Raadsvoorstel Perspectiefnota 2025 (inclusief eerste tijdvakrapportage 2024)
Tekst van het document
{{signer1}} 12/06/2024 10:14:54 CEST
Signed By: Poppens, T. <t.poppens@amstelveen.nl> ID: d7870e70-2c1b-4da3-a7e9-4b1e62937621 Auth: Scribble
{{signer2}} 12/06/2024 09:51:17 CEST
Signed By: Winthorst, H.H. <b.winthorst@amstelveen.nl>
RAADSVOORSTEL
ID: d7870e70-2c1b-4da3-a7e9-4b1e62937621 Auth: Scribble
Zaaknummer:
Z24-058844 / D24-171509
Voorstel van:
college van burgemeester en wethouders
Datum: Portefeuillehouder:
Behandelend ambtenaar:
W.Zeilstra 06 2889 1695 w.zeilstra@amstelveen.nl Financiën
11 juni 2024 wethouder Adam Elzakalai
Onderwerp
Perspectiefnota 2025 (incl. eerste tijdvakrapportage 2024) Raadsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:
In te stemmen met de Perspectiefnota 2025 inclusief 1e tijdvakrapportage 2024 en Meerjarig Projectplan Buitenruimte. Hierin is opgenomen: 1.
De financiële uitgangspunten (hoofdstuk 2.3) voor het opstellen van de programmabegroting 2025, te weten: a. Prijscompensatie van 0% b. Loonontwikkeling van 5,52% c. Algemene tariefindex van 2,22% d. Rekenrente van 1,75%
2.
De begroting 2024 – 2028 op basis van de voorstellen (hoofdstuk 2 en 5) te wijzigen: a. Incidentele budgetaanpassingen in 2024: € 13,2 miljoen, 2025: € 3,3 miljoen, 2026: € 5,1 miljoen, 2027: € 3,5 miljoen en voor 2028: € 6,6 miljoen. b. De incidentele effecten uit de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk (15-042024) vooruitlopend op de Meicirculaire 2024 te verwerken, te weten: i. teruggave BTW compensatiefonds (€ 1 miljoen); ii. bijdrage jeugdhulp (€ 2,2 miljoen); iii. Uitname Gemeentefonds (-€ 3,2 miljoen) c. Structurele budgetaanpassingen in 2024: € 2,5 miljoen, 2025: € 4,8 miljoen, 2026: € 6,5 miljoen, 2027: € 8,1 miljoen en voor 2028: € 10,2 miljoen. d. De stelpost ‘Nominaal’ structureel met € 720.000 te verlagen vanaf 2025 en de stelpost ‘Structurele opgave 2026 e.v.’ te verlagen met € 3,3 miljoen vanaf 2026. e. De structurele effect uit de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk (15-04-2024) vooruitlopend op de Meicirculaire 2024 te verwerken, te weten: i. Het vervallen van de opschalingskorting vanaf 2026 (€ 3,2 miljoen) f. Het in de structurele begroting opnemen van een stelpost ‘Besparingsopgave 2027 e.v.’ van € 0,9 miljoen in 2027 en € 3 miljoen voor 2028 en verder.
Pagina
2 van 11
3.
Ten aanzien van het investeringsplan maatschappelijk vastgoed (hoofdstuk 4.1 en bijlage 1) de nieuwe en geactualiseerde investeringen 2024-2028 vast te stellen als kaderstellend meerjarige investeringsplanning. Bestaande uit: a. € 76,7 miljoen onrendabele investeringen (kapitaallasten); b. € 13,6 miljoen rendabele investeringen (dekking via huren) en c. € 2,8 miljoen aan voorbereidingsbudgetten (algemene middelen).
4.
De volgende (geactualiseerde) kredieten 2024-2028 te voteren: a. € 4,10 miljoen voor de realisatie van Wijkcentrum Alleman (€ 4 miljoen onrendabel en € 0,1 miljoen rendabel); b. € 0,15 miljoen voor de uitbreiding van het Amstelveen College (volledig onrendabel) c. € 2,69 miljoen voor de vervangende nieuwbouw Werf Zorgvlied (volledig rendabel); d. € 0,64 miljoen voor een vloeistof dichte vloer op de Escapade (€ 0,3 miljoen rendabel en € 0,34 onrendabel).
