CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Stikstofonderzoek

Raadsvergadering 11 december 2024, gemeente amstelveenBij agendapunt: Herstelbesluit bestemmingsplan 'Haagbeuklaan 1-3'3.959 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

CAD 3 BV Rijksweg 100 1906 BK Limmen

Betreft: Datum: Nummer: bijlage(n)

Memo onderzoek stikstofdepositie Haagbeuklaan 1-3 te Amstelveen 16 maart 2023 22111/02 AERIUS_projectberekening_20230316172950_aanlegfaseRdDBysRE9ejN.pdf AERIUS_projectberekening_20230316172924_gebruiksfaseS4phENn44kXf.pdf

1.1. Aanleiding In opdracht van CAD 3 BV heeft Langelaar Milieuadvies onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van het voornemen om het bestaande kerkgebouw en de pastorie aan de Haagbeuklaan 1-3 te Amstelveen te verbouwen c.q. te vervangen door nieuwbouw. Het oostelijke deel van de kerk wordt verbouwd tot een verblijfsruimte met een maatschappelijke functie (circa 1.300 m2 kinderdagverblijf). Het westelijke deel van de kerk en de aangebouwde pastorie zullen geheel worden gesloopt, waarna een appartementencomplex met 57 wooneenheden en een halfverdiepte garage worden gerealiseerd. Een aanvraag voor een omgevingsvergunning is in voorbereiding. Op de onderstaande afbeelding is het projectgebied weergegeven.

Figuur 1 ligging projectgebied (rood omlijnd)

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 1

Figuur 2 ligging voornemen t.o.v. Natura 2000 (bron: AERIUS Calculator)

Het projectgebied ligt op circa 6 kilometer afstand van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebied “Botshol”. In figuur 2 zijn het projectgebied en het Natura 2000-gebied zwart omlijnd weergegeven. De stikstofgevoelige habitats en leefgebieden zijn roze gekleurd. De overige niet stikstofgevoelige delen van het Natura 2000-gebied zijn geel-groen gekleurd. In dit rapport wordt ingegaan op de stikstofeffecten. 1.2. Doel van het onderzoek In het kader van de Wet Natuurbescherming moet uitgesloten worden dat significante negatieve effecten kunnen optreden in Natura 2000-gebieden. Stikstofdepositie kan verslechterende gevolgen hebben voor stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden waarvoor een Natura 2000-gebied is aangewezen. Deze gevolgen kunnen significant zijn wanneer een plan, project of andere handeling leidt tot een toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden die reeds overbelast zijn. Het voorliggende onderzoek stikstofdepositie heeft tot doel de NOx (stikstof) en NH3 (ammoniak) emissies naar de lucht door het voornemen inzichtelijk te maken en de toename van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen of leefgebieden te berekenen. Dit onderzoek ziet toe op de depositie tijdens de aanleg- en bouwfase alsook de gebruiksfase.

Het onderzoek wordt afgesloten met conclusies waarbij duidelijk wordt of in het kader van de Wet Natuurbescherming significante effecten uitgesloten kunnen worden, dan wel een nader (ecologisch) onderzoek nodig is. A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 2

1.3. Wet en regelgeving Natura 2000 & stikstof In Nederland zijn 166 Natura 2000-gebieden aangewezen. Dit zijn gebieden met een Europese beschermingsstatus. Veel van die gebieden zijn (ook) gevoelig voor stikstofdepositie. Een verdere toename van de stikstofdepositie kan leiden tot ‘significante effecten’ op de instandhoudingsdoelstellingen van de Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt op grond van artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming dat het verboden is zonder vergunning een project te realiseren dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied. In geval van mogelijk significante gevolgen kan vergunningverlening slechts plaats vinden nadat uit een passende beoordeling de zekerheid is verkregen dat het project de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten (artikel 2.7 lid 3 en artikel 2.8 lid 3 Wnb). Het onderstaande overzicht van de Rijksoverheid geeft meer inzicht in de procedure in het geval uit de AERIUS berekening blijkt dat de stikstofdepositie op relevante habitats en leefgebieden groter is dan 0,00 mol/ha/jr. Een project wordt volgens de Handreiking intern en extern salderen, d.d. 22 september 20201 en de provinciale beleidsregels van juni 20202 vergunningplichtig als gebruik wordt gemaakt van de stappen 2 (intern salderen), 3 (extern salderen), 4 (passende beoordeling en 5 (ADC-toets).

