Bijlage 5 Geohydrologisch onderzoek Mr. G. Groen van Prinstererlaan 114
Tekst van het document
datum
08 december
2020 opdrachtgever
Geohydrologisch onderzoek
Mos Grondwatertechniek
Groen van Prinstererlaan te Amstelveen
B. Bakker Haarlemmerstraatweg 149B 1165MK Halfweg
status:
definitief
versie:
1
adviseur ing. E.J. (Erik) Loots erik@lootsgwt.com Loots Grondwatertechniek www.lootsgwt.com
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Inhoudsopgave 1
Inleiding………………………………………………………………………………………………………… 3
2
Uitgangspunten…………………………………………………………………………………………………… 4
2.1 2.2 2.3 2.4
Ondergronds object bestaand en nieuw…………………………………………………………………………………… 4 Bodemopbouw……………………………………………………………………………………………………………… 5 Waterhuishouding eigenschappen…………………………………………………………………………………………… 6 Hemelwater eigenschappen………………………………………………………………………………………………… 7
3
Berekeningsresultaten…………………………………………………………………………………………… 9
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
Barrière bestaand versus nieuw……………………………………………………………………………………………… 9 Hemelwater bestaand versus nieuw………………………………………………………………………………………… 9 Grondwaterstroming en -verhang…………………………………………………………………………… 10 Drukverlies gaten in achterblijvende damwand……………………………………………………… 11 Oplosrichtingen grondwaterstroming………………………………………………………………………………………… 13
4
Conclusie en aanbevelingen……………………………………………………………………………………… 14
4.1 4.2 4.3 4.4
Conclusie (geo)hydrologisch ontwerp………………………………………………………………………………………… 14 Conclusie monitoring………………………………………………………………………………………………………… 15 Aanbevelingen……………………………………………………………………………………………………………… 16 Vervolgstappen……………………………………………………………………………………………………………… 16
Gebruikte literatuur en bronnen………………………………………………………………………………………… 17 Bijlage 1 - Tekeningen + voorbeeld oplossingen Bijlage 2 - Bodemonderzoeken en -parameters Bijlage 3 - Grondwaterparameters Bijlage 4 - Berekening debiet Bijlage 5 - Berekening gaten in damwand Bijlage 6 - Berekening doorlatendheid grondverbetering
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 2
.
11810119B.2
1
geohydrologisch onderzoek
Inleiding
Bij het project "Groen van Prinstererlaan te Amstelveen" worden ondergrondse objecten aangelegd. De opdrachtgever wenst duidelijkheid op het gebied van hemel- en grondwater. De opdrachtgever wilt weten welke maatregelen noodzakelijk zijn om verslechtering van de waterhuishouding te voorkomen. De opdrachtgever wenst een grondwaterneutraal ontwerp. Helderheid op deze punten is van belang, de opdrachtgever wenst een verantwoorde beslissing te nemen over de aanleg van een ondergrondse constructie. Doel van geohydrologisch onderzoek Het hoofddoel is het bepalen van een geohydrologisch ontwerp welke voldoet aan grondwaterneutraal bouwen. Bij een grondwaterneutraal ontwerp kan hemel- en grondwater in de nieuwe situatie met hetzelfde gemak als in de bestaande situatie (dus niet meer weerstand) afstromen. Daarnaast worden de volgende vragen beantwoord: 1. Welke grondwaterstroming is er in de omgeving (verschillen polderpeil)? [hoofdstuk 2.3] 2. Welke grondwaterstroming ontstaat er door hemelwater? [hoofdstuk 3.2] 3. Welk effect heeft grondwaterstroming op de grondwaterstand? [hoofdstuk 3.3] Zijn gaten in damwanden noodzakelijk, zoja welk effect hebben gaten in damwanden? 4. [hoofdstuk 3.4] Is een grondverbetering noodzakelijk, zoja welke doorlatendheid moet de grondverbetering 5. hebben? [hoofdstuk 3.5] 6.
Zijn maatregelen voor hemelwater op te vangen noodzakelijk om te voldoen aan de Rainproof? 7. Welke vervolgstappen moeten verder worden genomen? Leeswijzer In de hoofdtekst van dit rapport zijn berekeningen, vaktermen en parameters waar mogelijk niet opgenomen, dit zodat de leesbaarheid van het rapport verhoogd wordt. De specialistische gegevens zijn opgenomen in bijlagen 2 tot en met 6. Algemene voorwaarden Op alle, door Loots Grondwatertechniek uitgebrachte adviezen en berekeningen, is de DNR2011 van toepassing. Loots Grondwatertechniek staat niet in voor de juistheid en/of volledigheid van de door derden verstrekte informatie en gegevens. © Copyright Loots Grondwatertechniek - Niets uit dit drukwerk mag worden verveelvoudigd, gecommuniceerd, aangepast, opgeslagen in een geautomatiseerd gegevensbestand en/of openbaar gemaakt, in enige vorm op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, microfilm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Loots Grondwatertechniek, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd. De rekenwaarden zijn uitsluitend voor berekening van grond-/hemelwaterstroming en worden geenszins met het oog op enig specifiek gebruik ter beschikking gesteld.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 3
.
11810119B.2
2
geohydrologisch onderzoek
Uitgangspunten
De uitgangspunten van het project zijn de basis. Bij een foutieve basis is het resultaat slecht. De uitgangspunten controleren is belangrijk, dit omdat parameters regelmatig wijzigen in een normaal ontwerpproces.
2.1 Ondergronds object bestaand en nieuw In figuur 1 (onder) is het ondergronds object schematisch weergegeven. Naast het object bevindt zich de grenzen van het perceel van de opdrachtgever. Bij elk project worden in de bestaande en nieuwe situatie deze afmetingen bepaald. In tabel 2.1 zijn de resultaten samengevat. In figuren 2 en 3 wordt de bestaande en nieuwe situatie naast elkaar visueel weergegeven (doorsnede). In bijlage 1 zijn de tekeningen bijgevoegd. figuur 1 - schets maatvoering ondergronds object tabel 2.1 situatie omschrijving lengte barrière totaal [m] ruimte lengte (A+B) [m] breedte barrière totaal [m] ruimte breedte (A+B) [m] onderkant barrière [m+NAP] onderkant damwanden [m+NAP]
bestaand kruipruimte 53 27 27 53 -4,9 geen
figuur 2 - bestaand (permanente damwanden rood)
status: definitief | versie: 1
nieuw kelder 60 20 66 14 -8,5 -18
figuur 3 - nieuw (permanente damwanden rood)
LOOTS | 4
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
In de rechter figuur 4 zijn er drie verschillende situaties geschetst. Situatie A betreft een pand waar alleen bebouwing of openbare ruimte rondom de perceelsgrens aanwezig is. Bij situatie B is er een tuin aanwezig, de tuin is omgeven door bebouwing. Bij situatie C is er een tuin aanwezig, de tuin grenst (voor een deel) aan openbare ruimte. figuur 4 - situatie project
Het project komt overeen met situatie C. Geconcludeerd wordt dat een groot deel van het hemelwater uit tuinen via de bodem van de projectlocatie afgevoerd wordt. Het grond-/hemelwater stroomt het makkelijkste langs de bebouwing naar de openbare ruimte.
2.2 Bodemopbouw In figuur 4 is een schematisering van de bodem weergegeven. De doorlatendheid van de bodem is niet onderzocht, daarom is een bandbreedte aangehouden van 6 tot 14 m/dag. Dit resulteert in een transmissiviteit (kD) van 9 tot 21 m²/dag. In bijlage 2 kan meer informatie over de bodemopbouw worden gevonden.