5.
De mutaties ten aanzien van de reserves en voorzieningen vast te stellen conform hoofdstuk 11, met in het bijzonder: a. De algemene reserve in te zetten conform het overzicht in hoofdstuk 2.1 en hiertoe: i. De mutaties te verwerken inzake de winstafdrachten van de geraamde opbrengsten winstafdrachten en aanvullende opbrengsten locatie ontwikkelingen conform hoofdstuk 2.1 sub (c2); ii. De mutaties te verwerken inzake de autonome ontwikkelingen, de grote projecten (incl. Legmeer), maatschappelijk vastgoed, overig bestaand of nieuw beleid en incidenteel afdekken van structurele aanmeldingen conform hoofdstuk 2.1 sub (d)en iii. De mutaties te verwerken inzake de effecten uit de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk conform hoofdstuk 2.1 sub (e). b. Aan de reserve Duurzaamheid in 2024 € 300.000 te onttrekken voor het verhogen van het subsidieplafond ‘Verduurzamen woningen’; c. Aan de egalisatiereserve AA in 2025 €707.000 te onttrekken ter dekking van de incidentele implementatiekosten Omgevingswet; d. Aan de egalisatiereserve Afval in 2023 €0,675 miljoen te onttrekken ter dekking van de kosten voor het verwerken van lachgascilinders en
6.
Ten aanzien van het financieel kader Meerjarenprojectenplan Buitenruimte: a. kennis te nemen van het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2024-2027 conform bijlage 3 in deze Perspectiefnota, de afzonderlijke bijlagen A, B en D, alsmede van de budgettenlijst conform de geheime bijlage C; b. in te stemmen met onderstaande recapitulatie als kader voor de uitvoering en verantwoording:
Pagina
3 van 11
bedragen x 1.000 euro
c.
d.
Omschrijving onderdeel MPP
Totaal
2024
2025
-wegen
33.433
6.957
10.762
2026 9.939
2027 5.775
-verkeer
8.910
1.310
3.905
2.705
990
-verkeersregelinstallaties
3.850
890
1.975
885
100
-openbare verlichting
2.185
685
500
500
500
-groen, water en spelen
11.046
3.191
3.702
2.579
1.575
-riolering
16.636
2.274
6.465
5.708
2.190
Totaal
76.061 15.307 27.309
22.315
11.130
de jaarschijf 2024 van het Meerjarenprojectenplan bedoeld onder (a) te verwerken als begrotingswijziging, inclusief het wijzigen van het programma, (aanpassing) kredietvotering, (aanpassing) mutaties (investering)reserves en het meerjarig dekken van kapitaallasten via de reserve “dekking kapitaallasten”; De jaarschijven 2025-2027 van het Meerjarenprojectenplan bedoeld onder (a) op te nemen in de (meerjaren)begroting 2025-2027.
7.
Ten aanzien van de lokale heffingen: a. Vanuit de egalisatie voorziening riolen een bedrag van €0,8 miljoen te doteren in de spaarvoorziening vervanging riolen;
8.
Naar aanleiding van de Eerste Tijdvakrapportage 2024 in te stemmen met: a. De in hoofdstuk 9.1 “Begrotingsrechtmatigheid programma’s” vermelde budgettair-neutrale wijzigingen; b. De in hoofdstuk 9.2 “overige kredieten” vermelde mutaties; c. De in hoofdstuk 9.3 “reserves en voorzieningen” vermelde mutaties; i. De reserve "grote projecten" toevoegen aan artikel 5.6 van de financiële verordening waardoor een hogere mutatie dan begroot is toegestaan mits het aan het doel van de reserve voldoet. ii. Instellen van de reserve "Vervanging inrichting kantoren" voor de inrichting van kantoren op diverse locaties. d. De afschrijvingstermijn voor "Voertuig voor patrouilles in wijken" vaststellen op 5 jaar en de afschrijvingstermijn voor "Waterwagen" op 15 jaar met ingang van het begrotingsjaar 2024. e. De begroting 2024 na wijziging vaststellen op € 6,6 miljoen nadelig. f. De plafondbedragen die ten laste komen van het Lokaal werkbudget Oekraïne vaststellen op de in deze tijdvak geactualiseerde prognosebedragen van totaal € 38,865 miljoen.
