Bijlage 8 Nader ecologisch onderzoek
Tekst van het document
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen
projectnummer 0455806.100 definitief revisie 00 9 maart 2022
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen
projectnummer 0455806.100 definitief revisie 00 9 maart 2022
Auteurs J.M. Kooijman
Opdrachtgever N.V. Nederlandse Gasunie Concourslaan 17 9727 KC GRONINGEN
datum vrijgave 9 maart 2022
beschrijving revisie 00 definitief
vrijgave L. de Jong-van Twisk
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Aanleiding Doel Leeswijzer
1 2 2
2
Wettelijk kader
3
2.1 2.2 2.3 2.3.1 2.3.2 2.3.3 2.3.4
Algemeen Wnb - soortbescherming Soorten van de Vogelrichtlijn Soorten van de Habitatrichtlijn Andere soorten Ontheffingsplicht Zorgplicht
3 3 3 3 4 4 5
3
Methode
6
3.1 3.2 3.3 3.4
Zoogdieren Reptielen Dagvlinders Flora
6 8 8 8
4
Resultaten
9
4.1 4.2 4.3
Zoogdieren Reptielen Dagvlinders
9 9 10
5
Effectbeoordeling
15
5.1
Reptielen
15
6
Conclusie en advies
16
7
Bronnen
17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
1
Inleiding
1.1
Aanleiding N.V. Nederlandse Gasunie is voornemens een gastransportleiding aan te leggen in het kader van het project ‘G-H ombouw tracé Nuon power Diemen’, tussen Raasdorp (S-293), M&R Sloten (A-173) en langs de Bosbaan te Amstelveen. Het tracé heeft een totale lengte van circa negen kilometer. In Figuur 1.1 is de globale ligging van het plangebied weergegeven. Bij ruimtelijke ingrepen moet rekening worden gehouden met beschermde planten- en diersoorten en met beschermde gebieden. Er dient onderzocht te worden of de geplande ingrepen effect hebben op beschermde soorten. Ontwikkelingen mogen niet zonder meer plaatsvinden indien deze negatieve gevolgen hebben op beschermde natuurgebieden en/of flora en fauna. In dit kader is inzicht gewenst in de aanwezige natuurwaarden en de mogelijk daarmee samenhangende consequenties. In dit kader is een QuickScan (Natuurbalans, 2019) en Natuurtoets (Natuurbalans, 2021) uitgevoerd voor de voorgenomen ontwikkelingen. Uit deze rapporten is naar voren gekomen dat in het plangebied rondom de Bosbaan en bij M&R Sloten en het Klimbos mogelijk geschikt leefgebied aanwezig is dat geschikt kan zijn voor vogels, vleermuizen, zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten. Deze soorten zijn beschermd in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb).
Wanneer vaste verblijfplaatsen en/of essentiële leefgebieden aangetast worden, is dit in overtreding met de Wnb. Om te bepalen of dit het geval is als gevolg van het voornemen is nader onderzoek uitgevoerd. In voorliggende rapportage zijn de resultaten van het nader onderzoek naar marterachtigen, ringslang, dagvlinders en beschermde flora beschreven. Voor vleermuizen en jaarrond beschermde nesten is een aanvullende controle uitgevoerd in april 2021. Hieruit bleek dat bomen met verblijfplaatsen voor vleermuizen behouden konden blijven. Jaarrond beschermde nesten van vogels zijn niet aangetroffen.
Figuur 1.1. Onderzoeksgebied (rode kaders). Bron ondergrond: QGIS.
Blad 1 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
1.2
Doel Het doel van voorliggende rapportage is het inzichtelijk maken van de resultaten van de onderzochte soorten, en of verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming overtreden worden, wat de consequenties hiervan zijn en of er een noodzaak is tot het aanvragen van een ontheffing Wet natuurbescherming – onderdeel soorten.