GRAFIEK: doorsnede bodem S01
S02
S03
S04
S05
S06
S07
S08
S09
S10
diepte [m+NAP]
-4 -5 -6 -7 -8 -9
zand, matig fijn, zwak silthoudend, los
veen, hollandveen
klei, zwak zandig, slap
klei, sterk zandig
klei, zwak zandig
figuur 4 - schematisering bodem
Bandbreedte toelichting Een bandbreedte van de geohydrologische bodemeigenschappen hanteren is gewenst wegens variaties in de praktijk. De berekeningen en conclusies gaan uit dat de doorlatendheid van de bodem niet exact is maar ligt tussen de aangegeven bandbreedte. Het voordeel is dat de praktijk zeer waarschijnlijk binnen de bandbreedte valt, terwijl bij een enkele exacte waarde de praktijk zeer waarschijnlijk afwijkt.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 5
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
2.3 Waterhuishouding eigenschappen De projectlocatie is gelegen tussen oppervlaktewater met een waterpeil van NAP -5,27 m. Geconcludeerd wordt dat in het gebied een belangrijke grondwaterstroming aanwezig is door de waterhuishouding (waterpeil verschil en/of grote afstand tussen ontwateringsmiddelen). Grondwaterstand In figuur 5 is het resultaat van de grondwaterstand analyse in de omgeving weergegeven. Op basis van langdurige grondwaterstand metingen is de gemiddelde grondwaterstand en grondwaterstand fluctuatie weergegeven. Het grondwater stroomt overwegend richting het westen. Het grondwater in de omgeving stroomt parallel ten opzichte van (de lengterichting van) het gebouw.
figuur 5 - grondwaterstanden t.o.v. NAP [m] (boven driehoek=peilbuis naam, onder driehoek=gemiddelde grondwaterstand, links driehoek=maatgevend hoge grondwaterstand, rechts driehoek=maatgevende lage grondwaterstand)
In tabel 2.3A is de weergegeven welke grondwaterstand op de projectlocatie (ongeveer) verwacht wordt op basis van interpolatie op basis van de afstand tussen de projectlocatie en de meetpunten. tabel 2.3A grondwaterstand [m+NAP] naam peilbuis en verhouding % maatgevend hoog gemiddeld maatgevend laag
stroming van… B25D3564 -4,53 -4,71 -4,89
stroming naar… polder -5,27 -5,27 -5,27
projectlocatie 38%/ 62% -4,99 -5,05 -5,12
Uit de waterhuishouding analyse blijkt een grondwaterstroming rond de projectlocatie richting (van/naar) de openbare ruimte. Er is sprake van een bovengemiddelde grondwaterstroming doordat het maaiveld rondom de projectlocatie voor een deel niet afgekoppeld is (op riool) en/of er is sprake van verschillende polderpeilen rondom de projectlocatie. Geconcludeerd wordt een belangrijke grondwaterstroming richting (van/naar) de openbare ruimte, rekening houden met grondwaterstroming uit de omgeving is noodzakelijk voor een grondwaterneutraal ontwerp.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 6
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
In tabel 2.3B is het verhang tussen peilbuizen en het debiet (door projectlocatie) weergegeven. De berekening van het debiet is opgenomen in bijlage 4. tabel 2.3B grondwaterstand [m+NAP] en stroming januari februari maart april mei juni juli augustus september oktober november december
stroming van… -4,68 -4,73 -4,62 -4,65 -4,70 -4,77 -4,75 -4,84 -4,71 -4,72 -4,74 -4,66
stroming naar… -5,27 -5,27 -5,27 -5,27 -5,27 -5,27 -5,27 -5,27 -5,27 -5,27 -5,27 -5,27
verhang 0,0009 0,0008 0,0010 0,0010 0,0009 0,0008 0,0008 0,0007 0,0009 0,0008 0,0008 0,0009
debiet [m³/dag] 0,193~0,482 0,177~0,44 0,211~0,527 0,204~0,509 0,186~0,463 0,164~0,408 0,171~0,426 0,142~0,353 0,183~0,456 0,181~0,45 0,172~0,429 0,201~0,501
2.4 Hemelwater eigenschappen Hemelwater heeft een effect op de grondwaterstroming. Hemelwater welke in de bodem wegzakt (wordt grondwateraanvulling) en zal vervolgens afstromen naar oppervlaktewater of drainage. De afwerking van het oppervlakte (groen, gerioleerd of verhard) heeft invloed op de hoeveelheid hemelwater welke in de bodem wegzakt. In tabel 2.4A is weergegeven welke hoeveelheid neerslag en verdamping (op basis van statistieken KNMI) van toepassing is per maand. De hoeveelheid grondwateraanvulling wordt berekend door neerslag te verminderen met de verdamping. Tabel 2.4A hemelwater [mm]
neerslag gemiddeld
verdamping groen
straat: verdamping+riolering 54,9
tuin met verharding verdamping 2,4
januari
75
7,2
februari
59
13,5
54,8
4,5
maart
74
28,8
61,4
9,6
april
45
58
48,9
17,4
mei
65
84
70,7
25,2
juni
68
90
74,6
27 28,5
juli
84
95
87,3
augustus
77
76
77,9
24
september
81
44,1
71,4
14,7
oktober
89
24,3
0,4
8,1
november
86
9,9
63,5
3,3
december SOM
84 887
5,4 536,2
60,6 726,4
1,8 166,5
350,8
160,6
720,5
grondwateraanvulling
Geconcludeerd wordt dat bij verharding zonder riolering de grootste hoeveelheid hemelwater in de bodem komt. Vaak is dit ook in combinatie met wateroverlast (doordat hemelwater niet snel door verharding kan zakken). Daarna volgt een groen oppervlakte (gras, bomen, etc.) waarbij ongeveer 50% minder hemelwater in de bodem zakt, dit komt met name doordat in het groeiseizoen veel water door groen opgenomen wordt. Tot slot zakt er bij een verhard oppervlakte met riolering het minste hemelwater in de bodem, dit is bijna 80% minder dan bij een gerioleerd oppervlaktewater. Tot slot bebouwing (dak met regengoten) zal resulteren in 0 mm/jaar grondwateraanvulling (dit doordat het direct op riool af zal voeren).
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 7
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Afvoer van regen Ten aanzien toename verhard oppervlakte zijn maatregelen gewenst. Geconcludeerd wordt dat er meer regenwater op verharding zal vallen. Er wordt aanvullend 900 m² verhard oppervlakte aangesloten op het riool of opperlvlaktewater. Bij aansluiting op riool is een waterberging van minimaal 54 m³ is noodzakelijk. Deze waterberging moet vertraagd geleegd worden in het riool (2,5 mm/uur = 2250 liter/uur). In tabel 2.4B zijn de eigenschappen van hemelwater weergegeven. Tabel 2.4B bestaand
nieuw
(dak)oppervlakte direct op riool aangesloten [m²]
3100
3100
tuinoppervlakte project [m²]
3300,0
2400,0
groen [%] tuin
50%
50%
uitbouw oppervlakte vertraagd op riool [m²]
0
900
uitbouw berging [m³] (rainproof 60 mm in 1 uur)
0
54,00
rainproof uitbouw afvoer op riool [mm/uur]
0
2,5
eigenschappen hemelwater
tijdsduur [uren] leegloop berging grondwateraanvulling tuin [mm/jaar] inclusief (mogelijk) tuinoppervlakte derden [m²]
status: definitief | versie: 1
0
24
535,65
535,65
0
0
LOOTS | 8
.
