Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden (geanonimiseerd)
Tekst van het document
Nota van Beantwoording Ontvangen zienswijzen en beantwoording van de zienswijzen, op het
Ontwerp Bestemmingsplan De Scheg Midden Amstelveen, oktober 2024
Wijze van beantwoording Deze nota van beantwoording heeft betrekking op de zienswijzen op het ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden. Op 20 december 2023 is het ontwerp bestemmingsplan voor een periode van zes weken ter visie gelegd, met een zienswijzentermijn t/m 30 januari 2024. De ingediende zienswijzen worden hierna samengevat weergegeven. Dit betekent niet, dat die onderdelen van de zienswijzen die niet expliciet genoemd worden niet bij deze beoordeling zijn betrokken. De zienswijzen zijn in het geheel beoordeeld. De ontvangen zienswijzen worden per indiener of per indieners puntsgewijs behandeld. De indieners van de zienswijzen worden geanonimiseerd en genummerd. In de linker kolom staat de nummering en een beknopte opsomming van de punten uit de brief of mail, en in de kolom daarnaast staat de beantwoording. In de rechterkolom staat aangegeven of de zienswijze leidt tot aanpassing van de regels en/of plankaart van het bestemmingsplan, met indien van toepassing een korte toelichting daarop (in de middelste kolom).
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
blz. 2
Samenvatting ingediende zienswijze
Beantwoording zienswijze per punt
Plan-aanpassing (indien ja)
1. Mail d.d. 3 januari 2024 a.
Volgens indiener is het uitgangspunt dat de hoofdontsluiting voor de Scheg Midden, en ook voor de Scheg West, gaat lopen via een nieuw aan te leggen weg door de nieuwe wijk die aansluit op de verlengde Hammerskjöldsingel en het Weldam. In de bijlagen van het bestemmingsplan wordt gesproken over het ontstaan van een sluiproute maar de gemeente geeft niet aan welke sluiproute dit is, aldus indiener.
De genoemde sluiproute in het verkeersonderzoeksrapport (bijlage ontwerp bestemmingsplan) betreft een route tussen de Legmeerdijk en Beneluxbaan via de Jane Addamslaan én Assering.
b.
Volgens indiener kan er slechts één sluiproute ontstaan en die loopt vanaf de zuidelijke Asserring via de Noorddammerweg tot aan de kruising met de J.C. van Hattumweg. Op deze kruising kan men rechtsaf de J.C. van Hattumweg op tot aan het Weldam en linksaf kan men naar de T-splitsing met de Meerlandenweg. En in beide gevallen kan dit ook in de tegengestelde richting. Indiener wijst de gemeente er op dat het stukje Noorddammerweg tussen de Asserring en de J.C. van Hattumweg nu niet bepaald geschikt is om als sluiproute te gaan functioneren. De weg heeft geen apart fietspad en een voetgangerspad ontbreekt. Wel is er aan beide zijden een onderbroken witte lijn waarop fietsmarkeringen staan aangegeven. Het weggedeelte tussen deze onderbroken lijnen is smal waardoor er maar één auto in één richting gebruik van kan maken. Als twee auto's elkaar naderen en elkaar moeten passeren komen deze op het ‘fietsgedeelte’ terecht en moeten de fietsers al heel gauw uitwijken naar de berm hetgeen ook geldt voor de voetgangers. Ook zwaar vrachtverkeer gebruikt nu de Noorddammerweg en dit zal met de nieuwe weg tussen het Weldam en de verlengde Hammerskjöldsingel minder worden. Maar het vrachtverkeer kan in het ontwerp bestemmingsplan gebruik blijven maken van de Noorddammerweg.
De verwachting is dat het verkeer op de Noorddammerweg tussen de Asserring en de J.C. van Hattumweg juist behoorlijk zal afnemen ten opzichte van de huidige situatie, aangezien de Noorddammerweg ten zuiden van de J.C. van Hattumweg geknipt wordt en daardoor niet meer interessant is voor doorgaand verkeer.
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
blz. 3
c.
Indiener geeft aan dat de aan de Noorddammerweg liggende bruggetjes veelvuldig worden gebruikt door fietsers en voetgangers, vooral door schoolgaande kinderen. Als de complete Scheg gereed is zal het voetgangers- en fietsverkeer op de Noorddammerweg sterk toenemen, aldus indiener. Volgens indiener verzakt een deel van de Noorddammerweg nu al door het zware vrachtverkeer, en zitten in deze stukken weg honderden scheuren. Vrachtverkeer zou volgens indiener feitelijk nu al moeten worden verboden.
Door aanleg van de nieuwe infrastructuur van De Scheg verwacht de gemeente een forse afname van het auto- en vrachtverkeer op de Noorddammerweg tussen de Asserring en de J.C. van Hattumweg. De verwachting is dat na aanleg hier alleen nog maar bestemmings(vracht)verkeer zal rijden.
d.
Volgens indiener moet het sluipverkeer op dit gedeelte van de Noorddammerweg worden geweerd. Dit kan op een eenvoudige wijze door in de J.C. van Hattumweg een tweetal knippen te leggen die alleen voor langzaam verkeer open blijven, aldus indiener. De eerste knip moet dan komen te liggen op het stukje J.C. van Hattumweg Weldam en de tweede knip kan dan worden aangebracht op of nabij de Meerlandenweg. Volgens indiener zou plaats van deze knippen bepaald moeten worden in een te houden overleg tussen de bewoners van de J.C. van Hattumweg, de bewoners van de Meerlandenweg en de Gemeente Amstelveen. Aan het rechter gedeelte van J.C. van Hattumweg liggen 7 stuks woningen, aan het linker gedeelte 5 stuks woningen en aan de Meerlandenweg 2 stuks woningen. Bij sommige woningen liggen nog kassen en er is nog één caravanstelling. Met zo weinig bewoners moet een overeenstemming over de knippen mogelijk zijn, aldus indiener.
De Noorddammerweg wordt geknipt tussen de J.C. van Hattumweg en de nieuwe ontsluitingsweg door De Scheg. De J.C. van Hattumweg wordt geknipt ter hoogte van de spoorwegovergang. Verkeersmodel berekeningen laten zien dat door deze twee knippen er geen sprake meer is van sluipverkeer op de Noorddammerweg. Andere knippen zijn hierdoor (vooralsnog) niet nodig.
e.
Gezien de, volgens indiener, nu al optredende files op het zuidelijk gedeelte van de Assering, en dan vooral in de ochtend en de middag als de scholen beginnen en uitgaan, lijkt het indiener niet handig als de Noorddammerweg ook nog een sluip-route wordt. Derhalve vindt indiener dat al het doorgaande verkeer van de Meerlandenweg in noordelijke richting, het zuidelijk gedeelte van de Noorddammerweg in noordelijke richtingen alsmede het nieuwe verkeer van de Scheg Midden en de Scheg West ‘gedwongen’ moet worden om de nieuwe weg te gebruiken die ligt tussen het Weldam en de verlengde Hammerskjöldsingel.
De Noorddammerweg wordt geknipt tussen de nieuwe ontsluitingsweg en de J.C. van Hattumweg. Hierdoor wordt verkeer vanuit het zuiden gedwongen de nieuwe ontsluitingsweg te gebruiken.
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
blz. 4
2. Mail en brief d.d. 18 januari 2024 (3 gezamenlijke indieners/grondeigenaren) a.
Indieners geven aan dat in het ontwerpbestemmingsplan De Scheg Midden de onroerende zaken van indieners de enkelbestemming Woongebied – 1 hebben. Bouwen is enkel in het bouwvlak toegestaan. De locatie heeft de bouwaanduiding 'specifieke bouwaanduiding maximum twee-aaneen'. In de maatvoering is opgenomen dat het maximum aantal wooneenheden 1 betreft. Volgens indieners is in het ontwerpexploitatieplan de exploitatiebijdrage voor indieners gebaseerd op een twee-onder-eenkap woning én een vrijstaande woning. Indieners willen dat op dit punt het exploitatieplan wordt aangepast.
