CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Participatie en Inspraakverordening Amstelveen 2021

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 21 april 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Participatie- en inspraakverordening Amstelveen 20212.421 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Besluit van de raad van de gemeente Amstelveen tot vaststelling van de Participatie- en inspraakverordening Amstelveen 2021

Zaaknummer: Z21-019063

De raad van de gemeente Amstelveen; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 9 maart 2021 gelet op artikel 150 van de Gemeentewet en afdeling 3.4 Awb; besluit vast te stellen de:

Participatie- en inspraakverordening Amstelveen 2021

HOOFDSTUK 1. ALGEMEEN Artikel 1.1 Onderwerp Deze verordening regelt de betrokkenheid van inwoners, bedrijven en belanghebbenden bij de ontwikkeling – mede omvattend de voorbereiding, uitvoering en evaluatie - van gemeentelijk beleid en de rol van het college en de raad in deze processen. Deze verordening is daarnaast van toepassing op de manier waarop de gemeente reageert of ondersteuning biedt aan initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, of andere betrokkenen. Artikel 1.2 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. bestuursorgaan: college of raad, afhankelijk van de vraag welk bestuursorgaan bevoegd is ten aanzien van het onderwerp van de participatie; b. burgerinitiatief:

initiatieven van inwoners, maatschappelijke organisaties, bedrijven die lokaal van belang zijn of een lokaal belang hebben of een combinatie daarvan;

c.

het college van burgemeester en wethouders;

college:

d. inspraak:

een door of namens het bestuursorgaan georganiseerde gelegenheid voor inwoners, bedrijven en belanghebbenden

[Participatie- en inspraakverordening 2021] 101/F105/ICT

Pagina

2 van 8

om hun mening over beleidsvoornemens te geven en daarover toelichting te geven en van gedachten te wisselen voorafgaand aan de definitieve besluitvorming door de raad of door het college; e.

participatie:

het deelnemen van inwoners, bedrijven en belanghebbenden bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van gemeentelijk beleid of gemeentelijke plannen, alsmede (het door de gemeente ondersteunen van) burgerinitiatieven van inwoners, bedrijven en belanghebbenden met impact op de lokale samenleving;

f.

raad:

de gemeenteraad;

g. uitdaagrecht:

het recht op het overnemen van lokale voorzieningen en taken van de gemeente (ook wel right-to-challenge genoemd).

Artikel 1.3 Doelstelling en reikwijdte 1. Deze verordening beoogt de kwaliteit van lokale democratische processen te vergroten, de samenwerking tussen de gemeente en inwoners te versterken en helderheid te scheppen over proces en rolverdeling. 2.

Participatie of inspraak wordt toegepast indien redelijkerwijs is te verwachten dat: a. er belanghebbenden zijn bij het betreffende beleid of besluit; of b. betrokken inwoners of experts over relevante ervaringskennis of inzichten beschikken die bruikbaar zijn bij de ontwikkeling van het beleid of besluit.

3.

Participatie of inspraak wordt in beginsel niet toegepast: a. als dit bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten of ten aanzien van een formele aanvraag om een besluit waarvoor een wettelijke beslistermijn geldt; b. indien sprake is van uitvoering van regelingen van hogere overheden waarbij het college of de raad geen ruimte heeft om eigen afwegingen te maken; c. ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld beleidsvoornemen; d. ten aanzien van een beleidsvoornemen dat uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op interne of organisatorische aangelegenheden van de gemeente; e. als dit betrekking heeft op de begroting, de rekening, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en belastingen als bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; f. als de belanghebbenden al op een andere manier in een vroeg stadium bij de voorbereiding van het beleid of het besluit zijn of worden betrokken, of het beleidsvoornemen rechtstreeks voortvloeit uit een beleidsvoornemen waarover al inspraak heeft plaatsgevonden; g. indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan voor kwetsbare groepen in de samenleving; h. indien het beleidsvoornemen dermate spoedeisend is, dat de uitkomst van inspraak niet kan worden afgewacht.

4. Participatie, inspraak en uitdaagrecht worden uitsluitend verleend aan inwoners, belanghebbenden en bedrijven of organisaties die lokaal van belang zijn of een lokaal

Pagina

3 van 8

belang hebben. 5. Deze verordening is niet van toepassing op participatie of initiatieven van inwoners en bedrijven waarvoor andere specifieke regelgeving geldt.

