CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 20 Aanvullend natuuronderzoek Kronenburg Uilenstede

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 7 juli 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Bestemmingsplan en Beeldkwaliteitplan Uilenstede - Kronenburg4.156 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

NATUURONDERZOEK KRONENBURG UILENSTEDE TE AMSTELVEEN Diverse soortgroepen Conceptrapport

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Leimuiden, 12-11-2019

VERANTWOORDING

Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail:

Uitvoering: Adres:

Gemeente Amstelveen Dhr. J. Naftaniel Postbus 4 1180 BA Amstelveen 020 - 540 4668 j.naftaniel@amstelveen.nl

Tel: E-mail:

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 64 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com

Auteur: Kwaliteitscontrole:

J.I. Andringa, MSc. Ing. S. van Lieshout

Projectcode: Status: Datum:

AMVW1906 Concept 12-11-2019

Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. werkt volgens de kwaliteitsnormen van het Netwerk Groene Bureaus. Dit netwerk werkt aan de kwaliteit van advisering gericht op natuur, landschap, water, milieu en ruimte. De deskundigen werkende bij Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. voldoen hierdoor aan de volgens het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gestelde eisen.

Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland.

2

INHOUDSOPGAVE

1 1.1 1.2

Inleiding............................................................................................................................................. 4 Aanleiding en doel ......................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ............................................................................................................................... 4

2 Onderzoeksmethodiek ..................................................................................................................... 6 2.1 Kartuizer anjer................................................................................................................................ 6 2.2 Kleine marterachtigen .................................................................................................................... 6 2.3 Rugstreeppad ................................................................................................................................ 6 2.4 Vleermuizen ................................................................................................................................... 6 2.4.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen ................................................................................................ 7 2.4.2 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen ...................................................................................... 7 2.4.3 Winterverblijfplaatsen ................................................................................................................. 8 2.4.4 Vliegroutes en foerageergebieden ..............................................................................................

8 2.5 Overzicht inventarisaties ................................................................................................................ 8 3 Resultaten ....................................................................................................................................... 10 3.1 Kartuizeranjer............................................................................................................................... 10 3.2 Kleine marterachtigen .................................................................................................................. 10 3.3 Rugstreeppad .............................................................................................................................. 10 3.4 Vleermuizen ................................................................................................................................. 10 3.4.1 Zomer- en kraamverblijfplaatsen .............................................................................................. 10 3.4.2 Paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen .................................................................................... 11 3.4.3 Winterverblijfplaatsen ...............................................................................................................

11 3.4.4 Vliegroutes en foerageergebieden ............................................................................................ 11 3.5 Beschermde functies projectgebied ............................................................................................. 11 4 Conclusie en aanbevelingen ......................................................................................................... 12 4.1 Conclusie ..................................................................................................................................... 12 4.2 Aanbevelingen t.o.v. de Wet natuurbescherming ......................................................................... 12 Bijlage 1: Resultaten amfibieën ................................................................................................................ 13 Bijlage 2: Resultaten vleermuizen ............................................................................................................ 14 Bijlage 3: Resultaten kleine marterachtigen ............................................................................................. 15 Bijlage 4: Foto's cameravallen en verblijfplaatsen vleermuizen................................................................ 16

3

1

INLEIDING

1.1

AANLEIDING EN DOEL De initiatiefnemer is voornemens om een ruimtelijke ontwikkeling uit te voeren in het projectgebied ‘Kronenburg Uilenstede’ te Amstelveen. De werkzaamheden betreffen de herontwikkeling van de zone tussen de kantoren Kronenburg en Studentencampus Uilenstede. Hierbij zullen vier gebouwen worden geamoveerd en zal het projectgebied worden heringericht. In 2019 is door Adviesbureau ATKB verkennend natuuronderzoek uitgevoerd middels een quickscan ecologie. Uit de quickscan is gebleken dat het projectgebied mogelijk functies herbergt voor beschermde amfibieën, flora, kleine marterachtigen en vleermuizen. In opdracht van gemeente Amstelveen is een aanvullend natuuronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van functies in het projectgebied voor de kartuizer anjer, kleine marterachtigen, rugstreeppad en vleermuizen.