De reactie op deze zienswijze is grotendeels opgenomen in de Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp exploitatieplan De Scheg Midden. Het bestemmingsplan staat inderdaad één woning toe op het perceel van indieners. Volledigheidshalve is de bouwaanduiding aangepast naar ‘vrijstaand’. Tevens is het vlak van het maximum aantal wooneenheden, met aantal 1, zodanig aangepast dat het precies op het bouwvlak van het perceel van indiener ligt.
Ja. De bouwaanduiding ‘specifieke bouwaanduiding maximum tweeaaneen’ is veranderd in ‘vrijstaand’. De ligging van ‘maximum aantal wooneenheden’ is aangepast.
3. Brief/post d.d. 25 januari 2024 a.
Indiener geeft aan niet tegen de komst van nieuwe woningen in het gebied De Scheg te zijn. Wel maakt indiener zich ernstig zorgen over de gekozen ontsluitingsroute en de gevolgen hiervan zoals het verkeerslawaai en de verkeersveiligheid. De hoofdontsluitingsweg komt namelijk direct uit in een drukke woonwijk waar indiener woont. Volgens indiener is de gekozen ontsluiting ruimtelijk niet aanvaardbaar en zijn de belangen van omwonende onvoldoende afgewogen.
Zoals eerder toegelicht bij het bestemmingsplan De Scheg West, worden in de omgeving van indiener maatregelen getroffen en zijn voorwaarden opgelegd voor de woningbouw in De Scheg West welke vooruitloopt op De Scheg Midden. Daarmee is de gekozen ontsluiting ruimtelijk aanvaardbaar en zijn de belangen van omwonende voldoende afgewogen.
b.
Verkeer Voor de ontwikkeling en plannen van De Scheg West en Midden is gezamenlijk een verkeersonderzoek uitgevoerd door Goudappel. Met
De planvariant IV is op een later moment in de fase richting vaststelling bestemmingsplan De Scheg West
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
blz. 5
dit verkeersonderzoek is inzicht verkregen in de verkeerskundige effecten van de woning bouwontwikkeling. In dit onderzoek zijn een viertal varianten getoetst, namelijk: - Planvariant I: met ontwikkeling De Scheg en ontsluiting daarvan via de Weldam en de verlengde Hammarskjöldsingel. - Planvariant II. met ontwikkeling De Scheg en ontsluiting daarvan via de Weldam, de verlengde Hammarskjöldsingel en een extra ontsluiting op de Legmeerdijk. - Planvariant III: met ontwikkeling De Scheg en ontsluiting daarvan via de Weldam en een nieuwe ontsluiting op de Legmeerdijk. - Planvariant IV: met ontwikkeling De Scheg en ontsluiting daarvan via twee nieuwe ontsluitingen op de Legmeerdijk, zonder ontsluiting via de Weldam en verlengde Hammarskjöldsingel. Opvallend volgens indiener is dat planvariant IV in het vastgestelde bestemmingsplan De Scheg West niet is onderzocht terwijl tijdens zowel de voorfase als de zienswijze fase er vele bezwaren zijn ingediend tegen de gekozen planvariant en er juist op gehamerd is om te kijken naar andere alternatieve ontsluitingsroutes. Nu blijkt plotseling dat er dus toch nog een extra variant mogelijk is, namelijk planvariant IV. In de toelichting op het bestemmingsplan De Scheg Midden wordt vervolgens aangegeven dat planvariant IV niet mogelijk is vanwege het vastgestelde bestemmingsplan De Scheg West.
Was er, volgens indiener, eerder dus wel een zeer goede optie aanwezig door het aanleggen van twee nieuwe ontsluitingen op de Legmeerdijk, wordt dit nu afgewezen vanwege het eerder vastgestelde bestemmingsplan De Scheg West. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 18 oktober 2023 en is dus heel recent. Ten tijde van de vaststelling was uiteraard al planvariant IV bekend en volgens indiener had ook deze planvariant mee moeten worden genomen in het bestemmingsplan De Scheg West. Hierbij had dit bestemmingsplan anders kunnen worden ingericht, aldus indiener. Het argument dat planvariant IV niet mogelijk is vanwege de vaststelling van het bestemmingsplan De Scheg West is volgens indiener dan ook niet valide. Hetzelfde geldt overigens ook voor planvariant II en III, aldus indiener. Deze varianten waren eerder bij de vaststelling van het bestemmingsplan West mogelijk en zijn
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
onderzocht. De resultaten van dit onderzoek zijn evenwel vóór de vaststelling van het bestemmingsplan ter kennis gebracht aan de raad. Het verkeers-onderzoek met daarin planvariant IV gaf de raad geen aanleiding om het bestemmingsplan De Scheg West niet of gewijzigd vast te stellen. De planvariant IV is onderzocht op verzoek van bewoners van Westwijk en laat zien dat deze planvariant tot een (zeer) hoge verkeersdruk elders leidt, voornamelijk op de Legmeerdijk. De planvariant IV is door bewoners pas enkele weken voorafgaand aan de besluitvorming over het bestemmingsplan De Scheg West aan de gemeente voorgelegd. Daarom maakt het verkeersonderzoek met planvariant IV geen deel uit van de bijlagen van het bestemmingsplan De Scheg West, maar wel van de bijlagen van het (ontwerp) bestemmingsplan De Scheg Midden. Aangezien de gemeenteraad in de besluitvorming over het bestemmingsplan De Scheg West heeft gekozen voor planvariant I zijn de planvarianten II, III en IV niet meer aan de orde voor het bestemmingsplan De Scheg Midden. Voor het (ontwerp) bestemmingsplan De Scheg Midden blijft hetzelfde verkeersonderzoek van toepassing aangezien planvariant I de relevante situatie is voor De Scheg Midden (in combinatie met West). Uit het verkeersonderzoek is gebleken dat verkeerskundig planvariant IV ongewenst is.
Tevens heeft de provincie aan de gemeente laten weten dat een extra aansluiting op de Legmeerdijk niet aan de orde is. De provincie geeft aan bij voorkeur geen extra aansluitingen te wensen op de Legmeerdijk als dit verkeerskundig gezien niet direct noodzakelijk is.
blz. 6
volgens indiener ook nu gewoon mogelijk. De onderbouwing voor de gekozen planvariant I is dan ook onvoldoende, aldus indiener. Terzake de diverse planvarianten merkt indiener nog het volgende op: De gekozen planvariant I leidt ertoe dat bij de woning van indiener de verkeersintensiteit per etmaal toeneemt van 700 naar 4.800. Een zeer forse toename. Bij planvariant II blijft de verkeersintensiteit nog altijd erg hoog maar wel een stuk lager, namelijk 3.100 in plaats van 4.800. Uit het onderzoek blijkt dat de realisatie van de extra verbinding, lees de ontsluiting rechtstreeks op de Legmeerdijk, ervoor zorgt dat de Weldam en Jane Addamslaan rustiger worden. In het onderzoek staat echter ook dat de intensiteiten op de Weldam en Jane Addamslaan, vanuit verkeerskundig oogpunt, het niet noodzakelijk maakt dat er een extra aansluiting wordt gerealiseerd via de Legmeerdijk. Maar volgens indiener dient in het kader van een goede ruimtelijke ordening niet alleen te worden gekeken naar wat verkeerskundig mogelijk is. Er dient ook rekening te worden gehouden met de leefbaarheid van een wijk, met de verkeersveiligheid en de geluidsoverlast.
Volgens indiener worden de nadelen van de gekozen ontsluitingsroute met onderhavig besluit teveel afgewikkeld op indiener en andere omwonende van de Weldam ter bescherming van de belangen van een enkeling die mogelijk wordt benadeeld door een extra aansluiting bij de Legmeerdijk. Indiener geeft aan dat de voorkeur van indiener overigens uit gaat naar planvariant IV. Deze planvariant zorgt ervoor dat er fors minder verkeer door de Weldam rijdt, namelijk een afname van de verkeersintensiteit van 700 naar 100. Deze afname is nodig aangezien de Weldam midden in een drukke woonwijk ligt en hier diverse verkeersdeelnemers elkaar tegenkomen op de weg. Indiener geeft aan dat op dit moment al een bouwweg gerealiseerd is bij de ontsluitingsweg van planvariant IV. Deze bouwweg laat volgens indiener goed zien dat het dus mogelijk is om hier een weg te realiseren alsook dat deze ontsluitingsroute werkt om te voorkomen dat verkeer dwars door bestaande woonwijken rijdt.
