Uitvoeringskader voorschoolse voorzieningen
Tekst van het document
Stellers: Lot de Graaff en Helen Schiltmeijer Beleidsadviseurs onderwijs- kinderopvang Z21-028063
Inhoud 1. Inleiding, doel en definities................................................................................................................................................4 2.
De visie en ambitie van de gemeente................................................................................................................................4 2.1 Omvang voorschoolse educatie........................................................................................................................................4 2.2 Omvang peuterarrangement ............................................................................................................................................5 2.3 Toeleiding .........................................................................................................................................................................5 2.4 Kwaliteitszorg....................................................................................................................................................................5
Uitvoeringskader VE ....................................................................................................................................................................6 3.
Individueel profiel ..............................................................................................................................................................6 3.1 Wat staat er in de wet?.....................................................................................................................................................6 3.2 Wat is de Amstelveense standaard?.................................................................................................................................6 3.3 Bouwstenen ......................................................................................................................................................................6
4.
Groepsprofiel .....................................................................................................................................................................8 4.1 Wat staat er in de wet?.....................................................................................................................................................8 4.2 Wat is de Amstelveense standaard?.................................................................................................................................8 4.3 Bouwstenen ......................................................................................................................................................................9
5.
Organisatieprofiel ............................................................................................................................................................10 5.1 Wat staat er in de wet?...................................................................................................................................................10 5.2 Wat is de Amstelveense standaard?...............................................................................................................................11
6.
Ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap in de voorschoolse voorzieningen gemeente Amstelveen ................11 6.1 Het belang van ouderbetrokkenheid ..............................................................................................................................11 6.2 Basis aanbod ouderbetrokkenheid .................................................................................................................................12 6.3 Aanvullend aanbod op het basisaanbod ouderbetrokkenheid binnen het VE-aanbod..................................................12 6.4 Integraal aanbod: verbanden..........................................................................................................................................12
7.
Internationalisering in de peuteropvang: invloed op aanbieders van kinderopvang ......................................................13 7.1 De context: Amstelveen is een internationale stad ........................................................................................................13 7.2 Aandachtpunten bij de internationale doelgroep ..........................................................................................................13 7.4 Ambities van de gemeente voor voorschoolse voorzieningen en internationalisering..................................................13
1.
Inleiding, doel en definities
In Amstelveen besteden we, samen met onze partners, aandacht aan de ontwikkeling van jonge kinderen in onze gemeente. Dit uitvoeringskader beschrijft de kwaliteitscriteria en de uitvoeringsafspraken voor gesubsidieerde voorschoolse voorziening in Amstelveen. Onder voorschoolse voorziening worden alle vormen van opvang van 0 – 4 jaar bedoeld. Dit kader richt zich op de voorschoolse voorziening als zijnde de halve dagopvang en de kortdurende peuteropvang waarbinnen de voorschoolse educatie (VE) en/of het peuterarrangement (PA) uitgevoerd wordt en waar opvang geboden wordt voor kinderen waarvan de ouders recht hebben op kinderopvangtoeslag (kot). Het uitgangspunt is om zo veel mogelijk gemengde groepen te organiseren; VE-peuters en reguliere peuters, kot en niet-kot. Dit uitvoeringskader is tot stand gekomen in samenspraak met de kinderopvangpartners binnen de gemeentelijke werkgroep VE en met de aanbieders van de peuterarrangementen in de periode september 2020- januari 2021. Het uitvoeringskader wordt dit voorjaar vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Het primaire doel van het uitvoeringskader voorschoolse voorziening is het vastleggen van de gemeentelijke visie op de kwaliteit van de peuteropvang en de voorschoolse educatie in Amstelveen. Daarnaast is het uitvoeringskader:
een handvat voor de organisaties zelf voor de inrichting en werkwijze van de organisatie; het uitganspunt voor subsidietoekenning en toezicht.
In het uitvoeringskader staan de elementen waarvan de gemeente Amstelveen vindt dat zij onderdeel uitmaken van kwalitatief goede voorschoolse educatie. Naast wettelijke eisen omvatten deze elementen ook een gemeentelijke specifieke invulling: ‘de Amstelveense standaard’. De gemeente vertrouwt op de professionaliteit van organisaties om de inhoud naar eigen visie in te vullen. De bouwsteen ’ouderbetrokkenheid’ is vanwege het belang wat verder uitgewerkt. Datzelfde geldt voor de doelgroep internationals die specifieke vragen voor het aanbod met zich meebrengt. Gesubsidieerde voorschoolse voorzieningen krijgen ruimte voor de kwalitatieve invulling van hun aanbod. Alle bouwstenen uit het profiel moeten aanwezig zijn, maar de organisatie kan zelf bepalen hoe en zelf eventueel bouwstenen toevoegen. Dit vraagt om eigenaarschap en inhoudelijke aansturing binnen organisaties. De GGD Amsterdam inspecteert de kwaliteit van kinderopvangvoorzieningen in de gemeente Amstelveen. Zij komen jaarlijks bij alle kind-centra en zien wat er in de dagelijkse praktijk gebeurt. De inspectie onderzoekt de naleving van de kwaliteitseisen en brengen hierover advies uit aan het college van burgemeester en wethouders.
2.
De visie en ambitie van de gemeente
De gemeente Amstelveen heeft de overkoepelende ambitie om ervoor te zorgen dat kinderen zich maximaal kunnen ontwikkelen en ontplooien. Een bestuurlijk speerpunt is dat kinderen en jongeren voldoende kennis en vaardigheden kunnen ontwikkelen om later te voorzien in hun levensonderhoud en te participeren in de samenleving. De basis hiervoor wordt al in de eerste levensjaren gelegd. Om deze ambitie te realiseren is het van belang dat de gemeente investeert in een goede, toegankelijke pedagogische basisinfrastructuur door voorschoolse voorzieningen voor alle Amstelveense peuters. Goede voorschoolse voorzieningen dragen immers bij aan de ontwikkeling van kinderen en aan een goede start van kinderen op de basisschool. De gemeente streeft ernaar dat in alle kortdurende peuteropvang een aanbod van Peuterarrangementen is zodat kinderen zo dicht mogelijk bij huis naar de peuteropvang kunnen. Daar waar peuteropvang in een school is gehuisvest, is het van belang dat de locatie ook Voorschoolse educatie aanbiedt wanneer deze doelgroep op school aanwezig is.
