CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2b - Uitkomsten meicirculaire 2024 gemeentefonds en bijstandsgelden 2024

Raadsvergadering 17 juli 2024, gemeente amstelveenBij agendapunt: Algemene beschouwingen over de Perspectiefnota 20255.174 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

INTERNE NOTI TIE

Aan Via Van

Betreft

De gemeenteraad Burgemeester en wethouders Adam Elzakalai, wethouder financiën

Datum

11 juni 2024

Kopie

Uitkomsten meicirculaire 2024 uitkering gemeentefonds en bijstandsgelden 2024

0. Inleiding/Samenvatting Deze notitie informeert u over de uitkomsten van de meicirculaire 2024 over de uitkering gemeentefonds1 en over de bijstelling van de bijstandsgelden (BUIGbudgetten)2. Deze aanvullende informatie is aangekondigd in de Perspectiefnota 2025 en kan worden betrokken bij de Raadsbehandeling van de Perspectiefnota. Bredere beschouwingen op lopende ontwikkelingen rond de financiële verhouding komen reeds aan de orde in de Perspectiefnota zelf. Samenvatting uitkomsten 1. De meicirculaire en de bijstelling van de BUIG-budgetten betekenen “onderaan de streep” een beperkt incidenteel nadeel van € 0,3 miljoen, verspreid over de jaarschijven 2024 en 2025. Deze bedragen komen ten laste van de algemene reserve en zijn de resultante van een groot aantal uiteenlopende mutaties van technische aard; 2. Structureel komt de uitwerking van de meicirculaire uit op een sluitend beeld ten opzichte van de kaders in de Perspectiefnota 2025. De Perspectiefnota houdt rekening met structureel € 6,5 miljoen aan extra dekkingsmiddelen via het schrappen van de opschalingskorting (€ 3,2 miljoen) en extra Jeugdgelden (€ 3,3 miljoen). Dit voordeel wordt geëffectueerd. Aanvullend wordt een structureel nadeel van € 0,45 miljoen op de BUIG-gelden opgevangen. Dit bleek mogelijk met gebruikmaking van de stelposten nominaal en areaal als stabilisatoren.

Hierachter gaat een groot aantal uiteenlopende voor- en nadelen schuil. Het in 2023 ingevoerde nieuwe verdeelmodel kent deels andere, maar vooral ook minder maatstaven. Dit brengt forse schommelingen met zich mee als de volumes voor de maatstaven worden geactualiseerd (macro en lokaal). Belangrijke risicofactor is verder, of de nieuwe indexeringssystematiek op basis van de ontwikkeling van het bbp toereikend zal blijken om de toekomstige gemeentelijke uitgavenontwikkeling (inclusief autonome groei) te compenseren. Al met al geeft de uitkomst van de meicirculaire geen aanleiding tot aanpassing van de koers en voorstellen in de Perspectiefnota 2025; 3. De nader voorlopige vaststelling van het BUIG-budget 2024 (bijstandsgelden) in samenhang met de actuele prognose van de bijstandsuitgaven leidt tot een structureel nadeel vanaf 2024 van € 0,45 miljoen. Dit nadeel kan worden opgevangen binnen een “all-in” structureel sluitend beeld via de uitwerking van de meicirculaire (punt 2); 4. De circulaire bevat verder de nodige specifieke taakmutaties. Deze mutaties

worden budgettair neutraal verwerkt in relatie met samenhangende uitgavenen of inkomstenposten. Belangrijkste posten zijn een incidenteel bedrag 2024 voor uitvoeringskosten Omgevingswet en structureel extra middelen voor aanpak armoede en schulden en voor WSW/Beschut werk met ingang van 2024.

1 2

Meicirculaire gemeentefonds 2024 | Circulaire | Rijksoverheid.nl Nader voorlopige budgetten 2024 per gemeente | Publicatie | Rijksoverheid.nl [Uitkomsten meicirculaire 2024 100/F012/ICT

gemeentefonds en bijstandsgelden 2024]

Pagina

Uitkomsten meicirculaire 2024

2 van 11

negatief bedrag is voordelig/overschot; bedrag x 1.000 euro

2024

2025

2026

2027

2028

-449

-449

-449

-6.500 6.500 -449

-6.500 6.500 -449

-6.500 6.500 -449

A. Uitkomsten meicirculaire A.1. budgettair meicirculaire 2024 ev.

-245

-352

1a. Incidenteel: BCF '23 & Jeugdgelden '25, & eenmalige uitname '25

-1.000

3.158

* reeds ingeboekt/verwerkt in Perspectiefnota 1b. Structureel: extra Jeugdgelden en schrappen opschalingskorting * reeds ingeboekt/verwerkt in Perspectiefnota 1c. Algemene mutaties accres, uitkeringsfactor, areaal/nominaal, c.a.

