CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4. Was-wordt lijst wijzingen Rvo Verordening raadscommissies en ambtelijke bijstand

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 21 april 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Wijzigingen Reglement van orde voor de Raad, Verordening op de raadscommissies en Verordening ambtelijke bijstand en fractieondersteuning5.309 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Was-wordt lijst bij Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad en de Verordening op de raadscommissies gemeente Amstelveen 2021 Z19-01880 D19-091945 Wordt

Was (Reglement van orde 2019)

Motivatie / toelichting

Artikel 3. Het presidium

Artikel 3. Het presidium

1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter van de raad, de griffier en de fractievoorzitters. 2. De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium. Bij zijn verhindering wordt het presidium voorgezeten door de fractievoorzitter van de grootste fractie. 3. Fractievoorzitters wijzen elk één raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 4. De vergaderingen van het presidium zijn niet openbaar, tenzij de meerderheid over een te behandelen onderwerp anders beslist. 5. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 6. De griffier maakt in overleg met de voorzitter van de raad de agenda en houdt een (passief) openbare afsprakenlijst bij van het presidium. 7. Het presidium doet aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies en bespreekt periodiek het onderwerp integriteit. 8. In alle procedurele gevallen waarin dit reglement niet voorziet beslist het presidium. 9. In geval van besluitvorming wordt gestreefd naar consensus. Anders geldt de meerderheid van stemmen, waarbij de fractiegrootte in de raad bepalend is.

1. Er is een presidium dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters; 2. De voorzitter van de raad is voorzitter van het presidium. Bij verhindering van de voorzitter van de raad wordt het presidium voorgezeten door de fractievoorzitter van de grootste fractie. 3. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het presidium vervangt. 4. Indien het op stemmingen aankomt, dan geldt meerderheid van stemmen, waarbij de fractiegrootte in de raad bepalend is. 5. Het presidium kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 6. De taken van het presidium zijn in ieder geval: a. het toezien op de kwaliteit van de vergaderingen van de raad en de raadscommissies; b. het bevorderen van de kwaliteit van de onderlinge verhoudingen in de raad en de raadscommissies; c. het samen met de burgemeester bevorderen van en waken over de integriteit van de raad; d. het doen van aanbevelingen aan de raad inzake de organisatie en het functioneren van de raad en de raadscommissies voor zover het niet betreft de taken van de agendacommissie; e. het zorgdragen voor de strategische langetermijnagenda van de raad;

Het presidium is een artikel 84 commissie die de huishoudelijke en organisatorische zaken van de raad afstemt. Juist om in alle openheid het functioneren van de raad te kunnen bespreken, wordt het presidium besloten. Lid 4 maakt een uitzondering daarop wel mogelijk. De griffier houdt tevens een afsprakenlijst bij die - zover er geen gronden voor beslotenheid zijn met als toetsingskader artikel 10 van de Wob – passief openbaar is. Dat wil zeggen dat die beschikbaar is voor de raad en op verzoek gedeeld wordt met belangstellenden (maar niet actief op de website wordt gepubliceerd). Vanwege de beslotenheid is het extra belangrijk dat er geen politiek inhoudelijke zaken in het presidium ter sprake komen. Dit is strijdig met artikel 125 lid 1 van de Grondwet. In dat artikel ligt het primaat expliciet bij de gemeenteraad. De beslotenheid strookt dan ook niet met één van de grondbeginselen in een democratie. Namelijk dat inhoudelijke zaken aan bod dienen te komen in een openbare vergadering (openbaar, tenzij). De voorzitter en/of de griffier (en anders de leden) dienen hierop toe te zien. Omdat het presidium alleen ‘huishoudelijke zaken’ bespreekt zou stemming alleen bij hoge

Wordt

Was (Reglement van orde 2019) f. het voorbereiden van het onderdeel 'raad, rekenkamercommissie en griffie' in de conceptbegroting en -rekening, en het op basis van het griffiejaarplan verdelen van de in de begroting beschikbaar gestelde middelen. 7. Het presidium kan door de voorzitter worden geraadpleegd over andere aangelegenheden die de gemeente betreffen. 8. De vergaderingen van het presidium zijn openbaar.

Motivatie / toelichting uitzondering moeten plaatsvinden en dient het presidium te streven naar consensus.

Dit artikel wordt geschrapt.