9.
Ten aanzien van het bestedingsplan Groen, Water en Recreatie (‘Groenfonds’) de begroting te wijzigingen conform de financiële tabel in hoofdstuk 10.
10. De uitkomsten van de meicirculaire 2024 c.a. te verwerken conform de hierover aangeboden separate notitie, inhoudende: a. Een structureel budgettair neutraal beeld ten opzichte van het begrotingskader in de Perspectiefnota conform regel C.1. in het financieel totaaloverzicht in de aangeboden notitie met inachtneming van:
Pagina
4 van 11
i.
b.
c.
een inzet van de stelpost nominaal van € 0,4 miljoen in 2024 en aanvullend € 2,4 miljoen vanaf 2025 (totaal € 2,8 miljoen structureel); ii. een structurele toevoeging aan de stelpost areaal in 2024 van € 0,6 miljoen en een onttrekking aan de stelpost areaal van € 0,6 miljoen vanaf 2025 (per saldo neutraal); Incidentele bedragen ten laste van de algemene reserve (via begrotingssaldo) van € 204.000 in 2024, € 97.000 in 2025 conform regel C.2. in het financieel totaaloverzicht in de aangeboden notitie (totaal €301.000 nadelig); Budgettair neutrale verwerking van taakmutaties conform de specificatie van onderdeel A.2 in het financieel totaaloverzicht in de aangeboden notitie met totaalbedragen van € 770.000 in 2024, € 381.000 in 2025, € 386.000 in 2026, € 583.000 in 2027 en € 393.000 in 2028; Een structurele verhoging per 2024 van de raming uitkering BUIG met € 926.000 en van raming bijstandsuitgaven met € 1.375.000, per saldo € 449.000 nadelig, conform regel B in het financieel totaaloverzicht in de aangeboden notitie.
11. De financiële gevolgen van de hiervoor genomen besluiten 1 tot 10: a. Voor de jaarschijf 2024 te verwerken als begrotingswijziging, inclusief het wijzigen van programma’s, muteren van reserves, activeren van investeringen, verwerken kapitaallasten, c.a; b. Voor de jaarschijf 2025 en verder op te nemen in de (meerjaren)begroting 20252028. 12. Het college te mandateren tot het doen van strategisch vastgoed aankopen tot een maximum van € 5.000.000 en deze achteraf te verantwoorden via de reguliere P&C cyclus en dit bij de eerstvolgende wijziging op te nemen in de Financiële Verordening Amstelveen. Samenvatting
De perspectiefnota kent doorgaans een horizon van vier jaar. In het geval van Amstelveen ziet u ook de effecten op het begrotingssaldo in het huidige lopende jaar. Dit zou betekenen dat wij u de financiële effecten laten zien voor de jaren 2024-2028. De wereld stopt echter niet na vier jaar en om een beter beeld te geven wordt in deze perspectiefnota een doorkijk gegeven voor 2029/2030. Onzekerheden rondom Rijksfinanciën, een nieuw kabinet, oorlog in de Oekraïne en stijgende kosten zijn er nog steeds. Wel is met het uitkomen van de Voorjaarsnota van het Rijk duidelijk geworden dat de ‘opschalingskorting’ komt te vervallen. Voor Amstelveen betekent dit € 3,2 miljoen aan structurele ruimte. Dit geeft ons de mogelijkheid de structurele kosten voor Jeugdhulp ook structureel te verwerken. Hiermee normaliseren we de kosten voor Jeugdhulp binnen onze begroting en krijgt het eenzelfde karakter als onze andere taken. Met deze Perspectiefnota ligt er een structureel sluitend financieel beeld voor 2025 en 2026 en een relatief gering tekort in 2027. Om onze ambities ook in de toekomst waar te kunnen maken lijken we op termijn (2028 en verder) niet te ontkomen aan het nemen van besparingsmaatregelen. Gezien alle onzekerheden staat de omvang en het tijdspad waarin we tot maatregelen moeten komen nog niet vast. Bij de Perspectiefnota 2026 verwachten we hier een completer beeld van te hebben.