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
Het provinciale beleid zet in op zo min mogelijk (nieuwe) aansluitingen op provinciale wegen uit het oogpunt van verkeersveiligheid en de doorstroming. Een rechtstreekse aansluiting op de Legmeerdijk past dan ook niet binnen het provinciaal beleid. Gelet hierop is in de toelichting van het ontwerp bestemmingsplan het volgende aangegeven: “Het bestemmingsplan De Scheg West (en het onderhavige bestemmingsplan) maakt de realisatie van een extra/rechtstreekse aansluiting op de Legmeerdijk, en dus de planvarianten 2, 3 en 4, niet mogelijk.” De toelichting van het onderhavige bestemmingsplan De Scheg Midden heeft uiteraard geen betrekking op de onderbouwing van de keuzes die in (het kader van) het bestemmingsplan De Scheg West zijn gemaakt. De gemeente stelt zich op het standpunt dat de gekozen planvariant I zorgvuldig is onderzocht en gemotiveerd. Voor zover deze zienswijze op het onderhavige ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden inhoudelijk betrekking heeft op het vastgestelde bestemmingsplan De Scheg West, verwijst de gemeente naar de stukken behorende bij het bestemmingsplan De Scheg West. Daarbij is de goede ruimtelijke ordening onderbouwd, met de toepassing van verkeers- en geluidsmaatregelen. Een tijdelijke bouwweg is niet te vergelijken met een permanente aansluiting. De tijdelijke aansluiting voor bouwverkeer wordt door de provincie aanvaard.
De betreffende inrit/uitrit bestond reeds, en is geschikt gemaakt voor bouwverkeer.
blz. 7
c.
Verkeersveiligheid Volgens indiener wordt in het bestemmingsplan maar ook in de toelichting onvoldoende rekening gehouden met het aspect verkeersveiligheid. Volgens indiener wordt ook nauwelijks aandacht besteed aan verkeersveiligheid in het verkeersonderzoek. Indiener vindt dit een omissie aangezien de sterke toename van verkeersintensiteiten midden in een drukke woonwijk juist leidt tot verkeersonveiligheid, aldus indiener. De gekozen ontsluitingsvariant leidt volgens indiener tot onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersveiligheid in de directe omgeving van het plangebied.
In het verkeersonderzoek is een analyse van verkeerseffecten op wegvakniveau gedaan, waarbij de verkeersveiligheid is betrokken. Met behulp van de wegenscan is op basis van weg- en omgevingskenmerken bepaald wat wenselijke intensiteiten zijn voor de functie en inrichting van de straat. In het kader van verkeersveiligheid is het wenselijk dat dit op elkaar aansluit. In de praktijk is het mogelijk om meer verkeer over een betreffend wegvak te laten rijden, maar de kans op hinder en mogelijk onveilige situaties is dan aanwezig. De te verwachten intensiteiten volgend uit de modelstudie zijn getoetst aan de wenselijke intensiteiten op de diverse wegvakken. Op pagina 40 van het verkeersonderzoek is te zien dat, voor de wegen met een door planvariant 1 verwachte verkeersverandering, de verkeersintensiteiten op de Weldam, James Addamslaan en Hammarskjöldsingel onder de streefwaarde van de etmaalintensiteit blijven. Bij de streefwaarde is het aspect verkeersveiligheid betrokken (zie pagina 39 van het verkeersonderzoek). De verkeersintensiteit op de Asserring ligt reeds enigszins boven de streefwaarde, en neemt slechts beperkt toe. De verkeerssituatie op de Asserring is niet optimaal in relatie tot de streefwaarde vanwege de geparkeerde auto’s.
In de stelling van indiener dat er sprake is van een sterke toename van verkeersintensiteiten midden in een woonwijk kan de gemeente zich niet vinden. Op de Weldam en een deel van de Hammarskjöldsingel is sprake van een sterke toename, maar liggen de verkeersintensiteiten ruim onder de streefwaarde. Voor de gekozen ontsluitingsvariant (planvariant 1) hoeft niet te worden verwacht dat deze tot
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
blz. 8
onaanvaardbare gevolgen voor de verkeersveiligheid leidt. d.
Geluid Als verder wordt gekozen voor planvariant II of IV dan was er mogelijk geen nader besluit nodig voor de vaststelling hogere grenswaarden geluid. Door het college is namelijk het besluit hogere grenswaarden geluid genomen vanwege een te hoge geluidsbelasting boven de voorkeursgrenswaarde voor het realiseren van het bestemmingsplan De Scheg West. Uit onderzoek blijkt dat een hogere grenswaarde nodig is vanwege de geluidsbelasting(toename) door verkeer op de Weldam. Ook wordt in het onderzoek aangegeven dat ondanks het toepassen van stiller wegdek er nog steeds een toename is van geluidsbelasting. Volgens indiener zorgt de gekozen variant dan ook voor een (te) sterke toename van geluid wat leidt tot een onaanvaardbaar woon- en leefklimaat. Indiener betoogt dan ook dat de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Met de maatregelen beschreven en opgenomen in de stukken van het bestemmingsplan De Scheg West en het besluit hogere grenswaarden geluid De Scheg West, zijn er geen onevenredige nadelige gevolgen met de gekozen planvariant I. Tevens leidt planvariant II niet tot een wezenlijk andere (geluid)situatie dan planvariant I. Planvarianten II, III en IV zijn niet meer aan de orde.
4. Vastgoedplan – Mail en brief d.d. 26 januari 2024 a.
Vastgoedplan heeft ten aanzien van het voorontwerp bestemmingsplan ‘De Scheg Midden’ een inspraakreactie ingediend op 28 oktober 2022. De inspraakreactie van Vastgoedplan op het voorontwerp bestemmingsplan gaat over de invulling van het meest zuidwestelijk gelegen deel van het plan, meer specifiek percelen 10328, 10553, 10837 en 10838. Indiener/Vastgoedplan presenteert in de inspraakreactie een gewijzigde verkaveling die meer woningen oplevert en volgens indiener meer transparantie biedt richting het water. De individuele waterwoningen volgen de Schiphol geluidscontour en de tuinen vormen volgens indiener een natuurlijke overgang naar het water. Door de tuinen door te zetten voorbij de geluidscontour wordt deze ruimte
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
Allereerst wordt opgemerkt dat Vastgoedplan/indiener aangeeft in de bijlage van de zienswijze dat de gronden van de percelen 10328 en 10553 reeds zijn verkocht aan een ontwikkelaar. Op perceel 10838 is geen woningbouw mogelijk en op perceel 10837 kan één woning worden gebouwd; dit gelet op de LIB-contour. Daarbij wordt opgemerkt dat Vastgoedplan zeer beperkt mede-eigenaar is van de percelen 10328,
blz. 9
nuttig ingezet, aldus indiener. Deze verkaveling biedt volgens indiener een meer efficiënte infrastructuur waardoor ook het onderhoud voor de gemeente Amstelveen minder wordt. Dit voorstel brengt volgens indiener stedenbouwkundige, ruimtelijke en efficiënte verbeteringen met zich mee ten opzichte van het huidige ontwerp van de gemeente. In de Nota van Beantwoording inspraakreacties is gereageerd op de inspraakreactie van indiener. De in de inspraakreactie van indiener voorgestelde planaanpassing, wordt onwenselijk geacht door de gemeenteraad. Ter onderbouwing wordt gesteld dat grote kavels momenteel niet goed verkopen. De voorgestelde kavels zouden daarnaast niet passen binnen de visie en kaders die eerder door gemeenteraad zijn vastgesteld. Indiener stelt zich op het standpunt dat de gemeenteraad ten onrechte haar ontwerp terzijde heeft geschoven. Indiener merkt hier het volgende over op: De gemeenteraad dient bij de vaststelling van een bestemmingsplan rekening te houden met een particulier initiatief betreffende ruimtelijke ontwikkelingen, voor zover dat initiatief (I) voldoende concreet is, (II) tijdig kenbaar is gemaakt en (III) ten tijde van de vaststelling van het bestemmingsplan, op basis van de op dat moment bekende gegevens, de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het initiatief kan worden beoordeeld.