Artikel 4. Het seniorenconvent

Het delen van (politiek) vertrouwelijke informatie met fractievoorzitters is niet wenselijk zoals ook toegelicht bij artikel 3 over het presidium.

1.Er is een seniorenconvent dat bestaat uit de voorzitter en de fractievoorzitters. 2. De voorzitter van de raad is voorzitter van het seniorenconvent. Bij verhindering van de voorzitter van de raad wordt het seniorenconvent voorgezeten door de fractievoorzitter van de grootste fractie. 3. Fractievoorzitters wijzen elk een raadslid aan dat hen bij afwezigheid in het seniorenconvent vervangt. 4.De vergaderingen van het seniorenconvent zijn niet openbaar. 5.Het seniorenconvent bespreekt enkel die onderwerpen die gezien eventuele schade van openbaar overleg voor de gemeente niet in een presidiumvergadering besproken kunnen worden en onderwerpen die personele aangelegenheden betreffen. 6.Het seniorenconvent komt bijeen op verzoek van de voorzitter of van een van de fractievoorzitters via de voorzitter. 7.Het college kan een verzoek om raadpleging van het seniorenconvent bij de voorzitter indienen.

Informatie die uit het college of van de burgemeester richting raad(sleden) komt, moet voor alle raadsleden beschikbaar zijn. In de gemeenteraad is immers iedereen gelijk. Fractievoorzitters hebben wat betreft de informatievoorziening op grond van artikel 169 lid 2 en artikel 180 lid 2 Gemeentewet geen voorrangsrecht. Voor personele aangelegenheden is er de Werkgeverscommissie voor de griffie(r) en de Vertrouwenscommissie voor de burgemeester. Nog een reden om geen seniorenconvent in stand te willen houden is dat het opleggen van formele geheimhouding uitsluitend mogelijk is in hetzij een besloten vergadering van de gemeenteraad, hetzij een raadscommissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet. Dit kan niet in een presidium of seniorenconvent.

Wordt Nieuw Artikel 4. Samenstelling agendacommissie 1. Er is een agendacommissie die bestaat uit de voorzitter van de raad en minimaal drie raadsleden afkomstig uit de coalitie en oppositie. De raadsleden worden door de raad uit hun midden benoemd. 2. De burgemeester is voorzitter van de agendacommissie. Bij zijn afwezigheid wijzen de leden uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter aan. 3. De (commissie)griffier(s) en de gemeentesecretaris zijn geen lid van de agendacommissie, maar bij iedere vergadering aanwezig als adviseur. 4. De vergaderingen van de agendacommissie zijn niet openbaar, tenzij de meerderheid over een te behandelen onderwerp anders beslist. 5. De agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan zijn vergaderingen. 6. De (commissie)griffier maakt in overleg met de voorzitter van de raad de agenda en houdt een (passief) openbare afsprakenlijst bij. 7. Een besluit van de agendacommissie wordt bij voorkeur in eenstemmigheid genomen. Bij verdeeldheid beslist zij bij meerderheid van stemmen. Ieder lid als bedoeld in lid 1 heeft één stem. Bij staking van de stemmen beslist de voorzitter. Nieuw artikel 5. Taken agendacommissie De taken van de agendacommissie zijn in ieder geval: a. het voorbereiden en vaststellen van de voorlopige agenda’s voor de commissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies; c.

adviseren over en voorstellen doen voor de wijze van agenderen (beeld- of oordeelsvormend

Was (Reglement van orde 2019) Artikel 5. De agendacommissie en het vaststellen van vergaderingen 1.Er is een agendacommissie die bestaat uit vijf leden, afkomstig uit coalitie en oppositie. 2. De commissievoorzitters zijn lid van de agendacommissie. De overige leden kiest de raad uit zijn midden. 3. Indien het op stemmingen aankomt hebben de leden gelijk stemrecht. 4. De voorzitter is adviserend lid (zonder stemrecht) en zit de vergaderingen voor. 5. De griffier en/of de commissiegriffiers zijn in elke vergadering van de agendacommissie aanwezig. 6. De agendacommissie kan anderen uitnodigen deel te nemen aan haar vergaderingen. 7. De taken van de agendacommissie zijn in ieder geval: a. het voorbereiden en vaststellen van de voorlopige agenda’s voor de raadsvergaderingen en de commissievergaderingen; b. het vaststellen van de vergadercyclus van de raad en van de raadscommissies; c. adviseren over en voorstellen doen voor de wijze van agenderen (beeld- of oordeelsvormend of anderszins) en over de bijpassende behandelen vergaderwijze, ook van de onderwerpen op de strategische lange termijnagenda van de raad; d. beoordelen van de kwaliteit van de college- en raadsvoorstellen; e. bewaken van openstaande toezeggingen en afspraken; f. adviseren over en het doen van voorstellen over de wijze waarop de betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden wordt georganiseerd; g.

