CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

bijlage 8 Aanvullend vleermuisonderzoek Acacialaan 20-22

Raadscommissie voor Ruimte, wonen en natuur 3 februari 2022, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Acacialaan 20-22 (met gecoördineerde omgevingsvergunning)2.779 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport Projectnummer: 369235 Referentienummer: SWNL0265510 Datum: 01-09-2020

Aanvullend vleermuisonderzoek Acacialaan 20-22 te Amstelveen Aanvullend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur

Definitief

Opdrachtgever: Ten Brinke Vastgoedontwikkeling BV Burgemeester van der Zandestraat 21 7051 CS VARSSEVELD

Sweco De Holle Bilt 22 3732 HM De Bilt Postbus 203 3730 AE De Bilt Nederland

T +31 88 811 66 00 www.sweco.nl

Sweco Nederland B.V. Gebiedsadvies Handelsregister 30129769 Statutair gevestigd te De Bilt

Raisja Spijker Junior Adviseur Ecologie M +31 6 20 00 04 85 raisja.spijker@sweco.nl

Verantwoording Titel

Aanvullend vleermuisonderzoek Acacialaan 20-22 te Amstelveen

Subtitel

Aanvullend onderzoek in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur

Projectnummer

369235

Referentienummer

SWNL0265510

Revisie

D3

Datum

01-09-2020

Auteur

Raisja Spijker

E-mailadres

raisja.spijker@sweco.nl

Gecontroleerd door

Maikell Verkade

Paraaf gecontroleerd

Goedgekeurd door

Maarten Mouissie

Paraaf goedgekeurd

2 (17)

Inhoudsopgave 1

Inleiding .................................................................................................................. 4

1.1

Aanleiding ................................................................................................................ 4

1.2

Doel ......................................................................................................................... 4

1.3

Ligging plangebied .................................................................................................. 4

1.4

Voorgenomen activiteit ............................................................................................ 5

2

Wettelijk kader ....................................................................................................... 7

3

Methodiek ............................................................................................................. 10

3.1

Inleiding ................................................................................................................. 10

3.2

Vleermuisonderzoek .............................................................................................. 10

3.3

Bomencheck .......................................................................................................... 10

3.4

Bezoekmomenten .................................................................................................. 10

4

Resultaten ............................................................................................................ 12

4.1

Zomer- en kraamverblijfplaatsen ........................................................................... 12

4.2

Paarverblijfplaatsen ............................................................................................... 12

4.3

Bomencheck .......................................................................................................... 12

5

Conclusies............................................................................................................ 15

5.1

Vleermuisonderzoek .............................................................................................. 15

5.2

Boomcontrole......................................................................................................... 16

6

Referenties ........................................................................................................... 17

3 (17)

1

Inleiding

1.1 Aanleiding Het voornemen bestaat om het bestaande pand op het perceel Acacialaan 22 te slopen en hier woningen te realiseren. Uit het verkennend natuuronderzoek, uitgevoerd door Sweco, bleek dat het gebouw geschikt is voor de gebouwbewonende vleermuissoorten gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Aanvullend vleermuisonderzoek naar de aanwezigheid van vaste rust- en/of voortplantingsplaatsen is noodzakelijk (Spijker, 2019). Naast het aanvullende vleermuisonderzoek bij het gebouw is er een aanvullende bomencheck uitgevoerd voor de twee te kappen en de drie te snoeien en eventueel te kappen bomen. 1.2 Doel Het doel van dit onderzoek is om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of door de voorgenomen ruimtelijke ontwikkeling verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming worden overtreden ten aanzien van de hierboven genoemde beschermde soorten. Indien sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming, dan is voor de ingreep een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming vereist. 1.3 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen aan de Acacialaan nr. 20-22 te Amstelveen in provincie NoordHolland (figuur 1.1). Het plangebied ligt in de wijk Keizer Karelpark. De wijk wordt gekenmerkt door wegen met een groene aankleding, forse groensingels met waterpartijen en grote groene plekken.

In de straten staan bomen van de soorten waarnaar de straten vernoemd zijn.

Figuur 1.1

Ligging van het plangebied.

4 (17)

Het plangebied bestaat uit een parkeerterrein en een vrijstaand pand met rondom een tuin. De benedenverdieping van het pand wordt gebruikt als dansschool en de bovenverdieping is ingericht als woonhuis. Het parkeerterrein, gelegen voor het pand, is bestraat met straatbaksteen, er zijn 24 parkeerplekken aanwezig. Zie figuur 1.2 voor een impressie van het plangebied.

Figuur 1.2

Impressie van het plangebied.