1.3
Leeswijzer Het rapport is als volgt opgezet: In Hoofdstuk 2 wordt het wettelijk kader van de Wet natuurbescherming – soortbescherming beschreven. Hier wordt aan getoetst in voorliggend document. Hoofdstuk 3 beschrijft de methodiek van de soortspecifieke onderzoeken. In Hoofdstuk 4 zijn de resultaten van de onderzoeken gepresenteerd. De resultaten zijn weergegeven van het gehele plangebied. In Hoofdstuk 5 vind de toetsing en beoordeling plaats van de in Hoofdstuk 5 gepresenteerde bevindingen. Hoofdstuk 6 geeft de conclusies.
Blad 2 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
2
Wettelijk kader
2.1
Algemeen De Wet natuurbescherming (hierna Wnb) heeft per 1 januari 2017 de Boswet, Flora- en faunawet en de Natuurbeschermingswet 1998 vervangen. De Wnb regelt de bescherming van Natura 2000gebieden, bescherming van soorten en de bescherming van houtopstanden. In de voorliggende toetsing wordt ingegaan op de bescherming van soorten verankerd in de Wet natuurbescherming. Hier zal in Hoofdstuk 5 aan getoetst worden.
2.2
Wnb - soortbescherming In de Wnb is soortbescherming opgedeeld in drie categorieën. Voor elke categorie gelden verschillende verbodsbepalingen die zijn vermeld in artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wnb. Het gaat om de volgende drie categorieën: 1. soorten van de Vogelrichtlijn; 2. soorten van de Habitatrichtlijn, inclusief Bijlage I en II uit Verdrag van Bern en bijlage I uit Verdrag van Bonn; 3. ‘andere soorten’ (onderdeel A ‘fauna’ en onderdeel B ‘flora’).
2.3
Soorten van de Vogelrichtlijn Artikel 3.1 Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn 1. 2. 3. 4. 5.
2.3.1
Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
Soorten van de Habitatrichtlijn Voor soorten van artikel 3.5 (Habitatrichtlijn, Bern en Bonn) is het eveneens verboden om in het wild levende dieren en planten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk eieren van dieren te vernielen of te rapen. Voortplantings- of rustplaatsen mogen niet beschadigd of vernield worden. Daarnaast geldt er een verbod op om planten behorend bij artikel 3.5 te plukken, verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Dieren behorend bij artikel 3.5 mogen niet opzettelijk verstoord worden, ook niet als er geen wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding.
Blad 3 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
Artikel 3.5 Wet natuurbescherming Europees beschermde soorten 1.
2. 3. 4. 5.
2.3.2
Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, Bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Andere soorten Naast de Europees aangewezen beschermde flora en fauna, is er in Nederland ook een Nationale soortenlijst gemaakt die niet gedekt wordt door de Vogel- en Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern of Verdrag van Bonn. Deze soorten zijn opgenomen in bijlage A en B van de Wnb. Voor soorten in bijlage A Wnb geldt een verbod op opzettelijk doden of vangen van dieren, opzettelijk beschadigen of vernielen van vaste voortplantings- of rustplaatsen van dieren. Voor soorten in bijlage B Wnb geldt een verbod op opzettelijk plukken, verzamen, afsnijden, vernielen en ontwortelen van planten. Met betrekking tot de ‘andere soorten’ zijn per provincie beleidsregels opgesteld waarin voor een deel van deze soorten vrijstelling is verleend. De grond waarop deze vrijstelling geldt verschilt per provincie en hoeft dus niet in alle situaties van toepassing te zijn. Vrijstelling op basis van ruimtelijke inrichting of ontwikkeling is een geldige reden in alle provincies. Artikel 3.10 Wet natuurbescherming Overig beschermde soorten 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a.
b. c.
2.3.3
in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
Ontheffingsplicht Indien bij het voornemen gestelde verboden in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 worden overtreden, en deze niet volledig gemitigeerd kunnen worden of wanneer een toetsing gewenst is - dan is het mogelijk om een ontheffing aan te vragen bij de provincie waarin het voornemen plaats vindt. De grond waarop een ontheffing mogelijk is, verschilt per categorie (1-3).
