkeurslocatie van het museum ter advies voorgelegd aan het Dagelijks Bestuur van stadsdeel Oost. Het college dankt alle partijen voor de zorgvuldig opgestelde adviezen. Advies Amsterdamse Kunstraad en Raad voor Cultuur Dit is het tweede advies dat de raden gezamenlijk gaven over het museum. In november 2021 brachten de raden een positief en uitgebreid advies uit, dat voorafging aan de bestuurlijke reactie (d.d. 26 januari 2022) op de verkenning Met de kracht van de voorouders. De raden geven aan vertrouwen te hebben in de museale aanpak zoals omschreven in het plan Vertel het hele verhaal en zijn van oordeel dat het plan een gedegen basis vormt voor de volgende fase. De raden merken op dat de kwartiermakers een uitdagende taak hadden en spreken hun lof uit over het intensieve participatietraject dat is opgezet. De raden benadrukken het belang van participatie voor het draagvlak en om de kwaliteit van het museum te waarborgen.
De raden zien in de combinatie van het conserveren van immateriële erfgoedtradities en het aanleggen van een kleine kerncollectie, een museum dat toekomstbestendig en dynamisch is, ook in internationale context. Daarbij is het volgens de raden van belang dat dit in samenwerking met erfgoedinstellingen en gemeenschappen gebeurt. De raden vinden het van belang dat er levendig bruikleenverkeer is tussen instellingen en het Nationaal Slavernijmuseum. Daarvoor is intermuseale samenwerking en collegialiteit essentieel. De ambitie van jaarlijks 270.000 bezoekers lijkt de raden haalbaar. In de volgende fase moet wel een bezoekersstrategie worden uitgewerkt voor een geleidelijke opbouw van het publiek in de komende jaren. Het ambitieniveau voor een vaste presentatie en tijdelijke tentoonstellingen, een kindermuseum, herdenkingspark en een kenniscentrum juichen de raden toe, maar ze adviseren een gefaseerde aanpak. De raden geven aan dat het voorziene personeel tot aan de opening nog te bescheiden is en adviseren een duidelijk en transparant proces rond de organisatievorming en wervingsprocedure. De totstandkoming van een nationaal museum van deze omvang en urgentie vereist aanzienlijke middelen, stellen de raden tenslotte. De raden benadrukken daarom het belang van betrokkenheid van de gemeente Amsterdam en het Rijk bij de exploitatie.
Advies Commissie Omgevingskwaliteit9 De commissie is gevraagd welke landschappelijke en stedenbouwkundige kansen en mogelijkheden zij ziet ten aanzien van de locatie Java-eiland en welke adviezen zij op voorhand meegeeft voor de architectonische en landschappelijke uitwerking en voor de selectie van een ontwerpteam. De commissie geeft aan onder de indruk te zijn van het professionele karakter van de opgeleverde producten door de kwartiermakers en ondersteunt de keuze voor de locatie volledig. De plek op het Java-eiland is de afgelopen dertig jaar zorgvuldig vrijgehouden om plaats te bieden aan een echt bijzondere functie. Een museum op deze plaats lost die belofte volledig in en voldoet zowel aan de uit de participatie voortgekomen wensen en voorwaarden voor een Nationaal Slavernijmuseum als aan de richtlijnen die in de Omgevingsvisie voor deze plek zijn meegegeven. De commissie beschouwt dit als een ‘match made in heaven’. De plek geeft door de zichtbaarheid, de centrale ligging en de weidsheid veel meewind aan het toekomstige museumgebouw. De plek is al iconisch; daar hoeven volgens de commissie niet veel architectonische middelen aan te worden toegevoegd. Het iconische kan ook gezocht worden in een uniek samengaan van landschap en architectuur. 9 De Commissie Omgevingskwaliteit adviseert de gemeente Amsterdam over de integrale kwaliteit van de fysieke
leefomgeving: stedenbouw, architectuur, openbare ruimte, cultuurhistorie, duurzaam bouwen, welstand en monumenten
5
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 mei 2024
Vanuit het principe van wederkerigheid is het in de uitwerking van belang dat het gebouw ook iets ‘terugdoet’ voor zijn omgeving. De combinatie van gebouw en park beschouwt de commissie om die reden als de essentie van het plan. De ruime kavel zorgt er ook voor dat verschillende posities voor het gebouw mogelijk zijn. De in het voorstel gekozen plek schuin ten noorden van Hotel Jakarta wordt door de commissie niet direct ondersteund. Gezien vanaf de Jan Schaeferbrug valt het gebouw dan grotendeels weg achter het hotel. Advies DB Oost Het voorstel van de kwartiermakers voor de locatie van het museum is ter advies voorgelegd aan het dagelijks bestuur (DB) van stadsdeel Oost. Het DB gaf als reactie dat het verheugd is dat het Javaeiland door de kwartiermakers als voorkeurslocatie is aangewezen, en ziet de ontwikkeling van een park rondom het museum als een grote toegevoegde waarde. Het DB ziet een kans om verbinding te leggen tussen onder andere het Nationaal Slavernijmonument, het Wereldmuseum Amsterdam en de komst van het Suriname Museum. De komst van het Nationaal Slavernijmuseum is wat het DB betreft niet alleen een kans om het centrum van de stad te ontlasten maar ook om het ondernemerschap en de economie van het gebied rondom het museum een impuls te geven.
