Bijlage 9 Aanmeldnotitie m.e.r. beoordeling
Tekst van het document
Beoordeling Er hoeven geen nadelige effecten van het plan Kronenburg-Uilenstede te worden verwacht op cultuurhistorische waarden of monumenten. Wel zijn er effecten te verwachten van het plan op aanwezige archeologische resten in bodem. Daarom wordt aanbevolen een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek (IVO-O). Aan de hand daarvan en eventueel verder vervolgonderzoek kan worden bepaald of, en zo ja, welke maatregelen genomen moeten worden om eventuele archeologische resten in de bodem veilig te stellen. Met dit vervolgonderzoek en eventuele maatregelen kan voorkomen worden dat waardevolle archeologische resten verloren gaan.
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
20
Projectgerelateerd
5
Conclusie
In voorgaande paragrafen zijn mogelijke milieugevolgen beschouwd om te bepalen of als gevolg van het plan Kronenburg-Uilenstede alleen, of in cumulatie met andere ontwikkelingen, belangrijke nadelige milieugevolgen optreden. Deze beschouwing geeft het bevoegde gezag, de gemeente Amstelveen, de nodige informatie waarmee zij een afweging kan maken of zij het opstellen van een milieueffectrapport (MER) noodzakelijk acht. In de beoordeling van de milieugevolgen is aangesloten bij bijlage III van de EU-richtlijn 2014/52/EU. In hoofdstuk 2 zijn de kenmerken van het project beschouwd (criterium 1). Daaruit volgt dat er geen sprake is van grote hoeveelheden energie of grondstoffen of productie van afval. Algemeen gesteld biedt een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling kansen om bij te dragen aan de energietransitie en een circulaire economie; er treden geen belangrijke nadelige milieugevolgen op. In hoofdstuk 3 en 4 zijn de locatie/ omgeving van het project (criterium 2) en de kenmerken van de potentiële effecten beschreven (criterium 3). Daarvan is aangegeven in hoeverre deze (al dan niet gecumuleerde) effecten nadelig en/of mitigeerbaar zijn en is beoordeeld in hoeverre belangrijke nadelige milieugevolgen uit te sluiten zijn. Deze concluderende paragraaf benoemd verder alleen nog die effecten waarvan niet evident is dat ze niet als belangrijk milieugevolg moeten worden beschouwd.
De belangrijkste te overwegen effecten: • Verkeer - In het Verkeersonderzoek (bijlage 1) wordt berekend dat twee rotondes aan de Saskia van Uylenburgweg modelmatig in 2030 hun maximale capaciteit bereiken als gevolg van het plan. Om te voorkomen dat er overbelasting op de rotondes bij de Prof. J.H. Bavincklaan en Laan van Kronenburg ontstaat, wordt in het Verkeersonderzoek aangegeven dat de verkeerstoename als gevolg van de nieuwe ontwikkelingen met 15-20% gereduceerd dient te worden. In de Gebiedsvisie Kronenburg zet de gemeente Amstelveen volop in op de transitie van automobiliteit naar fiets en ov en in combinatie met de beoogde bewonersdoelgroep (studenten en jonge kenniswerkers) en de nabijheid van hoogwaardig openbaar vervoer (de Amsteltram) en de relatieve nabijheid van belangrijke bestemmingen is de prognose dat de verkeersgeneratie lager zal zijn dan de gebruikelijke verkeersgeneratie per woning en arbeidsplaats zoals in het verkeersmodel is gebruikt. Daarom verwacht de gemeente Amstelveen dat de reductie van 15-20% van de berekende verkeerstoename gerealiseerd kan worden en de rotondes ook in 2030 over voldoende afwikkelcapaciteit beschikken.
Zou in de toekomst blijken dat de verkeersgeneratie toch zodanig hoog wordt dat dit leidt tot afwikkelingsproblemen op de rotondes langs de Saskia van Uylenburgweg, dan bestaat de mogelijkheid deze rotondes te voorzien van bijvoorbeeld rotondedosering of te kiezen voor een andere inrichting van de kruisingen. • Geluid – Uit het Akoestisch onderzoek (bijlage 2) blijkt dat bij de nieuwbouw sprake is van een goed woon- en leefklimaat, en dat er bij de bestaande woningen geen sprake is van een verhoging van de geluidbelasting tot een ‘ontoelaatbaar hoog niveau’. Er wordt geadviseerd om de Saskia van Uylenburgweg bij het eerstvolgende reguliere onderhoud te voorzien van een geluid reducerend wegdektype ter hoogte van de bestaande woningen. • Externe veiligheid - Door de aanwezigheid van verschillende risicobronnen in het plangebied en de omgeving en het toevoegen van nieuwe gevoelige bestemmingen (zoals woningen) zijn externe veiligheidsrisico’s aan de orde. Ondanks dat het groepsrisico nergens toeneemt, maar de oriëntatiewaarde wel in de autonome situatie boven de 0 uitkomt, is een Verantwoording Groepsrisico (VGR) uitgevoerd. De VGR is, net als de beoordeling van de ernst van effecten in deze m.e.r.-beoordeling, een bestuurlijke afweging waarbij voor het groepsrisico geen wettelijk maximum geldt.
