CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Geohydrologisch rapport

Raadsvergadering 22 februari 2023, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen Paraplubestemmingsplan Gasleiding Amsterdamse Bos23.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Geohydrologisch rapport Ombouw Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan

projectnummer 455806 concept revisie 01 9 juni 2022

Geohydrologisch rapport Ombouw Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan

projectnummer 455806 documentnummer 455806-GHR-BB-01 concept revisie 01 9 juni 2022

Auteur A. Wiersma B. van Meekeren

Opdrachtgever N.V. Nederlandse Gasunie Concourslaan 17 9727 KC GRONINGEN

Gecontroleerd: H. Koopmans

datum vrijgave 09-06-2022

beschrijving revisie 01 definitief

vrijgave R.S. Raap

Inhoudsopgave

Blz.

Inhoudsopgave

1

Samenvatting

1

1

Projectomschrijving

2

Doel en status rapport Begrippen en afkortingen

3 3

Inventarisatie bodemopbouw, geohydrologie en oppervlaktewater

4

Algemeen Veld- en laboratoriumonderzoek Maaiveldhoogten Bodemgesteldheid Regionale bodemopbouw op basis van REGIS II (TNO) Regionale bodemopbouw op basis van GeoTop (TNO) Lokale bodemopbouw Oppervlaktewater Waterkeringen Freatische grondwaterstanden en stijghoogten Freatische grondwaterstanden Stijghoogten 1e watervoerende pakket Grondwaterkwaliteit

4 4 4 6 6 8 11 14 14 15 15 17 19

Bemaling

21

Werkmethode Risico’s opbarsten putbodem en noodzaak spanningsbemaling Bemalingswijze Modelschematisatie Uitgangspunten Resultaten Grondwaterstandsverlagingen

21 21 22 23 23 24 25

Effecten grondwateronttrekking en -lozing

26

Algemeen Zettingen Landbouw en natuur Grondwaterverontreinigingen Archeologie Aardkundige waarden Zoet/zoutgrensvlak grondwater Grondwaterbeschermingsgebieden en overige onttrekkingen

26 26 26 27 28 28 29 29

2

2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.4.3.1

2.6.1 2.6.2

3

3.3.1 3.3.2 3.3.3

4

Geohydrologisch rapport Ombouw lagedruk naar hogedruk gasleiding tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

5

6

Lozing bemalingswater op oppervlaktewater

30

Vergunning/melding onttrekking en lozing

31

Onttrekken grondwater Lozing grondwater Conclusie

31 31 32

Conclusies en aanbevelingen

33

Algemeen Onttrekking en lozing Effecten Monitoringsaspecten Aanbevelingen

33 33 33 34 34

Bijlagen 1 2 3 4 5

Gegevens opdrachtgever Boorpuntenkaart en profielbeschrijvingen Analysecertificaat Checklist gegevens Checklist risico’s

Samenvatting Locatie Locatie

Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan

Coördinaten

X

Y

Sectie en perceelnr.

Gemeente

Bosbaan oostzijde

117.960

482.370

819 V

Amstelveen

Bosbaan westzijde

116.380

482.035

579 V

Amstelveen

Klimpark zuidzijde

118.750

482.200

819 V

Amstelveen

Klimpark noordzijde

118.785

482.315

819 V

Amstelveen

Bodemopbouw en geohydrologie Maaiveldhoogte

NAP +0,4 tot NAP -3,6 m

Grondwaterstanden Globale bodemopbouw

GHG

GHS

GLG

GLS

NAP -1,6 à -3,1 m

NAP -3,0 m

NAP -2,5 à -3,8 m

NAP -3,5 m

De bodemopbouw bestaat vanaf maaiveld (NAP +0,4 á -3,6 m) tot gemiddeld NAP 11 m uit klei en veen. Plaatselijk zijn enkele zandige laagjes aanwezig in de deklaag. Bij de (zeer) hoog gelegen delen is eerst (ophoog)zand aanwezig tot ca. NAP -4,3 m. Hieronder is een watervoerend pakket aanwezig.

Werkzaamheden Ontgravingswijze

open ontgraving en HDD-boring

Aantal werkputten

3 sleuven en 4 putten

Bemaling Beheergebied

Hoogheemraadschap van Rijnland

Bemalingswijze

-Open bemaling; - eventueel verticale bemaling op tracédeel 4 (tot maximaal NAP -4,3 m).

Filterdiepte (m -mv.)

-n.v.t.

Totaal waterbezwaar (m3)

Circa 4.200

Maximaal debiet (m3/uur)

Circa 10

Bemalingsduur (maanden)

Maximaal 4 maanden

Vergunning of melding?

Melding voor onttrekking en lozing

Lozingsparameters

IJzer totaal (mg/l) 0,8 à 40

Wijze van lozing bemalingswater

Onopgeloste bestanddelen (mg/l)

Chloride

3,6 à 130

19 á 120

Op oppervlaktewater

Opmerkingen Vervolgstappen: Indienen melding ten behoeve van onttrekking en lozing bij het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Blad 1 van 34

(mg/l)

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

1

Projectomschrijving In opdracht van de Nederlandse Gasunie N.V. heeft Antea Group onderhavig geohydrologisch advies opgesteld ten behoeve van de ombouw van een bestaande gasleiding (G-gas) naar een nieuwe gasleiding (H-gas). Het project omvat twee tracédelen:  Tracédeel Raasdorp – M&R sloten (DN300);  Tracédeel Bosbaan en klimpark Fun Forest Amsterdam (DN400). Onderhavig rapport heeft betrekking op tracédeel Bosbaan en Klimpark Fun Forest Amsterdam. In figuur 1.1 is de ligging van de genoemde tracés weergegeven.

Legenda boring open ontgraving

Tracédeel Raasdorp – M&R sloten

Tracédeel Bosbaan

Tracédeel klimpark Fun Forest

Figuur 1.1: Ligging tracé. Bron achtergrond: ESRI, Topo RD.

Het onderhavige tracédeel (Bosbaan en klimpark) heeft een totale lengte van circa 1,8 km. Hiervan wordt circa 1,55 km uitgevoerd middels HDD-boringen. Het overige deel wordt uitgevoerd in open ontgraving. In tabel 1.1 zijn de kadastrale gegevens van het tracé weergegeven Tabel 1.1 Kadastrale gegevens aansluitingen tracé Tracédeel

Begin-/eindpunt

X coördinaat

Y coördinaat

Gemeente

Bosbaan

Bosbaan oostzijde

117.960

482.370

Amstelveen

V

819

Bosbaan westzijde

116.380

482.035

Amstelveen

V

579

Klimpark zuidzijde

118.750

482.200

Amstelveen

V

819

Klimpark noordzijde

118.785

482.315

Amstelveen

V

819

Klimpark

Sectie

Percelen

Ten behoeve van de werkzaamheden worden sleuven gegraven met een diepte van tot 3,0 m -mv. als gevolg van lokale leiding kruisingen. De bemalingsduur per sleuf bedraagt 3 á 7 dagen per m1. De

Blad 2 van 34

Inhoudsopgave

Blz.

Inhoudsopgave

1

Samenvatting

1

1

Projectomschrijving

2

Doel en status rapport Begrippen en afkortingen

3 3

Inventarisatie bodemopbouw, geohydrologie en oppervlaktewater

4

Algemeen Veld- en laboratoriumonderzoek Maaiveldhoogten Bodemgesteldheid Regionale bodemopbouw op basis van REGIS II (TNO) Regionale bodemopbouw op basis van GeoTop (TNO) Lokale bodemopbouw Oppervlaktewater Waterkeringen Freatische grondwaterstanden en stijghoogten Freatische grondwaterstanden Stijghoogten 1e watervoerende pakket Grondwaterkwaliteit

4 4 4 6 6 8 11 14 14 15 15 17 19

Bemaling

21

Werkmethode Risico’s opbarsten putbodem en noodzaak spanningsbemaling Bemalingswijze Modelschematisatie Uitgangspunten Resultaten Grondwaterstandsverlagingen

21 21 22 23 23 24 25

Effecten grondwateronttrekking en -lozing

26

Algemeen Zettingen Landbouw en natuur Grondwaterverontreinigingen Archeologie Aardkundige waarden Zoet/zoutgrensvlak grondwater Grondwaterbeschermingsgebieden en overige onttrekkingen

26 26 26 27 28 28 29 29

2

2.4.1 2.4.2 2.4.3 2.4.3.1

2.6.1 2.6.2

3

3.3.1 3.3.2 3.3.3

4

Geohydrologisch rapport Ombouw lagedruk naar hogedruk gasleiding tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

5

6

Lozing bemalingswater op oppervlaktewater

30

Vergunning/melding onttrekking en lozing

31

Onttrekken grondwater Lozing grondwater Conclusie

31 31 32

Conclusies en aanbevelingen

33

Algemeen Onttrekking en lozing Effecten Monitoringsaspecten Aanbevelingen

33 33 33 34 34

Bijlagen 1 2 3 4 5

Gegevens opdrachtgever Boorpuntenkaart en profielbeschrijvingen Analysecertificaat Checklist gegevens Checklist risico’s

Samenvatting Locatie Locatie

Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan

Coördinaten

X

Y

Sectie en perceelnr.