2.1 Omvang voorschoolse educatie VE is bedoeld voor peuters van 2.5 tot 4 jaar met een risico op onderwijsachterstand. Kinderen met een risico op achterstand worden door de ondersteuning taalvaardiger en hebben een grotere woordenschat. In Amstelveen wordt VE aangeboden binnen de kortdurende peuteropvang, tot 5.5 uur aanbod per dag. Deze groepen bieden ook opvang aan
kinderen zonder VE-indicatie. Een deel van hen maakt gebruik van een gemeentelijke subsidieplaats (peuterarrangement) omdat ouders geen beroep kunnen doen op kinderopvangtoeslag1 Daarnaast nemen ook kinderen met recht op kot deel in VE-groepen. Op deze manier is er sprake van een gemengde doelgroep binnen de VE-groepen. Een VE-plaats in Amstelveen betekent:
Aanbod voor VE-geïndiceerde kinderen van 2.5 – 4 jaar Minimaal 640 en maximaal 660 uren per jaar Verdeeld over drie of vier dagdelen per week Ouders betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage
Doelgroepcriteria voorschoolse educatie De GGD – Jeugdgezondheidszorg beoordeelt tijdens de bezoeken van ouders en kind aan het consultatiebureau aan de hand van criteria of het kind in aanmerking komt voor een VE-indicatie. In de gemeente Amstelveen krijgt een kind een VEindicatie als:
Het kind woonachtig is in de gemeente; De primaire verzorgers een laag opleidingsniveau hebben en/of; Het kind een achterstand heeft in de gesproken thuistaal en er is sprake van een onvoldoende taalstimulerende omgeving/ onvoldoende interactie tussen ouder-verzorger en kind en/of; Er sprake is van achterstand op meerdere ontwikkelingsgebieden als gevolg van onder stimulering en/ of opvoedingsverlegenheid bij ouders waarbij deelname aan reguliere peuteropvang/ kinderopvang als ontoereikend wordt beschouwd door de JGZ.
2.2 Omvang peuterarrangement De gemeente Amstelveen stelt voor kinderen zonder VE-indicatie, waarvan de ouders geen recht hebben op kot peuterplaatsen/ educatief aanbod beschikbaar voor kinderen van 2.5 – 4 jaar; het peuterarrangement. Een PA-plaats in Amstelveen betekent:
minimaal 280 uren en maximaal 440 uren per jaar; verdeeld over twee dagdelen per week; ouders betalen een inkomensafhankelijke ouderbijdrage.
2.3 Toeleiding In de werkgroep VE zijn afspraken gemaakt over de indicering en toeleiding van kinderen naar de voorschoolse educatie. In Amstelveen staan deze afspraken in de notitie ‘Afspraken over indiceren en toeleiden van kinderen naar VVEpeutergroepen’ (2019).2 De afspraken gaan over:
doelgroepcriteria en indicering; registratie van VVE-indicaties; toeleiding van geïndiceerde kinderen naar een locatie voorschoolse educatie; terugkoppeling van aanmeldingen en plaatsingen tussen de ketenpartners; overdracht van voorschoolse educatie naar basisschool.
2.4 Kwaliteitszorg De vragen ‘doen we de juiste dingen’ en ‘doen we die dingen goed’ en ‘hoe weten we dat’ zullen we onszelf jaarlijks stellen. Samen met de peutervoorziening wordt bekeken in hoeverre het beoogde beleid bereikt is en op basis van deze evaluatie
Voorwaarden kinderopvangtoeslag https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/kinderopvangtoeslag/vraag-en-antwoord/wanneer-heb-ik-recht-op-kinderopvangtoeslag 2 Deze notitie wordt in 2021 geëvalueerd 1
kunnen er nieuwe of aangepaste plannen worden gemaakt. We zoeken met elkaar de balans tussen verbetering en wat er al is bereikt. Dit gesprek zullen we vooral voeren in de werkgroep VVE.
Uitvoeringskader Voorschoolse educatie 3.
Individueel profiel
3.1 Wat staat er in de wet? De professional, werkend in de voorschoolse educatie, moet een vakopleiding hebben afgerond specifiek gericht op pedagogische vaardigheden. In de cao kinderopvang staat welke opleidingen hieronder vallen. De professional, werkend in de voorschoolse educatie, moeten een scholing hebben gevolgd gericht op ontwikkelingsgericht werken in de voorschoolse educatie. Die scholing omvat ten minste kennis en vaardigheden met betrekking tot: a. b. c. d. e.
het werken met programma’s voor voor- en vroegschoolse educatie; het stimuleren van de ontwikkeling van het jonge kind, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling; het volgen van de ontwikkeling van peuters en het hierop afstemmen van het aanbod van voorschoolse educatie; het betrekken van de ouders bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen; het vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie.
Dit kan als onderdeel van de vakopleiding zijn volbracht of als nascholing van tenminste 12 dagdelen. De beroepskracht voorschoolse educatie dient daarnaast te beschikken over taalniveau 3F op lezen en mondelinge taalvaardigheid. Wanneer in de beroepsopleiding de hierboven genoemde onderwerpen expliciet zijn opgenomen (mbo niveau 4) of geborgd zijn in het kwalificatiedossier Vve (voor mbo niveau 3), is geen aanvullende scholing voorschoolse educatie vereist.
3.2 Wat is de Amstelveense standaard? De professional op de groep levert de grootste bijdrage aan de kwaliteit. De kwaliteit is terug te zien in:
een veilige omgeving die ruimte biedt aan de autonome ontwikkeling van kinderen; emotioneel-positief klimaat in de groep; een omgeving die bijdraagt aan de sociaal- en emotionele ontwikkeling van kinderen en die kinderen vertrouwen biedt in zichzelf en in het aangaan van relaties met anderen; gelegenheid bieden aan en kinderen stimuleren om zich breed te ontwikkelen en om kennis en vaardigheden te verwerven; een talige omgeving waarin de professional in staat is om een taalrijke omgeving te bieden door activiteiten talig te maken; een goede interactie met ouders, waarbij ouders meegenomen worden in de dagelijkse ontwikkeling van hun kind.
Om het gevraagde niveau te behouden en erop voort te kunnen bouwen, is het belangrijk dat er structurele coaching en ondersteuning wordt geboden vanuit de organisatie waar de professional werkzaam is. De gemeente heeft beleid ten aanzien van Preventieve Logopedie. De VE-professional maakt gebruik van de scholing gericht op spraak-taalontwikkeling die deel uit maakt van dit beleid.
3.3 Bouwstenen 3.3.1 De basishouding Niets is zo belangrijk als een sfeer van gezelligheid, vrolijkheid, enthousiasme, aandacht en zorg voor ieder kind op de groep. De professional zorgt voor positieve relaties tussen de kinderen en tussen de medewerkers en het kind, zodat ieder kind zich gezien voelt. Dit vraagt per definitie om een open houding: naar kinderen, naar de organisatie, naar ouders en ten opzichte van de eigen ontwikkeling.
