Bijlage 3 - Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek
Tekst van het document
Archeologisch Onderzoek Amsteldijk Zuid 183, Nes a/d Amstel Gemeente Amstelveen (NH) Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (BO-IVO-O)
Archeologisch Onderzoek Amsteldijk Zuid 183, Nes a/d Amstel Gemeente Amstelveen, (NH) Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (BO-IVO-O) Projectnummer 2021-0675 4 april 2023
Lycens Archeologisch Rapport 85 ISSN 2772-8900
In opdracht van Lodewijck Groep Versie 2.0 definitief Auteur
Autorisatie
Laura Soetens
A.M. Bakker
Senior KNA Archeoloog
Senior KNA Archeoloog
l.soetens@lycens.nl
a.bakker@lycens.nl
M 06 820 639 04
M 06 828 989 39
Status bevoegde overheid: goedgekeurd d.d. 7-3-2023 door Gemeente Amstelveen Lycens B.V.
Euvelgunnerweg 25A
9723 CV Groningen
0541-570730
info@lycens.nl
Inhoud Administratieve gegevens ................................................................................................................................4 Locatie gegevens ..............................................................................................................................................5 Samenvatting resultaten .................................................................................................................................6
1. Aanleiding voor het onderzoek .................................................................................. 8 1.1.
Onderzoekskader ................................................................................................................................8
1.2.
Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie...............................................................9
1.3.
Begrenzing onderzoeks- en plangebied ..........................................................................................10
1.3.1.
Begrenzing plangebied .....................................................................................................................10
1.3.2.
Begrenzing onderzoeksgebied .........................................................................................................10
1.4.
Doel van het onderzoek ....................................................................................................................11
1.5.
Onderzoeksvragen ............................................................................................................................11
2. Bureauonderzoek .................................................................................................... 12 2.1.
Gebruikte bronnen............................................................................................................................12
2.2.
Aardwetenschappelijke gegevens....................................................................................................12
2.3.
Bekende archeologische waarden ...................................................................................................15
2.4.
Archeologie .......................................................................................................................................17
2.5.
Historische waarden / bouwhistorisch onderzoek ..........................................................................18
2.6.
Bekende verstoringen.......................................................................................................................22
2.7.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel.........................................................................22
2.8.
Aanbeveling.......................................................................................................................................22
3. Resultaten veldonderzoek ....................................................................................... 23 3.1.
Beschrijving onderzoeksmethode ...................................................................................................23
3.2.
Beschrijving onderzoeksresultaten .................................................................................................24
4. Conclusie en aanbevelingen .................................................................................... 26 4.1.
Conclusie ...........................................................................................................................................26
4.2.
Beantwoording onderzoeksvragen ..................................................................................................27
4.3.
Aanbevelingen ..................................................................................................................................27
Administratieve gegevens Projectnaam
Amsteldijk Zuid 183
Projectcode
2021-0675
Type onderzoek
Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek (BO-IVO-O)
ARCHIS zaakidentificatie
5141380100
Projectleider
L. Soetens Senior KNA Archeoloog
Contact
T: 0541 570 730 M: 06-820 639 04 E: l.soetens@lycens.nl
Opdrachtgever
Lodewijck Groep
Contact
Mevr. E. Bos Beechavenue 139 11119RB Schiphol-Rijk T: 085-401 05 671 E: e.bos@lodewijckgroep.nl
Bevoegde overheid
Gemeente Amstelveen Mevr. W. Paijmans (adviseur cultureel erfgoed) Laan Nieuwer-Amstel 1 1180BA Amstelveen T: 020-540 49 11 E: w.paijmans@amstelveen.nl Adviseur namens gemeente: NMF Erfgoedadvies, E van Rooijen E: info@nmferfgoedadvies.nl
Uitvoering onderzoek
November/december 2021
Beheer en locatie documentatie
Lycens BV en e-depot
Illustraties
Auteur(s) tenzij anders vermeld
Medewerkers
L. Soetens
Lycens
17783641
Locatie gegevens Projectnaam
Amsteldijk Zuid 183
Plaats
Nes a/d Amstel
Gemeente
Amstelveen
Provincie
Noord-Holland
Kaartblad
31B
Kadastrale gegevens
ASV00-X-260, ASV00-K-855,
(Centrum)
X: 119625, Y: 474093
Oppervlakte
Circa 4.000 m2
NAP-hoogte maaiveld
Circa -1,66 m NAP
Ligging plangebied en onderzoeksgebied (bron: PDOK).
Samenvatting resultaten Plangebied
zie Afb. 1
Aanleiding
Het onderzoek vindt plaats in het kader van een bestemmingsplanwijziging.
Vraagstelling
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering op de archeologische resten kunnen hebben? In welke mate komen de resultaten van het booronderzoek overeen met de verwachtingen uit het bureauonderzoek? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
Aardwetenschappelijke
Geologie: Code Ni2. Formatie van Nieuwkoop, laagpakket Hollandveen op
gegevens
Formatie van Naaldwijk, laagpakket van Wormer. Geomorfologie: Code M81. Ontgonnen veenvlakte, laagveengebied AHN3 Het plangebied ligt in een iets hoger gelegen, niet verveend, deel van de polder, net achter de Amsteldijk. Het verschil in hoogte van het maaiveld tussen het plangebied en de achterliggende polder is 3 m. Bodem: Code hVb. Koopveengronden op Bosveen (of eutroof broekveen) DINOloket: Boring B31B0956: dekzand vanaf 7,5 m-mv, daarboven veen, klei en veen.
Bekende archeologische
Er zijn geen vondsten uit het plangebied en de directe omgeving bekend.
waarden Historische waarden
Vanuit de Amstel begon men in de middeleeuwen het aanliggende veenmoeras te ontginnen. Dit resulteerde in strokenverkaveling met langs de ontginningsassen gelegen boerderijen. Uiteindelijk werden grote delen van het veengebied verveend en ontstonden er plassen. De meeste verveningsplassen werden in de 17e en 18e eeuw weer drooggemalen, waarna een polderlandschap ontstond. De assen langs de Amstel bleven gespaard van vervening, zodat de loop van de rivier beschermd bleef en vanwege de aanwezige bebouwing en agrarische activiteiten in dit gebied.
Verwachting
Voor de periode vanaf de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge archeologische verwachting. Vanaf het maaiveld kunnen resten worden verwacht van bewoning, maar ook van dijkrestanten en ophogingslagen. Ook kunnen sporen van erfinrichting of landgebruik aanwezig zijn.
Methode veldonderzoek
Boormateriaal: Guts
3 cm en Edelman
7 cm.
Waarnemingsmethode: Blote oog. Boordichtheid: 6 boringen op 4000 m2, in het boorgrid is rekening gehouden met de ligging van kabels en leidingen en de geplande ingrepen.
