Bijlage 2. Was wordt lijst inhoudelijke wijzigingsvoorstellen in de artikelsgewijze toelichting APV Amstelveen
Tekst van het document
Was/ wordt lijst inhoudelijke wijzigingsvoorstellen in de artikelsgewijze toelichting APV Amstelveen In de ‘bestaande tekst’ zijn de woorden en leestekens waaraan iets verandert, cursief gezet en – als het een facultatieve bepaling betreft – eveneens onderstreept (aangezien dan de hele bepaling cursief is i.v.m. het facultatieve karakter). In de ‘nieuwe tekst’ zijn de nieuwe woorden en leestekens vet gedrukt.
De toelichting bij artikel 2:24 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst bij artikelsgewijze toelichting Artikel 2:24 Begripsomschrijving
Nieuwe tekst Artikel 2:24 Begripsomschrijving
f. Onder f zijn ten slotte van de evenementenbepaling uitgezonderd 2:9 (Straatartiest) en 2:39 (Speelgelegenheden). Dit gebeurt uiteraard om dubbele regelgeving te voorkomen.
f. Onder f is ten slotte van de evenementenbepaling uitgezonderd 2:39 (Speelgelegenheden). Dit gebeurt uiteraard om dubbele regelgeving te voorkomen.
De toelichting bij artikel 2.76 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.76 Veiligheidsrisicogebieden
Nieuwe tekst Artikel 2.76 Veiligheidsrisicogebieden
vervallen
Dit artikel geeft de burgemeester de bevoegdheid om een veiligheidsrisicogebied aan te wijzen. Vervolgens kan de officier van justitie aan de politie het bevel geven om over te gaan tot het preventief fouilleren. Met dit bevel kan de politie iedereen binnen het aangewezen gebied fouilleren om te controleren of iemand wapens bij zich heeft. De burgemeester wijst alleen een veiligheidsrisicogebied aan als dit noodzakelijk is. Deze vereiste noodzaak is er als er sprake is van een verstoring van de openbare orde door de mogelijke aanwezigheid van wapens. De aanwijzing geldt voor een bepaalde tijd en zal niet langer gelden dan noodzakelijk is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid.
1
De toelichting bij artikel 2.77 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
Nieuwe tekst Artikel 2.77 Cameratoezicht op openbare plaatsen
Derde lid
Derde lid
De bevoegdheid tot cameratoezicht is vanuit de bescherming van de persoonlijke levenssfeer een ingrijpende bevoegdheid. Ter versterking van de democratische legitimatie zal de burgemeester bij de uitoefening van zijn bevoegdheid de Raadscommissie Algemeen Bestuur en Middelen betrekken. De beraadslaging van de raadscommissie dient plaats te vinden voorafgaand aan de feitelijk start van het cameratoezicht.
De bevoegdheid tot cameratoezicht is vanuit de bescherming van de persoonlijke levenssfeer een ingrijpende bevoegdheid. Ter versterking van de democratische legitimatie zal de burgemeester bij de uitoefening van zijn bevoegdheid de Gemeenteraad betrekken. De beraadslaging van de raad dient plaats te vinden voorafgaand aan de feitelijk start van het cameratoezicht.
De toelichting bij artikel 2.78 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.78 Gebiedsontzegging
Nieuwe tekst Artikel 2.778 Gebiedsontzegging
Lid 3
Lid 3
Het is in het licht van proportionaliteit en subsidiariteit geboden om slechts tot oplegging van een langdurige gebiedsontzegging over te gaan, wanneer de gedraging waarop deze oplegging betrekking heeft binnen een bepaalde periode na oplegging van de eerste gebiedsontzegging plaatsvindt. Vindt de gedraging aldus na deze periode plaats, dan wordt een langdurige gebiedsontzegging niet gelegitimeerd geacht.