3.3.2 Taal Elke professional beschikt over het vereiste taalniveau. De professional is in staat om een taalrijke omgeving te bieden door activiteiten talig te maken. De professional moet tevens kennis hebben over de wijze waarop jonge kinderen een tweede taal verwerven. Verder beschikt de professional over verschillende didactische vaardigheden en technieken om effectief woorden aan te leren en met woorden te oefenen in verschillende (spel)situaties. 3.3.3 Oog voor basisbehoeften Ieder kind is intrinsiek gemotiveerd om zich te ontwikkelen. De professional biedt kinderen hiervoor een veilige omgeving, een plek waar kinderen en hun ouders zich welkom voelen. De professional is nieuwsgierig naar de inbreng van kinderen en ondersteunt kinderen in hun gedrag op een responsieve en sensitieve manier. De professional stimuleert de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van het kind, waardoor het kind zich competent en gezien voelt en stimuleert interactie tussen de kinderen. 3.3.4 Structuur bieden De professional zorgt voor een herkenbaar ritme op de dag en betrekt kinderen bij de afspraken en regels. De professional zet hiertoe efficiënt groepsmanagement in; dit is zichtbaar in de dagelijkse organisatie. De medewerker werkt effectief en goed samen met de collega waarbij afspraken over de samenwerking en taakverdeling worden gemaakt waar de medewerker zich aan houdt.
De afspraken worden geëvalueerd en zo nodig bijgesteld. 3.3.5 Volgen van het kind De professional heeft kennis van de ontwikkeling van het jonge kind. Door goed te observeren herkent de professional in de praktijk waar het kind in de ontwikkeling zit en ziet zij de initiatieven van het kind. De medewerker weet hierop in te spelen en maakt daarbij beredeneerde keuzes en kan deze vertalen naar collega’s en ouders. Indien de professional denkt dat het kind zich onvoldoende ontwikkeld, dan vraagt deze een deskundige mee te kijken naar het kind, met inachtneming van het zorgbeleid / zorgstructuur van de organisatie waar de voorschoolse educatie/opvang plaatsvindt. De professional maakt gebruik van de kennis- en vaardigheden van het scholingsaanbod vanuit het beleid Preventieve logopedie bij het signaleren van spraak-taalproblematiek van kinderen. 3.3.6 Differentiatie in aanpak en aanbod Kinderen leren als zij activiteiten doen die aansluiten bij hun ontwikkeling, interesse en leerstijl. De professional herkent dit en weet welke begeleiding het kind nodig heeft om een volgende stap te maken. Kinderen leren ook door hen bewust zelf te laten spelen en door het aanbieden van bewegingsactiviteiten. De medewerker kan kinderen van verschillend (taal/ontwikkel) niveau aan elkaar koppelen met als doel ontwikkelingsstimulering binnen de ‘kleine groep’.
3.3.7 Rijke speelleeromgeving De professional biedt kinderen een rijke, talige speelleeromgeving waar ze zoveel mogelijk zelfstandig kunnen ontdekken en spelen. De omgeving is zo ingericht dat het tegemoet komt aan verschillende interesses, ontwikkelingsstadia van kinderen en bijdraagt aan een brede ontwikkeling. De omgeving wordt zo ingericht dat het spelen uitlokt. In de speelleeromgeving is rekening gehouden met de diversiteit aan culturele achtergronden van kinderen. 3.3.8 Ouderbetrokkenheid De professional werkt er samen met andere collega’s naar toe dat alle ouders in staat zijn om hun rol te pakken bij de stimulering van de ontwikkeling van hun kind. De professional bespreekt de wederzijdse verwachtingen tijdens het intakegesprek. De professional geeft uitleg over het VE-programma en de extra ondersteuning die het kind krijgt op de groep. Ouders worden actief betrokken bij het ondersteuningsaanbod aan het kind. Zij worden gestimuleerd om ook thuis activiteiten met het kind te doen gericht op taalstimulering. De medewerker betrekt de ouders bij wat er op de dag is gebeurd en zorgt voor een goede overdracht op de dag. Ouders worden actief benaderd en betrokken om actief deel te nemen aan activiteiten op de voorschool. De professional draagt zorg voor een goede, respectvolle en vertrouwde relatie met de ouders.
De professional informeert ouders met regelmaat over de ontwikkeling van hun kind. Wanneer de professionals zich zorgen maken over de ontwikkeling van het kind dan bespreekt de professional dit met de ouders. Hierbij is het uitgangspunt wat de professionals feitelijk zien bij het kind.
3.3.9 Vroegsignalering De medewerker kent het normale verloop van ontwikkeling van jonge kinderen en signaleert afwijkingen daarin. Wanneer de afwijking zorgelijk is, is de medewerker in staat dit met de ouders te bespreken op basis van feitelijke waarnemingen. Vervolgens weet de professional zo nodig ondersteuning te regelen, binnen of buiten de organisatie, zodat het kind zich zo optimaal mogelijk kan ontwikkelen. 3.3.10 Samenwerking De professional beschikt over vaardigheden in communicatie, samenwerking, overleg en conflicthantering. Van medewerkers wordt verwacht dat zij kunnen samenwerken met collega’s van binnen en buiten de eigen organisatie. Medewerkers zijn op de hoogte van de sociale kaart van de locatie. 3.3.11 Overdracht De professional zorgt voor een goede overdracht van het kind naar de basisschool. Hiervoor maakt de medewerker gebruik van het Amstelveense overdrachtsformulier. De ontwikkelingsbehoeften, de geboden ondersteuning en de ontwikkeling van het kind worden door de medewerker samengevat in dit document. De professional bespreekt dit verslag met ouders tijdens het exitgesprek en draagt, na toestemming van ouders, zorg voor de informatieoverdracht naar de basisschool.
4.
Groepsprofiel
4.1 Wat staat er in de wet? In de voorschoolse educatie is een programma vereist waarin de ontwikkeling van kinderen op het gebied van taal, rekenen, motoriek en de sociaal-emotionele ontwikkeling, gestructureerd en samenhangend wordt gestimuleerd. De ontwikkelingsstimulerende activiteiten op deze 4 domeinen moeten ten minste 960 uur per jaar worden aangeboden. VE moet een integraal onderdeel zijn van het pedagogische beleidsplan van de locatie dat jaarlijks wordt geëvalueerd Bij de voorschoolse educatie moeten er op een groep van maximaal zestien peuters minimaal twee in voorschoolse educatie geschoolde beroepskrachten staan. Onder bepaalde voorwaarden mag één van de twee in opleiding zijn voor voorschoolse educatie. Er is een opleidingsplan dat jaarlijks moet worden geëvalueerd en bijgesteld.
