Notitie Septembercirculaire 2024 en BUIG 2024-2025
Tekst van het document
INTERNE NOTITIE Z24-098340 D24-280393 De gemeenteraad Aan Burgemeester en wethouders Via Adam Elzakalai, wethouder financiën Van
Datum
8 oktober 2024
Kopie
0. Inleiding/Samenvatting Deze notitie informeert u over de uitkomsten van de septembercirculaire 20241 en de bekendmaking van de bijstandsbudgetten 2024 (definitief) en 2025 (voorlopig)2. Deze informatie is aangekondigd in de Programmabegroting 2025. De notitie sluit af met voorstellen voor besluitvorming. Samenvatting uitkomsten 1. De septembercirculaire en bekendmaking BUIG-budgetten betekenen “onderaan de streep” een incidenteel voordeel van per saldo afgerond € 1,1 miljoen in 2024 (met name door € 2,0 miljoen positieve afrekening BTW-Compensatiefonds 2024, (BCF)). Dit incidentele voordeel komt ten gunste/laste van de algemene reserve; 2.
Structureel wijzigt het begrotingsbeeld niet, met gebruikmaking van de stelposten areaal en nominaal. De belangrijkste nadelige effecten zijn de doorwerking van hogere WOZ-waarden (€ 0,9 miljoen), hogere Wmo-tarieven (€ 0,7 miljoen) en de indexering 2025 van de gemeentelijke bijdrage van de Veiligheidsregio (VrAA, € 0,4 miljoen). Tegenover deze structurele nadelen die cumuleren tot een bedrag van € 2 miljoen, staat een positieve bijstelling van het accres met € 0,7 miljoen vanwege een iets hogere pBBP (prijsindex Bruto Binnenlands Product). Samen met wat kleinere mutaties is sprake van structureel afgerond € 1,4 miljoen nadeel per 2025 op de septembercirculaire. De nieuw bekengemaakte BUIG-budgetten leveren daarentegen een structureel voordeel op per 2025 van € 0,6 miljoen. Verder kan de stelpost nominaal voor € 1,1 miljoen worden ingezet als passende dekking om de hogere tarieven Wmo (€ 0,7 miljoen) en de indexering VrAA (€ 0,4 miljoen) te dekken. Sluitpost voor een budgettair neutraal verloop is een toevoeging aan de stelpost areaal van € 0,3 miljoen (stabilisator, bij de komende Perspectiefnota beschikbaar voor autonome ontwikkelingen); In de latere jaren (2026-2028) bevat de septembercirculaire een negatieve bijstelling van het volumeaccres (o.b.v.
historische gemiddelde groei BBP) die kan worden opgevangen binnen de trendmatig reële nullijn die wie in onze eigen meerjarenraming hanteren (stabiliteit);
3.
De circulaire bevat verder de nodige specifieke taakmutaties. Deze mutaties worden als regel budgettair neutraal verwerkt in relatie met samenhangende uitgaven- en of inkomstenposten;
Septembercirculaire gemeentefonds 2024 | Circulaire | Rijksoverheid.nl Voorlopige bijstandsbudgetten 2025 en definitieve budgetten 2024 bekend | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl 1 2
[] 100/F012/ICT
Pagina
2 van 14
1. Financieel totaaloverzicht met postgewijze toelichting Onderstaand overzicht geeft een recapitulatie van de uitkomsten van deze notitie. Na dit overzicht volgt een postgewijze toelichting. Uitkomsten septembercirculaire 2024 en bijstandsgelden 24/25
negatief bedrag is voordelig/overschot; bedrag x 1.000 euro
2024
2025
2026
2027
2028
A.1. budgettair septembercirculaire 2024 ev.
-770
636
636
636
636
1a. mutaties/afrekeningen oude jaren (2022/2023)
339
1.398 338 -1.100
-300 300 1.404 332 -1.100
-600 600 1.404 332 -1.100
-900 900 1.404 332 -1.100
A. Uitkomsten septembercirculaire
1b. onderuitputting BCF 2024 1c. Indexatie WMO demografie (doorloop t/m '29) * reservering tbv toekomstige actualisering kostenontwikkeling 1d. algemene mutaties accres, uitkeringsfactor, areaal/nominaal, c.a. * verrekening via stelpost areaal (incl. effect BUIG; "sluitpost") * verrekening via stelpost nominaal
1.454 -600
-66
1
0
0
0
-250 184
-468 469
-427 427
-93 93
-80 80
-836 -236
637 -636
636 -636
636 -636
636 -636
C=A+B: TOTAAL EFFECT SEPTEMBERCIRCULAIRE & BUIG & OVERIG -1.072 WAARVAN: C.1. Structureel 0 C.2. Incidenteel -> ten gunste/laste van algemene reserve -1.072 totaal -1.072
1
0
0
0
0 1 1
0 0 0
0 0 0
0 0 0
A.2. taakmutaties 2a. ontvangen bedragen taakmutaties via circulaire 2b. aanpassing bijbehorende (uitgaven)budgetten
A. Effect septembercirculaire B. BUIG-gelden
(*)
-1.963
(*): het incidentele saldo op de regel taakmutaties betreft met name de post "wet betaalbare huur". Zie hiervoor de toelichting bij deze post in paragraaf A.2. sub a).
