Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d - De Scheg Oost
Tekst van het document
voor wat betreft de in de regels opgenomen maten, afmetingen en percentages tot niet meer dan 10% van die maten, afmetingen en percentages, uitsluitend indien dit nodig is voor een technische betere realisering van het plan, met dien verstande dat dit niet van toepassing is op andere afwijkingsmogelijkheden in dit TAM-omgevingsplan;
Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d - De Scheg Oost (8-3-2026)
33
b. ten behoeve van het overschrijden van bouwgrenzen, indien een meetverschil daartoe aanleiding geeft; c. ten aanzien van de hoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, ten behoeve van het vergroten van de hoogte van de bouwwerken, geen gebouwen zijnde, tot niet meer dan 10 meter; d. ten behoeve van het vergroten van de hoogte van zend-, ontvang- en/of sirenemasten, tot niet meer dan 15 meter; e. ten behoeve van het realiseren van groene daken op hoofdgebouwen dan wel bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: 1. de extra (constructieve) opbouw op een dak die nodig is om een groen dak te kunnen toepassen, exclusief beplanting, de voorgeschreven goot- en/of bouwhoogte met ten hoogste 10% mag overschrijden; 2. groene daken niet mogen worden gebruikt als dakterras of daktuin. h. ten behoeve van het realiseren van een bijbehorend bouwwerk op minder dan 1 meter van openbaar toegankelijk gebied. 14.3.2 Beoordelingsregels Voor het kunnen afwijken van de regels in hoofdstuk 2 voor de in lid 14.3.1 genoemde gevallen gelden de volgende regels: a. de afwijking leidt niet tot onevenredige afbreuk aan de in dit TAM-omgevingsplan bepaalde functies en gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden en bouwwerken; b.
de afwijking leidt niet tot onevenredige afbreuk van de ruimtelijke karakteristiek ter plaatse, het straat- en bebouwingsbeeld, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de sociale veiligheid.
Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d - De Scheg Oost (8-3-2026)
34
Artikel 15
Overige regels
15.1 Parkeren, en laden en lossen 15.1.1 Beoordelingsregels parkeergelegenheid - Parkeernormen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functie wijzigen van een gebouw of perceel wordt enkel verleend wanneer wordt voorzien in voldoende parkeergelegenheid conform de 'Nota Parkeernormen Amstelveen'; met dien verstande dat indien de 'Nota Parkeernormen Amstelveen' wordt gewijzigd of wordt vervangen door een andere beleidsregel inzake parkeergelegenheid en parkeernormen, er rekening dient te worden gehouden met de wijzigingen. 15.1.2 Beoordelingsregels laden en/of lossen Een omgevingsvergunning voor het bouwen, verbouwen, uitbreiden en/of functie wijzigen van een gebouw of perceel wordt slechts verleend, als, gelet op de functie van een gebouw en/of perceel voor een te verwachten behoefte aan ruimte voor het laden en/of lossen van goederen, in voldoende mate in ruimte voor het laden en/of lossen van goederen is voorzien aan, in of onder dat gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort, dan wel het perceel waarop de omgevingsvergunning betrekking heeft.
15.1.3 Specifieke beoordelingsregels parkeergelegenheid Indien uit een door de aanvrager van een omgevingsvergunning te overleggen parkeerbalans blijkt dat niet (geheel) kan worden voldaan aan voldoende parkeerplaatsen op eigen terrein waarbij rekening gehouden wordt met dubbelgebruik en de benodigde parkeerplaatsen niet in de openbare ruimte kunnen worden gerealiseerd, kan in afwijking van het bepaalde in lid 15.1.1 de omgevingsvergunning toch worden verleend indien: a. dit niet op stedenbouwkundige of verkeerskundige bezwaren stuit; b. de parkeerplaatsen voldoen aan de maatvoering- en bereikbaarheidseisen; c. strikte toepassing van de nota/beleidsregel leidt tot een bijzondere hardheid die niet door dringende redenen/noodzaak wordt gerechtvaardigd. 15.1.4 Specifieke beoordelingsregels laden en/of lossen In afwijking van het bepaalde in lid 15.1.2 kan de omgevingsvergunning toch worden verleend indien: a. het voldoen aan die bepalingen door bijzondere omstandigheden op overwegende bezwaren stuit; of b. voor zover op andere wijze in de nodige laad- en/of losruimte wordt voorzien. 15.1.5 Vergunningvoorschriften parkeren In aanvulling op het bepaalde in lid 15.1.1 en/of lid 15.1.3 kunnen voorschriften worden verbonden aan de omgevingsvergunning ten aanzien van: a. de aard, plaats en inrichting van de parkeer- en/of stallingsgelegenheid; b.
de aanwezigheid en aanduiding van parkeer- en/of stallingsgelegenheid uitsluitend ten behoeve van invaliden. 15.2 Brandvoorschriftengebied Ter plaatse van de locatie/aanduiding 'overige zone - brandvoorschriftengebied' geldt een brandvoorschriftengebied voor het bouwen van kwetsbare gebouwen of zeer kwetsbare gebouwen.
Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d - De Scheg Oost (8-3-2026)
35
15.3 Gezamenlijk geluid Het te hanteren gezamenlijk geluid voor het bouwen van geluidgevoelige gebouwen betreft de waarden van het gezamenlijk geluid zoals bepaald in het rapport ‘Akoestisch onderzoek Ontwikkeling De Scheg Oost, fase 1 t/m 4’ met datum 19 januari 2026, opgenomen in bijlage 11 bij de toelichting van dit TAM-omgevingsplan.
Regels TAM-omgevingsplan Hoofdstuk 22d - De Scheg Oost (8-3-2026)
36