In principe kan verantwoord worden dat, zo nodig met diverse maatregelen, een verhoogd groepsrisico aanvaardbaar is en dat belangrijke veiligheidsrisico’s zijn voorkomen. Omdat de VGR
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
21
Projectgerelateerd
•
•
•
een uitgebreidere beoordeling is dan deze m.e.r.-beoordeling, wordt in deze m.e.r.-beoordeling aangenomen dat er geen sprake is van belangrijke externe veiligheidsrisico’s, als het groepsrisico in de VGR aanvaardbaar wordt bevonden. In de VGR zijn diverse maatregelen beschreven, waarmee de risico’s worden beperkt. De gemeente acht daarmee het groepsrisico aanvaardbaar. Wel dient de gemeente nog het advies van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland te vragen. Natuur – Binnen het plangebied komen beschermde soorten (buizerd, vleermuizen, bunzing) voor, waarvoor een ontheffing van de Wet natuurbescherming noodzakelijk is. Een eventuele ontheffing kan alleen worden verleend indien een gunstige staat van instandhouding van een soort gegarandeerd blijft, al dan niet met behulp van maatregelen. Onder die voorwaarden is aannemelijk dat een belangrijk negatief gevolg van het plan voor de natuur is te voorkomen. Stikstofdepositie – In de fase van het definitief bestemmingsplan zal het effect als gevolg van de permanente gebruiksfase en de tijdelijke aanlegfase worden berekend met de meest recente versie van AERIUS Calculator.
Als er, binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden, aanzienlijke bijdragen van de stikstofdepositie als gevolg van het plan worden berekend, dan zal een ecologische beoordeling worden uitgevoerd en eventuele maatregelen worden genomen, zodat significant negatieve effecten op Natura 2000 gebieden worden voorkomen. Onder die voorwaarden is aannemelijk dat een belangrijk negatief gevolg van het plan voor de natuur is te voorkomen. Archeologie – op basis van de resultaten van het archeologisch bureauonderzoek (bijlage 14) blijkt dat archeologische resten mogelijk bedreigd worden door de werkzaamheden. Daarom wordt aanbevolen een vervolgonderzoek uit te voeren in de vorm van een inventariserend veldonderzoek door middel van een verkennend booronderzoek (IVO-O). Aan de hand daarvan en eventueel verder vervolgonderzoek kan worden bepaald of, en zo ja, welke maatregelen genomen moeten worden om eventuele archeologische resten in de bodem veilig te stellen. Met dit vervolgonderzoek en eventuele maatregelen kan voorkomen worden dat waardevolle archeologische resten verloren gaan.
Onder voorbehoud van bovenstaande punten (positief advies Veiligheidsregio, een reductie van de verkeersgeneratie, geluidreducerend wegdektype op de Saskia van Uylenburgweg bij eerstvolgende reguliere onderhoud, maatregelen beschermde soorten/ontheffing) kan worden vastgesteld dat geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu optreden door het plan Kronenburg-Uilenstede, waardoor geen verdere m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden en het opstellen van een MER niet nodig is. Als ook het onderzoek naar stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden en het archeologisch vervolgonderzoek zijn uitgevoerd, kan definitief worden bevestigd dat een MER niet nodig is.
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
22
Projectgerelateerd
Bijlage 1: Verkeersonderzoek
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
23
Projectgerelateerd
Bijlage 2: Akoestisch onderzoek
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
24
Projectgerelateerd
Bijlage 3: Quickscan Luchtkwaliteit
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
25
Projectgerelateerd
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
26
Projectgerelateerd
Bijlage 4: Quickscan Externe Veiligheid
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
27
Projectgerelateerd
Bijlage 5: Kwantitatieve risicoanalyse
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
28
Projectgerelateerd
Bijlage 6: Vliegverkeer en Externe Veiligheid
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
29
Projectgerelateerd
Bijlage 7: Verantwoording groepsrisico
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
30
Projectgerelateerd
Bijlage 8: Quickscan bodemkwaliteit
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
31
Projectgerelateerd
Bijlage 9: Watertoets
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
32
Projectgerelateerd
Bijlage 10: Quickscan Wet natuurbescherming
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
33
Projectgerelateerd
Bijlage 11: Natuuronderzoek diverse soortgroepen
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
34
Projectgerelateerd
Bijlage 12: Mitigerende maatregelen beschermde soorten
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
35
Projectgerelateerd
Bijlage 13: Activiteitenplan ontheffingsaanvraag
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
36
Projectgerelateerd
Bijlage 14: Vooronderzoek archeologie
29 oktober 2020
AANMELDINGSNOTITIE KRONENBURGUILENSTEDE
BG5696TPRP2010290813
37