Bijlage 4 - Was-wordt overzicht - Wijziging van de Verordening Bodemenergie
Tekst van het document
Wijziging van de Verordening Bodemenergie – was-wordt tabel
Onderwerp Wijzigingsbevoegdheid burgemeester en wethouders
Was
Vergunning
Artikel 3 Vergunning Een vergunning wordt niet verleend indien niet voldaan wordt aan de vereisten zoals opgenomen in de Beleidsregels bodemenergiesystemen Amstelveen. Deze beleidsregels zijn gebaseerd op het Bodemenergieplan Stadshart Amstelveen. De in de Beleidsregels genoemde zoekgebieden zijn ook weergegeven op de bij deze verordening horende kaart (bijlage 1).
Nota van toelichting – Algemeen
Nota van toelichting - Interferentie
Wordt Artikel 3 Wijzigingsbevoegdheid burgemeester en wethouders Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de grenzen van een interferentiegebied te wijzigen en/of nieuwe interferentiegebieden vast te stellen, indien zij van oordeel zijn dat dit ter voorkoming van interferentie tussen gesloten of open bodemenergiesystemen onderling of anderszins ter bevordering van een doelmatig gebruik van bodemenergie nodig is. Artikel 4 Vergunning Het is niet toegestaan een bodemenergiesystemen binnen een interferentiegebied aan te leggen en in gebruik te hebben zonder Omgevingsvergunning. Een vergunning wordt niet verleend indien niet voldaan wordt aan de vereisten zoals opgenomen in de Beleidsregels bodemenergiesystemen Amstelveen. De algemene beleidsregels gelden voor alle bodemenergiesystemen in Amstelveen. De specifieke beleidsregels behorende bij de interferentiegebieden aangewezen beleidsregels zijn gebaseerd op het bodemenergieplan dat per interferentiegebied is of wordt opgesteld. Vaststelling wijzigingsverordening 2025 In 2025 is de Verordening bodemenergie Amstelveen gewijzigd. De hoofdoorzaak van deze wijziging is gelegen in de toenemende populariteit van bodemenergiesystemen als gevolg van de energietransitie en een aantal grotere nieuwbouwontwikkelingen en transformaties in de gemeente. Daarnaast is de Omgevingswet in werking getreden.
Hoewel de wetgever heeft beoogd (maatwerk-)regels voor bodemenergie in het Omgevingsplan op te nemen, stuit dit vooralsnog op praktische problemen. Daarom is ervoor gekozen de verordening aan te passen. De herziene verordening bevat nu de mogelijkheid voor het college om interferentiegebieden aan te wijzen en per gebied beleidsregels vast te stellen ter uitwerking van deze verordening. d. interferentie Bodemenergiesystemen hebben thermische invloedsgebieden. Dit zijn relatief koude en/of warme zones in de bodem (inclusief grondwater). Bij gesloten systemen ontstaat het invloedsgebied door warmtegeleiding in de bodem, doordat water in een
Uitleg t.b.v. de gemeenteraad De aanwijsbevoegdheid voor interferentiegebieden komt bij het college te liggen, aangezien dit relateert aan uitvoering en niet kaderstellend is.
De vergunningentekst is aangepast naar de nieuwe situatie waarin in heel Amstelveen interferentiegebieden aangewezen kunnen worden. De publicatie van het interferentiegebied met bijbehorende beleidsregels bevat ook een kaart.
Toevoeging van actuele achtergrondinformatie op de reeds aanwezige achtergrondinformatie uit de vaststelling verordening uit 2014.
Toegevoegde toelichting m.b.t. de definitie van interferentie. De definitie is uitgebreider toegelicht, aangezien de aanwijsbevoegdheid nu van toepassing is op heel Amstelveen.
buizenstelsel wordt gebracht dat een andere temperatuur heeft dan de natuurlijke bodemtemperatuur. Bij open bodemenergiesystemen ontstaat het invloedsgebied doordat daadwerkelijk warm of koud water in de bodem wordt gebracht. Bij bodemenergiesystemen in elkaars nabijheid bestaat het risico dat thermische invloedsgebieden elkaar overlappen (interferentie). Interferentie tussen thermische invloedsgebieden kan soms negatieve gevolgen hebben, en soms positief. Dit is afhankelijk van de situatie. Bijvoorbeeld: • Interferentie tussen een koud thermisch invloedsgebied en een warm thermisch invloedsgebied van twee open bodemenergiesystemen is ongewenst, omdat één zone dan zowel gekoeld als opgewarmd wordt en daarmee de gebufferde energie verloren gaat. Dit wordt ook wel negatieve interferentie genoemd. Hierdoor vermindert het energierendement van de betrokken bodemenergiesystemen. • Interferentie van een koud thermisch invloedsgebied van een gesloten systeem, dat hoofdzakelijk wordt ingezet voor verwarming van een gebouw, met een warm thermisch invloedsgebied van een open systeem, dat hoofdzakelijk wordt ingezet voor koeling van een gebouw, heeft een positief effect op het energierendement van de betrokken bodemenergiesystemen. We spreken dan van positieve interferentie. Nota van toelichting – Interferentiegebied
c. interferentiegebied Bodemenergiesystemen hebben thermische invloedsgebieden, relatief koude en/of warme zones in de bodem doordat energie in de grond wordt gebracht dat een andere temperatuur heeft dan de natuurlijke bodemtemperatuur. Zijn bodemenergiesystemen te dicht op elkaar geplaatst, dan bestaat het risico dat thermische invloedsgebieden elkaar overlappen. Dit wordt interferentie genoemd. Het gevolg van interferentie is dat er minder energie beschikbaar is dan was verwacht. De systemen gaan harder pompen om toch aan de vraag te voldoen en gebruiken meer stroom. Het rendement loopt hierdoor terug en de energiekosten stijgen alsnog. Realisatie van een groot aantal bodemenergiesystemen in een beperkt gebied kan dus alleen wanneer de systemen 'slim' ten opzichte van elkaar gepositioneerd worden. In gebieden waar dergelijke druk op de (energieopslag)capaciteit van de bodem voorzien wordt, is het wenselijk dat regie wordt
e. interferentiegebied Het risico op negatieve interferentie neemt toe als bodemenergiesystemen dichter bij elkaar gerealiseerd worden. Realisatie van een groot aantal bodemenergiesystemen in een beperkt gebied kan alleen wanneer de systemen “slim” ten opzichte van elkaar gepositioneerd worden. In gebieden waar dergelijke druk op de (energieopslag)capaciteit van de bodem voorzien wordt, is het wenselijk dat regie wordt gevoerd om vraag naar en beschikbaarheid van ruimte voor bodemenergie op elkaar af te stemmen. Het voeren van de regie kan door het gebied aan te wijzen als interferentiegebied.