Gemeente

Bosbaan oostzijde

117.960

482.370

819 V

Amstelveen

Bosbaan westzijde

116.380

482.035

579 V

Amstelveen

Klimpark zuidzijde

118.750

482.200

819 V

Amstelveen

Klimpark noordzijde

118.785

482.315

819 V

Amstelveen

Bodemopbouw en geohydrologie Maaiveldhoogte

NAP +0,4 tot NAP -3,6 m

Grondwaterstanden Globale bodemopbouw

GHG

GHS

GLG

GLS

NAP -1,6 à -3,1 m

NAP -3,0 m

NAP -2,5 à -3,8 m

NAP -3,5 m

De bodemopbouw bestaat vanaf maaiveld (NAP +0,4 á -3,6 m) tot gemiddeld NAP 11 m uit klei en veen. Plaatselijk zijn enkele zandige laagjes aanwezig in de deklaag. Bij de (zeer) hoog gelegen delen is eerst (ophoog)zand aanwezig tot ca. NAP -4,3 m. Hieronder is een watervoerend pakket aanwezig.

Werkzaamheden Ontgravingswijze

open ontgraving en HDD-boring

Aantal werkputten

3 sleuven en 4 putten

Bemaling Beheergebied

Hoogheemraadschap van Rijnland

Bemalingswijze

-Open bemaling; - eventueel verticale bemaling op tracédeel 4 (tot maximaal NAP -4,3 m).

Filterdiepte (m -mv.)

-n.v.t.

Totaal waterbezwaar (m3)

Circa 4.200

Maximaal debiet (m3/uur)

Circa 10

Bemalingsduur (maanden)

Maximaal 4 maanden

Vergunning of melding?

Melding voor onttrekking en lozing

Lozingsparameters

IJzer totaal (mg/l) 0,8 à 40

Wijze van lozing bemalingswater

Onopgeloste bestanddelen (mg/l)

Chloride

3,6 à 130

19 á 120

Op oppervlaktewater

Opmerkingen Vervolgstappen: Indienen melding ten behoeve van onttrekking en lozing bij het Hoogheemraadschap van Rijnland.

Blad 1 van 34

(mg/l)

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

1

Projectomschrijving In opdracht van de Nederlandse Gasunie N.V. heeft Antea Group onderhavig geohydrologisch advies opgesteld ten behoeve van de ombouw van een bestaande gasleiding (G-gas) naar een nieuwe gasleiding (H-gas). Het project omvat twee tracédelen:  Tracédeel Raasdorp – M&R sloten (DN300);  Tracédeel Bosbaan en klimpark Fun Forest Amsterdam (DN400). Onderhavig rapport heeft betrekking op tracédeel Bosbaan en Klimpark Fun Forest Amsterdam. In figuur 1.1 is de ligging van de genoemde tracés weergegeven.

Legenda boring open ontgraving

Tracédeel Raasdorp – M&R sloten

Tracédeel Bosbaan

Tracédeel klimpark Fun Forest

Figuur 1.1: Ligging tracé. Bron achtergrond: ESRI, Topo RD.

Het onderhavige tracédeel (Bosbaan en klimpark) heeft een totale lengte van circa 1,8 km. Hiervan wordt circa 1,55 km uitgevoerd middels HDD-boringen. Het overige deel wordt uitgevoerd in open ontgraving. In tabel 1.1 zijn de kadastrale gegevens van het tracé weergegeven Tabel 1.1 Kadastrale gegevens aansluitingen tracé Tracédeel

Begin-/eindpunt

X coördinaat

Y coördinaat

Gemeente

Bosbaan

Bosbaan oostzijde

117.960

482.370

Amstelveen

V

819

Bosbaan westzijde

116.380

482.035

Amstelveen

V

579

Klimpark zuidzijde

118.750

482.200

Amstelveen

V

819

Klimpark noordzijde

118.785

482.315

Amstelveen

V

819

Klimpark

Sectie

Percelen

Ten behoeve van de werkzaamheden worden sleuven gegraven met een diepte van tot 3,0 m -mv. als gevolg van lokale leiding kruisingen. De bemalingsduur per sleuf bedraagt 3 á 7 dagen per m1. De

Blad 2 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

totale duur van de bemalingen bedraagt maximaal 3 maanden. De gegevens ten aanzien van de sleuven zijn opgenomen in bijlage 1 en hoofdstuk 3.1. Om constructietechnische en cultuurtechnische redenen dienen de uit te voeren werkzaamheden in droge bouwputten plaats te vinden. In verband met de heersende grondwaterstanden op de locatie moet daartoe bemaling worden geïnstalleerd.

Doel en status rapport Doel van dit rapport is inzicht te verkrijgen in het te verwachten debiet en waterbezwaar. Dit rapport dient als basis voor de melding van de grondwateronttrekking en lozing van het onttrokken grondwater. Het rapport wordt tevens informatief aan de aannemer verstrekt.

Begrippen en afkortingen In dit rapport worden verschillende technische begrippen en afkortingen gebruikt. In de onderstaande tekst zijn deze verklaard. Blbi c-waarde

Besluit lozen buiten inrichtingen. Geohydrologische weerstand (ratio dikte scheidende laag en verticale doorlatendheid). DINOloket Online database van TNO met boringen, sonderingen, meetreeksen stijghoogten etc. GHG Gemiddeld hoogste (freatische) grondwaterstand. GHS Gemiddeld hoogste stijghoogte (in een watervoerend pakket). GLG Gemiddeld laagste (freatische) grondwaterstand. GLS Gemiddeld laagste stijghoogte (in een watervoerend pakket). Invloedsgebied Voor bemaling het gebied binnen de contour waarop de grondwaterstand of stijghoogte met meer dan 0,05 m wordt verlaagd als gevolg van de grondwateronttrekking. kh Horizontale doorlatendheid. kv Verticale doorlatendheid. kD Doorlaatvermogen (product horizontale doorlatendheid en dikte van een watervoerende laag). Open ontgraving Aanleg van een kabel, waarbij deze over een langer traject in open ontgraving (een sleuf) wordt gelegd. REGIS Ondergrond schematisatie opgesteld door TNO.

Blad 3 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

2

Inventarisatie bodemopbouw, geohydrologie en oppervlaktewater Algemeen Voor het opstellen van dit bemalingsrapport zijn de bodemopbouw en de geohydrologische situatie geïnventariseerd. De lokale bodemopbouw en de grondwaterkwaliteit zijn bepaald op basis van gegevens uit de volgende bronnen:  Veldonderzoek Antea Group 2021;  Bodemkaart van Nederland;  REGIS II, TNO (www.dinoloket.nl);  Boringen en grondwaterputten van het DINOloket;  Grondwaterkaart van Nederland. De benodigde en beschikbare gegevens zijn bij het opstellen beoordeeld conform een checklist welke is opgenomen in bijlage 4.

Veld- en laboratoriumonderzoek Veldonderzoek 2021 Ten behoeve van het geohydrologisch onderzoek zijn in september 2019 ongeveer elke 250 m langs de open ontgravingen handboringen tot 4 à 6 m -mv. geplaatst met een peilbuis. Daarnaast zijn om de 50 m handboringen tot circa 1,2 m -mv. geplaatst. Van de uitgevoerde boringen door Antea Group zijn de onderscheiden bodemlagen beschreven conform NEN 5104 en is de grondwaterstand ten tijde van de boring bepaald. Aan de hand van de hydromorfe kenmerken in het bodemprofiel zijn, voor zover mogelijk, de gemiddeld hoogste grondwaterstand (GHG) en de gemiddeld laagste grondwaterstand (GLG) geschat. De hydromorfe kenmerken zijn niet altijd maatgevend, plaatselijk kunnen deze ten gevolge van recente veranderingen in de waterhuishoudkundige omstandigheden afwijken van het huidige grondwaterregime. Tevens is de actuele grondwaterstand (AG) gemeten ten tijde van boring. Bovendien is grondmechanisch onderzoek uitgevoerd langs een deel van het tracé. Ter hoogte van het Klimpark zijn 8 sonderingen (RK6-1-1, RK61-1a, RK57HDD-1-1, RK57HDD1-2, RK56HDD1-1, RK53HDD1-1, RK53HDD1-2 en 61-1) tot circa 25 m -mv. uitgevoerd in oktober 2019 en maart 2021. Aanvullend zijn 2 diepe peilbuizen geplaatst (MB RK531-1 en BM RK56-1-1). De uitgevoerde handboringen, sonderingen en mechanische boringen zijn opgenomen in bijlage 2 van onderhavig rapport.

Laboratoriumonderzoek Het grondwater uit diverse diepe en ondiepe peilbuizen is onderzocht op de lozingsparameters ijzer, chloride en onopgeloste bestanddelen. De resultaten worden beschreven in hoofdstuk 2.8.