1.000

-3.158 -2.200 2.200 -352

-245

0

0

0

0

0

-770 770

-381 381

-386 386

-383 383

-393 393

A. Effect meicirculaire B. BUIG-gelden

-245 449

-352 449

-449 449

-449 449

-449 449

C=A+B. TOTAAL EFFECT MEICIRCULAIRE & BUIG

204

97

0

0

0

WAARVAN: C.1. Structureel -> reservering ter dekking structurele opgave '26ev C.2. Incidenteel -> ten gunste van algemene reserve totaal

0 204 204

0 97 97

0 0 0

0 0 0

0 0 0

A.2. taakmutaties 2a. toegekende taakmutaties 2b. aanpassing bijbehorende uitgavenbudgetten

A.1. Budgettair effect meicirculaire 2024ev Het budgettair effect is te onderscheiden in incidentele en structurele effecten. De structurele effecten worden opgevangen via de stelposten nominaal en areaal, die per saldo voor een bedrag van afgerond € 2,8 miljoen worden ingezet. Daarmee komt het structureel effect uit op nul. Dit is onderdeel van regel 1c die hierna uitvoeriger wordt toegelicht. Het beperkte incidentele effect (€ 0,3 miljoen) komt ten laste van de algemene reserve. De regels 1a (incidenteel) en 1b (structureel) laten zien dat in de Perspectiefnota op een aantal belangrijke mutaties is geanticipeerd en dat deze aannames nu ook conform kunnen worden geëffectueerd.

Pagina

3 van 11

1a. & 1b. incidentele en structurele mutaties conform Perspectiefnota 2025 Op basis van de Voorjaarsnota 2024 van het Rijk anticipeert de Perspectiefnota voor een aantal grote mutaties op de meicirculaire3. Dit betreft: • Een incidenteel voordeel in 2024 van € 1 miljoen vanwege de uitkering van een batig saldo in 2023 op het BTW-compensatiefonds (BCF)4; • Een incidenteel nadeel door een korting op het gemeentefonds als bijdrage aan het sluitend maken van de Rijksbegroting voor 2025. Dit is onderdeel van het afsprakenpakket tussen Rijk en VNG in hun overleg richting de Voorjaarsnota van het Rijk. Macro gaat het om € 675 miljoen. Voor Amstelveen komt dit neer op een bedrag van € 3,2 miljoen; • Het schrappen van de opschalingskorting. Dit heeft voor Amstelveen een structureel positief effect van € 3,2 miljoen met ingang van 2026. Het bestaande begrotingskader bevatte een verlaging van de algemene uitkering met € 3,2 miljoen die nu vervalt; • Het rekening houden met extra Jeugdgelden ad. € 2,2 miljoen incidenteel in 2025 en structureel € 3,3 miljoen in 2026 en verder. In directe samenhang hiermee gaat de Perspectiefnota nu ook uit van het structureel ramen van het complete uitgavenbudget Jeugd.

De ingeboekte extra Jeugdgelden vallen uiteen in drie onderdelen: a) Het huidige demissionaire Kabinet heeft een ingeboekte besparing van macro € 511 miljoen structureel met ingang van 2025 voor het jaar 2025 geschrapt; b) Het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen bevat de afspraak om de onder a) bedoelde korting ook na 2025 structureel te schrappen; c) Het financiële kader van de Hervormingsagenda Jeugd komt neer op een aanvullend te verwachten bijdrage voor 2026ev van € 1,1 miljoen; ad. 1c.: algemene mutaties accres, uitkeringsfactor, areaal/nominaal, c.a. Deze paragraaf behandelt de meerjarige accresontwikkeling in samenhang met de nominale ontwikkeling en overige algemene mutaties die met elkaar “de lengte of de breedte”, c.q. de groei/krimp van de speelruimte van de algemene uitkering bepalen. specificatie algemene mutaties accres, uitkeringsbasis, areaal, c.a.

negatief bedrag is voordelig/overschot; bedrag x 1.000 euro

2024 1c-1) mutaties/afrekeningen oude jaren (2022/2023) 1c-2) bijstelling nominaal en areaal (accres en maatstaven) * samenhangende mutatie stelpost nominaal * samenhangende mutatie stelpost areaal 1c-3) ontwikkeling WOZ 1c-4) overige algemene mutaties (incidenteel) 1c-5) contributie VNG (incl. GGU)

-446 -78 -408 600 -114 201

Totaal

-245

2025

2026

2027

2028

1.466 -2.802 -24 836 97 75

2.273 -3.609 -24 836 0 75

3.080 -4.416 -24 836

-2.388 1.052 -24 836

75

75

-352

-449

-449

-449

De incidenteel ingeboekte bedragen staan in de Perspectiefnota 2025 vermeld in paragraaf 2.1., overzicht algemene reserve sub. e. Het vervallen van de opschalingskorting staat vermeld in paragraaf 2.2, dekkingsplan structurele middelen sub. k. De structurele extra Jeugdgelden zijn verwerkt op programma 1 Sociaal Domein en maken onderdeel van de toelichting op het onderdeel Jeugd in hoofdstuk 3 van de Perspectiefnota. 3

4

Gemeenten kunnen hun betaalde BTW (met inachtneming van de nodige nuanceringen) declareren bij het BCF. In het kader van het Regeerakkoord Rutte II was het voornemen om dit fonds af te schaffen. In nader overleg met de VNG is hiervan afgezien, maar is wel het budgettaire risico afgewenteld op de gemeenten. Als gemeenten in totaliteit meer declareren dan beschikbaar in het BCF, dan wordt dit bedrag gekort op het gemeentefonds. Als gemeenten minder declareren komt het niet benutte deel van het fonds (onderuitputting) ten gunste van het gemeentefonds.