4.2 Wat is de Amstelveense standaard? Aanbieders kiezen op basis van hun visie zelf voor de inrichting van het educatieve aanbod dat past bij de doelgroep op locatie. Voor uitvoerders van VE geldt dat het gebruik van een door het Nederlands Jeugd Instituut (NJI) erkend VEprogramma3 standaard onderdeel uitmaakt van de dagelijkse praktijk. Binnen dit VE-programma kan op onderdelen beredeneerd worden afgeweken op basis van observatiegegevens van professionals op de groep. We zien VE-programma’s als middel, niet als doel. Het team van professionals moet in staat zijn om pedagogisch kwaliteit te leveren, goed naar de ontwikkeling van de peuters te kijken, om ook verschillen in deze ontwikkeling te constateren en bekwaam zijn in hoe zij jonge kinderen kunnen stimuleren in hun ontwikkeling. Hiertoe worden op teamniveau alle interactievaardigheden goed beheerst en werkt het team effectief samen. De VE-locatie volgt de ontwikkeling van de VE-kinderen en gebruikt hierbij een kindvolgsysteem dat aansluit bij het gehanteerde VE-programma. In de zorgstructuur van de locatie is geborgd dat;
In overleg met, en na toestemming van de gemeente kan hierop een uitzondering worden gemaakt. Voorwaarde is dat het programma voldoet aan de wettelijke basiskwaliteit voorschoolse educatie waarin staat dat er op een samenhangende pragmatische wijze gewerkt moet worden aan de taal-, reken,- sociaal emotionele- en motorische ontwikkeling. 3
De ontwikkeling van kinderen zodanig wordt gevolgd dat zij een ononderbroken ontwikkeling kunnen doormaken; De specifieke behoeften en extra zorgbehoeften van kinderen in beeld is en hiervoor passende begeleiding wordt geboden; Kinderen die zorg nodig hebben van een externe instelling worden gemeld bij de JGZ en doorverwezen naar een passende organisatie.
De gemeente heeft beleid ten aanzien van Preventieve Logopedie. VE-locaties maken deel uit van dit beleid en werken daarmee samen met de preventief logopedist bij het signaleren en ondersteunen van kinderen met problemen in de spraak-taalontwikkeling.
4.3 Bouwstenen 4.3.1 Stabiele groep Jonge kinderen hebben behoefte aan continuïteit en stabiliteit. Op de groep wordt zoveel mogelijk gestreefd naar vaste (stam)groepen, bekende gezichten, en het inzetten van vaste beroepskrachten. Op de groep komen kinderen vanuit diverse achtergronden en met verschillende (zorg)behoeften elkaar tegen, ze spelen met elkaar en leren van elkaar. De locatie draagt zorg voor stabiliteit en beperkt zoveel mogelijk wisselingen in de samenstelling van de groep. De professionals hebben aandacht voor de interactie tussen kinderen en bevorderen groepscohesie. Een emotioneel veilig klimaat is een basisvoorwaarde voordat tot ontwikkelingsstimulering kan worden overgegaan. 4.3.2 Rijke speelleeromgeving Op de groep wordt zorggedragen voor een rijke, talige speelleeromgeving voor jonge kinderen waar alle ontwikkelingsgebieden aan bod kunnen komen. De omgeving is zo ingericht dat kinderen zich zoveel mogelijk zelfstandig kunnen bewegen en hun gang kunnen gaan en waar sprake is van een balans tussen uitdaging en veiligheid. Dit geldt voor zowel de binnen- als buitenruimte. 4.3.3 Volgen van kinderen Op de groep worden kinderen gevolgd met behulp van een passend kindvolgsysteem. Aanbieders zijn verantwoordelijk voor de keuze van een kindvolgsysteem dat de brede ontwikkeling in beeld brengt en een basis biedt voor het (gedifferentieerde) groepsplan.
Ouders worden benaderd als expert van hun kind en bevraagd over hoe hun kind zich thuis ontwikkelt. Zij worden geïnformeerd over hoe het kind zich binnen de voorziening ontwikkelt. 4.3.4 Beredeneerde aanpak en aanbod Op de groep is sprake van beredeneerd aanbod en daaruit afgeleid een beredeneerde aanpak. Op de groep is het aanbod op maat (passend aanbod) en wordt rekening gehouden met kinderen die zich anders of minder ontwikkelen. In de VE betekent dit concreet dat er aan de hand van een VE-programma wordt gewerkt, wel zijn de behoeften van de kinderen leidend en niet de structuur van het programma. Er is zicht op de brede ontwikkeling van de kinderen en er wordt bewust gehandeld om het kind een stap verder te brengen in de ontwikkeling. De cyclus van opbrengstgericht werken (OGW) biedt de medewerkers reflectie op hun aanpak en aanbod. 4.3.5 Ouderbetrokkenheid Op de groep wordt binnen de kaders van het opgestelde ouderbeleid samengewerkt met ouders. Het doel hierbij is dat alle ouders van peuters in staat zijn om samen met de peutervoorziening hun rol te pakken bij de stimulering van de ontwikkeling van hun kind. Het is de bedoeling dat ouders van een VE-geïndiceerd kind weten hoe het educatieve programma in elkaar zit, wat hun kind doet op de peutervoorziening, hoe het staat met de ontwikkeling van hun kind en wat zij thuis aan ontwikkelingsstimulering kunnen doen.
Zij worden door de professionals geprikkeld om de ontwikkeling van hun kind ook thuis te stimuleren en krijgen daar ook handvatten voor aangereikt. Ouders worden gezien als de experts van hun eigen kind. Ouders kunnen met vragen over de ontwikkeling en welzijn van hun kind terecht bij de professionals (pedagogisch medewerkers en eventuele overige professionals).
4.3.6 Doorgaande lijn De VE-locaties werken in ieder geval samen met de basisschool bij hen in de buurt waarnaar gemiddeld de meeste peuters doorstromen. Het streven is een nauwe samenwerking tussen de VE-locatie en de basisschool waarbij men zoveel mogelijk werkt vanuit één integrale visie. Hiermee wordt de basis gelegd voor een (pedagogisch) doorgaande lijn in het aanbod, de zorg, het ouderbeleid en de kwaliteitszorg rondom het jonge kind. Er is regelmatig overleg tussen de VE-locatie en de direct samenwerkende basisschool om de werkwijze van de doorgaande lijn af te stemmen en verder te ontwikkelen. Voor alle kinderen geldt dat er overdracht plaats vindt naar de basisschool; waarbij in ieder geval de met behulp van de in het kindvolgsysteem geregistreerde gegevens over de ontwikkeling van het kind worden doorgegeven. Indien er sprake is van een VE-indicatie of andere zorg vindt er een warme overdracht plaats. Bij een VE-indicatie wordt gebruik gemaakt van het Amstelveens formulier voor overdracht naar de basisschool. De warme overdracht vindt zoveel mogelijk in een gezamenlijk gesprek met ouders en basisschool plaat , eventueel (na goedkeuring van de ouders) aangevuld met bij het kind betrokken hulpverlener(s).
