Bijlage 8 toelichting Luchtkwaliteit Oostelijk Halfrond 9
Tekst van het document
Notitie Contactpersoon
Elza van der Meer
Datum
31 oktober 2022
Kenmerk
N001-1278548EZM-V02-pws-NL
Luchtkwaliteitsonderzoek Alleman Kwartier Amstelveen 1 Aanleiding De gemeente Amstelveen is voornemens de wijk Bankras/Kostverloren een impuls te geven middels het project Alleman. Het plan bestaat uit het realiseren van een multifunctioneel gebouw met wijkcentrum Alleman en medisch centrum Bankras met apotheek. Ook worden 33 woningen gerealiseerd. Het gehele plangebied beslaat circa 0,6 ha en is weergegeven in figuur 1.1.
Figuur 1.1 Plangebied Alleman Kwartier
De beoogde woningbouwontwikkeling en de hogere bebouwing passen niet binnen het vigerende bestemmingsplan. Om de herontwikkeling van de locatie mogelijk te maken, dient het bestemmingsplan te worden aangepast. Om te bepalen wat het effect is van de nieuwe wooncomplexen op de luchtkwaliteit is een ‘niet in betekende mate’ toets uitgevoerd. Het onderzoek is uitgevoerd in het kader van de Wet luchtkwaliteit. In bijlage 1 is het wettelijk kader beschreven.
Kenmerk
N001-1278548EZM-V02-pws-NL
2 Werkwijze De NIBM-tool (‘niet in betekenende mate’) en de NSL-monitoringstool maken de effecten van een plan op de luchtkwaliteit inzichtelijk. Met de NIBM-tool, versie april 2022, wordt een ‘worstcase’ berekening gedaan van het effect op de concentraties NO2 en PM10 (voor luchtkwaliteit relevante componenten) door de beoogde ontwikkeling vanwege de verkeersaantrekkende werking Met de NSL-monitoringstool 2018 ontstaat inzicht in de luchtkwaliteit in de nabijheid van het plangebied voor verschillende referentiejaren. Daarbij wordt inzicht gegeven in de ‘achtergrondconcentraties’ en het effect van het bestaande verkeer. Voor NO2 en PM10 geldt een grenswaarde van 40 μg/m3. Per 1 januari 2015 moet ook voldaan worden aan de PM2.5 grenswaarde van 25 μg/m3 jaargemiddeld. Door deze werkwijze te hanteren kan worden vastgesteld of wordt voldaan aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit. Tevens wordt inzicht gegeven of er sprake is van een niet in betekende mate bijdrage door de ontwikkeling. De eerste stap is het bepalen van de stedelijkheidsgraad van de betreffende locatie. De verkeersaantrekkende werking is vastgesteld met behulp van de CROW publicatie 3811. Op grond van de omgevingsadressendichtheid kan aan een regio een stedelijkheidsgraad worden toegekend. De volgende klassenindeling2 is gehanteerd: 1. 2. 3.
Zeer sterk stedelijk > 2.500 adressen per km² Sterk stedelijk 1.500 – 2.500 adressen per km² Matig stedelijk 1.000 – 1.500 adressen per km²
4. 5.
Weinig stedelijk 500 – 1.000 adressen per km² Niet stedelijk < 500 adressen per km²
De omgevingsadressendichtheid van de gemeente Amstelveen is 2.507 adressen per km2 3. Dit betekent dat deze gemeente wordt ingedeeld in stedelijkheidsgraad 1; zeer sterk stedelijk. In de tweede stap van het vaststellen van de extra verkeersaantrekkende werking van het plan wordt aan het woonmilieutype een gemiddeld aantal motorvoertuigbewegingen per woning per weekdagetmaal gekoppeld. Op basis van de CROW publicatie 381 is de verkeersgeneratie bepaald. Hiervoor is woonmilieutype, de mate van stedelijkheid en type woning van belang; waarvoor de volgende keuzes zijn gemaakt: Woonmilieutype: schil centrum
Mate van stedelijkheid: zeer sterk stedelijk Type appartement: 33 koopappartementen hoog segment4
1
CROW publicatie 381, 10-12-2018. Toekomstbestendig parkeren, van parkeercijfers naar parkeernormen.