Pagina

4 van 11

1c-1) mutaties/afrekeningen oude jaren (2022/2023) De meicirculaire bevat ook bijstellingen over 2022/2023. De belangrijkst is een verhoging van de uitkeringsfactor 2023 met 3 punten, goed voor afgerond € 0,4 miljoen stijging van de algemene uitkering. Dit is het gevolg van actualisering van de landelijke volumes voor verschillende maatstaven. 1d-2) bijstelling nominaal en areaal (accres5 en maatstaven) De bijstellingen op accres en maatstaven/uitkeringsfactor vinden plaats op twee niveaus: • Voor het lopende jaar 2024 en het eerstvolgende begrotingsjaar 2025 vindt een “harde” en gedetailleerde uitwerking plaats; • Voor het meerjarig perspectief, de jaren 2026-2028 is de uitwerking trendmatig met als uitgangspunt “een reële nullijn”. Deze benadering doet recht aan de “zachtheid” van toekomstige accresramingen en draagt bij aan stabiliteit en rust in het begrotingsproces met bijbehorende integrale afweging. Wat de “harde uitwerking 2024/2025” betreft is sprake van forse areaaleffecten door schommelingen in de volumes van de maatstaven. Het in 2023 ingevoerde nieuwe verdeelmodel kent deels andere, maar vooral ook minder maatstaven met grotere gewichten. Als de volumes voor de maatstaven worden geactualiseerd (macro en lokaal) leidt dat tot beduidend grotere mutaties voorheen.

Omdat dit model nieuw is, ontbreekt daarbij nog het ervaringsgevoel, hetgeen de schommelingen vooralsnog onvoorspelbaar maakt. Ten tijde van de decembercirculaire 2023 werden we geconfronteerd met structureel € 2 miljoen (!) nadeel doordat het CBS nieuwe statistieken opleverde voor de maatstaf “huishoudens lage inkomens met drempel”. Er waren veel grote voor- en nadeelgemeenten. Ook het Rijk werd door deze grote effecten verrast. Naar de toekomst is het plan om meer stabiliteit in stelsel te brengen door te gaan werken met een driejarig gemiddelde op deze maatstaf. Via het collegevoorstel over de decembercirculaire is het nadeel voor 2023 verwerkt in de jaarstukken. Voor 2024 en verder loopt dit mee in deze notitie, waarbij in december de verwachting werd uitgesproken, dat de pijn zou worden verzacht door positieve areaalbijstellingen op andere onderdelen. Een behoorlijke groei van ons eigen inwoneraantal per 1jan24 leverde inderdaad een tussentijdse positieve bijstelling op. Maar daarmee waren we er nog niet. De meicirculaire bevat een stevige extra meevaller op areaalbijstellingen, groot genoeg om het nog resterende tekort uit decembercirculaire, het nadelige herverdeeleffect op de maatstaf WOZ, het nadeel op de bijstelling BUIG en de hogere bijdrage aan de VNG te dekken. Met dit neutrale verloop blijft de bestaande stelpost areaal in tact.

In 2024 vindt een toevoeging plaats van € 0,6 miljoen en vanaf 2025 weer een onttrekking van € 0,6 miljoen. Dat is goed nieuws, maar het is wel grillig en ook wel enigszins griezelig.

“Accres” is de gemeentefondsterm voor groei. Dit accres, c.q. deze groei kan ook negatief zijn. Er wordt onderscheid gemaakt tussen nominaal accres (de totale mutatie inclusief inflatie) en reëel accres (de totale mutatie geschoond voor inflatie). De inflatiecomponent bevat naast loon- en prijsontwikkeling in enge zin ook een (beperkte) ruimte voor jaarlijkse autonome ontwikkelingen/groei. Tenzij anders vermeld wordt met accres het nominaal accres bedoeld. 5

Pagina

5 van 11

In cijfers geeft dit samengevat het volgende beeld (cumulatief effect ‘24/’25): Nadelen # maatstaf huishoudens lage inkomens # herverdeelnadeel WOZ # tekort BUIG & bijdrage VNG # totaal nadelen Voordelen # hoger inwoneraantal 1jan24 # overige areaaleffecten (*) # totaal voordelen Per saldo areaal neutraal

