CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Notitie meicirculaire 2025 en BUIG

Raadsvergadering 9 juli 2025, gemeente amstelveenBij agendapunt: Algemene beschouwingen over de Perspectiefnota 2026-20294.936 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INTERNE NOTI TIE

Aan Via Van

Betreft

Gemeenteraad College van B&W Adam Elzakalai, wethouder Financiën

Datum

17 juni 2025

Kopie

Uitkomsten Meicirculaire 2025 en herbeoordeling verhouding structurele en incidentele middelen Deze notitie informeert u over de uitkomsten van de meicirculaire 2025 over de uitkering gemeentefonds en over de bijstelling van de bijstandsgelden (BUIG-budgetten). Deze aanvullende informatie is aangekondigd in de Perspectiefnota 2026 en kan worden betrokken bij de Raadsbehandeling van de perspectiefnota. Daarnaast verwerken we in deze notitie ook de herbeoordeling van de verhouding tussen de structurele en incidentele middelen. Ook dit was aangekondigd in de perspectiefnota. Samenvattende uitkomsten: Meicirculaire 1. De bijstellingen n.a.v. de meicirculaire geeft onderaan de streep een incidenteel voordeel van € 3,2 miljoen over de jaren 2025-2029. Dit voordeel komt ten gunste van de algemene reserve en bestaat uit een grote hoeveelheid aan technische mutaties. 2. Structureel komt de bijstelling uit de meicirculaire op een voordeel van € 4,5 miljoen. Hiervan was reeds € 5,3 miljoen in de Perspectiefnota 2026 verwerkt als zijnde de hogere Jeugdmiddelen n.a.v. van het Van Ark rapport. Gesaldeerd geeft dit een structureel nadeel van circa € 0,8 miljoen. Dit is met inbegrip van de in de Voorjaarsnota opgenomen aanvullende besparingen op de jeugdhulp. 3. De circulaire bevat verder de nodige specifieke taakmutaties.

Deze mutaties worden budgettair neutraal verwerkt in relatie met samenhangende uitgaven en of inkomstenposten. Belangrijkste posten zijn incidentele bedragen in 2025 voor uitvoeringskosten Omgevingswet, de alleenverdienersproblematiek en de aanpak van problematische schulden. Structureel zijn er extra middelen voor de jeugdhulp aan kinderen in een AZC en voor kinderopvang voor pleegouders. Herbeoordeling structurele en incidentele middelen Zoals aangekondigd in de perspectiefnota heeft er een herbeoordeling van de verhouding tussen de structurele en incidentele middelen plaatsgevonden. Het is gebleken dat per 2027 aan het gemeentefonds toegevoegde extra middelen in het financiële kader jaarlijks als incidenteel waren meegenomen terwijl het hier om een structurele toevoeging ging. De jaarlijkse omvang van de gemeentefondsuitkering is hierdoor niet veranderd maar wel de verhouding structureel en incidenteel. In deze notitie corrigeren we deze omissie. 4. Deze herbeoordeling geeft een incidenteel nadeel van € 12,6 miljoen en komt ten laste van de algemene reserve. 5. Anderzijds geeft de herbeoordeling een structureel voordeel van € 4,2 miljoen. Bijstandsbudgetten 6. De bijstelling van de bijstandsbudgetten (BUIG-gelden) geeft een structureel nadeel van € 0,35 miljoen.

Belangrijk in dit licht is dat Amstelveen ondanks een nadeel nu, nog steeds binnen het verdeelmodel tot de grote voordeelgemeente behoort. Hier ligt de samenhang met het actieve beleid dat Amstelveen voert en meer middelen inzet op re-integratie.

[Notitie meicirculaire 2025 en BUIG] 100/F012/ICT

Pagina

2 van 12

Effect algemene reserve t.o.v. Perspectiefnota 2026 Onderstaand het verloop overzicht van de algemene reserve conform de Perspectiefnota 2026 aangevuld met alle effecten uit deze notitie. Algemene reserve (bedragen x € 1.000)

2026

2027

2028

2029

2030

2031

50.592

36.364

29.602

33.337

29.310

24.677

Bestaand verloopt t/m begroting 2025

-17.781

3.852

1.020

4.937

Tweede tijdvak 2024 en circulaires

-1.008

Raadsbesluiten voorgaand jaar

2.268

-2.997

-1.705

10.448

774

3.991

2.034

757

93

Geraamde stand per 1 januari

Jaarstukken 2024 Actualisatie grondexploitaties Mutaties via Perspectiefnota Autonome ontwikkelingen

82

Nieuwe of aangepaste budgetten

-4.009

-3.298

-1.982

-4.849

-4.615

-497

Maatschappellijk vastgoed

-3.888

-2.587

953

-1.949

-775

-1673

-789

-348

Incidenteel effect Meicirculaire

-579

2.042

Incidenteel saldo structureel effect Meicirculaire

1.027

Incidenteel te dekken structurele aanmeldingen Mutaties via Notitie Meicirculaire en BUIG

