Toelichting bestemmingsplan Bovenkerkerweg en Maalderij
Tekst van het document
Op basis van de keur van Rijnland is voldoende watercompensatie te bereiken door de bestaande watergang te verbreden naar een breedte van 6,0 m. Hiermee wordt voor het voorgestelde plan voldoende watercompensatie bereikt. Op basis van de keur van AGV/Waternet blijkt dat de toename van het verharde oppervlak met 268 m2 niet vergunningsplichtig is volgens de Keur AGV 2019 en er geen compensatie hoeft plaats te vinden. Wel is de algemene zorgplicht in art 1.3 van de Keur AGV 2019 van toepassing. In het plangebied wordt in het onderland bij alle woningen een berging gerealiseerd. Deze bergingen worden voorzien van een sedum bedekking op het dak. Het dak wordt op een zodanige wijze gerealiseerd dat er minimaal 5 mm waterberging op het dak mogelijk is. Deze uitvoering gecombineerd met de sedum zorgen voor een extra berging van hemelwater in het gebied. In totaal worden 17 woningen voorzien van deze constructie. Elke berging heeft een dakoppervlakte van 6 m2. In totaal wordt derhalve 17 x 6 m2 = 102 m2 waterberging gerealiseerd. Uitgaande van circa 15 liter per m2 wordt met dit plan circa 1530 liter water in het plan vastgehouden. Het voorstel wordt nader uitgewerkt in het verkoopproces van de woningen.
Het aspect water staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
7.3 Kabels en leidingen
Om de bedrijfszekerheid en de continuïteit van het transport door kabels en leidingen te garanderen, krijgen grote kabels en leidingen in bestemmingsplannen een planologische bescherming door middel van een dubbelbestemming. Binnen die dubbelbestemming mag niet zonder toestemming worden gebouwd of gegraven, waarmee de belangen van de kabel en leidingbeheerders én van de eindafnemers worden beschermd. Binnen het plangebied zijn geen planologisch relevante leidingen aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
7.4 Archeologie Beleidskader Om uitvoering te geven aan de Wet op de archeologische monumentenzorg heeft de gemeente Amstelveen in 2008 haar archeologisch beleid vastgesteld. Hiertoe is een archeologische verwachtingskaart opgesteld. Op deze kaart zijn in verschillende
vastgesteld toelichting Bestemmingsplan Bovenkerkerweg en Maalderij pagina
gradaties de verwachte archeologische waarden opgenomen, waaraan criteria zijn verbonden. Relevantie plangebied In het plangebied is gelegen op gronden aangeduid met waarde Archeologie 2 en 5. De gronden met de aanduiding Waarde Archeologie 2 betreft gronden binnen een strook van 50 meter breed binnen langs de Bovenkerkerweg waar historische bebouwing heeft plaatsgevonden. Dit betekent dat bij bodemingrepen dieper dan 30 cm onder maaiveld en met een oppervlak van groter dan 100 m2 archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Voor het gebied met de aanduiding Waarde Archeologie 5 geldt dat er een lage archeologische verwachtingswaarde in het gebied is. Deze gronden zijn namelijk verveend en drooggemaakt en hier geldt dat bodemingrepen die verder reiken dan 30 cm onder maaiveld en een oppervlakte verstoren van meer dan 1 hectare archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd dient te worden. Transect heeft in januari 2019 n.a.v. voorgaande een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd in het plangebied aan de Maalderij en Ziederij in Amstelveen (zie bijlage 8 Transect rapport 2026, 30 augustus 2019). Uit dit onderzoek blijkt dat voor het oosten van het plangebied een hoge verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe tijd geldt. In deze zone wordt een vervolgonderzoek in de vorm van proefsleuven geadviseerd.
