Onderzoeksplan Inkomensvoorzieningen Amstelveen 2025-2026
Tekst van het document
ONDERZOEKSPLAN INKOMENSVOORZIENINGEN GEMEENTEN 2025 - 2026
Vastgesteld in de collegevergadering van 1 april 2025 Afdeling Werk & Inkomen
Pagina
2 van 8
Inhoud INLEIDING .................................................................................................................................................... 3 HOOFDSTUK 1: VISIE EN DOELEN OP HANDHAVING ........................................................................ 3 1.1 VISIE OP HANDHAVING ............................................................................................................................. 3 1.2 DOELSTELLINGEN VAN HANDHAVING ........................................................................................................ 3 1.3 MEDEWERKERS EN HANDHAVING .............................................................................................................. 4 HOOFDSTUK 2: METHODIEK................................................................................................................... 4 2.1 INLEIDING ................................................................................................................................................ 4 2.2 INFORMATIEOVERDRACHT RECHTEN EN PLICHTEN ..................................................................................... 4 2.3 CONTROLEONDERZOEKEN: REGULIER-, INTENSIEF- EN ONDERZOEK NAAR MISSTANDEN ..............................
4 2.4 SIGNAALSTURING ..................................................................................................................................... 5 2.5 RISICOSTURING EN THEMACONTROLES ...................................................................................................... 5 HOOFDSTUK 3: CONTROLEONDERZOEKEN PER REGELING/TEAM .............................................. 7 3.1 BIJZONDERE BIJSTAND .............................................................................................................................. 7 3.2 TERUGVORDERING & VERHAAL ................................................................................................................ 7
Pagina
3 van 8
Inleiding De gemeente heeft een verantwoordelijkheid voor inwoners die niet in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien. Deze inwoners komen op basis van de Participatiewet in aanmerking voor een bijstandsuitkering en voor bijzondere bijstand. De gemeente heeft de plicht om te onderzoeken of de bijstand aan deze inwoners op een rechtmatige manier wordt verstrekt. Naast een juiste besteding van publieke middelen speelt hierbij het behoud van het draagvlak in de samenleving voor bijstandsverlening. In de Handhavingsverordening zijn de regels vastgelegd waaraan de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstand (PW, IOAW, IOAZ en Bbz) moet voldoen. In het Onderzoeksplan Inkomensvoorzieningen vindt de praktische uitwerking plaats van deze regels. Hoofdstuk 1: Visie en doelen op handhaving 1.1 Visie op handhaving Voor de controle op rechtmatige bijstandsverstrekking hanteert de gemeente het concept “Hoogwaardig Handhaven”. Dit concept kenmerkt zich door controles op maat hetgeen betekent dat niet alles voor iedere cliënt op dezelfde manier wordt gecontroleerd maar dat er rekening wordt gehouden met verschillen in leef- en woonsituatie. Bij deze systematiek gaat het om wát er gecontroleerd wordt, welke informatiebronnen gebruikt worden en op welke momenten er wordt gecontroleerd. Daarnaast maakt voorlichting een belangrijk onderdeel uit van deze aanpak.
Voor medewerkers die de uitkeringsverstrekking controleren is op intranet een handboek Hoogwaardig Handhaven beschikbaar. Deze werkwijze zorgt voor kwaliteit in de dienstverlening waarbij de rechten en plichten van inwoners het uitgangspunt vormen en zijn gewaarborgd. Binnen het Sociaal Domein staan de volgende vijf pijlers centraal. 1. eenvoudige en laagdrempelige toegang; 2. klantvriendelijke bejegening vanuit respect en vertrouwen; 3. werken vanuit de bedoeling 4. klantbehoefte centraal door betrokken en oplossingsgericht te werken; 5. het vergroten van het lerend vermogen van de inwoner. 1.2 Doelstellingen van handhaving Voor het handhavingsbeleid leiden deze pijlers tot de volgende uitgangspunten: 1. Een foutieve handeling van een inwoner betekent nog niet dat er sprake is van uitkeringsfraude. 2. Wet- en regelgeving en de uitvoeringspraktijk moeten samen leiden tot een duidelijk en haalbaar1 en daarmee zuiver proces voor de inwoner en de uitvoeringsprofessional. 3. Sancties moeten passen bij de aard van de overtreding. Wanneer de situatie daar om vraagt moet proportioneel gesanctioneerd worden. 4. Doelbewust misbruik maken van het sociale vangnet ondermijnt het draagvlak en moet worden bestreden. 5. Rechten en plichten moeten zinvol en begrijpelijk zijn zodat deze door iedere uitkeringsgerechtigde kan worden nageleefd. 6.