HOOFDSTUK 2. BURGERPARTICIPATIE Artikel 2.1 Participatieproces 1. Het bestuursorgaan stelt bij de start van elk participatieproces vast op welke manier participatie wordt toegepast aan de hand van de participatiewaaier die als bijlage bij de verordening is gevoegd. Indien participatie wordt toegepast, neemt het bestuursorgaan in beginsel over de volgende punten een besluit: a. het doel van de participatie; b. de kernvragen, de beïnvloedingsruimte en/of de inhoudelijke, financiële, procedurele en overige kaders voor de participatie en de wijze waarop deze kaders vooraf met de deelnemers worden gecommuniceerd; c. de wijze waarop en het tijdvak waarin de deelnemers hun inbreng kunnen leveren; d. de wijze waarop democratische waarden zoals inclusie, dialoog, zeggenschap en transparantie in het proces worden gewaarborgd; e. de begroting van de kosten van het participatieproces; f. de wijze waarop de inbreng van inwoners zal doorwerken in de besluitvorming als bepaald in artikel 2.2. 2. Het bestuursorgaan maakt voor de start van het participatieproces het voornemen hiertoe bekend op de voor dat proces geschikte wijze. 3. Indien omstandigheden het noodzakelijk maken om de kaders bedoeld in het eerste lid onder b. of de inrichting van het proces aan te passen, zorgt het bestuursorgaan ervoor dat deelnemers hierover zo snel mogelijk worden geïnformeerd.

Artikel 2.2 Besluitvorming Het bestuursorgaan maakt voorafgaand aan de start van het participatieproces bekend op welke wijze het zal omgaan met de uitkomsten van het participatieproces en op welke wijze de besluitvorming zal plaatsvinden en kiest daarbij in beginsel uit de volgende mogelijkheden: a. het bestuursorgaan neemt kennis van de uitkomsten van het participatietraject en zal nader afwegen of en in welke mate deze kunnen worden meegenomen in de besluitvorming; b. het bestuursorgaan beschouwt de adviezen en conclusies uit het participatietraject als belangrijk uitgangspunt bij besluitvorming; c. het bestuursorgaan neemt de adviezen en conclusies uit het participatietraject over mits deze passen binnen de vooraf vastgestelde inhoudelijke, financiële en procedurele kaders. Artikel 2.3 Evaluatie 1. Ten aanzien van het participatieproces vindt transparante verslaglegging plaats. 2. Het participatieproces wordt geëvalueerd door het bestuursorgaan. Indien het onderwerp van het proces bevoegdheden van het college betreft, informeert het college de raad over de uitkomsten van de evaluatie.

Pagina

4 van 8

3. De raad bespreekt jaarlijks de wijze waarop de gemeente participatieprocessen heeft georganiseerd, inclusief de geleerde lessen met betrekking tot participatie.

HOOFDSTUK 3. INSPRAAK Artikel 3.1 Inspraakgerechtigden 1. Inwoners, bedrijven en belanghebbenden kunnen individueel of gezamenlijk aan de inspraak deelnemen. 2. Deelnemers aan inspraakactiviteiten kunnen zich op een door hen te bepalen wijze laten begeleiden. Zij kunnen zich doen vertegenwoordigen, waartoe een machtiging is vereist. 3. Indien inspraak wordt verleend over een beleidsvoornemen waarvan redelijkerwijs te verwachten valt dat veel niet-Nederlandstaligen zich daarbij in het bijzonder betrokken voelen, wordt daarmee bij het verlenen van inspraak rekening gehouden. Artikel 3.2 Inspraakprocedure 1. Inspraak vindt plaats overeenkomstig Afdeling 3:4 van de Algemene wet bestuursrecht. 2. In afwijking van het eerste lid kan het bestuursorgaan een andere inspraakprocedure vaststellen. 3. Indien het beleidsvoornemen dat wordt vrijgegeven voor inspraak tot de bevoegdheden van de raad behoort, wordt dat ter kennis gebracht van de raadscommissie tot welk taakveld het beleidsvoornemen behoort. Artikel 3.3 Verantwoording 1.