Het westen en midden van het plangebied heeft een lage archeologische verwachting. Hiermee is in dit gebied geen vervolgstap nodig voor wat betreft het behoud van archeologische waarden. Er zijn geen bezwaren tegen het uitvoeren van de voorgenomen plannen in dit gedeelte van het plangebied. Wel geldt als er tijdens de graafwerkzaamheden toch zaken aan het licht komen, deze op grond van de Erfgoedwet artikel 5.10 bij het bevoegd gezag (de gemeente Amstelveen) dienen te worden gemeld. Gelet op de bevindingen is vervolgens een proefsleuvenonderzoek verricht (zie bijlage 9, Transect Evaluatie en selectierapport, 2 augustus 2021). Het proefsleuven onderzoek is uitgevoerd in het oostelijke deel van het plangebied, het onderzoeks gebied. Dit onderzoeksgebied is naar aanleiding van het vooronderzoek vastgesteld. Een groot deel van het onderzoeksgebied is vervuild met PAK en lood en plaatselijk asbest. Dit moet gesaneerd worden, waarbij uiteindelijk over het hele terrein een schone leeflaag van een meter dik komt. Dit wordt bereikt door sanering en herplaatsing van de vervuilde grond en door het aanbrengen van een ophooglaag van gemiddeld 30 cm. De funderingsbalken en nutsleidingen komen binnen de meter schone leeflaag te liggen. Onder de weg komen de nutsleidingen iets dieper te liggen. De weg ligt gedeeltelijk binnen het onderzoeksgebied.
De verdere verstoring bestaat uit funderingspalen Uit het proefsleuvenonderzoek blijkt dat de hoge verwachting op archeologische bewoningsresten uit de Nieuwe Tijd, zoals omschreven in het Programma van Eisen, is bevestigd. De archeologische resten bestaan vooral uit baksteenconstructies van muren, kelders, straatwerk, vloerresten, een gootje en een drempel die waarschijnlijk uit verschillende fases dateren en waarbij een onderscheid gemaakt kan worden tussen twee verschillende huizen i.c. erven. Het overgrote deel van het verzamelde hout is van funderingen afkomstig. Verder zijn ook enkele sloten i.c. erfgreppels aangetroffen die dienden voor de afwatering en als perceelgrens. Hieruit zijn ook houtvondsten verzameld, die tot een beschoeiing behoren. Verder is een redelijke hoeveelheid vondstmateriaal aangetroffen bestaande uit keramiek, bouwmateriaal, pijpaarde, hout, dierlijk bot en schelp, glas en metaal. De aangetroffen resten zowel de sporen, als het vondstmateriaal vormen een intacte behoudenswaardige vindplaats. De archeologisch relevante niveaus, inclusief de vindplaats zelf, zijn fysiek gaaf en over het algemeen goed geconserveerd te noemen. De vindplaats is gedocumenteerd en veiliggesteld. Met inachtneming van voorgaande kan het plangebied archeologisch vrij gegeven worden. Het aspect archeologie staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
vastgesteld toelichting Bestemmingsplan Bovenkerkerweg en Maalderij pagina
7.5 Geluid De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag voor spoor en wegverkeerslawaai en gezoneerde industrieterreinen in de Wet geluidhinder en voor vliegverkeerlawaai in de Wet luchtvaart en het bijbehorende Luchthavenindelingbesluit. Daarnaast vindt de beoordeling van geluid zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening, op grond van een goed woon en leefklimaat. In de Wet geluidhinder zijn voorkeursgrenswaarden vastgesteld. Als daar niet aan voldaan kan worden, is het in bepaalde situaties mogelijk om zogenoemde hogere waarden vast te stellen. Voor het onderhavige initiatief is het volgende relevant. Wegverkeer Er moet inzicht worden gegeven in de geluidsbelasting op nieuwe geluidgevoelige bestemmingen die gesitueerd worden binnen de zone van een weg. In geval sprake is van aanleg van een nieuwe weg zal ook de geluidsbelasting veroorzaakt door verkeer op de nieuwe weg op de bestaande geluidgevoelige bestemmingen in beeld moeten worden gebracht. Relevantie plangebied Ten behoeve van het initiatief is akoestisch onderzoek verricht, zie bijlage 10, 'Het Geluidburo, Akoestisch Onderzoek V2.0, 8 oktober 2020'. Vanwege de voorgenomen bestemmingsplanwijziging dient een akoestisch onderzoek uitgevoerd te worden naar de geluidbelasting op de gevels ten gevolge van het wegverkeer.