11810119B.2
3
geohydrologisch onderzoek
Berekeningsresultaten
3.1 Barrière bestaand versus nieuw In de onderstaande grafiek is met kleur aangegeven welk percentage van de watervoerende laag aanwezig is in de bestaande en in de nieuwe situatie. In de nieuwe situatie is er ten opzichte van de bestaande situatie een afname van de watervoerende laag. Geconcludeerd wordt dat de bodem onder de bebouwing een gereduceerde doorstroomcapaciteit zal hebben wanneer er geen maatregelen getroffen worden.
ruimte langs constructie
ruimte onder constructie
ruimte totaal 0%
20% nieuw
40%
60%
80%
100%
bestaand
3.2 Hemelwater bestaand versus nieuw Er is een tuin aanwezig in de bestaande situatie. Er is sprake van een uitbouw, het oppervlakte van de tuin wordt daardoor kleiner. Het hemelwater welke op de uitbouw valt zal vertraagd op het riool afgevoerd moeten worden (dit zodat de grondwateraanvulling gelijk blijft in de tuin). Hemelwater welke in de tuin valt (of in nabijgelegen tuinen) wordt afgevoerd via de bodem van de projectlocatie. Geconcludeerd wordt dat hemelwater een rol speelt bij de barrièrewerking beschouwing. Tabel 3.2 bestaand
nieuw
januari
0
0
februari
0
0
maart
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
0 0
Hoeveelheid hemelwater [m³/dag]
april mei juni juli augustus september oktober november december
Hemelwater kan direct naar openbare ruimte afstromen, dit doordat de tuin grenst aan openbare ruimte (met afwateringsmiddelen). Het debiet door hemelwater telt hierdoor niet mee.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 9
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
3.3 Grondwaterstroming en -verhang Op de projectlocatie is er sprake van tuin(en), hemelwater wordt grotendeels (tot lokaal geheel) afgevoerd door de bodem. In hoofdstuk 2.3 is gekeken naar de waterhuishouding in de omgeving, geconcludeerd wordt een belangrijke grondwaterstroming rondom de projectlocatie, rekening houden met grondwaterstroming is noodzakelijk voor een grondwaterneutraal ontwerp. Het realiseren van een barrière kan dus een belemmering zijn ten aanzien van grondwaterstroming en afvoer hemelwater nabij projectlocatie. In tabel 3.3 is het totale debiet weergegeven (berekening is opgenomen in bijlage 4), het model kan vervolgens het maatgevend verhang uitrekenen. Het verhang moet in de nieuwe situatie gelijk blijven (geen verslechtering). tabel 3.3 Grondwaterstroming- en verhang stromingsrichting
debiet omgeving [m³/dag] westen
debiet hemelwater [m³/dag]
debiet totaal [m³/dag]
januari februari
0,193~0,482
0
0,193~0,482
1:1100 ~ 1:1100
0,177~0,44
0
0,177~0,44
1:1205 ~ 1:1205
maart
0,211~0,527
0
0,211~0,527
1:1007 ~ 1:1007
april
0,204~0,509
0
0,204~0,509
1:1041 ~ 1:1041
mei
0,186~0,463
0
0,186~0,463
1:1147 ~ 1:1147
juni
0,164~0,408
0
0,164~0,408
1:1301 ~ 1:1301
juli
0,171~0,426
0
0,171~0,426
1:1245 ~ 1:1245
augustus
0,142~0,353
0
0,142~0,353
1:1504 ~ 1:1504
september
0,183~0,456
0
0,183~0,456
1:1162 ~ 1:1162
oktober
0,181~0,45
0
0,181~0,45
1:1178 ~ 1:1178
november
0,172~0,429
0
0,172~0,429
1:1237 ~ 1:1237
december
0,201~0,501
0
0,201~0,501
1:1059 ~ 1:1059
verhang
De grondwaterstroming is overwegend van de openbare ruimte richting de achtergevel.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 10
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
3.4 Drukverlies gaten in achterblijvende damwand In figuur 6 is het principe uitgewerkt waarbij damwanden geperforeerd worden. Drukverlies door gaten in damwanden treedt op drie locaties op. Ten eerste drukverlies cannelure (verticale stroming). Ten tweede drukverlies stroming door gat. Tot slot drukverlies bij overgang vanuit "opvulling gat" naar de bestaande bodem buiten de barrière. Het effect van de gaten wordt bepaald door de verhouding debiet, k-waarde en verhang ter plaatse van de gaten te modelleren in een detail grondwatermodel. Het grondwatermodel wordt uitgevoerd met een gereduceerde (op basis van detail model) k-waarde ter plaatse van de gaten, uiteindelijk kan dan de doorlatendheid van de grondverbetering (in gaten, cannelures en onder kelder) bepaald.
figuur 6 - principe gaten in damwand
Doordat de tuin (voor een deel) grenst aan openbare ruimte is het mogelijk om grondwater langs de buitenzijde van de damwanden te laten afstromen via een grindkoffer. Het boren van gaten in achterblijvende damwanden is dus niet noodzakelijk. In tabel 3.4 zijn de parameters gaten in damwand weergegeven. Uit het detail grondwatermodel blijkt dat de drukverlies door de gaten totaal 95% van de gehele weerstand betreft. De lengte van de kelder in het totaal grondwatermodel is 60 m, de damwanden en gaten zijn in het model 0,5 m dik gemodelleerd. Het verhang ter plaatse van de gaten is een factor 1094 meer steil. Dit betekent dat de k-waarde in het model een factor 1094 kleiner moet zijn ter plaatse van de damwanden en gaten voor een correcte inschatting van de doorlatendheid grondverbetering.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 11
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
tabel 3.4 rekenparameters gaten in damwand
eenheid
rekenwaarde
diameter gat (D)
[m]
0,1
diameter gat inclusief verlies
[m]
0,05
lengte gat (Lg)
[m]
0,5
[m+NAP]
-5,22
aanleghoogte gat (centrum) doorstroomhoogte cannelure (Hc)
[m]
3,28
damwandprofiel
[-]
PAL3030
oppervlakte cannelure
[m²]
0,032
aantal gaten openbare ruimte
[-]
6
aantal gaten tuin (achter)
[-]
6
dikte grondverbetering
[m]
0,15
dikte zandvang (Z)
[m]
0,1
Verhouding weerstand bij achterblijvende damwanden met gaten De weerstand verhouding van de maatregelen Grafiek 3.4: verdeling weerstand is in grafiek 3.4 weergegeven.Met weerstand wordt bedoeld het totale verschil van grondwaterstand voor en achter de barrière. 5% Het maximale debiet is 0,435 m³/dag (tabel 29% 29% 3.3), hierbij hoort een verhang van 1:1007. Bij 37% dit verhang zal in de nieuwe situatie (lengte barrière 60 m) een grondwaterstandverschil optreden van 0,06 m voor en achter de weerstand overgang van gat naar bodem barrière. Onder de kelderbak treedt er 5% weerstand in gat drukverlies x 0,06 m = 0,003 m drukverlies. weerstand in cannelure De rest van het drukverlies treedt op bij de weerstand onder de bak gaten.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 12
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
3.5 Oplosrichtingen grondwaterstroming Uit de berekeningsresultaten in hoofdstuk 3.3 blijkt dat de barrière een belemmering zal zijn voor de grondwaterstroming. Het toepassen van een van de vier oplosrichtingen in dit hoofdstuk is noodzakelijk voor een grondwaterneutraal ontwerp. Doorlatendheid bij achterblijvende damwanden met gaten (conform ontwerp H3.4) Op basis van de berekening wordt geconcludeerd dat gaten in damwanden (conform hoofdstuk 3.4) en een grondverbetering (0,15 m dik) onder de barrière toegepast moet worden met een doorlatendheid van 750 m/dag. Uit het grondwaterzakboekje wordt afgeleid dat de grondverbetering mag bestaan uit "fijn, zwak silthoudend, grind" of vergelijkbaar. Er is onder de kelder 50 m³ (overcapaciteit) ruimte voor slibdelen welke in de gebruiksfase in het systeem zullen komen. Doorlatendheid bij verwijderen damwanden Op het moment dat er geen damwanden achterblijven en er 0,3 m grondverbetering voor, onder en achter de barrière toegepast wordt volstaat een doorlatendheid van 22 m/dag (uitgaande van de bovengrens k-waarde in bestaande situatie). Uit het grondwaterzakboekje wordt afgeleid dat de grondverbetering mag bestaan uit "matig grof, schoon, zand" tot "zeer grof, zwak silthoudend, zand" of vergelijkbaar.