4.3.7 Samenwerking met de omgeving Er vindt samenwerking plaats met de omgeving en er wordt gebruik gemaakt van netwerken in de buurt. Indien gewenst, wordt er voor kinderen met specifieke behoeften en/of zorg samengewerkt met andere professionals. Dit wordt zoveel mogelijk gedaan in samenspraak met ouders. Voor de samenwerking met de preventieve logopedie geldt:
5.
dat kinderen waarbij een vermoeden is van problematiek in de spraak-taalontwikkeling, na overleg en toestemming van ouders, worden aangemeld bij de Preventieve Logopedie; dat de locatie een beroep doet op het advies van de preventieve logopedist daar waar vragen zijn in de begeleiding van kinderen met (mogelijke) spraak-taalproblematiek; dat de locatie, in overleg en na toestemming van de ouders, medewerking verleend aan observatie van een kind door de preventieve logopedist wanneer er een vermoeden is van spraak-taalproblematiek
Organisatieprofiel
5.1 Wat staat er in de wet? De houder van het kindercentrum of peuterspeelzaal stelt jaarlijks een opleidingsplan vast, waarin staat hoe de kennis en vaardigheden van de beroepskracht voorschoolse educatie worden onderhouden en verder ontwikkeld. De houder toont aan dat het opleidingsplan aansluit bij de kennis en vaardigheden van de beroepskrachten voorschoolse educatie. De houder geeft aantoonbaar uitvoering aan het opleidingsplan. De houder evalueert het opleidingsplan jaarlijks en stelt het zo nodig aan de hand hiervan bij. Voorschoolse educatie is integraal onderdeel van het pedagogisch beleidsplan. Hierin staat concreet en toetsbaar beschreven: a. b. c. d.
e.
de voor het kindercentrum kenmerkende visie op de voorschoolse educatie en de wijze waarop deze visie is te herkennen in het aanbod van activiteiten; de wijze waarop de ontwikkeling van het jonge kind wordt gestimuleerd, in het bijzonder op de gebieden taal, rekenen, motoriek en sociaal-emotionele ontwikkeling; de wijze waarop de ontwikkeling van peuters wordt gevolgd en de wijze waarop het aanbod van voorschoolse educatie hierop wordt afgestemd; de wijze waarop de ouders worden betrokken bij het stimuleren van de ontwikkeling van kinderen, e. het inrichten van een passende ruimte waarin voorschoolse educatie wordt verzorgd en het beschikbaar stellen van passend materiaal voor voorschoolse educatie; de wijze waarop wordt vormgegeven aan de inhoudelijke aansluiting tussen voor- en vroegschoolse educatie en aan een zorgvuldige overgang van het kind van voor- naar vroegschoolse educatie. De houder van het kindercentrum evalueert de uitvoering jaarlijks, en stelt het plan zo nodig aan de hand hiervan bij.
5.2 Wat is de Amstelveense standaard? De professionals op de groep kunnen alleen kwaliteit bieden als ze daartoe in staat worden gesteld door de organisatie. Organisaties hebben de ruimte om het pedagogisch educatieve aanbod en aanpak naar eigen inzicht in te richten, zodat de doelgroep (kinderen) een zo optimaal mogelijke omgeving voor ontwikkeling kan worden geboden. Daarvoor is het van essentieel belang dat de organisatie werkt vanuit een visie op de ontwikkelingsstimulering van jonge kinderen en inhoudelijke keuzes maakt op basis van die visie. Deze visie en de uitwerking daarvan moet worden uitgedragen in alle lagen van de organisatie. Dit betekent dat het ook zichtbaar is op de groep. Er heerst een positief, lerend klimaat waar structureel ruimte is voor coaching on the job. VE-aanbieders werken samen met de VE-coördinator van de gemeente bij toeleiding en plaatsing van kinderen en nemen deel aan het netwerk VE met de gemeente.
6.
Ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap in de voorschoolse voorzieningen gemeente Amstelveen
6.3 Het belang van ouderbetrokkenheid Eén bouwsteen lichten we vanwege het belang apart uit omdat wij op het vlak van ouderbetrokkenheid extra vragen van VE en PA groepen. Ouderbetrokkenheid is een wezenlijk onderdeel van het beleid Voorschoolse educatie en het aanbod in de peutergroepen in Amstelveen. Hiervoor zijn de bouwstenen voor de kwaliteit van ouderbetrokkenheid beschreven op het individuele niveau van de pedagogisch medewerker en op groepsniveau. In dit gedeelte gaan we meer in op de uitgangspunten en wat wij in het algemeen vragen van ouders.
Ouderbetrokkenheid bij de opvang heeft een positieve invloed op de ontwikkeling van kinderen. Ouders hebben veel kennis over hun kind die relevant is voor de pedagogisch medewerkers. Medewerkers kunnen advies en informatie aan de ouders geven over het kind en vice versa. Niet alle vormen van ouderbetrokkenheid zijn even effectief om onderwijsachterstanden te verminderen. Uit onderzoek blijkt dat ouderbetrokkenheid thuis de sterkste voorspeller is van de leerresultaten van kinderen. Andere vormen van ouderbetrokkenheid kunnen samenhangen met leerprestaties van kinderen, maar vertonen geen rechtstreeks verband (Desforges & Abouchar, 2003). Verder is de invulling van ouderbetrokkenheid effectief als deze zich richt op partnerschap waarin de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling en educatie van kinderen wordt gezien als een gedeelde, gezamenlijke verantwoordelijkheid van ouders, beroepskrachten en andere betrokkenen. Hierin is maatwerk, dus aandacht voor diversiteit, belangrijk. Ouders verschillen in wensen, behoeften en verwachtingen en het is de kunst om daarbij zo goed mogelijk aan te sluiten. De professional werkt er samen met andere collega’s naartoe dat alle ouders van de peuters in staat zijn om samen met de peutervoorziening hun rol te pakken bij de stimulering van de ontwikkeling van hun kind.
Ouderbeleid raakt naast VE veel onderwerpen waar de gemeente een rol heeft, zoals: armoedebeleid, laaggeletterdheid, gezondheid, zorg- en opvoedondersteuning. De gemeente is verantwoordelijk voor een sluitend netwerk van voorzieningen, zodat kinderen de opvang, zorg en ondersteuning krijgen die ze nodig hebben om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. De gemeente zorgt ervoor dat professionals uit verschillende organisaties gelegenheid krijgen om kennis en ervaring uit te wisselen. In de Jeugdagenda 2019-2022 verwoorden wij dit als volgt: a. b.
