Bijlage 6 Bemalingsadvies Mr. G. Groen van Prinstererlaan 114
Tekst van het document
II Bij 8 mm maaivelddaling (of meer) is het gewenst een schadeprognose uit te voeren bij de gevoelige objecten. Bij 3
mm maaivelddaling (of meer) is het gewenst een (exterieur) vooropname uit te voeren bij gevoelige objecten.
Pagina 34/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Bijlage 1.6 – Analyse (GIS-kaarten) en effect op omgeving Effect Belendingen Bouwjaar belendingen (kadaster – Basisregistraties Adressen en Gebouwen)
Het effect van de bemaling op de belendingen is ingeschat met behulp van de SBR richtlijn (1). De schadecategorie is bepaald met behulp van de maaivelddaling berekeningen “prognose” en “extreem” en beoordeling effect op houten funderingsdelen. Schadecategorieën 1 tot en met 3 vallen nog onder de niet-voorzienbare schade en zijn dan ook verzekerbaar. Schadecategorie 4 valt onder voorzienbare schade is niet verzekerbaar. In de onderstaande tabel is per belending weergegeven in welk effect verwacht wordt door de bemaling. Pagina 35/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Bouwjaar
Verwachting (inschatting of op basis van archiefgegevens) funderingswijze
BK hout [m+NAP]
Droogstand [dagen]
Maaivelddaling [mm]
GebouwzakkingI [%]
Rotatie gebouwII
Burg. Haspelslaan 45-71
1986
beton stuit
geen
0
5~13
7%
<1:5000
G. Gr. Van Prinstererlaan 115-185
1962
beton stuit
geen
0
3~11
7%
<1:5000
Burg. Haspelslaan 45-71
1986
beton stuit
geen
0
1~6
7%
<1:5000
Kamerlingh Onnesstraat 1-85
1999
beton stuit
geen
0
1~10
7%
<1:5000
G. Gr. Van Prinstererlaan 187-257
1962
beton stuit
geen
0
1~5
7%
<1:5000
Burg. Haspelslaan 129
1963
hout opzetter stuit
-5.62
0
1~6
15%
<1:5000
Burg. Haspelslaan 131
1976
beton stuit
geen
0
0~4
7%
<1:5000
Burg. Haspelslaan 132160
1960
beton stuit
geen
0
1~9
7%
<1:5000
Prof. Lorentzlaan 2-30
1960
beton stuit
geen
0
0~5
7%
<1:5000
Burg. Haspelslaan 162182
1960
beton stuit
geen
0
1~6
7%
<1:5000
Prof. Lorentzlaan 1-19
1961
hout opzetter stuit
-5.62
0
1~5
15%
<1:5000
Prof. Lorentzlaan 32-50
1961
hout opzetter stuit
-5.62
0
0~4
15%
<1:5000
G. Doulaan 82-104
1955
beton stuit
geen
0
1~8
7%
<1:5000
A. van Ostadelaan 3458
1955
beton stuit
geen
0
0~4
7%
<1:5000
G. Doulaan 43-63
1955
op staal
geen
0
0~3
75%
<1:5000
G. Doulaan 42-52
1955
op staal
geen
0
0~4
75%
<1:5000
G. Doulaan 54-64
1955
op staal
geen
0
1~7
75%
<1:5000
G. Doulaan 76
1955
op staal
geen
0
1~10
75%
<1:5000
G. Doulaan 74
1955
op staal
geen
0
1~8
75%
<1:5000
G. Doulaan 72
1955
op staal
geen
0
1~7
75%
<1:5000
G. Doulaan 70
1955
op staal
geen
0
1~6
75%
<1:5000
G. Doulaan 68
1955
op staal
geen
0
1~6
75%
<1:5000
G. Doulaan 66
1955
op staal
geen
0
1~5
75%
<1:5000
Kamerlingh Onnesstraat 185-01 t/m/ 185-10
1962
op staal
geen
0
1~10
75%
<1:5000
Belendingen
In de onderstaande tabel is aangegeven welk effect verwacht wordt bij de belendingen. In kleuren is aangegeven of het effect op de belendingen acceptabel is in de huidige bouwpraktijk (volgens SBR273.98). De kleuren groen, geel en oranje zijn acceptabel in de tabel. Bij geel en oranje in de tabel is monitoring vereist zodat schade beheerst kan worden, bij groen is dit optioneel (wegens de lage kans). Bij rood of paars in de tabel is er sprake dat onaanvaardbare schade waarschijnlijk optreedt, in dit geval zijn aanvullende maatregelen noodzakelijk. Deze aanvullende maatregelen kunnen bestaan uit compenserende maatregelen (financieel of constructief versterken), aanpassing bouwwijze, etc.
