CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Concept Jaarstukken 2020

Raadscommissie voor Ruimte, wonen en natuur 20 mei 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Voorlopig vaststellen jaarstukken 202038.607 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

73

verwerking vanuit BBV betekent dat de kolom lasten ook negatieve bedragen bevat voor de interne doorberekeningen naar de overige programma’s. bedrag x € 1.000

Begroting 2020

Rekening 2020

Saldo

Programma

Lasten

Baten

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

2020

personeelslasten inclusief inhuur

87.901

1.547

86.354

85.332

2.282

83.051

-3.304

digitale transformatie

4.624

0

4.624

4.576

0

4.576

-48

ICT

7.197

0

7.197

5.736

0

5.736

-1.461

gemeentebrede bedrijfsvoering

1.711

90

1.621

585

35

550

-1.071

huisvesting

4.473

0

4.473

4.428

13

4.415

-57

projectmatige onderdelen

1.554

6.219

-4.665

959

4.767

-3.809

857

bedrijfsmiddelen

-692

19

-711

-455

106

-561

150

belastingen

5.128

5.128

0

4.960

5.162

-202

-202

corona

1.167

0

1.167

1.968

385

1.584

417

overig

2.114

0

2.114

2.135

10

2.125

11

A) totaal apparaatskosten

115.177

13.002

102.174

110.225

12.760

97.465

-4.710

interne doorberekeningen

-47.112

0

-47.112

-46.787

0

-46.787

325

dienstverleningsbijdrage

0

16.658

-16.658

0

16.659

-16.659

-1

B) totaal doorberekening/inkomsten

-47.112

16.658

-63.770

-46.787

16.659

-63.446

324

Totaal saldo van baten en lasten

68.065

29.660

38.405

63.438

29.419

34.019

-4.386

Reservemutatie

17.913

11.121

6.793

25.329

13.793

11.536

4.743

Resultaat

85.978

40.781

45.197

88.767

43.213

45.554

357

Totaalresultaat Inclusief verrekeningen van plussen en minnen met de bedrijfsvoeringfondsen is op dit programma sprake van een nadelig resultaat ten laste van het rekeningsaldo van € 0,4 miljoen. Dit betreft met name € 0,5 miljoen hogere dotatie aan de bedrijfsvoering in relatie tot coronakosten (€ 1,6 miljoen TOZO-uitvoeringskosten in plaats van € 1,1 miljoen Lokaal Coronafonds). De verwerking van de coronakosten en de dekking daarvan worden in het vervolg van deze toelichting uitvoeriger behandeld. Daarnaast is sprake van een incidenteel voordeel van € 0,1 miljoen door de vrijvallende opbrengst van de verkoop van verkochte voertuigen. De vervanging van voertuigen is structureel gedekt in de begroting, verkoopopbrengsten op oude voertuigen komen ten gunste van het rekeningresultaat. Voor het overige worden de resultaten binnen de bedrijfsvoering verrekend met specifieke reserves en het bedrijfsvoeringfonds. Apparaatskosten  De werkelijke totale apparaatskosten van de organisatie AA bedragen afgerond € 110 miljoen. Dit betreft € 85 miljoen personeelslasten, inclusief inhuur en € 25 miljoen overige budgetten. Dit is inclusief incidentele bedragen voor ICT, Digitale Transformatie (besluit-vorming CUP 1822 en Perspectiefnota 2021), alsmede corona-effecten in de bedrijfsvoering.  Van de totale apparaatskosten wordt € 29 miljoen gedekt door inkomsten.

Dit betreft doorberekeningen aan Aalsmeer (dienstverleningsbijdrage), de GR Belastingen en projecten/grondexploitaties, alsmede inkomsten uit detacheringen en UWV-bijdragen.  Verder wordt de directe ambtelijke capaciteitsinzet verantwoord op de verschillende programma’s/taakvelden (€ 47 miljoen; “interne doorberekeningen”).  Daarmee bedraagt het aandeel overhead ten laste van Amstelveen afgerond € 34 miljoen (“totaal van baten en lasten, saldo”; € 110 miljoen -/- € 29 miljoen -/- € 47 miljoen). De paragraaf bedrijfsvoering, elders in deze jaarstukken, bevat een uitvoeriger inhoudelijke toelichting op de ontwikkeling van de organisatie. Belangrijkste afwijkingen (zie kolom saldo 2020) Onderstaand overzicht zet de belangrijkste afwijkingen op een rij (bedrag x € 1 miljoen). Na het overzicht volgt een postgewijze toelichting. 74

Concept Jaarstukken 2020

Omschrijving afwijkingen

saldo'20 overhe-veling

resultaat

a) personeelslasten incl. inhuur & inkomsten

3,3

2,2

1,1

b) ICT

1,5

0,8

0,7

c) vrijval stelpost gemeentebrede bedrijfsvoering

1,1

1,1

d) projecten

-0,9

-0,9

e) corona

-0,4

0,2

-0,6

f) overig (incl. interne doorberekening/afronding)

-0,2

-0,2

0,0

resultaat exclusief reservemutates

4,4

3,0

1,4

g) verrekening via reserves

-4,7

-3,0

-1,7

7 Overhead

-0,3

0,0

-0,3

a) Personeelslasten, incl. inhuur en samenhangende inkomsten Deze categorie is met € 85 miljoen het grootste volume binnen het programma overhead. Na eliminatie van € 0,8 miljoen aan personele coronakosten, die separaat worden gedekt, is per saldo sprake van een onderuitputting van € 3,3 miljoen (3,9%). Een belangrijk deel hiervan (€ 2,2 miljoen) betreft overlopende verplichtingen, vrijwel volledig incidentele middelen die zijn toegekend via besluitvorming Perspectiefnota’s / Begrotingsvoorstellen, maar die nog niet tot besteding zijn gekomen. Dit betreft een fasering van de budgetten met bijbehorende werkzaamheden naar 2021. De helft van dit bedrag betreft twee grote trajecten: De implementatie van de nieuwe Omgevingswet en de invoering van het nieuwe zaaksysteem in het sociaal domein. De andere helft betreft een groot aantal kleinere posten. De bijzondere corona-omstandigheden spelen hierin mee. Het resterende resultaat (€ 1,1 miljoen) is een onderuitputting van 1,3% binnen de taakstellende formatiebudgettering. Hiervan betreft € 0,4 miljoen het opleidingsbudget en € 0,4 miljoen hogere inkomsten personeel door detachering, UWV bijdragen en werkzaamheden voor derden. Voor het overige is het resultaat het saldo van een veelheid aan plussen en minnen over de hele breedte van de organisatie.

Onderdeel hiervan is ook een fiscaal nadeel van afgerond € 0,6 miljoen door de gewijzigde reiskostenregeling voor niet-locatie gebonden functies vanwege corona. b) ICT Bij de Perspectiefnota 2020 zijn bedragen beschikbaar gesteld voor het op orde brengen van de ICT-infrastructuur, alsmede voor een Digitale Transformatieslag. De coronacrisis heeft hierop grote impact gehad, met name door een versnelling van het onderdeel thuiswerken. Andere onderdelen zijn juist naar achteren geschoven. Voor een uitvoeriger inhoudelijke verantwoording wordt verwezen naar de paragraaf bedrijfsvoering. Deze jaarrekening laat een onderuitputting van de budgetten zien van € 1,5 miljoen. Dit resultaat is als volgt samengesteld: 1. Reservering/Overheveling van totaal € 0,8 miljoen bestaande uit: 1.1. Egalisatiereserve vervanging Hardware: € 0,4 miljoen 1.2. Fasering inzet toegekende eenmalige middelen: € 0,4 miljoen 2. Eenmalige vrijval op overige budgetten: € 0,7 miljoen Ad. 1.1: Egalisatiereserve Hardware In 2020 is een egalisatiereserve ingericht om vervanging van hardware op te kunnen vangen. De inrichting van een egalisatiereserve is een advies, dat is opgevolgd uit de IT reviews. Op deze wijze is de toekomstige vervanging van de in omloop zijnde hardware, een belangrijk aspect in de achterliggende besluitvorming, gewaarborgd.