A.1. Budgettair effect septembercirculaire 2024ev Het budgettair effect is te onderscheiden in incidentele en structurele effecten. De mutaties in de kolom 2024 zijn voor het overgrote deel incidenteel. De rubriek taakmutaties (A.2) bevat zowel structurele als (meerjarig) incidentele bedragen. De overige mutaties 2025 en verder zijn structureel. 1a. mutaties/afrekeningen “oude jaren”(2022/2023) Aanpassingen op verdeelmaatstaven3 in oude uitkeringsjaren door actuelere CBSstatistieken zorgen voor een incidenteel nadeel van € 339.000, met name door het achteraf verlagen van de uitkeringsfactor (-/-1 punt in 2022 en -/-2 punten in 2023) doordat de macro-volumes op verschillende verdeelmaatstaven bij de vaststelling achteraf hoger uitkomen. Normaliter zijn dit soort afrekeningen over oude jaren beperkter, omdat het Rijk hiervoor een verdeelreserve achter de hand heeft. Niemand zit te wachten op negatieve mutaties op achterliggende jaren. Kennelijk heeft het Rijk in het voortraject deze keer iets te scherp aan de wind gezeild.
Het gaat om wijzigingen in de gehanteerde aantallen op lokale en landelijke volumes, inclusief doorwerking daarvan in de uitkeringsfactor. 3
Pagina
3 van 14
1b. onderuitputting BCF (BTW compensatiefonds) De septembercirculaire bevat een toevoeging aan het gemeentefonds van € 467 miljoen (incidenteel 2024) op basis van een verwachte onderuitputting van het BCF over 2024. Voor Amstelveen betekent dit een incidenteel voordeel van afgerond € 2,0 miljoen. Gemeenten kunnen hun betaalde BTW (met inachtneming van de nodige nuanceringen) declareren bij het BCF. In het kader van het Regeerakkoord Rutte II was het voornemen om dit fonds af te schaffen. In nader overleg met de VNG is hiervan afgezien, maar is wel het budgettaire risico afgewenteld op de gemeenten. Als gemeenten in totaliteit meer declareren dan beschikbaar in het BCF, dan wordt dit bedrag gekort op het gemeentefonds. Als gemeenten minder declareren komt het niet benutte deel van het fonds (onderuitputting) ten gunste van het gemeentefonds. De nu conform de circulaire verwerkte mutatie is een voorlopige afrekening. De definitieve vaststelling volgt in de meicirculaire 2025. 1c.
indexatie Wmo vanwege demografie Overleg tussen Rijk en VNG over een betere bekostiging van het sociaal domein heeft onder meer geleid tot een afspraak om (een nader te bepalen deel van) de Wmo in de toekomst niet langer via de algemene uitkering van het Gemeentefonds te bekostigen, maar hiervoor een eigen uitkeringsvorm in te richten, die rekening houdt met een op de Wmo toegesneden indexering en met de kostenontwikkeling vanwege demografie/vergrijzing. Vooruitlopend op de uitwerking was in de Rijksbegroting al een reservering getroffen voor een aanvullende vergoeding van kostenstijgingen in de Wmo van structureel € 75 miljoen per 2026, oplopend tot € 300 miljoen structureel per 2029. Deze bedragen worden via de septembercirculaire toegevoegd aan het gemeentefonds. De extra middelen worden vooralsnog “geparkeerd” en zullen in de volgende P&C-cyclus richting Perspectiefnota en begroting 2026 worden meegenomen in samenhang met de actualisering van de (prognose van de) ontwikkeling van de Wmo-uitgaven in 2026 en verder. 1d.: algemene mutaties accres, uitkeringsfactor, areaal/nominaal, c.a. Deze paragraaf behandelt de meerjarige accresontwikkeling in samenhang met de nominale ontwikkeling en overige algemene mutaties die met elkaar “de lengte of de breedte”, c.q. de groei/krimp van de speelruimte van de algemene uitkering bepalen.
In totaliteit is structureel sprake van een nadeel van afgerond € 1,4 miljoen. Hiervan betreft € 1,1 miljoen twee majeure aanvullende nominale ontwikkelingen (tarieven Wmo en indexering VrAA) die kunnen worden opgevangen door inzet van de stelpost nominaal. De resterende nadeel van € 0,3 miljoen is het saldo van de uiteenlopende areaalontwikkelingen dat kan worden verrekend met de stelpost areaal. De stelposten nominaal en areaal zijn belangrijke stabilisatoren in het gemeentelijk begrotingsbeleid. Onderstaand overzicht geeft een specificatie van de samenstelling van dit pakket aan mutaties, gevolgd door een postgewijze toelichting.
Pagina
specificatie algemene mutaties accres, uitkeringsbasis, areaal, c.a.