Maaiveldhoogten De maaiveldhoogte is ter plaatse van de boringen ingemeten met behulp van een GPS. Daarnaast is het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN4) geraadpleegd. Hieruit blijkt dat het tracédeel ter

Blad 4 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

hoogte van de Bosbaan gelegen is op NAP –1,7 m tot -3,5 m en ter hoogte van het klimpark op NAP 2,5 tot +0,5 m. In figuur 2.1a en 2.1b zijn hoogteprofielen van het tracé weergegeven op basis van het AHN4 model. De maaiveldhoogte ter plaatse van het Klimpark varieert relatief sterk en loopt op in noordoostelijk richting. Westzijde Bosbaan

Oostzijde Bosbaan

Figuur 2-1a Hoogteprofiel tracé met AHN4 model, deel bosbaan. Bron data: AHN4 Noordkant

Zuidkant

Figuur 2-2b Hoogteprofiel tracé met AHN4 model, deel klimpark. Bron data: AHN4

Blad 5 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Bodemgesteldheid 2.4.1

Regionale bodemopbouw op basis van REGIS II (TNO) Figuur 2.2a en 2.2b toont het hydrogeologische profiel volgens REGIS II.2 langs de tracédelen Bosbaan en Klimpark. Het REGIS II.2-model betreft een onderverdeling in geologische formaties en watervoerende en waterremmede lagen.

Bosbaan westzijde

hoogte in meters t.o.v. NAP

Bosbaan oostzijde

afstand in kilometers Verklaring codes HLC- Holocene afzettingen BXz- Formatie van Boxtel KRz- Formatie van Kreftenheye DTc- Gestuwde afzettingen DRz-Formatie van Drente EEz- Eem Formatie URz-Formatie van Urk STz/STk-Formatie van Sterksel PZAWz/WAK- Formatie van Peize-Waalre

Figuur 2-3a: Hydrogeologisch profiel tracédeel Bosbaan (bron: DINOloket, REGIS II.2)

Blad 6 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Klimpark noordzijde

Klimpark zuidzijde

hoogte in meters t.o.v. NAP

EEz

afstand in kilometers Verklaring codes HLC- Holocene afzettingen BXz- Formatie van Boxtel KRz- Formatie van Kreftenheye DTc- Gestuwde afzettingen DRz-Formatie van Drente EEz- Eem Formatie URz-Formatie van Urk STz/STk-Formatie van Sterksel PZAWz/WAK- Formatie van Peize-Waalre

Figuur 2-4b: Hydrogeologisch profiel tracédeel klimpark (bron: DINOloket, REGIS II.2)

In figuur 2.1 is te zien dat de ondergrond ter plaatse van beide tracédelen vanaf maaiveld tot circa NAP -12 m NAP uit een holocene deklaag bestaat. Hieronder bevinden zich zandige bodemlagen van de Formatie van Boxtel, Kreftenheye en Drente tot gemiddeld NAP -28 m. Vervolgens worden gestuwde afzettingen aangetroffen tot gemiddeld NAP -50 m gevolgd door een zandige bodemlaag van de Formatie van Urk tot gemiddeld NAP -57 m. Hieronder ligt een slecht doorlatende laag van de Formatie van Sterksel met een dikte van circa 2 m. Onder deze laag is een zandige bodemlaag aanwezig van de Formatie van Sterksel tot circa NAP -75 m gevolgd door een slecht doorlatende laag tot gemiddeld NAP -78,0 m. Tenslotte worden hieronder zandige lagen tot tenminste NAP -85 m aangetroffen behorende tot de Formatie van Peize-Waalre.

Blad 7 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Tabel 2.1: Geohydrologische parameters conform REGIS II Formatie

Diepte

kh

kv

kD

c

(m NAP)

(m/dag)

(m/dag)

(m2/dag)

(dagen)

Holocene afzettingen

-3 tot -12

-

-

-

-

Formatie van Boxtel (zand)

-12 tot -14

2,5-5,0

-

5-25

-

Kreftenheye (zand) 1

-14 tot -16

10-25

-

25-50

-

Drente (zand)

-16 tot -28

10-50

-

150-500

-

Gestuwde afzettingen

-28 tot -50

-

-

-

-

Formatie van Urk (zand)

-50 tot -57

10-25

-

50-550

-

Formatie van Sterksel (klei)

-57 tot -59

25-50

-

525-1.250

-

Formatie van Sterksel (zand)

-59 tot -75

25-50

-

250-1.000

-

1 Formatie is uitsluitend op westelijke deel van tracé Bosbaan aanwezig.

2.4.2

Regionale bodemopbouw op basis van GeoTop (TNO) Om de aanwezigheid van de zandige, kleiige en venige lagen inzichtelijk te maken is gebruik gemaakt van het GeoTOP model. In figuur 2.3a en 2.3b is een doorsnede ter hoogte van de tracédelen tot NAP -50 m weergegeven. Onder het maaiveld zijn circa 1 à 2 m dikke antropogene bodemlagen aanwezig. Ter plaatse van het tracédeel Bosbaan zijn voornamelijk (zandige) klei- en veenafzettingen aanwezig tot NAP -12 m. Slechts sporadisch is hierin een zandige afzetting aanwezig. Ter plaatse van tracédeel Klimpark zijn zandige lagen tussen NAP -8 en NAP -10 m aanwezig in de holocene deklaag. Het overige deel van de deklaag bestaat hier tevens uit (zandige) klei- en veenafzettingen. Onder de holocene afzettingen liggen tot circa NAP -30 à -35 m voornamelijk fijne tot matig grove zandlagen. Hieronder bevinden zich voornamelijk grove zandlagen tot de maximale modeldiepte van NAP -50 m. Op tracédeel Klimpark is plaatselijk een maximaal enkele meters dikke klei- en veenlaag aanwezig op circa NAP 36,0 m.

Blad 8 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Bosbaan Oostzijde

hoogte in meters t.o.v. NAP

Bosbaan Westzijde

afstand in kilometers

Verklaring codes Antropogeen Veen Klei Klei, zandig Zand, fijn Zand, matig fijn/matig grof Zand, grof Grind

Figuur 2.3a: Lithologisch profiel tracédeel Bosbaan (bron: GeoTOP v1.4, DINOloket)

Blad 9 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Klimpark noordzijde

hoogte in meters t.o.v. NAP

Klimpark zuidzijde

afstand in kilometers

Verklaring codes Antropogeen Veen Klei Klei, zandig Zand, fijn Zand, matig fijn/matig grof Zand, grof Grind

Figuur 2.3b: Lithologisch profiel tracédeel Klimpark (bron: GeoTOP v1.4, DINOloket)

Blad 10 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

2.4.3

Lokale bodemopbouw Bodemkaart van Nederland Volgens de Bodemkaart van Nederland bestaat de bodem ter plaatse van het tracé uit de volgende bodemtypen:  Kalkrijke leek-/woudeerdgronden; klei (pMn55A/85A); In figuur 2.4 zijn de bodemtypen ter plaatse van het tracé weergegeven.

Figuur 2.4 Ligging bodemtypen volgens de bodemkaart van Nederland ten opzichte van het tracé. Bron data: Bodemkaart van Nederland 1:50.000.

Veldwerk De lokale bodemopbouw tot circa 25,0 m -mv op het tracé is vastgesteld op basis van het uitgevoerde handboringen. De profielbeschrijvingen zijn in bijlage 2 opgenomen. In tabel 2.2 t/m 2.5 is de bodemschematisatie per tracédeel weergegeven. In figuur 2.5 is de ligging van de gehanteerde tracédelen weergegeven. Voor de diepere bodemopbouw en het bepalen van de grofheid van de zandlagen zijn boringen en sonderingen uit het DINOloket geraadpleegd. Samenvatting bodemopbouw tracédelen Ter plaatse van de tracédelen bestaat de ondergrond tot gemiddeld NAP -11,5 m uit klei en veen gevolgd door het eerste watervoerende pakket bestaande uit fijn tot matig grof zand tot gemiddeld NAP -25 m. Hieronder zijn veelal grovere zandlagen aanwezig. Op basis van sonderingen is ten oosten van het Klimpark echter een zandige geul met wadzand aanwezig tussen NAP -7 en -9 m. Ter plaatse van het tracé blijkt op basis van de uitgevoerde sondering (nr. 61-01) en de DINOloket sonderingen (CPT112159 en CPT5577) een dergelijke zandige geul echter te ontbreken. Bovendien zijn in handboring B6107 tot een diepte van NAP -9 m geen zandige laagjes aangetroffen. Conform

Blad 11 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

de sonderingen zijn hooguit enkele sterk kleiige zandlaagjes aanwezig op deze diepte ter hoogte van het tracé.

