CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 Verkennend- en nader bodemonderzoek - Amsteldijk Noord 17

Raadsvergadering 24 april 2024, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan Amsteldijk Noord 178.745 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Verkennend en nader bodemonderzoek Amsteldijk Noord 17 te Amstelveen MA210004.062.R01.V1.0 7 april 2022

Verkennend en nader bodemonderzoek Amsteldijk Noord 17 te Amstelveen Rapportnummer MA210004.062.R01.V1.0 7 april 2022

Opdrachtgever De heer S. Uluoz Bankraspad 21 1184 TB Amstelveen

+31 88 130 06 00 info@geonius.nl Postbus 1097 6160 BB Geleen

Geonius.nl Functie

Naam

Projectleider Milieu

Francis Huitink

Collegiale toets

Niels Geuijen

MA210004.062.R01.V1.0

Paraaf

2 van 26

Inhoud 1

Inleiding ..........................................................................5

2

Achtergrondinformatie ............................................. 6

2.1

Algemeen

6

2.2

Situering onderzoekslocatie

6

2.3

Historie

6

2.4

Vergunningen

7

2.5

Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie

8

2.6

PFAS

15

2.7

Ontplofbare oorlogsresten (OO)

15

2.8

Archeologie

15

2.9

Terreininspectie

15

2.10

Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie

16

2.10.1

Bodem ........................................................................................................................................................ 16

2.10.2

PFAS ........................................................................................................................................................... 16

2.10.3

Asbest in bodem/puin .......................................................................................................................... 16

3

Veldwerk en analyses .............................................. 17

3.1

Onderzoeksprogramma

17

3.2

Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters

17

3.3

Veldwerk verkennend bodemonderzoek

18

3.4

Bodemprofiel

18

3.5

Watermonstername

19

3.6

Veldwerk verkennend asbestonderzoek

19

4

Toetsingskader ........................................................... 21

4.1

Wet bodembescherming

4.1.1

Handelingskader PFAS ........................................................................................................................ 21

4.1.2

Besluit en Regeling bodemkwaliteit ............................................................................................... 21

4.1.3

Asbest in bodem..................................................................................................................................... 21

5

Analyseresultaten ..................................................... 22

5.1.1

Bodem ....................................................................................................................................................... 22

5.1.2

Asbest ....................................................................................................................................................... 23

6

Conclusies en aanbevelingen ............................... 25

6.1

Conclusies

25

6.2

Aanbevelingen

26

MA210004.062.R01.V1.0

21

3 van 26

Bijlagen Bijlage 1 Topografische overzichtskaart Bijlage 2 Foto’s locatie en proefgaten Bijlage 3 Boorstaten incl. legenda Bijlage 4 Analysecertificaten Bijlage 5 Toetsing Wet bodembescherming Bijlage 6 Toetsing Besluit bodemkwaliteit Bijlage 7 Overzicht bronnen vooronderzoek Bijlage 8 Situatietekening

MA210004.062.R01.V1.0

4 van 26

1 Inleiding Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van de heer Uluoz een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie aan de Amsteldijk Noord 17 te Amstelveen. Aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het meest recente bodemonderzoek dateert uit 2017 en beperkte zich tot analyse van grond en grondwater op minerale olie en vluchtige aromaten. Doelstelling van het bodemonderzoek is om inzicht in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te krijgen en tevens de omvang van de bekende bodemverontreiniging bij de OBAS vast te stellen. De in 2017 aangetoonde grondverontreiniging ter plaatste van de OBAS betreft een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten op een diepte van circa 1,0 m-mv, dit is tevens de grondwaterstand. Het grondwater ter plaatse is destijds niet onderzocht. Onderhavig bodemonderzoek is uitgevoerd volgens de NEN 5725 (Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, oktober 2017), de NEN 5707+C2 (Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, december 2017)en de NEN 5740 (Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, januari 2009 en wijzigingsblad NEN 5740/A1, februari 2016).