Effect herbeoordelen structureel / incidenteel

1.775 3.883

-4.200

-4.200

-4.200

Stand Algemene Reserve per 31-12

36.364

29.602

33.337

29.310

24.677

22.600

Minimaal aan te houden buffer

-15.000

-15.000

-15.000

-15.000

-15.000

-15.000

Stand Algemene Reserve per 31-12

21.364

14.602

18.337

14.310

9.677

7.600

Pagina

3 van 12

Effect structureel saldo t.o.v. Perspectiefnota 2026 Onderstaand het verloop overzicht van de het structurele begrotingssaldo conform de Perspectiefnota 2026 aangevuld met alle effecten uit deze notitie. Structurele opgave Perspectiefnota 2026 (bedragen x €1.000)

2025

2026

2027

2028

Benodigde structurele middelen Autonome Ontwikkelingen Nieuwe of aanpassingen op bestaande budgetten Maatschappelijk Vastgoed Nog in te vullen opgave uit Perspectiefnota 2025

-704 -5.166 -108

-1.329 -7.391 87

-1.331 -7.958 -53 -919

-1.325 -7.986 -816 -3.028

-1.325 -1.325 -1.325 -9.288 -11.989 -11.990 -1.448 -1.796 -1.796 -3.028 -3.028 -3.028

Totaal structurele opgave

-5.978

-8.633

-10.261

-13.155

-15.089

-18.138

-18.139

2.500 2.900

3.000 4.392

-

300 152 789

3.500 4.392 1.000 800 221 348

3.500 4.160 1.000 800 221

3.500 4.160 1.000 800 221

3.500 4.160 1.000 800 221

3.500 4.160 1.000 800 221

3.474

5.408

8.457

8.458

-1.120 4.200

-1.120 4.200

-1.120 4.200

-1.120 4.200

-3.080

-3.080

-3.080

-3.080

0

0

0

0

Dekkingsmaatregelen Vrijval Stelposten Nominaal en Areaal Jeugdhulp koppelen aan cie. van Ark en Hervormingsagenda Kostendekkendheid afvaltarief Onderuitputting/realistisch begroten Taakstelling formatie Incidenteel 2025-2028 Bezuinigingsopgave 2028 en verder Effect notitie Meicirculaire en BUIG Effect meicirculaire Effect herbeoordeling structureel / incidenteel Naar algemene reserve

578

1.027

-317 4.200 -3.883

-1.027

Verlaging Bezuinigingsopgave 2028 en verder Structurele opgave - dekkingsmaatregelen

0

0

0

2029

2030

2031

Pagina

4 van 12

Totaal overzicht uitkomsten Notitie Meicirculaire 2025 en BUIG Uitkomsten Notitie Meicirculaire 2025 en BUIG A. Meicirculaire 1. Budgettair 2025 - 2029 1a. Incidenteel BCF correctie 1b. Structureel Jeugdmiddelen Incidenteel Jeugdmiddelen Structureel Aanvullende besparingen * waarvan via stelpost budgettair neutraal Samenhangende post Perspectiefnota 2026 1c Algemene mutaties accres, uitkeringsfactor, areaal/nominaal