Het DB vraagt aandacht voor de participatie bij het vervolgtraject, en noemt daarbij met name het ontwerp van het park. In de ogen van het DB zijn het museum en het park niet los van elkaar te zien. Groen is schaars en daarom zeer belangrijk voor deze stenige buurt. Het DB vraagt ook aandacht voor mobiliteit en bezoekersstromen. Zo moet er een oplossing gevonden worden voor de komst van bezoekers per touringcar en het DB vraagt expliciet aandacht voor goede voorzieningen ten aanzien van fietsers en fietsparkeren. Tot slot wijst het DB erop rekening te houden met opgaven en ontwikkelingen die spelen in Oost en aanpalende gebieden zoals de Oostbrug, het Marineterrein en de ontwikkelingen in Noord. Reactie college op het plan voor het Nationaal Slavernijmuseum en de adviezen Met de adviesraden constateert het college dat de kwartiermakers een bijzondere prestatie hebben geleverd. De opdracht om een uitvoerig participatietraject te organiseren, een museaal ondernemingsplan, een voorstel voor de locatie, een kostenraming en meerjarenbegroting op te stellen, is nagenoeg volbracht. Het was en is een ingewikkelde en beladen opdracht.
Want hoe breng je al die langgekoesterde wensen en hoop, de vele ideeën maar ook de eeuwenlange pijn en doorwerking daarvan, waardig terug in één museum? En hoe kies je welke verhalen verteld worden? Het college is de kwartiermakers dankbaar dat zij zich anderhalf jaar lang zo hebben ingezet om het antwoord op deze vragen te vinden. Hieronder gaat het college in op een aantal aandachtspunten en taken voor het vervolg. Participatie Het college vroeg om maximale ruimte voor participatie en inspraak bij het proces, en dat hebben de kwartiermakers geboden. Iedereen die dat wilde kon op een van de vele bijeenkomsten van zich laten horen. Het college is trots op het participatieproces dat de kwartiermakers georganiseerd hebben. Het college realiseert zich ook dat de participatie met het opleveren van het plan niet ten einde is, maar een tussenstop is op weg naar realisatie van het museum, en verder. Het maakt een wezenlijk onderdeel uit van het museum dat een belangrijke rol wil vervullen voor veel mensen. Ambassadeursnetwerk De kwartiermakers stellen voor een ambassadeursnetwerk op te bouwen. Het doel van dit netwerk is het verbreden van het eigenaarschap van het museum. Ambassadeurs kunnen via hun netwerk belangrijke instellingen, grote bedrijven of vermogende particulieren bij het museum betrekken. Het college onderschrijft het belang van een ambassadeursnetwerk.
Het college ziet in het netwerk een meerwaarde waar het gaat over het onder de aandacht brengen van het museum en het werven van fondsen. Het college onderschrijft het advies van de kwartiermakers om hier snel mee te starten.