1.4 Voorgenomen activiteit De opdrachtgever is voornemens om een appartementencomplex met 28 appartementen te realiseren (zie figuur 1.3). Voor de realisatie van het complex wordt het bestaande pand gesloopt, de locatie bouwrijp gemaakt en wordt een deel van de huidige bomen en het struweel verwijderd (zie figuur 1.4). De huidige bestemming van het plangebied is maatschappelijk. Een wijziging van het bestemmingsplan wordt aangevraagd voor de bestemming wonen.

5 (17)

Figuur 1.3

Ontwerp appartementencomplex (communicatie Ten Brinke Vastgoedontwikkeling).

Figuur 1.4

Te kappen en snoeien bomen (communicatie Ten Brinke Vastgoedontwikkeling).

6 (17)

2

Wettelijk kader

In de Wet natuurbescherming is de soortenbescherming in Nederland geregeld. In de Wet natuurbescherming worden drie verschillende beschermingsregimes gehanteerd waaraan verschillende verbodsbepalingen zijn gekoppeld: Soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1 e.v.) · lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen; · lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen; · lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben; · lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen; · lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.

Soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5 e.v.) · lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen; · lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren; · lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen; · lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen; · lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Andere Soorten (artikel 3.10 e.v.) · lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: ° onderdeel a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; ° onderdeel b.

de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of ° onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Voor Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijnsoorten geldt dat voortplantings- en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet opzettelijk verstoord of vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet opzettelijk) mogen worden gedood of verwond.

7 (17)

Voor Andere beschermde soorten geldt dat voortplantingsplaatsen en rustplaatsen (inclusief functionele leefomgeving) van beschermde soorten niet (opzettelijk) vernietigd mogen worden en dat exemplaren van beschermde soorten niet (opzettelijk) mogen worden gedood of verwond. Verbodsbepalingen ten aanzien van de verstoring zijn niet van toepassing op deze soorten. Ten aanzien van de andere beschermde soorten geldt dat het bevoegd gezag (provincies c.q. ministerie van LNV) de vrijheid heeft om soorten binnen deze categorie vrij te stellen van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 Wet natuurbescherming. Met artikel 4 van de verordening van provincie Noord-Holland wordt een dergelijke vrijstelling gegeven. De diersoorten waarop de vrijstelling ten behoeve van ruimtelijke ingrepen ziet ,worden genoemd in tabel 1. In artikel 5 van deze verordening is de meldings- en rapportageplicht opgenomen. In de melding zal de eigenaar, de grondgebruiker of degene aan wie namens hem, conform artikel 3.15 zevende lid van de wet, toestemming is verleend, aangeven wanneer er waar werkzaamheden uitgevoerd zullen worden uitgevoerd (Provincie NoordHolland, 2016). Voor beschermde soorten die niet zijn vrijgesteld en de voorgenomen activiteiten strijdig zijn met de bepalingen in de nieuwe wet geldt een ontheffingsplicht.

Deze kan alleen worden verleend, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Voor vogels geldt in afwijking hierop dat voor verstoring geen ontheffing nodig is, indien de gunstige staat van instandhouding niet in het geding is. Het is ook mogelijk om voor beide categorie soorten te werken volgens een goedgekeurde gedragscode die is afgestemd op de nieuw wet. Er is dan geen ontheffing nodig. Tabel 1

Vrijgestelde soorten in Noord-Holland (Provincie Noord-Holland, 2016)

8 (17)

Naast bovengenoemde verbodsartikelen bevat de Wnb een algemeen geldende zorgplicht, zie hieronder. Deze zorgplicht is te allen tijde van toepassing en geldt ook voor niet beschermde flora en fauna: Zorgplicht (artikel 1.11) · lid 1) Een ieder neemt voldoende zorg in acht voor Natura 2000-gebieden, bijzondere nationale natuurgebieden en voor in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving. · lid 2) De zorg, bedoeld in het eerste lid, houdt in elk geval in dat een ieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen kunnen worden veroorzaakt voor een Natura 2000-gebied, een bijzonder nationaal natuurgebied of voor in het wild levende dieren en planten: ° onderdeel a. dergelijke handelingen achterwege laat, dan wel, ° onderdeel b. indien dat achterwege laten redelijkerwijs niet kan worden gevergd, de noodzakelijke maatregelen treft om die gevolgen te voorkomen, of ° onderdeel c. voor zover die gevolgen niet kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk beperkt of ongedaan maakt. · lid 3) Het eerste lid is niet van toepassing op handelen of nalaten in overeenstemming met het bij of krachtens deze wet of de Visserijwet 1963 bepaalde.