Op 20 januari 2021 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bepaalt dat er bij intern salderen per 1 januari 2020 geen natuurvergunningplicht meer bestaat3. Voor het onderhavige project is onderzocht of er sprake kan zijn van een significante depositie van stikstof op relevante delen van Natura 2000-gebieden.

1

https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2021/02/Handreiking-intern-extern-salderen-enverleasen-februari-2021.pdf 2 www.bij12.nl/wp-content/uploads/2020/06/Provinciale-Beleidsregels-intern-en-extern-salderen-26juni-2020.pdf 3 ABRS 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:71 A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 3

Op basis van de berekende NOx en ammoniak emissies die het gevolg zijn van het project wordt met een verspreidingsmodel de stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebieden berekend. Depositieberekeningen worden uitgevoerd met de meest recente versie van AERIUS Calculator versie 2022. Elke depositiebijdrage op een door stikstof overbelaste locatie in een Natura 2000-gebied – eventueel na saldering- is in potentie een significant effect. Een kwalitatieve ecologische beoordeling kan uitwijzen of de depositiebijdrage leidt tot significant negatieve effecten. AERIUS Calculator 2022 geeft informatie over de actuele stikstofdepositie en kritische depositiewaarde (kdw) van stikstofgevoelige habitattypen en leefgebieden in de Natura 2000-gebieden. Ook geeft het inzicht of een depositiebijdrage optreedt op reeds (bijna) overbelast delen van een stikstofgevoelig habitattypen of leefgebieden. Op 25 november 2022 heeft de Minister voor Natuur en Stikstof het Wijzigingsbesluit Habitatrichtlijngebieden vanwege aanwezige waarden (hierna: het wijzigingsbesluit) vastgesteld. Hiermee zijn de aanwijzingsbesluiten van 101 Natura 2000-gebieden gewijzigd, bijvoorbeeld omdat habitattypen op het moment van aanwijzen aanwezig bleken te zijn, maar destijds niet zijn opgenomen in de oorspronkelijke aanwijzingsbesluiten.

Deze habitattypen en soorten zijn door middel van het wijzigingsbesluit aan de aanwijzingsbesluiten toegevoegd. De betreffende habitattypen, leefgebieden en grenzen moeten direct nadat het wijzigingsbesluit is genomen worden betrokken bij toestemmingverlening. In de huidige versie van AERIUS Calculator, versie 2022, zijn deze wijzigingen opgenomen.

1.4. Onderzoeksopzet De onderzoeksopzet is als volgt: - onderzoek naar de NOX en NH3 emissies gedurende de aanlegfase - onderzoek naar de NOX en NH3 emissies gedurende de gebruiksfase - een berekening van de depositie met AERIUS Calculator

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 4

2. Emissies aanlegfase Tijdens de aanleg- en bouwperiode ontstaan NOx en NH3-emissies door de inzet van mobiele werktuigen, auto’s en vrachtwagens. Het onderzoek richt zich op de emissies tijdens het slopen van de bestaande opstallen, en het bouwen en verbouwen van de maatschappelijke ruimte en appartementengebouwen. De NOx en NH3 emissies zijn berekend op basis van de AUB-methode uit TNO rapport R12305 4 conform de meest recente Instructie gegevensinvoer Aerius Calculator 2021.1 (versie 1, juni 2022) van het Expertiseteam Stikstof en Natura 2000 van Bij12 (verder genoemd: de instructie) en het Handboek “Werken met AERIUS Calculator Versie 2022” dat grotendeels de eerder verschenen AERIUS factsheets, leeswijzers en handleidingen waar naar wordt verwezen in deze instructie vervangt. De verkeersgeneratie en de inzet van mobiele werktuigen zijn bepaald door de opdrachtgever. Het dieselverbruik is conform het TNO rapport R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik) uit 2021 bepaald. TNO houdt rekening met de aandrijfconfiguratie (vaste as, transmissie, hydrauliek) , de standbye tijd bij de soort inzet (wisselend en constant) en de verliezen. TNO gaat op basis van deze recente inzichten voor werktuigen met een wisselende inzet uit van een gemiddelde ‘typische motorlast’ van 35% (zie onderstaande tabel).