Doorlatendheid bij grondverbetering naast barrière Een grindkoffer (0,5 m x 0,5 m) langs de barrière (richting openbare ruimte) moet bestaan uit fijn grind (1500 m/dag) en aangelegd worden beneden de maatgevend lage grondwaterstand. Het uitgangspunt is dat de grindkoffer aanlegd wordt op drainagezand. Het uitgangspunt is dat er geen doek onder de grindkoffer wordt geplaatst. Tot slot de grindkoffer wordt aangelegd beneden NAP 5,22 m, dit zodat de grindkoffer altijd nat blijft. Grondverbetering vervangen door leiding Op het moment dat de grondverbetering wordt vervangen door een leiding (dus in de gaten H3.4 worden filters geplaatst en deze filters worden aangesloten op een leiding), dan volstaat een Ø40mm leiding van voor naar achteren. Wel zal een leiding en filter onderhoudbaar en vervangbaar moeten zijn (vuil moet uit de leiding en filter gehaald moeten kunnen worden om langdurig functioneren mogelijk te maken). Aanbevolen wordt de diameter van het filter (en gat) met een factor 1,5 te verhogen ten opzichte van rekenwaarde hoofdstuk 3.4, dit in verband met filterweerstand. Er is in de leidingen 0,127 m³ (overcapaciteit) ruimte voor slibdelen welke in de gebruiksfase in het systeem zullen komen. In bijlage 1 zijn schetsen opgenomen met de oplosrichtingen.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 13
.
11810119B.2
4
geohydrologisch onderzoek
Conclusie en aanbevelingen
In hoofdstuk 4.1 kan de conclusie van dit rapport worden gevonden. De noodzakelijke monitoring staat beschreven in hoofdstuk 4.2. Aanbevelingen zijn opgenomen in hoofdstuk 4.3 en tot slot in hoofdstuk 4.4 zijn de vervolgstappen beschreven.
4.1 Conclusie (geo)hydrologisch ontwerp In de onderstaande grafiek is weergegeven welke verslechtering optreedt wanneer er geen maatregelen getroffen worden. Het uitgangspunt daarbij is dat in de toekomst er geen hemel/grondwater via derden (buren) mag afstromen, ofwel een grondwaterneutraal ontwerp.
VERSLECHTERING RIOOL
VERSLECHTERING ONVERZADIGDE ZONE
23%
8%
VERSLECHTERING GRONDWATER
100%
0%
10%
20%
30%
40%
50%
60%
70%
80%
90% 100%
Verslechtering riool Ten aanzien van de regenwater zijn maatregelen mogelijk gewenst door wijzigingen. Geconcludeerd wordt dat het oppervlakte welke zal afwateren op riolering sterk toeneemt. Er wordt aanvullend 900 m² verhard oppervlakte aangesloten op het riool of opperlvlaktewater. Bij aansluiting op riool is een waterberging van minimaal 54 m³ is noodzakelijk. Deze waterberging moet vertraagd geleegd worden in het riool (2,5 mm/uur = 2250 liter/uur). In de bestaande situatie komt er 186 m³ hemelwater in het riool bij 0,06 m regen op 3100 m² dakoppervlakte. Prognose reducerend (minder verslechtering riool) effect per oplossing: 200 liter waterton 0% 10 m² dak in waterberging/sloot lozen -1% 900 m² dakoppervlakte (of meer) afkoppelen op sloot -100%
(0,2 m³/54 m³) (0,6 m³/54 m³)
De oplossingen moeten vertaagd afvoeren op het riool. De oplossingen kunnen rechtevenredig omgerekend worden (bijvoorbeeld 400 liter waterton heeft 2x reducerende effect ten opzichte van 200 liter waterton).
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 14
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Verslechtering onverzadigde zone Onder de bestaande bebouwing is nu onverzadigde zone, dit doordat de grondwaterstand lager is dan de onderzijde van de constructie. In de nieuwe situatie verdwijnt ruimte in de onverzadigde zone. Het compenseren met bijvoorbeeld een waterberging heeft een toegevoegde waarde. Het toepassen van infiltratiekratten is minder geschikt op deze locatie wegens de bodemeigenschappen. Prognose reducerend (minder verslechtering onverzadigde zone) effect per oplossing: 10 m³ waterberging -20% (10 m³/50 m³) 25 m³ waterberging -50% (25 m³/50 m³) 50 m³ waterberging -100% (50 m³/50 m³) Infiltratiekratten moeten geplaatst worden boven de grondwaterstand NAP -5,05 m. Verslechtering grondwater Zonder maatregelen zal de grondwaterstand (in de toekomst) sterk veranderen rondom de barrière, wateroverlast-/schade kan niet worden uitgesloten. Een van de berekende maatregelen welke de verslechtering 100% compenseert is noodzakelijk. Berekening van deze maatregelen zijn toegelicht in bijlage 4 tot en met 6. Omschrijving, schetsen en nadere toelichting van de oplosrichtingen zijn opgenomen in hoofdstuk 3.5 en bijlage 1.
Prognose reducerend (minder verslechtering grondwater) effect per oplossing: grondverbetering + gaten in achterblijvende damwanden conform H3.5 grondverbetering + verwijderen damwanden conform H3.5 grondverbetering naast barrière conform H3.5 filters in gaten + leiding conform H3.5
-100% -100% 0% -100%
De opdrachtgever dient een van de bovenstaande oplossingen te kiezen welke de verslechtering geheel compenseert.
4.2 Conclusie monitoring De volgende monitoring wordt aanbevolen: Aanbevolen wordt om een peilbuis te plaatsen voor de bestaande barrière. Vervolgens tenminste 1 maand voor de werkzaamheden starten met de grondwaterstand opnemen. Vervolgens regelmatig (tijdens en na werkzaamheden) de grondwaterstand opnemen. Aanbevolen wordt om een peilbuis te plaatsen achter de bestaande barrière. Vervolgens tenminste 1 maand voor de werkzaamheden starten met de grondwaterstand opnemen. Vervolgens regelmatig (tijdens en na werkzaamheden) de grondwaterstand opnemen. Indien gewenst wordt in een later stadium een monitoringsplan opgesteld waarin de peilbuislocaties en alarmwaarden zijn samengevat. Voor de aan te houden alarmwaarde wordt, in dit stadium, geadviseerd om uit te gaan van een niveau van NAP -4,99 m of hoger.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 15
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
4.3 Aanbevelingen Het wordt aanbevolen met de aannemer (werkvoorbereiding) door te nemen welke maatregelen mogelijk zijn om toe te passen. Gecontroleerd moet worden of de maatregelen constructief mogelijk zijn. Gecontroleerd moet worden of er andere raakvlakken (obstakels zoals kabels en leidingen) zijn waar rekening mee gehouden moet worden. In een normaal bouwproces zijn er regelmatig nieuwe inzichten. Het geohydrologisch onderzoek wordt vaak bij de vergunningsaanvraag opgesteld, hierdoor kunnen uitgangspunten later wijzigen. Op het moment dat er (mogelijk) uitgangspunten wijzigen wordt aanbevolen met de geohydroloog contact op te nemen. Vervolgens wordt beoordeeld of aanpassing van maatregelen/rapportage noodzakelijk is.