Legenda boring open ontgraving

Tracédeel 4 Tracédeel 2 Tracédeel 3

Tracédeel 1

Figuur 2.5 Ligging tracédelen t.b.v. bodemopbouw Tabel 2.2: Tracédeel 1 Bosbaan westzijde Diepte

Grondsoort

Bron gegevens

-2,7 tot -6,01

Klei en veen

Veldwerk boring: B5301

-6,0 tot -9,0

Klei, zandig tot siltig, enkele zandlaagjes

-9,0 tot -10,0

Klei, sterk zandig/enkele zandlaagjes

DINOloket sondering CPT112165 DINOloket boring B25D0508 en B25D0512 Veldwerk sondering: RK53-HDD-1-1

-10,0 tot -11,2

Klei en basisveen

-11,2 tot -28,0

Zand, zeer fijn tot matig grof, enkele zeer grove lagen

-28,0 tot -452

Zand, matig grof tot zeer grof

(m NAP)

1 Betreft maximaal verkende diepte handboring B5301;

2 Betreft maximaal verkende diepte DINOloket boring B25D0512.

Tabel 2.3: Tracédeel 2 Bosbaan westzijde Diepte

Grondsoort

Bron gegevens

-2,3 tot -6,31

Klei en veen

Veldwerk boring: B5705

-6,3 tot -8,2

Klei, sterk zandig/enkele zandlaagjes

-8,2 tot -11,5

Klei en basisveen, enkele zandlaagjes

DINOloket sondering CPT112162 DINOloket boring B25D0513 Veldwerk sondering: RK53-HDD-1-2

(m NAP)

-11,5 tot -30,0 -30,0 tot -45,0

Zand, zeer fijn tot matig grof, enkele zeer grove lagen 2

Zand, matig grof tot zeer grof

1 Betreft maximaal verkende diepte handboring B5301;

2 Betreft maximaal verkende diepte DINOloket boring B25D0513.

Blad 12 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Tabel 2.4: Tracédeel 3 klimpark zuidzijde Diepte

Grondsoort

Bron gegevens

-1,8 tot -6,01

Klei, zandig tot siltig en veen

Veldwerk boring: B6107

-6,0 tot -9,2

Klei, zandig, enkel zandlaagje

-9,2 tot -11,2

Klei en basisveen

Veldwerk sondering: RK61-1A DINOloket sondering CPT112159 DINOloket boring B25D0549

-11,2 tot -23,5

Zand, zeer fijn tot matig grof, enkele zeer grove lagen

-23,5 tot -45,02

Zand, matig grof tot zeer grof

-45,0 tot -65,0

Zand, matig fijn tot matig grof, enkele zeer grove laag

-65,0 tot -68,0

Klei

(m NAP)

DINOloket boring B25D0549

1 Betreft maximaal verkende diepte handboring B6107;

2 Betreft maximaal verkende diepte DINOloket boring B25D0513.

Tabel 2.5: Tracédeel 4 klimpark noordzijde Diepte

Grondsoort

Bron gegevens

+0,5 tot -1,7

Klei, zandig tot siltig en veen, ophoogzandlaag aanwezig

Veldwerk boring: B6103

-1,7 tot -4,4

Zand, matig fijn met kleilaagjes

-4,4 tot -5,4

Veen, kleiig

-5,4 tot -11,5

Klei, zandig tot siltig en basisveen, tussen NAP -7 en -9 enkele sterk kleiige zandlaagjes

(m NAP)

1

-11,5 tot -23,5 -23,5 tot -45,0

Zand, zeer fijn tot matig grof, enkele zeer grove lagen 2

Veldwerk sondering: 61-01 DINOloket sondering CPT5577 DINOloket boring B25D0549

Zand, matig grof tot zeer grof

-45,0 tot -65,0

Zand, matig fijn tot matig grof, enkele zeer grove laag

-65,0 tot -68,0

Klei

1 Betreft maximaal verkende diepte handboring B6103;

2 Betreft maximaal verkende diepte DINOloket boring B25D0513.

Blad 13 van 34

DINOloket boring B25D0549

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

2.4.3.1

Oppervlaktewater Parallel aan tracédeel Bosbaan is een watergang gelegen. Deze valt in het beheergebied van Hoogheemraadschap Rijnland. Het waterpeil van deze watergang bedraagt NAP-4,52 m. Verder ligt ten noorden van tracédeel Bosbaan De Nieuwe Meer. Dit meer kent het boezempeil tussen NAP -0,61 m (zomerpeil) en NAP -0,64 m (winterpeil). Tenslotte zijn diverse kleinere watergangen aanwezig in de omgeving van de tracés. De ligging van deze watergangen met waterpeilen is aangeduid in figuur 2.5.

Nieuwe Meer: Zp: NAP -0,61 m Wp: NAP -0,64 m

Bosbaan Vp: NAP -4,52 m

Figuur 2-5 Waterpeilen grote watergangen in omgeving van tracé.

Waterkeringen Conform de leggers van Hoogheemraadschap van Rijnland en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht zijn in de omgeving van het tracé twee waterkeringen aanwezig. De eerste betreft een kering aan de zuidzijde langs de Nieuwe Meer en de tweede betreft een kering langs de Haarlemmerringvaart ten westen van de Bosbaan. De ligging van de kern- en beschermingszones van beide keringen is weergegeven in onderstaande figuur.

Blad 14 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Legenda HDD OG Beschermingszone HHR Kernzone HHR Beschermingszone Kernzone

Figuur 2.6 Ligging waterkeringen in de omgeving van het tracé.

Freatische grondwaterstanden en stijghoogten 2.6.1

Freatische grondwaterstanden Bodemkaart van Nederland De Bodemkaart van Nederland geeft ter plaatse van het tracé de volgende grondwatertrappen weer:  I: met GHG minder dan 0,2 m -mv. en GLG tussen 0,2 en 0,5 m -mv.  VI: met GHG tussen 0,4 en 0,8 m -mv. en GLG dieper dan 1,2 m -mv. In figuur 2.7 zijn de grondwatertrappen ten opzichte van het tracé weergegeven. Opgemerkt wordt dat de grondwaterkaart van Nederland gedateerd is en dat de huidige grondwaterstanden af kunnen wijken.

Blad 15 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Figuur 2.7 Grondwatertrappen conform de bodemkaart van Nederland.

Veldonderzoek De freatische grondwaterstanden zijn in oktober 2019 gemeten. De gemeten grondwaterstanden liggen naar verwachting iets boven de GLG. De peilbuizen zijn gesitueerd in de holocene deklaag met klei en veen. De grondwaterstanden zijn in tabel 2.6 samengevat. Er zijn geen diepe peilbuizen in het eerste watervoerende pakket geplaatst. Tabel 2.6: Freatische grondwaterstanden en geschatte GHG en GLG veldwerk Peilbuis Tracédeel Maaiveldniveau Filterdiepte Datum boring AG boring m NAP

m -mv

m NAP

GHG m NAP

GLG

Datum bemonsteren

AG bemonsteren

m NAP

m NAP

B53011 1

-2,06

3,0-4,0

24-09-2019

-2,88 -2,76

-3,66

08-10-2019

-2,88

B55031 -3

-3,20

3,0-4,0

25-09-2019

-3,68 -3,60

-4,55

08-10-2019

-3,68

B5705

2

-2,32

3,0-4,0

24-09-2019

-2,42 -2,52

-4,87

08-10-2019

-3,68

B61071 3

-2,94

4,0-5,0

24-09-2019

-3,22 -3,19

-4,49

01-10-2019

-3,82

B61032 4 +0,34 3,7-4,7 24-09-2019 1 Filter gesitueerd in de holocene klei- en veenlaag; 2 Filter gesitueerd in zandige deklaag; 3Peilbuis is relatief ver gesitueerd van een open ontgraving.

-2,21 -1,66

-2,66

01-10-2019

-2,54

1

DINOloket In het DINOloket is binnen een straal van 500 m is één bruikbare peilbuis aanwezig met het filter in de holocene deklaag. De gegevens uit deze peilbuis zijn weergegeven in tabel 2.7.

Blad 16 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Tabel 2.7 Freatische grondwaterstanden DINOloket Peilbuis Maaiveldniveau Filterdiepte m NAP B25D0574

Meetreeks

Afstand tot tracé

GHG

GLG

m NAP

m NAP

Op tracédeel 3

-3,10

-3,80

M NAP

-1,89

-6,89 tot -7,891

2004-2012

1 Filterstelling in holocene deklaag van klei en veen

Conclusie freatische grondwaterstanden Op basis van de hierboven beschouwde gegevens blijkt geen sprake van een ingesloten zandtussenlaag ter plaatse van het tracé. Er zijn hooguit enkele zandige laagjes aanwezig in de deklaag. Derhalve zijn uitsluitend freatische grondwaterstanden van belang. De grondwaterstanden zijn per tracédeel weergegeven in tabel 2.8. Tabel 2.8 Freatische grondwaterstanden Tracédeel Maaiveldhoogte

2.6.2

GHG

GLG

m NAP

m NAP

1

-2,6

-2,8

-3,8

2

-2,3

-2,5

-3,8

3

-2,6 à -1,0

-3,1

-3,8

4

-1,0 à +0,5

-1,6

-2,5

Stijghoogten 1e watervoerende pakket De stijghoogten in het eerste watervoerende pakket (gemiddeld dieper gelegen dan NAP -11 m) worden in onderhavig hoofdstuk beschouwd. Veldonderzoek De stijghoogten zijn gemeten in januari 2020. De peilbuizen zijn allen gesitueerd in het eerste watervoerende pakket onder de holocene deklaag. De gemeten stijghoogten zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 2.9: Stijghoogten veldwerk Peilbuis Afstand tot Maaiveldniveau Filterdiepte Datum boring tracédeel m NAP m -mv

Datum bemonsteren

AS bemonsteren

MB RK53-1-1 1 en 2

15,25-16,25 08-01-2020

08-01-2020

-3,46

MB RK56-1-11 1 en 2 -3,20 14,15-15,15 08-01-2020 1 Peilbuis niet gesitueerd in de omgeving van een open ontgraving.

