Raadsvoorstel Nadere regels standplaatsen Amstelveen 2024
Tekst van het document
{{signer1}} 08/11/2023 11:39:45 CET
Signed By: Poppens, T. <t.poppens@amstelveen.nl> ID: 183501e4-2a99-4947-ac16-1249cc674123 Auth: Scribble
RAADSVOORSTEL
{{signer2}} 08/11/2023 08:30:21 CET
Signed By: Winthorst, H.H. <b.winthorst@amstelveen.nl> ID: 183501e4-2a99-4947-ac16-1249cc674123 Auth: Scribble
Zaaknummer:
Z23-094992
Voorstel van:
college van burgemeester en wethouders
Datum: Portefeuillehouder:
Behandelend ambtenaar:
M. Prent 0652098230 m.prent@amstelveen.nl Stedelijke Ontwikkeling
7 november 2023 wethouder Adam Elzakalai
Onderwerp
Nadere regels standplaatsen Amstelveen 2024. Raadsbesluit
Het college van burgemeester en wethouders stelt de raad voor te besluiten:
De nadere regels standplaatsen Amstelveen 2024 vast te stellen Samenvatting
In de nadere regels standplaatsen Amstelveen 2024 is de systematiek van toekenning en de duur van de vergunning aangepast. Standplaatsvergunningen worden in de nadere regels toegekend middels loting en de duur van de vergunning wordt aangepast van vijf naar twaalf jaar. In het beleid vervalt het voorrangsrecht voor bestaande standplaatshouders maar krijgen ze wel een overgangstermijn van twaalf jaar. Met deze aanpassing voldoet het beleid aan de dienstenrichtlijn. Doel
De nadere regels standplaatsen Amstelveen 2024 zorgen ervoor dat standplaatsenvergunningen op de juiste manier worden verstrekt. Prestatie
N.v.t. Voorgeschiedenis en context
In 2018 heeft de gemeente het standplaatsenbeleid vastgesteld. In dit beleid is de vergunningsduur aangepast van onbepaalde tijd naar vijf jaar. Bestaande standplaatshouders behielden bij een nieuwe vergunning wel voorrangsrecht. Na vaststelling van het beleid zijn er een aantal ontwikkelingen geweest die van invloed zijn op de vergunningverlening. Er is vast komen te staan dat standplaatsvergunningen worden gezien als schaarse vergunningen. Op het moment dat er sprake is van schaarse vergunningen dan gelden er een aantal voorwaarden. De belangrijkste voorwaarden zijn dat vergunningen voor een bepaalde tijd dienen te worden afgegeven en iedereen dient een gelijke kans te krijgen om een vergunning te verkrijgen. Het voorrangsrecht dient daarom te vervallen. Een andere ontwikkeling is dat de duur van vijf jaar voor een vergunning te kort is. Ondernemers hebben dan onvoldoende tijd om de investering terug te verdienen. Dit is vast komen te staan in verschillende rechtszaken. Het standplaatsenbeleid dient aangepast te worden op deze punten.
Pagina
2 van 3
Overwegingen die hebben geleid tot het voorgestelde besluit
De eerste aanpassing die is gedaan is om het standplaatsenbeleid 2018 te vertalen naar nadere regels. Door het gebruik van nadere regels zijn de procedures en voorschriften duidelijk voor de standplaatshouders. Daarnaast kunnen de nadere regels door het college worden aangepast. De bevoegdheid om dit te kunnen doen zal worden meegenomen in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) van 2025. Ten slotte past het gebruik van nadere regels binnen de omgevingsvisie. Om te voldoen aan de wetgeving op het gebied van schaarse vergunningen zijn de regels op een aantal punten aangepast. In de nadere regels staat nu opgenomen dat bestaande standplaatshouders geen voorrangsrecht meer hebben. Op het moment dat een vergunning afloopt publiceert de gemeente deze en iedereen kan er op inschrijven. Wanneer er sprake is van meerdere gegadigden dan zal er sprake zijn van loten. De volledige procedure staat opgenomen in de nadere regels. Tenslotte zal de vergunning worden verstrekt voor de duur van twaalf jaar. Op basis van jurisprudentie wordt dit gezien als termijn waarop investeringen worden terugverdiend. In de nadere regels verdwijnt het voorrangsrecht en word gekozen voor loten. Dit is een grote verandering voor de bestaande standplaatshouders. Deze hebben niet langer de zekerheid dat de bestaande vergunning wordt verlengd. Er staat daarom een overgangstermijn opgenomen in het beleid.