Aangescherpte en geactualiseerde toelichting op de definitie van een ‘interferentiegebied’.
gevoerd om vraag naar en beschikbaarheid van ruimte voor bodemenergie op elkaar af te stemmen. Nota van toelichting - Bodemenergieplan
f. Bodemenergieplan Het college kan een bodemenergieplan vaststellen. Dit plan heeft alleen juridische status voor zover in dat plan beleidsregels of nadere regels op grond van deze verordening zijn opgenomen. Het plan dient als richtsnoer van de gemeente bij het beoordelen van vergunningaanvragen voor het installeren van een gesloten bodemenergiesysteem. Met beleidsregels kan het college bepalen of “anderszins sprake is van een ondoelmatig gebruik van bodemenergie” zoals is omschreven in het Besluit activiteiten leefomgeving. Over het vaststellen en wijzigen van bodemenergieplannen vindt afstemming plaats met Gedeputeerde Staten.
Op basis van de verordening kan het college bodemenergieplannen opstellen voor verschillende buurten en wijken in Amstelveen wanneer dit voor doelmatig gebruik van de bodem gewenst is. Gedeputeerde Staten zijn bevoegd gezag voor open bodemenergiesystemen. Hierom vindt afstemming plaats.
Nota van toelichting – Artikel 3
Artikel 3 Wijzigingsbevoegdheid burgemeester en wethouders De vaststelling van de verordening garandeert nog geen doelmatige benutting van de ondergrond. De invulling van de ordeningsregels is maatwerk en vindt plaats in samenhang met de bovengrondse ontwikkeling. Dit artikel legt deze bevoegdheid neer bij het college. Het college kan hier aan invulling geven door aanvullende beleidsregels vast te stellen.
Verdere uitleg van ‘Wijzigingsbevoegdheid burgemeester en wethouders’ eerder genoemd in dit document.
Artikel 4 – Vergunning In een interferentiegebied geldt voor bodemenergiesystemen een strengere toets in de vorm van een vergunningsplicht dan buiten een interferentiegebied. Per interferentiegebied worden gebiedsgerichte ordeningsregels vastgesteld in de vorm van beleidsregels. Deze beleidsregels sluiten aan bij paragraaf 3.2.6 Besluit Activiteiten Leefomgeving (over bodemenergiesystemen) en kunnen derhalve een nader toetsingskader vormen voor vergunningverlening op grond van onderhavige verordening en vormen bovendien een nadere uitwerking van het begrip doelmatig bodemgebruik.
De vergunningstekst is aangepast aan de nieuwe situatie dat het college aanwijsbevoegdheid heeft. Daarnaast is de tekst aangepast op de momenteel geldende Besluiten.
Nota van toelichting – Artikel 4
Artikel 3 – Vergunning Het Bodemenergieplan Stadshart Amstelveen is opgesteld om de regie op bodemenergie in het Stadshart Amstelveen nader vorm te geven. Het plan is zodanig ingericht dat zo goed mogelijk aan de bestaande en toekomstige ondergrondse belangen tegemoet wordt gekomen. Daarbij wordt de energetische capaciteit van de bodem optimaal benut. Het bodemenergieplan is met name ingericht op open systemen en bevat hiervoor beleidsregels. De beleidsregels voor gesloten systemen zijn uitgewerkt in de Beleidsregels gesloten bodemenergiesystemen Amstelveen. Deze beleidsregels sluiten aan bij het Wijzigingsbesluit Bodemenergie en kunnen derhalve een nader toetsingskader vormen voor vergunningverlening op grond van onderhavige verordening en vormen bovendien een nadere uitwerking van het begrip doelmatig bodemgebruik.
De beleidsregels zijn zodanig ingericht dat zo goed mogelijk aan de bestaande en toekomstige ondergrondse belangen tegemoet wordt gekomen. Daarbij wordt de energetische capaciteit van de bodem optimaal benut. De interferentiegebieden zijn met name ingericht op open systemen en de Beleidsregels Bodemenergiesystemen Amstelveen bevat hiervoor beleidsregels. De beleidsregels voor gesloten systemen zijn uitgewerkt in de Beleidsregels gesloten bodemenergiesystemen Amstelveen. Deze beleidsregels
sluiten aan bij het Wijzigingsbesluit Bodemenergie en kunnen derhalve een nader toetsingskader vormen voor vergunningverlening op grond van onderhavige verordening en vormen bovendien een nadere uitwerking van het begrip doelmatig bodemgebruik.