08-01-2020

-3,45

1

-2,66

m NAP

DINOloket In het DINOloket zijn binnen een straal van 1,5 km enkele bruikbare peilbuizen aanwezig met de filterstelling onder de holocene deklaag. In tabel 2.10 zijn de grondwaterstandsgegevens ervan weergegeven. De gemiddelde fluctuatie van de stijghoogte in de peilbuizen bedraagt circa 0,2 m. Tabel 2.10: Stijghoogten DINOloket Peilbuis Tracédeel Maaiveldniveau

Filterdiepte

m NAP

Meetreeks

Afstand tot tracé

M NAP

GHG

GLG

m NAP

m NAP

B25D0574

3

-1,89

-13,89 tot -14,89

2004-2012

Op tracé

-3,4

-3,6

B25D0575

3

-3,86

-17,86 tot -18,86

2004-2021

500 m zuid

-3,5

-3,7

B25D0549

4

+0,46

-17,54 tot -18,54

1989-2005

750 m noord

-3,15

-3,45

B25D0592

1 en 2

-0,52

-28,48 tot -29,48

1974-2002

1.000 m noord

-3,2

-3,4

Blad 17 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

TNO Door TNO zijn isohypsen van het grondwater in het eerste watervoerende pakket opgesteld daterend uit april 1995. Uit deze data blijkt dat de stijghoogte ter plaatse van het tracé is gelegen rond NAP -3,5 m. Het isohypsenpatroon ter plaatse van het tracé is weergegeven in figuur 2.8. Legenda !

!

!

!

Stijghoogten eerste watervoerende pakket in m NAP april 1995 (TNO) HDD Leidingen MR Open ontgraving

Figuur 2.8 Isohypsen in m NAP TNO van april 1996

Grondwatertools Met behulp van gegevens van de website ‘grondwatertools’ zijn isohypsen gegenereerd van het eerste watervoerende pakket op 1 maart 2015 respectievelijk 1 september 2015. Uit de data blijkt dat de stijghoogte zowel op 1 maart 2015 en 1 september 2015 was gelegen rond NAP -3,5 m. Aangezien de iso-verlagingslijnen van de stijghoogten in maart respectievelijk september dicht bij elkaar liggen wordt een kleine fluctuatie tussen de stijghoogten verwacht. In figuur 2.9 zijn de isohypsen in maart en september 2015 in de omgeving van het tracé weergegeven.

Blad 18 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Legenda !

!

!

!

isohypsen september 2015 in m NAP

!

!

!

!

isohypsen maart 2015 m NAP HDD Leidingen MR Open ontgraving

Figuur 2.9 Isohypsen eerste watervoerende pakket in m NAP (TNO, grondwatertools)

Conclusie stijghoogten Op basis van de hierboven beschouwde data kunnen op de tracédelen de volgende stijghoogten gehanteerd worden: Tabel 2.11 Stijghoogten eerste watervoerende pakket per tracédeel Tracédeel GHS GLS m NAP

m NAP

1

-3,3

-3,5

2

-3,3

-3,5

3

-3,0

-3,5

4

-3,0

-3,5

Grondwaterkwaliteit Het grondwater is bemonsterd op de lozingsparameters ijzer-totaal, ijzer2+, chloride en onopgeloste bestanddelen. De meetresultaten zijn in tabel 2.12 samengevat. Enkele peilbuizen staan niet in de buurt van een open ontgraving. De analysecertificaten zijn bijgevoegd als bijlage 3. Tabel 2.12: Analyseresultaten lozingsparameters grondwater Peilbuis Bodemlaag Filterdiepte IJzer onopgeloste totaal bestanddelen

chloride

m -mv

mg/l

mg/l

mg/l

B5301

Freatisch

3,0-4,0

14

53

22

B5503

Freatisch

1,5-2,5

2,0

110

25

B5705

Freatisch

3,0-4,0

40

130

120

Blad 19 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Peilbuis

Bodemlaag

Filterdiepte

IJzer totaal

onopgeloste bestanddelen

chloride

m -mv

mg/l

mg/l

mg/l

B6103

Freatisch

4,0-5,0

0,79

3,6

100

Freatisch

3,7-4,7

2,8

96

19

Watervoerend pakket

15,25-16,25

14

68

300

14,1 - 15,14

14

160

530

B6107 MB RK53-1-1 MB RK56-1-1

Ter plaatse van het tracé is een risico op verkleuring van het oppervlaktewater bij lozing van het bemalingswater. Het ondiepe grondwater uit de deklaag is zoet. Het grondwater in het eerste watervoerende pakket is naar verwachting licht brak. De gemeten concentraties aan onopgeloste bestanddelen zijn grotendeels hoger de lozingsnorm van 50 mg/l in het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi).

Blad 20 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

3

Bemaling Werkmethode De door de opdrachtgever geleverde uitgangspunten zijn weergegeven in bijlage 1. De putafmetingen, bemalingsduur en gelijktijdigheid van de bemalingen zijn in tabel 3.1 weergegeven. Tabel 3.1: Uitgangspunten bemaling sleuven Tracédeel

nummer

Maaiveldhoogte Afmetingen putbodem

putdiepte

Bemalingsduur

(m NAP)

lengte (m)

breedte (m)

(m -mv)

(m NAP)

(dagen)

1

V1

-2,5

50

0,6

1,3

-3,8

7

2

V2

-3,6

40

0,6

1,9

-5,5

7

3

V3

-2,3 à -0,5

180

0,6

1,25 á 3,0

-3,5

3

4

V4

-0,5 à +0,4

180

0,6

1,25 á 3,0

-3,0

3

1

K1

-3,0

10

2

2,6

-5,6

14

2

K2

-2,3

10

2

2,6

-4,9

14

3

W-301

-2,3

11

11

2,0

-4,3

28

4

S-6389

-1,39

14

1

1,5

-2,89

14

Risico’s opbarsten putbodem en noodzaak spanningsbemaling Ter plaatse van de veldstrekkingen bevindt zich een kleilaag welke niet wordt doorgraven. Derhalve is er een risico op opbarsten. Het opbarstrisico is berekend conform de berekeningsmethode uit NEN.9997-1.2012+ C1. Er is gezien de beperkte breedte van de putbodem in verhouding tot de grote dikte van de slecht doorlatende leemlagen onder de sleufbodem rekening gehouden met spanningsspreiding van de taluds. Voor de toetsing van de uiterste grenstoestand zijn conform de berekeningsmethode uit NEN 99971+C2:2017, de volgende partiële veiligheidsfactoren aangehouden:  0,9 voor belasting met een gunstig effect (neerwaartse druk)  1,0 voor belasting met een ongunstig effect Het evenwicht tussen de opwaartse- en neerwaartse druk, de stabiliteitsfactor, dient minimaal 1,0 te bedragen. Indien de stabiliteitsfactor kleiner is dan 1,0 is een spanningsbemaling noodzakelijk, bij een stabiliteitsfactor groter dan 1,0 is er geen opbarstgevaar. Voor de berekeningen is de worst case bodemopbouw aangehouden op basis van de uitgevoerde boringen en sonderingen in de omgeving van het tracé. De volumieke gewichten zijn bepaald op basis van de uitgevoerde handboringen en sonderingen uit DINOloket. De volgende volumegewichten zijn gehanteerd:  Veen: 12 kN/m³  Zand: 18 kN/m³  Klei: 15 kN/m³

Blad 21 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

De uitgangspunten en de resultaten van de opbarstberekeningen zijn in tabel 3.2 weergegeven. Tabel 3.2: Uitgangspunten en resultaten opbarstberekening GHS situatie Put

uitgangspunten putbodem

onderzijde sdl 1)

stijgh. onder sdl 1)

(m NAP)

(m NAP)

(m NAP)

-11,2

-3,3

-11,5

V1

-3,8

V2

-5,5

V3

-3,5

V4

3)

K1

-5,6

K2

-4,9

K3

-4,3

K4

-2.89

Resultaten grondsoort

laagdikte

Pneer

Pop

stabiliteits opbarst-factor gevaar

stijgh. verlaging

(m)

(kPa)

(kPa)

(-)

(ja/nee)

(m)

Klei Veen

5,4 2,0

1082)

79

1,37

nee

n.v.t.

-3,3

Klei Veen

4,0 2,0

932)

82

1,14

nee

n.v.t.

-11,2

-3,0

Klei Veen

6,4 1,3

1142)

82

1,39

nee

n.v.t.

-11,2

-3,3

Klei Veen

4,5 1,2

972)

79

1,22

nee

n.v.t.