Er is op deze locatie sprake van de gezoneerde weg de Bovenkerkerweg, overgaand in de Handweg en de gezoneerde Noorddammerlaan, overgaand in de Sportlaan. De overige omliggende wegen zijn nietgezoneerd vanwege het snelheidsregime van 30 km/uur. Het bouwplan ligt niet in de zone van een spoorlijn, een gezoneerd industriegebied of binnen de aandachtscirkel van een nabijgelegen bedrijf. Uit het onderzoek blijkt het volgende. <0000>
<0000> <0000> <0000> <0000>
<0000>
De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Bovenkerkerweg ligt boven de voorkeursgrenswaarde maar niet boven de maximale ontheffingswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 63 dB inclusief aftrek op de voorgevels van de bouwnummers 1 tot en met 20; De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op het Noorddammerlaan ligt boven de voorkeursgrenswaarde maar onder de maximale ontheffingswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 59 dB inclusief aftrek op de gevel van bouwnummer 20; De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op het Sportlaan ligt boven de voorkeursgrenswaarde maar onder de maximale ontheffingswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 53 dB inclusief aftrek op de gevel van kavel 20; De geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de Handweg ligt boven de voorkeursgrenswaarde maar onder de maximale ontheffingswaarde. De hoogst bepaalde geluidbelasting is 57 dB inclusief aftrek op de gevel van kavel 20. Geluidreducerende bron of overdrachtmaatregelen zijn in deze situatie niet wenselijk vanuit verkeerstechnische, stedenbouwkundige of financiële redenen. Daarom dienen er hogere waarden te worden aangevraagd. Het aantal aan te vragen hogere waarden is weergegeven in tabel 3.2.
van het akoestische rapport; Bijna alle woningen, inclusief die waarvoor een hogere waarde is aangevraagd, hebben een geluidluwe (achter)zijde en daarmee ook een geluidluwe buitenruimte. De woning van bouwblok 3 heeft geen geluidluwe (achter)zijde. Voorgesteld wordt om tussen de berging en de woning een akoestisch scherm te plaatsen, zodat in elk geval op de begane grond een geluidluwe zijde en dus buitruimte wordt gecreëerd.
vastgesteld toelichting Bestemmingsplan Bovenkerkerweg en Maalderij pagina
De geluidwering van de gevels van de woningen 1 tot en met 20 dient te worden bepaald met als uitgangspunt de gecumuleerde geluidbelasting op de gevel. Deze waarden zijn opgenomen in bijlage C van het akoestische onderzoek. Uit voorgaande blijkt dat voor alle woningen kan worden voldaan aan de eisen met betrekking tot de geluidwering van de gevel, mits voldaan wordt aan de in de rapportage benoemde maatregelen en toe te passen materialen. Op grond hiervan kan het bevoegd gezag, het college van burgemeester en wethouders van Amstelveen een besluit tot het verlenen van hogere waarden afgeven. Dit besluit maakt deel uit van het vastgestelde bestemmingsplan. Het defintieve besluit is opgenomen als bijlage bij deze toelichting. Het aspect geluid staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
7.6 Luchtkwaliteit
Sinds 15 november 2007 zijn de hoofdlijnen voor regelgeving van de luchtkwaliteitseisen vastgelegd in de Wet milieubeheer (Wm). Artikel 5.16 Wm geeft weer onder welke voorwaarden de bestuursorganen bepaalde bevoegdheden (zoals wijzigingen van een bestemmingsplan) mogen uitoefenen. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in principe geen belemmering: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt per saldo niet tot verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) of binnen een regionaal programma van maatregelen. Vanaf 1 augustus 2009 is het NSL in werking getreden. In het NSL zijn alle maatregelen opgenomen die de luchtkwaliteit moeten verbeteren en tevens zijn ruimtelijke ontwikkelingen opgenomen die de luchtkwaliteit verslechteren. Overheden zijn gehouden de in het NSL opgenomen maatregelen uit te voeren en kunnen het NSL gebruiken als onderbouwing bij plannen voor de NSLprojecten. Met het NSL laat de Nederlandse overheid zien hoe zij aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit gaat voldoen.