I Het percentage dat het gebouw zakt ten opzichte van de verwachte maaivelddaling. Dit percentage is
afgeleid uit de SBR273.98 richtlijn. II Het zettingsverhang is bepaald ter plaats van het gebouw, deze is vermenigvuldigd met het gebouwzakking percentage om te bepalen hoeveel het gebouw zal roteren
Pagina 36/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
effect houten palen
schadeschadecategorie categorie prognose extreem
Vergunning/melding
Belendingen
aantal
Burg. Haspelslaan 45-71
1
G. Gr. Van Prinstererlaan 115-185
1
Burg. Haspelslaan 45-71
1
Kamerlingh Onnesstraat 1-85
1
G. Gr. Van Prinstererlaan 187-257
1
Burg. Haspelslaan 129
1
Burg. Haspelslaan 131
1
Burg. Haspelslaan 132-160
1
Prof. Lorentzlaan 2-30
1
Burg. Haspelslaan 162-182
6
Prof. Lorentzlaan 1-19
9
Prof. Lorentzlaan 32-50
9
G. Doulaan 82-104
1
A. van Ostadelaan 34-58
1
G. Doulaan 43-63
11
G. Doulaan 42-52
6
G. Doulaan 54-64
6
G. Doulaan 76
1
G. Doulaan 74
1
G. Doulaan 72
1
G. Doulaan 70
1
G. Doulaan 68
1
G. Doulaan 66
1
Kamerlingh Onnesstraat 185-01 t/m/ 185-10
10
geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect geen effect
archeologisch schadekans
constructieve schadekans
0~1
1
zeer geringe kans
geen
0
1
zeer geringe kans
geen
0
0
geen
geen
0
0~1
extreem geringe kans
geen
0
0
geen
geen
0
0~1
extreem geringe kans
geen
0
0
geen
geen
0
0~1
extreem geringe kans
geen
0
0
geen
geen
0
0
geen
geen
0
0~1
0
0~1
0
0~1
0
0
geen
geen
0~1
0~1
zeer geringe kans
geen
0~1
0~1
zeer geringe kans
extreem geringe kans extreem geringe kans extreem geringe kans
geen geen geen
geen extreem geringe kans extreem geringe kans extreem geringe kans extreem geringe kans extreem geringe kans
0~1
1~2
zeer geringe kans
1
1~2
geringe kans
1
1~2
geringe kans
0~1
1~2
zeer geringe kans
0~1
1~2
zeer geringe kans
0~1
0~1
zeer geringe kans
geen
0~1
0~1
zeer geringe kans
geen
1
1~2
geringe kans
extreem geringe kans
Pagina 37/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Effect grondwatergebruikers Grondwatergebruikers (GBO en landelijk grondwaterregister)
Pagina 38/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
WKO installaties (landelijk grondwaterregister)
Het effect op de grondwatergebruikers is ingeschat aan de hand van de verwachte verlaging van de grondwaterstand ter hoogte van het filtergebied van de grondwatergebruiker. Bij een WKO installatie is het thermisch verlies ingeschat met behulp van berekening verplaatsing grondwater. In de onderstaande tabel is per grondwatergebruiker weergegeven welk effect verwacht wordt. Bij capaciteits-/thermisch verlies groter dan 5% is het effect meetbaar. Grondwatergebruikers
Filtergebied [m+NAP]
SNS bank De Ruyschlaan
Thermische straal [m]
Verlaging [m]
Capaciteitsverlies [%]
-30~-50
0~0.6
0~5%
-30~-50
0~0.45
0~5%
Verplaatsing [m]
Thermisch verlies [%]
Pagina 39/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Grondwatergebruikers
Filtergebied [m+NAP]
Beneluxbaan
-30~-50
WKO95698
-50~-60
WKO55455
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Verplaatsing [m]
Thermisch verlies [%]
0~5%
1.7~4
2~5%
0~0.5
0~5%
2~4
3~6%
50
0~0.35
0%
1.3~2.9
2~4%
100
0
0%
0
0%
Thermische straal [m]
Verlaging [m]
Capaciteitsverlies [%]
0~0.2
0%
50
0~0.45
-50~-60
50
WKO78699
-50~-60
WKO89401
-150~-180
Pagina 40/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Mobiele verontreiniging Bodemverontreinigingen (bodemloket.nl)
Er is geen mobiele verontreinigingen binnen de reikwijdte gevonden. Er zijn geen negatieve effecten wat betreft dit onderwerp.