1d-1) bijstelling nominaal en areaal (accres en uitkeringsbasis) 1d-2) bijstelling verdeelmaatstaf WOZ/belastingcapaciteit 1d-3) reële tarieven Wmo 1d-4) indexering 2025 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) 1d-5) digitaal stelstel omgevingswet 1d-6) kinderopvang sociaal medische indicatie (SMI) Totaal
4 van 14
negatief bedrag is voordelig/overschot; bedrag x 1.000 euro
2024
2025
2026
2027
2028
704 94 600
-656 911 700 400 73 -30
-665 911 700 400 88 -30
-680 911 700 400 103 -30
-695 911 700 400 118 -30
1.398
1.404
1.404
1.404
56
1.454
1d-1) algemene mutaties accres4 en maatstaven (nominaal/areaal), c.a. De bijstellingen op accres en maatstaven/uitkeringsfactor vinden plaats op twee niveaus: • Voor het lopende jaar 2024 en het eerstvolgende begrotingsjaar 2025 vindt een “harde” en gedetailleerde uitwerking plaats; • Voor het meerjarig perspectief, de jaren 2026-2028, is de uitwerking trendmatig met als uitgangspunt “een reële nullijn”. Deze benadering doet recht aan de “zachtheid” van toekomstige accresramingen en draagt bij aan stabiliteit en rust in het begrotingsproces met bijbehorende integrale afweging. De “harde uitwerking 2024/2025” geeft het volgende beeld: • In 2024 is sprake van een nadeel van € 0,7 miljoen als gevolg van mutaties in de volumes van de verdeelmaatstaven, landelijk en lokaal. Door hogere landelijke volumes daalt de uitkeringsfactor met 8 punten. Dit is een forse bijstelling die voor Amstelveen een daling van de algemene uitkering betekent met € 1,1 miljoen (-/-8 punten à € 140.000 per punt voor Amstelveen). Dit nadeel wordt voor € 0,4 miljoen “gedempt” door hogere waarden op de eigen lokale volumes. Per saldo resteert een nadeel van € 0,7miljoen; • Met ingang van 2025 slaat dit nadeel om in een voordeel van afgerond € 0,7 miljoen (structureel).
Dit is gevolg van twee ontwikkelingen: In de eerste plaats blijkt de verlaging van de uitkeringsfactor 2024 met 8 punten “slechts” voor 5 punten structureel door te werken in 2025 terwijl de lokale score in 2025 juist gunstiger dan in 2024. Daardoor vallen de macrobijstelling en de lokale bijstelling van volumes op maatstaven in 2025 grofweg tegen elkaar weg5. In de tweede plaats bevat het Centraal Economisch Plan (CEP, basis voor de Rijksbegroting/septembercirculaire) een prijsindex BBP die 0,4% hoger is dan de prijsindex BBP in de Macro Economische Verkenning (MEV, basis voor de Voorjaarsnota/meicirculaire). Dit levert Amstelveen € 0,7 miljoen extra accres op. Dit is een voordeel omdat er geen aanleiding is om de eigen algemene nominale grondslagen voor de begroting 2025 aan te passen. Het in 2023 ingevoerde nieuwe verdeelmodel kent deels andere, maar vooral ook minder maatstaven met grotere gewichten. Als de volumes voor de maatstaven worden “Accres” is de gemeentefondsterm voor groei. Dit accres, c.q. deze groei kan ook negatief zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen nominaal accres (de totale mutatie inclusief inflatie) en reëel accres (de totale mutatie geschoond voor inflatie). De inflatiecomponent bevat naast loon- en prijsontwikkeling in enge zin ook een (beperkte) ruimte voor jaarlijkse autonome ontwikkelingen/groei.
Tenzij anders vermeld wordt met accres het nominaal accres bedoeld. Voor het bepalen van de hoogte van het accres heeft het Rijk met ingang van 2024 de voorheen geldende “samen-trap-op-en-trap-af-systematiek” verlaten. De nieuwe rekenregel baseert zich op de ontwikkeling van het BBP (Bruto Binnenlands Product). Een prijscomponent volgt het actuele pBBP (prijsindex BBP). Een volumecomponent volgt de reële groei van BBP op basis van een historisch meerjarig gemiddelde (t-/-9 tot en met t-/2). 4
Waarom de bijstelling 2024 slechts deels structureel doorwerkt en of dit nog risico’s inhoudt is lastig te duiden. Zie hiervoor de algemene toelichting op de gesignaleerde grote schommelingen in de gehanteerde volumes op verdeelmaatstaven. 5
Pagina
5 van 14
geactualiseerd (macro en lokaal) leidt dat tot beduidend grotere mutaties dan voorheen. Omdat dit model nieuw is, ontbreekt daarbij nog het ervaringsgevoel, hetgeen de schommelingen vooralsnog onvoorspelbaar maakt. De notitie bij de meicirculaire signaleerde dit reeds en bij de uitwerking van de septembercirculaire is dit opnieuw vermeldenswaard.
Pagina
6 van 14
Voor het meerjarig perspectief, de jaarschijven 2026-2028, volgt de uitwerking een eigen trendmatige raming op basis van een “reële nullijn” ten opzichte van het begrotingskader in de Perspectiefnota. In de notitie bij de meicirculaire is dit nader uitgewerkt en toegelicht. Ten opzichte van de meicirculaire bevat de septembercirculaire in de latere jaarschijven een negatieve bijstelling van het volumeaccres (obv historische gemiddelde groei BBP). Dit kan worden opgevangen binnen de trendmatig reële nullijn die wie in onze eigen meerjarenraming hanteren (stabiliteit). 1d-2) ontwikkeling WOZ Het verdeelstelsel voor de algemene uitkering houdt rekening met verschillen in belastingcapaciteit tussen gemeenten. De achterliggende gedachte is, dat gemeenten met hogere WOZ-waarden geacht worden meer eigen belastinginkomsten te genereren en minder geld uit het gemeentefonds nodig hebben6. De herberekening van het onderdeel WOZ/belastingcapaciteit levert een nadeel op van afgerond € 0,1 miljoen in 2024, oplopend naar € 0,9 miljoen structureel vanaf 2025. De bijstelling 2024/2025 kent twee verschillende stappen: • Als eerste stap is de actuele stand van de WOZ-waarden voor het lopende begrotingsjaar 2024 bepaald. Dit heeft gevolgen voor de gemeentelijke ozb-opbrengst, maar ook voor de algemene uitkering. Het effect hiervan is deze keer per saldo een nadeel van € 0,1 miljoen.