-11,5

-3,3

Klei Veen

4,6 2,0

111

82

1,35

Nee

n.v.t.

-11,2

-3,0

Klei Veen

4,9 2,0

92

82

1,13

Nee

n.v.t.

-11.2

-3,3

Klei Veen

6,31 2,0

111

79

1,41

Nee

n.v.t.

1): sdl = slecht doorlatende laag;

2): Betreft spanningsspreiding vanuit de taluds.

Bij sleuven is uitgegaan van 1:1 taluds. Bij diepe(re) putten is uitgegaan van sleufbekisting. Aandachtspunt betreft het toepassen van damwanden. Indien deze worden toegepast in plaats van sleufbekisting en worden geplaatst tot een diepte van NAP -10 m of dieper, dan bestaat het risico dat de positieve invloed van de taluds teniet gedaan wordt. De opbarstveiligheid veranderd dan. Bij bouwput K1 is dan net onvoldoende veiligheid tegen opbarsten. 3) Deze veldstrekking is ondieper dan V3. Daar is geen opbarstrisico. Er is dus ook geen opbarstrisico bij V4.

Conclusie opbarstberekeningen De onderliggende slecht doorlatende lagen barsten niet op bij putten/ sleuven. Spanningsbemaling is derhalve niet benodigd. Hierbij is uitgegaan dat de positieve invloed van de taluds meegenomen mag worden. Indien de uitvoeringswijze veranderd, zoals toepassing van damwanden, dient de opbarstveiligheid herbeschouwd te worden.

Bemalingswijze Bemaling betreft vooral de klei- en veenlaag direct rondom de put. Geadviseerd wordt om open bemaling toe te passen. Bij het Klimbos (tracédeel 3) bestaat de bodem bij de laag gelegen uit klei en veen. Daar is het advies om ook open bemaling toe te passen. Bij de hooggelegen delen (veldstrekking 4) is de bodemopbouw zandiger en droger. Het aannemelijk dat de leiding boven de grondwaterstand ligt en dat geen bemaling noodzakelijk is, daar is het advies om open bemaling toe te passen. In het tussengelegen deel ligt een leidingkruising waarbij de leiding dieper ligt en is het mogelijk dat de

Blad 22 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

zandlaag wel bemalen dient te worden. Hier is het advies om verticale bemaling toe te passen (tot maximaal de onderzijde van de zandlaag, NAP -4,4 m). Verder kan bij de plaatselijke aanwezigheid van zandige laagjes in de deklaag van klei en veen boven de put- of sleufbodem overwogen worden om bemaling middels verticale filters toe te passen ten behoeve van de taludstabiliteit. Plaatselijk bevinden zich bovendien enkele zandige laagjes onder de put- of sleufbodem welke kunnen opbarsten. Vanwege de geringe dikte en plaatselijke aanwezigheid ervan wordt geadviseerd geen spanningsbemaling toe te passen en het grondwater af te voeren middels open bemaling in de werkput/sleuf. Spanningsbemaling in het watervoerende pakket is niet noodzakelijk. De toe te passen bemalingswijze is ter keuze van de aannemer met als uitgangspunt een zo efficiënt mogelijke bemaling (beperking van debieten, waterbezwaren en invloedsgebieden).

3.3.1

Modelschematisatie De te onttrekken hoeveelheden water zijn berekend met het grondwatermodel MWell van Deltares. MWell is een analytisch rekenmodel waarmee tijdsafhankelijk de effecten van een bronbemaling bepaald kunnen worden. Bij bemaling die alleen plaatsvindt in klei- en veenlagen is de toestroom van grondwater nagenoeg nihil. Deze delen zijn dan ook niet gemodelleerd. Bij de bemaling in de ondiepe zandlaag bij V4 is de schematisatie gebaseerd op boring 6103. Deze geeft een zandlaag van 2,7 m dik met een k-waarde van 1,5 m/dag. Er is gerekend met kD = 6 m2/dag.

3.3.2

Uitgangspunten Voor de berekening van de benodigde pompcapaciteit en de te onttrekken hoeveelheid water zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd:  De putafmetingen, ontgravingsdiepte, bemalingsduur en de wijze van uitvoering zijn in bijlage 1 en in tabel 3.1 weergegeven.  De grondwaterstand/ondiepe stijghoogte (bij GHG/GLG) wordt in beginstel verlaagd tot 0,3 m onder sleufbodem  De kD-waarden zijn ontleend aan literatuurgegevens;  Voor alle berekeningen is uitgegaan van oneindig uitgestrekte, homogene watervoerende pakketten;  Er is rekening gehouden met nalevering uit kleinschalig oppervlaktewater nabij de werklocatie middels een gebiedsdekkende drainageweerstand;  Er is geen rekening gehouden met nalevering uit neerslag.

Blad 23 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

3.3.3

Resultaten De resultaten van de berekening van de waterbezwaren en debieten zijn opgenomen in tabel 3.6. Het totale waterbezwaar in een GHG-situatie bedraagt minder dan 4.200 m3. In een GLG-situatie bedraagt het waterbezwaar ook minder dan 4.100 m3. De debieten en waterbezwaren in de klei- en veenlaag zijn ingeschat op basis van expert-judgement. De maximale verlaging is berekend bij veldstrekking V4. Het maximale debiet bedraagt in verband met de slecht doorlatende ondergrond circa 2 m3/uur. In tabel 3.6 en 3.7 zijn de debieten en waterbezwaren weergegeven. Tabel 3.6 Debieten en waterbezwaren GHG/GHS-situatie Nummer

Gemiddelde verlaging GHG

opstartdebiet

(m)

(m3/dag)

einddebiet

(m3/uur)

(m3/dag)

waterbezwaar

(m3/uur)

(m3)

V1

1,3

<24

<1

<24

<1

<500

V2

3,3

<24

<1

<24

<1

<500

V3

0,7

<24

<1

<24

<1

<500

V4

1,7

50

2

50

2

<200

K1

3,1

<24

<1

<24

<1

<500

K2

2,7

<24

<1

<24

<1

<500

K3

1,5

<24

<1

<24

<1

<1.000

K4

0,4

<24

<1

<24

<1

Totaal GHG/GHS-situatie

<500 <4.200

Tabel 3.7: Waterbezwaren en debieten GLG/ GLS Veldstrekking

Totaal

Gewenste verlaging

max. debiet

waterbezwaar

(m³/uur)

(m³)

V1

0,3

<1

<500

V2

2,0

<1

<500

V3

Nihil

<1

<500

V4

0,8

1

<100

K1

2,1

<1

<500

K2

1,4

<1

<500

K3

0,8

<1

<1.000

K4

Nihil

<1

<500

-

-

Blad 24 van 34

<4.100

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Grondwaterstandsverlagingen Het invloedsgebied van een onttrekking wordt gedefinieerd als het gebied waarin de freatische grondwaterstand of stijghoogte met 0,05 m of meer wordt verlaagd. In tabel 3.5 is het maximale invloedsgebied en de 0,50 m verlagingscontour in de GHS/GHG situatie weergegeven. Tabel 3.5: Invloedsgebied en 0,5 m verlagingscontour situatie

GHG

afstand tot werkput (m) verlagingscontour 0,05 m*

verlagingscontour 0,5 m

35

15

*: invloedsgebied

De maximale verlagingscontouren voor de GHG- situatie is in figuur 3.1 weergegeven.

Figuur 3-1 Maximaal invloedsgebied GHG-situatie (bron achtergrond: ESRI, Topo RD). Hierin is met rood de 0,5 m verlagingscontour weergegeven en met zwart de 0,05 m verlagingscontour.

Blad 25 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

4

Effecten grondwateronttrekking en -lozing Algemeen In dit hoofdstuk staan effecten van de grondwateronttrekking en -lozing beschreven. Het beoordelen van mogelijke (omgevings)risico’s is gedaan aan de hand van een checklist welke is opgenomen in bijlage 5.

Zettingen Ten gevolge van bemalingen kunnen zettingen optreden. Bemaling kan leiden tot een toename van de belasting van de ondergrond, doordat de waterspanning afneemt en de aanwezige spanningen volledig door de grond dienen te worden gedragen (toename korrelspanningen). Zettingen treden op in zettingsgevoelige bodemlagen wanneer deze zwaarder worden belast dan deze in het verleden reeds zijn geweest. Bij belastingen beneden de belasting die de grond eerder heeft ervaren (de grensspanning) reageert de grond stijf op de belastingsverhoging. Zettingen in dat belastingstraject zijn zeer gering. Als de grensspanning wordt overschreden reageert de grond slap en kunnen grotere zettingen optreden. Door natuurlijke fluctuatie van de grondwaterstanden hebben de gronden in ieder geval eerder belastingen ervaren die overeenkomen met de korrelspanningen gedurende een droge periode (GLG- situatie). Indien de grondwaterstand verder dan de GLG wordt verlaagd kunnen er zettingen optreden in zettingsgevoelige lagen. Ter plaatse van het tracé Klimbos wordt op de laaggelegen delen niet verder dan de GLG verlaagd. Daar kunnen zettingen op voorhand worden uitgesloten.Op het hooggelegen zandige deel wordt verlaagd beneden de GLG. De bemalingsduur op deze locatie is 3 dagen.