beoordelen van agendaverzoeken; h. beoordelen van verzoeken voor bijeenkomsten en werkbezoeken van raads- en collegeleden en anderen.

Motivatie / toelichting De agendacommissie is een artikel 84 commissie die een coördinerende rol heeft bij de meer dagelijkse gang van zaken en de reguliere vergadercyclus van de raad. De agendacommissie zorgt voor het realiseren van het beter benutten van de commissiestructuur en voor een helder onderscheid tussen beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming. Daarbij geldt dat het dossier bepalend is voor de behandelwijze. De agendacommissie beoordeelt ook alle verzoeken voor bijeenkomsten en werkbezoeken vanuit de raad, het college en anderen. Wat wordt wanneer ingepland en op welke wijze? Op die manier kan de raad de regie houden over zijn eigen agenda. Het oude artikel is gesplitst in twee artikelen over de samenstelling en de taken. Het voorstel is om de agendacommissie net als het presidium besloten te maken met een (passief) openbare besluitenlijst. In artikel 4 lid 1 en lid 2 is nieuw opgenomen dat de agendacommissie bestaat uit minimaal drie raadsleden. De raad kan zelf meer leden aanstellen, afhankelijk van de behoefte. Op 5 maart 2021 heeft een heisessie van de agendacommissie plaatsgevonden. T.z.t. zullen er voorstellen komen om de uitkomsten te verwerken in het reglement. Bij artikel 5 is geschrapt dat de agendacommissie gaat over de raadsagenda. In de praktijk vloeit de concept-raadsagenda voort uit de commissiebehandeling.

Soms komt het alleen voor dat de agendacommissie zaken rechtstreeks

Wordt of anderszins) en over de bijpassende behandelen vergaderwijze, ook van de onderwerpen op de strategische lange termijnagenda van de raad; d. beoordelen van de kwaliteit van de college- en raadsvoorstellen; e. bewaken van openstaande toezeggingen en afspraken; f. adviseren over en het doen van voorstellen over de wijze waarop de betrokkenheid van inwoners en belanghebbenden wordt georganiseerd; g. beoordelen van agendaverzoeken; h. beoordelen van verzoeken voor bijeenkomsten en werkbezoeken van raads- en collegeleden en anderen.

Was (Reglement van orde 2019) 8. De vergaderingen van de agendacommissie zijn openbaar.

Motivatie / toelichting agendeert voor de raad. Het is de raad die de eigen agenda vaststelt.

Artikel 24. Besluitenlijst 1. Van de raadsvergaderingen wordt een besluitenlijst en een videoverslag gemaakt. 2. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en de griffier. 3. Elektronisch beschikbare besluitenlijsten en videoverslagen worden op de website van de gemeenteraad geplaatst, behoudens de uitzonderingsgronden in artikel 10 en 11 van de Wob.

Artikel 24. Besluitenlijst 1. Van de raadsvergaderingen wordt een besluitenlijst en een videoverslag gemaakt. 2. Vastgestelde besluitenlijsten worden ondertekend door de voorzitter en de griffier. 3. Elektronisch beschikbare besluitenlijsten en videoverslagen worden op de website van de gemeenteraad geplaatst.

In lid 3 is ter verduidelijking toegevoegd: behoudens de uitzonderingsgronden in artikel 10 en 11 van de Wob.

Artikel 29. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden. 3. De voorzitter is bevoegd, wanneer de orde in de raadsvergadering op enigerlei wijze door toehoorders wordt verstoord, deze en zo nodig andere toehoorders te doen vertrekken. 4. Hij is bevoegd toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren voor ten hoogste

Artikel 29. Toehoorders en pers 1. Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers wonen openbare raadsvergaderingen uitsluitend bij op de voor hen bestemde plaatsen. 2. Het blijkgeven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is hen verboden.