Geonius is gecertificeerd voor SIKB protocol 2001, 2002, 2003 en 2018 behorende bij Beoordelingsrichtlijn voor het procescertificaat “Veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek” (BRL SIKB 2000). Het procescertificaat van Geonius Milieu B.V. en het bijbehorende keurmerk zijn uitsluitend van toepassing op de activiteiten inzake de monsterneming en de overdracht van de monsters, inclusief de daarbij horende veldwerkregistratie, aan een erkend laboratorium (of de opdrachtgever). Geonius Groep B.V. en de verschillende divisies zijn gecertificeerd volgens de algemene kwaliteitsnorm NEN-ENISO 9001:2015, NEN-EN-ISO 14001:2015, VCA**2017/6.0 en CO2 Prestatieladder niveau 3. Geonius Milieu B.V. streeft naar het uitvoeren van een representatief onderzoek. Het onderzoek is echter steekproefsgewijs uitgevoerd door middel van het uitvoeren van een volgens de norm voorgeschreven aantal boringen en het laten analyseren van grond(meng)monsters op een standaard analysepakket. Eventueel niet getraceerde (punt)bronnen van verontreinigingen kunnen derhalve niet worden uitgesloten. Geonius Milieu B.V. verklaart hierbij geen organisatorische, financiële of juridische binding te hebben met de opdrachtgever en/of onderhavige locatie en daarmee te voldoen aan de vereisten zoals gesteld in KwaliBo (Besluit uitvoeringskwaliteit bodembeheer).

In onderhavig rapport worden de resultaten van het vooronderzoek, de gehanteerde onderzoeksopzet, de uitgevoerde veldwerkzaamheden en de resultaten van het analytisch onderzoek beschreven. Tot slot worden de resultaten getoetst aan de referentiewaarden en worden conclusies, en eventueel aanbevelingen, geformuleerd.

MA210004.062.R01.V1.0

5 van 26

2 Achtergrondinformatie 2.1 Algemeen Voorafgaand aan het bodemonderzoek is een vooronderzoek conform de NEN 5725 verricht. De hierbij gehanteerde bronnen zijn opgenomen in bijlage 7. De resultaten van het vooronderzoek zijn in onderstaande paragrafen opgenomen.

2.2 Situering onderzoekslocatie De onderzoekslocatie betreft de percelen behorend bij Amsteldijk Noord 17 te Amstelveen. In Tabel 2.1 zijn enkele gegevens betreffende de onderzoekslocatie weergegeven. De regionale ligging is weergegeven in bijlage 1. In bijlage 8 is een situatietekening met daarop de ligging van de locatie opgenomen. Foto’s van de locatie zijn opgenomen in bijlage 2. Tabel 2.1: overzicht topografische en kadastrale gegevens onderzoekslocatie Algemene en topografische gegevens Oppervlakte onderzoekslocatie

Circa 405 m2

Maaiveldhoogte

Circa -0,4 m + NAP

X-coördinaat, Y-coördinaat

X: 121.624, Y: 479.204

Kadastrale gegevens Kadastrale aanduiding en oppervlakte

Gemeente Amstelveen, sectie W nummer 407, 259 m2

Eigenaar

ADN17 B.V, Karspeldreef 6 B, 1101 CJ AMSTERDAM

2.3 Historie Op basis van de geraadpleegde historische kaarten blijkt dat op de locatie vanaf circa 1950 bebouwing zichtbaar is. Op oudere kaarten is het niet duidelijk zichtbaar, maar vanaf 1900 is al diverse bebouwing langs de Amsteldijk Noord zichtbaar. In Kadastralekaart.nl is aangegeven dat het pand bouwjaar 1996 heeft. Dit kan betekenen dat in de loop der jaren er op de locatie nieuwbouw heeft plaatsgevonden. Wat betreft de infrastructuur en de Amstel zijn in de loop der jaren geen zichtbare wijzigingen. Enkele uitsneden van historisch kaartmateriaal zijn opgenomen in onderstaande Figuur 2.1.