Dit komt met name door een lagere waarde niet-woningen; • Als tweede stap is ten behoeve van het tariefvoorstel OZB een nieuwe inschatting gemaakt van de stijging van de WOZ-waarde voor het begrotingsjaar 2025 op basis van de meest actuele taxatiegegevens. Ten tijde van de meicirculaire werd nog uitgegaan van een waardestijging van 3,5% voor woningen en 1,25% voor nietwoningen conform de landelijke prognose. Inmiddels tekent zich af dat de waardestijging in Amstelveen fors hoger uitkomt: 7% voor woningen en 3% voor nietwoningen. Deze bijstelling heeft geen invloed op de OZB-opbrengst van de gemeente (bij een hogere WOZ-stijging wordt het tarief navenant lager), maar betekent wel een nadeel effect op de algemene uitkering van € 0,8 miljoen structureel. 1d-3) Reële tarieven Wmo In 2024 is een onderzoek gestart naar wat reële kostprijzen zouden zijn voor de WMO hulp bij het huishouden (hbh), begeleiding en dagbesteding. Dit naar aanleiding van de Algemene maatregel van bestuur die ons verplicht een reële kostprijs vast te stellen en te betalen. Het naar aanleiding van de Amvb gevoerde onafhankelijke kostprijsonderzoek bevindt zich in een afrondende fase. De reële tarieven zouden initieel een tekort opleveren van € 1,9 miljoen, maar anderzijds zien we dat de lasten voor hbh, begeleiding, dagbesteding en hulpmiddelen te hoog zijn geraamd.
Op basis hiervan stellen wij de budgetten 2024 met € 600.000 bij en voor 2025 met € 700.000. Voor 2026 en verder reserveren we € 700.000 in afwachting van een nieuwe aanbesteding samen met een verwachte afspraak tussen Rijk/VNG over een aparte indexering voor de WMO budgetten.
Technisch werkt dit via een negatieve verdeelmaatstaf (aftrekpost) belastingcapaciteit. Het negatieve bedrag via deze verdeelmaatstaf wordt weer verdeeld via de overige verdeelmaatstaven en de uitkeringsfactor zodat de koek even groot blijft. De aftrekpost wordt berekend door de werkelijke WOZ-waarde per gemeente te vermenigvuldigen met landelijke geldend rekentarieven voor woningen en niet-woningen. Daarbij doet 80% van de woningwaarde mee en 70% van de waarde nietwoningen. 6
Pagina
7 van 14
1d-4) Indexering 2025 Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) Binnen de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland (VrAA) wordt onderzoek gedaan om de P&C cyclus beter aan te sluiten op die van de gemeenten. Momenteel is de VrAAbegroting 2025 nog gebaseerd op prijspeil 2024 en loopt dus een jaar achter7. Om op hetzelfde niveau als de gemeenten te komen moet er een extra jaar geïndexeerd worden met een mogelijk structureel nadelig effect van rond de € 0,4 miljoen. Vooruitlopend reserveren we dit bedrag op de stelpost loon- en prijsontwikkelingen. Bij de Perspectiefnota 2026/1e tijdvak 2025 zijn de uitkomsten bekend en kunnen we het effect in de begroting verwerken. 1d-5) & 1d-6) Digitaal stelsel Omgevingswet & Kinderopvang sociaal medische indicatie De septembercirculaire bevat twee structurele mutaties van specifieke aard die geen direct samenhangende post kennen, maar worden meegenomen in de plussen en minnen in de algemene middelen: • digitaal stelsel Omgevingswet: Op grond van de Beheerovereenkomst van 18 december 2018 dragen de gemeenten vanaf 1 januari 2020 jaarlijks 70% bij aan de kosten van beheer en doorontwikkeling van het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO) en het Informatiepunt Leefomgeving (IPLO). Met ingang van 2020 is hiervoor structureel € 18 miljoen uit het gemeentefonds gehaald bijdrage uit het gemeentefonds gehaald (€ 70.000 Amstelveense bijdrage).