Pagina 41/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Natuur, landbouw, archeologie en/of oppervlaktewater Natura 2000 gebieden
Pagina 42/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Gewassen (basisregistratie percelen)
Pagina 43/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Vergunning/melding
Archeologie en rijksmonumenten
De natuur, landbouw, archeologie en oppervlaktewater zijn gevoelig voor een verlaging van de freatische grondwaterstand. Aan de hand van de verwachte grondwaterstandsverlaging is per object in de omgeving ingeschat of er sprake is van een schadekans. Een schadekans is aanwezig bij een verlaging welke groter is dan 0,05 m.
Pagina 44/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Vergunning/melding
Opgemerkt dat bij natuur en landbouw alleen schade verwacht wordt bij werkzaamheden in het groeiseizoen (periode maart tot en met november). De schade bij landbouw en natuur is bij een korte bemalingsperiode (<7 dagen) meestal verwaarloosbare groeischade. Bij langere freatische grondwaterstand verlagingen in het groeiseizoen kan gedacht worden aan ernstige gevolgen (zoals grote groeischade tot afsterven natuur/gewassen/dieren). In de onderstaande tabel is per object weergegeven welk effect verwacht wordt.
bodemweerstand oppervlakte [dagen] [m²]
prognose verlaging schadekans debiet freatisch [%] wegzijging [m] [m³/dag]
archeologie en natuur
categorie
polder
Archeologie
archeologie
ja
0
0%
Bomen rondom project
natuur
ja
0
0%
Park Montesorischool
natuur
ja
0
0%
Bomen vanaf 50 m afstand
natuur
ja
0
0%
Groen = schade onwaarschijnlijk, geen aanvullende stappen noodzakelijk; Geel = schade mogelijk, minimale monitoring gewenst; Oranje = schade waarschijnlijk, monitoring en plan maatregelen gereed; Rood/paars = schade zeer waarschijnlijk, monitoring, plan en compenserende maatregelen direct installeren/uitvoeren.
Pagina 45/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Spoor en waterkering Open street map (spoor)
Pagina 46/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Waterkeringen en gebieden bevoegd gezag
Aan de hand van Prorail (onderhoudsrichtlijn OHD00022-2) is bepaald wat de grenswaarde voor zakking is aan het spoor. Aan de hand van de legger en algemene hoogtekaart Nederland (AHN) is bepaald welk verschil zit tussen recente maaiveldhoogte en minimale kruinhoogte. In de onderstaande tabel is per object (spoor of waterkering) weergegeven welk effect verwacht wordt.
Pagina 47/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Grenswaarde zettingsverhang [1:…]
Maaivelddaling prognose [mm]
Zettingsverhang prognose [1:…]
Vergunning/melding
Overschrijdingskans grenswaarde
Norm
Grenswaarde zakking [mm]
A2036-001
Legger
33
0
0%
Beneluxbaan spoor
BW-Norm
18
0~1
0%
Handelsweg spoor
BW-Norm
60
0~1
0%
A9
Inschatting
5
Overige
1:1000
0
<1:5000
0%
Pagina 48/ 55
Inhoud
LOOTS 11810119B.1
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Bijlage 1.7 – Risicoanalyse project Dit project wordt beoordeeld op basis van de risico’s en gevoeligheid voor details (van uitvoering). Geconcludeerd is dat de moeilijkheidsgraad van dit project hoog is. Algemene toelichting
Lage moeilijkheidsgraad bemaling: de bemaling kan naar verwachting uitgevoerd worden door de meeste partijen; Gemiddelde moeilijkheidsgraad bemaling: uit het bemalingsplan moet blijken of de bemalingsaannemer de risico’s goed beheerst, indien dit het geval is dan is de kans op slagen goed. Hoge moeilijkheidsgraad bemaling: veel details kunnen het resultaat ernstig beïnvloeden. Uit onze ervaring is gebleken dat de kans op problemen hoog is (circa 50%), samenwerking en consensus tussen adviseur en bemalingsaannemer is noodzakelijk. De bemalingsaannemer en adviseur maken in overleg het definitief bemalingsadvies en –plan. Bij onvoldoende onderling vertrouwen zal de adviseur of de bemalingsaannemer genoodzaakt zijn zich terug te trekken. Indien de bemalingsaannemer verder gaat zal deze zelf het definitief bemalingsadvies en –plan op moeten (laten) stellen. Loots kan vervolgens wel een management rol spelen bij de beoordeling van risico’s van het plan van de aannemer (zodat duidelijke afspraken ten aanzien van de risicodrager gemaakt kunnen worden). Kwaliteitsborging
1. Bij een lage moeilijkheidsgraad geen aanvullende stappen, bij een gemiddelde tot hoge moeilijkheidsgraad is de eerste stap te laten beoordelen of de aanbieding en onderaannemer bemaling overeenkomt met het advies (zorg dat dit duidelijk is); 2. Bij een hoge moeilijkheidsgraad wordt de onderaannemer bemaling gevraagd 3 referenties (inclusief contactpersoon wordt hoger beoordeeld) te geven van een vergelijkbare bemaling.