-hoogte boorpunten: Ingemeten met GPS (nauwkeurigheid 1 cm). Beschrijving conform ASB 5.2 en NEN5104; Documentatie van de beschrijving: digitaal in veldcomputer (zie bijlage 1 voor boorprofielen). Resultaten veldonderzoek
Tijdens het booronderzoek is gebleken dat in een deel van het plangebied de bodem is verstoord of dat er geen archeologische laag aanwezig is. Alleen in boring 6, uitgevoerd vlakbij de huidige woning, is een mogelijke cultuurlaag waargenomen. Ter plaatse van boring 3, aan de andere kant van de woning, was deze laag echter niet (meer) aanwezig vanwege recente verstoringen. In boring 5, die verder van de dijk is gezet, was onder de bouwvoor een rommelige ophogingslaag aanwezig. De omvang van de mogelijke cultuurlaag uit boring 6 beperkt zich waarschijnlijk tot het gebied rond de huidige woning. Op basis van de boringen en de hoogtekaart is een gebied aangewezen met een grote kans op de aanwezigheid van de cultuurlaag (Afb. 15). Dit deel van het plangebied behoudt de hoge verwachtingswaarde voor resten vanaf de late middeleeuwen. In de rest van het plangebied kan de archeologische verwachting naar laag worden bijgesteld.
Selectieadvies en
Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting op het
aanbevelingen
aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied vastgesteld. Naar aanleiding van de resultaten van het booronderzoek kan in een groot deel van het plangebied de hoge waarde naar beneden worden bijgesteld. In het gebied rond boring 6, bij de huidige woning is waarschijnlijk een cultuurlaag aanwezig. Er is in de omgeving van het plangebied nog weinig archeologisch onderzoek uitgevoerd naar huisplaatsen aan de Amsteldijk en bij de geplande werkzaamheden zal een groot deel van het restant van de huisplaats worden ontgraven. Daarom wordt geadviseerd om de sloop van ondergrondse delen van de huidige woning, het ontgraven van de sloot aan de zuid- en oostkant van het perceel en van de bouwkuip van het hotel archeologisch te begeleiden.
1. Aanleiding voor het onderzoek 1.1.
Onderzoekskader
In opdracht van Lodewijck Groep heeft Lycens een archeologisch bureau- en booronderzoek uitgevoerd met betrekking tot het plangebied Amsteldijk Zuid 183 (Afb. 1). Het onderzoek vind plaats in het kader van een bestemmingsplanwijziging en de aanvraag voor een omgevingsvergunning. Het plangebied ligt op de westelijke oever van de Amstel en heeft nu als bestemming agrarisch en wordt bestemming
(zie
1.2). In het
plangebied is een hotel voorzien. Op het Paraplubestemmingsplan Archeologie en Cultuurhistorie van de gemeente Amstelveen vallen de geplande ingrepen in het plangebied gedeeltelijk binnen een zone met Archeologie waarde 2 overeenkomt met een hoge archeologische verwachting. In dit gebied dient, voorafgaand aan ingrepen groter dan 100 m2 en dieper dan 0,3 m beneden maaiveld, archeologisch onderzoek plaats te vinden. Het westelijk deel van het plangebied valt in zone Archeologie waarde 3, hier is archeologisch onderzoek verplicht voorafgaand aan ingrepen groter dan 1000 m2 en dieper dan 0,3 m beneden maaiveld. De verwachtingen uit de paraplubestemmingsplan zijn overeenkomstig de verwachtingen van de beleidsadvieskaart van de gemeente Amstelveen (Afb. 31). De exacte diepte van de geplande ingrepen is nog niet bekend. De omvang van het nieuwe hotelgebouw bedraagt circa 630 m2, ongeveer 400 m2 hiervan wordt onderkelderd. Ook wordt de perceelsloot die aan de zuidzijde van het plangebied loopt, verbreed, zodat het nieuwe gebouw aan het water komt te liggen. Hierbij wordt nog eens 400 m2 ontgraven.
Bij de geplande ingrepen voor de bouw van het hotel, het aanbrengen van verharding, het aanleggen van het zwembad en het verbreden van de sloot zullen ingrepen binnen het gehele perceel plaatsvinden en dieper dan 0,3 m beneden maaiveld verstoren, de totale oppervlakte van de ingrepen is groter dan de vrijstellingswaarde van 100 m2 en 1000 m2. Onderhavig onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1) en het archeologiebeleid van de gemeente Amstelveen.
Inrichtingsplan voor de locatie
1
NL.IMRO.0362.PP05-VG01
Uitsnede van de beleidsadvieskaart van de gemeente Amstelveen.
1.2.
Huidige en toekomstige situatie op de onderzoekslocatie
Het plangebied ligt op de westelijke oever van de Amstel, aan de dijk. Aan de overzijde van het plangebied mondt de Oude Waver uit in de Amstel. Op dit moment is op het plangebied een agrarisch bedrijf gevestigd. De huidige bebouwing bestaat uit een woning met daarachter een schuur en een koeiestal. Ten noorden hiervan staat ook nog een grote stal. De woning en bijgebouwen dateren uit 1993, de schuur uit 1987. Bij het bouwarchief van de gemeente Amstelveen zijn de bouwtekeningen van de gebouwen op dit perceel opgevraagd. De tekeningen zijn opgenomen in bijlage 1. De apart staande schuur heeft over de gehele oppervlakte een kelder, waarvan de vloer op 1,88 m beneden maaiveld is aangelegd. De woning heeft geen kelder, de fundering is tot ongeveer 1 m beneden maaiveld ontgraven. Het huis is gefundeerd op heipalen, de diepte hiervan is niet aangegeven op de tekening, maar mogelijk is tot op het zand geheid. De stal achter de woning heeft 2 mestgoten over de hele lengte, met een diepte van circa 1 m. De tekeningen uit het archief voor de schuur en de koeienstal zijn uit
e
eeuw. De schuur tussen de woning en de oude
koeienstal bestaat slechts uit een betonvloer met opbouw. Van de oude woning die is gesloopt om de huidige te bouwen, zijn geen bouwgegevens beschikbaar. De opdrachtgever heeft het voornemen de huidige bebouwing te verwijderen en in het plangebied een hotel te realiseren. Het hoofdgebouw van het hotel is gepland ter plaatse van de huidige bebouwing aan de zuidkant van de locatie en zal bestaan uit een langgerekt gebouw van 2 verdiepingen waarin 24 hotelkamers gerealiseerd worden. De exacte diepte van de ontgraving en de wijze van funderen zijn nog niet bekend. Achter het hotel is
een zwembad gepland en op het erf komen aan de noordkant van het plangebied parkeerplaatsen. Het gebied tussen het hotel en de parkeerplaats wordt ingericht als tuin. De kans dat eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord of vernietigd bij uitvoering van de plannen is aanwezig.