Persoonlijk contact met onze inwoners maakt echt het verschil. Het uiteindelijke doel van het hierboven genoemde ‘Hoogwaardig Handhaven’ is het rechtmatig verstrekken van bijstand waarbij (potentiële) cliënten de wet- en regelgeving begrijpen en uit zichzelf naleven. De kans dat inwoners zich aan de regels houden, wordt groter als de betrokkenen: 1
Haalbaar wordt hier gebruikt met het oog op het doen-vermogen van de inwoner.
Pagina
4 van 8
goed en tijdig worden geïnformeerd over hun rechten en plichten; de regels - en de controlepraktijk die daaruit voortvloeit – begrijpen en accepteren; zich ervan bewust zijn dat de regels worden gehandhaafd; bekend zijn met de gevolgen van het overtreden van de regels.
Vertaald naar de uitvoeringspraktijk betekent dit dat de gemeente: inwoners tijdig, adequaat en volledig voorlicht over wet- en regelgeving; misstanden en het niet nakomen van regels vroegtijdig constateert en onderzoekt; overtredingen sanctioneert vanuit het perspectief om de betrokkene weer te op het spoor te zetten van de lange termijn-doelen inzake re-integratie en participatie aan de samenleving. 1.3 Medewerkers en rechtmatigheid Om zorg te dragen voor een rechtmatige uitkeringsverstrekking heeft de afdeling Werk & inkomen twee handhavers. Zij zijn formeel aangewezen als toezichthouder voor de Participatiewet als bedoeld in afdeling 5.11 van de Algemene wet bestuursrecht. Dit geeft deze medewerkers meer bevoegdheden waardoor onderzoeken snel kunnen worden afgerond. Deze medewerkers voeren zelfstandig onderzoek uit en assisteren en adviseren de overige klantmanagers bij rechtmatigheidsonderzoeken. Hoofdstuk 2: Methodiek 2.1 Inleiding Uit ervaring is gebleken dat het uitvoeren van schriftelijke rechtmatigheidscontroles, al dan niet in combinatie met een gesprek met de klant, een tijdrovende bezigheid is die weinig rendement oplevert.
Gebleken is dat maatwerk een hoger rendement oplevert: goede informatieverstrekking en voorlichting aan het begin van het traject, en vervolgens inspelen op de specifieke situatie van de cliënt en vanuit deze situatie de controles bepalen. 2.2 Informatieoverdracht rechten en plichten Belangrijk onderdeel van het voorkomen van misstanden en het onrechtmatig gebruik van uitkeringsgelden is een goede voorlichting over de rechten en plichten aan het begin van het traject. Door het vergroten van kennis over de regels en het kweken van begrip voor deze regels is het voor cliënten makkelijker om de regels na te komen. Door middel van het Rechten- en plichtenboekje kunnen inwoners en rechthebbenden gemakkelijker kennis nemen van hun rechten en plichten rondom de Participatiewet. In 2025 zal opnieuw kritisch worden gekeken naar het Rechten- plichtenboekje en deze op onderdelen worden herschreven of aangevuld. De reeds door de Cliëntenraad Minima Amstelveen (CMA) gegeven opmerkingen zullen hierbij worden betrokken. Het informeren van cliënten is een proces dat voortdurend plaatsvindt gedurende de contactmomenten met de klantmanagers. Belangrijke momenten voor het attenderen op de rechten en plichten zijn - de contacten op het Werkplein, het Dienstverleningsgesprek, en in de beschikking.
2.3 Controleonderzoeken: regulier-, intensief- en onderzoek misstanden Rechtmatigheidscontroles maken een vast onderdeel uit van de werkwijze van de klantmanagers. Deze controles kunnen in drie onderdelen worden onderverdeeld: Regulier onderzoek Bij de afhandeling van aanvragen levensonderhoud of het verwerken van mutaties. De klantmanager handelt de rechtmatigheidscontroles zelfstandig af.
