Was wordt tabel Wijziging APV
Tekst van het document
In de tabel wordt eerst aangegeven welk artikel(onderdeel) wijzigt met daarbij een verwijzing naar het bijbehorende wijzigingsbesluit. In de linkerkolom (“WAS”) staat de bestaande tekst, waarbij de woorden en leestekens die wijzigen zijn onderstreept. In de rechterkolom (“WORDT”) staat de voorgestelde nieuwe tekst, waarbij de nieuwe woorden en leestekens zijn vetgedrukt. Onder elke voorgestelde wijziging staat de bijbehorende wijziging van de toelichting. Was/ wordt lijst ten behoeve van de wijzigingen APV Amstelveen Was Artikel 2.24 begripsomschrijving, eerste lid, onder d (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
d. het in een inrichting in de zin van de Drank- en Horecawet gelegenheid geven tot dansen
d. het in een inrichting in de zin van de Alcoholwet gelegenheid geven tot dansen
Toelichting Geen aanpassing huidige toelichting bij dit artikel Was Artikel 2:26 Ordeverstoring (artikel I, onderdeel B, van het wijzigingsbesluit) Het is verboden om bij een evenement de orde te verstoren
Wordt
1. het is verboden om bij een evenement de orde te verstoren. 2. het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheden in strijd met de openbare orde. 3. het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Dit onderdeel wordt toegevoegd onder de huidige toelichting behorende bij dit artikel: Het is vanuit oogpunt van de openbare orde en veiligheid onacceptabel dat in de publieke ruimte uiterlijk vertoon plaatsvindt van organisaties die zijn verboden of ontbonden wegens criminele activiteiten/ handelen in strijd met de openbare orde en veiligheid. Dit gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of van uit kan gaan. Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar. Deze strafstelling geldt pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk is. Zolang de mogelijkheid van beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dit uiterlijk vertoon niet opgetreden worden op basis van het
1
Was Artikel 2.34 (artikel I, onderdeel C, van het wijzigingsbesluit) -
Wetboek van Strafrecht. Om toch op te kunnen treden hiertegen is deze verbodsbepaling opgenomen in de APV.. Vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid is het niet wenselijk te wachten met het weren van deze zichtbare uitingen van verboden of ontbonden organisaties uit de publieke ruimte tot er een onherroepelijk vonnis voorhanden is. Deze bepaling richt zich specifiek op dit uiterlijke vertoon bij evenementen. Wordt Artikel 2.34 Proeverijen Het is slijtlokaliteiten, zoals bedoeld in de Alcoholwet, toegestaan proeverijen te organiseren. Toelichting: De gemeenteraad verleent vrijstelling van het in artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet ten aanzien van het horecabedrijf vervatte verbod en het in artikel 14, eerste lid, vervatte verbod ten behoeve van proeverijnen en slijtlokaliteiten buiten de dagen en tijden dat de slijtlokaliteiten regulier zijn opengesteld. Deze vrijstelling is gebaseerd op artikel 25e van de Alcoholwet. De proeverijen moeten voldoen aan de eisen die het Alcoholbesluit daaraan stelt.
Artikel 2.48 Verboden drankgebruik, tweede lid, onder a en b (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit) a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet
a. een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in artikel 1 van de Alcoholwet
b. een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank- en Horecawet. Toelichting
b. een andere plaats dan een horecabedrijf bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Alcoholwet.
Geen aanpassing huidige toelichting bij dit artikel Was Artikel 2:48a Lachgasverbod, eerste lid (artikel I, onderdeel D, van het wijzigingsbesluit)
Wordt
1. het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het College ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas) recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
1. het is verboden op een openbare plaats die deel uitmaakt van een door het College ter bescherming van de openbare orde of het woon- en leefklimaat aangewezen gebied distikstofmonoxide (lachgas), of daarop gelijkende waar, recreatief als roesmiddel te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben.
-
Toelichting
2
Op basis van dit artikel is het verboden om, in door het college aan te wijzen gebieden, lachgas of daarop gelijkende waar te gebruiken, voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen of stoffen bij zich te hebben. Dit artikel bestrijdt de overlast die veroorzaakt wordt door het gebruik van lachgas of daarop gelijkende waar. Nieuwe tekst Artikel 2:50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties (artikel I, onderdeel E, van het wijzigingsbesluit) 1. het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheden in strijd met de openbare orde. 2. het verbod geldt niet zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht. Toelichting Het is vanuit oogpunt van de openbare orde en veiligheid onacceptabel dat in de publieke ruimte uiterlijk vertoon plaatsvindt van organisaties die zijn verboden of ontbonden wegens criminele activiteiten/ handelen in strijd met de openbare orde en veiligheid. Dit gelet op de intimidatie die daarvan uitgaat of van uit kan gaan.