1.2

WETTELIJK KADER Voor wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherming zijn er verschillende beschermingsregimes. Het gaat om soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen deze nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen uit de wet. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. Wanneer er door uitvoering van werkzaamheden sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.1, 3.5 en 3.10 van de Wet natuurbescherming, is een ontheffing noodzakelijk. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. Ook kan er mogelijk middels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt. Dit is enkel mogelijk indien de handelingen niet van wezenlijke invloed zijn op de aanwezige beschermde soorten. De rugstreeppad en alle vleermuizen zijn op Europees niveau beschermd. De verbodsbepalingen voor Europees beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.5 (overige soortgroepen) van de Wet natuurbescherming.

De kartuizeranjer en kleine marterachtigen zijn op nationaal niveau beschermd. De verbodsbepaling voor nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.10 (Nationaal beschermde soorten) van de Wet natuurbescherming.

4

Europees beschermde soorten - Overige soortgroepen (Artikel 3.5 Wet natuurbescherming) 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5. Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Nationaal beschermde soorten (Artikel 3.10 Wet natuurbescherming) 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b.

de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of; c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

5

2

ONDERZOEKSMETHODIEK

2.1

KARTUIZER ANJER Uit het verkennend onderzoek dat is uitgevoerd door ATKB is gebleken dat binnen het projectgebied potentiële standplaatsen aanwezig zijn voor de kartuizer anjer. Deze locaties bevinden zich in de groenzone tussen gebouw 1 en 7 (deelgebied 1). De aanwezigheid van de beschermde kartuizer anjer is onderzocht middels één gerichte inventarisatie, waarbij het projectgebied door een vegetatiespecialist te voet is doorkruist in de bloeiperiode (juni – augustus) van de kartuizer anjer. Tijdens alle overige inventarisatierondes in het plangebied is tevens aandacht besteed aan de aanwezigheid van beschermde flora. 2.2

KLEINE MARTERACHTIGEN De groep kleine marterachtigen bestaat uit de bunzing, hermelijn en de wezel. Binnen het projectgebied is door ATKB met name de groenzone tussen gebouw 1 en 7 (deelgebied 1) geschikt bevonden als leefgebied voor kleine marterachtigen. Het onderzoek naar de hermelijn en de wezel is primair uitgevoerd met behulp van zogenaamde ‘wezelcamera’s’. Dit zijn standaard cameravallen welke in een behuizing met twee openingen geschikt voor marterachtigen worden geplaatst. In de behuizing is vervolgens geurstof en lokvoer aangebracht. Deze cameravallen zijn vier weken actief geweest, waarbij ze periodiek zijn uitgelezen en de batterijen zijn ververst. De wezelcamera’s zijn geschikt voor het in beeld brengen van de hermelijn en de wezel en in mindere mate ook de bunzing. Voor het in beeld brengen van de lokale verspreiding van de bunzing zijn daarom aanvullend op strategische plaatsen cameravallen in het veld geplaatst. Voor de camera is een geurstof aangebracht om de trefkans op individuen van de bunzing te vergroten. De cameraval locaties zijn ter plaatse in het veld bepaald aan de hand van het voorkomen van geschikt habitat. De verschillende inventarisatiemethoden vullen elkaar aan en zullen een nauwkeurig beeld van de verspreiding weergeven.

Het voorkomen van de wezel en de hermelijn is naast de aanwezigheid van voldoende dekking ook afhankelijk van de aanwezigheid van voldoende prooidieren. Om die reden is bij de plaatsing en bij de controles ook specifiek gelet op sporen, prooiresten en individuen van prooidiersoorten voor de marterachtigen. De inventarisaties zijn uitgevoerd conform de "handreiking wezel, hermelijn en bunzing" van de RUD NHN. In paragraaf 2.5 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden.