2,0 mln . -/0,8 -/0,5 -/3,3 mln. -/-

0,8 mln. + 2,5 mln. + 3,3 mln. + 0 =====

(*) overige areaaleffecten: Het overgrote deel van dit bedrag betreft een hogere uitkeringsfactor (“meer punten”) als gevolg wijzigingen in de macrovolumes van maatstaven. Hoewel dit om een groot bedrag gaat, wordt dit in de circulaire slechts summier toegelicht6. Voor wat betreft de nominale ontwikkeling is de meicirculaire gebaseerd op de macro-economische prognoses in het Centraal Economisch Plan van het CPB (CEP, maart 2023). Dit levert een neerwaartse bijstelling op door een lagere indexering die kon worden opgevangen door het meebewegen van onze eigen indexering, met name een lagere prijsindex, aan de uitgavenkant van onze begroting. Dit gaat om een inzet van de stelpost nominaal van € 0,4 miljoen in 2024, oplopend naar in totaal € 2,8 miljoen vanaf 20287. Voor het meerjarig perspectief, de jaarschijven 2026-2028, volgt de uitwerking een eigen trendmatige raming op basis van een “reële nullijn” ten opzichte van het begrotingskader in de Perspectiefnota: • In de eerste plaats zijn landelijk de accressen naar beneden bijgesteld op basis van gewogen gemiddeld 0,5 procent punt minder indexering (nominale ontwikkeling). Aan de uitgavenkant is dit vertaald in een samenhangende verlaging van de eigen gemeentelijke reservering op de stelpost nominaal (lopende lonen/prijzen).

Deze meerjarig, trendmatige reservering is nu gebaseerd op een prijsontwikkeling van 3% per jaar in plaats van 3,5% en op een loonontwikkeling (incl. sociale lasten) van 4,5% in plaats van 5%.

De uitkeringsfactor gaat omhoog als macrovolumes van verdeelmaatstaven dalen. Op die manier wordt per saldo nog steeds een even grote koek verdeeld. Tot de belangrijkste posten behoren de maatstaf lage inkomens huishoudens (nu toch minder negatief dan gedacht in de decembercirculaire) en de ontwikkeling van het bijstandsvolume. Concreet: De maatstaf bijstandsontvangers weegt zwaar in het model. Het Amstelveense volume op deze maatstaf wijzigt op dit moment (vrijwel) niet. Maar het macro volume per 2025 wordt verlaagd van 406.000 naar 386.000 (-/-5%). Dit leidt tot 5 punten extra uitkeringsfactor, voor Amstelveen is dat afgerond € 0,7 miljoen. Dat Amstelveen een relatief grote constante factor in het bijstandsbestand heeft is bekend. Dat leidt op dit moment dus tot een voordelig herverdeeleffect in de algemene uitkering, maar ook tot een nadelig herverdeeleffect op de BUIG. 6

Voor goede orde: Er is geen permanente, directe 1-op-1-relatie waardoor gemeenten hun nominale kosten automatisch via het gemeentefonds gecompenseerd krijgen. Denk aan de volgende verschillen: (1) Rijk en gemeenten kennen eigen cao’s die ongelijktijdig verlopen en ook qua uitkomsten verschillen. (2) De Rijksbegroting kent verschillende indexen die niet parallel lopen met de gemeentelijke huishouding. (3) Het is wisselend en onduidelijk hoe/wanneer nominale ontwikkelingen zich exact vertalen in de uitzetting van departementsbegrotingen, c.q. Rijksuitgaven. (4) Onderdeel van de accressen is ook de volume ontwikkeling, denk aan zorguitgaven. 7

Pagina

•

•

6 van 11

In de tweede plaats is er tussen de eigen meerjarige raming en de cijfers van de meicirculaire, naast het opvangen van een loonontwikkeling van 4,5% en een prijsontwikkeling van 3% per jaar, nog een marge van € 0,4 miljoen in 2027 en € 1,7 miljoen vanaf 2028. Zoals hiervoor aangegeven geldt voor latere jaren altijd een grote onzekerheidsmarge en is dat de reden om hier trendmatig op te ramen. Voor 2026 is er geen marge in de accresraming; Daar staat tegenover, in de derde plaats, dat de meerjarenraming gemeentefonds uitgaat van het vervallen per 2026 van een jaarlijkse uitname van € 250 miljoen per jaar voor het Volkshuisvestingfonds en de Woningbouwimpuls. In het bestaande Amstelveense begrotingskader is deze uitname vooralsnog gehandhaafd vanwege de onzekerheid over het vervolg in 2026. Die lijn blijft ongewijzigd in deze Perspectiefnota;

Al met al behoudt Amstelveen op deze manier een evenwichtige, gezonde vertrekpositie om de openstaande onzekerheden en risico’s in de financiële verhouding tegemoet te treden. Daarbij kan onder meer worden gedacht aan de grip op de kosten sociaal domein (Wmo inclusief eigen bijdrageregeling, Jeugd inclusief Hervormingsagenda), de voortgaande discussie over het verdeelmodel BUIG, de jaarlijks terugkerende herverdeelnadelen op de verdeelmaatstaf WOZ, de forse schommelingen in overige verdeelmaatstaven, de werking van de nieuwe bbp-indexeringssystematiek, de impact van de financiële paragraaf van een nieuw Regeerakkoord (het mogelijk meedelen van gemeenten in ombuigingen/taakstellingen via opheffing SPUKS en algemeen). De Perspectiefnota geeft een uitgewerkt totaalplaatje van kansen, risico’s, ambities en openstaande opgave. Deze circulaire geeft geen aanleiding om dat beeld en de daarop uitgezette koers aan te passen. 1c-3) ontwikkeling WOZ Het verdeelstelsel voor de algemene uitkering houdt rekening met verschillen in belastingcapaciteit tussen gemeenten. De achterliggende gedachte is, dat gemeenten met hogere WOZ-waarden geacht worden meer eigen belastinginkomsten te genereren en minder geld uit het gemeentefonds nodig hebben8. De herberekening van het onderdeel WOZ/belastingcapaciteit levert een nadeel op van afgerond € 0,8 miljoen structureel vanaf 2025.