De basis hiervoor is een actueel meerjarenvervangingsschema, waarop de via de Perspectiefnota 2020 toegekende structurele ICT budgetten voor dit onderdeel zijn gebaseerd. Concept Jaarstukken 2020

75

Het voor de instelling van deze egalisatiereserve benodigde expliciete instellingsbesluit van de gemeenteraad is nog achterwege gebleven. Dit zal als separaat raadsbesluit bij de aanbieding van de jaarrekening zal worden voorgelegd (begrotingsrechtmatigheid). In afwachting daarvan is deze egalisatie in deze jaarrekening administratief bij de bedrijfsvoeringfondsen ondergebracht. Voor de vervanging van overige bedrijfsmiddelen (met name voertuigen) kent Amstelveen dezelfde systematiek met een egalisatiereserve. Het is wenselijk voor Hardware IT een eigenstandig vervangingsschema met eigen egalisatiereserve te hanteren. Ad. 1.2: Fasering toegekende eenmalige middelen De lagere kosten ICT betreffen voor € 0,4 miljoen een fasering in de inzet van toegekende eenmalige middelen voor de volgende zaken:  Verbetermaatregelen, voortkomend uit de PEN test, gericht op het waarborgen van de veiligheid van de ICT omgeving (inclusief inrichten netwerksegmentatie) in het kader van de Office en Exchange migratie.  Het treffen van verbetermaatregelen voor verhoging van de continuïteit en de documentatie van de ICT omgeving. Daarnaast het verbeteren van de mogelijkheden voor de gebruikers om via een webportal zelf meldingen en storingen te melden en te volgen. Ad.

2: Incidentele vrijval op overige budgetten De veelheid aan projectmatige activiteiten raakt ook de besteding van de structurele budgetten, c.q. de uitvoering van de reguliere begroting. Er vindt in de ICT markt een ontwikkeling plaats van jaarlijkse facturen voor software, licenties en onderhoud, naar facturatie en overeenkomsten over meerdere jaren. Deze ontwikkeling veroorzaakt incidentele fluctuaties, c.q. onderuitputting. Hoe de structurele budgetten er precies zullen moeten uitzien na het doorlopen van de huidige aanpassingsslag is nu nog niet exact aan te geven. Vooralsnog gaan wij er van uit, dat het totale volume toereikend en benodigd zal zijn in de nieuwe situatie, met op onderdelen daarbinnen herallocaties. De grootste vrijval in 2020 betreft de budgetten voor softwarelicenties. Deze onderuitputting wordt–naast genoemde meerjarige facturering en contractering Digitale transformatie Voor de Digitale Transformatie wordt jaarlijks een uitvoeringsplan opgesteld. In 2019 waren de activiteiten gericht op het neerzetten van een goede organisatiestructuur in verbinding met de vakafdeling en zijn de projecten gericht geweest op het neerzetten van een stevige basis, waarbij ook de aanbevelingen uit de ICT reviews zijn meegenomen. In 2020 is veel aandacht uitgegaan naar het herinrichten van processen en het digitaliseren van werkprocessen.

Daar waar mogelijk is het digitale kanaal direct aangesloten op de vakapplicatie van het betreffende team. Vanwege de corona maatregelen is er tevens ondersteuning verleend om massaal thuiswerken mogelijk te maken, door het verstrekken van onder meer laptops, headset, smartphones en het creëren van digitale werkomgevingen. Tevens zijn er voorbereidende activiteiten uitgevoerd voor projecten in 2021: het jaar waarin we veel stappen gaan zetten om een papierloze organisatie te worden, zodat thuiswerken nog eenvoudiger wordt, en nog meer aandacht uit zal gaan naar de baten die behaald kunnen worden met de projectresultaten. Het collegevoorstel bij deze jaarstukken bevat een beslispunt om het resterende budget van € 45.000 over te hevelen naar 2021 om dit proces komend jaar maximaal te ondersteunen. c) Vrijval stelpost gemeentebrede bedrijfsvoering Op het moment dat besluitvorming aan de orde is over groei of krimp van de organisatie wordt rekening gehouden met een opslag voor overhead (“integrale kostprijs”). Deze bedragen worden op een centrale plek in de begroting verwerkt. De directie weegt bewust organisatiebreed af waar de inzet van deze middelen nodig is. De extra middelen zijn deels ingezet voor versterking van ondersteunende functies en deels gealloceerd voor de nog openstaande aflossingsverplichting op het ICT krediet hardware 2018.

Dit betreft een totaalkrediet van € 2,8 miljoen, af te lossen in de jaarschijven 2019 tot en met 2022 (4 jaarschijven à € 0,7 miljoen). Ten slotte dient deze stelpost vooralsnog ook als buffer met het oog op de met ingang van 2022 structureel ingeboekte taakstelling op de organisatie van € 1,5 miljoen (inverdieneffect ICT-investeringen). 76

Concept Jaarstukken 2020

d) Projecten Evenals in 2019, was ook in 2020 sprake van een omvangrijke flexibele schil (inhuur) om de benodigde capaciteitsinzet op grondexploitaties/locatie-ontwikkelingen en bouwaanvragen te accommoderen. De kosten van de (dure) inhuur kon in deze omvang niet meer binnen de taakstellende tarieven voor de belasting van projecten vanuit de bedrijfsvoering worden opgevangen. Het tekort is deels gedempt door dekkingsvoordelen doordat de flexibele schil bij projecten ook een extra bijdrage levert aan de dekking van bestaande overheadkosten. Anders zou het tekort afgerond € 0,5 miljoen hoger zijn geweest. In de loop van 2020 is inmiddels een verschuiving doorgevoerd richting meer evenwicht tussen flexibele schil en vaste formatie. e) Corona In de tweede tijdvak is rekening gehouden met € 1,5 miljoen corona gerelateerde kosten in de bedrijfsvoering, waarvan het aandeel Amstelveen 75% bedraagt (€ 1,125 miljoen). De daadwerkelijke corona gerelateerde kosten in de bedrijfsvoering zijn € 2 miljoen, waarvan het aandeel Amstelveen 75% bedraagt (€ 1,5 miljoen). Daarnaast is in deze jaarrekening verwerkt de vergoeding voor uitvoeringskosten in het kader van de TOZO-regeling (€ 1,6 miljoen). De in de besluitvorming Tweede Tijdvakrapportage voorziene bijdrage uit het Lokaal coronafonds (€ 1,1 miljoen) is daarmee komen te vervallen. Deze ontwikkeling, c.q.

verwerking is vooruitlopend op de jaarrekening reeds gemeld via collegebrief van 21 januari 2021 “stand van zaken Lokaal Coronafonds”. Een deel van de coronakosten betreft alleen Amstelveen. Van de corona gerelateerde kosten over 2019 voor beide gemeenten heeft Aalsmeer 25% bijgedragen, zijnde € 385.000. f) Overig Bij de Tweede Tijdvakrapportage is op basis van de actuele levertijd op dat moment de verwachte levering van zes elektrische voertuigen verschoven van 2020 naar 2021. Uiteindelijk zijn deze voertuigen toch nog eind 2020 geleverd (week 50). Dit betekent een afwijking van afgerond € 0,2 miljoen. Dit is een incidenteel faseringsverschil, dat wordt verrekend via de reserve vervanging bedrijfsmiddelen. g) Verrekening met reserves Onderstaand overzicht geeft een specificatie van de reservemutaties op dit programma. Onder het overzicht volgt een toelichting. Reservemutatie met toelichting bedrag x € 1.000 taakveld + omschrijving

bijgestelde begroting

jaarrekening

verschil

a. toevoeging

b. onttrekking

c=a-b verschil

stand 1jan

d. toevoeging

e. onttrekking

stand 31dec

f=d-e verschil

g=c-f

0.4 Bedrijfsvoeringsfondsen

2.415

3.688

-1.273

3.191

9.547

5.908

6.830

3.639

-4.912

0.4 Dekking kapitaallasten bedrijfsmiddelen

721

338

383

1.835

724

338

2.221

386

-3

0.4 Dekking kapitaallasten Informatiebeheer

2.007

491

1.516

2.450

2.223

491

4.182

1.732

-216

0.4 Dekking kapitaallasten Services algemeen

3.421

64

3.358

2.086

3.513

63

5.535

3.450

-92

0.4 Egalisatie digitale transformatie AA

680

0

680

0

680

0

680

680

0

3.000

2.007

993

350

3.000

2.223

1.127

777

216

0.4 Hardware IT 0.4 Icl bedrijfsmiddelen

869

1.112

-242

4.372

841

1.257

3.956

-415

173

0.4 Raadhuis aanpassing huisvesting

4.800

3.421

1.379

845

4.800

3.513

2.132

1.287

92

7 Overhead

17.913

11.121

6.793

15.129

25.329

13.794

26.664

11.535

-4.743

Concept Jaarstukken 2020

77

Ideaalcomplex bedrijfsmiddelen Het nadeel op het ideaalcomplex bedrijfsmiddelen betreft de op het taakveld onder f) “Overige afwijkingen” verantwoorde levering van enkele bedrijfsvoertuigen eind 2020 in plaats van begin 2021 (faseringsverschil). Bedrijfsvoeringfondsen (€ 3,6 miljoen dotatie i.p.v. € 1,3 miljoen onttrekking) De omvang van de bedrijfsvoeringfondsen neemt toe met afgerond € 3,6 miljoen naar een totale omvang van € 6,8 miljoen. Na formalisering van de aparte egalisatiereserve hardware (zie toelichting taakveld; € 0,4 miljoen) is sprake van een bedrijfsvoeringfonds van € 6,4 miljoen. Hiervan heeft afgerond € 3,0 miljoen betrekking op specifieke projecten die gefaseerd zijn, maar waarvan de middelen benodigd blijven binnen de bedrijfsvoering. Op het moment dat projecten niet tot uitvoering komen geldt de lijn, dat de hiervoor toegekende middelen vrijvallen in het rekeningresultaat. Geschoond voor deze overlopende projecten resteert een bedrijfsvoeringfonds van € 3,4 miljoen. Onderstaand overzicht zet dit op een rij (bedrag x € 1 miljoen): Omschrijving

bedrag

Stand 1 januari 2020

3,2

Toename 2020 incl. verplichtingen

3,6

Stand 31 december 2020

6,8

Naar egalisatiereserve hardware

-0,4

Overlopende verplichtingen

-3,0

Geschoond saldo bedrijfsvoering

3,4

Het geschoonde saldo van het bedrijfsvoeringfonds ad. € 3,4 miljoen zit op 70% van het “plafondbedrag” van € 4,8 miljoen (3% ten opzichte van maximaal 5% van het saldo apparaatskosten ad. € 97 miljoen).