2025

-532 1.702

2026

2027

2028

2029

4.708 2.042

4.503 1.832

4.628

4.766 -3.420 1.345 -5.260 1.796

-2.900 2.525

-5.492 1.131

-5.492 962

-3.420 1.345 -5.260 1.934

2. Taakmutaties 2a. Toegekend 2b. Aanpassing bijbehorende budgetten

588 -588

138 -138

142 -142

144 -144

51 -51

A. Effect Meicirculaire

795

2.389

1.805

-773

-773

4.200 -4.200

4.200 -4.200

4.200 -4.200

B. Herbeoordelen structureel en incidenteel Effect structureel saldo Effect Incidenteel saldo C. BUIG-gelden

-347

-347

-347

-347

-347

TOTAAL EFFECT NOTITIE MEICIRCULAIRE en BUIG

448

2.042

1.458

-1.120

-1.120

1.027 -579

2.042

3.883 -2.425

3.080 -4.200

3.080 -4.200

Waarvan Structureel Incidenteel

A Effect Meicirculaire Ad 1a) Incidenteel BCF correctie Bij de Miljoenennota 2025 werd de ruimte onder het plafond voor 2024 voor de gemeenten geraamd op € 447 miljoen. Bij de definitieve afrekening blijkt deze ruimte te zijn afgenomen met € 115 miljoen. Het BCF wordt continu gecorrigeerd voor taakmutaties en volgt de normeringssystematiek van het gemeentefonds. Voor Amstelveen geeft dit een incidenteel nadeel in 2025 van € 532.000. Ad 1b) Jeugdmiddelen In de Perspectiefnota 2026 was al aangegeven dat er rondom jeugdhulp extra financiële middelen verwacht werden n.a.v. de Voorjaarsnota van het Rijk. Die middelen zien we inderdaad terug in de meicirculaire waarbij nu zicht is op de werkelijke omvang. Deze ligt wat lager dan de aanname in de Perspectiefnota 2026. Structureel gaat het om een bedrag van € 1,7 miljoen in 2025 oplopend naar € 4,8 miljoen per 2029. Doordat de besparingen die behaald moeten worden n.a.v. de Hervormingsagenda naar achter zijn geschoven komen er in 2026 en 2027 incidentele middelen beschikbaar. Vanaf 2028 moet de besparing alsnog behaald zijn. Nieuw opgenomen is een aanvullende besparing op de jeugdhulp. Deze bestaat uit 2 maatregelen waar het Rijk voor aan zet is (invoering eigen bijdrage en verkorten van trajectduur), die in totaal € 1,3 miljoen moeten opleveren.

Doordat dit nieuwe maatregelen betreft waarvoor het Rijk aan zet is wordt hiervoor een stelpost opgenomen. Deze hebben hierdoor geen budgettair effect.

Pagina

-

5 van 12

De andere maatregel betreft de indexering van de besparingen opgenomen in de Hervormingsagenda. Dit zijn dus geen nieuwe maatregelen maar men gaat ervanuit dat de oplopende kosten van de jeugdhulp, komt door inflatie en daarmee moeten ook de besparingen hiervoor gecorrigeerd worden. Voor Amstelveen gaat het om afgerond structureel € 2 miljoen per 2028. Of wij dit ook echt gaan realiseren is maar zeer de vraag. Er is de afgelopen jaren al flink ingezet op kostenverlaging door maatregelen. In de Perspectiefnota 2025 was aangegeven dat er voor € 1,8 miljoen aan maatregelen genomen gaan worden, waarvan inmiddels € 0,7 miljoen is gerealiseerd.

Ad 1c) Algemene mutaties Toelichting op 1c Algemene mutaties

2025

2026

2027

2028

2029

1c1. Ontwikkeling WOZ 1c2. Bijstelling areaal en nominaal (accres en maatstaven) Samenhang stelpost Areaal Samenhang stelpost Nominaal 1c3. VHV fonds en WBI 1c4. Overige technische mutaties 1c5. Vrijval stelpost reele nullijn 1c6. Bijdrage VNG en AM-overleg

-64 2.605

-536 1.284 -475

-25

-536 1.675 -500 -807 1.147 -264 272 -25

-536 2.152 -500 -1.614 1.147 -264 1.574 -25

-536 3.267 -500 -1.614 1.147 -264 321 -25

Totaal 1c Algemene mutaties

2.525

1.131

962

1.934

1.796

-16

1.147 -264

Ad 1c1) Ontwikkeling WOZ Het verdeelstelsel voor de algemene uitkering houdt rekening met verschillen in belastingcapaciteit tussen gemeenten. De achterliggende gedachte is, dat gemeenten met hogere WOZ-waarden meer eigen belastinginkomsten kunnen genereren en daardoor minder geld uit het gemeentefonds nodig hebben. Dit is een ongunstige systematiek voor Amstelveen en geeft een nadelig herverdeeleffect op de verwerking van de jaarlijkse WOZ-hertaxatie. Amstelveen scoort ongunstig op deze maatstaf door de relatief hoge woningwaarden. Landelijk houdt de meicirculaire voor 2026 rekening met een waardestijging van 10,5% voor woningen en 2% voor niet-woningen. Deze waardeontwikkeling is ook op de Amstelveense cijfers toegepast. In het najaar, bij de opmaak van de tariefvoorstellen ozb voor 2026 wordt dit opnieuw beoordeeld. Dan is meer informatie beschikbaar over de waardeontwikkeling in Amstelveen. De herberekening van het onderdeel WOZ/belastingcapaciteit levert een nadeel op van afgerond € 0,5 miljoen structureel vanaf 2026. In 2025 is sprake van een gering nadeel van € 64.000. De bijstelling komt voort uit 2 stappen: Als eerste stap is de actuele stand van de WOZ-waarden voor 2025 bepaald. Dit heeft gevolgen voor de gemeentelijke ozb-opbrengst, maar ook voor de algemene uitkering. Het effect hiervan is deze keer per saldo een gering structureel nadeel van € 64.000.