Pagina 49/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Risicomanagement is een cyclisch proces dat gedurende een project regelmatig moet worden doorlopen. Projecten blijven in beweging, risico’s kunnen door de tijd worden ingehaald of zijn afgenomen. Nieuwe risico’s kunnen de kop opsteken. Risico’s zullen dan ook op regelmatige basis gemonitord en beheerst moeten worden. De onderstaande cyclus moet regelmatig doorlopen worden. Indien een vraag negatief beantwoord zijn de risico’s onbeheerst, dat wil zeggen schadekans van het project en/of de omgeving toeneemt. IIIIIIIVV
[8] de bemaling wordt gestuurd met grondwaterstand metingen en begeleid door ervaren persoon
[1] UitgangspuntI wijzigt of is fout. Uitgangspunten controleren door de betrokken partijen
nee
[7] op het moment dat bemaling uitvalt wordt deze storing direct gesignaleerd en op tijdIV opgelost
nee
[6] monitoring heeft acceptabele meetafwijking (<5% debiet en <0,05 m waterstand)
risico’s zijn onbeheerst
nee
[5] maatregelen bemaling en/of (dam)wandenII kunnen geplaatst worden conform plan
[2] bemalingsplan en uitvoering bemalingII is gelijk aan dit rapport. Bemaling wordt onderhoudenV
nee
[3] bodem wordt niet beschadigd (lek maken remmende lagenIII) door: bemaling plaatsen, sloop, lussen, palen maken, etc.
[4] ondergrondse onderdelen zullen niet opdrijven zodra bemaling uit gaat (controle evenwicht). Er is voldoende tijd voor onderdelen
Figuur 8 – controle cyclus risicomanagement, de 8 basiselementen voor een beheerste bemaling
I Bijvoorbeeld afmetingen wijzigen, nieuw grondonderzoek is beschikbaar, actuele grondwaterstand wijkt af, in de
omgeving een wijziging (nieuwe grondwateronttrekking, belending, etc.) II Bij alternatieve afwijkende uitvoeringswijze zijn risico’s onbeheerst. Een niet uitvoerbaar ontwerp zo snel mogelijk signaleren is belangrijk ter voorkoming van stagnatie (bijvoorbeeld door obstakels in de bodem). Bij bemalingsmaterieel van lagere kwaliteit extra reserve bronnen/pompen toepassen. III Remmende lagen zijn bijvoorbeeld klei, veen en/of leem IV De beschikbare tijd is ingeschat en per onderdeel samengevat in tabel 4.1A. De storing moet verholpen worden binnen deze tijd. Bijvoorbeeld een open bemaling faalt en er is 1,5 uur beschikbaar, dit betekent dat de storingsdienst binnen 25 km afstand aanwezig moet zijn (bij snelheid 50km/uur en 1 uur voor voorbereiding en afhandelen storing). V In het bemalingsplan en bij de uitvoering wordt onderhoud toegepast zodat de bemaling de gehele periode blijft functioneren en bijvoorbeeld niet zal verstoppen of teruglopen in capaciteit.