2
CBS (2021. Stedelijkheid (van een gebied)
3
CBS (2021). Gebieden in Nederland, grootte en stedelijkheid van gemeenten
4
Dit betreft een worst-case inschatting
2/4
Kenmerk
N001-1278548EZM-V02-pws-NL
Op basis van bovenstaande kenmerken geldt op basis van de CROW publicatie 381 dat sprake is van 204,65 voertuigbewegingen als gevolg van het plan. Daarnaast geeft de CROW publicatie 381 0,02 vrachtwagenbewegingen per woning of appartement per weekdagetmaal. Dit geeft voor de beoogde situatie in totaal 0,66 vrachtwagenbewegingen per weekdagetmaal. Voor de invoer van de NIBM-tool wordt daarom 204,6 + 0,66 = 205,26 motorvoertuigbewegingen per weekdagetmaal aangehouden met een aandeel van 0,32 % vrachtwagens.
3 Resultaten De bijdrage aan de luchtkwaliteit ten gevolge van het project zijn doorgerekend in de NIBM-tool versie april 2022. De uitkomst is berekend voor rekenjaar 2022 met worstcase rekenparameters. Uit de tool wordt berekend dat de bijdrage van NO2 en PM10 concentraties niet in betekenende mate bijdragen aan de luchtkwaliteit. Met andere woorden; er worden geen bijdragen door het plan hoger dan 1,2 μg/m3 voor NO2 en PM10 berekend. De berekening laat zien dat het extra verkeer maximaal 0,12 μg/m3 bijdraagt aan de jaargemiddelde concentratie NO2. Voor de concentratie PM10 zal het verkeer maximaal 0,03 μg/m3 bijdragen.
Figuur 3.1 Resultaat NIBM-tool 2022
Om te beschouwen of de gecumuleerde concentraties voldoen aan de grenswaarden uit de Wet luchtkwaliteit wordt het planeffect opgeteld bij de heersende concentraties. Dit is inzichtelijk gemaakt door middel van de NSL-monitoringstool 2021.
5
Uitgegaan wordt van 6,2 voertuigbewegingen per woning
3/4
Kenmerk
N001-1278548EZM-V02-pws-NL
Het beschouwde rekenpunt is 16043455 en geeft de totale concentraties in de nabije omgeving van het plangebied. In figuur 3.2 wordt de ligging van het rekenpunt in de NSL-monitoringstool weergegeven.
Figuur 3.2 NSL-monitoringstool (rood omcirkeld betreft het beschouwde rekenpunt (16043455)
Voor het jaartal 2020 bedraagt de totale concentratie NO2 15,0 μg/m3 en voor PM10 16,3 μg/m3. Wanneer het planeffect hier bovenop wordt geteld worden de totale concentraties respectievelijk 15,2 μg/m3 NO2 en 16,3 μg/m3 PM10. De concentraties voldoen aan de grenswaarden van 40 μg/m3. De NIBM-tool rekent voor luchtkwaliteit relevante stoffen NO2 en PM10. Per 1 januari 2015 moet ook voldaan worden aan de PM2.5 grenswaarde van 25 μg/m3 jaargemiddeld. De totale concentratie PM2.5 die is opgenomen in de NSL-monitoringstool is 8,6 μg/m3. Gezien de PM10 bijdrage (waar de fractie PM2.5 in is opgenomen) ten gevolge van het plan 0,03 μg/m3 bedraagt is te verwachten dat de PM2.5 niet hoger zal zijn dan 8,7 μg/m3. De concentratie PM2.5 voldoet aan de grenswaarde van 25 μg/m3.