We sorteren wel alvast voor door bijvoorbeeld
Pagina
5 van 11
bij het opstellen van een nieuwe Nota Wegen als kaderstellend uitgangspunt mee te geven dat extra kosten (waaronder oplopende instandhoudingskosten in verouderende wijken) binnen het Meerjarenproject Plan Buitenruimte (MPP) opgevangen moeten worden. Doel
1. 2.
Goede voortgang van gemeentelijk beleid en uitvoering met behoud van een duurzaam gezonde financiële positie; De gemeenteraad faciliteren in debat en besluitvorming over koers en kaders voor de Amstelveense meerjarenbegroting 2025-2028, inclusief actualisering van de lopende begroting 2024.
Prestatie
De besluitvorming over de Perspectiefnota 2025 geeft het kader voor de opstelling van de Programmabegroting 2025 (inclusief bijstelling begroting lopend jaar) om de dienstverlening en lopende projecten in brede zin voortgang te laten vinden. Voorgeschiedenis en context
Met de Perspectiefnota 2025 komen we halverwege deze bestuursperiode. In het coalitieakkoord 2022 – 2026 ‘Warm hart voor Amstelveen – met kansen voor de toekomst’ hebben wij een bestuurlijke koers neergelegd met ambities, doelstellingen en maatregelen. In een tussenbalans hebben we inzichtelijk gemaakt waar we staan. Wij geven met veel inzet invulling aan het coalitieakkoord. Veel is al gerealiseerd of in de maak. De komende twee jaar ligt de focus dan ook op verdere uitvoering en afronding. Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit
Vertrekpunt voor de beschikbare incidentele middelen is de stand van de algemene reserve op basis van de jaarstukken 2023; de stand per 1 januari 2024. Deze bedraagt € 65,8 miljoen. De incidenteel benodigde middelen voor de periode 2024-2028 bedragen in totaal € 38,7 miljoen. Voor 2029/2030 komt daar naar verwachting nog € 6,9 miljoen bij. Wanneer rekening gehouden wordt met de minimale buffer van € 15 miljoen zoals afgesproken met de raad wordt de algemene resreve t/m 2030 voor het grootste deel ingezet.
Overzicht Algemene Reserve
Pagina
6 van 11
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
65.793
44.176
46.672
28.600
30.648
27.038
21.303
9.573
794
-2.641
890
771
206
-1.737
(a) 2e tijdvak 2023
-10.312
-296
-29
(a) Jaarrekening 2023 en overhevelingen
-4.274
-70
-108
(b) Raadsbesluiten 2024
-2.338
27
1. Actualisatie o.b.v. Jaarstukken 2023
-2.846
6.130
-8.542
4.667
2. Actualisatie Perspectiefnota 2025
-14.770
8.860
-453
-622
1.794
1.278
(bedragen x € 1.000)
Stand per 01-01 (JR2023)
(a) Bestaand verloop t/m Begroting 2024 (a) Septembercirculaire 2023
-29
-108
(c) Grondexploitaties (incl. toekomstig)
1.835
(d) Mutaties via Perspectiefnota 2025 Autonome ontwikkelingen
3.344
-543
-443
8
8
8
8
Grote projecten (incl. Legmeer)
-7.357
-1.506
-1.700
-1.482
-8.023
-5.900
-2.400
Maatschappelijk vastgoed
521
-1.472
-1.889
-953
-274
-1.636
-
Overig bestaand of nieuw beleid
7.584
-4.571
-1.268
-430
-150
-
-
Incidenteel af te dekken structurele aanmeldingen
-2.513
-4.041
673