AdBlue wordt enkel gebruikt in dieselmotoren voorzien van een SCR. Voor het inschatten van het verwachte aantal liter kan uitgegaan worden van het normale AdBlue-gebruik dat door TNO gegeven wordt4. Voor Stage IV en V werktuigen is dit 6% van het dieselverbruik. Voor Stage III is dit 3% van het dieselverbruik. 2.1. Rekenwijze m.b.t. motorvoertuigen 2.1.1. Verkeer op de openbare weg Conform de instructie wordt met de verkeersgeneratie het aantal vervoersbewegingen met motorvoertuigen uitgedrukt. Dit betekent zowel het heen- en teruggaand verkeer. Het aantal vervoersbewegingen is het aantal ritten heen èn terug opgeteld. Op de openbare weg wordt uitgegaan van de reguliere AERIUS wegtypen voor wegverkeer (snelweg, buitenweg, binnen de bebouwde kom (doorstromend). 2.1.2. stationaire emissies wegverkeer op de bouwplaats Op grond van de Rekeninstructie “stationaire emissies wegverkeer “(jan 2022)5 moeten stationaire emissies van wegverkeer berekent worden in situaties waarin voertuigen regelmatig stationair draaien maar geen onderdeel zijn van gewone verkeersbewegingen. Stilstaan voor stoplichten en in files vallen hier dus nadrukkelijk niet onder. Wat hier wel onder valt is stilstaan met draaiende motor op een bouwplaats of eigen terrein. Bijvoorbeeld 4 TNO 2021 R12305 AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van

NOx en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen 5 https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2022/03/202201-Rekeninstructie-stationaireemissies-wegverkeer.pdf A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 5

als tijdens het laden/lossen de motor draait, of tijdens het wachten op het vrijkomen van een losplaats. De rekeninstructie hanteert een tabel met emissiecijfers6 die is samengesteld op advies van experts van TNO. Hierbij is aangenomen dat de stationaire emissie van de standaard verkeersklassen die beschikbaar zijn in AERIUS (licht verkeer, middelzwaar-, zwaar vrachtverkeer en busverkeer) gelijk zijn aan de emissie van stagnerend stadsverkeer (snelheid van 12km/u) voor deze klassen. Tijdens het laden en lossen draaien de motoren van de vrachtwagens gedurende een lange tijd. De gemiddelde laad/lostijd per vracht is ingeschat op circa 10 minuten. 2.1.3. Rijdend verkeer tussen de openbare weg en de parkeerplaats. Tussen de openbare weg en de parkeerplaats (op de bouwplaats) kent het verkeer een lagere gemiddelde snelheid en meer stops per kilometer dan doorstromend verkeer. Om hiermee rekening te houden wordt uitgegaan van 100% stagnatie, waarmee de emissie (gram/km) overeenkomt met de emissiekentallen in gram/km voor ‘stagnerend stadsverkeer’ met een gemiddelde snelheid van 12 km/h. 2.2. Sloop- en bouwfase De verwachte inzet en dieselverbruik van mobiele werktuigen incl. transport tijdens het slopen en bouwen maken is weergegeven in de onderstaande tabel. type apparaat / (mobiel) werktuig Kraan op rups, 30 ton Dragline Heimachine Graafmachine Aanvullende kranen totaal

brandstof diesel diesel diesel diesel diesel

verm STAGEbouwogen klasse jaar [kW] 160 ≥2014 200 STAGE IV 56 ≥1999 450 STAGE I 80 ≥1999 450 STAGE I 640 ≥2014 160 STAGE IV 760 ≥2015 100 STAGE IV

draaiuren

brandstofverbruik (l) p/u totaal adblu 13,5 2160 130 50,8 2845 0 50,8 4064 0 16,0 10240 614 10,1 7676 461

totale emissie [kg] NOx NH3 12,3 0,5 85,6 0,0 122,3 0,0 58,7 2,5 45,0 1,8 324,0 4,9

Figuur 3 inzet mobiele werktuigen & transport op de bouwplaats

In totaal vinden er circa 680 vrachten plaats. Dit leidt tot 1360 ritten door zware motorvoertuigen. Daarnaast vinden er circa 2160 ritten plaats met busjes en auto’s (lichte motorvoertuigbewegingen). De emissie door stationair draaien van motorvoertuigen in het plangebied is weergegeven in de onderstaande tabel. stationair draaien / motorvoertuigen laden en lossen zware voertuigen

draaiuren 114

emissie [gram/uur]

totale emissie [kg]

NOx

NH3

NOx

85 0,916

9,69

NH3 0,10

Figuur 4 stationaire emissies motorvoertuigen bouwplaats

2.3. Periode aanlegfase Volgens de instructie dient bij tijdelijke emissies de totale emissie per jaar ingevoerd te worden: uitgaande van de aaneengesloten 12 maanden met de hoogste emissie. Bij projecten korter dan een jaar wordt de gehele projectemissie aan 1 jaar toegerekend. Naar verwachting zullen de sloop- en nieuwbouwwerkzaamheden in totaal circa 285 werkdagen duren. Worstcase zijn alle emissies aan 1 bouwjaar toegekend. 6 https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/2022/02/202201-Emissiefactoren-voor-de-

berekening-stationaire-emissie-wegverkeer.xlsx A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 6

3.