In 2024 is sprake van een gering positief effect van € 0,1miljoen. De bijstelling 2024/2025 kent twee verschillende stappen: • Als eerste stap is de actuele stand van de WOZ-waarden voor 2024 bepaald. Dit heeft gevolgen voor de gemeentelijke ozb-opbrengst, maar ook voor de algemene uitkering. Het effect hiervan is deze keer per saldo een gering voordeel van € 0,1 miljoen. Dit komt met name door een hogere waarde niet-woningen; • Het nadeel vanaf 2025 ad € 0,8 miljoen zit ingebakken in de voor Amstelveen ongunstige systematiek en komt door een nadelig herverdeeleffect op de verwerking van de jaarlijkse WOZ-hertaxatie. Amstelveen scoort ongunstig op deze maatstaf door de relatief hoge woningwaarden9. Landelijk houdt de meicirculaire voor 2025 rekening met een waardestijging van 3,5% voor woningen en 1,25% voor niet-woningen. Deze waardeontwikkeling is ook op de Amstelveense cijfers toegepast. In het najaar, bij de opmaak van de tariefvoorstellen ozb voor 2025 wordt dit opnieuw beoordeeld. Dan is meer informatie beschikbaar over de waardeontwikkeling in Amstelveen.

Technisch werkt dit via een negatieve verdeelmaatstaf (aftrekpost) belastingcapaciteit. Het negatieve bedrag via deze verdeelmaatstaf wordt weer verdeeld via de overige verdeelmaatstaven en de uitkeringsfactor zodat de koek even groot blijft. De aftrekpost wordt berekend door de werkelijke WOZwaarde per gemeente te vermenigvuldigen met landelijke geldend rekentarieven voor woningen en niet-woningen. Daarbij doet 80% van de woningwaarde mee en 70% van de waarde niet-woningen. 8

Concreet in deze circulaire: De bijstelling van de aftrekpost betekent voor Amstelveen een verlaging van de algemene uitkering van afgerond € 1,8 miljoen. Via de herverdeling (6 punten uitkeringsfactor) komt hiervan afgerond € 0,9 miljoen terug. Per saldo € 0,9 miljoen herverdeelnadeel. 9

Pagina

7 van 11

1c-4) Overige algemene mutaties (incidenteel) Naast diverse overige mutaties wordt het incidentele nadeel in ‘24/’25 van afgerond € 0,3 miljoen met name verklaard door10: • Een uitname voor een compensatieregeling niet beoogde jeugdkosten met het oog op effecten vanwege de invoering van het woonplaatsbeginsel; • Een uitname voor compensatie kosten landelijke vreemdelingenvoorzieningen; • Herverdeeleffecten tussen de jaren op het toevoegen en uitnemen van incidentele bedragen. 1c-5) contributie VNG (incl. bijdrage voor Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering/GGU) Bij het opstellen van deze notitie werd het contributievoorstel VNG voor ’25 bekend via de stukken voor de ALV. Uit praktische overwegingen wordt dit meegenomen in deze notitie om te verwerken in de begroting. De Amstelveense bijdrage stijgt met € 75.000. A.2. Taakmutaties Onder de noemer taakmutaties behandelt deze paragraaf nieuwe toevoegingen aan de algemene uitkering vanwege specifieke maatregelen (taakmutaties). De algemene beleidslijn is, dat het in deze gevallen gaat om wijzigingen in taken/werkzaamheden en dat er een directe relatie is met samenhangende uitgavenbudgetten waarmee verrekening plaatsvindt. Afhankelijk van de aard en omvang van de maatregel kan nadere besluitvorming plaatsvinden aan de hand van aparte advisering.