Het uiteindelijke prijskaartje komt beduidend hoger uit, reden om in deze septembercirculaire een extra bijdrage uit het gemeentefonds te halen. Voor Amstelveen betekent dit een structurele uitname van € 56.000 in 2024 die meerjarig oploopt tot een niveau van € 133.000 per 2029. Macro bezien zitten dan op een totale uitname van circa € 45 miljoen. De huidige afspraken gaan er van uit, dat daarmee het definitieve structurele niveau van de bijdrage is bereikt. Het eindplaatje van de bekostiging van de omgevingswet is zeer complex en de uitkomst op dit moment hoogst onzeker. Het op voorhand belasten van dit financiële plaatje met een aparte taakstelling om de onderhavige uitname te dekken creëert een ongewenst financieel risico. Mocht de definitieve vormgeving van de uitvoering op de omgevingswet zich de komende jaar zodanig ontwikkelen dat (een deel van) de kosten terugverdiend kan worden, dan kan dit alsdan binnen de brede integrale afwegingen en in te vullen taakstellingen worden meegenomen. •
kinderopvang sociaal medische indicatie De Sociaal Medische Indicatie (SMI) is een gemeentelijke regeling om gezinnen die geen recht hebben op Kinderopvangtoeslag, maar die ook niet in staat zijn de zorg voor hun kinderen volledig te dragen vanwege sociale of medische problematiek, een vergoeding te kunnen bieden voor het gebruik van kinderopvang. Het Rijk komt nu met een compensatie omdat de SMI landelijk steeds meer onder druk komt te staan (€ 30.000 voor Amstelveen). In Amstelveen is het structureel benodigde budget op orde. Bij de Perspectiefnota is dit nog beoordeeld en kon een bedrag vrijvallen.
Zie ook het raadsvoorstel inzake de jaarstukken van de Veiligheidsregio, behandeld in de raadsvergadering van 5 juni 2024 (agendapunt 2.11), waar dit punt reeds is gesignaleerd/aangekondigd. 7
Pagina
8 van 14
A.2. Taakmutaties Onder de noemer taakmutaties behandelt deze paragraaf nieuwe toevoegingen aan de algemene uitkering vanwege specifieke maatregelen (taakmutaties). De algemene beleidslijn is, dat het in deze gevallen gaat om wijzigingen in taken/werkzaamheden en dat er een directe relatie is met samenhangende uitgavenbudgetten waarmee verrekening plaatsvindt. Afhankelijk van de aard en omvang van de maatregel kan nadere besluitvorming plaatsvinden aan de hand van aparte advisering. Onderstaand overzicht zet deze mutaties op een rij, waarna een postgewijze toelichting volgt. specificatie taakmutaties Omschrijving a) Wet betaalbare huur a1) structureel a2) incidenteel b) participatie b1) WSW / AM-Match b2) Beschut werk c) bibliotheken d) alleenverdienersproblematiek '23-'24 e) faciliteitenbesluit opvangcentra f) landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) g) eindelening inburgeringsplicht (ELIP) h) bijstand jongerennorm i) wet op de lijkbezorging Totaal toekenning taakmutaties aan (uitgaven)budgetten
bedragen x € 1.000
struct. '24ev incid. '24-'28 struct.'25ev struct.'25ev incid. '25-'26 incid. '24 incid. '24 incid. '24 incid. '24
2024
2025
2026
2027
2028
41
49 94
49 73
49 19
49 6
15 20 280
15 20 280
15 20
15 20
-27 17
-27 17
-27 17
427
93
80
80 47 16 11
struct.'26ev incid.'26-'31
184
469
Ad. a1)/a2) Wet betaalbare huur Met de Wet betaalbare huur wordt de op 1 juli 2023 in werking getreden Wet goed verhuurderschap gewijzigd. Daarmee krijgen gemeenten de bevoegdheid om toezicht te houden en handhavend op te treden met betrekking tot: • De maximale huurprijzen op grond van het woningwaarderingsstelsel (WWS). • De maximale huurverhogingen in de gereguleerde sector. • De informatieplicht op verhuurders om hun huurders een puntentelling te overleggen bij het afsluiten van een contract. Het Rijk stelt middelen ter beschikking om deze nieuw wet in te voeren (implementatie) en uit te voeren. Dit betreft structurele middelen voor het ontvangen en behandelen van meldingen, alsmede incidentele middelen voor eenmalige implementatiekosten en voor de piekperiode in werkzaamheden in de eerste jaren na de inwerkingtreding van de wet. Voor Amstelveen gaat het om € 49.000 structureel met ingang van 2024 en om in totaal € 233.000 aanvullende incidentele middelen uitgesmeerd over de jaren 2024-2028. Het structureel toegekende bedrag van € 49.000 is pas benodigd met ingang van 2025. Dit bedrag valt in 2024 incidenteel vrij.
Pagina
9 van 14
Ad b1/b2) participatie (WSW & Beschut werk) Amstelveen ontvangt extra bedragen via de Decentralisatie uitkering Werk. Deze uitkering bestaat uit twee componenten, te weten het WSW-budget en het budget beschut werk. Meerjarig wordt het WSW-budget afgebouwd en groeit het budget beschut werk. Dit laatste vanwege de te verwachten groei van deze doelgroep door afbouw, c.q. inperking van de WSW en de Wajong. Het WSW-budget heeft als direct samenhangende post de gemeentelijke bijdrage aan AM-Match. De septembercirculaire bevat extra structurele middelen als compensatie voor het afschaffen van het lage-inkomensvoordeel (LIV) in de sociale werkvoorziening. Voor Amstelveen gaat het om € 35.000, waarvan € 20.000 ten gunste van het WSW-budget en € 15.000 ten gunste van het budget Beschut Werk. Ad. c) bibliotheken In de periode 2023-2024 konden gemeenten een specifieke uitkering ontvangen voor het versterken van het lokale bibliotheekstelsel. Amstelveen heeft een specifieke uitkering ontvangen voor de doorontwikkeling van de bibliotheekvestiging in Westwijk in de periode 2024-2026. Op termijn is de invoering van een wettelijke zorgplicht voor gemeenten ten aanzien van de openbare bibliotheek voorzien. Voor de uitvoering van die zorgplicht zullen gemeenten een structurele bijdrage via het gemeentefonds ontvangen.