Pagina
5 van 8
Intensief onderzoek Bij de afhandeling van een regulier onderzoek kan de klantmanager besluiten om een vervolgonderzoek in te plannen als er signalen zijn die daar aanleiding toe geven. Dit vervolgonderzoek richt zich op een specifiek aspect van het reguliere onderzoek, bijvoorbeeld naar de bankafschriften van de betreffende cliënt. Dit intensievere onderzoek vindt meestal drie tot zes maanden plaats na het reguliere onderzoek. Onderzoek naar een misstand Een regulier of intensief onderzoek kan signalen opleveren van een misstand. De klantmanager bespreekt deze signalen met een preventiemedewerker. Zo nodig wordt een onderzoek opgestart eventueel met inschakeling van de sociaal rechercheur. In principe gebeurt dit laatste bij signalen over langdurige misstanden waarbij de verwachting is dat er sprake is van een forse terugvordering. Hierbij ligt de grens bij € 50.000 waarbij een strafrechtelijke traject in beeld komt. In de praktijk komt dit zelden voor en wordt de sociaal rechercheur ingezet bij signalen over zaken waarvan ingeschat wordt dat de intensiteit te groot is om de toezichthouders hiermee te belasten. In de praktijk blijven de taken van de sociaal rechercheur in de regel binnen de toezichthoudende rol op basis van de Algemene wet bestuursrecht. 2.4 Signaalsturing De kracht van signaalsturing zit in een alert en snel onderzoek op basis van een signaal.
De ervaring leert dat onderzoeken op basis van signaalsturing meer opleveren dan ongerichte controles. Signaalsturing vindt plaats gedurende de gehele looptijd van de uitkering. Zo wordt al aan het begin van het aanvraagproces zorgvuldig gekeken of er recht op bijstand bestaat. Deze zorgvuldigheid wordt voortgezet tot en met het moment van beëindiging van de uitkering. Een signaal kan op verschillende manier worden ontvangen: tijdens de gesprekken met de cliënt (intake, activering, rechtmatigheid, etc.) uit de stukken/documenten en informatie die de cliënt verschaft signalen in de vorm van een (anonieme) tip verstrekte informatie van een externe partij het niet voldoen aan een verplichting mutaties die automatisch uit de BRP worden gegenereerd via het inlichtingenbureau Na ontvangst van het signaal wordt deze, afhankelijk van het soort signaal, opgepakt en afgehandeld door de betreffende klantmanager, preventiemedewerker en/of sociaal rechercheur. Het afleggen van een huisbezoek behoort tot de mogelijkheden. Dit kan echter niet zo maar. Het is een ingrijpende vorm van onderzoek die aan strikte regels en voorwaarden is gebonden. Alleen op basis van signalen van misstanden kunnen huisbezoeken worden afgelegd.
2.5 Risicosturing en themacontroles Risicosturing Bij risicosturing is er (nog) geen signaal van een misstand, maar is er sprake van een situatie met een verhoogd risico op een misstand. Naast deze rechtmatigheidsonderzoeken die worden ingesteld naar aanleiding van een specifiek risico wordt de laatste jaren standaard gewerkt met themacontroles waarbij de onderzoeksgroep aselect wordt vastgesteld.
Pagina
6 van 8
Themacontrole Bankafschriftencontrole In het vierde kwartaal van 2025 zal een bankafschriftencontrole op bijzondere uitgaven en inkomsten worden gestart. De verwachting is dat de resultaten van deze themacontrole in het vierde kwartaal van 2026 beschikbaar zijn. De themacontrole wordt uitgevoerd door middel van een aselecte steekproef bij 10% van het bestand uitkeringsgerechtigden. Naast het in beeld krijgen van bijzondere uitgaven en inkomsten kan door middel van deze bankafschriftencontrole verder invulling worden gegeven aan de voorlichting aan onze bijstandsgerechtigden. Wanneer naar het gehele financiële huishouden van cliënten wordt gekeken, kunnen de betrokkenen worden verwezen naar andere vormen van ondersteuning vanuit de gemeente zoals bijvoorbeeld bijzondere bijstand of schuldhulpverlening. Ook kunnen cliënten in voorkomende gevallen direct worden geattendeerd op het feit dat zij toeslagen of andere vormen van ondersteuning kunnen aanvragen. Andere vormen van handhaving In de aanvraagprocedure voor een bijstandsuitkering ligt de focus op rechtmatigheid om te voorkomen dat inwoners onterecht een bijstandsuitkering ontvangen. Daarnaast wordt maandelijks een bestandskoppeling met het Inlichtingenbureau uitgevoerd.
