Toelichting vastgesteld bestemmingsplan Mr. G. Groen van Prinstererlaan 114
Tekst van het document
Er wordt een aparte eis gesteld aan de buitenkant van een gebouw, de zogenoemde schil, om de energiebehoefte te limiteren. Dit noemen we BENG 1. Daarnaast moet de energievraag van een gebouw zo veel mogelijk uit
Toelichting vastgesteld bp. Mr. G. Groen van Prinstererlaan 114
pagina 42
hernieuwbare energie bestaan: de BENG 3eis. En tenslotte moet de resterende energiebehoefte zo efficiënt mogelijk worden opgewekt: BENG 2.
7.11 Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) Wettelijk kader Het Besluit milieueffectrapportage (Besluit m.e.r.) is essentieel om te kunnen bepalen of bij de voorbereiding van een plan een m.e.r.(beoordelings)procedure moet worden doorlopen. Voor plannen en besluiten die nadelige gevolgen voor het milieu (kunnen) hebben wordt vaak een m.e.r. doorlopen. Op 7 juli 2017 is het gewijzigde Besluit m.e.r. in werking getreden. De wijziging houdt in dat B&W voortaan ook een besluit moeten nemen over de vormvrije m.e.r.beoordeling. Voor de vormvrije m.e.r.beoordeling gelden twee voorwaarden: <0000> het gaat over één of meer activiteiten die voorkomen op de Dlijst van het Besluit m.e.r. <0000> de omvang van al die activiteit(en) ligt onder de drempelwaarde (kolom 2 van de Dlijst). Via een vormvrije m.e.r.beoordeling worden de milieueffecten van de gewenste ontwikkeling onderzocht. Op basis hiervan wordt beoordeeld of een milieueffectrapportage of m.e.r.beoordeling moet worden opgesteld. Toetsing Het besluit tot het verlenen van een omgevingsvergunning heeft betrekking op activiteiten die voorkomen op de Dlijst uit het Besluit m.e.r. (D11.2: de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen).
Voor deze activiteit zijn drempelwaarden opgenomen voor de omvang van het stedelijke ontwikkelingsproject. Deze drempelwaarden betreffen stedelijke ontwikkelingsprojecten met een omvang van: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer; 2. een aaneengesloten gebied en 2.000 of meer woningen omvat, of; 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m2 of meer. Het voornemen om 310 appartementen te realiseren ligt (ver) onder de drempelwaarde uit het Besluit m.e.r. Op basis hiervan moet gekeken worden of een vormvrije m.e.r.beoordeling noodzakelijk is. Gevoelig gebied De projectlocatie is niet gelegen in of nabij een gebied dat wordt beschermd vanuit de natuurwaarden. De locatie is daarnaast zodanig ver verwijderd van een Natura 2000gebied dat van externe werking geen sprake kan zijn. Tevens ligt het niet in de buurt van het Natuurnetwerk Nederland of overig beschermd natuurgebied. De projectlocatie behoort niet tot een waterwinlocatie, waterwingebied of grondwaterbeschermingsgebied. Milieugevolgen Uit de aanmeldnotitie M.E.R. (zie bijlage 15) blijkt dat de omvang van de voorgenomen ontwikkeling geen productie met zich meebrengt van afvalstoffen, verontreiniging, hinder en risico van ongevallen op basis waarvan belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu te verwachten zou zijn. Ook zijn verschillende milieueffecten beschouwd, zoals geluid verkeer, parkeren, luchtkwaliteit enz.
Hieruit blijkt dat er door de ontwikkeling geen sprake is van nadelige milieugevolgen.
Toelichting vastgesteld bp. Mr. G. Groen van Prinstererlaan 114
pagina 43
Er spelen geen andere ontwikkelingen in de nabijheid van het plangebied. Daarnaast wordt opgemerkt dat in het verleden op de huidige situatie ook al een stedelijke functie binnen het projectgebied aanwezig was. Conclusie In de aanmeldnotitie M.E.R. gaat men uit van 303 woningen ipv de 310 woningen die het bestemmingsplan nu mogelijk maakt. Momenteel gaat het plan ook uit van 303 woningen maar een toename van 7 woningen heeft geen invloed op de uitkomst van de aanmeldnotitie. Uit de effecten die in deze aanmeldnotitie MER zijn beschreven kan worden geconcludeerd dat als gevolg van de bouw van 310 woningen en bijbehorende faciliteiten en parkeervoorzieningen er geen sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Dit geldt zowel voor het projectgebied als het studiegebied. Geconcludeerd wordt dat er geen milieueffectrapport te worden opgesteld en geen m.e.r.beoordeling te worden uitgevoerd (zie bijlage 16 voor het besluit).
Toelichting vastgesteld bp. Mr. G. Groen van Prinstererlaan 114
pagina 44