Bijlage b Staat van Wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan Amsteldijk Zuid 138
Tekst van het document
Staat van Wijzigingen Ontwerpbestemmingsplan Amsteldijk Zuid 138
Aanpassingen in het ontwerp of onduidelijkheden in het ontwerpbestemmingsplan welke ambtshalve gedurende de bestemmingsplanprocedure worden geconstateerd kunnen in de vaststellingsfase nog worden hersteld of aangepast. In dit wijzigingsoverzicht is hieronder een overzicht opgenomen van deze door het college aan de raad voorgestelde ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan. Onderstaand zijn de voorgestelde ambtshalve wijzigingen ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan aangegeven. Opgemerkt wordt dat ondergeschikte tekstuele wijzigingen, zoals verbeteringen in spelling, interpunctie, woordvolgorde enzovoorts niet separaat worden benoemd, aangezien deze niet leiden tot inhoudelijke wijzigingen van de in het bestemmingsplan opgenomen regelingen. De wijzigingen naar aanleiding van zienswijzen zijn benoemd in de Nota van Beantwoording. Ambtshalve voorgestelde wijzigingen Regels In de artikelen 3.2.1, 3.2.3, 3.2.4, 3.3.1, 3.3.2, 4.3.1, 6.3.1 en 6.3.2 zijn de verwijzingen naar artikelen aangepast naar de juiste artikelen. Artikel 4.1 e is verwijderd. Artikelen 4.2.1 f, 4.2.1 g en 4.2.1 h zijn verwijderd. Artikel 4.2.6 is verwijderd. Artikel 4.2.6 is aangepast conform het onderstaande a.
paardenbakken mogen slechts worden opgericht ten behoeve van het hobbymatig houden van paarden en dienen te worden gerealiseerd buiten het bouwvlak van voor Wonen bestemde gronden; b. de maximale oppervlakte van een paardenbak mag niet meer bedragen dan 1200 m²; c. de gezamenlijke oppervlakte van het aantal bijgebouwen en de paardenbak mag niet meer bedragen dan 50% van de buiten het bouwvlak voor Wonen bestemde gronden; d. de afstand van enig punt van de omheining van de paardenbak tot de nabijgelegen woningen van derden moet minimaal 50 meter bedragen; e. de omheining van een paardenbak mag niet hoger zijn dan 1.50 meter; f. de paardenbak mag voorzien zijn van maximaal 4 lichtmasten met een hoogte van maximaal 4 meter, mits de afstand van de lichtmasten tot nabijgelegen woningen van derden minimaal 75 meter bedraagt; g. de omheining van een paardenbak mag niet hoger zijn dan 1.50 meter. Artikel 4.3.2 is verwijderd. Artikel 4.5.4 lid b is aangepast conform het onderstaande: het gebruiken en inrichten van de daken van hoofdgebouwen en bijbehorende bouwwerken als dakterras;