4.4 Vervolgstappen In het actieprogramma wordt beschreven welke stappen genomen moeten worden voor uitvoering: 1 Toetsing dit geohydrologisch onderzoek door bevoegd gezag (haalbaarheid); 2 Uitgangspunten controleren (komt dit nog overeen?); 3 Werkvoorbereiding (controleren raakvlakken, constructieve mogelijkheden); 4 Monitoring starten; 5 Start uitvoering; 6 bij afwijkende bodem (bijvoorbeeld onverwacht veel zand/klei/veen) contact opnemen. De bovenstaande kunnen door Loots Grondwatertechniek worden uitgevoerd, neem contact op met Erik Loots voor meer informatie. Opgesteld door: ing. E.J. (Erik) Loots
status: definitief | versie: 1
Loots Grondwatertechniek
8 december 2020
LOOTS | 16
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Gebruikte Literatuur en bronnen 1. Nederlands Normalisatie-instituut. NEN 9997-1+C1-2012. Normcommissie 351 006 "Geotechniek". Delft : NEN, 2012. ICS 91.080.01; 93.020. 2. SBR. 190.03 Bemaling van bouwputten. Rotterdam : SBR, 2003. 3. —. 273.98 Leidraad voor het onderzoek naar de invloed van een grondwaterstandsdaling op de bebouwing. Rotterdam : SBR, 1998. 4. Dinoloket, Data en Informatie van de Nederlandse Ondergrond. Ondergrondgegevens. 5. Kadaster. Top10NL kaart nederland. 2012. 6. constructiebureau Tentij, 18-12881, tekeningen, 30 april 2020 7. Multiconsult, BM190268, bodemonderzoek, 22 mei 2019
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 17
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Bijlage 1 - Tekeningen
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 18
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Schetsen achterblijvende damwanden met gaten In de rechter figuur zijn damwanden geplaatst. De damwanden welke achterblijven zijn geplaatst tot in de slecht doorlatende laag. In de cannelures van de damwanden zitten afsluiters (blauw). Deze afsluiters worden geopend, vervolgens wordt er een horizontaal gat naar buiten geboord (controleren of er geen kabels en leidingen zijn op de betreffende diepte). In het gat wordt grind (grindstaaf) aangebracht, daarna worden afsluiters dichtgezet.
De grondverbetering onder de barrière (paars) wordt aangebracht op een grondkerend (waterdoorlatend) doek. Tegen de cannelures (met afsluiter) wordt een houten plank geplaatst. Vervolgens wordt een werkvloer gestort op de grondverbetering (wel een doek/folie gebruiken zodat beton niet in grondverbetering kan zakken).
De nieuwe betonbak wordt gebouwd. Zodra deze voldoende sterk is worden de cannelures gevuld met grondverbetering. Nadat de kelderbak waterdicht is kunnen afsluiters opengezet worden.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 19
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Schetsen bij verwijderen damwand De damwanden worden geplaatst. De damwand wordt bij de voor- en achterzijde van de barrière minimaal 0,3 m van de betonwand geplaatst. Vervolgens wordt binnen de bouwput ontgraven.
De grondverbetering onder de barrière wordt aangelegd op een grondkerend doek (wel waterdoorlatend), hierboven wordt de betonbak gebouwd.
De ruimte tussen betonwand en damwand wordt opgevuld met grondverbetering. Daarna worden damwanden (delen boven onderkant grondverbetering) getrokken). Voor een verwaarloosbaar effect moet minimaal 30% van de damwanden bij voorzijde barrière en minimaal 30% van de damwanden bij achterzijde barrière verwijderd worden.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 20
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Schets bij grondverbetering naast barrière In de onderstaande figuur is een bovenaanzicht geschetst. De grondverbetering is oranje in deze figuur. Een grondverbetering wordt (bij voorkeur buiten) naast de barrière geplaatst. Het voordeel is dat de grondverbetering makkelijk bereikbaar is. De grondverbetering naast de barrière mag voor de bouw of direct na de bouw aangelegd worden. Belangrijk is dat de kwaliteit van de grondverbetering goed is, het is dus gewenst het eenmaal goed aan te leggen (voorkomen dat later wederom gegraven wordt in de grondverbetering tijdens bouw).
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 21
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Schets bij leiding De werkwijze komt in de basis overeen bij grondverbetering en gaten in achterblijvende damwanden. Alleen wordt in de gaten achter de damwand een filter geplaatst. Het filter aan de voorzijde wordt onder/langs de kelder verbonden met een filter aan de achterzijde van de barrière. Een belangrijk onderdeel is de onderhoudvoorziening. Het schoonmaken van filters en verwijderen van verstoppingen moet mogelijk zijn om langdurig functioneren mogelijk te maken.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 22
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Bijlage 2 - Bodemonderzoeken en -parameters Beschrijving
kh [m/d]
kv [m/d]
P[-]
zand, matig fijn, zwak silthoudend, los
6~14
7~13
0,25
veen, hollandveen
0,006~0,014
0,0004~0,0007
0,3
klei, zwak zandig, slap
0,006~0,014
0,0014~0,0026
0,33
klei, sterk zandig
0,06~0,14
0,007~0,013
0,3
klei, zwak zandig
0,006~0,014
0,0014~0,0026
0,33
veen, basisveen, vast
0,00006~0,00014
0~0
0,1
zand, zeer grof, sterk silthoudend
6~14
3,5~6,5
0,25
zand, zeer grof, zwak silthoudend, vast
21~49
12,25~22,75
0,3
zand, matig fijn, sterk silthoudend, vast zand, kleiig, vast
3~7
3~7
0,2
0,06~0,14
0,035~0,065
0,1
top [m+NAP] voor
top [m+NAP] midden
top [m+NAP] achter
zand, matig fijn, zwak silthoudend, los
-4,02
-4
-4,04
veen, hollandveen
-5
-5,5
-5
klei, zwak zandig, slap
-5,8
-5,9
-5,5
Beschrijving
klei, sterk zandig
-7,7
-7,5
-8
klei, zwak zandig
-8,6
-8,5
-9
veen, basisveen, vast
-10,8
-10,4
-10,5
zand, zeer grof, sterk silthoudend
-11
-10,6
-10,7
zand, zeer grof, zwak silthoudend, vast
-16
-16
-17
zand, matig fijn, sterk silthoudend, vast
-26
-25
-26
zand, kleiig, vast
-30
-36
-28,5
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 23
.
