Nota van toelichting bij de Participatie- en inspraakverordening Amstelveen 2021
Tekst van het document
Nota van toelichting bij de Participatie- en inspraakverordening Amstelveen 2021 Zaaknummer: Z21-019063 Datum: 21 april 2021
Artikelsgewijs Artikel 1.1 Onderwerp Onder uitvoering van gemeentelijk beleid, wordt mede begrepen besluiten die het bevoegde bestuursorgaan op grond van het beleid neemt. Artikel 1.2 Definities burgerinitiatief: Het burgerinitiatief moet niet verward worden met het bewonersinitiatief. Een bewonersinitiatief is een voorstel of idee van een groep bewoners van een wijk om bijvoorbeeld de sociale samenhang in de buurt te versterken of om een stukje openbaar groen te verfraaien of te onderhouden. Vaak wordt daarvoor een budget beschikbaar gesteld waarmee de bewoners zelf hun idee kunnen uitvoeren. Voor bewonersinitiatieven geldt niet de routing die in artikel 4.1 artikel wordt beschreven. Bij het burgerinitiatief gaat het om het lokale (Amstelveense) belang, zoals ook aangegeven staat in de definitie in artikel 1.2 onder b. Het burgerinitiatief is dus breder van opzet eerder om de mogelijkheid om een idee te agenderen bij het lokale bestuur (college of gemeenteraad). Het is (meestal) breder van opzet dan een bewonersinitiatief en moet in het gemeentelijk beleid passen en/of een positieve bijdrage leveren aan de Amstelveense samenleving. Artikel 1.3 Doelstelling en reikwijdte Onder “besluit” genoemd in dit artikel : een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.
Artikel 2.1 Participatieproces Dit artikel is erop gericht om vooraf duidelijke kaders te stellen omtrent het doel van de participatie, in hoeverre het proces beïnvloed kan worden, wat het mag kosten, etcetera. Uiteraard moet dit alles op gepaste wijze bekend worden gemaakt. Het kán voorkomen dat de kaders later (toch) aangepast moeten worden. Hierin voorziet het vierde lid. Indien dit aan de orde is, moet het college de deelnemers aan de participatie dat zo snel mogelijk laten weten. Artikel 2.2. Besluitvorming In dit artikel is nader gespecificeerd wat de beïnvloedingsruimte van de deelnemers aan het participatieproces kan zijn. Het bestuursorgaan moet vooraf een duidelijke keuze maken uit a, b of c. Artikel 2.3 Evaluatie Elk participatieproces wordt ook als mogelijk leermoment gezien. Het is daarom van belang elk proces te evalueren en de gemeenteraad jaarlijks de participatieprocessen bespreekt. Artikel 3.1 Inspraakgerechtigden Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.
Pagina
2 van 2
Artikel 3.2 Inspraakprocedure Het uitgangspunt is dat de inspraak plaatsvindt conform de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure die in Afdeling 3:4 van de Awb is beschreven. Dit houdt in onder meer in dat het ontwerpbesluit en de bijbehorende stukken gedurende zes weken ter inzage worden gelegd. Daarvan wordt kennisgeving gedaan in een of meer dag-, nieuws-, of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. In de kennisgeving moet in ieder geval staan waar en wanneer de stukken ter inzage liggen en wie op welke wijze zijn zienswijze naar voren kan brengen. Het is denkbaar dat het wenselijk is van de procedure als omschreven in artikel 3:4 Awb af te wijken. Daarom biedt het twee lid de mogelijkheid te besluiten een ander inspraakproces te volgen. Artikel 3.3 Verantwoording Na afloop van de inspraak legt het college verantwoording af in die zin dat het moet aangeven wat er met de inspraakreacties is gebeurd. Iedereen die heeft deelgenomen aan de inspraak krijgt een afschrift van de betreffende stukken en wordt geïnformeerd over het vervolgproces en het uiteindelijke besluit. Artikel 4.1 Indiening burgerinitiatief Onder verwijzing naar de toelichting op artikel 1.2 wordt nogmaals benadrukt dat het burgerinitiatief niet verward moet worden met het bewonersinitiatief.
Artikel 4.2 Verlening ondersteuning In het eerste lid is aangegeven in welke vormen het college kan besluiten een burgerinitiatief te ondersteunen. Het tweede lid is opgenomen omdat het van belang is dat een burgerinitiatief op voldoende draagvlak kan rekenen. Artikel 4.3 Weigering ondersteuning Het is logisch dat burgerinitiatieven die onvoldoende draagvlak hebben, in strijd zijn met het algemeen belang of om financiële, praktische of juridische redenen niet haalbaar zijn, niet worden ondersteund. Wanneer het vooral gaat om het privébelang van de indiener, zal er al gauw een gebrek aan een voldoende breed draagvlak zijn. Voor de zekerheid is onder f echter opgenomen dat het college in dat geval ondersteuning kan weigeren. Artikel 4.4 Bekendmaking en artikel 4.5 Behandeling in de raad Een besluit om een burgerinitiatief al dan niet te ondersteunen wordt altijd naar de raad gezonden. Vervolgens bespreekt de raad het initiatief en het besluit van het college ten aanzien van dat initiatief. Initiatiefnemers worden krijgen de gelegenheid hun idee aan de raad te presenteren en zij kunnen – als zij daarvoor toestemming krijgen van de voorzitter van de raad – zelfs deelnemen aan de beraadslaging. Net als voor participatie geldt voor burgerinitiatieven dat deze jaarlijks door de gemeenteraad worden besproken.
Artikel 5.1 Toepassen uitdaagrecht Bij het uitdaagrecht dagen inwoners of maatschappelijke organisaties de gemeente uit; zij zeggen bepaalde gemeentelijke taken beter en goedkoper te kunnen uitvoeren. In het derde lid zijn voorwaarden geformuleerd waarin de aanvragen worden getoetst; dat is bedoeld om te voorkomen dat een plan onvoldoende draagvlak heeft, tot stijging van kosten leidt of dat (later) blijkt dat de initiatiefnemers de toegezegde prestatie niet kunnen leveren. Dit is conform het eerder door het college vastgestelde ‘Uitvoeringskader Right to Challenge’. Artikelen 6.1 tot en met 6.3 De overgangs-en slotbepalingen behoeven geen nadere toelichting.