2.3

RUGSTREEPPAD De inventarisaties van de rugstreeppad zijn uitgevoerd onder voor deze soort gunstige weersomstandigheden en 1 op basis van het kennisdocument van de rugstreeppad . Hierbij is de aanwezigheid van koorzang en larven onderzocht. Bij het onderzoek naar de rugstreeppad zijn twee bezoeken uitgevoerd in de periode 15 april – 1 juni (t.b.v. koorzang) en één bezoek in de periode juni – juli (t.b.v. koorzang en larven). Tijdens de overige inventarisaties is aandacht besteed aan het voorkomen van beschermde amfibieën. Eén van de bezoeken is gecombineerd met het onderzoek naar zomer- en kraamverblijven van vleermuizen uitgevoerd. In paragraaf 2.5 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. 2.4

VLEERMUIZEN

Uit het verkennend onderzoek dat is uitgevoerd door ATKB is gebleken dat er binnen het projectgebied potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen aanwezig zijn in bomen en bebouwing. De potentiële verblijfplaatsen bevinden zich in boomholtes in deelgebied 1 en in de bebouwing in deelgebied 2, 3 en 4. Daarnaast biedt het gehele projectgebied mogelijk essentieel foerageergebied voor vleermuizen. Het onderzoek naar vleermuizen is te verdelen in het inventariseren van zomer- en kraamverblijfplaatsen, paarverblijfplaatsen, zwermplaatsen, winterverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Per mogelijke functie is er onderzoek verricht conform het 2 Vleermuisprotocol 2017 . Het projectgebied is verdeeld in vier deelgebieden. De deelgebieden zijn op afbeelding 1 weergegeven. Deelgebied 1, 2 en 3 zijn ieder door één deskundige onderzocht en deelgebied 4 is in verband met de omvang door een team van twee deskundigen op het gebied van vleermuizen onderzocht. 1

2

BIJ12 2017, Kennisdocument Rugstreeppad, versie 1.0. juli 2017. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. 6

Afbeelding 1: Deelgebieden onderzoek vleermuizen

De inventarisaties met betrekking tot vleermuizen zijn met behulp van een zogenaamde batdetector uitgevoerd. Adviesbureau E.C.O. Logisch werkt standaard met de Pettersson D240X of een vergelijkbare detector. Dit apparaat vangt de ultrasone geluiden van vleermuizen op en maakt deze hoorbaar voor het menselijk gehoor. Daarnaast biedt het apparaat de mogelijkheid geluiden op te nemen voor analyse achteraf. Enkele soorten zijn namelijk zeer moeilijk te determineren in het veld en vereisen een controle met behulp van analyse-software. In paragraaf 2.5 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weersomstandigheden. De toegepaste methodiek wordt hier per functie nader toegelicht.

2.4.1

ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN

In deelgebied 2, 3 en 4 zijn verblijfplaatsen van vleermuizen in de bebouwing onderzocht. In de periode 15 mei 15 juli 2019 is het projectgebied onderzocht op de aanwezigheid van zomer- en kraamverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat voor deze deelgebieden uit drie rondes, waarvan er één in de vroege ochtend vanaf circa twee uur voor zonsopkomst is uitgevoerd. De overige twee rondes hebben 's avonds plaatsgevonden vanaf zonsondergang. In deelgebied 1 zijn verblijfplaatsen in boomholtes onderzocht. De inventarisatie in deelgebied 1 bestaat uit twee ronden, waarvan er één in de vroege ochtend van circa drie uur voor zonsopkomst is uitgevoerd. De andere ronde heeft ’s avonds vanaf zonsondergang plaatsgevonden.

2.4.2

PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN

In de periode 15 augustus - 15 september 2019 zijn twee inventarisaties van twee uur uitgevoerd, teneinde paarverblijfplaatsen en zwermplaatsen vast te stellen dan wel uit te sluiten. In de deelgebieden 2, 3 en 4 is hiervan één inventarisatie gecombineerd uitgevoerd met het onderzoek naar zwermplaatsen.

7

2.4.3

W INTERVERBLIJFPLAATSEN

In de periode 1 augustus – 10 september 2019 zijn deelgebied 2, 3 en 4 onderzocht op de aanwezigheid van zwermende dieren in het kader van winterverblijfplaatsen van vleermuizen. Deze inventarisatie bestaat uit twee ronden van twee uur vanaf middernacht. Hiervan is één ronde gecombineerd uitgevoerd met het onderzoek naar paarverblijven van vleermuizen. Tussen de twee inventarisaties naar zwermplaatsen is een minimum tussenperiode van tien dagen gehanteerd.