Deelneming aan de voortzetting van dergelijke organisaties, waaronder uiterlijk vertoon kan worden begrepen, is strafbaar. Deze strafstelling geldt pas op het moment dat de uitspraak van de rechter onherroepelijk is. Zolang de mogelijkheid van beroep en cassatie nog openstaan en niet zijn afgewikkeld, kan tegen dit uiterlijk vertoon niet opgetreden worden op basis van het Wetboek van Strafrecht. Om toch op te kunnen treden hiertegen is deze verbodsbepaling opgenomen in de APV.. Vanuit het oogpunt van openbare orde en veiligheid is het niet wenselijk te wachten met het weren van deze zichtbare uitingen van verboden of ontbonden organisaties uit de publieke ruimte tot er een onherroepelijk vonnis voorhanden is. Was Wordt Artikel 2.64 Bijen, eerste lid, onder b, én tweede en derde lid (artikel I, onderdeel F van het wijzigingsbesluit) 1.b. binnen een afstand van 12 meter van de weg. 1.b. binnen een afstand van 12 meter van de weg. 2.3.4. 2. Het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en 2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is onder a, is niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen niet van toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de woningen of gebouwen bedoeld in dat lid. bedoeld in dat lid. 3. Het verbod bedoeld in het eerste lid, aanhef en 3.
Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is onder b, is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het provinciale niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het provinciale wegenreglement. wegenreglement. Toelichting Geen aanpassing huidige toelichting Was Artikel 2.76 Veiligheidsrisicogebieden (artikel 1, onderdeel G van het wijzigingsbesluit)
Wordt
Vervallen
De burgemeester kan, overeenkomstig artikel 151a van de Gemeentewet, bij verstoringen van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan
3
daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande gebouwen en de daarbij behorende erven, aanwijzen als veiligheidsrisicogebied. Vervallen
Toelichting: Deze bepaling strekt tot uitvoering van artikel 151b Gemeentewet, op grond waarvan de burgemeester bij verordening de bevoegdheid krijgt om bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens, of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied aan te wijzen als veiligheidsrisico-gebied. De burgemeester brengt een gebiedsaanwijzing zo spoedig mogelijk ter kennis van de gemeenteraad en de officier van justitie. In een veiligheidsrisicogebied kan de politie op last van de officier van justitie wapen- en munitiecontroles uitvoeren op verpakkingen van goederen, op vervoermiddelen en aan de kleding van personen. De officier van justitie vermeldt in het bevel op grond van welke feiten en omstandigheden hij van zijn bevoegdheid gebruik wil maken. Het bevel is maximaal twaalf uur van kracht. Kenmerkend voor het fouilleren in een veiligheidsrisicogebied is dat er ten aanzien van de te controleren personen geen sprake hoeft te zijn van concrete verdenking van wapenbezit, of van het plegen van een strafbaar feit waarbij wapens zijn gebruikt. De burgemeester trekt de aanwijzing in als de verstoring van de openbare orde of de vrees voor de veiligheid van personen in het gebied niet meer aanwezig is.
Was Wordt Artikel 2.79 Woonoverlast als bedoeld in artikel 151d Gemeentewet, eerste lid (artikel I, onderdeel H, van het wijzigingsbesluit) 1. Degene die een woning of een bij die woning 1. Degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik behorend erf gebruikt, of tegen betaling in gebruik geeft aan een persoon die niet als ingezetene met geeft draagt er zorg voor dat door gedragingen in of een adres in de gemeente in de basisregistratie vanuit die woning of dat erf of in de onmiddellijke personen is ingeschreven, draagt er zorg voor dat nabijheid van die woning of dat erf geen ernstige en door gedragingen in of vanuit die woning of dat erf herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt of in de onmiddellijke nabijheid van die woning of veroorzaakt. dat erf geen ernstige en herhaaldelijke hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Toelichting Geen aanpassing huidige toelichting Was Wordt Artikel 3.5 Gedragseisen exploitant en beheerder, tweede lid, onder c (artikel I, onderdeel A, van het wijzigingsbesluit)
4
c. binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: ▪
bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
c. binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: ▪
bepalingen gesteld bij of krachtens de Alcoholwet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid vreemdelingen;
Toelichting Geen aanpassing huidige toelichting
5