Blad 4 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
2.3.4
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is in artikel 1.11 de zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. Dit betekent dat handelingen (of het nalaten hiervan) waarvan men weet, of redelijkerwijs kan vermoeden, dat ze nadelig zijn voor planten en/of dieren niet mogen worden uitgevoerd. Wanneer dergelijke handelingen toch uitgevoerd moeten worden, moeten maatregelen, voor zover dit in redelijkheid kan, worden genomen om de nadelige gevolgen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Er dient bijvoorbeeld zo gewerkt te worden dat dieren kunnen ontsnappen en het kan nodig zijn om soorten te verplaatsen (bijvoorbeeld planten en amfibieën). Deze algemene zorgplicht geldt voor elke soort en elk individu in Nederland.
Blad 5 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
3
Methode In het plangebied is nader onderzoek verricht naar zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten. Voor de onderzoeken zijn de protocollen van BIJ12 en de inventarisatieprotocollen van het NGB (Netwerk Groene Bureaus) aangehouden. De onderzoeken hebben plaatsgevonden in de periode maart – augustus, 2021. De ligging van het onderzoeksgebied is weergegeven in Figuur 3.1.
Figuur 3.1. Overzicht van de onderzoeksgebieden in het plangebied.
3.1
Zoogdieren Marterachtigen De locatie M&R sloten (blauw kader in Figuur 3.1) is geschikt als leefgebied voor marterachtigen. De locatie bevat een vochtig grasland langs een kleinschalig jong bosperceel. Het gebied is daarnaast gelegen langs een watergang met natuurlijke oevers. Het gebied is daardoor geschikt
Blad 6 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
voor de wezel, hermelijn en bunzing. De steenmarter en boommarter zijn daarnaast nog weinig waargenomen in de omgeving, maar kan niet worden uitgesloten. Voor het onderzoek is de handreiking ‘Wezel, Hermelijn en Bunzing beschermd in Noord-Holland, 2017’ van Noord-Holland aangehouden. Boommarter / steenmarter Het biotoop in het plangebied voldoet aan de eisen van de steenmarter en in mindere mate ook voor de boommarter. Om deze reden dient een cameraopstelling aanwezig te zijn welke gericht is op de grotere marterachtigen. Dit kan gedaan worden door een thee-ei aan een ijzerdraad (= jiggler) te bevestigen en deze met lokstof circa 40 centimeter boven de grond te laten hangen. De determinatiekenmerken tussen boom- en steenmarter zitten met name op de bef van het dier. Wanneer de dieren op hun achterpoten aan de lokstof ruiken, wordt de bef zichtbaar op de camera, welke gericht op het thee-ei staat. Deze camera met jiggler is geplaatst langs een looproute waar enkele sporen van grote en middelgrote zoogdieren zijn gevonden. Bunzing, hermelijn en wezel Voor de kleine marterachtigen dienen gerichte methodes te worden gebruikt om met name de hermelijn en wezel te kunnen waarnemen. Voor deze soorten is de ‘struikrover’ gebruikt. De struikrover is een halve buis met een ingebouwde camera, waar aan de voorkant een lokstof van sardines kan worden geplaatst.
De struikrover is ontwikkeld voor de kleinste marterachtigen, maar kan ook grotere marterachtigen waarnemen. Zie Figuur 3.2 voor een impressie van de struikrover.
Figuur 3.2. struikrover.
De camera’s zijn actief geweest van 14 juli t/m 17 augustus, 2021. De periode van vier weken, volgens protocol, is hiermee behaald. Zie ook Tabel 3.1. De gebruikte lokstoffen zijn sardines, pindakaas en gekookt ei (van der Linden, 2020). Tabel 3.1. Overzicht terreinbezoeken voor het onderzoek naar marterachtigen.