Dit komt met name door een lagere dan eerder aangenomen waarde niet-woningen; De aftrekpost voor 2026 en verder komt uit op € 0,6 miljoen. Gesaldeerd met het effect uit 2025 geeft dit een totaal nadeel van € 0,5 miljoen. Ad 1c2) Bijstelling nominaal en areaal (accres en maatstaven) De bijstellingen op accres en maatstaven/uitkeringsfactor vinden plaats op twee niveaus: Voor het lopende jaar 2025 en het eerstvolgende begrotingsjaar 2026 vindt een harde en gedetailleerde uitwerking plaats;

Pagina

-

6 van 12

Voor het meerjarig perspectief, de jaren 2027-2029 is de uitwerking trendmatig met als uitgangspunt een reële nullijn. Deze benadering doet recht aan de zachtheid van toekomstige accresramingen en draagt bij aan stabiliteit en rust in het begrotingsproces met bijbehorende integrale afweging.

Uitwerking 2025/2026 (harde uitwerking) De actualisatie van de bbp-normeringssystematiek1 geeft een groot voordeel in 2025. Voor 2026 was al rekening gehouden met een opwaarts effect. De stijging van het aantal inwoners is een ander voordelig effect. Daarnaast speelt de uitkeringsfactor (aantal punten) altijd een grote rol. De uitkeringsfactor gaat omhoog als macrovolumes van verdeelmaatstaven dalen. Op die manier wordt per saldo nog steeds een even grote koek verdeeld. Effecten nominaal en areaal

2025

2026

Bijstelling BBP Hoger inwoneraantal/woonruimte Uitkeringsfactor Overige maatstaven

1.672 417 516

599 530 98 57

Totaal effecten

2.605

1.284

Meerjarige uitwerking 2027-2029 Voor het meerjarig perspectief, de jaarschijven 2027-2029, volgt de uitwerking een eigen trendmatige raming. De accressen 2027/2028 nemen licht toe als gevolg van de aanpassing bbp-normeringen. Jaarschijf 2029 wordt nieuw toegevoegd. Samenhangende posten areaal en nominaal De bijstellingen in het gemeentefonds vanuit areaal en nominaal moeten in samenhang worden bekeken met de in onze begroting opgenomen stelposten areaal en nominaal. Deze stelposten dienen als stabilisatoren voor het opvangen van loon- en prijsontwikkelingen alsmede areaalontwikkelingen. De stelpost areaal is volledig vrijgevallen bij de Perspectiefnota 2026 maar wordt op basis van de meicirculaire met € 0,5 miljoen structureel verhoogd. Voor loon- en prijsontwikkelingen hanteren wij een meerjarig perspectief van 3,5% prijs en 5% loon. Ad 1c3) VHV fonds en WBI In de meerjarenraming gemeentefonds is een aantal jaar geleden een uitname gedaan van € 250 miljoen per jaar voor het Volkshuisvestingfonds en de Woningbouwimpuls. In 2026 zouden deze middelen weer terugvloeien naar het gemeentefonds. In de meicirculaire zien we dat deze middelen inderdaad weer terugvloeien naar het gemeentefonds. In ons eigen meerjarig kader was hier nog geen rekening mee gehouden omdat het verleden ook weleens heeft uitgewezen dat wat het Rijk incidenteel uitneemt, langzaamaan structureel wordt.

Dat is deze keer dus niet het geval. Ad 1c4) Overige technische mutaties De meicirculaire bevat tal van kleinere mutaties ten opzichte van eerdere kaders. Gesaldeerd geeft dit een nadeel van € 0,3 miljoen. Ad 1c5) Vrijval stelpost reële nullijn Ons financieel meerjarig kader gaat uit van een trendmatige reële nullijn ten opzichte van de perspectiefnota. Dat betekent dat eventuele meerjarige voordelige De normeringssystematiek wordt gesplitst in een volumedeel en een prijsdeel. De volumeontwikkeling van de fondsen wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp, waardoor het fonds minder schommelt. Het prijsdeel volgt de prijsontwikkeling van het bbp van het lopende jaar, waardoor de fondsen reëel ‘op niveau’ blijven. Conform Rijksbrede systematiek wordt de index in het voorjaar van het lopende jaar definitief. 1

Pagina

7 van 12

marge tussen de accresontwikkeling en nominale ontwikkeling (loon- en prijsstijging) vooralsnog niet wordt ingeboekt. De in de bestaande meerjarenbegroting aanwezige marge is tot en met 2028 nu geheel ingezet, met name in samenhang met de nieuwe besparingen op jeugd als gevolg van indexering van de Hervormingsagenda. De jaarschijf 2029 is neutraal opgenomen met een sluitpost van € 1,7 miljoen. Ad 1c6) Bijdrage VNG en AM-overleg Ten tijde van het opstellen van de Perspectiefnota 2026 waren de aanvullende bijdrage voor de VNG en het AM-overleg nog niet bekend en derhalve nog niet opgenomen. Deze zijn inmiddels wel bekend en worden langs deze weg verwerkt in de begroting 2026 en verder. Ad 2) Taakmutaties Onder de noemer taakmutaties behandelt deze paragraaf nieuwe toevoegingen aan de algemene uitkering vanwege specifieke maatregelen (taakmutaties). De algemene beleidslijn is, dat als het gaat om structurele wijzigingen, er een directe relatie is met samenhangende uitgavenbudgetten waarmee verrekening plaatsvindt. Bij incidentele wijzigingen wordt gekeken naar de omvang. Nadere besluitvorming kan plaatsvinden aan de hand van aparte advisering. Onderstaand overzicht zet deze mutaties op een rij, waarna een toelichting volgt. Taakmutaties