6
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 mei 2024
Museum Vertel het hele verhaal Het college hecht eraan de oorspronkelijke opdracht, zoals die geformuleerd werd door de initiatiefnemers van de gemeenteraad, niet uit het oog te verliezen. Daarbij hebben in het bijzonder Afro-Surinaamse en Afro-Caribische gemeenschappen zich in het openbare debat hard gemaakt om aandacht te vragen voor het slavernijverleden en de invloed daarvan op de hedendaagse samenleving. Het besef groeit dat de Nederlandse slavernijgeschiedenis zich, naast het trans-Atlantisch gebied, ook afspeelde op andere plekken in de wereld waaronder het Indisch-Oceanisch gebied, de Indonesische archipel en Zuid-Afrika. De trans-Atlantische slavernij was onderdeel van een groter koloniaal systeem waarin slavernij een belangrijk element was. Alleen vanuit die invalshoek, belicht vanuit verschillende perspectieven en regio's, krijgen bezoekers een zo compleet mogelijk beeld van de geschiedenis. Het college onderschrijft dit. Binnen de brede benadering van de Nederlandse slavernijgeschiedenis en de doorwerking daarvan neemt de trans-Atlantische slavernij een belangrijke plaats in. Het college wil daar recht aan blijven doen. Het trans-Atlantische slavernijverleden zal dan ook een prominent onderdeel uitmaken van het museum.
Het museum moet de kans krijgen te groeien in zijn rol en in het vinden van het juiste evenwicht tussen de aandacht voor de verschillende gebieden waar het Nederlandse slavernijverleden zich heeft afgespeeld. Het college verwacht dat het kenniscentrum een rol speelt bij aanvullend onderzoek naar onderbelichte delen van ons slavernijverleden, zoals de slavernij in IndischOceanisch gebied en Indonesië. De onderzoeksresultaten kunnen vervolgens gebruikt worden voor de verhalen die het museum vertelt en presenteert. Museumconcept Met grote tevredenheid constateert het college dat de Raad voor Cultuur en de Amsterdamse Kunstraad vertrouwen hebben in deze museale aanpak en dat er een gedegen basis ligt voor de volgende fase. De kwartiermakers hebben een museaal concept ontwikkeld dat ruimte biedt om de vele verhalen te laten landen in verschillende tijdvakken en zalen. Elk tijdvak wordt ingevuld met de vele thema’s en verhalen die onder meer tijdens de participatie door mensen zijn ingebracht. Het college ziet, met de raden, dat er een gedegen basis ligt. De kwartiermakers geven in hun voorstel aan dat een aantal zaken nader uitgewerkt moet worden door de stichting die opgericht zal worden. Het college constateert dat er ook ruimte moet zijn bij de stichting voor voortschrijdend inzicht en eigen accenten.
Bij de uitwerking is het van belang om een ruimtelijke vertaling te maken: hoeveel plek en ruimte krijgt welk tijdvak en welke plek neemt bijvoorbeeld het kindermuseum in? Daarbij vraagt het college aandacht voor de collectievorming en de praktische uitwerking die dat vraagt, zoals een depotruimte. Als netwerkmuseum moet het Nationaal Slavernijmuseum een aanvulling zijn op andere musea. Daarom vindt het college het van belang dat er in de volgende fase aandacht uit blijft gaan naar de verhouding en samenwerking met andere musea, in zowel Europees Nederland, het Koninkrijk als daarbuiten. Dit geldt ook voor de samenwerking met andere organisaties zoals grassroots-organisaties. Het college onderschrijft tot slot ook het belang van een apart kindermuseum. Het is van belang dat zo veel mogelijk kinderen op een passende manier leren over het slavernijverleden. Het kindermuseum kan aansluiten en een goede aanvulling zijn op het onderwijs over dit thema. Het kindermuseum dient daarom te worden meegenomen in zowel het ontwerp van het gebouw, als de organisatieontwikkeling en exploitatie na opening. Gezien het advies van de beide raden kan het college zich voorstellen dat een geleidelijke opbouw van de museale organisatie verstandig is. Het oprichten van een sterk museum kost tijd, het college
7
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 mei 2024
hecht in dit proces aan zorgvuldigheid. Daarbij geeft het college mee dat het de participatieve aanpak van de kwartiermakers ondersteunt en wil voortzetten tot en na opening van het museum. De Kunstraad en de Raad voor Cultuur benadrukken het belang van betrokkenheid van beide overheden na opening. De kwartiermakers stellen dat het slavernijverleden over ons allemaal gaat en dat het museum er voor iedereen is. Het college onderschrijft dit van harte. Voor de volgende fase heeft de nieuwe organisatie de taak om, als onderdeel van het ondernemingsplan, een bezoekersstrategie uit werken waarbij duidelijk wordt hoe de bezoekers naar het museum worden getrokken. In lijn met het advies van de raden is het college van mening dat een geleidelijke opbouw van publiek verstandig is. Het college vraagt daarbij extra aandacht voor de doelgroepen die niet per definitie affiniteit hebben met het thema van het museum, zoals de raden omschreven in hun advies uit 2021. Kenniscentrum De kwartiermakers constateren, ook uit het participatieproces, dat het voor veel mensen belangrijk is te weten wie hun voorouders waren, wat zij meemaakten en wat daarvan is doorgegeven. Het kenniscentrum is daarvoor een belangrijke aanvulling op bestaande archieven en kennisinstituten en maakt deze toegankelijk. De mogelijkheid tot familie- en voorouderonderzoek vraagt om een stevige digitale basis.