Datum bezoek 14-07-2021 27-07-2021
17-08-2021
Activiteit Plaatsen van camera’s Controleren van camera’s, vervangen lokstoffen, batterijen en SD-kaarten Ophalen van camera’s
Blad 7 van 17
Weersomstandigheden N.v.t. N.v.t.
N.v.t.
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
3.2
Reptielen Ringslang De ringslang komt mogelijk voor in het plangebied langs de Bosbaan. Het gebied is gelegen in het Amsterdamse bos, waar het voorkomen van de ringslang bekend is. Voor de ringslang zijn meerdere bezoeken gebracht in verschillende periodes. Voor het onderzoek zijn de inventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus aangehouden, waarbij met name de focus is gelegd op zonnende dieren in de zomerperiode. Het terrein is te voet belopen, waarbij de oevers en open plekken langs het water zijn bekeken. Tevens zijn drassige gebieden te voet belopen om potentiële ringslangen te zien vluchten of waar te nemen. Tabel 3.2 toont de terreinbezoeken. Tabel 3.2. Overzicht terreinbezoeken voor het onderzoek ringslangen.
Datum bezoek en tijd 24-04-2021 10:00 – 13:00
04-05-2021 10:00 – 14:30 22-06-2021 08:30 – 15:30
17-08-2021
Activiteit Onderzoek naar actieve ringslangen, eerste warme(re) periode van het jaar Onderzoek naar zonnende ringslangen In combinatie met flora onderzoek, zoeken naar zonnende of aanwezige ringslangen. Onderzoek naar actieve, zonnende ringslangen.
Weersomstandigheden Half bewolkt / zonnig, ca 8 °C
Zonnig, ca 10 °C Bewolkt en regenachtig, ca 2 °C.
Half bewolkt / zonnig, ca 8 °C
Bij de bezoeken is tevens gelet op geschikt biotoop, maar dit is in zeer geringe mate aanwezig. Potentiële broeihopen zijn niet aanwezig, waardoor voortplanting van de ringslang in het plangebied niet kan worden onderzocht.
3.3
Dagvlinders De grote vos en de iepenpage komen mogelijk voor in het plangebied. Onderzoek is verricht gedurende dezelfde momenten als voor de ringslang, zie Tabel 3.2. Aangezien volwassen exemplaren moeilijk zijn waar te nemen, is met name gelet op potentiële ei-afzet/rupsen van jonge wilgen en iepen in het plangebied. De oudere bomen blijven allen behouden, waardoor deze niet in het onderzoek zijn meegenomen. De locaties waar naar ei-afzet en rupsen is gezocht, zijn weergeven in Figuur 3.1.
3.4
Flora Voor de flora is een vegetatie inventarisatie gedaan op 22 juni 2021. Bij dit bezoek is met twee personen het gehele plangebied te voet belopen en is gezocht naar beschermde plantensoorten. Daarnaast is op 17 augustus 2021 een aanvullende ronde gedaan waarbij de op 22 juni ontdekte interessante locaties nogmaals zijn bekeken voor kranskarwij.
Blad 8 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
4 4.1
Resultaten Zoogdieren Marterachtigen In het plangebied aan M&R sloten zijn geen marterachtigen waargenomen. Op de camera zijn wel andere soorten waargenomen, waaronder vos, konijn, egel, bosmuis, merel, roodborst, heggenmus, gaai en winterkoning. Het voorkomen van beschermde marterachtigen is hiermee uitgesloten. Figuur 4.1 toont een aantal foto’s van het onderzoek.
Figuur 4.1. Foto linksboven: konijn. Foto rechtsboven: bruine rat. Foto onder: roodborst.