4 Conclusie Het effect voor het project draagt minder dan 1,2 μg/m3 bij aan de jaargemiddelde concentratie NO2 en PM10. Het effect van de voorgenomen ontwikkeling op de luchtkwaliteit wordt daarmee beschouwd als ‘niet in betekende mate’ en vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit wettelijk inpasbaar op basis van artikel 5.16 lid 1c van de Wet milieubeheer. Ook is aangetoond dat de concentraties van NO2, PM10 en PM2,5 in de omgeving van het plan de wettelijke grenswaarden niet zullen overschrijden ten gevolge van het plan. Daarmee is de ontwikkeling ook inpasbaar op basis van artikel 5.16 lid 1a van de Wet milieubeheer.
4/4
Kenmerk
N001-1278548EZM-V02-pws-NL
Bijlage 1
Wettelijk kader
Bestuursorganen nemen bij de uitoefening van bevoegdheden die gevolgen voor de luchtkwaliteit kunnen hebben, de regelgeving omtrent luchtkwaliteit in acht. Vanaf 15 november 2007 is de ‘Wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer (luchtkwaliteitseisen)’ van kracht, in dit stuk verder de ‘wet luchtkwaliteit’ genoemd. Uit de wet luchtkwaliteit volgt dat een voorgenomen ontwikkeling vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit inpasbaar is, indien in ieder geval aan één van de volgende voorwaarden wordt voldaan: 1. Er worden geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit overschreden 2. 3. 4.
Er treedt geen verslechtering van de luchtkwaliteit op, of er vindt per saldo een verbetering van de luchtkwaliteit plaats door compenserende maatregelen De voorgenomen ontwikkeling draagt niet in betekenende mate bij aan de luchtverontreiniging De voorgenomen ontwikkeling is onderdeel van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL)
De ontwikkeling is niet opgenomen in het NSL, waardoor alleen de eerste drie voorwaarden gronden zijn waarop een bestuursorgaan kan besluiten dat de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar is vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. Ad 1. Geen overschrijding van grenswaarden Een voornemen is inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit indien in de situatie met planontwikkeling nu en in de toekomst geen grenswaarden voor de luchtkwaliteit worden overschreden. Daarbij wordt ook rekening gehouden met onlosmakelijk met het plan verbonden maatregelen. Onderstaande tabel vat de meest relevante grenswaarden voor de luchtkwaliteit samen. Het betreft grenswaarden voor de concentraties van stikstofdioxide (NO2) en fijn stof (PM10 en PM2,5). Stof
Criterium
NO2
Jaargemiddelde concentratie
Grenswaarde 40 µg/m3
Aantal overschrijdingen van uurgemiddelde grenswaarde van 200 µg/m PM10
3
40 µg/m3
Jaargemiddelde concentratie 3
PM2.5
18 keer per jaar
Aantal overschrijdingen van daggemiddelde grenswaarde van 50 µg/m
35 keer per jaar
Jaargemiddelde concentratie
25 µg/m3
Tabel B1.1 Meest relevante grenswaarden uit de Wet van 11 oktober 2007 tot wijziging van de Wet milieubeheer
Ad 2. De luchtkwaliteit verslechtert niet Indien de ontwikkeling van een project, inclusief de daarmee samenhangende maatregelen, nergens leidt tot een verslechtering van de luchtkwaliteit, of de luchtkwaliteit verbetert ten gevolge van de planontwikkeling, is de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. Dit geldt ook in gebieden waar grenswaarden worden overschreden.
Kenmerk
N001-1278548EZM-V02-pws-NL
Daarnaast is het toegestaan een geringe verslechtering van de luchtkwaliteit te compenseren met behulp van compenserende maatregelen (saldobenadering), zodat de luchtkwaliteit per saldo niet verslechtert. Ook in dat geval is de voorgenomen ontwikkeling inpasbaar vanuit het oogpunt van luchtkwaliteit. In de Regeling projectsaldering is vastgelegd op welke wijze saldering plaats dient te vinden. Ad 3. Projecten die niet in betekenende mate bijdragen Projecten die niet ‘in betekenende mate’ (NIBM) een bijdrage leveren aan de luchtverontreiniging, hoeven op grond van artikel 5.16 van de Wet milieubeheer niet individueel getoetst te worden aan de genoemde grenswaarden. Het is in dat geval voldoende om aan te tonen dat een voorgenomen ontwikkeling ‘niet in betekenende mate’ is.