Als de gemeenteraad onvoldoende inzichtelijk heeft gemaakt hoe de afweging van een alternatief (particulier initiatief) heeft plaatsgevonden, dan is het plan in strijd met artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) ondeugdelijk gemotiveerd.
10553 en 10837, en geen eigenaar is van perceel 10838 (stand 26-7-2024).
Indiener geeft aan dat de gemeenteraad bij de keuze van een bestemming een afweging moet maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de gemeenteraad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen.
De door indiener ontworpen smalle langgerekte woonpercelen worden door de gemeente als een bijkomend nadeel van het alternatief gezien. De langgerekte percelen kennen lange brede steigers, en een hoekige en tandende vorm liggende in/aan een waterpartij, waarbij deze waterpartij een kartelende/tandende vorm heeft. Dit ontwerp past niet binnen het landschappelijk beleid. Bij het plan dient qua structuur rekening te worden gehouden met de kenmerken van de polder. Het voorstel van indiener sluit niet aan bij de kenmerken van de polder.
Indiener geeft aan dat uit de nota van beantwoording niet blijkt op welke manier de gemeenteraad de verschillende betrokken belangen (waaronder die van indiener) heeft afgewogen om tot de conclusie te komen dat het alternatieve plan dat indiener heeft ingediend moet worden afgewezen. Weliswaar noemt de gemeenteraad twee argumenten waarom zij het plan onwenselijk vindt, maar licht zij
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
De gemeente ziet geen voordelen in het voorstel van indiener. Het voorstel van indiener heeft als nadeel dat groen en water moeten worden opgeofferd, door lange tuinen en steigers te plaatsen in de LIB-5zone. Het gestelde van maximum van 25 woningen per hectare, wil niet zeggen dat de dichtheid van 25 woningen per hectare per sé zou moeten worden bereikt of tot een beter plan zou leiden. De gemeente hanteert de LIB-contourlijn voor de begrenzing van woningbouw en het ontwerp van het woongebied. Daarbij wordt door de gemeente, in tegenstelling tot het voorstel van indiener, niet gekozen voor smalle langgerekte woonpercelen om maar extra woonkaveloppervlak, ten koste van openbare ruimte, te creëren. Daarnaast plaatst indiener bijbehorende bouwwerken (uitbouwen) binnen de LIB-5-zone. De woningen in het voorstel van indiener liggen in de LIB-5-zone, waarmee het voorstel niet voldoet aan de regels van het LIB.
blz. 10
verder niet toe waar die argumenten op gebaseerd zijn. Het plan zou onverkoopbaar zijn en niet in lijn met de visie en kaders. Volgens indiener is het onduidelijk waarom het alternatieve plan van indiener niet zou verkopen. De verkoopbaarheid van een plan is afhankelijk van marktwerking, die binnen korte termijn kan fluctueren van hoog naar laag. Indiener vraagt zich daarom af hoe de gemeenteraad (zonder nadere onderbouwing) op dit moment kan inschatten hoe de markt zich gaat ontwikkelen en daarbij tot de conclusie komt dat het alternatieve plan van indiener niet gaat verkopen. Indiener betwist dat het plan niet zou passen binnen de gestelde visie en kaders, waarbij overigens onduidelijk is op welke kaders en visie gedoeld wordt in de nota van beantwoording. Tot slot merkt indiener op dat indiener niet is betrokken bij de verdere behandeling van het ontwerp bestemmingsplan. Indiener heeft meer dan een jaar moeten wachten voordat indiener reactie ontving op de inspraakreactie. Volgens indiener heeft de gemeenteraad onvoldoende inzichtelijk gemaakt hoe de afweging bij het wel of niet betrekken van het initiatief van indiener heeft plaatsgevonden en waarom het alternatieve plan financieel niet haalbaar is of niet past binnen gestelde kaders. b.
Bij voorgaande merkt de gemeente op dat uit de planuitvoering van De Scheg Oost is gebleken dat dergelijke grote langgerekte kavels (momenteel) niet verkopen. De gemeente vindt het belangrijk om kaders te scheppen voor woningbouw voor een grotere doelgroep en waarvan de kans groter is dat deze wordt verkocht. Het planvoorstel van indiener past niet binnen de Beeldkwaliteitsvisie voor De Scheg en het Ruimtelijk Raamwerk De Scheg. De Beeldkwaliteitsvisie en het Ruimtelijk Raamwerk zijn de basis voor het beeldkwaliteitsplan en stedenbouwkundig plan De Scheg Midden. Een onderbouwing met betrekking tot specifiek de financiële haalbaarheid van het planvoorstel van indiener is niet aan de orde. Voorts heeft de gemeente niet gesteld dat het planvoorstel van indiener niet financieel haalbaar zou zijn.
Alternatief voorstel opnieuw in afweging meenemen. Indiener betwist aldus dat het planvoorstel niet past binnen de visie en kaders die door de gemeenteraad zijn vastgesteld. Indiener stelt dat het planvoorstel in ieder geval wel past binnen de visie en kaders zoals opgenomen in hoofdstuk 3 van de plantoelichting bij het bestemmingsplan. Een belangrijk uitgangspunt uit hoofdstuk 3 van de plantoelichting is dat de (gemiddelde) dichtheid voor de Scheg Midden onder de 25 woningen per hectare blijft. Dit uitgangspunt blijft ook in het
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
De tekst in paragraaf 3.2 van de plantoelichting betreft niet de tekst van de Ontwikkelvisie en het Ruimtelijk Raamwerk De Scheg, maar betreft een planbeschrijving grotendeels gebaseerd op het stedenbouwkundig plan en het beeldkwaliteitsplan De Scheg Midden. De gemeente kan zich niet vinden in de stelling van indiener dat het planvoorstel van indiener past
blz. 11
planvoorstel van indiener haalbaar. In hoofdstuk 3 van de plantoelichting is opgenomen dat aan de randen van het gebied grotere kavels komen. Het planvoorstel van indiener is hiermee in overeenstemming, aldus indiener. Tot slot is er door de concentratie van individuele woningen aan de zuidrand van het plangebied meer openbare ruimte over tussen de bebouwing, waardoor de losse structuur en het dorpse karakter (ontmoeting-groen) wordt benadrukt. Ook dit sluit aan bij de visie en kaders van de gemeenteraad. Volgens indiener sluit het planvoorstel van indiener ook goed aan bij het ontwerp beeldkwaliteitsplan, dat als bijlage 2 is bijgevoegd bij het ontwerp bestemmingsplan. Volgens het ontwerp beeldkwaliteitsplan wordt er geprobeerd om een informele en ontspannen sfeer te bereiken en komen er groene straten en hofjes. Er moet een gevoel van dorps wonen ontstaan. Het (gebruiks)groen wordt een plek waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten en kunnen recreëren. Zoals vermeld wordt in het planvoorstel van indiener de losse structuur en het dorpse karakter (ontmoeting-groen) benadrukt. Naast dat volgens indiener het planvoorstel voldoet aan de visie en kaders uit hoofdstuk 3 bij het bestemmingsplan en aansluit bij het ontwerp beeldkwaliteitsplan, is het planvoorstel ook een verbetering, aldus indiener.
Zoals vermeld presenteert indiener een gewijzigde verkaveling die meer woningen oplevert en meer transparantie biedt richting het water. Door de individuele woningen waarbij ruimte is tussen de bebouwing wordt het dorpse karakter (ontmoeting groen) beter benadrukt, aldus indiener. In het planvoorstel van indiener wordt volgens indiener de beschikbare ruimte beter benut en biedt volgens indiener verkaveling een meer efficiënte infrastructuur waardoor ook het onderhoud voor de gemeente Amstelveen minder wordt.