(e) Effecten Gemeentefonds uit Voorjaarsnota Teruggave vrijval btw-compensatiefonds
1.000
Incidentele bijdrage Jeugdhulp
2.200
Uitname Gemeentefonds
-3.158
Geraamde stand per 31-12
44.176
46.736
28.600
30.648
27.038
21.303
20.189
Minimaal aan te houden buffer
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
-15.000
Resterende beschikbare ruimte
29.176
31.736
13.600
15.648
12.038
6.303
5.189
(a) De besluitvorming t/m 2023 (inclusief begroting 2024 en jaarstukken 2023) legt een beslag van € 7,4 miljoen op de algemene reserve. (b) In 2024 zijn voor € 2,3 miljoen aan losse raadsbesluiten geweest met als voornaamste de overname van gronden en hockeyvelden. (c) De actualisatie van onze grexen is een belangrijk onderdeel binnen de algemene reserve. De actualisatie laat over de periode t/m 2028 een opbrengst van € 24,3 miljoen zien. Voor de periode 2029/2030 wordt rekening gehouden met nog eens € 3 miljoen aan inkomsten. (d) Via deze perspectiefnota wordt t/m 2028 voor circa € 26,5 miljoen aan incidentele middelen gevraagd. a. De autonome ontwikkelingen betreffen de onvoorziene, onvermijdbare en onuitstelbare ontwikkelingen op basis van bijvoorbeeld wetgeving. b. De zogenaamde ‘grote projecten’ nemen een belangrijk deel van de benodigde middelen in beslag de komende jaren. Het gaat t/m 2028 om circa € 20 miljoen en voor 2029/2030 nog eens € 10 miljoen. c. De kosten voor maatschappelijk vastgoed en onderwijshuisvesting betreffen voorbereidingskosten (IKC De Scheg, Orion, Lindelaan),
Pagina
7 van 11
inpandige aanpassingen (brede school Rembrandt en Noordammerweg) en het verduurzamen van gemeentelijk vastgoed. d. Voor het uitvoeren of intensiveren van bestaand beleid alsmede enkeel nieuwe beleidsvoorstellen wordt € 1,1 miljoen gevraagd. Grote posten hierbinnen zijn enerzijds inkomsten voor het Werkbudget Oekrainers (€ 9,4 miljoen). Anderzijds wordt voor infrastructurele maatregelen € 3,3 miljoen gevraagd, voor de J&O agenda gaat het om € 1,6 miljoen inclusief budget voor de motie rondom de lerarenbeurs. e. Er is binnen de structurele begroting onvoldoende ruimte om alle voorstellen te dekken in 2024-2026. Het ongedekte deel wordt daarom incidenteel afgedekt vanuit de algemne reserve. (e) Met de komst van de Voorjaarsnota zijn ook enkele elementen benoemd die van invloed zijn op de beschikbare middelen. VNG en het Rijk hebben een akkoord gesloten over een eenmalige uitname uit het gemeentefonds in 2025. Hiervoor krijgen de gemeente terug dat de structurele opschalingskorting komt te vervallen. Voor Amstelveen betkent dit een eenmalige tegenvaller van € 3,2 miljoen. Anderzijds is ook aangegeven dat voor jeugdhulp er nogmaals eenmalige middelen beschikbaar komen (€ 2,2 miljoen) en is er een meevaller uit het BTW compensatiefonds. Met deze Perspectiefnota ontstaat een sluitende meerjarenbegroting.
Om daartoe te komen zijn enkele aannames gedaan over te verwachte aanvullende gemeentefonds uitkeringen (via meicirculaire).