2.4.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

De inventarisaties naar de aanwezigheid van vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen in en direct rondom deelgebied 1, 2, 3 en 4 zijn simultaan met de overige vleermuisinventarisaties uitgevoerd. Het inventariseren van vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen in de overige delen van het projectgebied is middels twee inventarisatierondes uitgevoerd met een tussenpoos van minimaal acht weken. De aanwezige vliegroutes en/of foerageergebieden zijn op kaart ingetekend.

2.5

OVERZICHT INVENTARISATIES

In tabel 1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het natuuronderzoek. De inventarisaties zijn uitgevoerd door ing. M. Bouma, D. Alberts, J.I. Andringa MSc., M.G. Bertholet, ing. P.J. Schep, D. Dolman, ing. J. Koorevaar, ing. M. Tromp, E. Vinke en ing. D. Withagen. Tabel 1: Overzicht inventarisaties Datum Tijd Hoofdgroep

Activiteit

Weersomstandigheden

Deelgebied Gehele projectgebied

01-05-2019

22:06 – 00:06

Amfibieën

Rugstreeppad

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 2, 10 °C

15-05-2019

21:28 – 23:28

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijven

Licht bewolkt, windkracht 3, 1, 3 en 4 10 °C

16-05-2019

03:43 – 05:43

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijven

Half tot zwaar bewolkt, windkracht 4, 10 °C

3 en 4

16-05-2019

n.v.t.

Landzoogdieren

Kleine marterachtigen, cameraval plaatsen

Half tot zwaar bewolkt, windkracht 4, 10 °C

1

16-05-2019

21:29 – 23:29

Vleermuizen

Vliegroutes en foerageergebieden

Half tot zwaar bewolkt, windkracht 4, 10 °C

Gehele projectgebied

16-05-2019

22:30 – 00:30

Amfibieën

Rugstreeppad

Half tot zwaar bewolkt, windkracht 4, 10 °C

Gehele projectgebied

24-05-2019

n.v.t.

Landzoogdieren

Kleine marterachtigen, cameraval controle

Half bewolkt, windkracht 3, 18 °C

1

17-06-2019

22:04 – 00:04

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijven

Half bewolkt, windkracht 2, 14 °C

2 en 4

17-06-2019

22:00 – 00:30

Amfibieën

Rugstreeppad

Half bewolkt, windkracht 2, 14 °C

Gehele projectgebied

17-06-2019

n.v.t.

Landzoogdieren

Kleine marterachtigen, einde onderzoek

Half bewolkt, windkracht 2, 23 °C

1

18-06-2019

03:17 – 05:17

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijven

Half bewolkt, windkracht 2, 14 °C

2

30-06-2019

22:06 – 00:06

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijven

Half bewolkt, windkracht 3, 18 °C

3

01-07-2019

03:22 – 05:22

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijven

Half bewolkt, windkracht 4, 18 °C

1

15-07-2019

21:56 – 23:56

Vleermuizen

Zomer- en kraamverblijven

Geheel bewolkt, windkracht 2 3, 15 °C

15-07-2019

21:56 – 23:56

Vleermuizen

Vliegroutes en foerageergebieden

Geheel bewolkt, windkracht Gehele 3, 15 °C projectgebied

26-07-2019

n.v.t.

Flora

Inventarisatie beschermde soorten

Zwaar bewolkt, windkracht 3, 1 34 °C

26-07-2019

n.v.t.

Amfibieën

Rugstreeppad, larven

Zwaar bewolkt, windkracht 3, Gehele 34 °C projectgebied

01-08-2019

00:00 – 02:00

Vleermuizen

Winterverblijven (zwermgedrag)

Vrijwel geheel bewolkt, windkracht 4, 18 °C

Gehele projectgebied

19-08-2019

21:58 – 23:58

Vleermuizen

Paarverblijven en zwermplaatsen

Half bewolkt, windkracht 4, 16 °C

1 en 3

20-08-2019

00:00 – 02:00

Vleermuizen

Winterverblijven (zwermgedrag)

Half bewolkt, windkracht 3, 14 °C

4

8

20-08-2019

04:31 – 06:31

Vleermuizen

Paarverblijven en zwermplaatsen

Half bewolkt, windkracht 3, 14 °C

2

08-09-2019

21:13 – 23:13

Vleermuizen

Paarverblijven en zwermplaatsen

Half bewolkt, windkracht 2, 11 °C

3

09-09-2019

00:00 – 02:00

Vleermuizen

Paarverblijven en zwermplaatsen Winterverblijven (zwermgedrag)