Ouders de ruimte geven om zelf hun verantwoordelijkheid voor het opvoeden van hun kinderen invulling te geven. Voorschoolse educatie en het daarmee samenhangende ouderbeleid maken deel uit van het aanbod selectieve preventie gericht op een specifieke doelgroep. Succesvolle preventie voorkomt zwaardere interventies en hogere kosten.
Samenvattend gaat de gemeente Amstelveen uit van de kracht van ouders en sluiten we aan bij wat ouders zelf weten en kunnen. Samen met de peutervoorziening zorgen we ervoor dat alle kinderen tussen 2.5 en 4 jaar optimale ontwikkelingskansen krijgen. Hieronder schetsen we wat we als basis aanbod zien voor de peutergroepen (PA) met een intensivering voor de VE-groepen.
6.2 Basis aanbod ouderbetrokkenheid
Voor elke peutervoorziening geldt dat er een plan ouderbetrokkenheid en/of ouderwerkplan op locatie aanwezig is inclusief de ouderanalyse. De ouderanalyse geeft inzicht in de ouderpopulatie zodat er reële verwachtingen gecreëerd worden ten aanzien van het ouderbeleid en de ouderbetrokkenheid. Tijdens het intakegesprek worden wederzijdse verwachtingen uitgesproken en worden ouders geïnformeerd over het aanbod. De peutervoorziening organiseert (vraaggericht) twee maal per jaar een ouderbijeenkomst over een onderwerp dat betrekking heeft op opvoeding en (taal)ontwikkeling, hierbij is sprake van maatwerk per groep/ locatie. De peutervoorziening werkt samen met de bibliotheek en preventieve logopedie, dit draagt bij aan het integrale aanbod. Wanneer de professionals zich zorgen maken over de ontwikkeling van het kind, wordt dit met de ouders besproken en zo nodig gezocht naar extra hulp of ondersteuning.
6.3 Aanvullend aanbod op het basisaanbod ouderbetrokkenheid binnen het VE-aanbod
Ouderbetrokkenheid is een belangrijk onderdeel van de doorgaande lijn met de samenwerkende basisschool, hier zijn afspraken over gemaakt. Ouders worden actief betrokken bij het ondersteuningsaanbod aan het kind en gestimuleerd om thuis activiteiten te doen. Ouderbetrokkenheid gericht op kennis Nederlands systeem kinderopvang/ onderwijs en uitgangspunten opvoeding/ ontwikkeling. Op VE-groepen worden ouders heel bewust meegenomen in het aanbod van de groep, zo is er bijvoorbeeld structureel aandacht voor het thema. De inzet van het ouderprogramma LOGO3000 biedt handvatten bij het aanbod voor zowel de meertalige kinderen (internationals) als de VE-peuters (wordt aanvullend op het VE-programma aangeboden). Informatie en ondersteuning voor de (rol van) ouders bij NT2 ontwikkeling van de peuter.
De inzet op dit aanbod komt vanuit de pedagogisch medewerkers, zij zien en spreken de ouders dagelijks. Een voorwaarde is dat deze taak uitgevoerd wordt door één van de pedagogisch medewerkers die (vast) werkzaam is op de peutervoorziening. Van de professional mag worden verwacht dat zij bekwaam is in het aanbieden van ouderbetrokkenheid en het voeren van intensieve gesprekken. Het vormgeven van ouderbetrokkenheid op VE-groepen vraagt door de specifieke doelgroep om extra tijd. Om hier structureel vorm aan te geven is het bieden van extra uren een pré; 2 uur per week per groep, maximaal 40 weken per jaar.
6.4 Integraal aanbod: verbanden De gemeente voelt zich verantwoordelijk voor een sluitend netwerk van voorzieningen en faciliteert in extra en aanvullend aanbod. De organisaties worden gestimuleerd de extra tools in te bedden in het ouderbeleid en als aanvullend aanbod op te nemen in het versterken van de ouderbetrokkenheid.
Voorleesexpress: versterking taalstimulering thuis Preventieve logopedie: tijdig signaleren van problemen op het gebied van de spraak- en taalontwikkeling Toolkit: gebruiksvriendelijke tools om ouders wegwijs te maken in de sociale kaart van kinderopvang/ onderwijs/ ontwikkeling van de gemeente Amstelveen.
7.
Internationalisering in de peuteropvang: invloed op aanbieders van kinderopvang
7.1 De context: Amstelveen is een internationale stad Op 1 januari 2020 woonden in Amstelveen 18.842 mensen met een niet-Nederlandse nationaliteit. Dat is 21% van de totale Amstelveense bevolking. In totaal wonen in Amstelveen 138 verschillende nationaliteiten. De Indiase gemeenschap is qua aantal de grootste, gevolgd door de Japanse. Deze gemengde populatie zien we ook terug in de voorschoolse voorzieningen in Amstelveen. Vooral in de peutergroepen met Voorschoolse educatie en peuterarrangementen zitten veel kinderen met een internationale achtergrond. Begin 2018 had 68% van de kinderen in de peutergroepen een Niet-Nederlandse achtergrond en bestond deze groep uit 47 verschillende nationaliteiten. Willen deze internationale kinderen en ouders goed profiteren van het aanbod, dan vraagt dit een aanscherping van het aanbod voorschoolse educatie en peuterarrangementen. Deze paragraaf geeft een overzicht van de internationale doelgroep en hun specifiek vragen en beschrijft het aanvullend aanbod dat gemeente Amstelveen samen met de aanbieders van peuteropvang al heeft gerealiseerd en nog wil realiseren in de nabije toekomst. In aanvulling op het basisuitvoeringskader beschrijft het ook de relatie van dit aanbod met het individueel profiel en het groepsprofiel van het basisuitvoeringskader.
7.2 Aandachtpunten bij de internationale doelgroep De kinderen van internationals in de peutergroepen spreken bij aanvang niet of nauwelijks Nederlands. Dit geldt ook voor veel van hun ouders. De peutergroep is voor de kinderen vaak de eerste kennismaking met de Nederlandse taal en de Nederlandse opvoedcultuur. Pedagogisch medewerkers worden met regelmaat geconfronteerd met onwetendheid en onbekendheid van ouders met hoe de peuteropvang georganiseerd is. Door cultuurverschillen ontstaan misverstanden of een afwijkende aanpak tussen de opvang en de thuissituatie. Zaken die vanzelfsprekend lijken voor de medewerkers blijken dit soms niet te zijn voor de ouders en kinderen. De beperkte taalvaardigheid in het Nederlands bij kinderen en ouders vormt ook een drempel in de communicatie. Dit heeft invloed op het tempo waarin kinderen kunnen wennen in de groep, zich veilig voelen en kunnen profiteren van het aanbod en heeft daarmee ook gevolgen voor de mate waarin deze kinderen goed kunnen starten op de basisschool. Samenvattend: de gemeente vindt het belangrijk dat alle kinderen gelijke kansen krijgen om zich goed te ontwikkelen. Het aantal internationale ouders is groot in de gemeente Amstelveen. Daar waar het basisaanbod peuteropvang onvoldoende aansluit bij internationals, investeren we samen met de aanbieders in een aanvullend aanbod.