Voorzieningenmutatie met toelichting bedrag x € 1.000

bijgestelde begroting

jaarrekening

verschil

taakveld + omschrijving

a. toevoeging

b. onttrekking

c=a-b verschil

stand 1jan

d. toevoeging

e. onttrekking

stand 31dec

f=d-e verschil

g=c-f

0.4 Bijdrage Aalsmeer

0

0

0

0

0

0

0

0

0

7 Overhead

0

0

0

0

0

0

0

0

0

Subsidies Voor de van toepassing zijnde subsidies op dit programma wordt verwezen naar de bijlage Subsidies.

78

Concept Jaarstukken 2020

2.8 Algemene dekkingsmiddelen Inleiding Onder algemene dekkingsmiddelen vallen de inkomsten waarvan de besteding niet gebonden is aan een bepaald programma. Dit bestaat voor het grootste deel uit de uitkering gemeentefonds en uit de algemene belastingen. Financieel overzicht bedrag x € 1.000

Rekening

Begroting 2020

Programma

2019 Primitief

0.5 Treasury

-2.933

-31.245

0.61 OZB Woningen

-10.567

0.62 OZB Niet woningen 0.64 Belastingen overig 0.7 Algemene uitkering en overige uitkeringen Gemeentefonds 0.8 Overige baten en lasten 0.9 Vennootschapsbelasting (VPB) Totaal saldo van baten en lasten Reservemutatie Resultaat

Baten

Saldo

Saldo

Lasten

Baten

Saldo

2020

7.102

62.334 -55.232

-299

62.601

-62.899

-7.667

-10.862

1.083

11.798 -10.716

1.129

11.850

-10.721

-5

-10.335

-10.260

352

11.039 -10.687

352

10.784

-10.431

256

49

56

56

56

-0

56

0

0 115.636 -115.636

-490

-106.262 -108.724

Lasten

Rekening 2020

0

56

0 115.146 -115.146

46

1.070

7.340

-1.740

9.080

1.229

486

742

-8.337

1.214

461

73

0

73

-593

0

-593

-666

-128.789 -159.504 4.000

18.975

-124.789 -140.529

16.005 198.577 -182.572

1.874 201.357 -199.483 -16.910

24.200

24.200

9.925

14.275

40.205 208.502 -168.297

9.364

14.836

561

26.074 210.721 -184.647 -16.350

0.5 Treasury De ECB heeft eind 2020 aangegeven dat banken die er goed voor staan mogelijk weer dividend gaan uitkeren aan hun aandeelhouders. De BNG is voldoende solide om dividend uit te keren en bij het opstellen van de jaarstukken wordt het dividend beoordeeld als een uitgestelde betaling. In de jaarrekening wordt nu alsnog een dividendopbrengst BNG in 2020 opgenomen van afgerond € 0,2 miljoen. Na aframing in de 2e tijdvak betekent dit een eenmalig voordeel. In januari is vooruitlopend op deze jaarrekening het voordeel op dividend in een collegebrief meegedeeld. Na de splitsing van Eneco Holding N.V. is de gedachte altijd geweest dat de boekwaarde van de aandelen Eneco Holding N.V. (nominaal € 100 per aandeel) overgedragen waren naar de Eneco Groep N.V. én Amstelveen nieuwe aandelen voor Stedin had ontvangen met een nominale waarde van € 0,01. De “dure aandelen” zijn echter niet overgedragen aan de Eneco Groep N.V. maar aan Stedin Holding N.V. Ten onrechte is daardoor begroot dat de boekwinst verkoop Eneco deels gebruikt moest worden om € 7,4 miljoen af te boeken aan aandelenkapitaal. 0.61 OZB woningen en 0.62 OZB Niet woningen De taakvelden 0.61 en 0.62 bevatten naast de OZB-inkomst ook uitvoeringslasten/-baten om deze inkomst te realiseren. Het tekort betreft nagenoeg volledig een correctie op de WOZ-waarde van niet-woningen in 2019.

Zolang bezwaarschriften niet volledig zijn afgehandeld is de opbrengst lastig te bepalen doordat deze categorie woningen een grote diversiteit kent in waarde. De werkelijke opbrengst over het aanslagjaar 2020 zal nog wijzigen door het opleggen van aanslagen en het afhandelen van bezwaarschriften in 2021.

Concept Jaarstukken 2020

79

0.7 Algemene uitkering mutaties na septembercirculaire (voordeel € 0,5 miljoen) De actuele begrotingsraming 2020 is gebaseerd op de septembercirculaire. De uitkomsten daarvan zijn meegenomen in de begrotingsraad van 11 november 2020. De notitie "decembercirculaire gemeentefonds 2020" meldt dat voor het verslagjaar 2020 een voordeel van € 0,5 miljoen. Dit betreft toegekende middelen ter compensatie van gevolgen corona van € 0,2 miljoen. Na de septembercirculaire zijn aantallen in de maatstaven gewijzigd en voor Amstelveen betekent dit een aanvullende uitkering van € 0,2 miljoen. Daarnaast wordt in de notitie melding gedaan van een incidenteel voordeel over oude jaren van € 0,1 miljoen. stellige uitspraak BBV algemene uitkering (balanspost) Met betrekking tot de algemene uitkering heeft de commissie BBV een stellige uitspraak gedaan. Dit houdt in dat in de jaarrekening het accres van de algemene uitkering wordt opgenomen conform de in het jaar laatst gepubliceerde accresmededeling die doorgaans is opgenomen in de septembercirculaire van het boekjaar. De cijfers is dit jaarverslag wijken hier niet van af. Wel is ten opzichte van de opgave van het Ministerie van BZK een eigen aanname gemaakt voor de aftrekpost WOZ-capaciteit.

OZB aftrekpost De hoogte van de algemene uitkering uit het gemeentefonds van een gemeente hangt onder andere af van de zogenoemde ‘OZB-belastingcapaciteit’ van een gemeente. Het idee daarachter is: hoe meer geld een gemeente aan OZB kan binnenhalen, des te minder geld uit het gemeentefonds nodig is. Bij opmaak van de jaarrekening wordt een actuele stand van de WOZ-waarden berekend aan de hand van gegevens die de belastingsamenwerking Gemeentebelastingen Amstelland aanlevert. Deze stand is actueler dan de gegevens die bij het CBS bekend zijn. De algemene uitkering 2020 is gebaseerd op de actuele hogere WOZ-waarden en voor 2020 leidt dit tot een lagere algemene uitkering van € 239.000. 0.8 Overige baten en lasten Lokaal coronafonds (€ 8,6 miljoen voordeel) In de raad van 8 april 2020 is besloten tot het instellen van een lokaal coronafonds van € 15 miljoen. In afwachting van besluitvorming over onttrekkingen aan dit fonds is dit plafondbedrag opgenomen als stelpost op algemene dekkingsmiddelen. In de tweede tijdvak is door de raad ingestemd met een onttrekking aan dit fonds voor 2020 van € 8,5 miljoen. Het collegevoorstel bij deze jaarstukken bevat een beslispunt om € 6,5 miljoen over te hevelen naar 2021. Eén van de toegekende budgetten betreft afgerond € 2,0 miljoen voor "Garantiesubsidie gericht op maatschappelijk voorzieningen, sport en cultuur".