De structurele opgave beloopt circa € 10 miljoen vanaf 2028 en loopt daarna verder op tot circa € 14 miljoen vanaf 2030. In deze opgave is het volledige huidige tekort Jeugdhulp (bedraagt circa € 5,3 miljoen) opgenomen. Hiermee varen wij een nieuwe koers en blijven dit tekort niet langer
Pagina
8 van 11
incidenteel afdekken. De reden is dat wij voldoende aanknopingspunten zien voor tegemoetkomingen vanuit het Rijk en daarnaast nemen wij onze eigen verantwoordelijkheid om de kosten te beperken en een tekort binnen de begroting in te passen (zie verder paragraaf 2.2.1). Een tweede belangrijk element is dat we voor het project Legmeer de nodige financiële stappen zetten. Gezien de verwachte looptijd van project worden sommige kostenonderdelen (financieringslasten, risicoreservering, kapitaallasten) als structureel in de begroting opgenomen, ook al zal het project op enig moment afgerond zijn. Het gaat hierbij om € 1,9 miljoen vanaf 2028 en loopt op tot circa € 4,7 miljoen in 2030. (f) De autonome ontwikkelingen met een structureel effect belopen € 3 miljoen. (g) Structurele lasten rondom maatschappelijk vastgoed en onderwijshuisvesting betreffen de kapitaallasten van de investeringen. (h) De meeste lasten voor de grote zijn incidenteel van aard. Echter brengt Legmeer enkele structurele lasten met zich mee. Dit komt enerzijds door de looptijd van het project waardoor de financieringslasten en de risicoreservering als structureel beschouwd dienen te worden. Daarnaast wordt er gekozen om de kosten voor diverse infrastructurele aanpassingen te activeren en de kapitaallasten direct in de exploitatiebegroting te verwerken.
(i) De overige aanmeldingen geven een structurele last van € 3,5 miljoen met inbegrip van alle kosten Jeugdhulp. Voor de kosten jeugdhulp wordt rekening gehouden met te verwachten Rijksbijdrage (hetzij door te nemen maatregelen, hetzij door te verstrekken middelen). Zie voor meer achtergrond over de verwerking van de kosten Jeugdhulp hoofdstuk 3. (j) Binnen de begroting zijn enkele stelposten aanwezig die ingezet kunnen worden ter dekking van structurele lasten. (k) De VNG heeft met het Rijk afspraken gemaakt over de gemeentefinancien. Onderdeel binnen deze afspraken is het structureel vervallen van de opschalingskorting. Normaal gesproken wordt de Voorjaarsnota van het Rijk betrokken bij de uitwerking van de meicirculaire maar gezien de omvang is deze toch al verwerkt in de perspectiefnota. (l) Om de jaren 2024-2026 sluitend te krijgen (op ‘0’ uitkomen) wordt voorgesteld de tekorten in 2024 en 2025 ten laste te brengen van de algemene reserve. In 2026 is er juist een incidentele overdekking door de vrijval van de stelposten. Het incidentele bedrag komt dan juist ten gunste van de algemene middelen. (m) Om de volledige € 10 miljoen aan benodigde structurele lasten te kunnen dekken is aanvullende begrotingsruimte nodig. Deze moet worden bereikt door ombuigingen. Vooralsnog wordt uitgegaan van een beprkt benodigd bedrag van € 0,9 miljoen in 2027 en circa € 3 miljoen in 2028.
De hoogte en timing van de benodigde ombuigingen is nog onzeker. VNG en het Rijk hebben welliswaar afspraken gemaakt maar nemen niet alle pijnpunten weg. Landelijk wordt nog steeds gesproken over een ‘ravijnjaar’, mochten VNG en rijk nog tot nadere afspraken komen dan geeft dit extra middelen voor Amstelveen. Aan de andere kant zijn er ook zorgen over het onlangs afgesloten hoofdlijnen akkoord. Bij een volgende perspectiefnota hopen wij meer duidelijkheid te hebben en daarna te kunnen bepalen of een grote ombuigigsoperatie nodig is.
Besluitpunt 1 geeft de technische uitgangpunten voor de opstelling van de programmabegroting 2025. Deze zijn opgenomen in hoofdstuk 2 van het boekwerk.