Luchtfoto van het plangebied (PDOK)
1.3.
Begrenzing onderzoeks- en plangebied
1.3.1. Begrenzing plangebied In dit rapport wordt een onderscheid gemaakt tussen het plangebied en het onderzoeksgebied. Met het plangebied wordt het gebied bedoeld waarop de plannen van de opdrachtgever betrekking hebben. Binnen dit gebied kunnen eventueel aanwezige archeologische resten worden verstoord door de voorgenomen ingrepen (Afb. 1). Het plangebied beslaat een aantal kadastrale percelen die samen een langgerekt weiland met boerderij vormen. Het perceel is omgeven door sloten en aan de oostkant door de Amsteldijk Zuid.
1.3.2. Begrenzing onderzoeksgebied Het onderzoeksgebied omvat het gebied waarover informatie is verzameld om een goed beeld te verkrijgen van de eventueel aanwezige archeologische waarden. Het onderzoeksgebied is globaal gedefinieerd als een cirkel met een straal van 250 m rondom het plangebied. Historische, archeologische en aardwetenschappelijke
gegevens uit dit gebied zijn relevant voor het opstellen van een gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied.
1.4.
Doel van het onderzoek
Het doel van het archeologisch onderzoek is het verkrijgen van inzicht in bekende en te verwachten archeologische waarden in en in de omgeving (onderzoeksgebied) van het plangebied. Op basis van de verkregen informatie wordt een gespecificeerde archeologisch verwachting voor het plangebied opgesteld. Hierin wordt beschreven of er archeologische resten aanwezig (kunnen) zijn in het plangebied, wat de , omvang en diepteligging van de verwachte waarden zijn en of de voorgenomen werkzaamheden een bedreiging vormen voor het bodemarchief. Deze archeologische verwachting wordt in het veld getoetst door middel van het booronderzoek. Naar aanleiding van de resultaten van het booronderzoek kan de archeologische verwachting uit het bureauonderzoek eventueel worden gespecificeerd of bijgesteld. Indien nodig wordt geadviseerd op welke wijze in het vervolgtraject van de plannen rekening dient te worden gehouden met archeologische resten.
1.5.
Onderzoeksvragen
Voor het bureau- en inventariserend veldonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Welke consequenties zal voortgaande planuitvoering hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? In welke mate stemmen de resultaten van het booronderzoek overeen met de verwachtingen uit het bureauonderzoek? Wat zijn de aanbevelingen? Is nader onderzoek noodzakelijk? En zo ja, waaruit kan dit bestaan?
2. Bureauonderzoek 2.1.
Gebruikte bronnen
Voor het bureauonderzoek zijn de volgende bronnen geraadpleegd: Actueel hoogtebestand Nederland (AHN, http://www.ahn.nl). De bodemkaart van Nederland (https://zoeken.cultuureelerfgoed.nl). De geomorfologische kaart van Nederland (https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). De archeologische monumentenkaart (AMK: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Provinciaal en/of landelijk beleid. Gemeentelijk beleid. Historisch kaartmateriaal (http://www.topotijdreis.nl). Ondergrondgegevens (https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens). Verstoringen (http://www.bodemloket.nl). Kadastrale Minuut (http://zoeken.cultureelerfgoed.nl). Kadastrale gegevens (https://www.kadaster.nl).
2.2.
Aardwetenschappelijke gegevens
Tabel 1 Aardwetenschappelijke gegevens Geologie
Code Ni2. Formatie van Nieuwkoop, laagpakket Hollandveen op Formatie van Naaldwijk, laagpakket van Wormer
Geomorfologie (Afb. 5)
Code M81. Ontgonnen veenvlakte, laagveengebied
AHN3 (Afb. 6)
Het plangebied ligt in een iets hoger gelegen deel van de polder, net achter de Amsteldijk. Het verschil in hoogte van het maaiveld tussen het plangebied en de achterliggende polder is 3 m.
Bodem (Afb. 7)
Code hVb. Koopveengronden op Bosveen (of eutroof broekveen)
DINOloket
boring B31B0956: dekzand vanaf 7,5 m-mv, daarboven veen, klei en veen.
Ongeveer 10.000 jaar geleden eindigde de laatste ijstijd en brak een warmere periode aan: het Holoceen. De zeespiegel begon te stijgen en de vegetatie veranderde van een open toendravegetatie naar een gesloten berkenbos. Vanwege de stijging van de grondwaterspiegel kon op grote schaal veenvorming optreden. De eerste laag veen dat op de dekzandgronden ontstond wordt gerekend tot het Basisveen als onderdeel van de Formatie van Nieuwkoop. In de loop van het Holoceen komt het landschap steeds meer onder invloed van de zee te staan. Het onderzoeksgebied raakt steeds vaker overspoeld waardoor grote vlakten van getijdeafzettingen worden gevormd (Laagpakket van Wormer, Formatie van Naaldwijk). De zandige afzettingen zijn in getijdegeulen, kreken en daartussen gelegen zandplaten afgezet. Door inklinking van het relatief hoger in het landschap komen te liggen. Vanaf circa 5000 jaar geleden ontstond er opnieuw veenvorming in het gebied. Dit veen wordt gerekend tot het Hollandveen Laagpakket als onderdeel van de Formatie van Nieuwkoop. De natuurlijke bodemopbouw in het plangebied bestaat volgens de geologische
overzichtskaart van Nederland dan ook uit Formatie van Nieuwkoop, Hollandveen Laagpakket op Formatie van Naaldwijk, Laagpakket van Wormer (veen op zeeklei en -zand).2 In de loop van de tijd ontwikkelde het veengebied zich tot een voedselarm, door regenwater gevoed veenkussen, doorsneden door grotere en kleinere rivieren, bijvoorbeeld de Oude Rijn, Vecht en Amstel, waar het plangebied aan ligt. Vanaf 1000 wordt het veengebied grootschalig ontgonnen voor agrarische doeleinden. De daarmee samenhangende ontwatering leidt er toe dat het veenoppervlak door inklinking en oxidatie daalt. De veengebieden die ooit hoger lagen dan de rivieren, moeten door de aanleg van dammen en dijken beschermd worden tegen het toenemende inundatiegevaar. Uiteindelijk moet worden overgegaan op volledige kunstmatige ontwatering. Door erosie en turfsteken verdwijnt in grote gebieden zelfs het gehele veenpakket. 3 Volgens de geomorfologische kaart ligt het plangebied grotendeels ter hoogte van een ontgonnen veenvlakte (M81). Waarbij moet worden opgemerkt dat het plangebied op een relatief hooggelegen strook parallel aan de Amstel ligt. In deze as heeft geen turfwinning plaatsgevonden, in tegenstelling tot de achterliggende polder. De NAP-hoogte van het weiland achter het plangebied is -2 m NAP, in de laaggelegen Bovenkerker polder ten westen van de locatie ligt het maaiveld op zelfs op-5,5 m NAP.