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
binnen de visie en kaders zoals opgenomen in hoofdstuk 3 (in paragraaf 3.1) van de plantoelichting bij het bestemmingsplan. Het planvoorstel voldoet weliswaar aan het uitgangspunt van ten hoogste 25 woningen per hectare, maar naar het oordeel van de gemeente gaan de overige vergelijkingen van indiener niet op. In de plantoelichting staat het volgende: “De randen van De Scheg Midden en West vormen een onderdeel van de lintenstructuur. De woningen aan de linten worden ingepast tussen de bestaande bebouwing. Aan de randen komen veelal grotere kavels.” In de planbeschrijving worden met de randen, in relatie tot de grote kavels, de linten bedoeld. De zuidelijke (en oostelijke) rand van het plangebied betreft geen lint. Het planvoorstel van indiener past niet binnen de Beeldkwaliteitsvisie voor De Scheg en het Ruimtelijk Raamwerk De Scheg. De Beeldkwaliteitsvisie en het Ruimtelijk Raamwerk zijn de basis voor het Beeldkwaliteitsplan De Scheg Midden en het stedenbouwkundig plan. In het Ruimtelijk Raamwerk staat een ander ontwerpuitgangspunt voor de strook langs de LIB-lijn en de landschappelijke zone, dan het ontwerp van indiener. Gelet op de kaart van het Ruimtelijk Raamwerk De Scheg, past het initiatief qua oriëntatie van de woningen niet in het beleidsuitgangspunt. In het planvoorstel van indiener worden de woningen met de achtergevels naar de landschappelijke zone georiënteerd.
Echter, in zowel het Ruimtelijk Raamwerk als in de Beeldkwaliteitsvisie is vastgelegd dat woningen in deze rand van het groengebied met voorgevels op dat gebied georiënteerd moeten zijn. Hiervan kan slechts bij uitzondering worden
blz. 12
afgeweken. De opzet van de zuidzijde in het planvoorstel gaat uit van uitsluitend woningen die met hun achterzijde naar het groengebied georiënteerd zijn. Hiermee is het voorstel in strijd met het ontwerpuitgangspunt. In het Ruimtelijk Raamwerk (p.20) staat over beeldkwaliteit het volgende: Er dient sprake te zijn van een groene overgangszone tussen de meest zuidelijke woonbebouwing van Amstelveen en het agrarisch buitengebied. Het planvoorstel van indiener komt daar onvoldoende aan tegemoet. De gemeente ziet geen aanleiding om het stedenbouwkundig plan en bestemmingsplan op het voorstel van indiener aan te passen. c.
Indiener begrijpt dan ook niet waarom de gemeenteraad weigert het planvoorstel van indiener over te nemen. Dit zou eenvoudig mogelijk zijn door bijvoorbeeld de grenzen van de bestemming Woongebied-1 te verleggen, of de functiemogelijkheden binnen de bestemming Groen te vergroten, aldus indiener. Zo maar ook op andere manieren kunnen volgens indiener de mogelijkheden voor ruimte worden vergroot. Ook wordt hiermee aangesloten bij het stedenbouwkundig geheel van de ontwikkeling en de wens om woningen toe te voegen aan de woonvoorraad van de gemeente Amstelveen, aldus indiener.
Voorgaand is toegelicht waarom het planvoorstel van indiener niet wordt overgenomen. Het verhogen van het aantal woningen en/of het verleggen van de grenzen van de bestemming ‘Woongebied – 1’ en/of het vergroten van de functiemogelijkheden binnen de bestemming ‘Groen’ is dan ook niet aan de orde. Opgemerkt wordt dat het bestemmingsplan ook andere ontwerpen/bouwplannen dan het ontwerp van het stedenbouwkundig plan mogelijk maakt.
Het alternatieve plan wordt om voorgaande reden opnieuw voorgelegd aan de gemeente om in overweging te nemen bij vaststellen van het bestemmingsplan. Indiener treedt graag met de gemeente in overleg over hoe het alternatieve voorstel in het bestemmingsplan zou kunnen worden ingepast, met als doel de verbetering en verruiming van planmogelijkheden ten behoeve van projectgebied de Scheg.
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
blz. 13
5. Waternet, namens het waterschap Amstel, Gooi en Vecht (AGV) – Mail d.d. 26 januari 2024 a.
Waternet geeft aan dat de woonwijk aangesloten zal worden op het peil van Westwijk. Daarom is het van essentieel belang om de resultaten vanuit het vooronderzoek peilbesluit mee te nemen in dit project. Met name als het gaat over compenserende maatregelen in verband met de peilverhoging en de aanpassingen van de kunstwerken om het nieuwe peil mogelijk te maken.
In de watertoets van het bestemmingsplan staan de aanpassingen van de kunstwerken, ook in het kader van de peilverhoging, benoemd. In het plangebied wordt het maaiveld verhoogd, mede vanwege het verhogen van het waterpeil. Aan de zuidzijde van het plangebied zijn watergangen met een lager waterpeil (het huidige peil) aanwezig en worden watergangen met een lager waterpeil (het huidige peil) aangelegd.
b.
In het bestemmingsplan staat dat de verharding boven de 1.000 m2 grens komt. Hierdoor is een vergunning noodzakelijk. Volgens Waternet betekent dit dat er aangetoond dient te worden hoe deze verharding gecompenseerd dient te worden. Ook zal er volgens Waternet doorgerekend moeten worden of de genomen maatregelen effect hebben als compensatie voor de verharding. Extra waterberging door middel van extra te graven oppervlaktewater heeft de voorkeur. Hemelwater moet waar mogelijk eerst vastgehouden worden in het gebied voordat het wordt afgevoerd. Hierbij kan worden gedacht aan infiltratiekratten in de ondergrond, wadi’s, een vijver met afwateringsduiker of extra open wateroppervlak.
In de watertoets van het bestemmingsplan is inzicht gegeven in hoe de compensatie kan plaatsvinden. Bij de vergunningverlening kan het exacte compensatieeffect worden meegenomen. Het plan gaat uit van extra waterberging door middel van extra te graven oppervlaktewater.
c.
Waternet geeft aan bij voorkeur geen bomen langs watergangen te willen in verband met bladval in de watergang en de nutriënten die daarbij vrijkomen. Voor de waterkwaliteit zijn overheden gezamenlijk verplicht deze te verbeteren door de KRW-wetgeving. Er mag door de ontwikkeling geen achteruitgang optreden. Waternet geeft aan dat taluds van 1:3 of flauwer minimaal nodig zijn voor natuurvriendelijke oevers. De eventueel te verbreden watergangen moeten volgens Waternet met verschillende dieptes worden ontworpen, zodat er verschillende biotopen ontstaan voor
De inrichting van het plangebied met bomen is een uitvoeringsaspect. Bij de vergunningverlening voor de nieuwe watergangen kan het (niet) plaatsen van bomen worden meegenomen. De gemeente gaat uiteraard ook uit van een waterkwaliteit die voldoet aan de KRW. De natuurvriendelijke oevers zullen met een talud van 1:3 of flauwer worden aangelegd. De variatie in
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
blz. 14
organismen. Dit komt de waterkwaliteit en daarmee de KRWdoelstelling ten goede.
dieptes van watergangen is tevens een uitvoeringsaspect.
d.
Waternet adviseert om minimaal rekening te houden met regenbuien van 70 mm per m2 per uur, en dergelijke regenbuien goed te kunnen (blijven) verwerken om overlast te voorkomen.
Het Actieplan Klimaatadaptatie 2021-2026 van de gemeente Amstelveen houdt rekening met verwerking van regenbuien van 70 mm per uur.
e.
Er is afstemming en overleg met het waterschap AGV nodig, voor een soepele vergunningverlening, want er zijn volgens Waternet wel degelijk risico’s voor het watersysteem. Daarnaast hangt volgens Waternet alles af van het te nemen peilbesluit en is het belangrijk om het project goed af te stemmen op de resultaten van het vooronderzoek peilbesluit. Verder geeft Waternet aan vooralsnog geen knelpunten te zien, en uit te kijken naar de verdere uitwerking van dit project.