In afwachting hiervan ontvangen gemeenten via deze septembercirculaire geld, om zich op de periode van de zorgplicht te kunnen voorbereiden. Amstelveen ontvangt incidenteel € 280.000 in 2025 en in 2026. Ad. d) alleenverdienersproblematiek ’23-‘24 Gemeenten ontvangen middelen om financiële ondersteuning te bieden aan huishoudens die als gevolg van de alleenverdienersproblematiek in 2023 en 2024 onder het bestaansminimum uitkomen. Gemeenten kunnen de gemiste huur- en zorgtoeslag compenseren vanuit de individuele bijzondere bijstand. Dit vooruitlopend op een definitieve oplossing van deze problematiek. Amstelveen ontvangt incidenteel € 80.000 in 2024. Dit bedrag is voor het totaal van uitkeringsbedragen en uitvoeringskosten. Vooruitlopend op deze toekenning heeft Amstelveen al pro actief deze compensatie opgepakt8. Inmiddels is duidelijk geworden, dat een definitieve oplossing “aan de voorkant” op zijn vroegst ingaande 2028 te verwachten is. Voor de jaren 2025-2027 zal een reparatie plaatsvinden op vergelijkbare wijze als voor 2023/2024. De komende gemeentefondscirculaires zullen hiervoor bedragen per gemeente bevatten op basis van de dan bekende gegevens/aantallen.
8
Zie hiervoor ook raadsbrief Z24-065901 van 24 juni 2024 “vervolg alleenverdienersproblematiek.
Pagina
10 van 14
Ad. e) Faciliteitenbesluit opvangcentra In het faciliteitenbesluit is geregeld dat aan gemeenten die een opvangcentrum voor asielzoekers hebben jaarlijks door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) een uitkering wordt verstrekt. De uitkering wordt gebaseerd op het aantal door asielzoekers permanent te bezetten capaciteitsplaatsen, verminderd met het aantal op 1 januari van het uitkeringsjaar in de basisregistratie personen ingeschreven bewoners van het opvangcentrum. Via deze septembercirculaire ontvangt Amstelveen € 47.000 incidenteel in 2024. In de Amstelveense begroting is reeds een stelpost opgenomen voor te ontvangen inkomsten ter dekking van te maken kosten (capaciteitsinzet) op dit onderdeel. De onderhavige inkomst heeft hierop betrekking. Ad f) Landelijke aanpak adreskwaliteit (LAA) Op 15 mei 2023 is de wetswijziging van de Wet basisregistratie personen (Wbrp) in werking getreden die beoogt de adreskwaliteit in de BRP te verbeteren via te verrichten onderzoek of een persoon als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) op een adres in de gemeente dient te worden ingeschreven en bij het onderzoek naar de juistheid van de gegevens betreffende het adres van een ingezetene in de BRP. Deze aanpak staat bekend onder de naam Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA).
Het Rijk verstrekt een incidentele bijdrage met het oog op de extra werkzaamheden die deze nieuwe aanpak met zich meebrengt voor gemeenten. Amstelveen ontvangt incidenteel € 16.000 in 2024. Van een kostendekkende vergoeding voor dit meerwerk is daarmee geen sprake. Het Rijk stelt zich op het standpunt dat een juist en volledig BRP reeds tot het bestaande takenpakket van de gemeente behoort en geacht wordt onderdeel uit te maken van de bestaande bekostiging. Ad. g) Eindelening Inburgering (ELIP) Conform afspraken in bestuurlijk overleg tussen Rijk en VNG ontvangen gemeenten een bedrag voor het ondersteunen van de zogenaamde Einde lening inburgeringsplichtigen (ELIPs). Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Gemeenten kunnen deze doelgroep begeleiden. Amstelveen ontvangt via deze circulaire eenmalig € 11.000 in 2024 als aanvulling een reeds bij de meicirculaire 2024 toegekend bedrag van € 7.000. Het in 2024 toegekende bedrag is benodigd in 2025. Per saldo is dit neutraal: het in 2024 ontvangen budget komt in 2025 tot besteding. Ad. h) Bijstand jongerennorm Gemeenten kunnen vanuit de bijzondere bijstand een aanvulling op de bijstand aan 21minners geven als hun ouders niet bij kunnen springen.
Met het wetsvoorstel Participatiewet in balans wordt de bijzondere bijstand met ingang van 1 januari 2026 overgeheveld naar de algemene bijstand. De aanvulling op de bijstand is bedoeld voor algemeen noodzakelijke kosten van het bestaan en daarmee is de algemene bijstand het juiste instrument voor dit soort kosten. Daarom worden er per 2026 middelen vanuit de algemene uitkering (cluster Participatie) overgeheveld naar de algemene bijstand (BUIGbudget). Voor Amstelveen bevat deze circulaire voor dit onderdeel een uitname uit het gemeentefonds van€ 27.000 met ingang van 2026. Welk bedrag hiervoor via het BUIGbudget 2026 terugkomt is nu nog niet bekend. Deze mutatie wordt vooralsnog “geparkeerd” en in de volgende P&C-cyclus richting Perspectiefnota en begroting 2026 verder behandeld.