Onderstaand overzicht zet deze mutaties op een rij, waarna een postgewijze toelichting volgt. specificatie taakmutaties po sitief bedrag is uitgavenverho ging/inko mstenverlaging; negatief bedrag is uitgavenverlagin/inko mstenverho ging; bedrag x 1.000 euro

2024 a) Uitvoeringskosten Omgevingswet b) BRP-experiment c) Versterking Omgevingsveiligheidsdienst d) Gemeentelijke antidiscriminatievoorziening e) Aanpak armoede en schulden f) Eindelening inburgering (ELIP) g1) Participatie - in relatie tot AM-Match g2) Participatie - beschut werk

281 2

Totaal toekenning taakmutaties

770

13 118 7 261 88

2025

2026

2027

2028

-14

-14

-14

-14

118

118

118

118

182 95

180 102

171 108

173 116

381

386

383

393

Ad. a) Uitvoeringskosten Omgevingswet Voor invoeringskosten 2024 voor de nieuwe Omgevingswet ontvangt Amstelveen € 281.000. De uitvoeringskosten 2024 en 2025 zijn reeds in de begroting 2024 en de Perspectiefnota 2025 opgenomen met als dekking de egalisatiereserve AA. Deze reserve is bij uitstek geschikt om implementatie van nieuwe wetgeving voor Amstelveen en Aalsmeer mogelijk te maken. Voor dit doel ontvangen rijksmiddelen vloeien weer terug naar deze reserve. Ook voor 2025 staat nog een bedrag op de Rijksbegroting gereserveerd. Het is de bedoeling over de inzet/verdeling daarvan duidelijkheid te verschaffen via de meicirculaire 2025.

10 De eerste twee posten geven invulling aan de onderlinge solidariteit (compensatie van kosten bij

een beperkt aantal gemeenten vanuit het totale gemeentefonds). De laatste post gaat normaliter om te verwaarlozen afrondingsverschillen, maar bij de recente zeer grote incidentele toevoegingen en uitnames van jeugdgelden (macro meer dan een miljard euro) kunnen dat ook wat grotere afrondingsverschillen worden (1% afronding op € 6mln is € 60.000).

Pagina

8 van 11

Ad. b) BRP-experiment In het najaar van 2023 is met het besluit experimenten bijhouding BRP een experiment in werking getreden met het oogmerk ingeschrevenen in de BRP op het woonadres te informeren over inschrijvingen op het betreffende adres. Het experiment moet uitwijzen of sprake is van een lastenverzwaring in termen van uitvoering en kosten. Gemeenten ontvangen een vergoeding van € 2.000 voor de verplichte medewerking aan de evaluatie. Ad. c) Versterking Omgevingsveiligheid Met ingang van 2025 vervalt een incidentele bijdrage 2021-2024 van € 14.000 per jaar voor lokale versterking omgevingsveiligheid. Deze taak berust bij de Omgevingsdienst. Ad. d) Gemeentelijke antidiscriminatievoorziening Gemeenten werken met hun antidiscriminatievoorzieningen (ADV’s) samen aan preventie van discriminatie op lokaal niveau. Voor de kerntaken van de ADV’s krijgen gemeenten structureel middelen via het gemeentefonds. Het is de bedoeling dat gemeenten structureel extra middelen krijgen om met hun ADV’s méér aan preventie te kunnen doen. Tegelijkertijd werkt het ministerie van BZK aan een stelselherziening voor de ADV’s. Vooruitlopend hierop bevat de meicirculaire een incidenteel extra bedrag voor 2024 van € 13.000. De middelen vanaf 2025 komen naar verwachting via de septembercirculaire 2024. Ad.

e) Aanpak armoede en schulden Als onderdeel van de door het Kabinet gepresenteerde Aanpak Geldzorgen, Armoede en Schulden, die in juli 2022 aan de Tweede Kamer is gepresenteerd, heeft het kabinet in 2023 incidentele middelen via het gemeentefonds aan gemeenten beschikbaar gesteld als investering in betere dienstverlening door gemeenten op het gebied van armoede en schulden, zoals het verdubbelen van het gebruik van de schuldhulpverlening en het tegengaan van kinderarmoede. Dit bedrag wordt nu structureel gemaakt vanaf 2024. Voor Amstelveen komt dit neer op een bedrag van € 118.000. Ad. f) Eindelening Inburgering (ELIP) Conform afspraken in bestuurlijk overleg tussen Rijk en VNG ontvangen gemeenten een bedrag voor het ondersteunen van de zogenaamde Einde lening inburgeringsplichtigen (ELIPs). Dit zijn inburgeraars die hun lening voor de inburgering (vrijwel) volledig hebben uitgeput, maar nog steeds inburgeringsplichtig zijn. Gemeenten kunnen deze doelgroep begeleiden. Amstelveen ontvangt via deze circulaire eenmalig € 7.000 in 2024. Ad g1/g2) Participatie (WSW & Beschut werk) De bedragen die Amstelveen ontvangt via de Decentralisatie uitkering Werk zijn geactualiseerd. Deze uitkering bestaat uit twee componenten, te weten het WSW-budget en het budget beschut werk. Meerjarig wordt het WSW-budget afgebouwd en groeit het budget beschut werk.

Dit laatste vanwege de te verwachten groei van deze doelgroep door afbouw, c.q. inperking van de WSW en de Wajong. Het WSW-budget heeft als direct samenhangende post de gemeentelijke bijdrage aan AM-Match. Beide budgetten worden in 2024 geïndexeerd voor loon- en prijsontwikkeling. Daarnaast wordt het WSW-budget in 2024 incidenteel extra verhoogd om gemeenten tegemoet te komen bij de financiële uitdagingen die zij ervaren rondom de infrastructuur van sociaal ontwikkelbedrijven. De bijdrage beschut werk wordt structureel extra verhoogd bovenop de reeds voorziene meerjarige ingroei. Ten slotte zijn de gegevens van de onderliggende maatstaven voor de verdeling van beide budgetten aangepast. Concreet betekenen deze mutaties voor Amstelveen een verhoging van de bijdrage WSW van afgerond € 0,2 miljoen en van de bijdrage beschut werk van afgerond € 0,1 miljoen.