Er vindt momenteel reeds overleg plaats tussen de gemeente en het waterschap AGV over het gewenste peilbesluit. Bij de vergunningverlening zal ook overleg en afstemming plaatsvinden. In principe kan het project ook uitgevoerd worden zonder een peilverhoging. Het streven is uiteraard om te komen tot een peilbesluit (zijnde een besluit van het waterschap) met een peilverhoging.
6. Mail d.d. 26 januari 2024
a.
Indiener geeft aan dat in het huidige voorliggende bestemmingsplan De Scheg Midden, de locatie J.C. van Hattumweg 5 buiten het ontwerp bestemmingsplan is gelaten en deze locatie de huidige bestemming agrarisch heeft behouden. Indiener geeft (daarbij) aan dat indiener allereerst graag zou willen dat de huidige bestemming van de locatie J.C. van Hattumweg nummer 5 van agrarisch wordt omgezet naar wonen. Dit doet volgens indiener recht aan de huidige situatie waarin er geen tuinbouwbedrijf op deze locatie wordt geëxploiteerd. Tevens zou dit de ontwikkeling van het gehele bestemmingsplan in hoge mate vergemakkelijken, aangezien een afwijking van de richtafstand van 30 meter dan niet meer noodzakelijk zou zijn en hiermee tevens de kwaliteit van leefomgeving zou worden vergroot (dit gelet op paragraaf 7.9 toelichting van het ontwerp bestemmingsplan).
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
De locatie J.C. van Hattumweg 5 is inderdaad niet in het ontwerp bestemmingsplan opgenomen. Indiener heeft in de fase van het voorontwerp bestemmingsplan (in de inspraakreactie of daarna) niet aangegeven te willen worden meegenomen in het ontwerp bestemmingsplan met een nieuwe bestemming of de huidige bestemming. Naar aanleiding van het verzoek in de zienswijze en het gewijzigde verzoek per e-mail, heeft overleg met de indiener plaatsgevonden. Daarbij is gehoor gegeven aan de wens van de indiener en is het gewijzigde verzoek gehonoreerd. Dit betekent dat de gronden aan de J.C. van Hattumweg merendeels, behoudens één nieuw gecreëerd kadastraal perceel,
Ja. Uitbreiding plangebied, en daarin de omzetting van de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw Bedrijfswoning’ naar ‘Wonen, Tuin en Woongebied – 3’.
blz. 15
Indiener heeft later per e-mail het verzoek om het perceel J.C. van Hattumweg 5 toe te voegen aan het plangebied van het bestemmingsplan gedeeltelijk ingetrokken. In de tussentijd is de kadastrale situatie van het perceel veranderd, waarbij het oorspronkelijke perceel is opgesplitst in meerdere kleinere percelen. Indiener verzoekt nu om één van deze nieuw gecreëerde percelen alsnog buiten het plangebied te laten. Voor de overige delen van het oorspronkelijke perceel blijft het verzoek om deze binnen het plangebied op te nemen, gehandhaafd. b.
Daarnaast wil indiener graag dat het deel ten westen van de bestaande woning van de locatie J.C. van Hattumweg 5, waar zich nu een waterbassin en perceel weiland bevindt, wordt toegevoegd aan het plangebied, met de bestemming Woongebied-1. In dit toegevoegde deel met de bestemming Woongebied-1 zou indiener graag twee woningen willen realiseren. Volgens indiener is hier ruimte voor zoals in de conceptbeeldkwaliteitsvisie van de Scheg staat vermeld (zie p15: De linten J.C. van Hattumweg, Meerlandenweg, Noorddammerweg vormen bestaande wegen. Langs deze wegen zijn enkele vrijstaande woonhuizen gelegen. Om de structuur van de lintbebouwing verder te versterken is gekozen om tussen de bestaande woningen nieuwe woningen op vrije kavels toe te voegen die passen binnen de filosofie en opzet van de losse woonbebouwing langs deze bestaande linten. Hierdoor blijft de typering van losse woonbebouwing ook met de invulling van lege ruimtes tussen de bestaande woonbebouwing gewaarborgd). Indiener heeft later per e-mail het verzoek om het perceel J.C. van Hattumweg 5 toe te voegen aan het plangebied van het bestemmingsplan gedeeltelijk ingetrokken. In de tussentijd is de kadastrale situatie van het perceel veranderd, waarbij het oorspronkelijke perceel is opgesplitst in meerdere kleinere percelen.
Indiener verzoekt nu om één van deze nieuw gecreëerde percelen alsnog buiten het plangebied te laten en daarmee één van de twee
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
is toegevoegd aan het plangebied. De agrarische glastuinbouw bestemming is daarbij grotendeels omgezet naar woonbestemmingen. (Dit wordt hieronder bij b. toegelicht). Paragraaf 7.9 van de plantoelichting is daarmee tevens aangepast. Het glastuinbouwbedrijf is beëindigd en bestaat niet meer.
Naar aanleiding van het verzoek in de zienswijze en het gewijzigde verzoek per e-mail, heeft overleg met de indiener plaatsgevonden. Daarbij is het gewijzigde perceel van indiener toegevoegd aan het plangebied met nieuwe bestemmingen. Omdat het glastuinbouwbedrijf niet meer bestaat, is de planologische bedrijfswoning (de aanwezige woning) omgezet naar een reguliere woning met tuin, achterterrein en bijgebouw, met de bestemmingen ‘Wonen’ en ‘Tuin’. Aangezien een glastuinbouwbedrijf niet meer van toepassing is en (elders in het plangebied) aan de lint J.C. van Hattumweg woningbouw wordt beoogd, is voor de resterende ruimte van het gewijzigde perceel van indiener woningbouw mogelijk. In overleg met indiener is één vrijstaande woning in het stedenbouwkundig plan opgenomen. De nieuwe woning op het perceel van indiener is aan het bestemmingsplan toegevoegd met de bestemming ‘Woongebied – 3’.
Ja. Uitbreiding plangebied, en daarin de omzetting van de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw Bedrijfswoning’ naar ‘Wonen, Tuin en Woongebied – 3’. In de bestemming ‘Woongebied – 3’ ter plaatse van het perceel van indiener is de mogelijkheid voor de bouw van één woning opgenomen.
(De bestemming Woongebied-1 is voor de locatie van indiener niet van toepassing, maar wel de bestemming ‘Woongebied – 3’.)
blz. 16
gevraagde bouwmogelijkheden voor een nieuwe woning te laten vervallen. c.
In aanvulling op de schriftelijke zienswijze heeft indiener mondeling zorgen geuit over mogelijke wateroverlast op eigen terrein als gevolg van de geplande ontwikkeling van De Scheg Midden. Dit vanwege de hogere ligging van de nieuwe woonwijk ten opzichte van het eigen perceel in het lint van de J.C. van Hattumweg. Als mogelijke oplossing noemt indiener het aanleggen van een sloot langs de zuidelijke erfgrens van diens perceel, binnen het gebied van De Scheg Midden.
De gemeente begrijpt de zorg van indiener voor het mogelijk ontstaan van wateroverlast. Het verwachte hoogteverschil ter plaatse is naar het oordeel van de gemeente echter beperkt. Anderzijds loopt het terrein van indiener in zuidelijke richting af en ligt ten westen van het perceel langs de Meerlandenweg een sloot. Doordat tussen het perceel van indiener en de nieuwe zuidelijke bouwpercelen een voorziening wordt getroffen, bijvoorbeeld het aanleggen van een drain, wordt mogelijke wateroverlast voorkomen. De afwatering kan naar de sloot en/of een nieuw regenwaterriool plaatsvinden. Indien nodig worden grondkeringen geplaatst. Het is niet op voorhand te zeggen of het nodig is om een sloot langs de perceelsgrens aan te leggen. Het realiseren van een sloot is geen doel op zich, maar mogelijkerwijs een middel om wateroverlast te voorkomen.