2025

2026

2027

2028

2029

a) jeugdhulp aan kinderen in een AZC b) Kinderopvang pleegouders c) IU Soc domein Participatie d) IBO aanpak problematische schuld e) alleenverdienersproblematiek f) uitvoeringskosten Omgevingswet g) aanpassen dienstverlening aan huis

17 15 86 55 99 316

17 15 98

17 15 102

17 15 104

17 15 11

8

8

8

8

Totaal 1c Algemene mutaties

588

138

142

144

51

Ad a) Jeugdhulp aan kinderen in een AZC In de septembercirculaire 2018 zijn gemeenten geïnformeerd dat zij vanaf 2019 volledig verantwoordelijk worden voor de organisatie en financiering van jeugdhulp, inclusief de jeugd-ggz, aan kinderen in een asielzoekerscentrum (AZC). Hiervoor is voor Amstelveen € 17.000 structureel beschikbaar. Ad b) Kinderopvang pleegouders Er zijn middelen beschikbaar gesteld als bijdrage voor de kosten die pleegouders maken voor kinderenopvang en buitenschoolse opvang van hun pleegkinderen. Voor Amstelveen komt € 15.000 structureel beschikbaar. Ad c) IU Soc domein Participatie (WSW en Beschut werk) De bedragen die Amstelveen ontvangt via de Decentralisatie uitkering Werk zijn geactualiseerd. Deze uitkering bestaat uit twee componenten, te weten het WSWbudget en het budget beschut werk. Meerjarig wordt het WSW-budget afgebouwd en groeit het budget beschut werk. Dit laatste vanwege de te verwachten groei van deze doelgroep door afbouw van de WSW en de Wajong. Het WSW-budget heeft als direct samenhangende post de gemeentelijke bijdrage aan AM-Match. Beide budgetten worden in 2025 geïndexeerd voor loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast zijn er twee beleidsmatige toevoegingen: een nieuw structureel budget voor de sociale infrastructuur en een incidentele compensatie voor de afschaffing van het lage-inkomensvoordeel voor gedetacheerden in de Wsw.

Pagina

8 van 12

Ad d) IBO problematische schulden Het kabinet voert een pakket aan maatregelen in om problematische schulden fundamenteel aan te pakken. Dit pakket is gebaseerd op het basispakket uit het Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) Problematische schulden. Voor 2025 worden voor het onderdeel: ‘vroegsignalering’ middelen overgemaakt naar het gemeentefonds. Ad e) Alleenverdienersproblematiek Gemeenten kunnen huishoudens die getroffen zijn door de alleenverdienersproblematiek individuele bijzondere bijstand bieden. Deze decentralisatie-uitkering maakt dit mogelijk. Er is voor de alleenverdienersproblematiek voor Amstelveen voor 2025 een bedrag van € 99.000 beschikbaar. Ad f) Uitvoeringskosten Omgevingswet De financiële middelen vanuit het Coalitieakkoord van het kabinet-Rutte IV worden ingezet voor het bereiken van de doelen van de Omgevingswet (meicirculaire 2024). Met het uitkeren in 2025 kunnen de gemeente in hun transitie ervoor zorgdragen dat ze aangesloten, geoefend en ingeregeld zijn en voldoen aan de in de Omgevingswet gestelde eisen. Er volgt nog een stelselevaluatie, waarbij de daadwerkelijk gemaakte kosten in kaart worden gebracht. De aanvullende € 316.000 wordt toegevoegd aan de egalisatiereserve AA net als voorgaande jaren. De kosten voor beide gemeenten worden verrekend met deze reserve.

Ad g) Aanpassing dienstverlening aan huis Vanaf 1 januari 2026 valt het persoonsgebonden budget (pgb) niet meer onder de Regeling Dienstverlening Aan Huis (RDAH). Dit betekent dat pgb-budgethouders, afhankelijk van het type arbeidscontract, zowel de premieafdrachten als de doorbetalingen bij ziekte binnen hun pgb-budget moeten bekostigen. In sommige gevallen kan dit ertoe leiden dat het pgb-budget van de budgethouder niet toereikend is, en dat de budgethouder ook niet de ruimte ervaart om de zorgvraag aan te passen. Hiervoor is vanaf 2026 structureel € 8.000 beschikbaar.