Het is op dit moment onduidelijk welke organisaties dit zal betreffen, maar verwacht wordt dat dit bedrag in 2021 nodig zal zijn. In afwachting van besluitvorming over instanties die van dit bedrag gebruik zullen maken is de € 2,0 miljoen gereserveerd op algemene dekkingsmiddelen. Ook voor dit bedrag zal worden voorgesteld het over te hevelen naar 2021. In de collegebrief eind januari over het Lokaal coronafonds staat gemeld dat van de beschikbaar gestelde budgetten € 2,9 miljoen beschikbaar moet blijven voor uitgaven in 2021. Daarnaast kan van de getroffen maatregelen € 897.000 vrijvallen en in 2021 benut worden voor andere maatregelen. Niet alleen de hiervoor vermelde € 6,5 miljoen moet dus worden overgeheveld naar 2021, maar ook de in deze alinea vermelde bedragen van totaal € 3,8 miljoen. Voorziening dubieuze debiteuren (€ 0,5 miljoen nadeel) Via het Lokaal coronafonds is in de raad van 11 november 2020 € 0,5 miljoen beschikbaar gesteld voor dubieuze debiteuren. Overeenkomstig de politieke wens is ruimhartig omgegaan met verzoeken om uitstel van betalingen en/of betalingsregelingen.

80

Concept Jaarstukken 2020

Bij opmaak van de rekening blijkt het openstaande debiteurensaldo belastingdebiteuren over het meest recente belastingjaar (2020) substantieel hoger dan in de afgelopen jaren. Normaal gesproken wordt ervan uitgegaan dat deze meest recente vorderingen zullen worden betaald. De vraag is of dit extra volume van openstaande vorderingen ad. € 600.000 volledig binnenkomt. Daarnaast is van de nog af te dragen toeristenbelasting over 2019 (dus voor de coronapandemie) € 600.000 nog niet betaald. Feitelijk is dit nu een kredietverstrekking geworden. De toeristen hebben dit bedrag aan de ondernemers betaald in 2019, maar het wordt nu gebruikt om andere betalingsverplichtingen te voldoen. Ter afdekking van het debiteurenrisico is voor 75% (€ 0,9 miljoen) een dotatie gedaan aan de voorziening dubieuze debiteuren voor aanslagjaar 2020. Vanuit de interne richtlijnen is dit normaal gesproken 0%. Daarnaast is de voorziening voor de aanslagjaren 2019 en ouder opnieuw bepaald bij opmaak van de rekening. Dit betekent een dotatie aan de voorziening van € 0,1 miljoen. De totale dotatie is daarmee € 0,5 miljoen hoger dan het bedrag dat is toegekend via het lokaal coronafonds. Rijksbijdrage Ministerie Rijkswaterstaat (voordeel € 185.000) In 2014 is een Rijksbijdrage van het Ministerie Rijkswaterstaat bepaald voor afkoopsom plankosten inclusief leges voor de verbreding van de A9.

Dit bedrag is in twee tranches betaald, waarbij de laatste tranche in 2020 is betaald. Door indexering vanaf 2014 heeft het Ministerie een aanvullende vergoeding betaald van € 185.000. 0.9 Vennootschapsbelasting (VPB) Actualisering van bouwgrondexploitaties met een aangepast resultaat (in totaalbedrag of per jaarschijf) heeft een directe invloed op de VPB last. In 2020 ontstaat hierdoor een incidenteel voordeel. In de Perspectiefnota 2021 wordt een actueel meerjarig beeld voor de VPB verplichting ter besluitvorming voorgelegd. Reservemutatie met toelichting bedrag x € 1.000 taakveld + omschrijving

bijgestelde begroting

jaarrekening

verschil

a. toevoeging

b. onttrekking

c=a-b verschil

stand 1jan

d. toevoeging

e. onttrekking

stand 31dec

f=d-e verschil

g=c-f

0.8 Afdekking risico Invest-MRA

2.500

0

2.500

0

2.500

0

2.500

2.500

0

0.8 investeringen in energietransitie en duurzaamheid

15.327

3.355

11.972

0

15.327

2.711

12.616

12.616

-644

0.8 Reserve stedelijke vernieuwing

6.700

6.700

0

9.628

6.700

6.700

9.628

0

0

8 Algemene dekkingsmiddelen

24.527

10.055

14.472

9.628

24.527

9.411

24.744

15.116

-644

Afdekking risico invest-MRA/investeringen in energietransitie en duurzaamheid Vanuit de verkoopopbrengst Eneco is € 15 miljoen gereserveerd voor investeringen in energietransitie en duurzaamheid. In de raadsvergadering van 11 november 2020 is ingestemd met participatie in Invest-MRA. De investering bedraagt ongeveer 1% van de Amstelveense begroting oftewel € 2,5 miljoen. Ter afdekking van het risico dat de middelen niet terugvloeien naar Amstelveen is € 2,5 miljoen gereserveerd in een afzonderlijke bestemmingsreserve. Dit bedrag kan (deels) weer terugvloeien ten gunste van de reserve "investeringen in energietransitie en duurzaamheid" als het risicoprofiel in de komende jaren lager dan 100% blijkt te zijn. Investeringen in energietransitie en duurzaamheid Door de coronacrisis is het budget voor het verduurzamen van woningen en voor het duurzaamheidsfonds niet geheel besteed (€ 200.000). Per 1-1-2021 is de regeling verruimd waardoor er meer aanvragen worden verwacht. De eerste fase van de marktverkenning duurzame warmte is ingang gezet. De tweede fase wordt in 2021 opgestart, De middelen voor de Concept Jaarstukken 2020

81

marktverkenning worden daarom in 2021 ingezet. Door de coronacrisis en doordat de evaluatie van het duurzaamheidsfonds vertraagd is opgeleverd zijn niet alle middelen voor het duurzaamheidsfonds besteed. In 2020 is gewerkt aan een herijking van de aanpak. Begin 2021 heeft het college ingestemd met de realisatie van het servicepunt energie advies, de opvolging van het duurzaamheidsfonds. Voor de tijdelijke uitbreiding van het energieteam is € 100.000 minder onttrokken. In de tweede tijdvakrapportage 2020 is € 325.000 overgeheveld naar 2021. Ten onrechte staat in de besluitvorming dat deze fasering afgewikkeld wordt met het begrotingssaldo in 2020 en 2021. Bij de beschikbaarstelling (Perspectiefnota 2020) zijn deze bedragen onttrokken aan de reserve "Investeringen in energietransitie en duurzaamheid". In lijn hiermee dient de afwikkeling van de fasering ook via deze reserve te verlopen. Voor wat betreft de werkelijke onttrekking 2020 is dit ook aldus in de jaarrekening 2020 verwerkt in tegenstelling tot de begrote onttrekking. Het verklaart naast de hiervoor genoemde twee financiële afwijkingen ter grootte van € 300.000 het restant van het verschil ad. € 644.000.

De samenhangende aanpassing in 2021 vraaqt een apart besluit (begrotingsrechtmatigheid) om de gefaseerde begrote uitgaven in 2021 te onttrekken aan de reserve "Investeringen in energietransitie en duurzaamheid" en niet ten laste van het begrotingssaldo 2021. Dit maakt onderdeel uit van de besluitvorming bij deze jaarstukken. Reserve stedelijke vernieuwing (voorheen "Sparen vooraf") In de notitie "Aanvullende voorstellen bij de aanbieding van de Programmabegroting 2021" wordt op pagina 8 ingegaan op de systematiekwijziging voor de dekking van investeringen in maatschappelijk vastgoed. Dit heeft verschillende effecten binnen de begroting, waaronder de vrijval van een aantal reserves. Daarnaast is de begrote dotatie jaarschijf 2020 van € 3 miljoen aan de reserve "Sparen vooraf" via deze besluitvorming gestort in de algemene reserve Voorzieningenmutatie met toelichting bedrag x € 1.000 taakveld + omschrijving

bijgestelde begroting

jaarrekening

verschil

a. toevoeging

b. onttrekking

c=a-b verschil

stand 1jan

d. toevoeging

e. onttrekking

stand 31dec

f=d-e verschil

g=c-f

356

134

222

3.900

433

254

4.079

179

43

0.8 Dubieuze debiteuren

0

0

0

818

1.124

164

1.778

960

-960

0.8 Dubieuze vorderingen op openbare lichamen

0

0

0

0

0

0

0

0

0

356

134

222

4.718

1.557

419

5.857

1.139

-917

0.8 Alg. pensioenwet politiek ambtsdragers + wachtgeld

8 Algemene dekkingsmiddelen

Algemene pensioenwet politiek ambtsdragers (APPA) Voor het bepalen van de voorziening is de rekenrente van essentieel belang. Hoe hoger de rente, hoe lager de waarde van het lopende jaar moet zijn om in de toekomst aan de verplichtingen te kunnen voldoen. Een lagere rekenrente per 1 januari 2021 (0,082 t.o.v. 0,290% per 1 januari 2020) en in mindere mate aanpassing van de sterftetabellen betekent dat een aanvullende dotatie aan de wachtgeldvoorziening noodzakelijk was van € 277.000. In het raadsvoorstel budgetoverheveling van december was hiervoor € 200.000 ingeschat. dubieuze debiteuren In de verordening 212 staan gedragsregels voor het bepalen van het saldo dubieuze debiteuren. De voorziening geeft een indicatie van de vorderingen waar de gemeente een risico loopt ten aanzien van het (volledig) terugontvangen van vorderingen.