Lid 3 en 4 zijn overgenomen van lid 3 en 4 van artikel 23 van de Verordening op de raadscommissies. Door opname in het RvO kunnen de regels voor de handhaving van de orde door de voorzitter ook gelden voor de raadsvergadering.

De taken van de agendacommissie zijn enigszins subjectief. Zo wordt in artikel 5 lid d gesproken over het beoordelen van de kwaliteit van voorstellen. De agendacommissie dient met elkaar afspraken te maken welk toetsingskader daarvoor wordt gebruikt.

Wordt drie maanden de toegang tot de vergadering te ontzeggen.

Was (Reglement van orde 2019)

Motivatie / toelichting

Nieuw artikel 31. Sociale media Tijdens de behandeling van agendapunten wordt niet gecommuniceerd door de deelnemers aan de vergadering over de raadsvergadering via sociale media over het onderwerp dat op dat moment wordt behandeld.

Tijdens de raadsvergadering dient het debat plaats te vinden in de raadzaal. Een schaduwdebat op een tweede platform van sociale media is niet wenselijk en niet respectvol naar de raadsleden die het debat in de raad voeren.

Nieuw artikel 32. Raadsinstrumenten 1. De raad heeft de volgende raadsinstrumenten tot zijn beschikking waarop artikel 33 Gemeentewet van toepassing is: a. Amendementen b. Moties c. Initiatiefvoorstel d. Interpellatie e. Schriftelijke vragen f. Inlichtingen g. Mondelinge vragen h. Raadsenquête

Nieuw artikel om te verduidelijken welke raadsinstrumenten de raad tot zijn beschikking heeft en dat ambtelijke bijstand (artikel 33) hierop van toepassing is.

Artikel 37. Interpellatie 1. Een raadslid kan middels een schriftelijk verzoek aan de voorzitter één of meerdere leden van het college politieke vragen stellen aangaande onderwerpen die niet zijn geagendeerd. 2. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover vragen worden gesteld en de te stellen vragen. 3. De vragen dienen politiek relevant en actueel te zijn. 4. Het raadslid doet dit verzoek minstens 72 uur voorafgaand aan de raadsvergadering. De voorzitter van de raad kan in het geval van spoedeisende zaken toestaan hiervan af te wijken.

Artikel 35. Interpellatie 1. Raadsleden dienen verzoeken tot het houden van een interpellatie schriftelijk in bij de voorzitter. Het verzoek bevat in ieder geval de te stellen vragen. 2. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en de wethouders. 3. Over verzoeken die ten minste 72 uur voor aanvang van een raadsvergadering zijn ingediend of in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende gevallen, wordt tijdens de eerstvolgende raadsvergadering gestemd. In andere gevallen tijdens de daaropvolgende raadsvergadering.

Verduidelijking van het interpellatierecht en hoe het debat hierover verloopt. Lid 3 is subjectief. Wanneer zijn vragen actueel? In lid 7 is het de raad die dat uiteindelijk bepaalt door middel van stemming over het wel of niet toestaan van het interpellatieverzoek. In lid 8,9 en 10 is de volgorde van spreken opgenomen. Bij een interpellatiedebat is het – net als bij andere agendapunten – mogelijk om een motie in te dienen. Afhankelijk van het onderwerp kan dit direct in eerste termijn of in de tweede termijn, waarna stemming over de motie volgt.

Wordt 5. De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennisgeving aan de overige leden van de raad. 6. De voorzitter stelt het verzoek aan de orde bij de vaststelling van de agenda en stelt de aanvrager desgewenst in de gelegenheid zijn verzoek nader te motiveren. 7. De raad bepaalt bij de vaststelling van de agenda of het verzoek wordt toegestaan middels stemming. 8. De behandeling van het interpellatiedebat vindt plaats in twee termijnen. 9. In de eerste termijn krijgt de indiener het woord, waarna het college kan antwoorden. In deze termijn zijn enkel interrupties toegestaan die als doel hebben hetgeen gezegd is te verduidelijken. 10. In de tweede termijn kunnen ook andere fracties het woord voeren en kan het college nog een keer reageren indien gewenst.

Was (Reglement van orde 2019) 4. De interpellant voert niet vaker dan tweemaal het woord. De overige raadsleden, de burgemeester en de wethouders niet vaker dan eenmaal, tenzij de raad hen hiertoe verlof geeft.