Pagina 50/ 55
Inhoud
LOOTS 11810119B.1
Project
Bodem
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Vergunning/melding
Indien de controle cyclus positief is, dan zijn de risico’s zoals verder bepaald in dit rapport van toepassing en kan worden gesteld dat de bemaling, monitoring en vervolgstappen nog steeds afgestemd zijn op de risico’s. Een risico = gevolg (A=100, B=50 en C=10) x kansI x aantal gevallen. De risico’s in dit hoofdstuk hebben als doel het inzichtelijk maken voor opdrachtgevers waarom monitoring en vervolgstappen aanbevolen worden. Elke vervolgstap en monitoring komt voort uit een risico en is dus doelmatig. In de onderstaande figuur is een toelichting gegeven voor de gevolg classificering, bij elk risico wordt ingeschat welke classificering het beste past.
G (gevolg) klasse A
• kosten nemen >10% toe of > € 100.000 • project vertraagd met meer dan 2 weken • het ontwerp moet aanzienlijk aangepast worden • kwaliteit wordt dermate beïnvloed dat klant moet instemmen
G (gevolg) klasse B
• kosten nemen 5~10% toe of > € 50.000 • project vertraagd met meer dan 1 week • ontwerp details aanpassen • kwaliteit wordt beperkt beïnvloed, er is geen effect op resultaten
G (gevolg) klasse C
• kosten nemen >0% toe of > € 0 • project vertraagd met meer dan 0 dagen • het ontwerp wijzigt nauwelijks • kwaliteit wordt nauwelijks beïnvloed
Figuur 9 –klasse A tot en met C, de gevolgen zijn rechts van de klasse beschreven in het grijze vlak. Het kan zijn dat een of meerdere gevolgen van toepassing zijn.
In de onderstaande tabel zijn de risico’s weergegeven (van hoog naar laag). Risicomanagement is gebaseerd op basis van richtlijnen en praktijkervaring Loots. Het doel van risicomanagement is duidelijkheid voor de opdrachtgever, in een tabel aangeven wat het belangrijkste is en welke maatregelen toe te passen om het beheersen.
Risico’s in onderstaande tabel moeten zo worden vertaald: risico>75=zeer hoog risico, risico>50=hoog risico, risico>25=matig risico en risico<25=laag risicoII tabel 5.4-A omschrijving risico
GII
kans
risico
door (bemaling gerelateerde) maaivelddaling ontstaat architectonische schade (schade aan uiterlijk gebouw) bij 63 belendingen (kans 5%).
B
5%
154
bouwputbodem barst op door verlies verticaal evenwicht
A
100%
100
geconcludeerd is dat de moeilijkheidsgraad van dit project hoog is. Als de bemaler onvoldoende aandacht en kennis besteed aan de uitvoering zijn risico's op grote schade
A
95%
95
maatregel een exterieur vooropname uitvoeren (ter voorkoming van discussie achteraf), bij panden met reeds scheuren in de gevel(s) ook interieur vooropname uitvoeren. Het meten van de stijghoogte (grondwaterstand) op de projectlocatie, hiermee de spanningsbemaling sturen. Daarnaast voldoende reservepompen/-energie voor storing op te vangen. Mos Grondwatertechniek heeft 3 vergelijkbare projecten in Amstelveen met goed resultaat uitgevoerd. Deze partij zal dezelfde werkwijze en details toepassen bij dit project
I De kans dat een gevolg zal optreden is bepaald door meerdere berekeningen uit te voeren per risico (bijvoorbeeld
debiet uitrekenen bij hoge + lage doorlatendheid en hoge + lage grondwaterstand). Een hoge grondwaterstand (2,5% kans op voorkomen) x een hoge doorlatendheid (2,5% kans van voorkomen) resulteert bijvoorbeeld in een hoog debiet (waarvan de kans dat deze optreedt kleiner is dan 1% (2,5% x 2,5%). Zo zijn ook voor omgevingsobjecten beoordeeld welk effect zal optreden bij hoge, gemiddelde en lage grondwaterstand. II G= gevolg klasse
Pagina 51/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Vergunning/melding
omschrijving risico door (bemaling gerelateerde) maaivelddaling ontstaat architectonische schade (schade aan uiterlijk gebouw) bij een belending (kans 96%). door vaste delen in het lozingswater ontstaat een verstopping in het watersysteem bij het lozingspunt
het water verkleurd bij lozingspunt (door ijzer), hierdoor ontstaat schade aan het milieu
door obstakels in de bodem kan bemaling niet tot de noodzakelijke diepte worden geplaatst, hierdoor ontstaat vertraging of de bemaling moet aangepast worden door gelijktijdig grondwater onttrekken door een derde grondwatergebruiker in de omgeving is er een cumulatief effect waardoor de grondwaterstand meer zakt en omgevingsbeïnvloeding groter wordt door (bemaling gerelateerde) maaivelddaling ontstaat constructieve schade (effect stabiliteit) bij 20 belendingen door (bemaling gerelateerde) maaivelddaling ontstaat constructieve schade (effect stabiliteit) bij een belending het debiet of de grondwaterstandverlaging is (aanzienlijk) meer dan verwacht. Hierdoor moet de bemaling aangepast worden en/of is er (mogelijk) meer omgevingsbeïnvloeding
GII
kans
risico
maatregel
B
96%
48
een exterieur vooropname uitvoeren (ter voorkoming van discussie achteraf), bij panden met reeds scheuren in de gevel(s) ook interieur vooropname uitvoeren.