Emissies gebruiksfase

3.1. Wegverkeer De verkeersgeneratie bepaald met behulp van de publicatie 381 “Toekomstbestendig parkeren – Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie” van het CROW, december 2018, Ede”7 en “Statline – Gebieden in Nederland 2020” van het CBS. De verkeersaantrekkelijke werking is afhankelijk van de stedelijkheid van de gemeente, de ligging t.o.v. het centrum en het woningtype. De voorgenomen ontwikkeling ligt in de gemeente Amstelveen. Het CBS typeert deze gemeente als een ‘zeer sterk stedelijke gemeente’ .

Volgens de CROW onderverdeling qua locatie, kan de ligging van de ontwikkelingslocatie worden getypeerd als ‘rest bebouwde kom’. • De verkeersaantrekkende werking voor een appartement (koop, midden segment) op een dergelijke locatie is gemiddeld 5,5 voertuigbewegingen per etmaal. 57 appartementen genereren 313,5 motorvoertuigbewegingen per etmaal. • De verkeersaantrekkende werking voor een kinderdagverblijf op een dergelijke locatie is gemiddeld 30,8 voertuigbewegingen per 100 m2 bvo per etmaal. 1300 m2 bvo genereert 400,4 motorvoertuigbewegingen per etmaal. In de CROW publicatie is het volgende over vrachtverkeer opgenomen: “het vrachtverkeer naar en van woongebieden is doorgaans verwaarloosbaar, maar is wel in de cijfers verwerkt. Als gemiddelde kan worden gehanteerd: 0,02 vrachtautobewegingen per woning per werkdagetmaal”. Een werkdag kan naar een weekdag worden omgerekend door te delen met 1,11. Per weekdagetmaal zijn er dus 0,018 vrachtverkeerbewegingen per woning. voornamelijk middelzwaar vrachtverkeer. 103 woningen leiden per etmaal tot 1,0 voertuigbewegingen met een middelzwaar voertuig. Voor het kinderdagverblijf wordt uitgegaan van maximaal 1 levering met een vrachtwagen per 2 dagen (dus 1 voertuigbeweging met een zwaar voertuig per etmaal).

De totale verkeersgeneratie door het project is 716 motorvoertuigbewegingen per etmaal, waaronder 714 door lichte motorvoertuigen, 1 door een middelzwaar motorvoertuig en 1 door een zwaar motorvoertuig.

7 In relatie tot het berekende aantal parkeerplaatsen in het verkeersonderzoek is dit een

worstcase benadering van de verkeersgeneeratie. A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 7

3.2. Huishoudens Conform de Instructie staan de beschikbare emissiefactoren voor woningbouw in de factsheet “ruimtelijke-plannen-emissiefactoren”. NOx: De NOx emissie van verschillende typen woningen is afgeleid uit het gasgebruik voor verwarming, warm water en koken. De instructie geeft aan dat bij gasloze woningen kan meestal een emissiefactor van 0 gehanteerd worden. Nieuwbouwwoningen zoals deze worden standaard niet meer op het gasnet aangesloten en hebben dus in beginsel geen NOx-emissie meer. Er is uitgegaan van 0 kg NOx emissie. 3.3. Verwarming van de recreatieruimte Het kinderdagverblijf gaat verwarmd worden met een CV-ketel. In opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu heeft ECN energiekentallen bepaald voor 24 verschillende gebouwtypen binnen de dienstensector en enkele industriële sub-sectoren8. De keuze voor gebouwtypen en sub-sectoren is bepaald door de branches waarvoor erkende maatregelenlijsten zijn gemaakt in het kader van de intensivering van handhaving energiebesparingseisen uit de Wet Milieubeheer. De kentallen geven inzicht in het gas- en elektriciteitsverbruik per vierkante meter vloeroppervlak9. Op basis van de onderverdeling van ECN kan een kinderdagverblijf worden vergeleken in de categorie “06: onderwijs: basisschool”. De ongewogen gasintensiteit per m2 vloeroppervlak is 15 m3 per jaar. #