4.2
Reptielen Ringslang De ringslang is in het plangebied niet aangetroffen. Echter, de soort komt in de omgeving van het plangebied voor en kan het plangebied bereiken. Vanuit bekende gegevens (NDFF 2016-2021) komt de soort ten zuiden van het plangebied op circa 2 kilometer afstand voor. Van essentieel leefgebied is geen sprake, door het ontbreken van geschikt voortplantingsbiotoop of essentieel foerageergebied. Enkele delen in het plangebied zijn geschikt als leefgebied voor de ringslang, maar door de hoge mate van verstoring door bezoekers met loslopende honden, worden ringslangen hier niet snel verwacht. In hoofdstuk 5 wordt in gegaan op het voorkomen van effecten bij het sporadisch voorkomen van de ringslang.
Blad 9 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
4.3
Dagvlinders Grote vos Het biotoop is over het algemeen ongeschikt om te dienen als voortplantingsbiotoop voor de grote vos. In het bosgebied staan slechts enkele iepen, maar geen van deze iepen is een hoge vrijstaande boom. Voortplanting van de grote vos komt daarnaast in Nederland nog maar zeer zelden voor. “De laatste jaren worden zo'n vijf vlinders per jaar gezien, vermoedelijk zwervers uit het buitenland of vlinders van onregelmatige populaties. De meeste hiervan komen uit Limburg, maar er zijn ook waarnemingen van onder andere de Noordoostpolder, de Waddeneilanden, de Veluwe en de duinen” (Vlinderstichting, 2021). Een essentiële voortplantingslocatie wordt om deze reden en als gevolg van het onderzoek niet verwacht. In het plangebied zijn een aantal jonge wilgen onderzocht en is buiten het plangebied gezocht naar vlinders en ei-afzet op iepen en een enkele zoete kers. De grote vos, eieren en rupsen zijn hierbij niet aangetroffen. Essentieel biotoop voor de grote vos is daarmee uitgesloten. Wel zijn rupsen gevonden van de dagpauwoog, zie Figuur 4.2.
Figuur 4.2. Aangetroffen rupsen van de dagpauwoog in het plangebied.
De dagpauwoog is echter niet beschermd. Wel dient te worden gehandeld volgens de Zorgplicht. De Zorgplicht wordt toegelicht in hoofdstuk 5.
Blad 10 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
Iepenpage De iepenpage komt in de omgeving van het plangebied voor. Echter, uit gegevens van de NDFF (2016 – 2021) is duidelijk zichtbaar dat de populatie aanwezig is langs de Henk Sneevlietweg, ten noorden van het plangebied (zie Figuur 4.3). Buiten dit terrein zijn geen waarnemingen bekend van de soort. In het plangebied is gedurende het onderzoek tevens geen waarneming gedaan van de iepenpage en zijn geen rupsen of eieren gevonden van de soort. Als gevolg van het voornemen gaan geen iepen verloren, met een verrekijker zijn iepen in de omgeving bekeken op vraatsporen en eventuele rupsen. De iepenpage wordt niet verwacht in het plangebied en kan worden uitgesloten.
Figuur 4.3. Ligging van het plangebied t.o.v. de bekende populatie iepenpages ten noorden van het plangebied (NDFF 2016-2021).
Blad 11 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
4.4
Flora In het plangebied zijn geen beschermde planten aangetroffen. Hieronder worden de resultaten van het onderzoek naar beschermde planten uiteengezet. Het bosgebied en de bosranden in het plangebied bestaan uit een matig diverse samenstelling van kruidachtige planten. In het gebied zijn de volgende soorten aangetroffen: -
Nagelkruid; Heksenkruid; Robbertskruid; Ruige zegge; Aronskelk; Daslook; Bosandoorn; Grote klit; Haagwinde; Riet; Kattenstaart; Slipbladige ooievaarsbek; Havikskruid; Kompassla; Canadese guldenroede; Schijnaardbei.
Figuur 4.4 t/m 4.7 tonen een aantal foto’s van het terreinbezoek.
Figuur 4.4. Voedselrijke bermen aan de westzijde van het tracé Bosbaanseweg.
Blad 12 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
Figuur 4.5. Voedselrijke berm langs het parkgebied met een lage diversiteit aan soorten.