Extra communicatie We informeren jaarlijks onze bijstandsgerechtigden schriftelijk over de informatieplicht ten aanzien van het opgeven van wijzigingen in bankrekeningen, het winnen van prijzen, handel in goederen, doorgeven van werk of start onderneming, verblijf in het buitenland, wisselen van voertuigen enz. Hierbij wordt ook een mutatieformulier opgestuurd. 2.6 Openheid bij handhavingszaken In geval dat de preventiemedewerker (toezichthouder) van de afdeling Werk & Inkomen een onderzoek uitvoert naar aanleiding van een signaal wordt eerst beoordeeld of het signaal onderzoekswaardig is. Binnen het bestuursrecht is een (anoniem) afgegeven signaal nog geen grond voor een intensief onderzoek. Er vindt dossiervorming en verrijking plaats. Pas als daaruit feitelijkheden en signalen naar voren komen die maken dat nader onderzoek op zijn plaats is, wordt het onderzoek verder uitgevoerd (artikel 53a PW). Indien een signaal niet onderzoekswaardig is, wordt dit in het dossier van de klant vermeld en wordt er geen onderzoek opgestart. Onderzoeken naar misstanden worden uitgevoerd op basis van het door de VNG beschikbaar gestelde Handboek hoogwaardig handhaven. Intensief onderzoek wordt ingesteld indien er daadwerkelijk signalen zijn dat de gemeente benadeeld kan worden. Signalen bijvoorbeeld over samenwoning, zwart werk, hennepteelt of leegstand moeten we opvolgen.
Dit wordt gezien als een verplichting aan de samenleving die ervan uit mag gaan dat publieke middelen goed besteed worden. De klant en klantmanager worden op de hoogte gesteld. De klant ontvangt een brief waarin staat dat er controle wordt verricht naar de rechtmatige uitkeringsverstrekking. De klant dient bewijsstukken aan te leveren zoals bijvoorbeeld bankafschriften. Bij de informatievoorziening richting de klant wordt aangegeven dat bij de invulling van het onderzoek ook gebruik gemaakt kan worden van waarnemingen. Dit geldt in principe voor uitzonderlijke gevallen waarin we beschikken over sterke signalen van een mogelijke onrechtmatigheid. Met het oog op de inbreuk op de privacy van de klant wordt bij de afweging om een onderzoek te starten beoordeeld of dit een proportionele reactie is op het ontvangen signaal. De uitkomst van het onderzoek wordt aan de klant medegedeeld in een afsluitend gesprek. Hoor en wederhoor wordt toegepast en de klant krijgt de gelegenheid om aanvullende ge-
Pagina
7 van 8
gevens aan te leveren. De uitkomst wordt getoetst aan de wet- en regelgeving (en jurisprudentie), waarna de klant een besluit ontvangt. Klanten worden niet op de hoogte gesteld als het signaal niet onderzoekswaardig is of direct te herleiden valt naar een persoon in de directe omgeving van de betrokkene. Ook als het signaal onvoldoende stand houdt, bijvoorbeeld in het geval van een laag energieverbruik dat niet altijd hoeft te betekenen dat iemand ergens niet woont, wordt hierover niet gecommuniceerd. De betrokkene wordt altijd op de hoogte gesteld als er intensief onderzoek is gedaan. Na afloop van het onderzoek worden alle dossiergegevens beschikbaar gesteld aan de klant. Om een lopend onderzoek niet te schaden worden dossiergegevens niet tijdens het onderzoek gedeeld. Samengevat staan de volgende uitgangspunten en waarden centraal: - Nader onderzoek op basis van sterke signalen - Proportionaliteit - Openheid over een mogelijke werkwijze - Hoor en wederhoor - Geen herleidbare signalen delen - Terugkoppeling dossiergegevens - zorgvuldige omgang met publieke middelen Hoofdstuk 3: controleonderzoeken bij bijzondere bijstand en terugvordering en verhaal. 3.1 Bijzondere bijstand Bijzondere bijstand is bedoeld voor bijzondere noodzakelijke kosten die niet via andere regelingen vergoed worden.