Een verschil van meer dan 3 m. Volgens de Bodemkaart ligt het plangebied op koopveengronden op bosveen (of eutroof broekveen) (Afb. 7). Bij het Dinoloket is een boring aan de noordoosthoek van het plangebied bekend. 4 Hier is op een diepte van 7,5 m beneden maaiveld dekzand aangetroffen. Op het dekzand ligt een laag Basisveen met een dikte van 0,7 m, hierboven 3 m siltige klei en vervolgens 3 m Hollandveen tot aan het maaiveld.
2
Geologische kaart van nederland, via PDOK
3
Roeland et al. 2003
4
https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens, boring B31B0956
Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3, bron: https://www.ahn.nl).
Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl).
2.3.
Bekende archeologische waarden
Gemeentelijke beleidskaart Volgens de archeologische beleidskaart van de gemeente Amstelveen heeft het plangebied een waarde archeologie 2; Dijklichaam (Afb. 3). Dat betekent dat ingrepen met een oppervlakte van meer dan 100 m2 en een diepte van meer dan 0,3 m beneden maaiveld dienen te worden voorafgegaan door een archeologisch onderzoek. Het oostelijke deel van het plangebied heeft waarde archeologie 3; Onverveend bovenland. Bij deze waarde geldt een vrijstellingsgrens van 1000 m2 en 0,3 m beneden maaiveld. Voor waarde 2 geldt een hoge verwachting voor archeologische resten uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd, voor waarde 3 geldt een middelmatige verwachting voor late middeleeuwen en nieuwe tijd. Voor het hele gebied geldt een lage verwachting voor overige perioden.
Archeologische waarden Als onderdeel van het bureauonderzoek zijn de AMK (archeologische monumentenkaart)-terreinen, archeologische waarnemingen en eerder uitgevoerd onderzoek (onderzoeksmeldingen) in het Afb. 8). De AMK-terreinen, de bekende archeologische waarnemingen en de onderzoeksmeldingen zijn geraadpleegd via ARCHIS3.5
5
https://archis.cultureelerfgoed.nl
Archeologische monumenten (AMK-terreinen) In het plangebied en de directe omgeving ervan zijn geen AMK-terreinen aangewezen.
Onderzoekslocaties en waarnemingen Het plangebied valt binnen 2 grote onderzoeksmeldingen, in de omgeving zijn nog enkele grote en kleine onderzoeksmeldingen geregistreerd (Tabel 2). Er zijn binnen het plangebied en onderzoeksgebied geen vondstmeldingen bekend. De beschikbare relevante resultaten van de onderzoeken worden in deze paragraaf kort besproken. Van de onderzoeksmeldingen binnen het plangebied was alleen van het bureauonderzoek met zaakidentificatie 4752362100 een rapportage beschikbaar. Dit bureauonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van geplande werkzaamheden aan de westelijke Amsteldijk. De Amstel wordt in dit onderzoek beschreven als ontginningsas tijdens de late middeleeuwen. Er geldt een hoge verwachting voor de periode late- middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Het onderzoek met zaaknummer 2040879100 betreft een booronderzoek en veldkartering van het Amstelland, onder andere in de Polder Ronde Hoep aan de oostkant van de Amstel. Er zijn in de polder 11 locaties aangewezen met mogelijke huisplaatsen die dateren uit de late middeleeuwen en de nieuwe tijd, deze liggen allemaal buiten het onderhavige onderzoeksgebied. 6 Onderzoek 2280152100 betreft een inventariserend veldonderzoek door middel van boringen. Aan de westkant van het plangebied, ter hoogte van Fort WaverAmstel zijn aan de dijk drie boringen uitgevoerd.
Hierbij zijn geen archeologische waarden aangetroffen. 7
6
Datema, 1987
7
Van der Roest, 2010.
Onderzoeksmeldingen en vondstlocaties met zaaknummer (bron: ARCHIS 3).
Tabel 2 Onderzoeksmeldingen (bron: ARCHIS3) zaakidentificatie
toponiem
uitvoerder
meldingsdatum
type onderzoek
4752362100
Amsteldijk West
Sweco
15-11-2019
bureauonderzoek
2134296100
Amstelkade-
NMF
18-10-2006
bureauonderzoek
Waverdijk
erfgoedadvies
Amstelland
RAAP
1-2-1986
Booronderzoek/veldkartering
RAAP
15-11-2007
Bureauonderzoek/startnotitie
2040879100 2176181100
beleidskaart 2280152100
Waverdijk
Grontmij
31-3-2010
Booronderzoek
(Sweco)
2.4.
Archeologie
Archeologische resten uit het laat-paleolithicum tot vroeg neolithicum kunnen worden aangetroffen in het dekzand, dat ter plaatse van het plangebied op een diepte van 7,5 m beneden maaiveld (-9,5 m NAP) ligt. Vindplaatsen uit deze periode zijn zeldzaam en vanwege de lage ligging van de top van het zand is de kans op
het aantreffen van nederzettingsresten uit deze periode klein. Bovendien zullen de geplande graafwerkzaamheden niet tot het dekzand reiken. In de periode vanaf het midden neolithicum tot de middeleeuwen was het gebied vanwege de natte omstandigheden van het getijden- en veengebied niet geschikt voor permanente bewoning. Eventuele bewoning vond plaats op zandige kreekruggen, maar die worden niet verwacht in het plangebied. De archeologische waarden die in het plangebied worden verwacht, zijn gerelateerd aan de ontginning van het landschap waar vanaf de middeleeuwen mee is begonnen. Vanuit de Amstel begon men het aanliggende veenmoeras te ontginnen. Dit gebeurde door sloten te graven in het veen, haaks op de ontginningsassen, zodat het gebied werd ontwaterd en daarmee geschikt gemaakt voor de landbouw. Dit resulteerde in strokenverkaveling met langs de ontginningsassen gelegen boerderijen. Uiteindelijk werden grote delen van het veengebied verveend en ontstonden er plassen. De meeste verveningsplassen werden in de 17e en 18e eeuw weer drooggemalen, waarna een polderlandschap ontstond. De assen langs de Amstel bleven gespaard van vervening, zodat de loop van de rivier beschermd bleef en vanwege de aanwezige bebouwing en agrarische activiteiten in dit gebied.