B
95%
48
het toepassen van een zandvanger voor het lozingspunt
B
50%
25
het bepalen van ijzergehalte in grondwater voor de start van werkzaamheden en tijdens werkzaamheden de kleur bij het lozingspunt visueel beoordelen en registreren (foto). Bij verkleuring en lage debieten (<5 m³/uur) is de oplossing (tijdelijk) lozen op vuilwaterriool. Bij hogere debieten zal maatwerk (ontijzering) noodzakelijk zijn.
B
50%
25
onderzoek naar obstakels, proberen obstakels te verwijderen/verleggen, proces/locatie plaatsen bemaling aanpassen, eventuele vertraging incalculeren
C
100%
10
tussen de grondwateronttrekkingen de grondwaterstand meten met als doel het cumulatief effect beoordelen tijdens het project. Eventueel (indien mogelijk) afspraken maken met grondwatergebruiker.
A
0,1%
2
een interieur + exterieur vooropname uitvoeren
A
2%
2
een interieur + exterieur vooropname uitvoeren
A
2%
2
geen maatregelen niet noodzakelijk wegens lage kans.
een schadelijke stof (volgens BLBI) wordt in een te hoge concentratie geloosd in lozingspunt(en), hierdoor ontstaat schade aan het milieu
A
1%
1
bevoegd gezag heeft geen toestemming kunnen geven voor de startdatum bemaling, hierdoor vertraagd het project.
A
1%
1
bij infrastructuur (snelweg) ontstaat maaivelddaling met als gevolg schade
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Geen risico, hierdoor geen maatregelen noodzakelijk
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Geen risico, hierdoor geen maatregelen noodzakelijk
n.v.t.
n.v.t.
n.v.t.
Geen risico, hierdoor geen maatregelen noodzakelijk
er is maaivelddaling ter plaatse van een waterkering, bij teveel zakking ontstaat overstromingsgevaar er is maaivelddaling ter plaatse van een spoorbaan, bij teveel zakking ontstaat ontsporingsgevaar
altijd opletten (stank/verkleuring) en bij twijfel direct actie ondernemen. Wanneer het water (mogelijk) niet voldoet aan de BLBI norm, dan overleg met geohydroloog over toe te passen maatregelen. tenminste 12~18 weken voor start bemaling de grondwateronttrekking en lozing van grondwater aanvragen, bij voorkeur in overleg met bevoegd gezag (in verband met eventuele drukte)
Pagina 52/ 55
Inhoud
LOOTS 11810119B.1
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Bijlage 2 – Gegevens lozingsroute (grondwaterkwaliteit) De hoeveelheid chloride, ijzer en zeer fijne delen (silt) mag niet te hoog zijn bij een lozing van grondwater. De fijne delen (silt) moeten door bronconstructie en zandvanger afgevangen worden. In de onderstaande tabel is de verwachte hoeveelheid ijzer en chloride in het grondwater weergegeven.
chlorideI (Cl) en ijzer (Fe) [mg/L]
Cl WVL 1
Fe WVL 1
Cl WVL 2
Fe WVL 2
Cl WVL 3
Fe WVL 3
Alle onderdelen
150~250
?
525~900
7?II
750~1250
?