Grenswaarden Voor de beoordeling van de situatie in de omgeving van het plan zijn met name de volgende grenswaarden uit de Wet milieubeheer relevant: de jaargemiddelde concentraties voor stikstofdioxide (NO2) moeten vanaf 2015 voldoen aan de grenswaarde van 40 µg/m3; voor fijn stof (PM10) geldt vanaf 2011 een grenswaarde van 40 µg/m3 voor de jaargemiddelde concentratie; de 24uurgemiddelde waarde voor PM10 mag niet vaker dan 35 keer per jaar overschreden worden (39 keer als rekening wordt gehouden met de zogenoemde zeezoutaftrek); voor PM2,5, deeltjes nog kleiner dan PM10, zijn ook grenswaarden vastgesteld. Deze zijn niet strenger dan de huidige norm voor daggemiddelde concentraties van PM10. Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) Met het Besluit gevoelige bestemmingen (luchtkwaliteitseisen) wordt de vestiging van zogeheten 'gevoelige bestemmingen' zoals een school of kinderopvang in de nabijheid van provinciale wegen (binnen 50 meter) en rijkswegen (binnen 300 meter) beperkt. Dat geldt voor nieuwe situaties en bestaande situaties die worden uitgebreid,
vastgesteld toelichting Bestemmingsplan Bovenkerkerweg en Maalderij pagina
waarbij sprake is van een (dreigende) overschrijding van de grenswaarden voor NO2 of PM10. Besluit en Regeling niet in betekenende mate bijdragen (luchtkwaliteitseisen) In het Besluit niet in betekenende mate (NIBM) bijdragen (luchtkwaliteitseisen) is vastgelegd wanneer een project 'niet in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging. Een project is NIBM als het niet meer dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde voor NO2 en PM10 bijdraagt; concreet betekent dit een bijdrage van maximaal 1,2 µg/m3. Met name NO2 en PM10 zorgen in Nederland nog voor overschrijdingen van grenswaarden, vandaar dat deze grens is gekozen. In de Regeling NIBM is een aantal categorieën met maximale groottes aangewezen die NIBM zijn, waaronder woningbouw, kantoren en bepaalde inrichtingen. Als een project binnen de grenzen van deze Regeling valt, is verdere toetsing aan de grenswaarden niet nodig. Als NIBMcategorie is aangewezen een woningbouwontwikkeling van maximaal 1500 woningen met één ontsluitingsweg. Relevantie plangebied Binnen dit bestemmingsplan bevinden zich geen gevoelige bestemmingen. Het Besluit gevoelige bestemmingen is dus niet van toepassing. Het oprichten van 52 woningen is ver gelegen onder het hierboven genoemde aantal van 1500 woningen en dus een ontwikkeling die niet 'in betekenende mate' bijdraagt aan de luchtverontreiniging.
Nader onderzoek naar de luchtkwaliteit is niet nodig. Het aspect luchtkwaliteit staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
7.7 Externe veiligheid
Bij externe veiligheid gaat het om de risico's die derden lopen als gevolg van bepaalde activiteiten. In Amstelveen gaat het met name om de risico's van inrichtingen met gevaarlijke stoffen, het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg en door buisleidingen. Besluit externe veiligheid inrichtingen Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) legt veiligheidsnormen op aan bedrijven die een risico vormen voor personen in de omgeving van het bedrijf. Het gaat daarbij onder meer om bedrijven die vallen onder het BRZO (Besluit Risico's Zware Ongevallen), LPGtankstations en opslagplaatsen met gevaarlijke stoffen. Belangrijke begrippen in het kader van externe veiligheid zijn het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is in het Bevi gedefinieerd als het "risico op een plaats buiten een inrichting, uitgedrukt als de kans per jaar dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op die plaats zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is".
Het groepsrisico is gedefinieerd als de "cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof of gevaarlijke afvalstof betrokken is". Verder zijn kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten van belang. Kwetsbare objecten zijn bijvoorbeeld scholen, kantoorgebouwen met een bruto vloeroppervlak van meer dan 1.500 m2 en woningen met een dichtheid van meer dan twee woningen per hectare. Beperkt kwetsbare objecten zijn onder meer sporthallen, zwembaden en woningen met een dichtheid van maximaal twee woningen per hectare. Het Bevi bevat eisen voor het plaatsgebonden risico en regels voor het groepsrisico. Voor het plaatsgebonden risico geldt onder meer een grenswaarde van 106 per jaar voor kwetsbare objecten in nieuwe situaties. Voor het groepsrisico geldt dat de gemeenteraad verantwoording moet afleggen over de wijze waarop het groepsrisico is meegewogen in de besluitvorming.