Figuur 4.6. Foto links: kompassla. Foto midden: hoog reikende distels. Foto rechts: bijzondere witte variant van een distel.
Blad 13 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
Figuur 4.7. Schijnaardbei.
De aangetroffen soorten hebben geen beschermde status. Beschermde flora in het plangebied is uitgesloten.
Blad 14 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
5
Effectbeoordeling In dit hoofdstuk worden de in hoofdstuk 4 uiteengezette bevindingen getoetst aan de Wet natuurbescherming en wordt aangegeven of er een noodzaak is om een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming aan te vragen. Ondanks de hoge onderzoeksinspanningen zijn de onderzochte beschermde soorten niet aangetroffen in het plangebied. Het parkgebied langs de Bosbaan is zeer druk bezocht en hier lopen veel honden los. Om deze reden is de rust in het plangebied verstoord en wordt het vermoedelijk niet snel in gebruik genomen door verstoringsgevoelige soorten diersoorten. Hieronder worden potentiële effecten op de ringslang beschreven.
5.1
Reptielen Ringslang Ondanks dat de soort niet is waargenomen in het plangebied, kan de soort het gebied bereiken en daardoor sporadisch voorkomen. De bekende verspreidingsgegevens uit de NDFF laten zien dat de ringslang voorkomt in het zuidelijke deel van het plangebied, op circa twee kilometer afstand van het plangebied (NDFF 2016-2021). De soort wordt daardoor niet snel verwacht in het plangebied. Bij de werkzaamheden kan eenvoudig rekening worden gehouden met de ringslang, aangezien geen waterpartijen worden droog gelegd en er geen winterbiotoop aanwezig is op de locaties van de open ontgravingen. De volgende voorwaarden worden gesteld aan de uitvoering met betrekking tot het sporadisch voorkomen van de ringslang: Voorafgaand aan de graafwerkzaamheden aan de overzijde van de Bosbaan, wordt de locatie ongeschikt gemaakt voor de ringslang. Dit betekent dat in de actieve periode, (maart – september) in het deel waar graafwerkzaamheden plaats vinden, de vegetatie wordt gemaaid en de locatie vanaf dit moment, tot aan de uitvoering van de werkzaamheden, ongeschikt blijft. Dit is in de kwetsbare periode van de ringslang, maar tevens in de periode dat de ringslang mobiel genoeg is om tijdig te kunnen vluchten.
In het plangebied is geen essentieel leefgebied aanwezig; Bij het ongeschikt maken wordt vanuit één richting gewerkt zodat dieren tijdig kunnen vluchten; Indien onverhoopt toch ringslangen worden aangetroffen bij de uitvoering, dient direct contact te worden opgenomen met een ecoloog. De voorwaarden waaronder gewerkt mag worden dienen te worden uitgewerkt in een ecologisch werkprotocol. Het ecologisch werkprotocol dient aanwezig te zijn gedurende de uitvoering.
Blad 15 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
6
Conclusie en advies N.V. Nederlandse Gasunie is voornemens een gastransportleiding aan te leggen in het kader van het project ‘G-H ombouw tracé Nuon power Diemen’, tussen Raasdorp (S-293), M&R Sloten (A-173) en langs de Bosbaan te Amstelveen. Het tracé heeft een totale lengte van circa negen kilometer. In het plangebied rondom de Bosbaan en bij M&R Sloten en het Klimbos is mogelijk geschikt leefgebied aanwezig is dat geschikt kan zijn voor zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten. In het plangebied is onderzoek uitgevoerd naar marterachtigen, ringslang, dagvlinders en beschermde flora. In het plangebied zijn de onderzochte beschermde soorten niet aangetroffen. Vanwege bekende waarnemingen in de omgeving van het plangebied, kan de ringslang mogelijk sporadisch voorkomen in het plangebied. Derhalve zijn een aantal voorwaarden opgesteld met betrekking tot de uitvoering. Zolang deze voorwaarden worden opgevolgd is een ontheffing Wet natuurbescherming niet aan de orde. Vervolgstappen zijn niet aan de orde, de soortbescherming staat het voornemen niet in de weg. Tabel 6.1 weergeeft de onderzochte soorten en de daarbij horende conclusies. Tabel 6.1. Overzicht conclusies per soort.