In het plangebied zijn mogelijk restanten aanwezig van een oude Amsteldijk of ophogingslagen, bewoningssporen van boerderijen, bijgebouwen, erfinrichting en landgebruik. De resten kunnen worden verwacht vanaf het maaiveld. Tot de vroege middeleeuwen was het gebied vanwege de natte omstandigheden niet bewoond, de Amstel werd mogelijk als vaarroute gebruikt en voor visserij.
2.5.
Historische waarden / bouwhistorisch onderzoek
Vanaf de 11e eeuw is het gebied aan de Amstel in gebruik genomen voor bewoning. De groei van de bevolking zorgde voor een grotere vraag naar landbouwgrond. Om aan deze vraag te voldoen kwam de ontginning van de veengebieden op gang. De bewoning werd gesitueerd in naast elkaar gelegen boerderijen langs de ontginningsassen. Vermoedelijk heeft men de uitgegraven grond gebruikt om langs de Amstel terpjes op te werpen waarop boerderijen werden gebouwd. Van belastingdocumenten uit de 14e eeuw is bekend dat er in het gebied aan turfwinning werd gedaan. Vanwege de hoge vraag naar turf als brandstof leenden veel grondeigenaren hun percelen voor de turfwinning. Buurten langs de Amstel zoals de Nes kwamen in de 16e eeuw langs de Amstel tot ontwikkeling. In deze periode ontstond in Amsterdam een welvarende bevolkingsgroep die hun luxewoningen, buitenplaatsen genaamd, onder andere langs de oevers van de Amstel lieten bouwen.8 Op een kaart uit 1740 van H. de Leth9 is de vervening in volle gang. De Bovenkerkerpolder en het Waverveen zijn al helemaal ontgraven.
8 9
& Hekman, 2020 H. de Leth: Nieuwe en accurate Kaart van de Balluage van Amstelland, circa 1740. Via:
https://www.rhcvechtenvenen.nl/collectie/
Het Amstelland op een kaart van H. de Leth uit 1740. Het plangebied ligt in de cirkel. Op de kadastrale minuutplan uit 1832 is in het plangebied een boerderij aanwezig, op dezelfde plaats als de huidige bebouwing (Afb. 10). De gevel van het gebouw ligt dichter aan de Amsteldijk dan tegenwoordig. Het omliggende land is in gebruik als hooi- en weiland. Aan de Amsteldijk liggen verspreid een aantal boerderijen. Ook is het dorp Nes a/d Amstel als bewoningslint aan de dijk te zien. In de loop van de 19e eeuw blijft de situatie gelijk, de boerderij binnen het plangebied is er nog steeds (Afb. 11). Aan het begin van de 20e eeuw wordt ter verdediging van de stad Fort Waver-Amstel (ten zuiden van het plangebied op de overzijde van de Amstel) aangelegd. Het in 1911 opgeleverde fort is strategisch gelegen waar Amstel en Oude Waver bij elkaar komen.10 Het fort is onderdeel van de Stelling van Amsterdam en heeft UNESCO werelderfgoed status (Afb. 12). In de loop van de 20e eeuw komt er meer bebouwing aan de dijk en worden op de langgerekte percelen enkele kascomplexen aangelegd. Binnen het plangebied zijn op de kaart uit 1980 twee bijgebouwen naast de boerderij te zien. De omgeving is nog steeds agrarisch in gebruik en doordat de bebouwing zich aan de dijk concentreert, is het historische cultuurlandschap in tact gebleven.
De huidige bebouwing bestaat uit een woning uit 1993, met direct erachter stallen. Over de lengte van de stallen loopt aan beide zijden een mestgoot. Ook staat er een stal los van de woning, deze dateert uit 1987 en heeft een mestkelder.11 De woning en de stallen zijn op palen gefundeerd, onder de woning is geen kelder aanwezig. De gevel van deze nieuwe woning is enkele meters verder van de dijk gezet dan die van het gesloopte huis. In bijlage 1 zijn bouwtekeningen van de woning en schuren opgenomen.
10
https://www.stellingvanamsterdam.nl/nl/fort-waver-amstel
11
https://bagviewer.kadaster.nl en informatie van gemeentelijk bouwarchief
Het plangebied op de kadastrale minuut 1811-1832. (bron: www.hisgis.nl).
Het plangebied op de topografische kaart uit ca. 1858 (bron: https://www.topotijdreis.nl)
Het plangebied op een topografische kaart uit 1919 (bron: http://www.topotijdreis.nl).
Het plangebied op een topografische kaart uit 1980 (bron: http://www.topotijdreis.nl).
2.6.
Bekende verstoringen
Binnen het plangebied zijn geen saneringen of ondergrondse olietanks, benzinepompinstallaties en dergelijke bekend waardoor archeologische resten mogelijk verloren zijn gegaan. Op dit moment staan in het plangebied enkele gebouwen en een groot deel van het erf is verhard. Ook liggen er een aantal kabels en leidingen. Bij de bouw van deze gebouwen en de aanleg van de verharding en kabels is de bodem verstoord tot in de verwachte archeologische laag. Het woonhuis is gefundeerd op 34 houten heipalen, die tot op onbekende diepte zijn gezet. De vrijstaande schuur heeft over de gehele oppervlakte een kelder met een diepte van 2 m beneden maaiveld. In de oude stal achter de woning liggen mestgoten met een diepte van 1 m beneden maaiveld. Vooral de sloop van de oude woning en de bouw van de nieuwe hebben een mogelijk aanwezige archeologische laag verstoord.
2.7.
Gespecificeerd archeologisch verwachtingsmodel
Archeologische resten uit het laat-paleolithicum tot vroeg neolithicum worden verwacht in het dekzand, dat ter plaatse van het plangebied op een diepte van 7,5 m beneden maaiveld (-9,5 m NAP) ligt. Vanwege de zeer lage ligging is de archeologische verwachting voor het aantreffen van nederzettingsresten uit deze periode laag. In de periode vanaf het midden neolithicum tot de middeleeuwen was het gebied onder invloed van getijden en later in een veengebied en daardoor te nat en niet geschikt voor permanente bewoning. Eventuele bewoning in deze periode was mogelijk op kreekruggen. Kreekruggen zijn zandige en relatief hoog gelegen delen van het getijdenlandschap en hebben daardoor een hoge archeologische verwachting. In het plangebied wordt geen kreekrug verwacht. Voor de periode midden neolithicum tot de vroege middeleeuwen geldt daarom ook een lage verwachting voor het aantreffen van bewoningsresten. Voor de periode vanaf de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd geldt een hoge archeologische verwachting. Vanuit de Amstel begon men het aanliggende veenmoeras te ontginnen. Dit gebeurde door sloten te graven in het veen, haaks op de ontginningsassen, zodat het gebied werd ontwaterd en daarmee geschikt gemaakt voor de landbouw. Dit resulteerde in strokenverkaveling met langs de ontginningsassen gelegen boerderijen.