0
10
20
30 m
Plaats: Projectomschrijving: Projectnummer: Datum: Versie:
Amstelveen Burg. Haspelslaan CEP.02404.04.06 17-5-2019 01
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-3
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-4
-
-5
m m m m m
-6 -7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 0.20
-19 0.20
-20 0.20
-21 -22 -23 -24
0.20 0.20
-25 0.20
30.06
-26 -27 0.20
-28 0.21
-29
0.22 0.20
-30 -31 -32
30.57
-33
34.10
-34
31.14
-35
33.19
0.20 0.20 0.21
0.21 0.20 0.24
0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
MV -3.77
0
0.1
0.2
X
119456
Opdrachtnummer :
Y
479746
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
21-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S01
m NAP
Km
PAGINA 1 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-35
30.43
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
-
-37
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0.20
VOORBOOR INFORMATIE
-36
0.22
0.2
m m m m m
-38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48 -49 -50 -51 -52 -53 -54 -55 -56 -57 -58 -59 -60 -61 -62 -63 -64 -65 -66 -67 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
MV -3.77
0
0.1
0.2
X
119456
Opdrachtnummer :
Y
479746
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
21-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S01
m NAP
Km
PAGINA 2 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
4
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
3
-
2
m m m m m
1 0 -1 -2 -3 -4 -5 -6 -7 -8 -9 -10 0.20
-11 -12
0.20
-13
0.20
-14 -15 -16 0.20 0.20
-17
0.20
30.06
-18 -19 -20
0.20
0.21
-21
0.22
-22
0.20
-23 -24 30.57 0.20 0.20
-25 34.10
0.21
-26 31.14
0.21
-27
0.20 33.19 30.07
0.20
-28 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
MV 3.77
0
0.1
0.2
X
119456
Opdrachtnummer :
Y
479746
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
21-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S01
m NAP
Km
PAGINA 1 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-28
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
30 60
0
0.1
0.2
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-29
-
-30
m m m m m
-31 -32 -33 -34 -35 -36 -37 -38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48 -49 -50 -51 -52 -53 -54 -55 -56 -57 -58 -59 -60 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
MV 3.77
X
119456
Opdrachtnummer :
Y
479746
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
21-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S01
m NAP
Km
PAGINA 2 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-3
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-4
-
-5
m m m m m
11.38
-6 -7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19
0.20
-20 -21 -22 -23
0.20
-24 -25 -26 30.40
-27 -28 -29 -30 -31 -32 -33 -34 -35 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
MV -3.823 m NAP
X
119505
Opdrachtnummer :
Km
Y
479724
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
21-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S02 PAGINA 1 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-35
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
30 60
0
0.1
0.2
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-36
-
-37
m m m m m
30.10
-38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48 -49 -50 -51 -52 -53 -54 -55 -56 -57 -58 -59 -60 -61 -62 -63 -64 -65 -66 -67 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
MV -3.823 m NAP
X
119505
Opdrachtnummer :
Km
Y
479724
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
21-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S02 PAGINA 2 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-4
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-5
-
-6
m m m m m
10.61
-7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 0.20 0.21
-17
0.20 0.20
-18
0.20
-19
0.24
-20
0.25
-21
0.20
-22
0.21
-23
0.20
-24 0.20
-25 -26 -27 -28
0.20
-29 -30 0.26
-31 -32 -33 0.20
30.12
-34
0.20
30.19
-35
0.24
-36 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
MV -4.016 m NAP
X
119487
Opdrachtnummer :
Km
Y
479693
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S03 PAGINA 1 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-36
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
30 60
0
0.1
0.2
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-37
-
-38
m m m m m
-39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48 -49 -50 -51 -52 -53 -54 -55 -56 -57 -58 -59 -60 -61 -62 -63 -64 -65 -66 -67 -68 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
MV -4.016 m NAP
X
119487
Opdrachtnummer :
Km
Y
479693
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S03 PAGINA 2 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-4
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-5
-
-6
m m m m m
-7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 0.20
-17 0.20
-18
0.20
-19
0.22
-20 -21
0.21
-22 0.20
-23 0.20
-24 -25
0.20 0.21
-26 -27 -28 0.20
-29
0.21
-30
0.21
-31 -32 0.20
-33 0.22
-34 0.22 0.20
-35
0.20 0.20
-36 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
MV -4.033 m NAP
X
119471
Opdrachtnummer :
Km
Y
479700
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S04 PAGINA 1 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-36
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.30
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-37
-
-38
m m m m m 0.21
-39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48 -49 -50 -51 -52 -53 -54 -55 -56 -57 -58 -59 -60 -61 -62 -63 -64 -65 -66 -67 -68 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
MV -4.033 m NAP
X
119471
Opdrachtnummer :
Km
Y
479700
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S04 PAGINA 2 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-3
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-4
-
-5
m m m m m
-6 -7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 0.20
-17 -18
0.20
-19
0.21 0.20 0.20
-20 -21 -22
0.20
-23 -24 0.20 30.17
-25 0.31 30.02
-26
0.30
-27
0.20
-28
0.20 0.20
-29 0.20
-30
0.20 0.20
-31 0.20 30.14
0.20
-32 -33
0.20
31.28
-34
0.20
-35 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
MV -3.993 m NAP
X
119455
Opdrachtnummer :
Km
Y
479707
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S05 PAGINA 1 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-35
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-36
-
-37
m m m m m
0.22
-38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48 -49 -50 -51 -52 -53 -54 -55 -56 -57 -58 -59 -60 -61 -62 -63 -64 -65 -66 -67 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
MV -3.993 m NAP
X
119455
Opdrachtnummer :
Km
Y
479707
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S05 PAGINA 2 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-4
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
29.83
VOORBOOR INFORMATIE
-5
-
-6
m m m m m
-7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22
0.20
-23 -24 -25 -26 -27
0.20
-28
0.25
-29 0.24
-30
0.21
0.23
-31
0.20 0.21 0.20
-32 30.09
0.31
-33 32.37
0.29
-34 33.94 30.19
-35
0.24
0.20 0.22
-36 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
MV -4.044 m NAP
X
119439
Opdrachtnummer :
Km
Y
479715
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S06 PAGINA 1 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-36
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.22
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
30.29 VOORBOOR INFORMATIE
-37
-
-38
m m m m m
0.25
30.69
30.34
0.20
-39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48 -49 -50 -51 -52 -53 -54 -55 -56 -57 -58 -59 -60 -61 -62 -63 -64 -65 -66 -67 -68 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
MV -4.044 m NAP
X
119439
Opdrachtnummer :
Km
Y
479715
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S06 PAGINA 2 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-4
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-5
-
-6
m m m m m
-7 -8 -9 -10 10.00
-11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 -19 -20 -21 -22
0.20 0.20
-23 0.20
-24 0.21 0.22
-25
0.20
-26
0.23
-27
0.21
30.09
0.20
-28 -29 -30
0.20
-31
0.22 0.20
-32
30.03 0.31
-33 -34 0.20 0.20
-35 30.07
-36
0.23
0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
MV -4.101 m NAP
X
119434
Opdrachtnummer :
Km
Y
479700
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S07 PAGINA 1 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-36