Door de zandige opbouw en de korte duur van de bemaling kunnen hier enige zettingen optreden, deze vinden vooral plaats binnen de werkstrook. Ter plaatse van het tracé Bosbaan wordt wel ten opzichte van de GLG verlaagd. Op deze locaties zijn veen- en kleilagen aanwezig. Daardoor kunnen zettingen op dit deel van het tracé binnen de 0,05 m verlagingscontrour optreden. Binnen het invloedsgebied zijn geen kwetsbare objecten zoals gebouwen of spoorlijnen aanwezig. Risico op zettingsschade wordt derhalve uitgesloten. Binnen het invloedsgebied zijn wel kabels en leidingen aanwezig, deze worden onder andere gekruist. Bij de aanleg van deze leidingen is vermoedelijk reeds bemaling toegepast. Zettingen zijn dan ook reeds (deels) opgetreden. Daarnaast zijn deze objecten beperkt kwetsbaar, omdat kabels en leidingen flexibel zijn en met de bodem mee kunnen zakken. Echter dient bij de uitvoering aandacht te zijn voor deze objecten, maar niet in het kader van de bemaling.

Landbouw en natuur Door tijdelijke verlaging van de grondwaterstand kan mogelijke droogteschade optreden aan de gewassen binnen het invloedsgebied. Droogteschade aan gewassen zou op kunnen treden in de maanden maart tot en met oktober (groeiseizoen). Gezien de korte bemalingsduur (maximaal 14 dagen) per kruising en het geringe invloedsgebied is het risico op droogteschade uit te sluiten.

Blad 26 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Grondwaterverontreinigingen Door WSP is een historisch onderzoek uitgevoerd (d.d. 2021, kenmerk: SOL007980). Uit de resultaten blijkt dat nabij het tracé een aantal aandachtslocaties liggen. Dit zijn:  Afsluiterschema S-6389 (tracé bosbaan).  Afsluiterschema S-2301 (tracé klimbos).  Voormalig afsluiterschema S-6472 (tracé klimbos).  Fietsverbinding Sportas van Amsterdam-Zuid naar Amstelveen (tracé bosbaan). De conclusie voor afsluiterschema S-6389 is de volgende:  Voldoende onderzocht, maximaal licht verhoogde waarden in de grond en het grondwater. De conclusie voor afsluiterschema S-2301 is de volgende:  Tijdens het verkennend onderzoek is een sterke verontreiniging met zink en PAK aangetoond in de boven- en/of ondergrond. De verontreiniging is voldoende afgeperkt en volledig gesaneerd. Verder zijn maximaal licht verhoogde waarden in de grond en het grondwater gemeten. Analytisch is geen asbest aangetoond. Aanvullend onderzoek wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. De conclusie voor voormalig afsluiterschame S-6472 is de volgende:  In de sterk puinhoudende ondergrond is een sterke verontreiniging met lood aangetoond. Verder zijn maximaal licht verhoogde waarden aangetoond in de grond en/of het grondwater. In het plan van aanpak wordt geadviseerd om de verontreinigingen onder milieukundige begeleiding te ontgraven en af te voeren naar een erkend verwerker.

Zover bekend is deze sanering nog niet uitgevoerd. Voorafgaand aan eventuele graafwerkzaamheden op deze locatie dient het voorgaande bodemonderzoek van Antea te worden geactualiseerd en zal een verkennend asbestonderzoek moeten worden verricht op basis van de waargenomen puinbijmengingen in de grond. De conclusie voor Fietsverbinding Sportas van Amsterdam-Zuid naar Amstelveen is de volgende:  In opdracht van de gemeente Amsterdam is een grootschalig onderzoek verricht naar een fietsverbinding tussen Amsterdam-Zuid en Amstelveen. Tijdens het verrichte asbest-, bodemen verhardingsonderzoek zijn een aantal boringen / proefgaten (28 t/m 35 en ASF120 t/m ASF122) nabij de geplande RTL-leiding uitgevoerd. Uit de onderzoeksresultaten volgt dat nabij de RTL-leiding maximaal licht verhoogde gehalten zijn aangetoond in de onderzochte boven- en ondergrond (klasse wonen / Industrie). Uit de resultaten van het asbestonderzoek volgt dat onder de aanwezige verhardingen asbest aanwezig is. Het aangetoonde gehalte (4,3 mg/kg d.s.) is echter dermate gering dat deze geen aanleiding geeft tot aanvullend onderzoek of sanerende maatregelen. De resultaten van het verhardingsonderzoek laten zien dat het asfalt aan de noordzijde van de Bosbaanweg teerhoudend is (> 75 mg/kg d.s. PAK).

De onderzoeksresultaten van de verrichte milieukundige onderzoeken geven geen aanleiding tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek. Ten aanzien van het teerhoudend asfalt wordt de aanbeveling van IDDS overgenomen, namelijk: ‘Indien teerhoudend asfalt zal vrijkomen, wordt geadviseerd dit aan te bieden bij een daartoe erkende verwerker

Blad 27 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Resume Er zijn maximaal licht verhoogde gehalten in het grondwater aangetroffen. Risico’s ten gevolge van de bemalingen (oppompen en/of verplaatsen) van verontreinigd grondwater zijn uit te sluiten.

Archeologie Wanneer eventueel aanwezige archeologische resten droog komen te liggen kunnen organische vondsten (zoals hout, bot, leer, pollen en zaden etc.) oxideren en dus vergaan. Gezien de korte bemalingsduur (maximaal 7 dagen) per onderdeel is het risico op oxidatie van organische resten uitgesloten.

Aardkundige waarden De digitale kaart ‘Overzichtskaart van aardkundige waarden’ geeft een overzicht van de aanwezige aardkundige waarden in Noord-Holland. In figuur 4.1 is een overzicht weergegeven van deze aardkundige waarden. Daaruit blijkt dat ter plaatse van het tracé geen aardkundige waarden aanwezig zijn. Ten noorden van het tracé liggen diverse aardkundige waarden. Deze locaties liggen ruim 100 m buiten het invloedsgebied. Risico op schade aan de aardkundige waarde is dan ook uit te sluiten.

Figuur 4-1: Aardkundige waarden rondom het tracé. Bron: https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Aardkundigewaarden#

Blad 28 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Zoet/zoutgrensvlak grondwater Als gevolg van het onttrekken van grondwater kunnen de grensvlakken van zoet naar brak en van brak naar zout grondwater omhoog komen. Uit de kaart met het iso-1000 mg Cl/l grensvlak blijkt dat het brak-zout grensvlak op een diepte van NAP -70 á -80 m. Gezien deze diepte wordt niet verwacht dat het zoet-brak en/of brak-zout grensvlak wordt beïnvloed ten gevolge van de bemaling. Het risico op verplaatsing van het zoet/zout-grensvlak is gering. In het watervoerende pakket zijn ligt verhoogde waarden chloride aangetroffen (300 en 530 mg Cl/l). Aangezien niet in het watervoerende pakket wordt onttrokken is invloed hiervan op voorhand uit te sluiten.

Grondwaterbeschermingsgebieden en overige onttrekkingen Grondwaterbeschermingsgebieden Volgens de digitale kaart “Grondwaterbeschermingsgebieden” van de provincie Noord-Holland is op een afstand van meer dan 10 km van het tracé een drinkwaterwinning aanwezig. Deze is weergegeven in Figuur 4-2. Deze gebieden liggen buiten het invloedsgebied van de bemaling. Invloed van de bemalingen hierop is derhalve uit te sluiten.

Figuur 4-2: Ligging grondwaterbeschermingsgebieden. Bron: https://geoapps.noord-holland.nl/GeoWebP/index.html?viewer=Grondwaterbescherming

Overig onttrekkingen Met behulp van de WKO Tool Nederland van de Rijksoverheid zijn de overige grondwater onttrekkingen binnen het invloedsgebied van de bemalingen geïnventariseerd. De WKO Tool toont alleen de onttrekkingen die door de bevoegde gezagen (provincies en waterschappen) in het Landelijk Grondwater Register (LGR) zijn geregistreerd.

Blad 29 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

In Figuur 4-3 zijn de gegevens vanuit de WKO-tool weergegeven. Uit de kaart blijkt dat binnen het invloedsgebied van de bemalingen geen open/ gesloten bodemenergiesystemen of grondwateronttrekkingen aanwezig zijn. Daardoor kan invloed op dergelijke onttrekkingen op voorhand worden uitgesloten.