Motivatie / toelichting

Artikel 39. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen 30 dagen nadat het verzoek is ingediend.

Artikel 37. Inlichtingen 1. Raadsleden dienen verzoeken tot inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de wet schriftelijk in bij de griffier. 2. De griffier brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige raadsleden en het college of de burgemeester. 3. De verlangde inlichtingen worden zo spoedig mogelijk aan de raad verschaft, in ieder geval binnen tien dagen nadat het verzoek is ingediend.

De genoemde termijn in lid 3 is gelijk getrokken met het oude artikel 36 schriftelijke vragen, 30 dagen. Uitgangspunt blijft zo spoedig mogelijk, maar een termijn van 10 dagen is niet altijd haalbaar.

Nieuw artikel 41. Digitaal vergaderen 1. De voorzitter, het presidium of de agendacommissie kunnen besluiten een vergadering digitaal te houden. 2. Voor de in lid 1 genoemde vergaderingen geldt dat de in dit reglement van orde bepaalde

Door de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming heeft de gemeenteraad ervaring opgedaan met digitale vergaderingen. In de toekomst zullen raadsvergaderingen weer fysiek (moeten) plaatsvinden, maar door het opnemen van dit artikel in het RvO is het mogelijk om andere type vergaderingen digitaal te blijven

Wordt artikelen van overeenkomstige toepassing zijn zover ze betrekking kunnen hebben op digitale vergaderingen. 3. Een geheime vergadering kan niet digitaal plaatsvinden. Voor een commissie- of raadsvergadering dient een tijdelijke wet digitale beraadslaging van kracht te zijn. 4. Per digitale vergadering wordt door de organisator praktische vergaderafspraken vastgesteld. 5. Er kan enkel digitaal vergaderd worden wanneer elk lid afzonderlijk beschikt over de daarvoor noodzakelijke middelen. 6. Voor digitale vergaderingen geldt dat elk lid herkenbaar en identificeerbaar moet zijn, inhoudende dat zijn/haar identiteit op basis van beeld en stem vast te stellen is. 7. Voor het houden van digitale vergaderingen wordt gebruik gemaakt van door de gemeente beschikbaar gestelde, en dus goedgekeurde, software.

Was (Reglement van orde 2019)

Motivatie / toelichting organiseren mochten daar goede redenen voor zijn.

Was-wordt lijst bij de Verordening op de raadscommissies gemeente Amstelveen 2021 Wordt

Was (Verordening raadscommissies 2019)

Motivatie / toelichting

Artikel 4. Samenstelling raadscommissies 1. Alle raadsleden zijn lid van de raadscommissies. 2. Iedere fractie kan bij de raad personen voordragen die als burgerlid kunnen deelnemen aan commissievergaderingen. Iedere fractie kan net zoveel burgerleden voordragen als er commissies zijn. Elke fractie kan per commissie één burgerlid afvaardigen. 3. Iedere persoon die de eerste twee jaar na de gemeenteraadsverkiezingen als burgerlid wordt voorgedragen, moet op de kieslijst hebben gestaan. Als een periode van twee jaar na de gemeenteraadsverkiezingen is verstreken, mogen ook personen die niet op de kieslijst hebben gestaan, als burgerlid worden voorgedragen. 4. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op de burgerleden en zij dienen een Verklaring Omtrent Gedrag te overleggen. De griffie onderzoekt of de kandidaat aan de gestelde eisen voldoet en informeert de kandidaat over het integriteitsbeleid van de gemeenteraad. 5. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de burgerleden tijdens de vergadering van de raad, in handen van de voorzitter, de eed of verklaring en belofte af. 6. De fracties bepalen zelf welke leden zij als commissielid naar de vergaderingen van de raadscommissie(s) afvaardigen en melden dat aan de griffie.