82

Concept Jaarstukken 2020

De noodzakelijke omvang wordt vastgesteld door afhankelijk van de ouderdom van de openstaande posten een bepaald percentage als dubieuze vordering te beschouwen; tussen 1 en 2 jaar is dit 50%, tussen 2 en 3 jaar 75% en voor oudere vorderingen 100%. Op het programma staat nader toegelicht dat vanwege de corona-pandemie ook voor vorderingen korter dan 1 jaar een voorziening is getroffen van € 0,9 miljoen. Dit leidt tot een voorziening per 31 december 2020 van € 1.778.000. De grootste post hierbinnen betreft belastingdebiteuren. Verbonden partijen Naast de eigen organisatie dragen verbonden partijen bij aan het realiseren van de beleidsdoelstellingen. Bij de realisering van de doelstellingen van het programma Algemene dekkingsmiddelen zijn betrokken: Samenwerking belastingen Amstelland-Meerlanden, Centrumregeling ambtelijke samenwerking Aalsmeer en Amstelveen, AmstelveenSport B.V., Eneco Groep (energiebedrijf), Stedin Groep (netwerkbedrijf) en NV Bank Nederlandse Gemeenten. Voor aanvullende informatie per partij wordt verwezen naar de paragraaf verbonden partijen.

Concept Jaarstukken 2020

83

3 Paragrafen

Concept Jaarstukken 2020

85

3.1 Lokale heffingen Inleiding De paragraaf lokale heffingen bevat, conform het BBV, een overzicht van de inkomsten, het beleid ten aanzien van de lokale heffingen en een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen, de lokale lastendruk en een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid. De beleidsvoornemens zijn terug te vinden in de begroting 2020 (https://amstelveen.begroting2020.nl/p26212/3-1-lokale-heffingen). Hier staat ook de berekening van het gehanteerde overheadpercentage voor 2020. Eventuele afwijkingen t.o.v. deze beleidsvoornemens staan vermeld in deze paragraaf. De meest recente beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid en lokale lastendruk staat in de begroting 2021 (https://amstelveen.begroting-2021.nl/p29096/kwijtscheldingsbeleid). In de Gemeentewet en een aantal bijzondere wetten is geregeld welke heffingen (belastingen en retributies) een gemeente mag opleggen. De gemeenteraad bepaalt de hoogte van het tarief en welke van die heffingen ook daadwerkelijk worden geheven. Inkomsten lokale heffingen Gemeten naar financiële omvang bepalen de onroerende zaakbelastingen, de afvalstoffenheffing en het rioolrecht met afgerond 76% de opbrengst lokale heffingen. bedrag x € 1.000 omschrijving Ozb niet-woning gebruik Ozb-niet-woning eigendom Ozb woning eigendom Toeristenbelasting Subtotaal belastingen

rekening 2019 4.393 6.255 11.430 774 22.852

begroting 2020 4.619 6.420 11.678 1.062 23.779

rekening 2020 4.480 6.303 11.693 1.078 23.554

Afvalstoffenheffing Rioolrecht Marktgelden Begrafenisrecht Grafrecht (onderhoud) Bouwleges Parkeerinkomsten Bevolking APV vergunningen Overig Subtotaal retributies

8.889 9.004 150 2.567 1.560 3.769 2.877 1.574 102 37 30.529

9.837 8.969 120 2.155 1.761 3.477 2.571 917 102 31 29.940

9.902 9.049 127 2.467 1.864 3.501 2.527 1.238 24 31 30.730

Totaal

53.381

53.719

54.284

86

Concept Jaarstukken 2020

Belastingen Belastingen zijn heffingen waarvan de opbrengst vrij besteedbaar is. Parkeergeld betreft een belasting (regulerende functie). Tegelijkertijd hebben parkeergelden (deels) ook het karakter van een vergoeding voor een dienst. Daarom zijn de inkomsten in deze paragraaf verantwoord onder retributies. Retributies Retributies zijn heffingen waarbij een bepaalde vergoeding wordt betaald voor een specifieke dienst.

Uitwerking financiële kaders per heffing c.q. groep van heffingen Hieronder maken wij per heffing c.q. groep van heffingen de relevante kosten en mate van kostendekkendheid inzichtelijk. Via "overige toe te rekenen kosten" worden kosten betrokken bij de kostendekkendheid die niet op het taakveld staan van de heffing. Op onderdelen kan sprake zijn van enigszins afgeronde bedragen die beperkt afwijken van de exacte bedragen op de programma’s en in de administratie. kostendekkendheid in begroting en rekening Bij het bepalen van de kostendekkendheid in begroting en rekening inclusief de verwerking van verschillen tussen begroting en rekening gelden de volgende uitgangspunten: Directe lasten en baten op het taakveld van de heffing  de directe lasten en baten op het taakveld van de heffing maken integraal onderdeel uit van de verantwoording van de kostendekkendheid (rekent af met de voorziening).

In de begroting zijn dit de geraamde directe lasten/baten, in de rekening zijn dit de werkelijke directe lasten/baten; Overige toe te rekenen kosten  als algemene regel geldt dat de primitief bepaalde bedragen voor de overige toe te rekenen kosten het gehele jaar van kracht zijn (begroting = rekening; voorcalculatie = nacalculatie);  hierop geldt één uitzondering: het bedrag voor overhead kan door specifieke besluitvorming (bijvoorbeeld krimp/groei) en/of gehanteerde systematiek van kostentoerekening afwijken in de begroting na wijziging en op rekeningbasis;  het gehanteerde overheadpercentage in de rekening is gelijk aan het berekende percentage in de begroting;  de op te nemen bedragen voor straatvegen en baggeren worden periodiek bij de begroting getoetst en indien nodig geactualiseerd aan de hand van de VNG-matrix;  voor de overige onderdelen worden de gehanteerde begrotingsramingen getoetst aan de werkelijke cijfers. Dit kan leiden tot aanpassing in de eerstvolgende op te stellen begroting.

Verrekeningen met de egalisatievoorzieningen rioolrecht, huishoudelijk afval en Zorgvlied  begrotingswijzigingen sluiten via een verrekening met de voorziening;  de afwijking op de regel "saldo kosten -/- heffing" tussen de rekening en de begroting na wijziging wordt verrekend met de egalisatievoorziening (dekkingspercentage blijft dan gelijk);  een egalisatievoorziening "mag niet negatief staan". Mocht sprake zijn van een onverhoopt tekort dat groter is dan het saldo in de egalisatievoorziening, dan komt het resterende tekort na uitputting van de egalisatievoorziening ten laste van het rekeningresultaat. Dit leidt bij rioolrecht, huishoudelijk afval en Zorgvlied tot een verschil op de regel "saldo kosten -/heffing" tussen de rekening en de begroting na wijziging;  het dekkingspercentage bedraagt in de rekening maximaal 100%;  Als het percentage hoger dan 100% uitkomt in de rekening wordt een bedrag gestort in de egalisatievoorziening waarna het dekkingspercentage 100 bedraagt.

Concept Jaarstukken 2020

87

Rioolrecht Toelichting In 2020 is, conform besluitvorming, een bedrag van € 2,8 miljoen gestort in de voorziening vervanging riolering, ter dekking van toekomstige vervangingsinvesteringen en met het oog op een verantwoorde en gelijkmatige ontwikkeling van de lastendruk op langere termijn. Door met name lagere kapitaallasten (fasering in de uitvoering van investeringen) is sprake van een dotatie aan de egalisatievoorziening riolen van € 0,7 miljoen. De stand van de egalisatievoorziening riolering bedraagt hierdoor eind 2020 € 1,4 miljoen. Dit overschrijdt het plafond van 10% van de omzet op het taakveld riolering (€ 0,9 miljoen). Als op rekeningbasis het vastgestelde maximum wordt overschreden, worden bij de eerstvolgende Perspectiefnota concrete voorstellen gedaan hoe hiermee om te gaan. Dit is zo vastgelegd in de Nota Reserves en Voorzieningen. Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

RIOOLRECHT

1a. lasten

BGR'20

BGR'20

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

REK'20

7.044

6.516

1b. baten, exclusief heffingen

-23

-23

-2

1c. verrekening met voorziening

0

640

760

7.021

7.133

7.213

2a. straatvegen

333

333

333

2b. Baggerkosten

84

84

84

2c. overhead

791

807

807

1. Taakveld riolen (netto kosten)

2d. BTW

6.456

782

782

782

2. Overige toe te rekenen kosten

1.990

2.006

2.006

3. Totaal voor rioolrecht relevante kosten

9.011 N

9.139 N

9.219 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel

-8.769

-8.969

-9.049

0

0

4b. evt. tariefvoorstel 2020 4. Opbrengst rioolrecht 5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