Pagina

9 van 11

B. Bijstandsbudgetten / BUIG-gelden Algemeen Het Ministerie van SZW heeft 6 mei 2024 de nader voorlopige vastgestelde budgetten voor de bijstandsgelden 2023 gepubliceerd11. Deze gelden worden aangeduid als BUIG-gelden (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten). Het gaat om een budget dat gemeenten ontvangen voor het verstrekken van bijstandsuitkeringen. Als gemeenten meer of minder uitgeven aan bijstandsuitkeringen blijft dit voor rekening van de gemeente. Het macrobudget wordt vastgesteld met rekenregels van het CPB voor de prognose van het totale verwachte bijstandsvolume als afgeleide van de economische ontwikkeling en de ontwikkeling van de werkloosheid, rekening houdend met eventuele gevolgen van specifiek Rijksbeleid dat van invloed is op het bijstandsvolume. Dit budget wordt voor het grootste deel bepaald via een objectief verdeelmodel. Met ingang van 2022 is een apart deelbudget Loonkostensubsidie gevormd, dat wordt verdeeld op basis van de historische (werkelijke) uitgaven van gemeenten op dit onderdeel in het voorafgaande jaar (t-1)12. Dit als beoogde prikkel om dit instrument in te zetten. Het BUIG- budget gaat alleen over de uitkeringsgelden. De bekostiging van de ambtelijke uitvoeringskosten wordt geacht plaats te vinden via de algemene uitkering gemeentefonds.

Zoals ieder objectief verdeelmodel brengt ook dit verdeelmodel voor- en nadeelgemeenten met zich mee. Amstelveen behoort relatief bezien in dit model tot de grotere voordeelgemeenten. Eerder onderzoek heeft uitgewezen dat er een verband is tussen een actief beleid in Amstelveen en een voordelig resultaat op het bijstandsbudget. Dat correspondeert met het feit, dat Amstelveen tegelijkertijd veel meer middelen inzet op re-integratie dan de hiervoor beschikbare gelden. Per saldo (bijstandsgelden en re-integratiegelden) is dus sprake van een geringer voordeel. Het voordeel op bijstand/re-integratie is in de Amstelveense begroting ingezet binnen het gehele sociaal domein ter dekking van (een deel van) het tekort op de Jeugdgelden. In algemene zin spelen drie risico’s voor Amstelveen op dit onderdeel: • Er lopen nog steeds onderzoeken om het verdeelmodel aan te passen, dan wel “buiten het model om” iets te doen met de (relatieve) “uitschieters” in de verdeling (zowel aan de nadeelkant als aan de voordeelkant). Verder loopt er een traject “Participatiewet in Balans”, dat gericht is op een fundamentelere herziening van de Participatiewet. Deze herziening kan ook een negatief gevolg hebben voor de bekostiging vanuit het Rijk voor bijstandsverlening. Al met al blijft een lagere uitkering een risico; • Bij de huidige arbeidsmarktkrapte daalt het bijstandsvolume.

Een lager macrobudget betekent ook een lager herverdeelvoordeel. • Het actieve re-integratiebeleid van de gemeente Amstelveen heeft als consequentie dat de mobiliteit van de huidige bijstandspopulatie relatief beperkt is. Dit uit zich ook in het relatief grote deel van de bijstandspopulatie dat is vrijgesteld van de arbeidsverplichting. Een bijstelling van het macrobudget wordt in Amstelveen niet direct gecompenseerd door een hogere uitstroom uit de bijstand. Het totale macrobudget voor de BUIG-gelden bedraagt afgerond € 7 miljard, waarvan in 2024 afgerond € 0,5 miljard deelbudget Loonkostensubsidie. Het Rijksbeleid is gericht op een toenemend gebruik van de Loonkostensubsidie en dus een toename van dit deelbudget (en afname van het algemene budget).

Het eerste voorlopige BUIG-budget 2024 is in oktober 2023 bekend gemaakt, in mei 2024 vindt een bijstelling plaats (nader voorlopig budget) en in oktober 2024 volgt de definitieve vaststelling van het BUIG-budget 2024 met tegelijkertijd de bekendmaking van het voorlopig budget 2025. 12 Bij de voorlopige toekenning wordt in eerste instantie uitgegaan van de gegevens (t-2), bij de nader voorlopige vaststelling vindt definitieve vaststelling plaats op basis van (t-1). 11