Artikel 4. Samenstelling; benoeming commissievoorzitter 1. Alle raadsleden zijn lid van de raadscommissies. 2. Iedere fractie kan bij de raad personen voordragen die als burgerlid kunnen deelnemen aan commissievergaderingen. Iedere fractie kan net zoveel burgerleden voordragen als er commissies zijn. Elke fractie kan per commissie één burgerlid afvaardigen. 3. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet zijn van overeenkomstige toepassing op de burgerleden. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen ondertekenen zij een verklaring omtrent gedrag, integriteit en geheimhouding. 4. De fracties bepalen zelf welke leden zij als commissielid naar de vergaderingen van de raadscommissie(s) afvaardigen en melden dat aan de griffie. 5. De raad benoemt de commissievoorzitters. De commissievoorzitters maken allen deel uit van verschillende fracties. 6. Wanneer de commissievoorzitter verhinderd is tijdens de commissievergadering, wordt hij vervangen door een andere commissievoorzitter. Indien dat om praktische redenen niet kan, wordt hij vervangen door het oudste lid van de commissie naar zittingsjaren bezien. 7. De commissievoorzitter neemt geen deel aan de beraadslagingen in de commissie die hij voorzit.

Van de samenstelling van de commissie en de voorzitters zijn twee aparte artikelen gemaakt.

Nieuw artikel 5. Commissievoorzitters

Het zijn van burgerlid is een serieuze functie. Door het staan op een kandidatenlijst heeft er voor de verkiezingen screening plaatsgevonden. Daarom is in deze herziening de tussenvariant opgenomen dat burgerleden de eerste twee jaar na de gemeenteraadsverkiezingen op de kieslijst moeten hebben gestaan. Daarna mogen ze ook van buiten komen. In artikel 4 is opgenomen dat burgerleden – met ingang van de eerst volgende raadsperiode - zie slotbepalingen artikel 26 lid 1 - een eed of verklaring en belofte dienen af te leggen alvorens hun functie te kunnen uitoefenen. Dit benadrukt voor burgerleden de rechten en plichten die bij de functie horen, voor de raad is direct duidelijk wie de (nieuwe) burgerleden zijn en de ceremonie accentueert het belang van het werk. In artikel 5 is de taak van de commissievoorzitters duidelijker beschreven.

1. De raad benoemt de commissievoorzitters. De commissievoorzitters maken deel uit van verschillende fracties. 2. Wanneer de commissievoorzitter verhinderd is tijdens de commissievergadering, wordt hij vervangen door een andere commissievoorzitter. Indien dat om praktische redenen niet kan, wordt hij vervangen door de plaatsvervangend voorzitter van de raad. 3. De commissievoorzitter neemt geen deel aan de beraadslagingen in de commissie die hij voorzit. 4. De voorzitter is belast met: a. het leiden van de commissievergadering; b. het doen naleven van dit Reglement van Orde; c. Het samenvatten van het advies van de commissie over een raadsvoorstel en eventuele discussiepunten voor bespreking in de raad; d. Het benoemen van toezeggingen van het college aan de raad. Nieuw artikel 6. Zittingsduur 1. De zittingsperiode van een commissielid en voorzitter eindigt door overlijden, ontslag en bij het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid en voorzitter eindigt als niet meer wordt voldaan aan de gestelde eisen in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet. 3. Het commissielidmaatschap van een burgerlid eindigt door ontslag op eigen verzoek, dan wel op voorstel van de fractie, waar betrokkene deel vanuit maakt. 4.

Het lidmaatschap van burgerleden, benoemd op voordracht van een fractie, die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege. 5. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan.

Artikel 5. Zittingsduur en vacatures 1. De zittingsperiode van een commissielid en voorzitter eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2. Het lidmaatschap van een commissielid eindigt als niet meer wordt voldaan aan de gestelde eisen in de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de wet. 3. Het lidmaatschap van een burgerlid eindigt als de fractie waartoe het burgerlid behoort dat te kennen geeft aan de griffier. 4. Het lidmaatschap van burgerleden, benoemd op voordracht van een fractie die niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt van rechtswege. 5. De raad kan de commissievoorzitter ontslaan. 6. Een commissievoorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.

Bij lid 1 is de voorzitter toegevoegd, lid 3 is iets aangescherpt. Het oude lid 7 is overbodig en daarom geschrapt.

6. Een commissievoorzitter kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan de raad.

7. Als door overlijden of ontslag een vacature voor een voorzitterschap ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan.