vastgesteld toelichting Bestemmingsplan Bovenkerkerweg en Maalderij pagina
Circulaire risico normering vervoer gevaarlijke stoffen In onder meer de Circulaire Risiconormering vervoer gevaarlijke stoffen is het externe veiligheidsbeleid voor vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd. De verwachting is dat in 2013 de circulaire opgevolgd zal worden door het Besluit transportroutes externe veiligheid (Btev). In dit besluit staan regels op het gebied van externe veiligheid voor de ruimtelijke inrichting rond wegen, waterwegen en spoorwegen met vervoer van gevaarlijke stoffen. Er worden bijvoorbeeld verplichte veiligheidsafstanden tot deze transportroutes vastgelegd. Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) Het Besluit externe veiligheid buisleidingen regelt de taken en verantwoordelijkheden van leidingexploitanten en gemeenten. De belangrijkste eisen aan bestemmingsplannen zijn: ruimtelijke reservering voor plaatsgebonden risico, verantwoording van het groepsrisico en een ruimtelijke reservering voor zogenoemde belemmeringenstroken met een aanlegvergunningenstelsel. Relevantie plangebied In de directe nabijheid van het plangebied bevinden zich een aantal risicobronnen. Op de locatie van het woningbouwplan zijn risico’s te verwachten vanwege de hogedruk aardgastransportleidingen W54001 en W54002. Andere risicobronnen (zoals inrichtingen en transportassen) hebben geen invloed op deze locatie.
Uitgangspunt is wel dat de opslag en verkoop van LPG bij het tankstation aan de Noorddammerlaan stopt. De eigenaar van het tankstation heeft daartoe een verzoek ingediend om het LPGvulpunt in te trekken. Deze vergunning is intussen verleend, zie bijlage 11. Gelet op voorgaande is onderzoek naar dit aspect verricht, zie bijlage 12 'Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied, Onderzoek externe veiligheid woningbouw 17 juli 2019'. Uit dit onderzoek blijkt het volgende. Buisleidingen De nabij het plangebied aanwezige buisleidingen zijn in kaart gebracht. Van de het dichtst bij het plangebied gelegen buisleidingen zijn zowel de contouren voor het plaatsgebonden risico als de invloedsgebieden voor het groepsrisico bepaalt. Gebleken is dat er géén contouren voor het plaatsgebonden risico PR = 106 worden berekend. Geconcludeerd kan worden dat er geen strijd is met de grens dan wel richtwaarde voor het plaatsgebonden risico. Van de het dichtst bij het plangebied gelegen buisleidingen is het invloedsgebied voor het groepsrisico bepaald (1%letaliteitscontour). Gebleken is dat het invloedsgebied van twee van deze leidingen over het plangebied valt. Binnen het invloedsgebied is de bevolking in zowel huidige als toekomstige situatie in kaart gebracht.
Concreet betekent dit dat de gewenste ontwikkeling met 52 woningen is toegevoegd in het rekenmodel van de toekomstige situatie én dat de in de huidige situatie aanwezige bevolking is verwijderd. Deze gegevens zijn gebruikt om de hoogte van het groepsrisico te berekenen. Het hoogst gevonden groepsrisico vanwege leiding W54001 bedraagt 0,218 maal de oriënterende waarde voor het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie. Het toevoegen van de nieuwe bevolking leidt niet tot een hoger groepsrisico. In dit geval kan geconcludeerd worden dat het toevoegen van bevolking buiten de 100%letaliteitscontour (hetgeen in dit plan gebeurt) niet leidt tot een (significante) toename van het groepsrisico. Het hoogst gevonden groepsrisico vanwege leiding W54002 bedraagt 0,042 maal de oriënterende waarde voor het groepsrisico in zowel de huidige als toekomstige situatie. vastgesteld toelichting Bestemmingsplan Bovenkerkerweg en Maalderij pagina
Het toevoegen van de nieuwe bevolking leidt niet tot een hoger groepsrisico. In dit geval kan geconcludeerd worden dat het toevoegen van bevolking buiten de 100%letaliteitscontour (hetgeen in dit plan gebeurt) niet leidt tot een (significante) toename van het groepsrisico. Het aspect externe veiligheid staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
7.8 Ecologie Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. Doel van deze wet is de bescherming van soorten en leefgebieden. De wet is een implementatie van Europeesrechtelijke en internationale verplichtingen (Habitatrichtlijn, Vogelrichtlijn, Verdrag van Bern en Verdrag van Bonn). De wet kent een beschermingsregime voor soorten van de Vogelrichtlijn, voor soorten van de Habitatrichtlijn en voor andere soorten. Het komt er onder andere op neer dat soorten niet opzettelijk gedood, gevangen of verstoord mogen worden. Ook het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen en rustplaatsen is verboden. Gedeputeerde Staten kunnen in sommige gevallen ontheffing verlenen van de verbodsbepalingen. Vrijwel alle vogels zijn beschermd ingevolge de Vogelrichtlijn. Habitatrichtlijnsoorten zijn bijvoorbeeld alle vleermuissoorten. Onder andere soorten vallen onder andere de ringslang en de grote modderkruiper. De gemeente Amstelveen adviseert om de gedragscodes van Stadswerk te gebruiken. Er is een code voor bestendig beheer en onderhoud en een code voor ruimtelijke ingrepen.