7. Mail d.d. 26 januari 2024 a.
Indiener is eigenaar van een drietal percelen gelegen binnen het plangebied. De drie percelen liggen langs de Noorddammerweg. Ter plaatse vigeert onder meer het bestemmingsplan “Legmeerpolder”. Op grond van voornoemd bestemmingsplan hebben de percelen de bestemming ‘Agrarisch- Glastuinbouw Bedrijfswoning’. De voor ‘Agrarisch-Glastuinbouw Bedrijfswoning’ aangewezen gronden zijn bestemd voor onder meer bedrijfswoningen t.b.v. het glastuinbouwbedrijf met de daarbij behorende bijgebouwen, en voor bedrijfsgebouwen en kassen behorende bij het glastuinbouwbedrijf. Er
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
Op de drie percelen van indiener bevonden zich in het stedenbouwkundig plan bij het ontwerp bestemmingsplan drie woningen, waarvan twee rijwoningen. In het ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden werd de bouw van drie woningen ook mogelijk gemaakt. De percelen van indiener zijn gelegen in het lint van de Noorddammerweg. Achter de percelen van indiener bevond zich recentelijk een glastuinbouwbedrijf met een groot kassencomplex.
Ja. Aanpassing vlakken ‘maximum aantal wooneenheden’ in bestemming ‘Woongebied – 1’, ter plaatse van de percelen van indiener.
blz. 17
is ter plaatse van het perceel van indiener een bouwvlak op de planverbeelding ingetekend. In het voorliggende plan is de bestemming van de percelen van indiener onder meer gewijzigd in ‘Woongebied-1’. Op zichzelf heeft indiener geen bezwaar tegen deze op hun percelen gelegde bestemming maar wel tegen de voorgenomen invulling met bebouwing zoals die blijkt uit het stedenbouwkundig plan (bijlage 1 bij de Toelichting) en het ontwerp beeldkwaliteitsplan (bijlage 2). Indiener staat een andere inrichting van de percelen voor. Het plan van indiener is om van de percelen een drietal bouwkavels te maken. Aangezien de percelen van indiener gelegen zijn langs de Noorddammerweg bevinden zich ter plaatse reeds alle benodigde voorzieningen (zoals nutsaansluitingen), aldus indiener. Oftewel, het creëren van een drietal bouwkavels is volgens indiener eenvoudig te realiseren. Volgens indiener past het plan van indiener binnen de plannen van de gemeente om ter plaatse woningen te realiseren. Na een overleg tussen indiener en de gemeente, heeft de indiener een alternatieve zienswijze gegeven.
Indiener geeft aan geen (twee) rijwoningen naast een vrijstaande woning op diens perceel te willen, maar in plaats daarvan een grotere bouwkavel met één vrijstaande woning Indiener verzoekt de gemeenteraad het voorliggende ontwerp bestemmingsplan ‘De Scheg Midden’ gewijzigd vast te stellen, en wel in die zin dat ter plaatse van de percelen van indiener één bouwkavel en één woning wordt ingetekend, naast de beoogde infrastructuur en openbare ruimte ter plaatse van de percelen van indiener.
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
Op het zuidelijk deel van het eigendom van indiener is openbare ruimte voorzien in het plan, alsook op naastgelegen grondeigendom van anderen. Een deel van de gronden is benodigd voor het creëren van verbindingen en groen en van afstanden tot andere bouwpercelen/woningen. Ter hoogte van het zuidelijk perceel van indiener wordt een verbinding tussen De Scheg Midden en West gemaakt. Voor woningbouw in het lint worden bepaalde stedenbouwkundige/landschappelijke uitgangspunten gehanteerd, zoals minimale afstanden tot de bouwperceelgrens en daarmee voor onderlinge ruimten tussen woningen.
Aanpassing bouwvlak en aanduidingsvlak vrijstaande woning in bestemming ‘Woongebied – 1’, ter plaatse van de percelen van indiener.
Op basis van het voorgaande zijn drie of twee vrijstaande woningen op de gronden van indiener die zijn gelegen in het lint, niet mogelijk. In het lint is, in combinatie met de voorgestane openbare ruimte, één vrijstaande woning passend. Op het resterende grondeigendom van indiener zouden nog twee woningen kunnen worden gerealiseerd, als indiener dat wenselijk had geacht. Drie woningen op een rij in het lint is dus niet mogelijk. Het oorspronkelijke voorstel van indiener vult de gronden van indiener met drie naast elkaar gelegen bouwpercelen voor vrijstaande woningen. Na overleg tussen indiener en de gemeente, heeft indiener een ander voorstel gedaan. Het aangepaste voorstel van indiener betreft één bouwkavel met één vrijstaande woning op delen van de drie percelen van indiener, in combinatie met de infrastructuur en openbare ruimte op het zuidelijke deel van twee percelen van indiener. Indiener wenst geen extra woningen in de vorm van rijwoningen.
blz. 18
In het stedenbouwkundig plan is de invulling van de percelen van indiener aangepast, in zoverre dat de drie bouwkavels zijn vervangen door één grotere bouwkavel met één vrijstaande woning. In het bestemmingsplan zijn de vlakken van ‘maximum aantal wooneenheden’ aangepast en is het bouwvlak voor de vrijstaande woning aangepast, in lijn met de aanpassing van het stedenbouwkundig plan.
8. Mail d.d. 26 januari 2024
a.
Indiener is mede-eigenaar van een perceel aan de Meerlandenweg. Indiener geeft aan dat in het huidige voorliggende bestemmingsplan De Scheg Midden, de betreffende locatie aan de Meerlandenweg buiten het ontwerp bestemmingsplan is gelaten en de locatie de huidige bestemming agrarisch blijft houden. Indiener wil graag dat de betreffende locatie, waar zich nu een perceel weiland bevindt, wordt toegevoegd aan het plangebied, met de bestemming Woongebied-1. In dit toegevoegde deel met de bestemming Woongebied-1 zou indiener graag op dit perceel een woning willen realiseren. Volgens indiener is hier ruimte voor zoals in de concept-beeldkwaliteitsvisie van de Scheg staat vermeld (zie p15: De linten J.C. van Hattumweg, Meerlandenweg, Noorddammerweg vormen bestaande wegen. Langs deze wegen zijn enkele vrijstaande woonhuizen gelegen. Om de structuur van de lintbebouwing verder te versterken is gekozen om tussen de bestaande woningen nieuwe woningen op vrije kavels toe te voegen die passen binnen de filosofie en opzet van de losse woonbebouwing langs deze bestaande linten. Hierdoor blijft de typering van losse woonbebouwing ook met de invulling van lege ruimtes tussen de bestaande woonbebouwing gewaarborgd). Indiener geeft aan dat een (volgens indiener) soortgelijke situatie als die van indiener is ingebracht en gehonoreerd voor de locatie J.C. van
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
Het betreffende perceel is reeds opgenomen in het plangebied van het (ontwerp) bestemmingsplan, met de bestemming ‘Woongebied – 3’. Het perceel van indiener, met dus de bestemming ‘Woongebied – 3’, heeft geen bouwvlak gekregen. Het perceel is namelijk te smal voor een vrijstaande woning volgens de beoogde perceelindeling van het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan. Voor het betreffende perceel van indiener aan de Meerlandenweg geldt niet dezelfde situatie als voor de locatie (nabij de) J.C. van Hattumweg 9. Op die locatie is veel meer ruimte aanwezig voor het toevoegen van woningen. Er heeft overleg met indiener plaatsgevonden, met de gemeente en daarbij tevens de eigenaren van naastgelegen percelen. Indiener en de buren zijn niet tot overeenstemming gekomen om ruimte te creëren voor een extra woning.
blz. 19
Hattumweg 9 (zoals vermeld in de Nota van Beantwoording voorontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden, versie december 2023, p. 16-17), waardoor indiener, uitgaande van het gelijkheidsbeginsel, hoopt dat dit ook voor de situatie van indiener kan worden toegepast.