Vanaf het maaiveld kunnen resten worden verwacht van bewoning, maar ook van dijkrestanten en ophogingslagen. Ook kunnen sporen van erfinrichting of landgebruik aanwezig zijn. Bij de bouw van de huidige boerderij en bijgebouwen en bij de erfinrichting is de bodem mogelijk verstoord. In de apart staande schuur/stal is een mestkelder aanwezig en in de stallen achter de woning ligt een mestgoot. Op deze locaties is de top van de archeologische laag waarschijnlijk verstoord, maar het is niet uitgesloten dat diep ingegraven sporen, zoals (beer)putten of de onderste lagen van dijkrestanten of ophogingslagen nog wel degelijk aanwezig zijn.
2.8.
Aanbeveling
Om de hoge archeologische verwachting te toetsen wordt geadviseerd een archeologisch inventariserend veldonderzoek (IVO-O) door middel van boringen uit te voeren. Tijdens het booronderzoek wordt de bodem in kaart gebracht en kunnen eventueel aanwezige archeologische lagen en bodemverstoringen worden aangetoond.
3. Resultaten veldonderzoek 3.1.
Beschrijving onderzoeksmethode
Boormateriaal: Guts
3 cm en Edelman
7 cm.
Waarnemingsmethode: Blote oog. Boordichtheid: 6 boringen op 4000 m2, in het boorgrid is rekening gehouden met de ligging van kabels en leidingen en de geplande ingrepen. en NAP-hoogte boorpunten: Ingemeten met GPS (nauwkeurigheid 1 cm). Beschrijving conform ASB 5.2 en NEN5104; Documentatie van de beschrijving: digitaal in veldcomputer (zie bijlage 1 voor boorprofielen). Het veldwerk is uitgevoerd op 22 december 2021 volgens het opgestelde Plan van Aanpak.12 Er zijn 6 boringen uitgevoerd met behulp van een gutsboor met een diameter van 3 cm en tot een diepte van maximaal 3 m beneden maaiveld. De positie en maaiveldhoogtes van de boringen zijn ingemeten met behulp van GPS (nauwkeurigheid 1 cm). De boringen zijn beschreven conform de NEN 5104 en de Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode (ASB 2.0). De boorprofielen zijn opgenomen in bijlage 1. Tijdens het onderzoek is gebleken dat achter de boerderij, tussen boring 4 en de stal, in de ondergrond erg veel puin of een ondergrondse constructie ligt. Na enkele pogingen is boring 4 buiten de verstoring uitgevoerd. Een groot deel van het plangebied tussen de gebouwen is verhard met betonverharding, bovendien zijn in de bovengrond rond boringen 2, 3 en 4 veel grote stukken recent baksteenpuin aanwezig.
12
Soldaat, 2021.
Locaties van boringen met verstoringsdiepten (in blauw) en maaiveldhoogtes.
3.2.
Beschrijving onderzoeksresultaten
Zoals verwacht bestaat de bodem in het plangebied vanaf de bouwvoor vooral uit veenlagen. In boringen 1 tot en met 4 bestaat de bouwvoor uit zandig of zwak kleiig veen. In boringen 1 en 4 zit hieronder een laag veen met is aan de top veraard (geoxideerd). In boring 4 gaat op een diepte van 2,5 m beneden maaiveld het veen over in siltige zeeklei met veenlaagjes. In de andere boringen is onder de bouwvoor een verstoorde laag waargenomen. Bij boring 2 is tot een diepte van 0,75 m beneden maaiveld betreft dit een veenlaag met puinresten. Waarschijnlijk is deze grond met het uitbaggeren van de nabijgelegen sloot op het land gekomen. Ter hoogte van boring 3 was de bodem recent verstoord en opgehoogd tot een diepte van 1,8 m beneden maaiveld. De verstoorde lagen bevatten veel zand en zijn puinhoudend. De onderste opgebrachte laag bestaat uit ophoogzand. In boring 5 en 6 bestaat de bouwvoor uit een opgebrachte zandlaag. In boring 5 is onder de bouwvoor tot een diepte van 0,8 m beneden maaiveld een kleiige ophogingslaag aanwezig met puinresten. Deze ophogingslaag ziet er rommelig en vergraven uit. In boring 6 is onder een zandige bovenlaag van 0,8 m dik een een ophogingslaag aanwezig. In deze kleiige, sterk humeuze laag zijn puinresten aanwezig en heeft een homogeen uiterlijk. Mogelijk is dit een historische
ophogingslaag die is ontstaan tijdens de lange bewoningsperiode van het perceel of een dijkrestant van een oude Amsteldijk. Onder de verstoorde lagen is overal een pakket sterk houthoudend veen aangetroffen. Er zijn tijdens het booronderzoek geen dateerbare archeologische vondsten aangetroffen, buiten de aanwezigheid van kleine puinfragmenten in de bouwvoor en in enkele dieper gelegen lagen.
4. Conclusie en aanbevelingen 4.1.
Conclusie
Uit het bureauonderzoek is geconcludeerd dat in het plangebied een hoge archeologische verwachtingswaarde geldt voor het aantreffen van bewoningsresten vanaf de late middeleeuwen tot en met de nieuwe tijd. Deze resten kunnen vanaf het maaiveld worden aangetroffen in de vorm van funderingsresten van woningen, dijkrestanten en ophogingslagen. Ook kunnen sporen van erfinrichting of landgebruik aanwezig zijn. Tijdens het booronderzoek is gebleken dat in een deel van het plangebied de bodem is verstoord of dat er geen archeologische bewoningslaag aanwezig is. Alleen in boring 6, uitgevoerd vlakbij de huidige woning, is een mogelijke cultuurlaag waargenomen. Ter plaatse van boring 3, aan de andere kant van de woning, was deze laag echter niet (meer) aanwezig vanwege recente verstoringen. In boring 5, die verder van de dijk is gezet, was onder de bouwvoor wel een rommelige ophogingslaag aanwezig, maar deze wijkt duidelijk af van de mogelijke cultuurlaag in boring 6. De omvang van de mogelijke cultuurlaag uit boring 6 beperkt zich waarschijnlijk tot het gebied rond de huidige woning. Op basis van de boringen en de hoogtekaart is een gebied aangewezen met een grote kans op de aanwezigheid van de cultuurlaag (Afb. 15). Dit deel van het plangebied behoudt de hoge verwachtingswaarde voor resten vanaf de late middeleeuwen.