Relevantie plangebied Ten behoeve van de planontwikkeling is een quick scan Flora en Fauna verricht, zie bijlage 13 Blom Ecologie B.V., 6 juli 2018 en een aanvullend onderzoek naar de geschiktheid van een in het plangebied staande boom als verblijfplaats voor vleermuizen(zie bijlage 14 Fauna Construct, Notitie Inspectie Boom, 7 oktober 2018). Uit deze onderzoeken blijkt dat de realisatie van het initiatief niet leidt tot aantasting van beschermde gebieden en beschermde natuurwaarden. Wel dient tijdens de uitvoering van de werkzaamheden rekening te worden gehouden met de (mogelijke) aanwezigheid van vleermuizen en algemene zoogdieren, amfibieën en broedvogels. Voor deze soortgroepen dienen eventueel maatregelen te worden getroffen om effecten te voorkomen. De aanwezigheid van beschermde soorten (WetNb, overige soorten, art. 3.10) en hun leefgebied vormen geen bezwaar voor de beoogde bestemmingsplanwijziging (vrijstellingsbesluit). Gezien de voorgenomen bouw en de daarbij in de gebruiksfase verwachte verkeersbewegingen is een mogelijk effect vanwege de toename van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden niet op voorhand uit te sluiten. Om die reden is een stikstofberekening uitgevoerd (zie bijlage 15 Buro SRO, Berekening t.b.v. Wet natuurbescherming MaalderijZiederij Amstelveen 7 maart 2023 en bijlage 16, bijbehorende berekening AERIUS calculator).
Er kan geconcludeerd worden dat de stikstofdepositie vanwege de beoogde ontwikkeling geen significante gevolgen heeft voor de omliggende Natura 2000gebieden. Daarmee is geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming. Het plan is uitvoerbaar wat betreft stikstofdepositie. De Wet natuurbescherming staat de uitvoering van het initiatief niet in de weg.
7.9 Bedrijven en milieuzonering Voor het behoud en de verbetering van de kwaliteit van de woon en leefomgeving is een juiste afstemming tussen de verschillende voorkomende functies en wonen noodzakelijk. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van een milieuzonering die uitgaat vastgesteld toelichting Bestemmingsplan Bovenkerkerweg en Maalderij pagina
van richtinggevende afstanden tussen hinderlijke functies (in de vorm van gevaar, geluid, geur, stof) en gevoelige functies. In de brochure 'Bedrijven en milieuzonering' van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) (versie 2009) zijn deze richtafstanden opgenomen. Daarnaast bepaalt de feitelijke (planologische) situatie eveneens in hoeverre bedrijven in de bestaande situatie reeds beperkt worden in hun bedrijfsvoering. De VNGbrochure wordt gebruikt als hulpmiddel (niet als blauwdruk) bij het opstellen van bestemmingsplannen met nieuwe milieugevoelige functies of nieuwe milieubelastende functies. Er bestaat geen plicht om de brochure te hanteren, wel is het een algemeen aanvaarde methode in Nederland gebleken. In de brochure zijn aan de verschillende bedrijfsactiviteiten, milieucategorieën en richtafstanden toegekend voor de aspecten gevaar, stof, geur en geluid. De afstanden zijn gebaseerd op een rustige woonwijk. Als er sprake is van een gemengd gebied mag er een afstandstrap minder worden gehanteerd. Relevantie plangebied IN de directe nabijheid van de beoogde woningen bevindt zich een aantal bedrijven/bedrijfsactiviteiten, zie onderstaande tabel die deze bedrijven, de richtafstand en de daadwerkelijke afstand weergeeft tussen enerzijds het bedrijf/de bedrijfsactiviteit en de beoogde woningen.