Het eventueel bijgestelde beleidsvoornemen wordt samen met de schriftelijk ingekomen reacties, het vastgestelde verslag van de inspraakbijeenkomst(en) en een document waarin een verantwoording wordt gegeven van de wijze waarop met de ingekomen reacties, respectievelijk de gemaakte opmerkingen is gehandeld, door het college vastgelegd, met dien verstande dat dat zo spoedig mogelijk plaatsvindt doch uiterlijk binnen 6 maanden na afloop van de inspraaktermijn. Het college kan eenmaal schriftelijk en gemotiveerd besluiten deze termijn met 6 maanden te verlengen. Dit besluit wordt ter kennis van de raad gebracht. 2. Degenen die een schriftelijke reactie hebben ingezonden dan wel aanwezig waren bij een inspraakbijeenkomst wordt een afschrift van deze stukken toegezonden. Bij die gelegenheid worden betrokkenen tevens geïnformeerd over de nader te volgen procedure, inclusief het tijdpad. 3. Degenen die aan de inspraak hebben deelgenomen worden geïnformeerd over het uiteindelijke besluit.

HOOFDSTUK 4 BURGERINITIATIEVEN Artikel 4.1 Indiening burgerinitiatief 1. Een burgerinitiatief wordt bij het college ingediend.

Pagina

5 van 8

2. Het college kan besluiten een burgerinitiatief te ondersteunen, indien deze naar het oordeel van het college past binnen het kader van het gemeentelijk beleid en bijdraagt aan de doelstellingen van het gemeentelijk beleid of anderszins een positieve maatschappelijke bijdrage levert aan de lokale samenleving. Artikel 4.2 Verlening ondersteuning 1. Indien het college besluit tot ondersteuning van het burgerinitiatief, vermeldt het college in het besluit of de ondersteuning bestaat uit loslaten, stimuleren, faciliteren, samenwerken, regisseren of reguleren. 2. Het college kan aan de ondersteuning vooraf de voorwaarde verbinden dat inwoners, bedrijven en andere direct belanghebbenden in voldoende mate bij het burgerinitiatief worden betrokken. 3. Het college benoemt een ambtenaar in de gemeente als aanspreekpunt voor burgerinitiatieven. Uitgangspunt is een oplossingsgerichte en constructieve benadering van deze initiatieven en het bieden van helderheid over mogelijkheden en randvoorwaarden. 4. Als het college besluit een burgerinitiatief te ondersteunen, kan dat door middel van: a. het (eventueel tijdelijk) ter beschikking stellen van ruimtes of huisvesting; b. het beschikbaar stellen van een aanjaagbudget, subsidie of andere financiële middelen; c. de inzet van ambtelijke expertise, netwerken of ondersteuning; d. andere vormen van ondersteuning.

Artikel 4.3 Weigering ondersteuning Het college kan weigeren een burgerinitiatief te ondersteunen indien er gegronde redenen zijn om aan te nemen dat: a. het initiatief doelstellingen beoogt die in strijd zijn met de wet of het algemeen belang; b. het een onderwerp betreft dat niet behoort tot de bevoegdheid van de gemeente of de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de gemeente geen beleidsvrijheid heeft; c. er sprake is van onvoldoende draagvlak voor het initiatief bij omwonenden, belanghebbenden of de betrokken inwoners; d. het initiatief naar het oordeel van burgemeester en wethouders op financiële, juridische of praktische gronden niet haalbaar is; e. het een onderwerp betreft waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht openstaat of onderwerpen waarover de burgerlijke rechter is gevraagd een oordeel uit te spreken; f. het een onderwerp betreft dat overwegend het privébelang van de indiener dient. Artikel 4.4 Bekendmaking 1. Het besluit van het college om wel of niet ondersteuning te bieden aan een burgerinitiatief, wordt tezamen met het initiatief aan de raad verzonden. 2. Het gemeentelijk aanspreekpunt informeert de initiatiefnemers van het burgerinitiatief over het besluit van het college om wel of niet ondersteuning te verlenen. Artikel 4.5 Behandeling in de raad 1.

Het besluit van het college ten aanzien van honorering, gedeeltelijke honorering of afwijzing van burgerinitiatieven wordt binnen 60 dagen na toezending aan de raad in een openbare raadsvergadering besproken.