Pagina

10 van 11

Bijstelling begroting 2024 De actualisatie van de ontwikkeling van de ontvangen bijstandsgelden (BUIG-budget) en de samenhangende uitgavenontwikkeling geeft het volgende beeld: Inkomstenkant: bijstelling € 926.000 hoger budget (incl. € 1,5mln. verwachte indexering) De huidige begroting bevat een BUIG-budget van € 25,1 miljoen conform het eind 2023 door het Rijk gepubliceerde voorlopige budget 2024. Inmiddels heeft het Rijk een nader voorlopig budget vastgesteld, dat voor Amstelveen afgerond € 0,6 miljoen lager uitkomt op afgerond € 24,5 miljoen. De optredende verlaging heeft samengevat twee oorzaken: 1. Nieuwe CPB-ramingen en inmiddels bekende realisatiecijfers over 2023 zijn verwerkt in bijgestelde volume- en prijsontwikkelingen. Dat leidt tot lagere macrobudgetten en langs die weg ook tot een lager budget voor Amstelveen. Dit gaat om afgerond -/€ 0,45 miljoen. 2. Op het deelbudget LKS is sprake van een nadelig herverdeeleffect van -/-€ 0,15 miljoen door de verwerking van actuelere historische gegevens). Verder is van belang, dat het huidige BUIG-budget 2024 nog is gebaseerd op prijspeil 2023. Bij de definitieve vaststelling van het BUIG-budget in het najaar wordt een indexering toegevoegd naar prijspeil 2024.

Om het budget goed te kunnen vergelijken met de actuele uitgavenontwikkeling (al wel prijspeil 2024) houden we aan de inkomstenkant op basis van een eigen inschatting vooralsnog rekening met een te verwachten indexering van 6%, neerkomend op een bedrag van € 1,5 miljoen. Daling budget met € 0,6 miljoen en verwachte indexering van € 1,5 miljoen geeft per saldo een verwachte stijging van het budget in 2024 van € 0,9 miljoen. Uitgavenkant: bijstelling € 1.375.000 meer/minder uitgaven Aan de uitgavenkant houden we rekening met een uitgavenstijging van € 1,4 miljoen van € 19,4 miljoen naar € 20,8 miljoen. Deze mutatie is als volgt te specificeren: • Prijsontwikkeling (indexering) € 1,2 mln. • Volumeontwikkeling 0,1 -/• Bijstelling correctie verhaal/kwijtschelding 0,3 • totaal 1,4 Ten aanzien van de bestandsontwikkeling (volumecomponent) zien we in de eerste vier maanden van 2024 een beperkte daling van het bestand uitkeringsgerechtigden. Deze daling leidt tot een bijgestelde prognose van -/- € 0,1 miljoen. Binnen dit bestand is wel sprake van een verschuiving van de reguliere bijstandsverstrekking naar de LKS (circa € 0,3 miljoen). Daarnaast is in de actuele prognose rekening gehouden met een prijsontwikkeling (indexering) van 6% (€ 1,2 miljoen).

Op basis van het werkelijke verloop in de eerste maanden moet ten slotte rekening worden gehouden met een nadelige correctie van per saldo € 0,3 miljoen op kwijtschelding en verhaal. In totaliteit betekent dit een opwaartse bijstelling van de uitgavenraming met afgerond € 1,4 miljoen. Per saldo: €449.000 structureel nadeel bijstelling 2024 De actuele prognose betekent een wijziging van de begroting 2024 met een structureel nadelig effect van € 0,45 miljoen bestaande uit een uitgavengroei van € 1,375 miljoen bij een hoger BUIG-budget van € 0,925 miljoen (incl. verwachte indexering).

Pagina

11 van 11

Voorgestelde besluitvorming De uitkomsten van de meicirculaire 2024 c.a. te verwerken conform de hierover aangeboden separate notitie, inhoudende: a) een structureel budgettair neutraal beeld ten opzichte van het begrotingskader in de Perspectiefnota conform regel C.1. in het financieel totaaloverzicht in de aangeboden notitie met inachtneming van: # een inzet van de stelpost nominaal van € 0,4 miljoen in 2024 en aanvullend € 2,4 miljoen vanaf 2025 (totaal € 2,8 miljoen structureel); # een structurele toevoeging aan de stelpost areaal in 2024 van € 0,6 miljoen en een onttrekking aan de stelpost areaal van € 0,6 miljoen vanaf 2025 (per saldo neutraal); b) incidentele bedragen ten laste van de algemene reserve (via begrotingssaldo) van € 204.000 in 2024, € 97.000 in 2025 conform regel C.2. in het financieel totaaloverzicht in de aangeboden notitie (totaal €301.000 nadelig); c) budgettair neutrale verwerking van taakmutaties conform de specificatie van onderdeel A.2 in het financieel totaaloverzicht in de aangeboden notitie met totaalbedragen van € 770.000 in 2024, € 381.000 in 2025, € 386.000 in 2026, € 583.000 in 2027 en € 393.000 in 2028; d) Een structurele verhoging per 2024 van de raming uitkering BUIG met € 926.000 en van raming bijstandsuitgaven met € 1.375.000, per saldo € 449.000 nadelig, conform regel B in het financieel totaaloverzicht in de aangeboden notitie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=52de72ca-0eab-4ef4-a9a1-19357d58ff16