B herbeoordeling verhouding structureel / incidenteel In de Perspectiefnota 2026 was aangegeven dat er een herbeoordeling zou plaatsvinden van de verhouding structureel en incidenteel. Binnen Amstelveen maken we een strikt onderscheid tussen de structurele en incidentele middelen. Dit onderscheid is van belang omdat onze toezichthouder, de Provincie, hier op beoordeelt. Onze begroting moet structureel in evenwicht zijn. Dit klinkt logisch en eenvoudig maar door onder andere regelgeving vanuit de BBV is dit onderscheid niet altijd zwart-wit te maken. Zo is bijvoorbeeld in BBV-termen de post algemene uitkering altijd aangemerkt als structureel dekkingsmiddel, terwijl het Rijk de laatste jaren in toenemende mate grote incidentele bedragen beschikbaar heeft gesteld. Om dit goed in beeld te houden is lange tijd gebruik gemaakt van handmatige overzichten. Sinds vorig jaar wordt gebruik gemaakt van software. Uit een controle is gebleken dat er een omissie is ontstaan tussen het structurele en incidentele saldo. Met de meicirculaire 2022 is een bedrag van € 4,2 miljoen incidenteel aan Amstelveen verstrekt ter demping van het ravijnjaar 2026. Hierdoor werd het ravijn minder diep in 2026 en schoof het door naar 2027. Bij de septembercirculaire 2023 is dit bedrag echter structureel geworden.

In ons financieel kader is dit bedrag echter steeds als incidenteel meegenomen voor de jaren 2027-2029 en jaarlijks toegevoegd aan de algemene reserve. Deze omissie zetten we met deze notitie recht. Het betekent niet dat er meer of minder geld vanuit het gemeentefonds naar Amstelveen komt maar enkel de verhouding tussen structureel en incidenteel verandert. Het gevolg hiervan is dat de algemene reserve lager wordt maar de structurele begrotingspositie verbetert. Met het gebruik van software i.p.v.

Pagina

9 van 12

handmatige overzichten borgen we dat in de toekomst omissies als deze worden voorkomen. Effect op structureel saldo

2025

2026

2027

2028

2029

A + C. Effect Meicirculaire en BUIG

1.027

-

-317

-1.120

-1.120

4.200

4.200

4.200

3.883

3.080

3.080

-3.080

-3.080

-

-

B. Herbeoordelen Structureel en Incidenteel Totaal structureel Saldo

1.027

D. Bestemmen structurele middelen Ter dekking stelpost bezuiniging 2028 e.v. Incidenteel naar Algemene Reserve

-1.027

Resterend structureel effect

-

-

-3.883 -

-

Het structurele effect uit de meicirculaire inclusief bijstelling van de BUIG-budgetten geeft een nadelig structureel saldo van € 1,1 miljoen. Door de herbeoordeling van de verhouding structureel en incidenteel komt er echter per 2027 € 4,2 miljoen structureel beschikbaar waardoor een positief saldo overblijft van circa € 3 miljoen. Dit saldo kan voor de jaren 2028/2029 worden gebruikt ter demping van de in de Perspectiefnota 2026 opgenomen stelpost bezuinigingsopgave 2028 e.v. Stelpost bezuiniging

2025

2026

2027

Was in Perspectiefnota 2026 Effect notitie meicirculaire Nieuwe stelpost

-

-

-

2028

2029

3.474 -3.080

5.408 -3.080

394

2.328

Het incidentele saldo in 2025 en in 2027 wordt toegevoegd aan de algemene reserve. Daarnaast heeft de omzetting van structureel en incidenteel gevolgen voor de algemene reserve. Effect op incidenteel saldo

2025

2026

2027

2028

2029

A + C. Effect Meicirculaire en BUIG

-579

2.042

1.775

-

-

-4.200

-4.200

-4.200

B. Herbeoordelen structureel - incidenteel E. Incidenteel saldo structurele middelen Totaal incidenteel effect Cummulatief

1.027

-

3.883

-

-

448

2.042 2.490

1.458 3.948

-4.200 -252

-4.200 -4.452

Per saldo gaat de stand van de algemene reserve met € 4,5 miljoen naar beneden. Bij de Perspectiefnota was een eindstand van de Algemene Reserve geprognotiseerd van € 12 miljoen per 2030, hierbij al rekening gehouden met de raadsafspraak van een minimale omvang van € 15 miljoen. Na verwerking van deze notitie zal de eindstand circa € 8 miljoen bedragen.