Het college ziet een sleutelrol voor het kenniscentrum in het bij elkaar brengen van kennis, informatie en partijen, waarbij het kenniscentrum zowel een spilfunctie als een agenderende rol vervult voor onderzoek. De verbinding tussen de programmering van het museum en het kenniscentrum is daarbij een belangrijk uitgangspunt. De museale stichting krijgt als taak het kenniscentrum met diens netwerkfunctie met andere kennisinstituten (ook in relatie tot het museum zelf en de collectie) nader uit te werken. Daarbij hecht het college eraan dat, conform het advies van de kwartiermakers, wordt gestart met familie- en voorouderonderzoek. Het kenniscentrum is daarnaast een goede plek om educatie te ontwikkelen. Het Rijk vindt de ontwikkeling van het kenniscentrum van groot belang en heeft €3 miljoen extra toegekend voor de ontwikkeling van dit kenniscentrum uit de middelen voor het proces na de komma. Aanloopprogrammering Het college is verheugd dat de aanloopprogrammering met een educatief project in EuropeesNederland, Aruba en Curaçao en de opening van de eerste pop-up tentoonstelling in het Verzetsmuseum een feit is. Door de programmering te starten kan het museum experimenteren, leren en samenwerkingen starten met andere musea en organisaties. De pop-uptentoonstelling Verzet tegen Slavernij is nu te zien op Sint Maarten en opent binnen kort op Sint Eustatius.
In het najaar van 2024 staat een tentoonstelling in het Nationaal Archief in Den Haag en een tentoonstelling op Curaçao op de agenda. Ook wordt de tentoonstelling Slavernij van het Rijksmuseum in het Caribisch deel van het Koninkrijk getoond. Door de programma-activiteiten groeit de zichtbaarheid en de naamsbekendheid van het museum en groeit het museum in haar rol van netwerkmuseum, in aanloop naar het moment dat het zijn fysieke deuren zal openen. Het aanloopprogramma krijgt in het plan van de kwartiermakers jaarlijks een thema. Het college wil dat het slavernijmuseum aansluit bij het jubileumjaar van Amsterdam in 2025 om ook dit deel van de geschiedenis van de stad te belichten. Het college geeft mee dat, ook om bewoners goed te betrekken, het Java-eiland een goede plek kan zijn om met activiteiten te starten. Het college acht het wenselijk nu te beginnen met de voorbereidingen hiervan, en niet pas als de stichting is opgericht.
