Was wordt lijst voorgestelde wijzigingen Algemene Plaatselijke verordening
Tekst van het document
Was/ wordt lijst inhoudelijke wijzigingsvoorstellen In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.
Artikel 2.11 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.
Nieuwe tekst Artikel 2.11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
1. Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg.
2. De vergunning wordt verleend:
2. De vergunning wordt verleend:
a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of
a. als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit; of
b. door het college in de overige gevallen.
b. door het college in de overige gevallen.
3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 4. Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.
3.Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke taken worden verricht. 4.Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wegenwet, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
1
5. Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Amstelveen 2022 (AVOI 2022). 5.Op de aanvraag om een vergunning is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Artikel 2.12 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg
Nieuwe tekst Artikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
1. Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een bestaande uitweg naar de weg.
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de weg; b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
2. In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning slechts geweigerd: a. indien door een uitrit onveiligheid op de weg ontstaat of wordt vergroot; b. indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een openbare parkeerplaats; c. indien door de uitweg het openbaar groen op onaanvaardbare wijze wordt aangetast; of d. indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare parkeerplaats of het openbaar groen.
3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.
3. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voldaan aan de voorwaarden voor een melding. De voorwaarden voor een melding komen overeen met de voorwaarden zoals genoemd onder lid 2 van dit artikel. 2
4. Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening.
Artikel 2.26 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2.26 Ordeverstoring
Nieuwe tekst Artikel 2.26 Ordeverstoring
1. Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.
2. Het is verboden bij een evenement zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheden in strijd met de openbare orde. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2.50a wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2.50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
Nieuwe tekst Artikel 2.50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties
1. Het is verboden op openbare plaatsen of in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven zichtbaar goederen te dragen, bij zich te hebben of te vervoeren die uiterlijke kenmerken zijn van een organisatie die bij
Vervallen
3
rechterlijke uitspraak of bestuurlijk besluit verboden is verklaard of is ontbonden vanwege een doel of werkzaamheden in strijd met de openbare orde. 2. Het verbod geldt niet zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht.
Artikel 2.57 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 2.57. Loslopende honden
Nieuwe tekst Artikel 2.57. Loslopende honden
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te late verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide dan wel heempark, schoolplein of een ander door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; of c. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten verblijven of te laten lopen: a. op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of speelweide dan wel heempark, schoolplein of een ander door het college aangewezen plaats; b. binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is aangelijnd; of c. op de weg indien die hond niet is voorzien van een halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar of houder duidelijk doet kennen.
2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a en b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen.
2. Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a en b, is niet van toepassing op door het college aangewezen plaatsen. Het college kan tevens plaatsen buiten de bebouwde kom aanwijzen waar het verbod bedoeld in dat lid van toepassing is.
3. De verboden in het eerste lid, aanhef en onder a en b, zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond
3. De verboden in het eerste lid, aanhef en onder a en b, zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een hond: a. die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden; of b. die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond of sociale hulphond
4
Toelichting
Aan de toelichting wordt het volgende toegevoegd: Het tweede lid geeft het college tevens de bevoegdheid plaatsen aan te wijzen buiten de bebouwde kom waar een aanlijngebod geldt. Deze behoefte bestaat in het Amsterdamse bos, die deels binnen en deels buiten de bebouwde kom ligt.
Artikel 2.57A wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.57A Hondenuitlaatcentrales
Nieuwe tekst Artikel 2.57A Hondenuitlaatservices
1. Het is verboden zich op of aan de openbare weg te bevinden met meer dan vijf honden voor het bedrijfsmatig uitlaten.
1. Het is verboden zich op of aan de openbare weg te bevinden met meer dan vijf honden voor het bedrijfsmatig uitlaten.
2. Het college kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen voor nader bepaalde, afgebakende gebieden en voor het aantal honden dat gelijktijdig bedrijfsmatig uitgelaten mag worden.
2. Het college kan van het bepaalde in het eerste lid ontheffing verlenen voor nader bepaalde, afgebakende gebieden en voor het aantal honden dat gelijktijdig bedrijfsmatig uitgelaten mag worden.
3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
3. Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.
Na artikel 3.4 wordt het volgende artikel ingevoegd, luidende: Bestaande tekst -
Nieuwe tekst Artikel 3.4a Leeftijd en verblijfstitel prostituees
5
1. Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich te laten werken die: a. nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt b. in Nederland verblijft of werkt in strijd met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000 2. Het is een prostituee verboden werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend 3. Het bepaalde in het eerste lid van dit artikel is niet van toepassing op personen die ten tijde van de inwerkingtreding van dit artikel: a. Reeds de leeftijd van 18 jaar hadden bereikt, en b. Reeds werkzaam waren in een prostitutiebedrijf in het bezit van geldige vergunningen.
Artikel 4.5 Onversterkte muziek wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 4:5 Onversterkte muziek
Nieuwe tekst Artikel 4:5 Onversterkte muziek
1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:
1. Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van toepassing, met dien verstande dat:
a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;
a. de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van geluidsmetingen;
b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;
b. de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het terrein;
6
c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;
c. de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;
d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.
d. bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.
e. Tabel
e. Tabel 7.0019.00 uur
7.0019.00 uur
23.007.00 uur
7.0019.00 uur
19:0023:00 uur
23.007.00 uur
LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen
50 dB(A)
45 dB(A)
40 dB(A)
LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
35 dB(A)
30 dB(A)
25 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen
70 dB(A)
65 dB(A)
60 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
LAmax in in- en aanpandige gevoelige gebouwen
55 dB(A)
50 dB(A)
45 dB(A)
2. Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.
2. Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek, vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten, harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.
7
3. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.
3. Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3.
4. Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel 4:3.
Artikel 4.16 wordt als volgt gewijzigd Bestaande tekst Artikel 4.16 Reclame
Nieuwe tekst Artikel 4.16 Reclame
1. Onverminderd artikel 4.15 is het verboden zonder vergunning van het college op enigerlei wijze in het openbaar reclame te maken
Vervallen
2. Onverminderd artikel 4.15 kan het college categorieën van reclame- uitingen en/ of gebieden aanwijzen waarvoor het verbod van het eerste lid niet geldt, al dan niet onder het stellen van voorwaarden en/ of nadere regels. 3. Onverminderd artikel 4.15 is het verbod van het eerste lid niet van toepassing op reclame- uitingen waarvoor een omgevingsvergunning is verleend.
Artikel 5.24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
Nieuwe tekst Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water
1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te plaatsen,
1. Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven openbaar water te 8
aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het openbaar water.
2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.
2. Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een melding aan het college.
3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet.
3. De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het voorwerp. 4. Van de melding wordt kennis gegeven op de in de gemeente gebruikelijke wijze van bekendmaking. 5. Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde bij of krachtens de Telecommunicatiewet en de daarop gebaseerde Algemene verordening ondergrondse infrastructuren Amstelveen 2022 (AVOI 2022).
Toelichting Algemeen Zie ook de onderstaande artikelsgewijze toelichting: Artikel 2.11 (omgeving)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen van een weg
9
In de verbodsuiting van artikel 2.11, vierde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Amstelveen dient naar de AVOI 2022 te worden verwezen in plaats van naar de Telecommunicatieverordening die is vervangen door de AVOI. Het betreft een technische wijziging. Artikel 2.12 Maken, veranderen van een uitweg Enige tijd geleden is een meldingsprocedure gecreëerd rondom het maken of veranderen van een uitweg. Achterliggende gedachte is dat in gevallen waarin voldaan wordt aan de standaardvoorwaarden een meldingsprocedure voldoende is. Wel blijft het vergunningstraject bestaan, voor ingewikkeldere situaties, waarin de standaardvoorwaarde niet afdoende zijn. Het is aan de melder/aanvrager om een keuze te maken. Artikel 2.26 Ordeverstoring De Hoge Raad heeft het, door meerdere gemeenten in het land opgenomen, verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties onverbindend verklaard, vanwege strijd met de vrijheid van meningsuiting. Om die reden wordt voorgesteld om het eind 2021 in de APV van Amstelveen opgenomen verbod uit de APV te schappen. Artikel 2.50a Verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties De Hoge Raad heeft het, door meerdere gemeenten in het land opgenomen, verbod op zichtbare uitingen van verboden organisaties onverbindend verklaard, vanwege strijd met de vrijheid van meningsuiting.
Om die reden wordt voorgesteld om het eind 2021 in de APV van Amstelveen opgenomen verbod uit de APV te schappen. Artikel 2.57 Loslopende honden In het Amsterdamse Bos is behoefte aan specifiek op dit gebied gerichte regels rondom honden die deels verder gaan dan de algemeen geldende regels die in de rest van gemeente nodig zijn. Om die reden krijgt het college de bevoegdheid om buiten de bebouwde kom paden aan te wijzen waarop een aanlijnverbod geldt. Artikel 2.57a Hondenuitlaatservices De term hondenuitlaatcentrales is verouderd en wordt vervangen door de term hondenuitlaatservices. Daarnaast wordt er een spelfout verbeterd. Artikel 3.4a Leeftijd en verblijfstitel prostituees Momenteel dienen sekswerkers in sommige gemeenten minimaal 18 jaar oud zijn (huidige wettelijke leeftijdsgrens), elders is dat 21 jaar. Het kabinet wil dat de leeftijdsgrens overal gelijk wordt gesteld, namelijk 21 jaar en wil dat regelen in de nog niet aangenomen Wet regulering sekswerk. Met dit artikel wordt in aanloop naar die wet reeds in de APV een leeftijdsgrens van 21 jaar vastgelegd. Artikel 4.5 Onversterkte muziek Het gaat om de correctie van een foutief beschreven tijdsvak waarbinnen bepaalde geluidsnormen gelden. 10
Artikel 4.16 Reclame In het kader van deregulering en vermindering van administratieve lasten worden voorgesteld om deze vergunningsplicht te laten vervallen. In de praktijk is gebleken dat er geen behoefte is aan dit artikel. Ook is gebleken dat het artikel niet of nauwelijks wordt gebruikt. Vanuit de samenleving niet (aanvragen van een vergunning) en ook niet vanuit overheidswege (handhaven op reclame zonder vergunning) gelet op andere handhavingsprioriteiten. Daarnaast kan op basis van artikel 4.15 worden gehandhaafd op hinderlijke, gevaarlijke en/of ontsierende reclame. Artikel 5.24 Voorwerpen op, in of oven openbaar water In de verbodsuiting van artikel 5.24, vijfde lid, van de Algemene Plaatselijk Verordening gemeente Amstelveen dient een verwijzing naar de AVOI 2022 te worden opgenomen. Het betreft een technische wijziging.
11