Pagina

10 van 12

C Bijstandsbudgetten / BUIG-gelden Op 30 april 2025 is door het Ministerie van SZW het zogenoemde “nader voorlopige macrobudget 2025” gepubliceerd: Nader voorlopige Macrobudget 2025 (informatie voor gemeenten) | Publicatie | Rijksoverheid.nl. De bekendmaking van het BUIG-budget verloopt in drie stappen: 1. Op 1 oktober 2024 is het “voorlopige budget 2025” bekend gemaakt. In deze berekening wordt eenmalig het budgetaandeel gewijzigd voor onder andere verwachte kans op bijstand, aantal huishoudens naar type en normbedragen. Dit leidt tot herverdeeleffecten tussen gemeenten; 2. Op 30 april 2025 is dit via het “nader voorlopige macrobudget 2025” geactualiseerd voor bijstellingen op de omvang van het macrobudget. Daarnaast is de loonkostensubsidie (LKS) gebaseerd op het jaar 2024 (t-1) en niet meer op 2023 (t-2); 3. Begin oktober 2025 volgt de “definitieve vaststelling budget 2025” en wordt het budget aangepast voor de looncompensatie over 2025 (van prijspeil 2024 naar prijspeil 2025). Dan start ook de nieuwe cyclus met “voorlopig budget 2026”. Bij de beoordeling van het “nader voorlopige macrobudget 2025” (stap 2) wordt een eigen inschatting gemaakt van de looncompensatie die wordt toegekend in oktober 2025 (stap 3). Dit om het budget met de eigen uitgavenontwikkeling te kunnen vergelijken op actuele prijspeil 2025. De indexering wordt geschat op 6,5%.

Dit is inclusief verhoogde loonheffing dat toeneemt van 20,7% naar 22,95%. Het budget dat gemeenten ontvangen wordt aangeduid als BUIG-gelden (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten). Als gemeenten meer of minder uitgeven aan bijstandsuitkeringen blijft dit voor rekening van de gemeente. Het macrobudget wordt vastgesteld met rekenregels van het CPB voor de prognose van het totale verwachte bijstandsvolume als afgeleide van de economische ontwikkeling en de ontwikkeling van de werkloosheid. Daarnaast wordt rekening gehouden met eventuele gevolgen van specifiek Rijksbeleid dat van invloed is op het bijstandsvolume. Het BUIG- budget gaat alleen over de uitkeringsgelden. De bekostiging van de ambtelijke uitvoeringskosten wordt geacht plaats te vinden via de algemene uitkering gemeentefonds. Loonkostensubsidie De BUIG wordt voor het grootste deel bepaald via een objectief verdeelmodel. Met ingang van 2022 is een apart deelbudget Loonkostensubsidie gevormd, dat wordt verdeeld op basis van de historische (werkelijke) uitgaven van gemeenten op dit onderdeel in het voorafgaande jaar (t-1). Bij de voorlopige toekenning wordt in eerste instantie uitgegaan van de gegevens (t-2), bij de nader voorlopige vaststelling vindt definitieve vaststelling plaats op basis van (t-1).Dit als beoogde prikkel om dit instrument in te zetten.

Objectief verdeelmodel Zoals ieder objectief verdeelmodel brengt ook dit verdeelmodel voor- en nadeelgemeenten met zich mee. Amstelveen behoort relatief bezien in dit model tot de grotere voordeelgemeenten. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat er een verband is tussen een actief beleid in Amstelveen en een voordelig resultaat op het bijstandsbudget. Dat correspondeert met het feit, dat Amstelveen tegelijkertijd veel meer middelen inzet op re-integratie dan de hiervoor beschikbare gelden. Per saldo (bijstandsgelden en re-integratiegelden) is dus sprake van een geringer voordeel. Het voordeel op bijstand/re-integratie is in de Amstelveense begroting ingezet binnen het gehele sociaal domein ter dekking van (een deel van) het tekort op de Jeugdgelden.

Pagina

11 van 12

In algemene zin spelen drie risico’s voor Amstelveen op dit onderdeel:  Er lopen nog steeds onderzoeken om het verdeelmodel verder te verbeteren, met name waar het gaat om de (relatieve) “uitschieters” in de verdeling. Een lagere uitkering door modelaanpassingen blijft daarmee een risico;  Bij de huidige arbeidsmarktkrapte daalt het bijstandsvolume. Een lager macrobudget betekent ook een lager herverdeelvoordeel. Daarnaast is het (relatief geringe) Amstelveense bijstandsbestand veel minder “beweeglijk” dan het landelijk bestand;  Dit relatief geringe en minder beweeglijke Amstelveense uitkeringenbestand betekent ook dat de Amstelveense potentie om het instrument Loonkostensubsidie in te zetten ten opzichte van andere gemeenten relatief beperkt is. De voorziene groei van dit instrument en de onderliggende stimulerende bekostiging geeft voor Amstelveen negatieve herverdeeleffecten. Het totale macrobudget voor de BUIG-gelden bedraagt afgerond € 7,3 miljard, waarvan in 2025 afgerond € 0,56 miljard deelbudget Loonkostensubsidie. Het Rijksbeleid is gericht op een toenemend gebruik van de Loonkostensubsidie en dus een toename van dit deelbudget (en afname van het algemene budget). Bijstelling begroting 2025 De actualisatie van de ontwikkeling van de ontvangen bijstandsgelden (BUIG-budget) en de samenhangende uitgavenontwikkeling geeft het volgende beeld: A.