Nieuw artikel 11. Technische vragen 1. Elk raads- en burgerlid heeft de mogelijkheid om technische vragen te stellen. 2. Een technische vraag is een vraag van nietpolitieke aard aangaande een voorliggend college- of raadsvoorstel, persbericht of collegebrief met als doel duidelijkheid te verkrijgen over de verstrekte informatie. 3. Vragen waarvan het college acht dat die niettechnisch zijn, worden niet beantwoord. Deze vragen kunnen tijdens een vergadering aan de orde komen. 4. Burgemeester en wethouders dan wel de burgemeester (of namens hen de ambtelijke organisatie) beantwoorden technische vragen zo spoedig mogelijk in voorbereiding op een vergadering en anders in de regel binnen 30 dagen nadat de vragen bij hen zijn binnengekomen. 5. Indien het college vindt dat de beantwoording relevant is voor de rest van de commissie of raad wordt deze schriftelijk beantwoord in een collegebrief of op een andere wijze aan de raad verstrekt.

Artikel 14. Rondvraag 1. Bij elke commissievergadering kunnen de commissieleden vragen stellen aan het college van burgemeester en wethouders over actuele ontwikkelingen. 2. De rondvraag maakt onderdeel uit van de spreektijd.

De vorm waarop raads- of burgerleden voor een commissievergadering informatie kunnen inwinnen was nog niet gespecificeerd in de verordening. Naast de raadsinstrumenten die in het Reglement van orde voorbehouden zijn aan de raad (nieuw artikel 32), kunnen burgerleden ook technische vragen stellen.

Artikel 12. Rondvraag 1. Aan het begin van elke commissievergadering kunnen de commissieleden vragen stellen aan het college van burgemeester en wethouders over actuele ontwikkelingen. 2. Het lid dat vragen wil stellen bij de rondvraag, meldt deze vragen tijdig aan bij de commissiegriffier.

Lid 1 is aangepast aan de gangbare praktijk, bij elke commissievergadering is er een rondvraag die in de huidige situatie aan het eind van de vergadering staat geagendeerd.

3. Het lid dat vragen wil stellen bij de rondvraag, meldt deze vragen tijdig aan bij de commissiegriffier. 4. De vraagsteller stelt zijn vragen kort en bondig, waarna de portefeuillehouder de vragen beantwoordt. De overige commissieleden en de vraagsteller kunnen in tweede termijn aanvullende vragen stellen. Ook deze vragen worden door de portefeuillehouder beantwoord.

3. De vraagsteller stelt zijn vragen kort en bondig, waarna de portefeuillehouder de vragen beantwoordt. De overige commissieleden en de vraagsteller kunnen in tweede termijn aanvullende vragen stellen. Ook deze vragen worden door de portefeuillehouder beantwoord.

Artikel 21. Besluitenlijst 1. Van de commissievergaderingen wordt een besluitenlijst en een audio- of videoverslag gemaakt. 2. De besluitenlijst wordt tijdig aan de leden toegezonden en openbaar gemaakt. 3. Elektronisch beschikbare besluitenlijsten en audio-/videoverslagen worden op de website van de gemeente geplaatst, behoudens de uitzonderingsgronden in artikel 10 en 11 van de Wob.

Artikel 19. Besluitenlijst 1. Van de commissievergaderingen wordt een besluitenlijst en een audio- of videoverslag gemaakt. 2. De besluitenlijst wordt tijdig aan de leden toegezonden en openbaar gemaakt. 3. Elektronisch beschikbare besluitenlijsten en audio-/videoverslagen worden op de website van de gemeente geplaatst.

Lid 2 is toegevoegd.

Artikel 27. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking met uitzondering van artikel 4 lid 5 die in werking treedt vanaf 16 maart 2022.

Artikel 25. Inwerkingtreding en citeertitel 1. Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die van bekendmaking. 2. Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening op de raadscommissies gemeente Amstelveen 2019.

De beëdiging van burgerleden zal vanaf de volgende raadperiode plaatsvinden zoals opgenomen in artikel 4 lid 5.

Was-wordt lijst bij de Verordening op de ambtelijke bijstand en fractieondersteuning 2021 Wordt

Was (Verordening 2018)

Motivatie / toelichting

Artikel 3. Verzoek om ambtelijke bijstand 1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om ambtelijke bijstand. 2. De griffier verleent zo spoedig mogelijk de ambtelijke bijstand, voor zover dit in redelijkheid kan worden gevergd. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is, kan de griffier de secretaris verzoeken om één of meer ambtenaren aan te wijzen die voor zover mogelijk het verzoek zo spoedig mogelijk verder inwilligen. 3. De secretaris wijst geen ambtenaar aan als: a. naar oordeel van de secretaris niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden, of b. dit naar het oordeel van de secretaris het belang van de gemeente kan schaden, of c. het verlenen van de verzochte ambtelijke bijstand naar zijn oordeel in redelijkheid niet kan worden gevergd. 4. als de ambtelijke bijstand op grond van het derde lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken de ambtelijke bijstand alsnog te laten verlenen. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek.