9 (17)

3

Methodiek

3.1 Inleiding Uit het uitgevoerde verkennend natuuronderzoek naar (potentieel) aanwezige natuurwaarden in het plangebied is geconcludeerd dat de gewenste ontwikkeling mogelijk van invloed is op de volgende beschermde soorten: · gewone dwergvleermuis; · ruige dwergvleermuis. Voor het uitvoeren van een soortgerichte inventarisatie zijn onderzoeksmethodes en protocollen vastgesteld. Het aanvullend natuuronderzoek voldoet aan deze protocollen en standaarden. 3.2 Vleermuisonderzoek Aan de hand van een vleermuisonderzoek is onderzocht welke functies de gebouwen en de bomenlanen hebben voor vleermuizen. Het vleermuisonderzoek is uitgevoerd door vleermuisdeskundigen van Eco-Niche en Sweco. Het vleermuisonderzoek heeft plaatsgevonden conform het Vleermuisprotocol 2017. Daarbij zijn de volgende functies onderzocht: · kraamverblijfplaats : twee bezoeken in de periode 15 mei - 15 juli, · zomerverblijfplaats : twee bezoeken in de periode 15 april - 15 augustus, · paarverblijfplaatsen: twee bezoeken in de periode 15 augustus – 1 oktober. Het onderzoek naar paarverblijfplaatsen is uitgevoerd door Eco-Niche in 2019 door één onderzoeker. Het onderzoek naar kraamverblijfplaatsen en zomerverblijfplaatsen is in 2020 uitgevoerd door Sweco. Bezoeken zijn, daar waar mogelijk, zoveel als mogelijk gecombineerd. In totaal zijn vier bezoeken uitgevoerd.

3.3 Bomencheck Op 27 augustus 2020 is er een aanvullende bomencheck uitgevoerd bij de bomen die gekapt en/of gesnoeid gaan worden. Hierbij is gelet op holtes, loszittende bast en nesten, met behulp van een verrekijker. 3.4 Bezoekmomenten Tabel 2 is een samenvattende tabel met daarop aangegeven op welke dagen en onder welke condities de veldbezoeken naar de betreffende soortgroep en functies zijn uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken zijn de waarnemingen direct in het veld digitaal ingevoerd. Alle waarnemingen zijn beschikbaar in één database en iedere waarneming is minimaal voorzien van soort, soortgroep, datum en x-/y-coördinaat.

10 (17)

Tabel 2

Bezoekmomenten en weersomstandigheden

Datum

Veldwerk

Weer

Onderzoek naar

Onderzoeker

04-09-2019

20.00-00.00 Zon onder 20.20

Droog, 6/8 bewolkt, 14°C, 0-1 Bft

Paarverblijfplaatsen, zwermplaatsen

Eco-Niche

28-09-2019

23.00-01.00 Zon onder 19.24

Droog, 5/8 bewolkt, 12°C, 2-3 Bft

Paarverblijfplaatsen, zwermplaatsen

Eco-Niche

25-05-2020

03.30-05.31 Zon op 05.30

Droog, 7/8 bewolkt, 13°C. 3 Bft

Kraam- en zomerverblijfplaatsen

Raisja Spijker (Sweco)

24-06-2020

03.15-05.20 Zon op 05.19

Droog, onbewolkt, 17 °C, 2 Bft

Kraam- en zomerverblijfplaatsen

Raisja Spijker (Seco)

27-08-2020

10.00.10.30

n.v.t.

Bomencheck

Raisja Spijker (Sweco)

11 (17)

4

Resultaten

4.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen De twee voorjaarsrondes hebben op 25 mei 2020 en 24 juni 2020 in de ochtend plaatsgevonden. Gedurende beide bezoeken zijn tijdens het eerste uur voornamelijk enkele passerende en foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen binnen het plangebied. In het laatste uur zijn meerdere passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen die gebruik maakten van de bomen aan de zuidkant van het plangebied. Vijf tot acht gewone dwergvleermuizen vlogen via het groen richting het oosten en twee dieren vlogen met een boog richting het noorden. Er zijn geen zwermende, gevelgrijpende of invliegende vleermuizen waargenomen. 4.2 Paarverblijfplaatsen Tijdens het eerste bezoek op 4 september 2019 zijn er geen baltsende vleermuizen binnen het plangebied waargenomen. Wel is er buiten het plangebied aan de van der Hooplaan 36 aan de voorzijde van de zijgevel een paarverblijfplaats van een ruige dwergvleermuis aangetroffen. Deze vleermuis is roepend/baltsend vanuit zijn verblijf waargenomen. Tevens zijn er op 4 september 2019 twee baltsende gewone dwergvleermuizen waargenomen; één ter hoogte van de Fluweelboomlaan nr. 28 en één ter hoogte van de Spaanse Aaklaan nr. 15.