8
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 mei 2024
Gebouw en locatie Een nieuw gebouw op het Java-eiland De kwartiermakers komen tot de conclusie dat het Java-eiland de plek is voor het Nationaal Slavernijmuseum. Zij adviseren met het uiterlijk van het gebouw recht te doen aan de bijzondere inhoud ervan, in architectuur, uitstraling, materiaal, vorm en omgeving. Een hoogwaardig gebouw, omringd door een park, dat goed bereikbaar is en een prominente ligging heeft aan water. In lijn met de adviezen heeft het college de ambitie het museumgebouw te realiseren conform het plan van de kwartiermakers. En daarmee om de raad voor te stellen het museum in een nieuw en hoogwaardig gebouw van 9.000 vierkante meter te realiseren. Ook volgt het college het advies van de kwartiermakers op met betrekking tot de aanbesteding voor een architect en het werken met een integraal ontwerpteam, die een ontwerp zullen maken van het museum met omringend park. Het college onderschrijft de wens van de kwartiermakers om een ontwerpend architect aan te trekken die affiniteit heeft met het slavernijverleden en de betrokken gemeenschappen kan vertegenwoordigen. Wat de exacte locatie op het Java-eiland moet worden, is het onderwerp van nader onderzoek naar de bouwmogelijkheden en mede afhankelijk van noodzakelijke zichtlijnen voor de scheepvaart als ook de inbreng vanuit de participatie met nazaten, omwonenden en andere belanghebbenden.
Duidelijk is dat er een grote wens bestaat van omwonenden, om de Kop van het Java-eiland vrij van bebouwing te laten en dit bepalend te laten zijn voor de zonering waarbinnen het museumgebouw gerealiseerd zal worden. Het college kan zich vinden in de aanbeveling van de Commissie Omgevingskwaliteit dat er onderzoek moet worden gedaan naar de exacte positie van het gebouw op het Java-eiland. En daarbij ook rekening te houden met wensen en ideeën van nazaten, bewoners en ondernemers die al tijdens het participatietraject van de kwartiermakers duidelijk zijn geworden, als ook die van het Havenbedrijf, en die bepalend zijn geweest voor de mogelijke positie van het museum zoals aangegeven door de kwartiermakers10. In navolging van het stadsdeel benoemt het college dat de bereikbaarheid van de locatie met bus, auto en fiets, en ook vervoer over water belangrijke aandachtspunten zijn voor het vervolgtraject. De kwartiermakers benadrukken het belang van de aanleg van een omliggend park. Stadsdeel Oost en de Commissie Omgevingskwaliteit vinden dat het park onlosmakelijk verbonden is met het museum. Het college onderschrijft dit belang en geeft opdracht een integraal ontwerp van gebouw en park te maken en in- en extern te zoeken naar financiering voor het park. Bouwproces De gemeente Amsterdam wordt verantwoordelijk voor het bouwproces.
Conform de Regeling Grote Projecten wordt een plan van aanpak opgesteld. Dit betekent dat uw raad regelmatig geïnformeerd zal worden over de voortgang van het bouwproject. Bij het bouwtraject is uitgebreide participatie met nazaten, omwonenden, ondernemers uit de buurt en belanghebbenden bij het museum het uitgangspunt. Daarnaast is nauwe samenwerking en afstemming met de toekomstige museumstichting van groot belang. Dit participatietraject is uitgewerkt in de Visie omgevingsparticipatie Nationaal Slavernijmuseum (bijlage 10). Samenwerking tussen Rijk en gemeente Het Rijk en de gemeente Amsterdam hebben tot nu toe opgetreden als gezamenlijk opdrachtgever voor de kwartiermakers voor het museum. Met het opleveren van een museaal ondernemingsplan en na besluitvorming door de gemeenteraad breekt een nieuwe fase aan, waarin wordt toegewerkt naar een onafhankelijke museumorganisatie. Het blijft van belang dat de beide overheden samen optrekken.
10 locatieonderzoek_slavernijmuseum (2).pdf
9
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 mei 2024
Om de gezamenlijke betrokkenheid van de partijen vast te leggen en afspraken te maken over de verantwoordelijkheidsverdeling voor de totstandkoming van het museum is een bestuursovereenkomst opgesteld (bijlage 9). De gemeente is als opdrachtgever verantwoordelijk voor de oprichting en de totstandkoming van het museum. De gemeente is daarmee verantwoordelijk voor de bouw en draagt zorg voor het ontwerp en de uitvoering. Het Rijk blijft betrokken bij de ondersteuning van de museumorganisatie en de ontwikkeling van het op te richten kenniscentrum. In de overeenkomst is ook opgenomen dat de staatssecretaris van OCW onderzoekt wat de mogelijkheden zijn voor een grotere rijksverantwoordelijkheid omtrent subsidie voor collectiebeheer en of de publieksactiviteiten na de opening van het museum. Het college is blij met de nauwe betrokkenheid van het Rijk voor de ontwikkeling van een nationaal museum over het Nederlandse slavernijverleden. Een zelfstandige museale organisatie De kwartiermakers adviseren dat de gemeente zo spoedig mogelijk een zelfstandige organisatie opricht in de vorm van een stichting. Deze kan dan vanuit een zelfstandige en onafhankelijke positie verder gaan met het uitvoeren van de aanloopprogrammering, het onderhouden en uitbreiden van het netwerk en draagvlak voor het museum en met de fondsenwerving.