Zwaar bewolkt, windkracht 2, 1, 2 en 4 10 °C

9

3

RESULTATEN

3.1

KARTUIZERANJER In het projectgebied is de beschermde kartuizer anjer niet aangetroffen. De aanwezigheid van beschermde flora kan hiermee worden uitgesloten. 3.2

KLEINE MARTERACHTIGEN

Op 16 mei 2019 zijn vier cameravallen, waarvan twee wezel cameravallen en twee losse camera’s in het projectgebied geplaatst. Op 26 mei 2019 om 00:52 is op een cameraval eenmalig een passerende bunzing waargenomen, zie afbeelding 1 bijlage 2. Deze cameraval stond aan de noordzijde van het braakliggende terrein, zie bijlage 1 voor de exacte locatie. Op basis van deze waarneming kan worden geconcludeerd dat het plangebied deel uit maakt van het leefgebied van de bunzing. In de directe omgeving van de cameraval is geschikt habitat aanwezig voor verblijfplaatsen in de vorm van aanwezige stapels hout en dicht struweel. In het projectgebied zijn tevens voldoende prooidieren aanwezig. Het projectgebied en de directe omgeving bieden geschikt habitat als foerageergebied in de vorm van verruigde groenstructuren en aansluiting op parken, watergangen en groenvoorzieningen. De bunzing heeft een groot territorium met hierin verschillende vaste rust- en verblijfplaatsen. Op basis van de waarneming is een verblijfplaats van de bunzing in het projectgebied te verwachten. Daarnaast zijn op de camerabeelden meerdere algemene en provinciaal vrijgestelde zoogdieren waargenomen, namelijk: de bosmuis, huisspitsmuis, egel en de haas, zie bijlage 2 afbeelding 2, 3, 4 en 5. Ook zijn er meerdere algemene vogels waargenomen zoals de koolmees, tjiftjaf en de zanglijster.

Daarnaast zijn op de parkeerplaatsen en tussen de groenstructuren aan Laan van Kronenburg 2, 4 en 12 zijn meerdere individuen van het konijn waargenomen.

3.3

RUGSTREEPPAD In het projectgebied zijn tijdens de koorzang ronde voor de rugstreeppad op 1 mei 2019 een roepende individuen van de bastaardkikker, gewone pad en meerkikker waargenomen. Zowel tijdens de ronde op 1 mei als op 16 mei 2019 zijn er geen individuen van de rugstreeppad geconstateerd. Op 15 juli 2019 heeft er een onderzoek naar de aanwezigheid van larven van de rugstreeppad plaatsgevonden. Tijdens dit onderzoek is er enkel een juveniel van de groene kikker spec. waargenomen. Hiermee kan de aanwezigheid van de beschermde rugstreeppad worden uitgesloten. 3.4

VLEERMUIZEN Binnen het projectgebied zijn de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis waargenomen. Per onderzochte functie wordt het gebruik van het projectgebied nader toegelicht. In bijlage 1 zijn de tussentijdse resultaten van het onderzoek op kaart weergegeven. 3.4.1

ZOMER- EN KRAAMVERBLIJFPLAATSEN

Binnen het projectgebied zijn de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen. Er zijn in totaal vier zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis in het projectgebied waargenomen, waarvan drie zomerverblijfplaatsen in deelgebied 2 en één zomerverblijfplaats in deelgebied 4. De drie zomerverblijven van de gewone dwergvleermuis in deelgebied 2 zijn aangetroffen in het gebouw aan de Laan van Kronenburg 7. Het betreft twee zomerverblijven met één individu aan de noordkant van het gebouw in de spouwmuur en één zomerverblijf met één individu aan de zuidkant van het gebouw onder oude zonneschermen. De zomerverblijfplaats in deelgebied 4 bevindt zich in het gebouw aan de Laan van Kronenburg en betreft een verblijfplaats met drie individuen van de gewone dwergvleermuis. De zomerverblijfplaats bevindt zich op de derde etage in het trappenhuis aan de zuidkant van het gebouw. Binnen het projectgebied zijn foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis, laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis waargenomen.