Tijdens het tweede bezoek op 28 september 2019 zijn de paarverblijfplaatsen van de ruige dwergvleermuis aan de Van der Hooplaan 36 en de baltsende gewone dwergvleermuis ter hoogte van Spaanse Aaklaan nr. 15 weer waargenomen. Tijdens het eerste bezoek zijn er 2 tot 5 gewone dwergvleermuizen waargenomen en 1 ruige dwergvleermuis waargenomen en tijdens het tweede bezoek zijn er 1 tot 3 gewone dwergvleermuizen en 1 ruige dwergvleermuis waargenomen. Een enkele vleermuis foerageert in het plangebied, de meesten maken gebruik van het omliggende openbaar groen. 4.3 Bomencheck Op 27 augustus 2020 heeft er een bomencheck plaatsgevonden bij de bomen die gekapt en/of gesnoeid gaan worden. In onderstaande figuur zijn de desbetreffende bomen genummerd. In figuur 4.2 zijn de resultaten van de bomencheck in tabelvorm weergegeven. Boom 2 tot en met 5 zijn op voorhand niet geschikt voor vleermuizen, omdat deze te smal en te klein zijn en hierdoor geen geschikte holtes kunnen bevatten. Boom nummer 1 bevat geen holtes en/of loszittende bas. In geen van de bomen zijn nesten aangetroffen.

1

5

2 3 4 Figuur 4.1

Te kappen (rood) en/of snoeien bomen (gearceerd) genummerd.

12 (17)

Tabel 4.1

Resultaten bomencheck

Nummer

Loszittende bast en/of holtes

Nesten jaarrond beschermd

Nesten algemeen

1 2 3 4 5

Geen Geen Geen Geen Geen

Geen Geen Geen Geen Geen

Geen Geen Geen Geen Geen

Figuur 4.2

Boom nummer 1 (links) en boom nummer 2 (rechts).

13 (17)

Figuur 4.3

Boom nummer 3 en 4

Figuur 4.4

Boom nummer 5

14 (17)

5

Conclusies

5.1 Vleermuisonderzoek Tijdens de veldbezoeken in het voorjaar zijn geen zwermende, gevelgrijpende, invliegende en/of uitvliegende vleermuizen in het plangebied waargenomen. Tijdens de rondes in het najaar zijn in het plangebied geen baltsende gewone en ruige dwergvleermuis waargenomen, buiten het plangebied zijn twee paarterritoria van de gewone dwergvleermuis en een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis vastgesteld. Tijdens het aanvullend natuuronderzoek zijn binnen het plangebied geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen waargenomen. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Wel zijn tijdens de veldbezoeken in het plangebied enkele foeragerende vleermuizen waargenomen. De vleermuizen foerageren voornamelijk in het omliggende groen en niet in het plangebied, de aanwezigheid van essentieel foerageergebied is uitgesloten. Er zijn tijdens het onderzoek enkele passerende gewone dwergvleermuizen waargenomen, de vliegrichting in het najaar was niet eenduidig, in het voorjaar vlogen ze langs de bomenlaan voornamelijk richting het oosten. De aanwezigheid van een essentiële vliegroute is vanwege het lage aantal dieren uitgesloten. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet nodig.

Verstoring van vleermuizen dient vanwege het verbod op verstoren en de zorgplicht te worden voorkomen door het toepassen van gerichte verlichting. Het aanlichten van de bomenrij ten zuiden van het plangebied door bouwverlichting dient in de actieve periode van de vleermuis (maart-oktober) tussen zonsondergang en zonsopkomst te worden voorkomen.

Figuur 5.1

Belangrijke functies vleermuizen.

15 (17)

5.2 Boomcontrole Er worden in het plangebied met zekerheid twee bomen gekapt en drie gesnoeid en, wanneer nodig, gekapt om ruimte te maken voor de plannen. In de bomen zijn geen holtes en of loszittende bast aangetroffen. De bomen zijn niet geschikt als verblijfplaatsen voor boombewonende soorten. In de bomen zijn geen nesten van jaarrond beschermde vogels aanwezig. Het aanvragen van een ontheffing op grond van de Wet natuurbescherming is niet nodig. Wel kunnen algemene soorten, zoals de merel, houtduif, roodborst, pimpelmees en koolmees, nesten bouwen in de bomen en struiken. Wanneer de werkzaamheden binnen het broedseizoen (april – juni/augustus) plaatsvinden, dient er voorafgaand aan de kap- en snoeiwerkzaamheden een broedvogelcontrole te worden uitgevoerd door een ecoloog.

16 (17)

6

Referenties

BIJ12. Kennisdocument gewone dwergvleermuis, versie 1.0. Juli 2017. Ingezien van https://www.bij12.nl/assets/BIJ12-2017-004-Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis1.0.pdf op 18 september 2019. Provincie Noord-Holland (2016). Verordening vrijstellingen soorten Noord-Holland. Provinciaal Blad Nr. 6151. Spijker, R.R. (2019) Verkennend natuuronderzoek Acacialaan 20-22 te Amstelveen. September 2019, Sweco Alkmaar.

17 (17)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=376cf54b-2515-4a78-984a-ae40f7fd8eba