Het college start de procedure voor de oprichting van een organisatie voor de exploitatie van het museum conform het beleidskader verbonden partijen. Onderdeel hiervan is een procedure waarbij uw raad wensen en bedenkingen kan meegeven met betrekking tot deze oprichting. Naar verwachting wordt u in september in de gelegenheid gesteld uw wensen en bedenkingen mee te geven waarna het college in het vierde kwartaal van 2024 een definitief besluit neemt over het oprichten van een onafhankelijke museale organisatie per 1 januari 2025. Het advies van de Amsterdamse Kunstraad en de Raad voor Cultuur volgend zal het college zorgdragen voor een duidelijk en transparant proces rond de organisatievorming en wervingsprocedure. Het plan van de kwartiermakers vormt de leidraad voor het ondernemingsplan van de zelfstandige stichting. Voor het opstellen van dit ondernemingsplan verwijst het college naar de kwaliteitseisen die gesteld worden aan culturele instellingen in het Hoofdlijnen Kunstenplan 2025-2028 en de Cultuurnota 2025-2028. Financiën De kwartiermakers constateren dat er in totaal € 109,5 miljoen nodig is voor het realiseren van het gebouw (exclusief park), de voorbereidingskosten en de museale organisatie in opbouw (inclusief aanloopprogrammering).
Beide overheden hebben gezamenlijk reeds € 70,2 miljoen beschikbaar gesteld en er wordt gerekend op €17,4 miljoen externe financiering. Rijk en gemeente hebben samen het resterende benodigde bedrag beschikbaar gesteld. Daarvoor heeft het college bij de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2024 €13,4 miljoen extra budget beschikbaar gesteld, onder voorbehoud van besluitvorming over de begroting in de gemeenteraad. De Rijksoverheid stelt €7,5 miljoen aanvullend beschikbaar. De afspraken hierover zijn vastgelegd in een bestuurlijke overeenkomst (bijlage 9). De kwartiermakers hebben bij hun planvorming gerekend met het prijspeil 2023. Het college heeft alle bedragen geïndexeerd naar prijspeil 2024. Dit verklaart de verschillen tussen Vertel het hele verhaal en deze bestuurlijke reactie. Het vervolg Het college constateert dat op basis van de tot nu toe uitgewerkte plannen en adviezen een goede basis ligt voor het vervolg. Deze fase (de definitiefase) is bijna afgerond en er kan toegewerkt worden naar de uitvoeringsfase. De komende periode wordt gebruikt om de resultaten van de participatie terug te geven aan de mensen die er een bijdrage aan hebben geleverd, de aanloopprogrammering uit te voeren en voor de oprichting van de stichting. Vanaf 2025 gaan
10
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 mei 2024
gemeente en stichting samen, in afstemming met het Rijk, toewerken naar de opening van het museum in 2030. De stichting is dan verantwoordelijk voor het opbouwen van de organisatie, de fondsenwerving, het uitvoeren van de aanloopprogrammering en het onderhouden en uitbreiden van het netwerk en draagvlak voor het museum. De gemeente is verantwoordelijk voor de realisatie en de bouw van het museum. De kwartiermakers De opdracht, zoals omschreven in de raadsbrief d.d. 15 september 202211, een uitvoerig participatietraject te organiseren, een museaal ondernemingsplan, een voorstel voor de locatie, een kostenraming en meerjarenbegroting op te stellen is nagenoeg volbracht. De kwartiermakers zullen de uitkomsten van de participatie teruggeven aan de deelnemers. Ook voeren zij nog activiteiten uit ten aanzien van de aanloopprogrammering. In het nawoord van Vertel het hele verhaal noemen de kwartiermakers het een bewogen periode waarin het vertrouwen, de openheid en kwetsbaarheid van mensen om te delen hen inspireerde en motiveerde. Het college leest daarin het belang van deze periode terug, waarin de kwartiermakers het museum een gezicht hebben gegeven en een luisterend oor hebben geboden aan eenieder die dat wilde. Doordat hun opdracht nog niet volledig is afgerond ziet het college de mogelijkheid om de kwartiermakers ook te betrekken in de overgangsfase.