10

3.4.2

PAARVERBLIJFPLAATSEN EN ZWERMPLAATSEN

In het najaar zijn in het projectgebied de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en de watervleermuis waargenomen. Gedurende de inventarisaties zijn twee baltsterritoria van de gewone dwergvleermuis aangetroffen, waarvan één baltsterritorium binnen het projectgebied aanwezig is. Het baltsterritorium binnen het projectgebied bevindt zich in deelgebied 2 aan de westgevel van het gebouw aan Laan van Kronenburg 7. Gedurende langere tijd vloog een baltsend individu van de gewone dwergvleermuis langs de gevel heen en weer en vertoonde duidelijk binding met de bebouwing. Dit is een indicatie dat er een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in de bebouwing aan Laan van Kronenburg 7 aanwezig is. De exacte locatie van de paarverblijfplaats kon in verband met het nachtelijke tijdstip van inventariseren en het ontbreken van invliegende vleermuizen niet worden vastgesteld. Het baltsterritorium in het projectgebied vertegenwoordigd een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis. Het tweede baltsterritorium bevindt zich buiten het projectgebied aan de zuidgevel van Uilenstede 510-512. Gedurende de langere tijd is hier een baltsend individu van de gewone dwergvleermuis waargenomen, die duidelijk binding vertoonde met de bebouwing aan de Uilenstede 510-512.

Dit is een duidelijke indicatie dat er een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in dit gebouw buiten het projectgebied aanwezig is. In de zuidgevel van Uilenstede 510-512 is ook een paarverblijfplaats van de ruige dwergvleermuis vastgesteld. Tijdens de inventarisaties zijn in het projectgebied meerdere baltsende individuen van de gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis waargenomen. Deze individuen vertoonde echter geen binding met de bebouwing in het projectgebied. Tijdens de inventarisaties zijn foeragerende individuen van de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en watervleermuis waargenomen.

3.4.3

W INTERVERBLIJFPLAATSEN

Tijdens de inventarisaties is geen zwermgedrag van vleermuizen waargenomen dat kan duiden op de mogelijke aanwezigheid van een (massa)winterverblijfplaats.

3.4.4

VLIEGROUTES EN FOERAGEERGEBIEDEN

In het westen van het projectgebied is een vliegroute van de gewone dwergvleermuis waargenomen. Tijdens de inventarisaties zijn vier individuen van de gewone dwergvleermuis waargenomen die vanaf de appartementencomplexen ten westen van het projectgebied via de brug naar het park vlogen. De groenstructuren en watergangen worden door meerdere individuen van de gewone dwergvleermuis en enkele individuen van de laatvlieger, rosse vleermuis en de ruige dwergvleermuis gebruikt als foerageergebied. Tijdens het kraamseizoen zijn circa acht individuen van de gewone dwergvleermuis gelijktijdig foeragerend waargenomen in het projectgebied. De watergangen in het projectgebied zijn voornamelijk van belang voor het foerageergebied. Gezien de lage foerageer activiteit van vleermuizen rond de bebouwing en te bebouwen zones, is de bebouwing in het projectgebied niet van belang voor het foerageergebied. De vliegroute van de gewone dwergvleermuis is niet essentieel, omdat het om een beperkt aantal individuen gaat en de watergang en bomenrij langs de weg Uilenstede en enkele andere locaties als alternatieve vliegroutes kunnen worden benut.

3.5

BESCHERMDE FUNCTIES PROJECTGEBIED Het projectgebied bevat elementen welke worden benut door beschermde soorten. In tabel 2 is weergegeven welke beschermde functies zijn aangetroffen in het projectgebied. Tabel 2: Beschermde functies Wet natuurbescherming Nederlandse naam

Wetenschappelijke naam

Artikel 3.5, HR IV

Gewone dwergvleermuis

Pipistrellus pipistrellus

Artikel 3.10

Bunzing

Mustela putorius

Functie Baltsterritorium Foerageergebied Vliegroute Zomerverblijfplaats Leefgebied