Specifiek voor dit onderdeel is een onderzoek uitgevoerd om de gevolgen in beeld te brengen, zie bijlage 17 buro SRO, Memo bedrijven en milieuzonering MaalderijZiederij Amstelveen, 1 oktober 2021. Aanvullend is een akoestisch onderzoek verricht om het omgevingsgeluid van cafe De Manen, aan de hand van de werkelijke activiteiten in beeld te brengen (zie bijlage 18 Notitie Omgevingsgeluid horeca 11102022 N v1.0, het Geluidburo). T.a.v. het cafetaria en het rioolgemaal is onderzoek verricht voor het aspect geur (zie bijlage 19 Tauw, Resultaten berekening geurbelasting rioolgemaal Moutlocatie Amstelveen, 1 april 2022). Uit deze onderzoeken blijkt dat de beoogde woningen op voldoende afstand zijn gelegen van hinderproducerende bronnen waardoor omliggende bedrijven niet worden gehinderd in hun werkzaamheden en dat ter plaatse van de beoogde woningen sprake is van een goed woon en leefklimaat. Het aspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor de uitvoerbaarheid van de voorgenomen ontwikkeling. T.a.v. het aspect geur is onderzoek gedaan gelet op de aanwezigheid van een rioolpompgemaal vastgesteld toelichting Bestemmingsplan Bovenkerkerweg en Maalderij pagina
en een snackbar in de nabijheid van het plangebied. In de gemeente Amstelveen dient rekening gehouden te worden met een afstand van 30 meter rondom de bron, waarvan alleen gemotiveerd afgeweken kan worden. Daarvoor is de werkelijk geurverspreiding in kaart gebracht. Uit dit onderzoek blijkt dat i.v.m. de geurcirkel van de snackbar voor enkele nabijgelegen woningen aanvullende maatregelen getroffen dienen te worden om voor deze woningen een goed woon en leefklimaat te kunnen borgen. De maatregelen voor de betreffende woningen, die zijn beschreven in hoofdstuk 6 van het geuronderzoek worden opgenomen als voorwaarde in de omgevingsvergunning.
7.10 Verkeer en parkeren
Beschreven moet worden of de toekomstige bestemming meer verkeer genereert dan het geldende bestemming. Indien een verkeerstoename te verwachten is dient verantwoord te worden dat de omliggende buurt/wijkontsluiting voldoende is om de toename te verwerken. Verkeer en ontsluiting Bouwplan Maalderij bestaat uit 52 woningen. Volgens CROW publicatie 317 kencijfers parkeren en verkeersgeneratie bedraagt de gemiddelde verkeersgeneratie per woning (tussen/hoekwoning) 6,8 motorvoertuigbewegingen (mvt) per etmaal (zeer sterk stedelijk, rest bebouwde kom). Dit levert een totale verkeersgeneratie op van 354 mvt/etmaal. Een klein deel van deze motorvoertuigebewegingen zal plaats vinden op de Bovenkerkerweg, ter hoogte van het plangebied. Hier is namelijk een deel van het parkeren ten behoeve van het plan gesitueerd. Het restant zal plaatsvinden op de Maalderij en verdeeld over de Zetterij en Noorddammerlaan het plangebied benaderen. Deze wegen kennen momenteel voldoende restcapaciteit om deze verkeersbewegingen op te vangen. De huidige bestemming van het plangebied is gemengd bedrijventerrein. De functies die momenteel te vinden zijn op bedrijventerrein Bovenkerk, kennen uiteenlopende verkeersgeneraties van 4 mvt/etmaal per 100m2 kantoorruimte tot ongeveer 100 mvt/etmaal per 100 m2 voor een grote supermarkt. De meeste functies op bedrijventerrein Bovenkerk zitten hier ergens tussenin.