Artikel 3. Verzoek om ambtelijke bijstand Artikel 3. Verzoek om ambtelijke bijstand 1. Een raadslid kan de griffier verzoeken om ambtelijke bijstand. 2. De griffier verleent zo spoedig mogelijk de ambtelijke bijstand, voor zover dit in redelijkheid kan worden gevergd. Voor zover daarmee niet aan het verzoek voldaan is kan de griffier de secretaris verzoeken om één of meer ambtenaren aan te wijzen die voor zover mogelijk het verzoek zo spoedig mogelijk verder inwilligen. 3. De secretaris wijst geen ambtenaar aan als: a. naar oordeel van de secretaris niet aannemelijk is gemaakt dat de ambtelijke bijstand betrekking heeft op raadswerkzaamheden, of b. dit naar het oordeel van de secretaris het belang van de gemeente kan schaden, of c. als de ambtelijke bijstand op grond van het derde lid wordt geweigerd deelt de secretaris dit met redenen omkleed mee aan de griffier en aan het raadslid door wie het verzoek is ingediend. De griffier of het raadslid kan de burgemeester verzoeken de ambtelijke bijstand alsnog te laten verlenen. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk op het verzoek.

Nieuw is artikel 3 lid c conform de laatste Modelverordening ambtelijke bijstand van de VNG. Het oorspronkelijke artikel 3 lid c is conform diezelfde modelverordening lid 4 geworden.

Artikel 4. Geschil over ambtelijke bijstand 1. Een raadslid dat niet tevreden is over de aan hem verleende ambtelijke bijstand, treedt hierover in overleg met de griffier.

Artikel 4. Geschil over ambtelijke bijstand 1. Een raadslid dat niet tevreden is over de door een ambtenaar aan hem verleende ambtelijke bijstand kan hierover in overleg treden met de secretaris.

Aanpassing is conform de modelverordening van de VNG. In artikel 107 Gemeentewet is opgenomen dat de griffier de raad bij staat in de uitoefening van zijn taak. In die hoedanigheid is het niet logisch dat een raadslid (buiten de

2. Als overleg met de griffier niet leidt tot een ook voor het raadslid bevredigende oplossing, verzoekt de griffier de burgemeester om met hem, de secretaris, en zo nodig het raadslid, in overleg te treden over de aan het raadslid verleende ambtelijke bijstand. De burgemeester beslist zo spoedig mogelijk over de zaak.

2. Als overleg met de secretaris niet leidt tot een voor beide partijen bevredigende oplossing kan het raadslid de zaak aan de burgemeester voorleggen. De burgemeester voorziet zo spoedig mogelijk in de kwestie.

griffier om) in overleg treedt met de gemeentesecretaris bij een geschil.

Artikel 5. Vertrouwelijkheid ambtelijke bijstand 1. De secretaris verstrekt aan het lid van het college op wiens werkzaamheden een verzoek om ambtelijke bijstand betrekking heeft, desgevraagd een afschrift van het verzoek. 2. Een raadslid kan aangeven dat een verzoek om ambtelijk bijstand of de inhoud van het gegeven advies vertrouwelijk wordt gehouden. In dat geval zal de griffier dit verzoek vertrouwelijk in het driehoeksoverleg bespreken. 3. Indien het college of leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of de inhoud van het gegeven advies wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.

Artikel 5. Verstrekking informatie over verzoeken om ambtelijke bijstand 2. Als het college of één of meer leden van het college informatie wensen over een verzoek om ambtelijke bijstand of over de inhoud van verleende ambtelijke bijstand, wenden zij zich daartoe rechtstreeks tot het betrokken raadslid.

Het kan voorkomen dat de raad vertrouwelijke ambtelijke bijstand wil die nog niet wordt gedeeld met het college. Voor deze gevallen is in lid 2 nieuw opgenomen dat de griffier dit verzoek vertrouwelijk bespreekt in de driehoek.

Bij een klacht over de griffie(r) dient het raadslid zich te melden bij de werkgeverscommissie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=cc4a8e95-3271-4c10-a64c-69cd0dfaa9e6