In deze overgangsfase naar een onafhankelijke stichting vindt het college het belangrijk dat de opgedane kennis en expertise niet verloren gaat. Daarnaast wil het college in deze fase het opgebouwde netwerk en alle ontstane contacten behouden. De opdracht van de kwartiermakers duurt nog tot het einde van dit jaar, waarin zij verder bouwen aan het museum, de voortgang en continuïteit bewaken, de tijdelijke programmering uitvoeren en de uitkomsten van de participatie teruggeven aan de deelnemers. Tot slot Er is veel werk verzet. Van een initiatiefvoorstel, naar een open call, een verkenning, locatiestudie, en nu een concreet plan. Wij danken alle betrokkenen, de Amsterdamse Kunstraad en de Raad voor Cultuur, het Dagelijks Bestuur van Oost en de commissie Omgevingskwaliteit voor hun werk. Ook danken wij alle aanwezigen voor hun inbreng op de bijeenkomsten die georganiseerd zijn, deze is van grote waarde geweest voor de gemaakte en nog te maken afwegingen. In het bijzonder danken wij de kwartiermakers voor het werk en hun inzet om het Nationaal Slavernijmuseum een stap dichterbij te brengen. Tijdens een bijeenkomst met grassroots-organisaties op 16 mei jl. werd ik geraakt door de verhalen die ik daar hoorde, over niet weten waar je vandaan komt, over het gevoel van ontworteling maar ook over kracht en weerbaarheid.
Om ergens te aarden is het belangrijk te weten waar je vandaan komt. Dit museum is een plek waar door deze groep lang voor is gestreden, al ver voor het raadsinitiatief, en waar dus lang op is gewacht. Het staat voor het college voorop dat dit museum gedragen moet worden door de gemeenschappen. We zijn schatplichtig aan deze mensen die al zo lang voor erkenning strijden. Hoewel dit museum zo veel meer is dan een museum kan het lang niet alles oplossen, daar ben ik mij van bewust. De slavernijgeschiedenis heeft een erfenis achtergelaten die lang onderbelicht is gebleven. Langzaam maar zeker wordt ons beeld van de geschiedenis aangevuld. Het zijn wetenschappers, activisten en kunstenaars die in de archieven en in musea als het slavernijmuseum achterstallig onderhoud aan de geschiedenis plegen. Daarmee leveren we een bijdrage aan het bekend en bespreekbaar maken van de gedeelde geschiedenis, van ons allen, van de stad en het Koninkrijk der Nederlanden. Met het besluit van uw raad komt het Nationaal Slavernijmuseum in Amsterdam, kan een zelfstandige museum organisatie opgericht worden en kan het bouwproces van start gaan. Het
11 brief aanstelling kwartiermakers
11
Gemeente Amsterdam, raadsinformatiebrief
Datum 30 mei 2024
college is, samen met het Rijk, trots op velen op deze stappen vooruit. En hoewel er nog vele mijlpalen zullen volgen, ziet het college dit als het belangrijkste besluit voor het museum. Voor nu vertrouwen wij erop u voldoende te hebben geïnformeerd. Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam,
Touria Meliani Wethouder Kunst & cultuur en Inclusie en anti-discriminatiebeleid
Bijlagen 1.
Vertel het hele verhaal, Plan voor de oprichting en bouw van een Nationaal Slavernijmuseum 2. Over ons en met ons, Participatieverslag 3. Locatieonderzoek 4. Programma van Eisen 5. Selectie Architect en Adviseurs 6. Advies Raad voor Cultuur en Amsterdamse Kunstraad 7. Advies Commissie Omgevingskwaliteit 8. Advies dagelijks bestuur Stadsdeel Oost 9. Bestuursovereenkomst Nationaal Slavernijmuseum OCW – Gemeente Amsterdam 10. Visie omgevingsparticipatie Nationaal Slavernijmuseum
12