Pagina
11 van 14
Ad. i) Wet op de lijkbezorging De septembercirculaire bevat een toekenning van middelen aan gemeenten met ingang van 2026 vanwege een wettelijke uitbreiding van de taken van de gemeentelijke lijkschouwer (modernisering van de Wet op de lijkbezorging). De middelen worden toegekend voor de jaren 2026 tot en met 2031. Voor de jaren 2032 en verder dient over het structureel toekennen van middelen in het kader van het programma Werk aan Uitvoering (WaU) nog een besluit te worden genomen door de Ambtelijke Commissie Uitvoering (ACU). Voor Amstelveen gaat het om structureel € 17.000 met ingang van 2026. Deze mutatie wordt vooralsnog “geparkeerd” en zal in de volgende P&C-cyclus richting Perspectiefnota en begroting 2026 worden meegenomen. Dit is geen bedrag wat Amstelveen de kop kost, maar de vooralsnog tijdelijke bekostiging met bijbehorende toelichting verdient niet de schoonheidsprijs. B. Bijstandsbudgetten / BUIG-gelden Het Ministerie van SZW heeft 1 oktober 2024 opgaven verstrekt voor de bijstandsgelden 2024/2025. Dit betreft het definitieve budget 2024 en het voorlopige budget 2025. Deze gelden worden aangeduid als BUIG-gelden (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten). Het gaat om een budget dat gemeenten ontvangen voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen. Als gemeenten meer of minder uitgeven aan bijstandsuitkeringen blijft dit voor rekening van de gemeente.
Het macrobudget wordt vastgesteld met rekenregels van het CPB voor de prognose van het totale verwachte bijstandsvolume als afgeleide van de economische ontwikkeling en de ontwikkeling van de werkloosheid, rekening houdend met eventuele gevolgen van specifiek Rijksbeleid dat van invloed is op het bijstandsvolume. Dit budget wordt voor het grootste deel bepaald via een objectief verdeelmodel. Met ingang van 2022 is een apart deelbudget Loonkostensubsidie gevormd, dat wordt verdeeld op basis van de historische (werkelijke) uitgaven van gemeenten op dit onderdeel in het voorafgaande jaar (t-1)9. Dit als beoogde prikkel om dit instrument in te zetten. Het BUIG-budget gaat alleen over de uitkeringsgelden. De bekostiging van de ambtelijke uitvoeringskosten wordt geacht plaats te vinden via de algemene uitkering gemeentefonds. Het totale macrobudget voor de BUIG-gelden bedraagt afgerond € 7,5 miljard in 2025 waarvan € 0,6 miljard deelbudget Loonkostensubsidie. 1. definitief budget 2024 Het Amstelveense BUIG-budget 2024 is definitief vastgesteld op € 26,3 miljoen. Dit is € 1,8 miljoen meer dan het voor de zomer bekend gemaakte nader voorlopige budget ad. € 24,50 miljoen. Dit wordt voor het overgrote deel verklaard door een indexering van afgerond 6,9%10. Onze begroting anticipeerde reeds op deze compensatie voor een bedrag van € 1,5 miljoen (index 6%).
Aan de uitgavenkant leidt de actuele prognose tot een geringe bijstelling van € 20,75 miljoen naar € 20,8 miljoen. Per saldo is ten opzichte van de actuele begroting sprake van een voordeel van afgerond € 0,25 miljoen in 2024.
Bij de voorlopige toekenning wordt in eerste instantie uitgegaan van de gegevens (t-2), bij de nader voorlopige vaststelling vindt definitieve vaststelling plaats op basis van (t-1). 10 De loon/prijs-compensatie over het lopende jaar kent het Rijk pas in het najaar toe bij de definitieve vaststelling van het budget. Tot dat moment is het (nader) voorlopige budget nog op basis van prijspeil vorig jaar. 9
Pagina
12 van 14
2. voorlopig budget 2025 Voor 2025 is nu een eerste voorlopige opgave verstrekt. Het macrobudget 2025 stijgt ten opzichte van 2024 met € 138 miljoen (+1,9%). Naast een jaarlijkse groei vanwege instroom in de bijstand door de geleidelijke afbouw, c.q. inperking van WSW, Wajong en IOAW is deze groei het gevolg van een stijging van het bijstandsvolume als afgeleide van een door het CPB verwachte oplopende werkloosheid. Binnen het macrobudget zien we een verdere uitbouw van het aparte deelbudget voor de LKS (Loonkostensubsidie). Hier komt ruim de helft van de totale groei terecht (€ 75 miljoen van de € 138 miljoen). Aan de inkomstenkant neemt het Amstelveense BUIG-budget toe met € 0,9 miljoen van € 26,3 miljoen (zie boven, definitief budget 2024) naar € 27,2 miljoen. € 0,5 miljoen hiervan wordt verklaard door de hiervoor toegelichte groei van het macrobudget. Daarnaast is sprake van een positief herverdeeleffect van € 0,4 miljoen als gevolg van het actualiseren van de gehanteerde grondslagen in het objectief verdeelmodel. Concreet is de uitkomst van deze exercitie dit jaar, dat het Amstelveense budgetaandeel toeneemt met 0,005% (van 0,359% naar 0,364%). Dat lijkt weinig, maar over een totaalbudget van ruim € 7 miljard betekent dat toch een bedrag van 4 ton11.