-8.769 V 242 N -97,3%

-8.969 V 170 N -98,1%

0 -9.049 V 170 N -98,2%

Afvalstoffenheffing Toelichting IIn 2020 is ten opzichte van de begroting een positief resultaat ad € 231.000 gerealiseerd, bestaande uit € 129.000 hogere uitgaven en € 350.000 hogere inkomsten. De voorziening beschikt hierdoor weer over een (bescheiden) buffer om tegenvallers op te vangen. Door tekorten in voorgaande jaren was de egalisatievoorziening geheel uitgeput. De overschrijding op de uitgaven ad € 129.000 kent meerdere oorzaken. De meest belangrijke zijn:  Alle stickers op de circa 1.350 ondergrondse containers zijn vernieuwd,

88

Concept Jaarstukken 2020

 

Afvalbeheer heeft alle containers laten controleren op de staat van onderhoud en zijn ze van een nieuw nummer voorzien; De putten van de ondergrondse glascontainers lagen vol met gebroken glas. Dit is weggehaald en de putten zijn schoongemaakt

In 2020 zijn € 350.000 meer inkomsten gerealiseerd dan begroot. De verwachting was dat in het 2e kwartaal overgestapt zou worden naar een andere wijze van afrekenen voor het inzamelen van PMD. Dit werd uiteindelijk het 3e kwartaal. Hierdoor waren in het 2e kwartaal de inkomsten (maar ook, in mindere mate, de kosten) hoger dan verwacht. De afkeur van PMD door vervuiling met stoorstoffen hebben we laag kunnen houden. In totaal leverde dit circa € 300.000 meer inkomsten op. Daarnaast is een extra uitkering van € 40.000 ontvangen over 2018 voor in dat jaar ingezameld PMD. Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

HUISHOUDELIJK AFVAL

BGR'20

BGR'20

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

REK'20

1a. lasten

8.145

9.266

9.386

1b. baten, exclusief heffingen

-1.110

-1.402

-1.687

1c. verrekening met voorziening

-105

0

231

6.930

7.864

7.929

2a. straatvegen

278

278

278

2b. kwijtschelding

353

353

353

2c. handhaving

161

161

161

2d. overhead

2.041

2.028

2.028

992

992

992

3.825

3.812

3.812

3. Totaal voor huish. afval relevante kosten

10.755 N

11.676 N

11.741 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel

-8.693

-9.837

-9.902

1. Taakveld huishoudelijk afval (netto kosten)

2e. BTW 2. Overige toe te rekenen kosten

4b. evt. tariefvoorstel 2020

-1.017

4. Totale opbrengst afvalstoffenheffing

-9.710 V

0 -9.837 V

0 -9.902 V

5. Saldo kosten -/- heffing

1.045 N

1.839 N

1.839 N

6. Dekkingspercentage

90,3%

84,3%

84,3%

Zorgvlied Toelichting Het resultaat van de begraafplaats Zorgvlied rekent in principe af met de daartoe gevormde egalisatievoorziening. In 2020 heeft er echter een terugbetaling van de te hoog in rekening gestelde energienota's van 2019 plaatsgevonden. De te hoge kosten zijn in 2019 ten laste van de algemene middelen gebracht, aangezien de egalisatievoorziening in 2019 niet toereikend was. Het is dan ook reëel dat het positieve resultaat als gevolg van deze terugbetaling (€ 165.000) ook weer ten gunste van de algemene middelen wordt gebracht. Met inachtneming hiervan resteert een dotatie aan de egalisatievoorziening van € 250.000, waarvan € 80.000 een reservering betreft voor een nog uit te voeren renovatie (conform

Concept Jaarstukken 2020

89

bedrijfsplan Zorgvlied). De egalisatievoorziening was uitgeput door tekorten in voorgaande jaren en heeft nu weer een buffer. Het belangrijkste verschil ten opzichte van de begroting betreft hogere legesopbrengsten door meer uitvaarten. Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

Zorgvlied

BGR'20

BGR'20

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

1a. lasten

3.552

4.059

4.150

1b. baten, exclusief heffingen

-318

-158

-165

1c. verrekening met voorziening

-120

83

250

3.114

3.984

4.235

1. Taakveld Zorgvlied (netto kosten) 2a. Reservemutaties/overig

REK'20

-73

0

0

2b. overhead

1.179

1.248

1.248

2. Overige toe te rekenen kosten

1.106

1.248

1.248

3. Totaal voor Zorgvlied relevante kosten

4.220 N

5.232 N

5.483 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel

-3.790

-3.916

-4.332

-95

0

4b. evt. tariefvoorstel 2020 4. Opbrengst heffing rechten Zorgvlied 5. Saldo kosten -/- heffing 6. Dekkingspercentage

-3.885 V 335 V 92,1%

-3.916 V

0 -4.332 V

1.316 N

1.151 N

74,9%

79,0%

Bouwleges De legesinkomsten worden begroot op basis van verwachte vergunningaanvragen voor ruimtelijke projecten die bij de gemeente bekend zijn. Daarbij zit altijd een zeker risico: de gemeente is afhankelijk van het tempo van de aanvrager. Bovendien moet de gemeente op basis van een inschatting van het programma een raming maken van de leges, terwijl een exact bouwplan nog niet bekend is. In de raadsvergadering van december 2019 is op basis van een prognose van kosten en opbrengsten een kostendekkend tarief vastgesteld. Dit heeft geleid tot een dekkingspercentage in 2020 van 80,6%: de kosten in 2020 worden door de bouwleges in 2020 niet volledig gedekt. Bij grote projecten vanaf € 500.000 wordt er op basis van een vastgestelde aanname een reservering gemaakt voor de te verwachten kosten met betrekking tot het noodzakelijke toezicht op die grote projecten inclusief de constructieve toets. Op basis van nacalculatie worden deze projecten “afgerekend” nadat deze projecten zijn afgerond. In 2020 zijn de lasten substantieel lager doordat in het verleden een te hoog bedrag is gereserveerd voor het toezicht. Bij de invoering van de omgevingswet wordt beoordeeld of de huidige systematiek voldoet en wellicht vereenvoudigd kan worden. De lagere lasten hebben geleid tot een dekkingspercentage van afgerond 100%.

90

Concept Jaarstukken 2020

Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

BOUWLEGES

1a. lasten

BGR'19

BGR'19

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

REK'19

2.671

2.089

1b. baten, exclusief heffingen

0

0

1.578 0

1c. verrekening met voorziening

0

0

54

1. Taakveld bouwvergunningen (netto kosten)

2.671

2.089

1.632

2a. Overhead

2.164

1.630

1.645

2b. BTW

417

125

125

2c. Vergoedingen welstandscommissie

42

43

48

2. Overige toe te rekenen kosten

2.623

1.798

1.818

3. Totaal voor bouwleges relevante kosten

5.294 N

3.887 N

3.450 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel

-4.266

-3.477

-3.476

4b. evt. tariefvoorstel 2018 4. Totale opbrengst bouwleges

0 -4.266 V

0 -3.477 V

0 -3.476 V

5. Saldo kosten -/- heffing

1.028 N

6. Dekkingspercentage

80,6%

410 V 89,5%

-26 V 100,8%

Burgerzaken In de 2e tijdvakrapportage is de begroting naar beneden bijgesteld, zowel voor de inkomsten ad. € 420.000 als de uitgaven ad. € 170.000. De verwachting was dat door de corona crisis minder documenten zoals reisdocumenten en rijbewijzen zouden worden verstrekt en huwelijken zouden worden uitgesteld. Bij opmaak van de rekening blijkt dat deze afname zich slechts in beperkte mate voorgedaan (inkomstendaling is € 90.000 en lastendaling € 20.000), waardoor nu een positieve afwijking ontstaat ten opzichte van deze bijgestelde begroting van per saldo € 180.000. Slechts een deel van de taken van de afdeling Burgerzaken is legesgerelateerd. Dit verklaart dat het dekkingspercentage in de orde van 30% à 40% ligt.

Concept Jaarstukken 2020

91

Financieel overzicht De concrete toepassing van de hiervoor omschreven uitgangspunten leidt tot onderstaand financieel overzicht (bedrag x € 1.000).

BURGERZAKEN

1a. lasten

BGR'20

BGR'20

PRIMITIEF

INCL. WIJZ.