31.78
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.25
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-37
-
-38
30.19
m m m m m
0.20 0.20 30.06
-39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48 -49 -50 -51 -52 -53 -54 -55 -56 -57 -58 -59 -60 -61 -62 -63 -64 -65 -66 -67 -68 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
MV -4.101 m NAP
X
119434
Opdrachtnummer :
Km
Y
479700
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S07 PAGINA 2 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-4
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-5
-
-6
m m m m m
-7 -8 -9 -10 10.58
-11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 0.20
-19 -20 0.21 0.21
-21 -22
0.21
-23 -24 0.20
-25 -26 0.20 0.21
30.06
-27
30.23 0.25
-28 0.20 0.20
-29
0.20
-30
0.20
-31 -32 0.20
-33 -34
0.20 0.20
-35
0.20
-36 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
MV -4.04
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
X
119450
Opdrachtnummer :
Y
479692
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S08
m NAP
Km
PAGINA 1 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-36
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-37
-
-38
m m m m m
0.20
30.01
-39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48 -49 -50 -51 -52 -53 -54 -55 -56 -57 -58 -59 -60 -61 -62 -63 -64 -65 -66 -67 -68 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
MV -4.04
0
0.1
0.2
X
119450
Opdrachtnummer :
Y
479692
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S08
m NAP
Km
PAGINA 2 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-3
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-4
-
-5
m m m m m
-6 -7 -8 -9 -10 10.02
-11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 0.20
-18 -19 -20
0.20
-21 0.20
-22 -23
0.20 0.20
-24 0.20
-25 0.21
-26
0.21
-27 -28 -29 0.20
-30
0.21
-31 -32 30.09
0.20
30.08
-33
0.22 31.36
-34
30.43 0.20
30.41
-35 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
MV -3.947 m NAP
X
119467
Opdrachtnummer :
Km
Y
479686
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S09 PAGINA 1 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-35
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-36
-
-37
m m m m m
0.20
0.20
-38 -39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48 -49 -50 -51 -52 -53 -54 -55 -56 -57 -58 -59 -60 -61 -62 -63 -64 -65 -66 -67 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
0
0.1
0.2
MV -3.947 m NAP
X
119467
Opdrachtnummer :
Km
Y
479686
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S09 PAGINA 2 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-3
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE
-4
-
-5
m m m m m
10.09
-6 -7 -8 -9 -10 -11 -12 -13 -14 -15 -16 -17 -18 0.20 0.20
-19
0.20 0.20
-20
0.20
-21 0.20
-22 30.98
0.33
-23 34.89
0.24
-24 -25 -26 -27 -28
0.21 30.39
-29
0.20
0.20
-30
0.21
-31 -32 -33
0.20
0.20
-34
0.20
-35 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
MV -3.92
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
X
119482
Opdrachtnummer :
Y
479678
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S10
m NAP
Km
PAGINA 1 van 2
CONUSWEERSTAND (MPa) -2
WATERSPANNING ( x 10 MPa) 10 20
0 0
20 40
DIEPTE (m) t.o.v. NAP
-35
30 60
PLAATSELIJKE
WRIJVINGSGETAL (%)
WRIJVING (MPA)
HELLING (o )
0
0.1
0.2
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
0 20
2 16
4 12
6 8
8 4
10 0
VOORBOOR INFORMATIE 30.62
-36
-
-37
0.21
m m m m m
0.21
-38 0.21
-39 -40 -41 -42 -43 -44 -45 -46 -47 -48 -49 -50 -51 -52 -53 -54 -55 -56 -57 -58 -59 -60 -61 -62 -63 -64 -65 -66 -67 0
10
20
30
0
20
40
60
© copyright
Multiconsult Contactweg 60 1014 BW AMSTERDAM Telefoon (020) 410 85 43 Email info@multiconsult.nl
Sondering TE1 volgens NEN-EN-22476, klasse 3 Conus: 171017, Ac: 1.500 mm2
MOS Grondwatertechniek bv Amstelveen
MV -3.92
0
0.1
0.2
X
119482
Opdrachtnummer :
Y
479678
02404.04.06
Uitvoeringsdatum
20-5-2019
Locatiecode :
Printdatum
21-5-2019
S10
m NAP
Km
PAGINA 2 van 2
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Bijlage 3 - Grondwaterparameters
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 24
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Grondwaterstand analyse
versie: 3.5
project: 11810119B.2
H05010 II
H05011 II
H05022 II
H06026 II
J05007 II
B25D0185
B25D0601
B25D3555
B25D3556
REF=NAP
H05004 Freatisch
groene cirkel=hoge grondwaterstand, gele driekhoek=gemiddelde grondwaterstand en rode ruit=lage grondwaterstand
LOOTS
X-coördinaat
119655
120212
118827
120783
121159
119620
119080
119388
118675
118736
Y-coördinaat
479225
479654
480160
480419
480385
478088
479620
479945
479811
479680
maaiveld [m+REF]
-3,78
-4
-3,42
-2,23
-2,22
-4,2
-4,03
-3,77
-3,73
-3,79
bovenkant filter [m+REF]
-6,84
-11,95
-12,4
-11,96
-11,39
-10,2
-15,03
-10,91
-4,65
-5,49
onderkant filter [m+REF]
-7,84
-12,95
-13,4
-12,96
-12,39
-11,2
-16,03
-11,91
-5,65
-6,49
laatste meetjaar
1987
2019
2013
2013
2017
2019
1993
2018
2018
2018
laatste meting
-4,33
-4,13
-4,04
-3,89
-3,78
-5,44
-4,05
-3,95
-4,51
-4,7
totale meetperiode
0
14
4
2
3
14
29
22
2
2
aantal metingen
6
85
24
13944
20001
70
897
1072
510
465
hoogste [hele reeks]
-4,33
-3,59
-3,79
-3,69
-3,49
-4,25
-4,02
-3,68
-4,43
-4,41
ghg [laatste 8 jaren]
-4,38
-3,67
-3,84
-3,69
-3,50
-4,25
-4,03
-3,72
-4,43
-4,42
hoog σ [hele reeks]
-4,28
-3,73
-3,76
-3,80
-3,59
-3,95
-3,78
-3,68
-4,39
-4,48
gemiddelde [hele reeks]
-4,45
-3,99
-3,94
-3,89
-3,87
-4,39
-4,61
-3,97
-4,52
-4,62
gemiddelde [laatste 8 jaren]
-4,45
-3,97
-3,94
-3,89
-3,87
-4,41
-4,24
-3,90
-4,52
-4,62
laag σ [hele reeks]
-4,62
-4,25
-4,12
-3,98
-4,14
-4,82
-5,44
-4,26
-4,64
-4,77
glg [laatste 8 jaren]
-4,52
-4,46
-4,10
-4,02
-4,21
-4,96
-4,98
-4,49
-4,79
-4,80
laagste [hele reeks]
-4,55
-4,50
-4,25
-4,02
-4,21
-5,44
-5,94
-4,78
-4,81
-4,80
σ [hele reeks]
0,09
0,13
0,09
0,05
0,14
0,22
0,41
0,14
0,06
0,07
-3,97
-3,89
-3,86
-3,78
-4,49
-4,64
-3,90
-4,49
-4,58
naam
januari februari
-3,93
-3,95
-3,88
-3,78
-4,29
-4,66
-3,93
-4,49
-4,60
maart
-4,42
-3,94
-3,91
-3,91
-3,82
-4,34
-4,55
-3,91
-4,49
-4,60
april
-4,44
-3,98
-3,91
-3,92
-3,91
-4,34
-4,59
-3,96
-4,51
-4,66
mei
-4,55
-4,06
-3,95
-3,95
-3,97
-4,40
-4,61
-4,02
-4,52
-4,70
juni
-4,01
-3,96
-3,94
-4,00
-4,39
-4,64
-4,00
-4,56
-4,74
juli
-4,02
-4,10
-3,91
-4,02
-4,35
-4,69
-4,01
-4,52
-4,64
augustus
-4,07
-3,97
-3,89
-4,04
-4,46
-4,65
-4,02
-4,62
-4,65
september
-3,99
-3,97
-3,89
-3,91
-4,31
-4,64
-4,04
-4,48
-4,56
oktober
-3,95
-3,91
-3,89
-3,78
-4,55
-4,58
-3,98
-4,48
-4,59
november
-3,98
-3,91
-3,89
-3,73
-4,31
-4,53
-3,94
-4,50
-4,61
december
-3,89
-3,87
-3,86
-3,79
-4,28
-4,53
-3,92
-4,48
-4,53
2013
-3,98
-3,92
-3,89
2018
-3,88
-4,49
-4,61
-4,73
-3,88
-4,37
-3,93
0
grondwaterstand [m+REF]
-1
H05004 Freatisch H05010 II
-2
H05011 II H05022 II
-3
H06026 II
-4
J05007 II B25D0185
-5
B25D0601 B25D3555
-6 -7 1965
B25D3556
1969
1974
status: definitief | versie: 1
1979
1984
1989
1994
1999
2004
2009
2014
LOOTS | 25
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Bijlage 4 - berekening debiet Berekening grondwaterstroming tabel 2.3 (hoofdstuk 2.3) Het verhang tussen twee peilbuizen wordt bepaald door het verschil grondwaterstand (tussen meetpunten) te delen door de afstand (in stromingsrichting) tussen de meetpunten. In dit geval is bepaald dat er tussen meetpunt B25D3564 en meetpunt polder circa 650 m afstand is. Bijvoorbeeld de maand januari is er 0,591 m verschil tussen de peilbuizen. Door dit verschil te delen door de afstand 650 m, wordt een verhang berekend van 0,0009. Het debiet is: k-waarde x verhang x doorstroomoppervlakte (projectlocatie). Doorstroomoppervlakte is D (dikte watervoerende laag x doorstroombreedte). Debiet kan ook bepaald worden door: kD x doorstroombreedte x verhang. In dit geval is de (hoge) natuurlijke grondwaterstand (NAP - 5,05 m) maatgevend als bovengrens. De onderzijde van de watervoerende laag is gelegen op NAP - 5,5 m. De dikte van de watervoerende laag is 0,45 m. De breedte van het doorstroomprofiel is 80 m, het doorstroomoppervlakte (dikte x breedte) is totaal 36 m². De doorlatendheid (k-waarde) is 6 tot 14 m/dag tot een diepte van NAP - 5,5 m. Daaronder is de kwaarde 0,01 tot 0,01 m/dag tot een diepte van NAP - 5,9 m. Daaronder is de k-waarde 0,01 tot 0,01 m/dag tot een diepte van NAP - 7,5 m. De kD-waarde is tussen 2,66 en 6,63 m²/dag.