MA210004.062.R01.V1.0

6 van 26

1900

1955

FOTO HISTORISCHE KAART

1993

2021

Figuur 2.1: uitsneden historische kaarten

2.4 Vergunningen In de archieven van de Omgevingsdienst ODNZKG zijn voor de onderzoekslocatie de volgende gegevens bekend omtrent: •

Vanaf 1935 een vergunning voor benzinepomp met tank

•

Vanaf 1959 vergunning voor ondergrondse opslag van autogas en benzinebewaarplaats

•

Vanaf 1960 een vergunning voor de opslag en aflevering van petroleum/autogasolie

MA210004.062.R01.V1.0

7 van 26

•

Vanaf 1974 vergunning voor motorbrandstoffen opslag en aftap

•

Vanaf 1989 vergunning voor autoherstelbedrijf annex benzineverkoop . Er is een tank van 12.000 l voor superbenzine aanwezig sinds 1985. Er is een tank van 6.000 l voor benzine aanwezig

Uit de meest recente informatie (rapportage Eindsituatie, Hunneman Milieu Advies, d.d. 21 juli 2017) blijkt dat er een tankenpark van 4 ondergrondse tanks (3* 6.000 l en 1* 10.000l) aan de overzijde van het Bankraspad gesitueerd is. Opgemerkt wordt verder dat er in het verleden een tank onder het huidige pand heeft gelegen. Deze tank is verwijderd.

2.5 Bodemopbouw, -kwaliteit en geohydrologie In Tabel 2.2 staat de bodemopbouw, geohydrologie, gegevens Bodemkwaliteitskaart/Nota bodembeheer en een samenvatting van de resultaten van eerder uitgevoerde bodemonderzoeken op en nabij de onderzoekslocatie vermeld. Tabel 2.2: overzicht bodemopbouw, geohydrologie en -kwaliteit Bodemopbouw Diepte in m-mv

Omschrijving

Opmerkingen

0.00 m - 9.67 m

Holocene afzettingen, complexe eenheid

Complexe eenheid, bestaande uit een afwisseling van zandige klei, midden en fijn zand, klei en veen en een weinig grof zand

9.67 m - 45.56 m

Gestuwde afzettingen, complexe eenheid

Complexe eenheid, hoofdzakelijk bestaande uit een afwisseling van grof en midden zand, met weinig klei, zandige klei, fijn zand en grind en een spoor veen

MA210004.062.R01.V1.0

8 van 26

Geohydrologische gegevens Hoogte freatisch grondwater

Circa 0,5 m-mv

Stromingsrichting grondwater

Zuidelijk

Ligging van oppervlaktewater op en/of nabij de locatie

Ja, aan de oostzijde grenzend aan de Amstel. Opgemerkt wordt dat de weg Amsteldijk Noord er nog tussen ligt.

Het voorkomen van brak of zout grondwater

Nee

Ligging binnen een grondwaterbeschermingsgebied

Nee

Aanwezigheid van grondwateronttrekkingen op de locatie of in de omgeving

Nee

Aanwezigheid van breukstelsels op of nabij de locatie

Nee

Bodemkwaliteitskaart / Nota bodembeheer Auteur, kenmerk, datum

Omschrijving

Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied,

Nota Bodembeheer regio Amstelland en Meerlanden Beleidskader voor grond- en

geen kenmerk, d.d. 19 december 2019

baggerverzet https://lokaleregelgeving.overheid.nl/CVDR638019/1#d36935207e3748

Deelgebied

Zone 3

Bodemfunctieklasse

Industrie

Ontgravingsklasse

Bovengrond (0-0,5 m-mv): Industrie Ondergrond (0,5-2,0 m-mv): Industrie

Bodemonderzoeken ter plaatse van onderzoekslocatie Auteur, kenmerk, datum Hunneman

Milieu-Advies

170667/am/sh, d.d. 21-07-2017

Omschrijving Raalte,

Eindsituatie bodemonderzoek ter plaatse van Garagebedrijf en tankstation Jungeling aan de Amsteldijk Noord 17 te Amstelveen