11

4

CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN

4.1

CONCLUSIE Binnen het projectgebied zijn vier zomerverblijfplaatsen en één baltsterritorium van de gewone dwergvleermuis aangetroffen. Het aangetroffen baltsterritorium vertegenwoordigd een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in de bebouwing in het projectgebied nabij deze locatie. Het projectgebied betreft een foerageergebied van de gewone dwergvleermuis, de dichtheden zijn relatief laag en een groot deel van het foerageergebied blijft in de toekomstige situatie gehandhaafd. De vliegroute van de gewone dwergvleermuis is niet essentieel, omdat het om een beperkt aantal individuen gaat en de watergang en bomenrij langs de weg Uilenstede en enkele andere locaties als alternatieve vliegroutes kunnen worden benut De bunzing is waargenomen in het projectgebied. Op basis van deze waarneming en de aanwezigheid van geschikte elementen, is een verblijfplaats in het projectgebied te verwachten. De kartuizer anjer en de rugstreeppad zijn niet in het projectgebied waargenomen. Voor de aangetroffen algemene en provinciaal vrijgestelde amfibieën en zoogdieren geldt er een algemene zorgplicht en een meldlicht bij de OD NHN voor de start van werkzaamheden waarbij vrijgestelde soorten kunnen worden gedood.

4.2

AANBEVELINGEN T.O.V. DE WET NATUURBESCHERMING

Tijdens de geplande herontwikkeling gaan vier zomerverblijfplaatsen en een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis verloren. Hiermee wordt de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming overtreden. Aangezien de verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis niet behouden kunnen blijven, is het noodzakelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen om overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.5 te voorkomen. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden verbonden zijn, zoals het treffen van mitigerende maatregelen. In het projectgebied is foerageergebied en een vliegroute van de gewone dwergvleermuis aanwezig. Met de geplande werkzaamheden blijven de watergangen in het projectgebied intact en er worden twee nieuwe waterpartijen gecreëerd. In het projectgebied worden een groot aantal nieuwe gebouwen gerealiseerd. Om de gebouwen heen blijven groenstructuren aanwezig. Met de werkzaamheden zal het foerageergebied van vleermuizen veranderen, maar de functie van het projectgebied als foerageergebied van vleermuizen zal met de werkzaamheden behouden blijven. In de nieuwe situatie zijn voldoende watergangen en groenstructuren aanwezig om als foerageergebied van vleermuizen te kunnen blijven fungeren. De vliegroute blijft bij de werkzaamheden intact.

Het is niet noodzakelijk om een ontheffing te vragen voor het aantasten van foerageergebied en vliegroutes van vleermuizen. Tijdens de geplande herontwikkeling gaan leefgebied en verblijfplaatsen van de bunzing verloren. Hiermee wordt de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming overtreden. Aangezien het leefgebied en de verblijfplaatsen van de bunzing niet behouden kunnen blijven, is het noodzakelijk een ontheffing van de Wet natuurbescherming aan te vragen om overtreding van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 te voorkomen. Aan een ontheffing kunnen voorwaarden verbonden zijn, zoals het treffen van mitigerende maatregelen. De werkzaamheden kunnen in het actieve seizoen van vleermuizen mogelijk foeragerende individuen van vleermuizen verstoren. Het is daarom aan te bevelen nachtelijke verlichting tot een minimum te beperken, om verstoring van aanwezige individuen van vleermuizen te voorkomen. Het is in het algemeen wenselijk om de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels uit te voeren (globaal 15 maart – 15 juli), om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen. Deze periode is niet leidend. Indien broedgevallen ten tijde van de werkzaamheden aanwezig zijn mogen deze niet worden verstoord of vernietigd.

12

Bijlage 1: Resultaten amfibieën

13

Bijlage 2: Resultaten vleermuizen

14

Bijlage 3: Resultaten kleine marterachtigen

15

Bijlage 4: Foto's cameravallen en verblijfplaatsen vleermuizen

Afbeelding 1: Bunzing

Afbeelding 2: Bosmuis

Afbeelding 3: Egel

Afbeelding 4: Haas

Afbeelding 5: Huisspitsmuis

Afbeelding 6: Verblijfplaats gewone dwergvleermuis

Afbeelding 7: Verblijfplaats gewone dwergvleermuis

Afbeelding 8: Verblijfplaats gewone dwergvleermuis

16

Afbeelding 9: Verblijfplaats gewone dwergvleermuis

17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=b6a2b6a5-adc9-46ee-983a-7db2ec72da83