Bestaande standplaatshouders krijgen eenmalig een nieuwe vergunning voor twaalf jaar. Op deze wijze hebben ze voldoende tijd om de gedane investeringen terug te verdienen en zich voor te bereiden op een nieuwe systematiek. De standplaatshouders in het stadshart zijn hiervan uitgezonderd. In het beleid van 2018 stond al opgenomen dat deze standplaatsen dienen te verdwijnen. Keuzemogelijkheden/alternatieven
In de nadere regels worden er belangrijke keuzes gemaakt over de wijze van toekenning, de vergunningsduur en de overgangstermijn. Bij de wijze van toekennen van de vergunning wordt gekozen voor de systematiek van loten. Er kan echter ook worden gekozen voor volgorde van binnenkomst of voor kwalitatieve toetsing. De keuze voor loten is gemaakt omdat dit de meest onafhankelijke methode van toekenning is. Er is niet gekozen voor kwalitatieve toetsing omdat dit erg lastig uit te voeren is. Als gemeente moeten we dan kwalitatieve criteria op te stellen die voldoen aan de beginselen evenredigheid, gelijkheid en non-discriminatie. Vervolgens dienen aanvragen getoetst te worden aan deze criteria. Het is een erg uitvoerige procedure waarbij bestaande standplaatshouders niet bij voorbaat een grotere kans maken. Er is gekozen voor een vergunningsduur van twaalf jaar voor standplaatsvergunningen. Uit jurisprudentie is dit naar voren komen als een redelijke termijn. Vanuit de brancheorganisatie Centrale Vereniging voor Ambulante Handel (CVAH) wordt aangegeven dat deze duur eigenlijk te kort is. Standplaatshouders hebben te maken met stijgende kosten door onder andere strengere milieu eisen en hebben daarom meer tijd nodig om de investeringen terug te verdienen. Als gemeente houden we vast aan de termijn van twaalf jaar. Ten slotte is er gekozen voor een overgangstermijn van twaalf jaar.
Bij de herziening van het standplaatsenbeleid in 2018 is gekozen voor een te korte termijn. Daarom is nu het voorstel om te kiezen voor twaalf jaar zodat bestaande standplaatshouders voldoende tijd hebben om de investeringen terug te verdienen. Dit is geen vaststaande termijn. Het gevolg van deze keuze is dat eventuele nieuwe toetreders twaalf jaar moeten wachten voordat ze mogelijkheid krijgen voor een standplaatsvergunning.
Pagina
3 van 3
Participatie
De concept procedures en voorschriften zijn besproken met de huidige standplaatshouders. Hieruit komt naar voren dat voor de standplaatshouders een overgangstermijn erg van belang is. In samenspraak met de standplaatshouders is daarom gekozen voor een overgangstermijn van twaalf jaar. Kantekeningen en risico’s
In het beleid is gekozen voor een overgangstermijn van twaalf jaar. De systematiek is dat bij vaststelling van het beleid de bestaande vergunningen worden ingetrokken en de standplaatshouders een nieuwe vergunning krijgen voor twaalf jaar. Het risico is dat beoogde nieuwe standplaatshouders bezwaar gaan maken tegen deze systematiek. Op deze wijze krijgen zij namelijk geen kans om een vergunning te verkrijgen. Als gemeente denken wij dat voldoende hebben gemotiveerd dat deze overgangstermijn noodzakelijk is voor de bestaande standplaatshouders. De intrekking en het opnieuw verlenen van de bestaande vergunningen wordt gedaan op basis van artikel 1.6 van de APV. Hierin staat opgenomen dat de vergunning mag worden ingetrokken onder een aantal voorwaarden. Deze onderbouwing kan worden betwist door overige belanghebbenden. Financiën
Het Standplaatsenbeleid heeft geen verdere financiële consequenties. Vervolgstappen Uitvoering en procesplanning
Op het moment dat de nieuwe regels worden vastgesteld in de raad zullen de bestaande vergunningen binnen zes maanden worden ingetrokken en opnieuw worden verleend aan de bestaande standplaatshouders. Dit geldt niet voor de standplaatshouder in het Stadshart. Evaluatie
De regels voor standplaatsen zijn aangepast op basis van de evaluatie van de huidige systematiek. Duurzaamheidsaspecten
N.v.t. Bijlagen
Bijlage 1; Nadere regels Standplaatsen Amstelveen 2024. Bijlage 2: Situatietekeningen Standplaatsen Amstelveen.
De secretaris,
De voorzitter,
Bert Winthorst
Tjapko Poppens
Dit document is elektronisch ondertekend. Zie de elektronische handtekening(en) rechtsboven op pagina 1.