Als de burgemeester dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene nodig acht, beperkt hij hetgeen op basis van het eerste of tweede lid is verboden. Hij kan een tijdelijke ontheffing verlenen van de opgelegde gebiedsontzegging. Lid 4
2
Lid 4 Dit lid geeft de burgemeester de bevoegdheid om, wanneer hij dat noodzakelijk acht in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene, het bevel te beperken. Hierbij zal rekening gehouden worden met (de noodzaak) zich in het aangewezen gebied te bevinden in een middel van openbaar vervoer, het aldaar werkzaam en/of woonachtig zijn, een (ander) aantoonbaar redelijk belang om zich aldaar op te houden, staatkundige en religieuze vrijheid en het familieleven. Ook is ontheffing mogelijk.
Als de officier van justitie aan een persoon een gedragsaanwijzing heeft opgelegd dan legt de burgemeester geen gebiedsontzegging op aan dezelfde persoon voor hetzelfde gebied.
De toelichting bij artikel 2.78 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 2.78 Gebiedsontzegging
Nieuwe tekst Artikel 2.78 Gebiedsontzegging
Lid 3
Lid 3
Het is in het licht van proportionaliteit en subsidiariteit geboden om slechts tot oplegging van een langdurige gebiedsontzegging over te gaan, wanneer de gedraging waarop deze oplegging betrekking heeft binnen een bepaalde periode na oplegging van de eerste gebiedsontzegging plaatsvindt. Vindt de gedraging aldus na deze periode plaats, dan wordt een langdurige gebiedsontzegging niet gelegitimeerd geacht.
Als de burgemeester dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene nodig acht, beperkt hij hetgeen op basis van het eerste of tweede lid is verboden. Hij kan een tijdelijke ontheffing verlenen van de opgelegde gebiedsontzegging.
Lid 4 Dit lid geeft de burgemeester de bevoegdheid om, wanneer hij dat noodzakelijk acht in verband met de persoonlijke omstandigheden van betrokkene, het bevel te beperken. Hierbij zal rekening
Lid 4 Als de officier van justitie aan een persoon een gedragsaanwijzing heeft opgelegd dan legt de burgemeester geen gebiedsontzegging op aan dezelfde persoon voor hetzelfde gebied.
3
gehouden worden met (de noodzaak) zich in het aangewezen gebied te bevinden in een middel van openbaar vervoer, het aldaar werkzaam en/of woonachtig zijn, een (ander) aantoonbaar redelijk belang om zich aldaar op te houden, staatkundige en religieuze vrijheid en het familieleven. Ook is ontheffing mogelijk. Aan de toelichting van artikel 3.1 wordt het volgende toegevoegd: Bestaande tekst Artikel 3.1 Begripsbepaling
Nieuwe tekst Artikel 3.1 Begripsbepaling Exploitant (onder f) De persoon/ personen die een seksinrichting of een escortbedrijf winstgevend probeert te maken Beheerder (onder g) De persoon/ personen die verantwoordelijk is/ zijn voor de dagelijkse gang van zaken in een seksinrichting of in een escortbedrijf Sekswerk (onder i) De uitwisseling van diensten, waaronder seksuele handelingen, tussen instemmende volwassenen tegen een bepaalde vorm van beloning. Prostitutiebedrijf (onder j) Prostitutiebedrijven zijn er in verschillende varianten. In de eerste plaats vallen hieronder de locatie gebonden bedrijven. Ook een niet-
4
locatie gebonden bedrijf kan een prostitutiebedrijf zijn, meestal zijn dit escortbedrijven. Seksbedrijf (onder k) Het begrip duidt op een activiteit of activiteiten. Hieronder valt het gelegenheid geven tot het zich beschikbaar stellen voor het verrichten van seksuele handelingen met andere tegen betaling en het gelegenheid geven tot het verrichten van seksuele handelingen voor een ander, zoals peepshows en sekstheaters, maar ook het bedrijfsmatig en tegen betaling verzorgen van webcamseks. Daarnaast wordt onder dit begrip ook verstaan het in een seksinrichting tegen betaling aanbieden van erotisch- pornografische vertoningen; de seksbioscopen. De toelichting van artikel 3.4 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst Artikel 3.4. Seksinrichtingen
Nieuwe tekst
Derde lid
Derde Lid
Deze vergunning beschermt wezenlijke belangen, met name de openbare orde en volksgezondheid. Het zou hoogst onwenselijk zijn als deze vergunning van rechtswege wordt verleend voordat er een inhoudelijke toets van de aanvraag heeft plaatsgevonden en is voltooid. Een lex silencio positivo is hier dan ook niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de openbare orde en volksgezondheid. Paragraaf 4.1.3.3. Awb wordt niet van toepassing verklaard.