Inkomstenkant: bijstelling BUIG € 664.000 lager budget (exclusief verwachte indexering) De huidige begroting bevat een BUIG-budget van € 27,2 miljoen. Dit is gebaseerd op het door het Rijk gepubliceerde “Voorlopige budget 2025” in oktober 2024. De tweede publicatie over 2025 betreft het “nader voorlopige macrobudget 2025”. Dit heeft het Rijk op 30 april 2025 bekend gemaakt. Het budget voor Amstelveen is neerwaarts bijgesteld naar € 26,5 miljoen. Dit betekent een nadeel van € 664.000. Mutaties die leiden tot lager BUIG-budget De belangrijkste reden van het lagere budget betreft de structurele doorwerking van de daling van het aantal bijstandsgerechtigden in 2024 en de verwachte verdere daling in 2025 (€ 700.000). Daarnaast is sprake van een bijstelling op de loonkostensubsidie (LKS) ter grootte van € 50.000. Met LKS krijgt de werknemer het normale salaris. De gemeente betaalt de werkgever voor de kleinere productiviteit. In het “nader voorlopig macrobudget” worden de gegevens van 2024 in plaats van 2023 gebruikt. Dit betekent dat de LKS van Amstelveen daalt van € 1.176.120 naar € 1.127.447. Niet alleen Amstelveen heeft een lagere LKS verstrekt. Landelijk is het deelbudget LKS gedaald met € 24,7 miljoen. De voorziene groei van dit budget is in 2024 uitgebleven.

De inzet van LKS is afhankelijk van het aantal bijstandsontvangers en de mogelijkheid om deze te kunnen plaatsen bij een werkgever. Tenslotte is het wetsvoorstel Participatiewet in balans (spoor 1) uitgesteld van 1 juli 2025 naar 1 januari 2026. Dit zorgt voor een (incidentele) neerwaartse bijstelling van € 80.000 in 2025. Mutatie die leidt tot hoger BUIG-budget Door tegenvallende resultaten binnen de banenafspraak vervalt een deel van de eerder ingeboekte besparing op de bijstand. Dit betekent een hoger BUIG-budget van € 210.000. B. Indexering inkomsten € 1.726.000

Pagina

12 van 12

Zoals hiervoor beschreven behoort Amstelveen tot de grotere voordeelgemeenten. Bij het prognosticeren van de verwachte looncompensatie in de “definitieve vaststelling” van begin oktober 2025 leidt dit tot een positieve bijstelling: de inkomsten BUIG zijn namelijk hoger dan de uitgaven voor de bijstandsuitkeringen. De indexering wordt geschat op 6,5% en toegepast op het uitgaven- en inkomstenbudget. Dit bestaat uit een indexatie en een verhoogde loonheffing dat toeneemt van 20,7% naar 22,95%. Voor de inkomsten betekent dit een bijstelling van het budget met € 1,7 miljoen. C. Uitgavenkant: bijstelling € 1.409.000 meer uitgaven Het aantal bijstandsuitkeringen stijgt beperkt ten opzichte van 2024. Waar dit aantal eind 2024 lag op 1090 uitkeringen is dit in april 2025 beperkt gestegen tot 1100. Dit is een tegengestelde ontwikkeling aan wat het CPB landelijk verwacht, die in haar prognose een dalende trend verwacht. De uitgavenbijstelling bestaat voor het grootste deel de verwachte loonindex van 6,5%. Na de bijstelling bedraagt het uitgavenniveau € 22,6 miljoen. Per saldo: € 347.000 nadeel De inkomstenraming van de uitkering BUIG wordt structureel met € 1.062.000 verhoogd. Dit bestaat uit een nadeel via de “nader voorlopige beschikking 2025” van € 664.000 en een verwachte bijstelling van de loonindex in de “definitieve vaststelling 2025” van € 1.726.000.

Voor de raming van de verwachte bijstandsuitgaven 2025 betekent deze notitie een structurele verhoging van € 1.409.000. Per saldo betekent dit een bijstelling van € 347.000 nadelig, zoals staat opgenomen op regel B in het financieel totaaloverzicht van deze notitie.

paraaf

ontvangstdatum : paraaf

:

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=9035bd94-27b1-4fd5-bbc4-c0a783619f39