Figuur 4-3: bodemenergiesystemen en/of grondwateronttrekkingen. Bron: website WKO-tool

Lozing bemalingswater op oppervlaktewater Het bemalingswater is onderzocht op de lozingsparameters ijzer, onopgeloste bestanddelen en chloride en op de parameters in het standaardpakket volgens de NEN 5740 (zie paragraaf 2.5). Bij het lozen van het grondwater moet worden voldaan aan het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). Voorgesteld wordt om het bemalingswater te lozen op de nabijgelegen watergangen/waterpartijen. De aangetroffen chloride gehaltes in het freatische pakket duiden op zoet grondwater (gemeten waarden liggen tussen 19 – 120 mg Cl/l). In het grondwater zijn mogelijk verhoogde concentraties aan ijzer en onopgeloste bestanddelen aanwezig (zie hoofdstuk 2.7). Bij de lozing op oppervlaktewater is daarom niet uitgesloten dat verkleuring dan wel vertroebeling kan optreden van het ontvangende oppervlaktewater. Geadviseerd wordt om de lozing te monitoren en eventueel maatregelen te nemen indien deze verschijnselen optreden teneinde de concentraties ijzer en/of onopgeloste bestanddelen te verminderen. Dit kan bijvoorbeeld door toepassing van een strofilter en/of bezinkbak.

Blad 30 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

5

Vergunning/melding onttrekking en lozing Het tracé is gelegen binnen het beheersgebied van Hoogheemraadschap van Rijnland. In de Algemene regels behorende bij de Keur van het waterschap zijn de regels met betrekking tot grondwateronttrekking en lozing op oppervlaktewater opgenomen. Het hoogheemraadschap heeft aanvullende regels opgenomen met betrekking tot ontgravingen. Het project gebied bevindt zich, volgens “kaart2: kwetsbare kwelgebieden”, in een kwetsbaar kwelgebied. Deze regels zijn opgenomen in: https://www.rijnland.net/loket/vergunningen/keur-alleregels-op-een-rij/20-graven-ophogen-of-aanvullen/ In de algemene regels is omschreven dat bij ontgravingen de eis van toepassing is dat opbarstveiligheid aangetoond dient te zijn middels metingen.

Onttrekken grondwater In de algemene regels bij de Keur van het Hoog Heemraadschaap staat omschreven dat een vergunning tot het onttrekken van grondwater niet is vereist en kan worden volstaan met een melding wanneer wordt voldaan aan de volgende regels: a. Zorgplicht onttrekken grondwater. b. Algemene regel onttrekken grondwater. c. Uitvoeringsregels grondwateronttrekkingen: a. Korter dan 6 maanden. b. Debiet kleiner dan 10 m3/uur en 5.000 m3/maand en 12.000 m3/jaar. c. Indien wordt voldaan aan bovenstaande punten, dan zijn alleen de zorgplicht en algemene regel van toepassing. Deze regels zijn opgenomen op: https://www.rijnland.net/loket/vergunningen/grondwater-onttrekken-en-lozen/ Indien een bemaling voldoet aan de zorgplicht geldt dat deze meldingsplichtig is.

Lozing grondwater In de algemene regels bij de Keur van het Hoogheemraadschap staat omschreven dat voor het lozen op oppervlaktewater geen vergunning vereist is wanneer:  Het lozen van voldoet Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi); Deze regels zijn opgenomen op: https://www.rijnland.net/loket/vergunningen/grondwater-onttrekken-en-lozen/regels-lozengrondwater/ Voor de kwaliteit van de lozing dient een melding te worden gedaan in het kader van het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi).

Blad 31 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Conclusie Op basis van de algemene regels is de onttrekking meldingsplichtig. Voor de lozing op het oppervlaktewater kan tevens worden volstaan met een melding. Geadviseerd wordt om ten behoeve van de melding de volgende kentallen aan te houden:  Totaal waterbezwaar: 4.200 m3;  Maximaal debiet: 10 m3/uur;  Bemalingsduur: maximaal 4 maand.

Blad 32 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

6

Conclusies en aanbevelingen Algemeen In het onderhavige rapport zijn de lokale geohydrologische situatie, het te verwachten waterbezwaar en de effecten en mogelijke risico’s van de bemalingen beschouwd. De bodemopbouw bestaat vanaf maaiveld (NAP +0,4 á -3,6 m) tot gemiddeld NAP -11 m uit klei en veen. Plaatselijk zijn zandige laagjes aanwezig in de deklaag. Bij de (zeer) hoog gelegen delen is eerst (ophoog)zand aanwezig. Hieronder is een watervoerend pakket aanwezig. De freatische grondwaterstand fluctueert tussen NAP -1,6 m à -3,1 m (GHG) en NAP -2,5 m en -3,8 m (GLG). De stijghoogte bedraagt NAP -3,0 m (GHS) tot en NAP -3,5 m (GLS).

Onttrekking en lozing Er is geen spanningsbemaling benodigd aangezien de laag klei en veen nergens opbarst. In de GHGsituatie is op alle locaties enige bemaling nodig in de klei-/veenlaag. In de GLG-situatie is op een deel van het tracé geen bemaling noodzakelijk. Geadviseerd wordt om openbemaling toe te passen. Mogelijk is lokaal verticale bemaling gewenst bij tracédeel 4 vanwege de aanwezige zandlaag. Daar wordt verticale bemaling geadviseerd tot maximaal de onderzijde van de zandlaag (NAP -4,3 m). Verder kan bij de aanwezigheid van zandige laagjes in de deklaag van klei en veen boven de put- of sleufbodem overwogen worden om bemaling middels verticale filters toe te passen ten behoeve van de taludstabiliteit. Plaatselijk bevinden zich bovendien enkele zandige laagjes onder de put- of sleufbodem welke kunnen opbarsten. Vanwege de geringe dikte en plaatselijke aanwezigheid ervan wordt geadviseerd geen spanningsbemaling toe te passen en het grondwater af te voeren middels open bemaling in de werkput/sleuf. Het totale waterbezwaar van de onttrekking bedraagt circa 4.200 m3. Het maximale berekende debiet bedraagt circa 2 m³/uur. De onttrekking voldoet daarmee aan de algemene regels van het Hoogheemraadschap. Derhalve kan worden volstaan met een melding. Voor de lozing kan tevens worden volstaan met een melding.

Wel dient voldaan te worden aan het besluit Lozen buiten inrichtingen (Blbi). Geadviseerd wordt om te lozen op de waterpartijen langs het tracé.

Effecten De omgevingseffecten door de bemalingen zijn beperkt of verwaarloosbaar.

Blad 33 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 9 juni 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Monitoringsaspecten De volgende aspecten verdienen aandacht:  Registratie van debieten en waterbezwaren;  Registratie van grondwaterstanden;  Analyses bemalingswater op ijzer - totaal, onopgeloste bestanddelen, chloride;  Beoordelen wel/geen visuele verkleuring of vertroebeling van het ontvangend oppervlaktewater (bij lozing op oppervlaktewater).

Aanbevelingen De volgende actie is benodigd:  Indienen melding ten behoeve van onttrekking en lozing bij het Hoogheemraadschap van Rijnland. Heerenveen, juni 2022 Antea Group

Blad 34 van 34

Geohydrologisch rapport Ombouw lagedruk naar hogedruk gasleiding tracédeel Bosbaan projectnummer 455806 5 mei 2022 revisie 01 N.V. Nederlandse Gasunie

Bijlage 1 Gegevens opdrachtgever

Blad 35 van 35

NTL: 1 0 NTL: 1 kV 1x240 A 0kV 1x L 240 A L

| ||

ZA

| || | ||

KR-054-A19

|||

S

VM

482100 116650

NTL: M S

482100

L -G

HDPE

Buis

116700

| |

A

|

TEK. NR. W-534-01-KR-053-A19

B 160

|

52

-0 KR

NTL: M

|

Z

|

A Z

| |

A Z

NTL: 1 0 NTL: G kV 3x240 AL estuur de bor ing

|

160 PE

100 SD

|||

|

R 17,6

A Z |||

||| || |

|||

| ||

NTL: NTL: 110kV 1x240 0 NTL: 1 kV 1x240 AAL 0kV 1x L 240 A L

|| |

ca.

|| |

|||

|

| ||

|

Z

| ||

|

0

||| |

116400

tot 1.5 m

tr van

de voe t

pad bl ijven

|||

A

48200

1.0mtr

NTL: 1 0 NTL: 1 kV 1x240 A 0 NTL: 1 kV 1x240 A L 0kV 1x L 240 A L

|||

|||

||| || |

| || |

|||

||

|

AZ

|

NTL: M

S VM

LEGENDA TE LEGGEN LEIDING BESTAANDE LEIDING PLOEGBARE SECTIE KRUISINGSCIRKEL WERKSTROOK KADASTRALE PERCEEL GRENS BESTAANDE SITUATIE TOEKOMSTIGE SITUATIE

onb. Ø onb.

k 12°

bocht 90° R=10DN V=12°

Waternet drukriool

B.O.B. MAAIVELD NIET GEMETEN

8,01

60° R=10DN

R500

79,54

R500

-4.52 DN400 W-540-07

B.O.B. -3.37m Ø onb.

Riool

30° R=10DN

VOOR HET UITZETTEN VAN HET TRACE , GEBRUIK MAKEN VAN NIEUWBOUW COORDINATENLIJST VAN LEIDINGPUNTEN. AANMETINGEN ZIJN INFORMATIEF.

6,21

W

gshoe

bocht 90° R=10DN INTREDEPUNT PILOTBORING

hellin

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=53a67a4c-aa84-46bd-b698-e1849a56fd90