Binnen de gemeentegrenzen wordt maximaal twee seksinrichtingen toegestaan. Vierde lid Deze vergunning beschermt wezenlijke belangen, met name de openbare orde en volksgezondheid. Het zou hoogst onwenselijk zijn als deze vergunning van rechtswege wordt verleend voordat er een inhoudelijke toets van de aanvraag heeft plaatsgevonden en is voltooid. Een lex silencio positivo is hier dan ook niet wenselijk om dwingende redenen van algemeen belang, zoals de openbare orde
5
en volksgezondheid. Paragraaf 4.1.3.3. Awb wordt niet van toepassing verklaard. Vijfde lid Exploitanten van een binnen de gemeentegrenzen gevestigde seksinrichtingen en/of escortbedrijven moeten een bedrijfsplan hebben waarin de maatregelen staan die worden genomen ten behoeve van de hygiëne, gezondheid, zelfbeschikking, veiligheid, voorkomen van overlast en de arbeidsomstandigheden. Dit bedrijfsplan dient ook aan de vergunningverlener te worden overhandigd. Voor ondersteuning bij het opstellen van een dergelijk plan heeft de gemeente de “Leidraad Bedrijfsplan seksinrichting en/of escortbedrijf” ontwikkelt. Na de toelichting van 3.4 wordt onderstaande toelichting van artikel 3.4a opgenomen: Bestaande tekst -
Nieuwe tekst Artikel 3.4.a Exploitanten/ beheerders mogen in het bedrijf geen sekswerkers hebben werken die jonger zijn dan 21 jaar. Dit geldt ook als de sekswerker een kamer huurt. De leeftijdseis draagt bij aan het voorkomen van misstanden in deze branche omdat jonge vrouwen en mannen daar vaker slachtoffer van zijn. Personen van 21 jaar of ouder zijn meer in staat tot een weloverwogen beslissing. Daarnaast stelt dit artikel dat een exploitant/ beheerder ervoor dient te zorgen dat er geen sekswerkers werkzaam zijn in het bedrijf die volgens de Vreemdelingenwet 2000 niet in Nederland mogen verblijven of werken.
6
De toelichting van artikel 3.13 wordt als volgt gewijzigd: Bestaande tekst
Nieuwe tekst Tweede lid De situaties beschreven in het tweede lid zien op situaties waarin een vergunning kan worden ingetrokken. In zulke gevallen zal er dus altijd een afweging van belangen moeten plaatsvinden. Het kan daarbij gaan om aanwijzingen van tewerkstelling van personen, niet zijnde sekswerkers onder de 18 jaar, sekswerkers onder de 21 jaar of slachtoffers van mensenhandel, maar ook om strijdigheid met bepalingen inzake bijvoorbeeld adverteren of indien het bedrijfsplan niet goed wordt nageleefd. Indien er op enigerlei wijze sprake is van handelen in strijd met het bepaalde in dit hoofdstuk (zie onder e) kan de vergunning worden ingetrokken. Wat betreft het gevaar voor het woon- of leefklimaat in de omgeving van het seksbedrijf wordt, evenals bij artikel 2:28, opgemerkt dat hierbij een ruim omgevingsbegrip wordt gehanteerd waardoor voor het bevoegd gezag een lichtere bewijslast geldt.
7