Dit aanbod maakt deel uit van het uitvoeringskader Voorschoolse educatie en peuterarrangementen. De belangrijkste aandachtpunten in de peutergroepen met kinderen van internationals zijn: 1. 2. 3. 4.
Divers taalaanbod zodat de opvang voldoende aansluit bij de taalwensen van ouders en het (talige) onderwijsperspectief van de kinderen. Nederlandse taalverwerving zodat kinderen met voldoende Nederlandse taalvaardigheid starten in het Nederlands basisonderwijs. Kennis bij ouders over het belang van kinderopvang en hoe dit in Nederland is georganiseerd zodat zij en hun kind optimaal kunnen profiteren van het aanbod. Oog voor cultuurverschillen omdat dit invloed heeft op de wederzijdse communicatie en verwachtingen tussen ouders en pedagogisch medewerkers.
7.4 Ambities van de gemeente voor voorschoolse voorzieningen en internationalisering De bovenstaande aandachtspunten zijn in de onderwijsagenda 2018-2022 vertaalt in de volgende ambities voor voorschoolse voorzieningen en internationalisering: 1. 2. 3. 4.
Een passend taalaanbod in de voorschoolse voorzieningen Informatievoorziening kinderopvang voor nieuwkomers Deskundigheidsbevordering van pedagogische medewerkers Ouderbetrokkenheid en integratie
Hieronder beschrijven we per ambitie wat we hiervoor vanuit de gemeente doen of gaan doen en wat we hiervoor vragen van de aanbieders van peuteropvang. Dit in aanvulling op het voorliggende uitvoeringskader Voorschoolse educatie en peuterarrangementen. 7.4.1 Een passend taalaanbod in de voorschoolse voorzieningen Aandacht voor snelle verwerving van de Nederlandse woordenschat is van cruciaal belang voor de kinderen om goed te kunnen profiteren van het aanbod in de peuteropvang. Woordenschat is de basis om mee te kunnen doen, om mee te kunnen praten en om mee te kunnen leren. Ook is voldoende Nederlandse woordenschat van belang wanneer kinderen met 4 jaar doorstromen naar het regulier basisonderwijs. Hoe groter de Nederlandse woordenschat van het kind is des te gemakkelijker kan het kind straks deelnemen aan het onderwijs en profiteren van het aanbod. Aanvullend aanbod internationalisering en de rol van de gemeente: A. Extra aandacht voor de Nederlandse taalvaardigheid en woordenschatontwikkeling In de peutergroepen met meertalige international-kinderen is er extra aandacht voor de verwerving van de Nederlandse taalvaardigheid en woordenschat. De locaties gebruiken hierbij het woordenschatprogramma Logo3000. In de VE-peutergroepen vormt het VE-programma de basis van het aanbod en is Logo300 is hierop een aanvulling.
De gemeente biedt in 2021-2022 subsidie voor de implementatie van Logo3000 in de peutergroepen en de groepen 12 van basisscholen die nauw samenwerken met een peutergroep. De subsidie is bestemd voor de scholing van personeel en de aanschaf van de groepsmaterialen en de materialen voor het ouderprogramma.
B. IGBO-peuteropvang AIS biedt Engelstalig internationaal basisonderwijs in Amstelveen voor kinderen die kortdurend in Nederland zijn. Het streven is om hier ook een Engelstalige peutergroep te starten voor de jongere broertjes en zusjes uit deze international-gezinnen. De gemeente ondersteunt de ontwikkeling van een IGBO-peutergroep en staat positief tegenover een aanvraag voor subsidieplaatsen peuterarrangementen. De realisatie is een verantwoordelijkheid van de kinderopvangaanbieders in samenspraak met de school. C. Tweetalige peuteropvang Tweetalige peuteropvang is wettelijk (nog) niet toegestaan. Kinderopvangorganisatie Hestia voorziet binnen een pilot van het ministerie van SZW in een tweetalige peuteropvang. Ook CompaNanny biedt nu, onder een gedoogstatus, tweetalige peuteropvang. Het is de visie van de gemeente dat een dergelijk aanbod wenselijk is om aan te sluiten bij de vraag van internationalouders. De gemeente biedt de mogelijkheid voor subsidie peuterarrangementen in deze tweetalige peutergroepen binnen de mogelijkheden van de wet.
Relatie met de bouwstenen van het uitvoeringskader: Individueel profiel bouwstenen: A: Taal – Differentiatie op de groep – Rijke speelleeromgeving - Ouderbetrokkenheid Groepsprofiel bouwstenen: A: Rijke speelleeromgeving – Beredeneerde aanpak en aanbod – Ouderbetrokkenheid - Doorgaande lijn 7.4.2 Informatievoorziening kinderopvang voor nieuwkomers Internationals hebben niet altijd de kennis en het overzicht van het systeem van kinderopvang en voorschoolse educatie. Dit kan een belemmering zijn om hun kind aan te melden bij een kinderdagverblijf of peuteropvang. De gemeente vindt het belangrijk dat ook internationale ouders snel en duidelijk geïnformeerd worden over het belang en de mogelijkheden van kinderopvang. Aanvullend aanbod internationalisering en de rol van de gemeente:
A. De Toolkit Internationals voor ouders In 2019 heeft kinderopvangorganisatie KinderRijk in samenwerking met experts van het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) een toolkit ontwikkeld waarmee ouders vooraf, maar ook tijdens de opvangperiode (bv in de vorm van een ouderavond), worden voorgelicht over de visie en werkwijze van de opvangorganisatie. De Toolkit Internatioals bestaat uit: a. Een filmpje waarin helder wordt uitgelegd hoe de Nederlandse kinderopvang werkt en wat ouders kunnen verwachten.
b.