Pagina

6 van 8

2. Indien de raad de toegezonden burgerinitiatieven inhoudelijk wil behandelen, zal de voorzitter van de raad de initiatiefnemers schriftelijk uitnodigen voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatiefvoorstel is geagendeerd. De initiatiefnemers krijgen tijdens deze vergadering de gelegenheid om het initiatief mondeling toe te lichten en eventuele vragen uit de raad te beantwoorden. De voorzitter van de raad kan een of meer initiatiefnemers of de vertegenwoordiger toestemming geven om deel te nemen aan de beraadslaging in de raad over het initiatief. 3. Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op de behandeling van het initiatief in een raadscommissie. 4. De raad stelt de initiatiefnemers binnen twee weken na de datum van de raadsvergadering waarin besluitvorming over het burgerinitiatief heeft plaatsgevonden schriftelijk in kennis van zijn besluit. Indien de raad geheel of gedeeltelijk afwijkt van het burgerinitiatief geeft hij de redenen daarvoor. 5. Zo spoedig mogelijk nadat de raad over het burgerinitiatiefvoorstel een besluit heeft genomen, wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of de zakelijke inhoud ervan in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws, of huis-aan-huisblad, of op een andere geschikte wijze. 6.

Indien de raad geheel of gedeeltelijk overeenkomstig het burgerinitiatief besluit, overlegt het college binnen twee weken na de raadsvergadering waarin de besluitvorming over het burgerinitiatief heeft plaatsgevonden met de initiatiefnemers over de verdere uitvoering van het besluit. 7. De raad bespreekt jaarlijks een overzicht van ingediende burgerinitiatieven en de wijze waarop de gemeente heeft gereageerd op deze initiatieven.

HOOFDSTUK 5 UITDAAGRECHT Artikel 5.1 Toepassen uitdaagrecht 1. Het college biedt inwoners en maatschappelijke initiatieven de mogelijkheid tot intekening op de uitvoering van taken van het college op grond van de wet, als vastgelegd in artikel 150 van de Gemeentewet. 2. Het college wijst de inwoners en maatschappelijke initiatieven actief op de mogelijkheid om het overnemen aan te vragen van de uitvoering van (delen van) de in het vorige lid genoemde taken. 3. Elke aanvraag wordt getoetst aan de volgende voorwaarden: a. er is voldoende maatschappelijk draagvlak voor de aanvraag; b. inwoners en maatschappelijke initiatieven kunnen alleen taken van het college op grond van de wet overnemen als zij zich organiseren in een rechtspersoon en een plan overleggen; c. het plan dient tenminste door drie ingezetenen te zijn ingediend; d. in het plan, als bedoeld onder a., staat beschreven welke resultaten beoogd worden en, op welke wijze de continuïteit is gegarandeerd; e. het plan geeft aan hoe wordt voldaan aan de volgende kwaliteitseisen: - het initiatief heeft een maatschappelijke meerwaarde; - de kosten voor uitvoering zijn bij voorkeur lager, maar in ieder geval niet hoger dan de huidige kosten;

Pagina

7 van 8

- de betrokken initiatiefnemers maken aannemelijk dat zij de prestatie kunnen leveren; - de indieners zijn eraan gehouden het initiatief gedurende een afgesproken periode uit te voeren. 4. Het college weigert een aanvraag indien onvoldoende aannemelijk wordt gemaakt dat het initiatief voldoet aan de in het vorige lid genoemde voorwaarden of indien de aanvraag zich richt op: a. een beleidsterrein dat de gemeente heeft uitgezonderd van het uitdaagrecht; b. een onderwerp dat overwegend het privébelang van de aanvrager dient. 5. Een vast contactpersoon van de gemeente begeleidt de initiatiefnemers tijdens het hele proces. 6. De gemaakte afspraken, onder anderen over het resultaat, het budget en de looptijd, worden vastgelegd in een contract. 7. Het college maakt binnen 14 dagen na zijn besluit op het binnengekomen initiatief, dit besluit bekend en informeert de gemeenteraad hierover.

HOOFDSTUK 7. OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 7.1 Inwerkingtreding en vervallen oude regeling Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2021. Op die datum vervalt de Participatieen inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013. Artikel 7.2 Overgangsregeling Op procedures die voortvloeien uit besluiten genomen voor de inwerkingtreding van deze verordening, blijven de bepalingen van Participatie- en inspraakverordening gemeente Amstelveen 2013 van toepassing. Artikel 7.3 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Participatie- en inspraakverordening Amstelveen 2021.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 21 april 2021 de griffier,

Debby de Heus de voorzitter,

Tjapko Poppens

Pagina

Bijlage 1 Participatiewaaier

8 van 8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=5643feb8-3335-4db1-b589-cb6b44c9061e