Invulling van het bouwvlak met functies passende binnen het huidige bestemmingsplan zou daarmee een aanzienlijk grotere verkeersgeneratie opleveren dan de voorgestelde invulling met 52 woningen. Parkeren Om te voorzien in de parkeerbehoefte van bewoners en bezoekers van bewoners worden parkeerplaatsen gerealiseerd, zowel op eigen terrein als in de openbare ruimte. Om te bepalen hoeveel parkeerplaatsen benodigd zijn is een parkeeronderzoek verricht, zie bijlage 20, Goudappel, kenmerk 011433.20220510.R1.03 21 oktober 2022. Om te voorzien in de parkeerbehoefte zijn zowel parkeerplaatsen op eigen terrein beschikbaar voor bewoners, als openbare parkeerplaatsen beschikbaar, voor bewoners en bezoekers. De parkeerbalans voor project Beauve toont aan dat 33 openbare parkeerplaatsen benodigd zijn, waar in totaal 33 parkeerplaatsen worden toegevoegd. Daarmee is geconcludeerd dat bij project Beauve sprake is van een sluitende parkeerbalans. Het aspect verkeer en parkeren staat de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
7.11 M.e.r.- beoordeling De centrale doelstelling van het instrument milieueffectrapportage is het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming over activiteiten met mogelijke belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. De basis van de milieueffectrapportage wordt gevormd door de EUrichtlijn m.e.r. Deze richtlijn is in Nederland geïmplementeerd in de Wet milieubeheer en het Besluit m.e.r. In het Besluit m.e.r. bestaat een belangrijk onderscheid tussen bijlage C en bijlage D. Voor activiteiten die vastgesteld toelichting Bestemmingsplan Bovenkerkerweg en Maalderij pagina
voldoen aan de diverse criteria uit bijlage C geldt een m.e.r.plicht. In bijlage D staan de activiteiten benoemd waarvoor een m.e.r.beoordelingsplicht geldt: er moet beoordeeld worden of sprake is van (mogelijke) belangrijke nadelige milieugevolgen. Als deze niet uitgesloten kunnen worden, geldt een m.e.r.plicht. Kunnen deze belangrijke nadelige milieugevolgen wel uitgesloten worden, dan is een m.e.r. niet noodzakelijk. Een stedelijk ontwikkelingsproject zoals het onderhavige valt onder in het Besluit m.e.r. onder D 11.2. Een stedelijk ontwikkelingsproject is m.e.r.beoordelingsplichtig wanneer de activiteit betrekking heeft op een oppervlakte van 100 hectare of meer, een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Omdat er geen 2000 of meer woningen worden gerealiseerd, is er geen m.e.r.beoordeling nodig. Voor elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteit(en) die voorkomen op de Dlijst die beneden de drempelwaarden vallen, dient een toets uitgevoerd te worden of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets wordt de term vormvrije m.e.r.beoordeling gehanteerd. Omdat sprake is van een vormvrije m.e.r.beoordeling is een aanmeldnotitie opgesteld en ingediend bij het bevoegd gezag, zie bijlage 21 aanmeldnotitie.
Bestemmingsplan Maalderij 212, gemeente Amstelveen, 14 februari 2022). Het bevoegd gezag heeft hierover een besluit genomen en geoordeeld dat geen sprake is van significant negatieve effecten, waardoor een m.e.r.beoordeling niet benodigd is. Uit de onderzoeken die in het kader van dit initiatief zijn uitgevoerd is gebleken dat de planontwikkeling niet tot significante nadelige effecten zal leiden. Omvangrijke negatieve milieueffecten zijn hierdoor uitgesloten, waardoor het opstellen van een planm.e.r. niet nodig is. Op basis van voorgaande heeft het college op 5 juli 2022 derhalve besloten dat voor deze ontwikkeling geen m.e.r.procedure gevolgd hoeft te worden. Het Besluit m.e.r. staat aan de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan niet in de weg.
vastgesteld toelichting Bestemmingsplan Bovenkerkerweg en Maalderij pagina