De hoeveelheid chloride is afgeleid met behulp van het grondwatermodel + het brak-zout en zoet-brak grensvlak (Deltares digitale atlas natuurlijk kapitaal); De hoeveelheid ijzer (indien bekend) wordt afgeleid uit milieukundig bodemonderzoek, dinoloket (archief) gegevens in de omgeving en/of TNO NITG02-166A onderzoek. Grondwaterkwaliteit in relatie tot BLBI Stoffen in het grondwater op de projectlocatie zijn vergeleken met Besluit Lozen Buiten Inrichtingen (BLBI), in de onderstaande tabel staan de stoffen welke hoger zijn dan eis (tabel 3.1B van de eis) in BLBI. Bij “geen” zijn er geen grondwaterverontreinigingen gevonden. BLBI stoffenIII [µg/L]
Alle onderdelen
WVL 1
WVL 2
onopgeloste bestanddelen (100/20)
onopgeloste bestanddelen (100/20) ijzer (7?/5)
Grondwaterkwaliteit is ingeschat op basis van enkele steekmonsters en/of visuele waarnemingen (indien opdrachtgever een milieukundig bodemonderzoek heeft aangeleverd bij Loots). In de praktijk kunnen afwijkingen optreden. Bij een vermoeden (aanwezigheid grondwaterverontreiniging) tijdens de uitvoering moet dit direct gesignaleerd worden. Het grondwater wordt geloosd in het oppervlaktewater/riool. Het uitgangspunt is dat het water bij het lozingspunt (oppervlaktewater of hemelwaterriool)niet zal bruinkleuren en dat er geen visuele verontreiniging plaatsvindt.
I Bij dikke watervoerende lagen zal de chlorideconcentratie lager zijn en langzaam toenemen. De reductie is ingeschat
en tussen haakjes in procenten weergegeven II Ijzergehalte is niet bekend, dit kan liggen tussen 2 en 30 mg/L. In tabellen is 7 vermeld, maar hou rekening met de bandbreedte! III Achter elke stof staat tussen haakjes twee waarden. De linker waarde is de waargenomen concentratie van de stof, de rechter waarde is de eis welke overgenomen is uit BLBI (tabel 3.1B in het besluit)
Pagina 53/ 55
Inhoud
LOOTS 11810119B.1
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Analyse chloride en ijzer In de onderstaande tabel is per onderdeel chloride en ijzer in grondwater weergegeven. Een concentratie chloride hoger dan 1000 mg/L (grens zoet-brak) wordt beschouwd als onacceptabel om te lozen in een zoetwater lichaam. Een concentratie ijzer hoger dan 5 mg/L wordt beschouwd als risicovol (in relatie tot verkleuring) om te lozen in een zoetwater lichaam. concentratie chloride (zout) en ijzer
Prognose chloride start
Prognose chloride eind
ijzer hoger dan 5 mg/L
fase 1 (ontgraving)
150~250
150~250
?
fase 2 (poeren)
534~891
534~891
ja
fase 3 (vloer)
533~888
533~888
ja
fase 4 (afbouw kelder)
531~885
531~885
ja
Analyse BLBI (besluit lozen buiten inrichtingen) In de onderstaande tabel is per onderdeel weergegeven welke stoffen de emissienorm (besluit lozen buiten inrichtingen) overschrijden in het grondwater.
BLBI stoffen prognose
Stof (prognose/norm) [µg/L]
fase 1 (ontgraving)
geen overschrijding gevonden
fase 2 (poeren)
onopgeloste bestanddelen (0/20) ijzer (7?/5)
fase 3 (vloer)
onopgeloste bestanddelen (0/20) ijzer (7?/5)
fase 4 (afbouw kelder)
onopgeloste bestanddelen (0/20) ijzer (7?/5)
De resultaten in dit hoofdstuk zijn indicatief, grondwaterkwaliteit monstername is altijd een steekproef (volume watermonster is klein ten opzichte van volume bemaling). Over het algemeen betekent dit dat concentraties in het lozingswater meestal (aanzienlijk) lager zijn dan de extremen in het milieukundig onderzoek. Soms is er een “niet gevonden grondwaterverontreiniging” welke in de bemaling komt, de omvang van een “niet gevonden grondwaterverontreiniging” is klein (anders was deze wel gevonden). De kans is gering dat de emissienorm hoger is dan de prognose, echter de kans is niet nihil. Tijdens uitvoering moet bij twijfel (stank of visuele verontreiniging bij lozingspunt) direct actie worden ondernomen.
Pagina 54/ 55
LOOTS 11810119B.1
Inhoud
Project
Bodem
Vergunning/melding
Omgeving
Opbarsten
Debiet
Bemalingssysteem
Risico’s
Monitoring
Vervolg
Specialisten
Bijlage 3 – Grondonderzoeken
Pagina 55/ 55