Branche en/of Gebouwtype rubriek

Tabblad resultaten kentallen gasverbruik

Tabblad resultaten kentallen elekverbruik

06

onderwijs

06_basis_gas

06_basis_elek

basisschool

Gasintensiteit m3/m2 15

Het kinderdagverblijf kent een oppervlakte van 1.300 m2. Het geschatte aardgasverbruik van deze uitbreiding komt hiermee op 19.500 m3 per jaar. Een stookinstallatie (CV-ketel) veroorzaakt enige mate van NOx-uitstoot. Op basis van het Activiteitenbesluit geldt dat het rookgas van een ketelinstallatie met een nominaal vermogen van 1 Megawatt of meer (geen grote stookinstallatie) aan de emissiegrenswaarde van 70 mg/Nm3 moet voldoen bij 3% zuurstof. Op basis van deze gestelde eis wordt er van uit gegaan dat de emissie per kubieke meter aardgas dus maximaal deze grenswaarde betreft. 1 m3 aardgas geeft een stoichiometrisch rookgasvolume van 7,7 Nm3 (droog). Bij een zuurstof overmaat van 3% wordt dit getal gecorrigeerd met 21/(21-3) = 1,16667. 1 m3 aardgas levert circa 9,0 Nm3 rookgas. De concentratie NOx bedraagt 70 mg/Nm3 (droog rookgas bij 3% zuurstof). Met bovenstaande gegevens kan de jaaremissie NOx van de CV ketel worden berekend: gasverbruik (in m3) * 9,0 * 70/1.000.000 = emissie NOx kg/jaar. 19.500 m3 aardgas per jaar leidt tot een NOx-emissie van 12,3 kg/jaar. 3.4. NH3 emissie Conform de instructie hoeft voor woningen binnen de sector wonen en werken geen NH3 emissie berekend te worden. Ook voor het kinderdagverblijf is hierbij aangesloten.

8 https://publicaties.ecn.nl/pdffetch.aspx?nr=ecn-e--15-068 9https://publicaties.ecn.nl/docs/Bijlage_ECN_rapportage_Ontwikkeling_Kentallen_E15068_2015-01-15.xlsx

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 8

4.

Aerius berekeningen

4.1. Uitgangspunten Met Aerius Calculator zijn de eerder genoemde emissiebronnen gemodelleerd. • Het projectgebied is gemodelleerd als oppervlaktebron. • Het stationair draaien van wegverkeer op de bouwplaats is gemodelleerd als vlak. Conform de rekeninstructie ‘Stationaire emissies wegverkeer’ is het stationair draaien van wegverkeer gemodelleerd onder de sector ‘Anders’. waarbij de emissie NOx en NH3 met de hand zijn ingevuld en de overige kenmerken op de default waarden blijven staan. • Het wegverkeer op de openbare weg is gemodelleerd als lijnbron. • De doorrekening van het verkeer en de verkeersstromen zijn bepaald conform de “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2021.1”, (versie 1 juni 2022) Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden, projecten met of zonder netwerkeffect. Infrastructurele projecten of projecten die ook aanpassingen aan de infrastructuur vereisen, leiden veelal tot netwerkeffecten, zoals het aanleggen of aanpassen van een weg (waarmee beoogt wordt de routering van het verkeer of de scheepvaart te bevorderen of te wijzigen) en projecten van zeer grote omvang, zoals woonwijken, grote industriecomplexen of nieuwe (lucht)havens.

• Voor (kleinere) projecten zonder netwerkeffecten, zoals het onderhavige, geldt dat het aan- en afvoerende verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld als wordt voldaan aan de onderstaande twee criteria genoemd 1. Het verkeer door het voornemen onderscheidt zich hier door zijn snelheid en rijen stopgedrag niet meer van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. 2. De verhouding tussen de hoeveelheid verkeer (per etmaal) dat door het voornemen wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. De Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State accepteert deze afbakening van ‘heersende verkeersbeeld” bij stikstofonderzoek voor dergelijke projecten 10. o Het projectgebied wordt ontsloten op de Haagbeuklaan en verkeer zal voornamelijk naar de van der Hooplaan rijden en hier in zuidelijke richting gaan. Als het aan- en afvoerende verkeer op de Van der Hooplaan rijdt, onderscheidt het zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg bevindt. Hier wordt voldaan aan het 1e criterium. o De verkeersintensiteit op de Haagbeuklaan is gering.