In de rest van het plangebied zijn geen archeologische indicatoren of cultuurlagen aangetroffen en kan de archeologische verwachting naar laag worden bijgesteld.
Conclusies van het archeologisch veldonderzoek op AHN.
4.2.
Beantwoording onderzoeksvragen
Wat is de bodemopbouw en zijn er aanwijzingen voor bodemverstoringen? Uitgaande van de bij het bureauonderzoek gebruikte bronnen bestaat de laagopeenvolging binnen het plangebied uit 3 m Hollandveen op 3 m zeeklei en -zand op 0,7 m Basisveen op dekzand. De bodem in het plangebied is verstoord door de bouw van de boerderij, bijgebouwen en de aanleg van erfverharding. Tijdens het veldonderzoek zijn in boringen 2, 5 en 6 ophogingslagen aangetroffen en bij boring 3 bleek de bodem te zijn verstoord tot een diepte van 1,8 m. In boring 4 is vanaf een diepte van 2,5 m beneden maaiveld zeeklei aangetroffen.
Zijn er aanwijzingen voor de aanwezigheid van archeologische resten? Er zijn geen archeologische resten bekend in het plangebied en de directe omgeving ervan. Tijdens het veldonderzoek is in boring 6 een mogelijke cultuurlaag waargenomen, maar er zijn geen dateerbare vondsten aangetroffen. De omvang van de cultuurlaag is gering; hij is niet in een andere boring waargenomen. Ook is de kans groot dat tijdens de bouw van de huidige woning en de sloop van zijn voorgangers de laag reeds verstoord is.
Welke consequenties zal de uitvoering van het plan hebben op (eventueel) aanwezige archeologische resten? Tijdens de sloop van de huidige woning en vervolgens de bouw van het hotel en het verbreden van de sloot aan de zuidkant van het plangebied zal het restant van de aanwezige cultuurlaag worden verstoord of wellicht helemaal worden weggegraven. De kans is groot dat tijdens de bouw van de huidige woning de resten van eventuele voorgangers zijn verwijderd.
In welke mate komen de resultaten van het booronderzoek overeen met de verwachtingen uit het bureauonderzoek? De resultaten van het booronderzoek bevestigen de hoge verwachting uit het bureauonderzoek voor het deel van het plangebied rond de huidige woning.
Wat zijn de aanbevelingen? Voor de aanbevelingen zie
4.3.
4.3.
Aanbevelingen
Op basis van het bureauonderzoek is een hoge verwachting op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied vastgesteld. Naar aanleiding van de resultaten van het booronderzoek kan in een groot deel van het plangebied de hoge waarde naar beneden worden bijgesteld. Vanwege de aanwezigheid van een cultuurlaag in boring 6 is met behulp van de hoogtekaart een gebied aangewezen waar deze cultuurlaag hoogstwaarschijnlijk nog aangetroffen kan worden. Het gaat waarschijnlijk om een verhoogde boerderijplaats aan de dijk. Er is in de omgeving van het plangebied nog weinig archeologisch onderzoek uitgevoerd naar
huisplaatsen aan de Amsteldijk en bij de geplande werkzaamheden zal een groot deel van het restant van de huisplaats worden ontgraven. Daarom wordt geadviseerd om de sloop van ondergrondse delen van de huidige woning het ontgraven van de bouwkuip van het nieuwe hotel en het ontgraven van de sloot aan de zuid- en oostkant van het perceel archeologisch te begeleiden. Selectiebesluit bevoegd gezag: Gemeente gaat akkoord met de aanbeveling om de grondroerende werkzaamheden archeologisch te laten begeleiden, met de volgende aanvulling:
Mocht er genoeg tijd zijn tussen de sloop van de huidige gebouwen en de bouw van het hotel en de aanleg van de sloot, dan kan nog overwogen worden om na de sloopbegeleiding meteen een proefsleuvenonderzoek te doen. Dan is in een vroeger stadium duidelijk of verder onderzoek (voorafgaand of tijdens de realisatie van de plannen) nog nodig is.
Literatuur Datema, R.R. 1987. Amstelland, een archeologische kartering, inventarisatie en waardering. (RAAP-Rapport 4). Stichting RAAP Amsterdam. P
, C.A. en J.J. Hekman, 2020: Archeologisch bureauonderzoek Amsteldijk West, gemeente Uithoorn en
Amstelveen. (Sweco Archeologische Rapporten 2275), Sweco Nederland B.V., De Bilt. Roeleveld, W., et. al. 2007: Landschap van Nederland: Kwartairgeologie, bodemkunde en hydrogeologie, Syllabus bij de postdoctorale cursus 2003, Vrije Universiteit Amsterdam. Roest, J. van der, 2010: Archeologisch onderzoek dijkverbetering Waverdijk - gemeente De Ronde Venen
Inventariserend veldonderzoek d.m.v. boringen (verkennend) (Grontmij Archeologische Rapporten 906), Sweco Nederland B.V., De Bilt. Soldaat, M., 2021: Plan van Aanpak IVO-O verkennend booronderzoek Amsteldijk Zuid 138, Nes a/d/ Amstel. Lycens B.V., Groningen Vos, P.L. & S. de Vries, 2013: 2e generatie palaeogeografische kaarten van Nederland (versie 2.0) . Deltares, Utrecht.
Geraadpleegde websites webadres
laatst bezocht op
https://archisarchief.cultureelerfgoed.nl
1-12-2021
https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens
1-12-2021
https://www.dinoloket.nl/nomenclator-ondiep
1-12-2021
https://www.google.com/intl/nl/earth/
1-12-2021
https://zoeken.cultureelerfgoed.nl
1-12-2021
http://www.ahn.nl
1-12-2021
http://www.pdok.nl
1-12-2021
http://www.topotijdreis.nl
1-12-2021
https://www.rhcvechtenvenen.nl/collectie/
3-12-2021
Lijst van afbeeldingen Ligging plangebied en onderzoeksgebied (bron: PDOK). .............................................................................. 5 Inrichtingsplan voor de locatie .......................................................................................................................... 8 Uitsnede van de beleidsadvieskaart van de gemeente Amstelveen. ........................................................... 9 Luchtfoto van het plangebied (PDOK) ............................................................................................................ 10 Uitsnede van de geomorfologische kaart met het plangebied en de directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). .................................................................................................................................. 14 Het plangebied en omgeving op het Actueel Hoogtebestand van Nederland (AHN3, bron: https://www.ahn.nl).............................................................................................................................................................. 14 Uitsnede van de bodemkaart met het plangebied en directe omgeving (bron: https://zoeken.cultureelerfgoed.nl). ..................................................................................................................................