9. Mail d.d. 26 januari 2024 a.
Indiener is mede-eigenaar van een perceel aan de J.C. van Hattumweg en een perceel aan de Meerlandenweg. Indiener geeft aan dat in het huidige voorliggende bestemmingsplan De Scheg Midden, de betreffende locatie aan de J.C. van Hattumweg buiten het ontwerp bestemmingsplan is gelaten en de locatie de huidige bestemming agrarisch blijft houden. Indiener wil graag dat beide percelen worden omgezet van agrarisch naar wonen. Dit doet recht aan de huidige situatie waarin er geen tuinbouwbedrijf op deze locatie wordt geëxploiteerd. Tevens vergemakkelijkt dit volgens indiener de ontwikkeling van het gehele bestemmingplan in hoge mate aangezien een afwijking van de richtafstand van 30 meter dan niet meer noodzakelijk is en hiermee volgens indiener tevens de kwaliteit van leefomgeving wordt vergroot.
De locatie aan de J.C. van Hattumweg is inderdaad niet in het ontwerp bestemmingsplan opgenomen.
Indiener wil graag dat de twee betreffende locaties worden toegevoegd aan het plangebied, met de bestemming Woongebied-1. In dit toegevoegde deel met de bestemming Woongebied-1 zou indiener graag op beide percelen een woning willen realiseren. Volgens indiener is hier ruimte voor zoals in de concept-beeldkwaliteitsvisie van de Scheg staat vermeld (zie p15: De linten J.C. van Hattumweg, Meerlandenweg, Noorddammerweg vormen bestaande wegen. Langs deze wegen zijn enkele vrijstaande woonhuizen gelegen. Om de structuur van de lintbebouwing verder te versterken is gekozen om tussen de bestaande woningen nieuwe woningen op vrije kavels toe te voegen die passen binnen de filosofie en opzet van de losse
Het perceel aan de Meerlandenweg is reeds opgenomen in het plangebied van het (ontwerp) bestemmingsplan, met de bestemming ‘Woongebied – 3’. Het perceel heeft geen bouwvlak gekregen omdat het te smal is voor een vrijstaande woning volgens de beoogde perceelindeling van het stedenbouwkundig plan en beeldkwaliteitsplan.
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
Gelet op het nagezonden bericht van indiener is het perceel van indiener aan de J.C. van Hattumweg toch niet toegevoegd aan het plangebied met een nieuwe bestemming. Voor het betreffende perceel van indiener aan de Meerlandenweg geldt niet dezelfde situatie als voor de locatie (nabij de) J.C. van Hattumweg 9. Op die locatie is veel meer ruimte aanwezig voor het toevoegen van woningen.
Er heeft overleg met indiener plaatsgevonden, tezamen met de eigenaren van naastgelegen percelen. Indiener en diens buren zijn niet tot
blz. 20
woonbebouwing langs deze bestaande linten. Hierdoor blijft de typering van losse woonbebouwing ook met de invulling van lege ruimtes tussen de bestaande woonbebouwing gewaarborgd). Indiener geeft aan dat een (volgens indiener) soortgelijke situatie als die van indiener is ingebracht en gehonoreerd voor de locatie J.C. van Hattumweg 9 (zoals vermeld in de Nota van Beantwoording voorontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden, versie december 2023, p. 16-17), waardoor indiener, uitgaande van het gelijkheidsbeginsel, hoopt dat dit ook voor de situatie van indiener kan worden toegepast.
overeenstemming gekomen om ruimte te creëren voor een extra woning op perceel aan de Meerlandenweg.
Indiener heeft later per e-mail het verzoek om het perceel J.C. van Hattumweg 9 toe te voegen aan het plangebied van het bestemmingsplan weer ingetrokken. b.
In aanvulling op deze zienswijze heeft indiener zorgen geuit over mogelijke wateroverlast op eigen terrein als gevolg van de geplande ontwikkeling van De Scheg Midden. Dit vanwege de hogere ligging van de nieuwe woonwijk ten opzichte van het eigen perceel in het lint van de J.C. van Hattumweg. Als oplossing noemt indiener het realiseren van een ‘waterscheiding’ langs de (zuidelijke) erfgrens van diens perceel. Indiener acht een waterpartij van belang.
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
De gemeente begrijpt de zorg van indiener voor het mogelijk ontstaan van wateroverlast. Het verwachte hoogteverschil ter plaatse is naar het oordeel van de gemeente echter beperkt. Anderzijds loopt het terrein van indiener in zuidelijke richting af en ligt ten westen van het perceel langs de Meerlandenweg een sloot. Doordat tussen het perceel van indiener en de nieuwe zuidelijke bouwpercelen een voorziening wordt getroffen, bijvoorbeeld het aanleggen van een drain, wordt mogelijke wateroverlast voorkomen. De afwatering kan naar de sloot en/of een nieuw regenwaterriool plaatsvinden. Indien nodig worden grondkeringen geplaatst. Het is niet op voorhand te zeggen of het nodig is om een sloot langs de perceelsgrens aan te leggen. Het realiseren van een sloot is geen doel op zich, maar mogelijkerwijs een middel om wateroverlast te voorkomen.
blz. 21
10. Mail en brief d.d. 28 januari 2024 a.
Indieners geven aan een strook van 13 meter te willen behouden achter hun bestaande woning en de twee nieuw te bouwen woningen. Het gaat om het noordoostelijke deel van het perceel van indieners langs de J.C. van Hattumweg dat door indieners niet verkocht wordt ten behoeve van woningbouw. Deze strook is voor indieners nodig voor siertuin met schuurruimte bij de woning en de twee nieuw te bouwen woningen alsmede voor zonnepanelen inclusief accu’s, warmtepompen en overige experimentele duurzame energievoorzieningen. Dit alles volgens indieners om in de toekomst energie neutraal te kunnen wonen en mogelijk aan een woonwijk of buurt energie te kunnen leveren. Het tuingedeelte zal gebruikt worden voor een natuurlijke overgang van de wijk naar vrijstaande woning. Volgens indieners is een kleine aanpassing aan de ontsluitingsweg [in het stedenbouwkundig plan] een oplossing om voldoende woningen te bouwen in het grotere woningbouwplan.
De gemeente begrijpt de wens om meer ruimte achter de drie genoemde woningen te behouden/hebben, en kan hieraan tegemoetkomen. Daarom is het stedenbouwkundig plan aangepast. Ten aanzien van de bestaande woning is ter plaatse het bestemmingsvlak van de bestemming Wonen vergroot en de bestemming ‘Woongebied – 1’ verkleind. Het bestemmingsplan kent geen regels voor experimentele duurzame energievoorzieningen. Voor het realiseren van zonnepanelen en warmtepompen gelden de landelijke bouwvoorschriften. In het stedenbouwkundig plan is de door indiener bedoelde weg aangepast en is ook het aangrenzende parkeerterrein aangepast.
Ja. Vergroting bestemmingsvlak van de bestemming ‘Wonen’ en daarmee samenhangend verkleining van de bestemming ‘Woongebied – 1’.
11. Mail d.d. 28 januari 2024 a.
Indiener geeft aan bezwaar te maken tegen het ontwerp bestemmingsplan voor het nieuwbouwproject De Scheg Midden. Indiener vreest niet te worden betaald voor de door indiener teruggeleverde grond aan een bepaalde partij, en geeft aan dat meerdere beleggers in de grond van De Scheg Midden hetzelfde vrezen. Indiener, en anderen volgens indiener, wensen de uitvoering van betaling door die bepaalde partij voordat de bestemming van de grond wijzigt.
De betaling voor gronden van indiener (en anderen) door een derde partij, staat los van de vaststelling van het bestemmingsplan.
b.
Aanslag WOZ: Op 30 november 2023 ontving indiener een aanslag WOZ voor grond in de Scheg. Hiertegen is bezwaar ingediend. Indiener
Het bezwaar tegen de WOZ aanslag staat los van de voorbereiding van het bestemmingsplan.
Nota van Beantwoording zienswijzen ontwerp bestemmingsplan De Scheg Midden
blz. 22
wenst eerst dit bezwaar afgewikkeld te zien alvorens indiener akkoord gaat met het ontwerp bestemmingsplan voor De Scheg Midden.
12. Gasunie – Mail en brief d.d. 29 januari 2024