Aan de uitgavenkant houden we vooralsnog evenredig aan de groei van het macrobudget rekening met een stijging van € 0,5 miljoen ten opzichte van 2024 van € 20,8 miljoen (prognose 2024 cf. hierboven) naar € 21,3 miljoen. De meicirculaire 2025 in samenhang met de nader voorlopige vaststelling van het BUIG-budget 2025 is het aangewezen moment voor een nader gefundeerde vervolgprognose de uitgaven voor 2025. De nu opgenomen uitgavengroei van € 0,5 miljoen bij een hoger BUIG-budget van € 0,9 miljoen betekent een structureel voordeel 2025 van € 0,4 miljoen. Inclusief de bijstelling 2024 ontstaat cumulatief het volgende beeld (cf. regel B in totaaloverzicht par.1): #structurele doorwerking bijstelling 2024 (voordelig) € 236.000 # structureel voordeel bijstelling 2025 (voordelig) € 400.000 ----------# totaal voordeel cumulatief ‘24/’25 (structureel) € 636.000 ====== De voorlopige toekenning 2025 is prijspeil 2024. De LPO-correctie 2025 volgt in het najaar.
De algehele actualisering van de grondslagen houdt het volgende in: Voor een zeer uitgebreide set huishoudkenmerken (typen huishoudens) worden de aantallen huishoudens, alsmede de bijstandskans per afzonderlijk type huishouden opnieuw bepaald. Dit gebeurt één keer per jaar bij de toekenning van het voorlopig budget voor de eerstvolgende jaar. Dat levert aantallen per gemeente op en totaalvolumes op macroniveau. Daarna wijzigt dit niet meer voor het desbetreffende jaar en ligt het budgetaandeel van iedere gemeente voor dat jaar vast. Hierna wordt alleen de omvang van het macrobudget nog aangepast (conjunctuur, Rijksbeleid, indexering). 11
Pagina
13 van 14
3. BUIG-saldi en jaarlijkse schommelingen in perspectief Onderstaand overzicht met bijbehorende grafiek geeft inzicht in de plussen en minnen op de BUIG ten tijde van de achterliggende gemeentefondscirculaires. Het integraal met de algemene uitkering behandelen van deze uitkomsten draagt bij aan de stabiliteit en rust in de (meerjaren)begroting.
struct./jaar x1.000 euro effect B UIG tgv/tlv alg.middelen meicirc21 sepcirc21 meicirc22 sepcirc22 meicirc23 sepcirc23 meicirc24 sepcirc24
0 -315 -850 -692 294 V 580 V -450 636 V
cumulatief
-797
N N N
N
N
Amstelveen is een a-typische gemeente in het verdeelmodel BUIG. Met een substantieel langjarig overschot behoort Amstelveen tot de voordeelgemeenten. Uitgevoerde onderzoeken bevestigen dat er een positieve correlatie is tussen dit overschot en de inzet op beleid en uitvoering. Onderdeel daarvan is ook, dat de gemeente stevig (vanuit eigen middelen) investeert in participatie/re-integratie/Werkplein c.a. Onderstaand overzicht zet de BUIG-saldi 2008-2025 op een rij.
Pagina
14 van 14
2. Voorgestelde besluitvorming inclusief recapitulatie 1.
De notitie “Uitkomsten septembercirculaire 2024 uitkering gemeentefonds en bijstandsgelden ‘24-’25” aan te bieden aan de gemeenteraad om te betrekken bij de behandeling van de Programmabegroting 2025.
2. De gemeenteraad aan te bieden, een naar aanleiding van de septembercirculaire/bijstandsgelden aangepast raadsvoorstel “Programmabegroting 2025” met bijbehorend concept-raadsbesluit met daarin het volgende toegevoegde (voorgesteld) besluit nummer 5: De uitkomsten van de septembercirculaire 2024 c.a. te verwerken conform de hierover aangeboden separate notitie, inhoudende: a) een structureel budgettair neutraal beeld ten opzichte van het begrotingskader in de Perspectiefnota conform regel C.1. in het financieel totaaloverzicht in de aangeboden notitie met inachtneming van: # een inzet van de stelpost nominaal van € 600.000 in 2024, oplopend naar € 1.100.000 structureel vanaf 2025; # een toevoeging aan de stelpost areaal van € 338.000 in 2024 en € 332.000 met ingang van 2025 (structureel); b) incidenteel in 2024 € 1.072.000 ten gunste van de algemene reserve en in 2025 € 1.000 ten laste van de algemene reserve (via begrotingssaldo) conform regel C.2.
in het financieel totaaloverzicht in de aangeboden notitie (totaal € 1.071.000 voordelig); c) verwerking van taakmutaties conform de specificatie van onderdeel A.2.b in het financieel totaaloverzicht in de aangeboden notitie met totaalbedragen van € 184.000 in 2024, € 469.000 in 2025, € 427.000 in 2026, € 93.000 in 2027 en € 80.000 in 2028; d) verhoging inkomsten BUIG met € 55.000 in 2024 en additioneel € 499.000 in 2025 (structureel), alsmede verhoging budget bijstandsuitgaven met € 291.000 in 2024 en additioneel € 899.000 met ingang van 2025 (structureel);