Het eindsituatie bodemonderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de voorgenomen verwijdering van de ondergrondse brandstoftanks, en de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten op de locatie. Op de locatie aan de Amsteldijk Noord 17 te Amstelveen is ter plaatse van de OBAS een sterke verontreiniging met oliecomponenten aangetoond in de vaste bodem. Naar verwachting is de aangetroffen verontreiniging beperkt van omvang. Op het overige terrein zijn, ter plaatse van het tankenpark met vul- en ontluchtingspunten, de vloeistofdichte vloer en de werkplaats geen tot maximaal licht verhoogde gehalten aan oliecomponenten aangetoond. Van de overige geanalyseerde parameters zijn licht verhoogde gehalten aan lood, zink en PCB’s aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden, maar vormen geen aanleiding tot nader onderzoek. In het grondwater zijn, met uitzondering van een licht verhoogd gehalte aan xylenen in peilbuis 21, geen gehalten aan oliecomponenten aangetoond boven de streefwaarden. MtBE en EtBE zijn niet aangetoond boven de adviesnormen. Het licht verhoogd aangetoonde gehalte aan xylenen overschrijdt de streefwaarde, maar blijft beneden de tussenwaarde.

Aangetoonde verontreiniging is in onderstaand figuur middels de rode cirkel aangegeven.

MA210004.062.R01.V1.0

9 van 26

Hunneman

Milieu-Advies

Raalte,

Verkennend onderzoek NEN 5740

170530/am/sh, d.d. 23-05-2017 Aanleiding van het onderzoek is de voorgenomen verwijdering van de ondergrondse brandstoftanks. Zintuiglijk: Boringen 1 t/m 5 hebben een laag volledige puin in de bovengrond.

De grond is niet verontreinigd met minerale olie en/of vluchtige aromaten. Het grondwater is niet onderzocht, maar tijdens de in december 2016 uitgevoerde grondwatermonitoring zijn in het grondwater geen gehalten aangetoond boven de streefwaarden. Asbest is niet onderzocht. De

Ruiter

Milieutechnologie

BV,

DGS/PZT/A960313.106473, d.d.18 maart

Definitief-Evaluatierapport

Tanksanering

ter

plaatse van het

voormalige Esso-

Benzinestation Amsteldijk-Noord 17 te Amstelveen

1996 Op de lokatie bevindt zich een buiten-gebruik-gestelde ondergrondse brandstoftank. Uit voorafgaand onderzoek is gebleken dat ter plaatse van de tank sprake is van een verontreiniging van de grond met minerale olie met gehalten boven de streefwaarde; het gehalte aan vluchtige aromaten ligt beneden de detectiegrenzen. De gehalten aan minerale olie en xylenen in het grondwater overschrijden de streefwaarden. Op basis van de resultaten van het onderzoek is een plan van aanpak opgesteld voor de verwijdering van de buiten-gebruik-gestelde tank. De resultaten van het onderzoek en het plan van aanpak tanksanering zijn beschreven in een briefrapport met kenmerk DGS/MJ/DE-95-124 van 5 juli 1995.

Tijdens de tanksaneringswerkzaamheden zijn de tank en de verontreinigde grond voor zover mogelijk verwijderd. Onder het gebouw aan de oostzijde is een restverontreiniging achtergebleven met gehalte aan minerale olie boven de streefwaarde. In verband met instortingsgevaar is in overleg met de gemeente Amstelveen besloten niet verder te graven maar om door middel van een foliescherm deze wand af te schermen. De omvang van de restverontreiniging is circa 2,5 m3.

MA210004.062.R01.V1.0

10 van 26

Ontgravingsvak is in onderstaand figuur aangegeven.

Esso Nederland, RE/EP/FvD/951 Breda, 5

Resultaten bodemkundig onderzoek en plan van aanpak ten behoeve van de verwijdering

juli 1995

van een buiten gebruik gestelde tank onder de garage bij het voormalige Essobenzinestation aan de Amsteldijk-Noord 17 te Amstelveen

Ten behoeve van het verwijderen van een buiten gebruik gestelde olietank onder de garage bij het voormalige Esso-benzinestation aan de Amsteldijk-Noord te Amstelveen is bodemonderzoek verricht.