Pagina
9 van 11
Besluitpunt 2 betreft de incidentele en structurele effecten van de bestedingsvoorstellen zoals opgenomen in de Perspectiefnota in hoofdstuk 2 en 5. Besluitpunt 3 betreft het kaderstellend maken van het Investeringsplan Maatschappelijk vastgoed, zoals weergegeven in hoofdstuk 4.1. Een deel van deze investeringen zijn ‘onrendabel’ (€ 76,6 miljoen) waarbij de kapitaallasten die hieruit voortvloeien binnen de structurele begroting gedekt worden. Een tweede deel betreft rendabele investeringen (€ 13,6 miljoen) waarvoor geld dat de kapitaallasten die hieruit voortvloeien gedekt worden via huurinkomsten. Een laatste deel zijn de voorbereidingskredieten (€ 2,8 miljoen), deze komen direct ten laste van de exploitatiebegroting en worden gedekt vanuit de algemene reserve. Het overzicht is meerjarig kaderstellend waarbij niet alle investeringen die hierin zijn opgenomen ook direct met deze perspectiefnota zijn gevoteerd. Besluitpunt 4 betreft de kredieten die met deze perspectiefnota worden gevoteerd. Andere in deze perspectiefnota opgenomen kredieten worden op een later moment aan de raad voorgelegd. Besluitpunt 5 betreft de formele besluitvorming over de inzet van de (bestemmings)reserves en voorzieningen. In hoofdstuk 11 treft u een overzicht van de mutaties. In hoofdstuk 5 treft u de inhoudelijke toelichting op de mutaties.
Besluitpunt 6 betreft het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte. Dat is het instrument voor een samenhangende programmering en verantwoording op de werkzaamheden in de buitenruimte. Hoofdstuk 8 bevat een toelichting op de hoofdlijnen met in bijlage 3 in het boekwerk een financiële uitwerking van de verschillende onderdelen (taakvelden) van het programma. Uitvoeriger specificaties zijn beschikbaar via afzonderlijke bijlagen, deels geheim om de financiële belangen van de gemeente niet te schaden.
Besluitpunt 7 geeft vanuit het tarievenbeleid voor de lokale heffingen zoals opgenomen in hoofdstuk 6 de mutaties voor de egalisatievoorziening en spaarvoorziening riolen. Besluitpunt 8 gaat in op de nodige neutrale, financieel-administratieve mutaties voor faseringen vanuit de jaarrekening, begrotingsrechtmatigheid uitgaven/inkomsten mutaties die wij apart hebben verzameld en toegelicht in de Eerste Tijdvakrapportage 2023. Besluitpunt 9 geeft een nadere invulling van het fonds Groen, Water en Recreatie (‘Groenfonds’). Met het besluit worden budgetten verwerkt in de regulieren begroting conform hoofdstuk 10 uit het boekwerk. Besluitpunt 10 geeft de uitkomsten weer van de separaat bijgevoegde notitie Meicirculaire 2024 en bijstandsgelden 2024. Deze kwamen te laat om nog in de Perspectiefnota 2025 te verwerken en komt daarom in de vorm van een aparte notitie. Dit is het jaarlijks gangbare proces en zorgt ervoor dat de uitkomsten wel betrokken kunnen worden bij de besluitvorming over de Perspectiefnota 2025. Besluitpunt 11 zorgt voor effectuering van de voorgestelde besluitvorming (punten 1 t/m 10) voor het lopende jaar door het dienovereenkomstig wijzigen van de begroting 2024. De besluitvorming voor 2025 en verder krijgt een plek in de opstelling van de meerjarenbegroting 2025-2028 die op de rol staat voor de begrotingsraad van 13 november 2024.
Vaststelling en wijziging van de begroting is voorbehouden aan de gemeenteraad.
Pagina
10 van 11
Besluitpunt 12 In het coalitieakkoord is opgenomen dat de gemeente meer regie wil voeren op het ontwikkelen van maatschappelijk vastgoed. Onderdeel hiervan is ook het proactief aankopen van vastgoed. Vastgoed dat past binnen de doelstellingen van Amstelveen zoals neergelegd in het coalitieakkoord en de diverse beleidsnota’s. Als zich een geschikte kans voordoet moet het college eerst naar de gemeenteraad om de benodigde financiële middelen te vragen, er is immers geen aparte reserve hiervoor. De tijd hiervoor is niet altijd beschikbaar en lopen we het risico de mogelijkheid aan ons voorbij te laten gaan. Om dit te voorkomen vragen om in de financiële verordening op te nemen dat het college bevoegd is tot het doen van strategische vastgoed aankopen en dit achteraf te verantwoorden. Achteraf verantwoorden houdt in dat wordt toegelicht op welke wijze de aankoop past binnen de gemeentelijke doelstellingen, hoe het vastgoed beheert wordt in de tijd tussen aankoop en maatschappelijke invulling en hoe de kosten gedekt worden.