15 Onderzoeksmeldingen en vondstlocaties met zaaknummer (bron: ARCHIS 3). ...................................... 17
Het Amstelland op een kaart van H. de Leth uit 1740. Het plangebied ligt in de cirkel. .......................... 19 Het plangebied op de kadastrale minuut 1811-1832. (bron: www.hisgis.nl). ........................................... 20 Het plangebied op de topografische kaart uit ca. 1858 (bron: https://www.topotijdreis.nl) ................. 20 Het plangebied op een topografische kaart uit 1919 (bron: http://www.topotijdreis.nl). ...................... 21 Het plangebied op een topografische kaart uit 1980 (bron: http://www.topotijdreis.nl). ...................... 21 Locaties van boringen met verstoringsdiepten (in blauw) en maaiveldhoogtes. .................................... 24 Conclusies van het archeologisch veldonderzoek. ....................................................................................... 26
Lijst van tabellen Tabel 1 Aardwetenschappelijke gegevens ........................................................................................................................ 12 Tabel 2 Onderzoeksmeldingen (bron: ARCHIS3) .............................................................................................................. 17
Bijlage 1 Bouwtekeningen uit het gemeentelijk bouwarchief
Bijlage 2 Boorprofielen
Bijlage 1 Tekeningen huidige woning:
Schuur en stal achter de woning
Vrijstaande stal:
Bijlage 2 Boorprofielen
Bijlage 1
Boring:1
Boring:2
Referentievlak: maaiveld Maaiveldhoogte: -1,99 0
X: 119618,32 Y: 474120,36 0
Referentievlak: maaiveld Maaiveldhoogte: -2,06 gras Veen, zwak zandig, spikkels puin, donkerbruin, Guts, diffuus, amorf, bouwvoor
0
X: 119647,19 Y: 474115,19 0
gras Veen, zwak kleiïg, donkerbruin, Guts, amorf, bouwvoor
20
Veen, spikkels puin, resten aardewerk, donkerbruin, Guts, vergraven, bosveen, amorf 50
50
Veen, donkerbruin, Guts, diffuus, bosveen, amorf
50
75 80
Veen, sterk kleiïg, donkerbruin, Guts, amorf
Veen, bruin, Guts, bosveen 95
100
100
150
150
200
200
250
250
300
300
300
Veen, bruin, Guts, bosveen
300
Projectcode: Opdrachtgever:
2021-0675ARCH Lodewijck Groep
Boormeester: Projectleider:
Yoshua Csonka Laura Soetens
Projectnaam:
Amsteldijk-Zuid 183
Schaal:
1: 30
getekend volgens NEN 5104
Bijlage 1
Boring:3
Boring:4
Referentievlak: maaiveld Maaiveldhoogte: -1,33 0
50
X: 119644,27 Y: 474078,94
Referentievlak: maaiveld Maaiveldhoogte: -2,38
0
gras
20
Veen, zwak zandig, zwak plantenresten houdend, donkergrijs, Edelmanboor, scherp, amorf, bouwvoor
50
90
Klei, matig zandig, zwak humeus, brokken zand, donkergrijs, Edelmanboor, scherp, opgebrachte grond
0
gras Veen, zwak zandig, resten puin, donkerbruin, Guts, amorf, bouwvoor
30
Veen, Guts, amorf 50
Veen, zwak zandig, brokken zand, zwak puinhoudend, donkerbruin, Edelmanboor, opgebracht of vergraven, scherp, amorf, opgebrachte grond Veen, zwak zandig, donker zwartgrijs, Guts, opgebracht
100
0
X: 119598,82 Y: 474107,80
150
100
150 160
200
180
Zand, matig fijn, zwak siltig, matig humeus, donkergrijs, Guts, opgebracht, scherp, opgebrachte grond
200
Veen, donkerbruin, Guts, scherp, amorf, veraard veen
215
200
Veen, sterk kleiïg, lichtbruin, Guts Veen, matig houthoudend, bruin, Guts, bosveen
250
300
250
300
300
250
Klei, zwak siltig, laagjes veen, grijs, Guts
300
Projectcode: Opdrachtgever:
2021-0675ARCH Lodewijck Groep
Boormeester: Projectleider:
Yoshua Csonka Laura Soetens
Projectnaam:
Amsteldijk-Zuid 183
Schaal:
1: 30
getekend volgens NEN 5104
Bijlage 1
Boring:5
Boring:6
Referentievlak: maaiveld Maaiveldhoogte: -1,95 0
X: 119599,91 Y: 474076,78 0
Referentievlak: maaiveld Maaiveldhoogte: -1,45 gras Zand, zeer fijn, zwak siltig, matig humeus, zwak puinhoudend, donkergrijs, Guts, scherp, bouwvoor
0
X: 119630,48 Y: 474055,91 0
gras Zand, matig fijn, matig siltig, brokken puin, bruin, Guts, bouwvoor
45
50
Klei, zwak zandig, matig humeus, matig puinhoudend, donker bruingrijs, Guts, vergraven
50
80
80
Veen, matig houthoudend, donkerbruin, Guts, bosveen 100
100
150
150
200
200
Klei, zwak siltig, sterk humeus, resten puin, donker grijsbruin, Guts, Cultuurlaag
140
Veen, sterk kleiïg, donkerbruin, Guts, bosveen
230
Veen, bruin, Guts, bosveen 250
250 270
300
300
Projectcode: Opdrachtgever:
2021-0675ARCH Lodewijck Groep
Boormeester: Projectleider:
Yoshua Csonka Laura Soetens
Projectnaam:
Amsteldijk-Zuid 183
Schaal:
1: 30
getekend volgens NEN 5104
Legenda (conform NEN 5104)
grind
klei Grind, siltig
geur Klei, zwak siltig
geen geur zwakke geur
Grind, zwak zandig
matige geur
Klei, matig siltig
sterke geur Grind, matig zandig
Klei, sterk siltig
Grind, sterk zandig
Klei, uiterst siltig
uiterste geur
olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie Grind, uiterst zandig
Klei, zwak zandig
matige olie-water reactie sterke olie-water reactie
Klei, matig zandig
Klei, sterk zandig
zand
uiterste olie-water reactie
p.i.d.-waarde >0
Zand, kleiïg
>1 >10
Zand, zwak siltig
>100
leem
>1000 Zand, matig siltig
Leem, zwak zandig
Zand, sterk siltig
Leem, sterk zandig
Zand, uiterst siltig
>10000
monsters
geroerd monster
overige toevoegingen
ongeroerd monster
zwak humeus volumering
veen Veen, mineraalarm
matig humeus
Veen, zwak kleiïg
sterk humeus
Veen, sterk kleiïg
zwak grindig
Veen, zwak zandig
matig grindig
Veen, sterk zandig
sterk grindig
overig bijzonder bestanddeel Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand slib
water