Het kan gaan om kosten in verband met ziekte, een verhuizing of echtscheiding, een babyuitzet, de maaltijdvoorziening of voor bewindvoering. Het gaat om aanvragen voor incidentele en periodieke bijzondere bijstand. Bij aanvragen van bijzondere bijstand wordt niet gewerkt met risicosturing. Elke aanvraag wordt beoordeeld op de persoonlijke en financiële situatie op de datum van binnenkomst van de aanvraag of datum van de gemaakte kosten aan de hand van de overlegde bewijsstukken en de beschikbare informatie. Bij de toekenning van de bijzondere bijstand wordt een uitgebreide controle uitgevoerd van het inkomen en het vermogen door gebruik te maken van Suwinet. Als de bijzondere bijstand wordt toegekend is dat (afhankelijk van de soort aanvraag) éénmalig of voor een periode van maximaal 12 maanden. In sommige gevallen heeft de bewindvoering een looptijd van vijf jaar. Na verloop van de toekenningsperiode moet men opnieuw een aanvraag indienen. Voor de doelgroep die AOW-leeftijd heeft bereikt wordt de draagkracht en de draagkrachtperiode eenmalig vastgesteld. Dit betekent dat cliënten niet bij iedere aanvraag opnieuw inzage hoeven te geven in hun financiële situatie. De reden hiervoor is dat de financiële situatie van deze doelgroep over het algemeen niet meer wijzigt. Vindt er wel een wijziging plaats in de persoonlijke of financiële situatie dan dient dit doorgegeven te worden.
Naar aanleiding van signalen over oneigenlijk gebruik worden controles uitgevoerd. Dit gebeurt dus wanneer het vermoeden bestaat dat de bijzondere bijstand niet is uitgegeven voor het doel waarvoor het verstrekt is. In principe is er geen sprake van een bonnencontrole maar ligt de nadruk op het vaststellen van het recht op bijzondere bijstand in de aanvraagprocedure. Wanneer in de aanvraagprocedure twijfels bestaan over een rechtmatige toekenning wordt hierover contact gezocht met de aanvrager.
Pagina
8 van 8
3.2 Terugvordering & Verhaal Onderdeel van de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van bijstandsgelden is het terugvorderen (en verhalen) van onterecht verstrekte bijstand. Hier is het team T&V voor verantwoordelijk. Going concern De belangrijkste opdracht voor het team T&V is om betalingsregelingen te treffen die voor onze cliënten en voor de gemeente aanvaardbaar zijn. Bij beëindigde uitkeringen waarbij sprake is van een vordering wordt zo snel mogelijk een aflossingsverplichting afgesproken. Wanneer sprake is van meerdere vorderingen wordt gewerkt met zogenoemde saldovorderingen. Via deze saldovorderingen worden de verschillende vorderingen van de cliënt terugbetaald. Hierbij wordt de volgende volgorde aangehouden: 1. Vorderingen n.a.v. misstanden / boetes; 2. Terugvordering/verrekening in het kader van de afstemmingsverordening; 3. Renteloze geldleningen in het kader van de bijzondere bijstand; 4. Bbz vorderingen; 5. Overige vorderingen. Sinds 2022 worden door het Team T&V openstaande TOZO kredieten teruggevorderd. De rechtmatige verstrekking van de TOZO kredieten is hierbij een specifiek aandachtspunt. In 2025 wordt deze terugvordering van de TOZO kredieten voortgezet. Doorontwikkeling dienstverlening Om de dienstverlening verder te optimaliseren wordt in 2025 verder onderzocht of terugbetalingen vereenvoudigd kunnen worden uitgevoerd.
Bijvoorbeeld doordat onze cliënten betalingen kunnen verrichten door middel van een QR-code.