Het debiet grondwaterstroming door het perceel in bijvoorbeeld de maand januari is 2,66 à 6,63 m²/dag x 80 m x 0,0009 = 0,192 à 0,477 m³/dag. Berekening grondwateraanvulling tabel 2.4B (hoofdstuk 2.4) De tuin is voor 50 % groen. Dit betekent dat de grondwateraanvulling gelijk is aan 350,8 x 50 % + 720,5 x 50 % = 535,65 mm/jaar. Berekening grondwaterstroming door hemelwater in tuin tabel 3.2 (hoofdstuk 3.2) Niet van toepassing, hemelwater tuin kan direct naar openbare ruimte stromen, dit doordat tuin grenst aan openbare ruimte. Berekening grondwaterstroming totaal tabel 3.3 (hoofdstuk 3.3) De grondwaterstroming omgeving (tweede kolom) wordt opgeteld bij grondwaterstroming hemelwater (derde kolom). Op het moment dat de stromingsrichting tegenovergesteld is wordt de grondwaterstroming hemelwater afgetrokken van de grondwaterstroming omgeving. Het resultaat (debiet en stromingsrichting) van deze berekening staat in de vierde kolom. Het verhang (vijfde kolom) = debiet totaal / (kD-waarde x doorstroombreedte). De grondwateraanvulling in de tuin heeft namelijk een lokaal effect op de algemene grondwaterstroming, door deze berekening wordt dit lokale effect meegenomen in het ontwerp.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 26
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Bijlage 5 - berekening gaten in damwand De volgende stappen zijn ondernomen om het verlies door gaten te bepalen: 1 Strategie modellering bepaald, geconcludeerd wordt dat gaten in detail gemodelleerd moeten worden. Daarbij worden de opgevulde (grondverbetering) gaten in bestaande bodem, opgevulde gaten door de damwand en grondverbetering in cannelures horizontaal achter elkaar in een model geplaatst. 2 Een MicroFEM model wordt gebruikt, ronde gaten zijn niet te modelleren, daarom wordt rond gat vertaald naar een vierkant gat. Elk gat heeft een diameter van 0,1 m, ofwel een oppervlakte van 0,0079 m². Het vierkante gat in het model heeft een hoogte en breedte van 0,09 m. De lengte van het gat is 0,5 m. Het gat start aan binnenzijde damwand. 3 De damwand is ondoorlatend (transmissiviteit 0 m²/dag) en 0,1 m dik in het detail model. 4 De bodem buiten de projectlocatie en buiten damwand+gaten heeft een doorlatendheid van 6 tot 14 m/dag. Dit resulteert in een transmissiviteit (kD) van 9 tot 21 m²/dag. 5 Vanaf de binnenzijde damwand (achter het gat) wordt de cannelure gemodelleerd. Deze heeft een oppervlakte van 0,0323 m². Een vierkante gat in het model heeft een hoogte en breedte van 0,18 m. De lengte van een gat is 0,5 m. Het gat start aan binnenzijde damwand. 6 Bodem rondom de gaten in model wordt waterdicht (kD=0 m²/dag).
7 Gaten komen uit in grondverbetering onder de kelder, dit is een strook van 16 m lang. De rand van de grondverbetering onder de kelder is geheel (buiten de gaten) dicht. 8 Eerste modelrun: bij de maximale kD wordt een maximaal debiet verwacht van 0,435m³/dag. Dit debiet wordt toegevoegd in de grondverbetering onder de vloer (zo ver mogelijk van de cannelures) in het model. Dit debiet wordt uit het model gehaald in de bestaande bodem (enkele meters voor de gaten). Als k-waarde grondverbetering wordt 100 m/dag aangehouden. 9 Na de modelrun wordt het verschil 'grondwaterstand grondverbetering onder kelder' en 'grondwaterstand begin cannelures' bepaald. Dit wordt vergeleken met het verschil 'grondwaterstand begin cannelure' en 'grondwaterstand bestaande bodem'. De verhouding is circa 1 op 9,12. Dat wil zeggen dat de drukverlies een factor 9,12 hoger is in de gaten (aan één zijde van barrière). Omdat er aan twee kanten gaten gemaakt worden is de totale drukverlies in gaten het dubbel zo groot. 10 Uit het detail grondwatermodel blijkt dat de drukverlies door de gaten totaal 95% van de gehele weerstand betreft. De lengte van de kelder in het totaal grondwatermodel is 60 m, de damwanden en gaten zijn in het model 0,5 m dik gemodelleerd. Het verhang ter plaatse van de gaten is een factor 1094 meer steil.
Dit betekent dat de k-waarde in het model een factor 1094 kleiner moet zijn ter plaatse van de damwanden en gaten voor een correcte inschatting van de doorlatendheid grondverbetering. Berekening: [(modellengte kelder) 60 m/ (modeldikte damwand) 0,5 m] x factor 9,12 = 1094. 11 Een tweede modelrun wordt uitgevoerd bij de ondergrens kD-waarde bestaande bodem. Ook wordt het debiet aangepast (bij lagere kD-waarde zal er minder grondwater doorstromen in de bestaande situatie). Uit de berekening volgt dat de weerstand overgang van gat naar bodem toeneemt, dit wordt echter gecompenseerd door minder weerstand in de gaten, cannelure en onder de bak. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van gaten in damwanden de bestaande kD-waarde weinig invloed heeft.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 27
.
11810119B.2
geohydrologisch onderzoek
Bijlage 6 - berekening doorlatendheid grondverbetering De nieuwe situatie wordt eerst gemodelleerd bij een hoge bestaande kD-waarde. De dikte van de damwanden in het model 0,5 m zijn, lengte barrière is 60 m. In het model wordt de kD-waarde (sterker verhang bij gaten) met een factor 1094 verlaagd ter plaatse van de damwanden. Grondwaterstroming via percelen derden is niet mogelijk in het model. Vervolgens wordt het debiet ingesteld op 0,435 m³/dag (maximale waarde kolom 4, tabel 3.3) voor de barrière en (negatief) achter de barrière. Het model wordt gestart en de k-waarde onder de kelderbak (en damwanden) wordt aangepast totdat het verhang overeenkomt met verhang 1:1007, maar tenminste 1:100* moet mogelijk zijn. Uit deze modelberekening volgt dat de k-waarde van de grondverbetering gelijk moet zijn aan 750 m/dag. De modelberekening wordt herhaald met een lage k-waarde van watervoerende laag 1 en het bijbehorend debiet 0,174 m³/dag (hoogste ondergrens in kolom 4 tabel 3.3), hieruit volgt een vergelijkbaar resultaat. De nieuwe situatie wordt gemodelleerd bij een hoge bestaande kD-waarde, maar nu zonder damwanden. De lengte barrière is 60 m. Grondwaterstroming via percelen derden is niet mogelijk in het model. Vervolgens wordt het debiet ingesteld op 0,435 m³/dag (maximale waarde kolom 4, tabel 3.3) voor de barrière en (negatief) achter de barrière.
Het model wordt gestart en de kwaarde onder de kelderbak wordt aangepast totdat het verhang overeenkomt met verhang 1:1007 maar tenminste 1:100* moet mogelijk zijn. Uit deze modelberekening volgt dat de k-waarde van de grondverbetering gelijk moet zijn aan 22 m/dag. De modelberekening wordt herhaald met een lage k-waarde van watervoerende laag 1 en het bijbehorend debiet 0,174 m³/dag (hoogste ondergrens in kolom 4 tabel 3.3), hieruit volgt een vergelijkbaar resultaat.
*Door een verhang van 1:100 (niet steiler) mogelijk te maken kan grondwateroverlast gecontroleerd en opgelost worden. Soms blijkt voor de bouwfase dat de peilbuizen een onacceptabel verhang tonen, doordat de doorlatendheid van de maatregelen verhoogd is kan na realisatie van de kelder de doorstroom mogelijkheid verhoogd en verlaagd worden. Verhogen door het maximaal aantal gaten open te zetten, verlagen door een aantal gaten dicht te zetten (of kleiner te maken). Deze flexibiliteit van maatregelen tijdens de uitvoering wordt beschouwd als noodzakelijk in geohydrologie.
status: definitief | versie: 1
LOOTS | 28
.