2.526

2.303

0

0

0

2.526

2.303

2.445

1b. baten, exclusief heffingen 1. Taakveld burgerzaken (netto kosten)

REK'20

2.445

2a. Overhead

1.258

1.483

1.483

2. Overige toe te rekenen kosten

1.258

1.483

1.483

3. Totaal voor burgerzaken relevante kosten

3.784 N

3.786 N

3.928 N

4a. geraamde opbrengst excl. evt. tariefvoorstel

-1.384

-918

4b. evt. tariefvoorstel 2020

-31

0

4. Opbrengst burgerzaken

-1.415 V

-918 V

-1.238 0 -1.238 V

5. Saldo kosten -/- heffing

2.369 N

2.869 N

2.690 N

6. Dekkingspercentage

37,4%

24,2%

31,5%

Onroerende zaakbelastingen (OZB) Toelichting De onroerende zaakbelastingen zijn de belangrijkste gemeentelijke belastingen. De onroerende zaakbelastingen bestaan uit een belasting voor het gebruik (alleen niet-woningen) en een belasting voor het eigendom (woningen en niet-woningen). De totale OZB-opbrengst voor het aanslagjaar 2020 bedraagt € 22,7 miljoen. Overige heffingen Parkeren In de tweede tijdvakrapportage is gemeld dat de inkomstenderving € 1.080.000 bedraagt. Dit betreft voor € 360.000 lagere inkomsten waar een redelijk zekere relatie ligt met Corona. Daarnaast is bij naheffingsaanslagen parkeerbelasting een inkomstenderving van € 720.000 die voor een deel hiermee samenhangt doordat er minder auto's parkeren vanwege Corona. parkeerinkomsten Het is niet goed mogelijk om een heel gedetailleerde uitsplitsing te maken. Toeristenbelasting Van de nog af te dragen toeristenbelasting over 2019 (dus voor de coronapandemie) is € 600.000 nog niet betaald. Overeenkomstig de politieke wens is ruimhartig omgegaan met verzoeken om uitstel van betalingen en/of betalingsregelingen. Feitelijk is dit nu een kredietverstrekking geworden. De toeristen hebben dit bedrag aan de ondernemers betaald in 2019, maar het wordt nu gebruikt om andere betalingsverplichtingen te voldoen. De kans dat deze vorderingen uiteindelijk oninbaar zijn is hierbij aanwezig.

Daarnaast zal door minder toeristen vanwege de coronapandemie de belastingopbrengst over 2020 (te verantwoorden in de rekening 2021) lager zijn én ook hier zal gelden dat een deel als kredietverstrekking wordt gebruikt. De beoordeling van deze opbrengst leidt vermoedelijk eveneens tot mogelijk oninbare vorderingen. In 2021 is via de aanvullende voorstellen bij de begroting de opbrengst 2021 voorzichtigheidshalve al verlaagd met € 0,7 miljoen voor 2021. Lokale lastendruk

92

Concept Jaarstukken 2020

Woonlastenvergelijking Om een indruk te geven van de ontwikkeling van de Amstelveense tarieven vergelijken wij ons op deze plaats met andere gemeenten. Basis hiervoor zijn de tarieven 2020. Voor de vergelijking met omringende gemeenten is gebruikgemaakt van de Atlas van de lokale lasten 2020, opgesteld door het COELO. Voor 2020 bedragen de Amstelveense woonlasten (meerpersoonshuishoudens) € 756, hetgeen lager is dan het landelijk gemiddelde van € 777 over 2020. Vergeleken met de ons omliggende gemeenten kent Amstelveen de laagste lokale lasten. Gesteld kan worden dat Amstelveen in staat is haar kwalitatief hoogwaardig voorzieningenniveau te koppelen aan relatief lage woonlasten.

Concept Jaarstukken 2020

93

3.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Advies Rekeningencommissie en behandeling jaarstukken 2018 in de raad In haar advies bij de jaarstukken 2018 vraagt de Rekeningencommissie “best practices” op te halen om te komen tot een transparanter document en verminderen van het aantal pagina’s. Bij het bespreken van de jaarstukken 2018 in de raad is aandacht gevraagd voor een scherper onderscheid tussen enerzijds het verleden (=jaarstukken) en anderzijds toekomst (=perspectiefnota). In de managementletter 2020 staat vermeld dat dit in de jaarstukken 2019 voor deze paragraaf te ingrijpend is uitgevoerd. Net als vorig jaar is bij opmaak van de rekening een actualisatie van risico's gemaakt. Het verschil ten opzichte van de jaarstukken 2019 is dat deze risico's zijn uitgeschreven en niet voor een groot deel wordt verwezen naar de meest recente begroting. Het uitgangspunt is een dialoog-gerichte aanpak in plaats van een risicomanagementsysteem (het vullen van een tool met alle risico’s). Verwacht wordt dat door een dialoog meer interactie ontstaat waardoor de echte risico’s boven tafel komen. Idee daarbij is ook dat niet op honderden (kleinere) risico’s gestuurd kan worden. Gestuurd zal worden op grotere risico’s waarbij de kans aannemelijk is dat deze zich kunnen voordoen. Zoals in 2020 is gebleken uit de corona-pandemie is een 100% risico-inschatting echter niet te maken.

Inleiding Het beleidskader is met de nota Risicobeleid en reservebeleid in 2012 vastgesteld. De nota is de kapstok aan de hand waarvan deze paragraaf is uitgewerkt. Onderdeel van de Perspectiefnota 2020 was een notitie risicomanagement en activabeleid. Deze notitie gaf een totaalbeeld van het bestaande financiële beleid en signaleert de nieuwe vraagstellingen die op ons afkomen als het gaat om het bestendigen van een gezonde financiële positie op langere termijn. Daarnaast is in 2019 in enkele sessies met raadsleden van gedachten gewisseld over met name het activabeleid. In 2020 is via de notitie "Aanvullende voorstellen bij de programmabegroting 2021" de systematiek voor investeringen in maatschappelijk vastgoed gewijzigd. Het besluit Begroting en Verantwoording (BBV, artikel 11) definieert het weerstandsvermogen als de relatie tussen de capaciteit om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit) en de materiële risico's waarvoor geen specifieke voorzieningen zijn getroffen. De conclusie in de programmabegroting 2020 dat het weerstandsvermogen als goed wordt gekwantificeerd blijft ongewijzigd. Risico's en beheermaatregelen Risicobeleid De risico’s zijn onderverdeeld in:  Normale bedrijfsrisico’s;  Financiële verhouding en decentralisaties;  Grondexploitaties;  Mobiliteit.

De paragraaf biedt op hoofdlijnen inzicht in het risicoprofiel van de gemeente en de mogelijkheden om tegenvallers op te vangen (weerstandscapaciteit). Opgemerkt wordt dat er een onlosmakelijke samenhang is tussen risico's en beheersmaatregelen. Want met gedegen beheersmaatregelen worden de mogelijke risico's aanmerkelijk ingeperkt. Andersom geldt vanzelfsprekend ook dat, indien geen beheersmaatregelen worden getroffen, de risico's navenant toenemen.

94

Concept Jaarstukken 2020

Risicoprofiel Bij het bepalen van het risicoprofiel wordt rekening gehouden met:  duiden van mogelijke tegenvallers waarmee de gemeente te maken kan krijgen;  de beheersmaatregelen die de gemeente neemt om risico's te identificeren;  het bevorderen van het risicobewustzijn;  het vermijden van risico's;  beperken van schade ingeval risico's zich onverhoopt toch voordoen. Weerstandscapaciteit Dit betreft de mogelijkheden waarover de gemeente beschikt om tegenvallers op te vangen. Weerstandsvermogen Door risicoprofiel en weerstandcapaciteit met elkaar te confronteren kan een uitspraak over het weerstandvermogen van de gemeente worden gedaan. Zolang de weerstandcapaciteit groter is dan de gekwantificeerde risico's kan de gemeente tegenvallers opvangen. De weerstandcapaciteit betreft overigens structurele en incidentele zaken. Risico’s De risico’s zijn onderverdeeld in:  Normale bedrijfsrisico’s;  Financiële verhouding en decentralisaties;  Grondexploitaties;  Mobiliteit. Deze vier onderdelen worden hierna beschreven en afgesloten met een overzicht van de incidenteel benodigde weerstandscapaciteit (resumé risicoprofiel). Normale bedrijfsrisico's Met het gemeentelijk takkenpakket is een structureel jaarbudget van ongeveer € 275 miljoen gemoeid.

Dit takenpakket is zeer divers en de mate van beïnvloedbaarheid verschilt per onderdeel, maar is in relatie met de hiervoor genoemde (beheer)maatregelen voor het gemeentebestuur op zich goed structureel te managen. Dit kan er overigens wel degelijk toe leiden dat er bestuurlijk fors moet worden ingegrepen. Uitgangspunt is, dat waar sprake is van structurele tegenvallers, deze middels compenserende structurele maatregelen (bezuinigen en/of inzetten belastingcapaciteit) in een structureel sluitende meerjarenbegroting moeten worden ingepast. Wanneer er voor wordt gekozen om structurele maatregelen getemporiseerd in te voeren om de acceptatie en/of zorgvuldige implementatie te verbeteren kan een financiële faseringsbuffer uitkomst bieden. De risico's die met de uitvoering van het gemeentelijk takenpakket samenhangen, vallen onder de noemer normale bedrijfsrisico's. De normale bedrijfsrisico’s zijn als volgt ingedeeld: 1. Fysieke leefomgeving 2. ICT 3. Financieel-economisch; 4. Fiscaliteit; 5. Overige ontwikkelingen Fysieke leefomgeving Bouwleges De inkomsten uit bouwleges worden bepaald door de bouwactiviteiten binnen de gemeente. De geraamde inkomsten voor bouwleges zijn gebaseerd op de meerjarige planning van bouwactiviteiten. De realisatie kan afwijken van de planning zodat de inkomsten in een jaar afwijken van de begrote inkomsten, zowel in positieve als negatieve zin.