Keuzemogelijkheden/alternatieven
N.v.t. Participatie
N.v.t. Kanttekeningen en risico’s
Voor de Perspectiefnota 2024 zijn een aantal reële aannames gedaan, vooruitlopend op de Meicirculaire, voor verwachte aanvullende uitkeringen uit het gemeentefonds. In de Perspectiefnota is aangegeven om welke aannames het gaat. De Meicirculaire is inmiddels bekend waardoor duidelijk is dat de aannames gegrond zijn en er geen verder risico meer bestaat. De meicirculaire kwam echter te laat om te verwerken in de perspectiefnota zelf maar vormt een afzonderlijke bijlage bij dit raadsvoorstel. Financiën
Boekwerk Perspectiefnota 1. De structurele voorstellen in de Perspectiefnota gaan vergezeld van een financieel-technisch dekkingsplan. De Perspectiefnota handhaaft het structurele beeld uit de vertrekpositie, een structureel sluitende meerjarenbegroting met inachtneming van het vanwege achterblijvende Rijksbekostiging incidenteel opgenomen tekort sociaal domein. 2. De voorstellen eenmalige middelen doen een beroep op de algemene reserve.
Notitie Meicirculaire 1. De meicirculaire en de bijstelling van de BUIG-budgetten betekenen “onderaan de streep” een beperkt incidenteel nadeel van € 0,3 miljoen, verspreid over de jaarschijven 2024 en 2025. Deze bedragen komen ten laste van de algemene reserve en zijn de resultante van een groot aantal uiteenlopende mutaties van technische aard; 2. Structureel komt de uitwerking van de meicirculaire uit op een sluitend beeld ten opzichte van de kaders in de Perspectiefnota 2025. De Perspectiefnota houdt rekening met structureel € 6,5 miljoen aan extra dekkingsmiddelen via het schrappen van de opschalingskorting (€ 3,2 miljoen) en extra Jeugdgelden (€ 3,3 miljoen). Dit voordeel wordt geëffectueerd. 3. De nader voorlopige vaststelling van het BUIG-budget 2024 (bijstandsgelden) in samenhang met de actuele prognose van de bijstandsuitgaven leidt tot een structureel nadeel vanaf 2024 van € 0,45 miljoen. Dit nadeel kan worden opgevangen binnen een “all-in” structureel sluitend beeld via de uitwerking van de meicirculaire; 4. De circulaire bevat verder de nodige specifieke taakmutaties. Deze mutaties worden budgettair neutraal verwerkt in relatie met samenhangende uitgaven- en of inkomstenposten. Belangrijkste posten zijn een incidenteel bedrag 2024 voor
Pagina
11 van 11
uitvoeringskosten Omgevingswet en structureel extra middelen voor aanpak armoede en schulden en voor WSW/Beschut werk met ingang van 2024. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning
De besluitvorming over de Perspectiefnota 2025 wordt, voor wat betreft 2025 en verder, verwerkt in de Programmabegroting 2025, te behandelen in de raadsvergadering van 13 november 2024. Evaluatie
N.v.t. Duurzaamheidsaspecten
N.v.t. Bijlagen
1. Perspectiefnota 2025 (inclusief in document opgenomen bijlagen) 2. Afzonderlijke bijlagen bij Perspectiefnota 2025: a. Meerjarenprojectenplan Buitenruimte Amstelveen 2024-2027. b. Notitie Uitkomsten meicirculaire 2024 gemeentefonds en bijstandsgelden 2024 c. (GEHEIM) Budgettenlijst Meerjarenprojectenplan Buitenruimte Amstelveen 2024-2027. d. Indicatieve planning bij Meerjarenprojectenplan Buitenruimte Amstelveen 2024-2027.
De secretaris,
De voorzitter,
Bert Winthorst
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.