Engelstalig en (eenvoudig) Nederlandstalig materiaal om ouders mee te geven zodat zij zich thuis kunnen inlezen in de manier waarop de kinderopvang in Nederland werkt en de werkwijze van KinderRijk, rekening houdend met culturele diversiteit. Alle kinderopvangorganisaties met peuteropvang maken vanaf 2022 gebruik van de Toolkit Internationals bij de informatie aan en samenwerking met international-ouders. De gemeente biedt in 2021-2022 subsidie voor de implementatie van de Toolkit Internationals in de peutergroepen. De subsidie is bestemd voor de aanpassing van de toolkit aan de organisatiespecifieke wensen en de borging van de werkwijze in de organisatie.
B. Het Centraal Informatie- en servicepunt Dit informatiepunt ondersteunt ouders bij het zoeken naar het juiste onderwijs voor hun kinderen. De functie van het loket wordt in 2021 verbreed naar de kinderopvang. Daarbij ligt de nadruk op informatie over het belang van kinderopvang en peuteropvang voor de ontwikkeling van het kind en de Nederlandse taalvaardigheid. Het informatiepunt is een van de samenwerkingspartners van de peuteropvang. Zij zijn op de hoogte van elkaars werkwijze, hebben waar nodig direct contact bij de toeleiding van ouders en kinderen naar de peuteropvang en informeren elkaar bij relevante beleidswijzigingen. De gemeente biedt subsidie voor de taak van het informatiepunt ten aanzien van de kinderopvang / peuteropvang. Relatie met de bouwstenen van het uitvoeringskader: Individueel profiel bouwstenen: A en B : Ouderbetrokkenheid – Samenwerking Groepsprofiel bouwstenen: A. en B. : Ouderbetrokkenheid – Samenwerking met de omgeving 7.4.3 Deskundigheidsbevordering van pedagogisch medewerkers De toenemende diversiteit stelt andere eisen aan het aanbod in de peuteropvang en de vaardigheden van haar pedagogisch medewerkers. Denk hierbij aan kennis en vaardigheden als interculturele communicatie met ouders, intercultureel opvoeden en meertalige ontwikkeling bij jonge kinderen.
Dit vraagt structureel aandacht in het scholingsplan van de aanbieders van peuteropvang in Amstelveen. Aanvullend aanbod internationalisering en de rol van de gemeente: A. Interculturele communicatie en intercultureel opvoeden In 2019 heeft het Koninklijk Instituut voor de Tropen (KIT) een scholing interculturele communicatie ontwikkeld in samenspraak met kinderopvangorganisatie KinderRijk. De training richt zich op: a. Kennis over cultuur, cultuurverschillen en hoe dit invloed heeft op visie en handelen van medewerkers. b. Vaardigheden cultuur sensitief handelen en interculturele communicatie met ouders. De training is inmiddels door pedagogisch medewerkers van alle peutergroepen met voorschoolse educatie gevolgd. Per 2022 is de training vast onderdeel van het aanbod deskundigheidbevordering voor pedagogisch medewerkers in de peuteropvang. De gemeente biedt in 2021-2022 subsidie voor het aanbieden van de KIT-training voor personeel van de peutergroepen in Amstelveen. B. Taalontwikkeling en meertaligheid In Amstelveen is een aanbod preventieve logopedie voor de doelgroep 0-4 jarigen. Een van de onderdelen is deskundigheidsbevordering voor pedagogisch medewerkers gericht op taalontwikkeling en meertaligheid. Deze scholing is verplicht voor pedagogisch medewerkers van peutergroepen met voorschoolse educatie.
De gemeente onderstreept het belang van dit aanbod voor alle peutergroepen gezien het grote aantal meertalige kinderen dat hier gebruik van maakt. De gemeente versterkt structureel subsidie voor het aanbod preventieve logopedie. De scholing taalontwikkeling en meertaligheid voor pedagogisch medewerkers is een standaard onderdeel van dit aanbod. Relatie met de bouwstenen van het uitvoeringskader: Individueel profiel bouwstenen: A: Basisaanbod – Oog voor basisbehoeften – Rijke speelleeromgeving – Ouderbetrokkenheid. B: Taal – Volgen van het kind – differentiatie in aanpak en aanbod – Vroegsignalering. Groepsprofiel bouwstenen: A : Stabiele groep – Rijke speelleeromgeving – Ouderbetrokkenheid. B: Volgen van kinderen.
7.4.4 Ouderbetrokkenheid en integratie Ouderbetrokkenheid bij de opvang heeft een positieve invloed op de ontwikkeling van kinderen. Wij zien ouderbetrokkenheid daarom als een essentieel onderdeel van het aanbod voorschoolse educatie. Dit wordt als zodanig verder beschreven in de paragraaf ‘Ouderbetrokkenheid en educatief partnerschap’ van dit uitvoeringskader. De betrokkenheid van de internationale groep ouders in de peutergroepen in Amstelveen vraagt specifieke aandacht. Goed omgaan met taal en cultuurverschillen is een uitdaging voor ouders en pedagogisch medewerkers en vraagt pedagogisch partnerschap: om verbinding met elkaar te maken moet je open kunnen staan voor elkaars (opvoed-)waarden en normen. Ook het ondersteunen van de meertalige ontwikkeling van de kinderen en het snel vergroten van hun Nederlandse taalvaardigheid is een belangrijk onderdeel van de ouderbetrokkenheid in de internationale peutergroepen. De gemeente ondersteunt dit met subsidie voor deskundigheidevordering voor pedagogisch medewerkers, de aanschaf van de materialen voor ouders horende bij het woordenschatprogramma Logo3000 en mogelijk ander aanbod voor ouders gericht op het versterken van ontwikkelingsstimulering thuis.
Ook investeert de gemeente in ouderbetrokkenheid door formatie-uitbreiding mogelijk te maken van pedagogisch medewerkers in de peutergroepen, zodat zij extra aandacht en ruimte hebben om ouders te kunnen betrekken bij de ontwikkeling van hun kind over culturele en taalgrenzen heen. Voor meertalige kinderen is het belangrijk dat zij bij hun start op de basisschool voldoende taalvaardig zijn in het Nederlands zodat ze goed mee kunnen doen. De peuteropvang ondersteunt de Nederlandse taalontwikkeling maar kan dit niet alleen. International-ouders hebben zelf een belangrijke rol bij de meertalige ontwikkeling van hun kind en de zorg om hun kind voldoende taalvaardig te laten starten in het basisonderwijs. Wij willen samen met de aanbieders ouders ondersteunen om hun eigen rol en verantwoordelijkheid te nemen. Wij doen dit door ervoor te zorgen dat zij niet alleen vanuit de peutergroep maar ook via andere kanalen worden geïnformeerd over het verloop van meertalige ontwikkeling en het thuis stimuleren van de (Nederlandse) taalontwikkeling van hun kind. Dit aanbod maakt onderdeel uit van de preventieve logopedie 0-4 jaar. Daarnaast subsidieert de gemeente Amstelveen de Voorleesexpres.