Concept Jaarstukken 2020

95

Bestemmingsplan- en handhavingsprocedures De kans is altijd aanwezig dat de gemeente aangesproken wordt in het kader van bestemmingsplan- en handhavingsprocedures en dergelijke, na afsluiting van een grondexploitatie of project. De gemeente krijgt te maken met bezwaren, rechtsprocedures en schade aansprakelijkstelling. Aanbestedingsrisico’s Bij het onderhoud van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen wordt bij diverse vakgebieden (o.a. groenbestekken en nieuwbouwprojecten) gebruik gemaakt van de markt. Door de aantrekkende bouw, het gebrek aan vakmensen bij de aannemers en de aangescherpte eisen voor nieuwbouw (BENG) per 1 januari 2021, zien we dat de marktsituatie wijzigt en dat prijzen zich naar boven ontwikkelen. De verwachting is dat door de Coronacrisis en stikstofproblematiek de prijsstijgingen wel enigszins getemperd zullen worden. Toch kan één en ander tot gevolg hebben dat de kosten van het onderhoud van de openbare ruimte en de gemeentelijke gebouwen in de toekomst hoger zullen worden. Uitvoering infraprojecten in de openbare ruimte Projecten in de openbare ruimte kunnen niet tot uitvoering komen of forse vertraging oplopen door externe factoren.

Hieronder verstaan wij bijvoorbeeld inspraak op projecten waardoor deze gewijzigd moeten worden, afhankelijkheid van de bereidheid van kabel- en leidingbedrijven om hun medewerking vlot te verlenen, het verkrijgen van vergunningen van derden (zoals waterschappen), beschikbaarheid van aannemers, levertijden van materialen en het moeilijk kunnen aantrekken van externe deskundige medewerkers die schaarser worden door het aantrekken van de economie. Daarnaast kan de gemeente op onverwachte plaatsen vervuilde grond aantreffen waar in een project geen rekening mee gehouden is. In combinatie met striktere Milieuwetgeving kan een project vertraging oplopen of afgeblazen worden. De financiële gevolgen en sturingsmogelijkheden om dit binnen het krediet op te vangen zullen van project tot project verschillen. Afval Energie Bedrijf (AEB) De gemeente heeft tot en met 2022 een klantrelatie met het Afval Energie Bedrijf (AEB) in Amsterdam. De gemeente Amsterdam heeft als eigenaar van de installatie besloten deze te verkopen. Samen met de regiogemeenten worden scenario’s onderzocht hoe we na het aflopen van de overeenkomst met het AEB het restafval kunnen laten verwerken. Het is nog niet duidelijk wat dit gevolg heeft voor het verwerkingstarief van het restafval.

Afvalbeheer Op het taakveld afvalbeheer is sprake van stijgende kosten, deels van incidentele aard (als gevolg van onder meer de coronapandemie) maar deels ook structureel. De egalisatievoorziening afval is na de jaarrekening 2019 uitgeput. De extra kostenontwikkeling is met ingang van 2021 verwerkt in een tariefverhoging afvalstoffenheffing. Voor 2020 komt dit ten laste van de algemene middelen. Hiervoor is een bedrag van € 0,45 miljoen opgenomen in de Nota Aanvullende Voorstellen, behandeld in de novemberraad 2020. Het positieve resultaat in de jaarrekening ten opzichte van de begroting na bijstelling zorgt voor een buffer in de egalisatievoorziening van afgerond € 0,2 miljoen (afgrond 2% van de totale omzet). Baggerdepot De werkzaamheden en de inkomsten/uitgaven van het baggerdepot zijn afhankelijk van de externe partijen Hoogheemraadschap Rijnland AGV en Waternet. Dit heeft effect op de bedrijfsvoering van het baggerdepot. Sinds juli 2019 is er landelijk een tijdelijk handelingskader voor hergebruik van PFAS (PFOA en PFOS) houdende gronden en bagger goedgekeurd waardoor de toepassing in Nederland mogelijk weer op gang gebracht kan worden en de risico’s kunnen afnemen. Sinds het voorjaar van 2020 is de norm in Nederland iets verruimd, waardoor er meer grond kan worden toegepast.

In Aalsmeer en Amstelveen is een lokaal beleid betreffende PFAS vastgesteld, waardoor er meer mogelijkheden zijn voor het toepassen van vrijkomende grond en bagger.

96

Concept Jaarstukken 2020

Stikstofdepositie Op dit moment mogen bouwprojecten niet leiden tot een toename van stikstofdepositie in Natura 2000 gebieden. Bij ruimtelijke ontwikkelingen, bestemmingsplannen, omgevingsvergunningen etc. dient aangetoond te worden dat de ontwikkeling niet leidt tot een toename van de stikstofdepositie in Natura2000 gebieden. Bij (zeer) kleine projecten binnen de gemeente zal dit het geval zijn. Bij grotere projecten dient dit middels een stikstofberekening (AERIUS-berekening) aangetoond te worden. Indien er toch een toename blijkt, kan middels een goede onderbouwing verzocht worden om een Wet natuurbeschermingsvergunning (bij de provincie Noord-Holland). Simpele AERIUS-berekeningen kunnen door de gemeente zelf worden uitgevoerd. Bij complexere projecten en bij de eventuele nadere onderbouwing dient externe expertise ingeschakeld te worden. Stikstof kan ‘ver’ reizen en hoeft niet per sé dichtbij neer te slaan. Vroeger kon nog gesteld worden dat gezien bepaalde afstand geen effect was te verwachten, maar die afstandseis is door de PAS-uitspraak komen te vervallen. In december 2020 is het wetsvoorstel ‘Stikstofreductie en natuurverbetering’ aangenomen door de Tweede Kamer.

Het voorziet in het bij algemene maatregel van bestuur (AMvB) vaststellen van een omgevingswaarde van stikstofemissie door de bouw, gekoppeld aan een gedeeltelijke vrijstelling voor bouwactiviteiten van de vergunningplicht. Rekenmethodiek cumulatie van geluid In 2020 heeft het Ministerie van BZK de Aanvullingsregeling geluid Omgevingswet ter inzage gelegd. Op basis van deze regeling zou door een nieuwe rekenmethodiek de cumulatie van geluid, waarbij luchtvaartlawaai strenger wordt gerekend dan op basis van bestaande regels, het akoestisch leefklimaat in grote delen van Amstelveen aangemerkt worden als ‘slecht’ of ‘zeer slecht’. Vanuit de Bestuurlijke Regie Schiphol, maar ook door bijvoorbeeld Bouwend Nederland en de Neprom, is het ministerie gewezen op de mogelijke consequenties van deze regeling: locaties in de MRA-regio, waar een zeer grote woningbouwopgave ligt, zouden ‘op slot’ worden gezet doordat in planologische procedures niet te onderbouwen is dat er nog sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Bestuurlijk overleg met het rijk heeft tot nu toe opgeleverd dat door partijen eerst een impactanalyse wordt uitgevoerd. De Aanvullingsregeling wordt opgenomen in de Omgevingswet met daarbij de bepaling dat deze nog niet in werking treedt.

ICT Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) De Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) ofwel de Europese privacy verordening is per 25 mei 2018 in werking getreden. Vanaf dat moment zijn de privacyregels verder aangescherpt en kan de Autoriteit Persoonsgegevens (AP) zelfs boetes tot een maximum van € 20 miljoen opleggen in geval van overtreding van de regels met betrekking tot de omgang met persoonsgegevens. Ook de meldplicht datalekken vormt een onderdeel van de AVG. Bedrijven en overheden zijn hierdoor verplicht om een datalek te melden bij de AP en mogelijk bij alle getroffen individuen. De gemeente Amstelveen heeft processen ingericht om de AVG wetgeving te borgen binnen de organisatie. Informatieveiligheid Om de data en de informatie in de systemen waar de gemeente mee werkt te beschermen worden de nodige adequate beveiligingsmaatregelen getroffen. Per 1 januari 2019 is de Baseline Informatieveiligheid Overheid (BIO) van kracht. Door de breedte en complexiteit van deze nieuwe regelgeving pakt de gemeente informatieveiligheid planmatig op. Jaarlijks wordt een risicoinventarisatie uitgevoerd, een actieplan informatieveiligheid en privacy vastgesteld en het informatieveiligheidsbeleid getoetst. Een belangrijk onderdeel is bewustwording, waarbij gebruikers worden getraind om alert te blijven.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=700d512c-622d-4a37-8fea-bb272b23339f