Op de Van der Hooplaan daarentegen rijden ter hoogte van de aansluiting met van der Hooplaan in zuidelijke richting gemiddeld 12.412 motorvoertuigbewegingen per etmaal11. De verkeersgeneratie in de aanlegfase en de gebruiksfase op de van der Hooplaan is verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Hier wordt voldaan aan het 2e criterium. Het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld als het op de Van der Hooplaan rijdt. Bij Er is worstcase uitgegaan van 100% stagnatie (zie 2.1.3).

10 https://www.raadvanstate.nl/uitspraken/@125393/201804031-4-r1/ 11 Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit, https://www.cimlk.nl/

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 9

4.2. Rekenjaar Uitgangspunt is dat de depositiebijdrage inzichtelijk wordt gemaakt voor het jaar waarvoor de depositie het hoogst is. Door de technologische ontwikkelingen en milieuregelgeving nemen de emissies van o.a. wegverkeer met de jaren af. • De verspreidingsberekeningen voor de realisatiefase zijn uitgevoerd voor 2023. Dit is het eerste jaar waarin de bouwactiviteiten kunnen plaats vinden. • De verspreidingsberekeningen voor de gebruiksfase zijn uitgevoerd voor 2024. Dit is het eerste jaar waarin bewoning kan plaats vinden.

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 10

4.3. Rekenresultaten aanlegfase Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator versie 2022.0.2 blijkt dat ten gevolge van het onderhavige project de depositietoename op stikstofgevoelige habitats of leefgebieden in Natura 2000-gebieden nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jr. Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd. Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator versie 2021 blijkt dat ten gevolge van het onderhavige project de depositietoename op verschillende reeds (bijna) overbelaste delen van stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura 2000-gebied “Meijendel & Berkheide“ hoger is maximaal 0,01 mol/ha/jr. Hierbij worden kritische depositiewaarden overschreden. Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd.

Figuur 5 rekenresultaten Aerius Calculator aanlegfase

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 11

4.4. Rekenresultaten gebruiksfase Uit de rekenresultaten met AERIUS Calculator versie 2022.0.2 blijkt dat ten gevolge van het onderhavige project de depositietoename op stikstofgevoelige habitats of leefgebieden in Natura 2000-gebieden nergens hoger is dan 0,00 mol/ha/jr.

Figuur 6 rekenresultaten Aerius (gebruiksfase)

Voor gedetailleerde informatie over invoer en rekenresultaten wordt verwezen naar de met AERIUS gegenereerde rapportage (PDF) die als separate bijlage bij dit memo is gevoegd.

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 12

5. Conclusies In opdracht van CAD 3 BV heeft Langelaar Milieuadvies onderzoek verricht naar de stikstofdepositie op nabijgelegen kwetsbare natuurgebieden ten gevolge van het voornemen om het bestaande kerkgebouw en de pastorie aan de Haagbeuklaan 1-3 te Amstelveen te verbouwen c.q. te vervangen door nieuwbouw. Het oostelijke deel van de kerk wordt verbouwd tot een verblijfsruimte met een maatschappelijke functie (circa 1.300 m2 kinderdagverblijf). Het westelijke deel van de kerk en de aangebouwde pastorie zullen geheel worden gesloopt, waarna een appartementencomplex met 57 wooneenheden en een halfverdiepte garage worden gerealiseerd. Uit het uitgevoerde onderzoek stikstofdepositie blijkt dat zowel de inzet van machines en transportbewegingen in de aanlegfase als verkeer en verwarming met een CV-ketel van het kinderdagverblijf in de gebruiksfase niet leidt tot een stikstofdepositietoename die groter is dan 0,00 mol/ha/jr op stikstofgevoelige habitats en leefgebieden in Natura2000-gebieden. Significant negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden door stikstof kunnen op voorhand worden uitgesloten. Er is geen vergunningplicht op grond van de Wet Natuurbescherming ten gevolge van stikstoftoename.

A Herman Broodstraat 127 |9403BM Assen | T 06-12 19 98 04 KvK 54.87.73.42 BTW-nr NL001387670B84 IBAN: NL73ASNB8821123588 E info@langelaarmilieuadvies.nl | I www.langelaarmilieuadvies.nl | 13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=3b5c31f3-26fb-47df-b38d-1260790813da