Soort Marterachtigen
Ringslang
Dagvlinders Grote vos Iepenpage Flora
Essentiële functies in het plangebied? Nee, marterachtigen op M&R Sloten zijn niet aangetroffen gedurende het onderzoek. Nee, de ringslang kan het gebied bereiken en komt op circa twee kilometer afstand van het plangebied voor. Nee
Ontheffing noodzakelijk? Nee
Nee
Zie paragraaf 5.1 voor voorwaarden. Voorwaarden opnemen in een ecologisch werkprotocol. N.v.t.
Nee
Nee
N.v.t.
Nee
Voorwaarden N.v.t.
Zorgplicht In de Wet natuurbescherming is een zorgplicht opgenomen. De zorgplicht houdt in dat planten en dieren niet onnodig vernield/gedood of verstoord mogen worden. De initiatiefnemer/ uitvoerder is verantwoordelijk voor een adequate naleving van de algemene zorgplicht tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. In het plangebied zijn onder andere ei-afzetplaatsen aanwezig van dagvlinders en komen moerasachtige gebieden voor waar amfibieën leven. De meeste effecten kunnen al snel voorkomen worden als wordt gewerkt volgens de voorwaarden uit paragraaf 5.1.
Blad 16 van 17
Nadere onderzoeken Soortbescherming Ecologische onderzoeken zoogdieren, reptielen, dagvlinders en planten - NUON Diemen projectnummer 0455806.100 9 maart 2022 revisie 00 N.V. Nederlandse Gasunie
7
Bronnen Bouwens, S., 2017. Handreiking kleine marters in relatie tot soortbescherming. Linden, van der, A. 2020. Lokstoffen voor kleine marterachtigen. Welke lokstof kan het best gebruikt worden om kleine marterachtigen in beeld te brengen? Natuurbalans, 2019. QUICK SCAN BESCHERMDE NATUUR LEIDINGAANLEG BOSBAAN AMSTERDAM EN RAASDORP – SLOTEN. 19-02-2019. Natuurbalans, 2021. NATUURTOETS AANLEG GASLEIDING BOSBAAN AMSTELVEEN EN RAASDORP – SLOTEN. 11-01-2021. Netwerk Groene Bureaus, werkgroep 'Standaarden en protocollen' (2017) Soortinventarisatieprotocollen in het kader van de Wet natuurbescherming, versie juli 2017. www.netwerkgroenebureaus.nl Websites Vlinderstichting RAVON FLORON
Blad 17 van 17
Over Antea Group Antea Group is het thuis van 1500 trotse ingenieurs en adviseurs. Samen bouwen wij elke dag aan een veilige, gezonde en toekomstbestendige leefomgeving. Je vindt bij ons de allerbeste vakspecialisten van Nederland, maar ook innovatieve oplossingen op het gebied van data, sensoring en IT. Hiermee dragen wij bij aan de ontwikkeling van infra, woonwijken of waterwerken. Maar ook aan vraagstukken rondom klimaatadaptatie, energietransitie en de vervangingsopgave. Van onderzoek tot ontwerp, van realisatie tot beheer: voor elke opgave brengen wij de juiste kennis aan tafel. Wij denken kritisch mee en altijd vanuit de mindset om samen voor het beste resultaat te gaan. Op deze manier anticiperen wij op de vragen van vandaag en de oplossingen voor morgen. Al 70 jaar.
Contactgegevens Beneluxweg 125 4904 SJ OOSTERHOUT Postbus 40 4900 AA OOSTERHOUT
www.anteagroup.nl
Copyright © 2017 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, elektronisch of op welke wijze dan ook, zonder schriftelijke toestemming van de auteurs.