Het tankgat en de ten westen daarvan gelegen ophooglaag zijn zintuiglijk waarneembaar verontreinigd met minerale olie. In de grond en het grondwater zijn de gehalten aan minerale olie tot boven de streefwaarde verhoogd. De gehalten aan vluchtige aromaten in de grond liggen beneden de detectiegrenzen. In het grondwater is het gehalte aan xylenen tot boven de streefwaarde verhoogd. Het betreft een verontreiniging met (oude) dieselolie. De verontreiniging is in stroomafwaartse richting buiten de garage nagenoeg afgeperkt. De horizontale omvang wordt geschat op circa 30 m2. Verticaal wordt de verontreiniging begrensd door de deklaag. Op basis van het onderzoek is de omvang van de bodemverontreiniging voldoende bekend om deze gelijktijdig met de tank te kunnen verwijderen. Lexmond Milieu-Adviezen, 95.10120/PV,

Verkennend onderzoek NVN 5740

d.d. 1-04-1995

Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de in de bouwverordening opgenomen onderzoeksplicht.

Zintuigelijke waarneming: Zowel in de boven als ondergrond zijn afwijkende materialen aangetroffen (koolas, puin slakken, slib en een oliegeur). In de bovengrond is lood boven de interventiewaarde aangetoond, koper en zink boven de tussenwaarde en cadmium, kwik en Minerale olie boven de achtergrondwaarde. In de ondergrond is kwik boven de interventiewaarde, koper en lood boven de achtergrondwaarde aangetoond. In het grondwater is een lichte verontreiniging met chroom, minerale olie, xylenen en dichloormethaan aangetoond. Onderzoeksbureau

Lexmond

Milieu-

Verkennend onderzoek NVN 5740

Adviezen, 94.6276/RP, d.d. 01-12-1994

Op dit terrein is nieuwbouw gepland. Het onderzoek is uitgevoerd naar aanleiding van de in de bouwverordening opgenomen onderzoeksplicht.

MA210004.062.R01.V1.0

11 van 26

In september 1992 is ter plaatse van het tankstation, toen nog eigendom van Esso, een verkennend bodemonderzoek verricht door de Ruiter Milieutechnologie B.V. (rapport JGB/IO/A920949). Op basis van de resultaten van het genoemde onderzoek is bij de amovering van het Essotankstation in juni 1994, ongeveer 45 m3 verontreinigde grond bij de brandstofpompen ontgraven en afgevoerd. Het is niet bekend of er een saneringsevaluatie heeft plaatsgevonden.

Onder de werkplaats ligt een ondergrondse opslagtank voor brandstof (6 m3 ). De tank is tussen 1935 en 1962 geplaatst, voor de opslag van dieselolie. In 1962 is de huidige werkplaats gebouwd en is de tank in gebruik genomen voor de opslag van afgewerkte olie. In 1975 is de tank buiten werking gesteld en afgevuld met zand.

Zintuiglijke waarneming: Een licht puin en slakkenhoudende toplaag met ook wat koolas. In de ondergrond matige slib en een lichte oliegeur. Lokaal licht puinhoudend.

Uit het onderzoek blijkt dat in het mengmonster van de met puin en koolas gemengde bovengrond het gehalte lood de interventiewaarde overschrijdt. De gehaltes koper en zink overschrijden de desbetreffende toetsingswaarde voor nader onderzoek. De gehaltes cadmium, nikkel, kwik en minerale olie overschrijden de desbetreffende streefwaarde. De gehaltes chroom, arseen en PAK (10VROM) (en EOX) liggen beneden de desbetreffende streefwaarde. In een mengmonster van de ongestoorde ondergrond overschreed het gehalte kwik in eerste instantie de interventiewaarde. Het gehalte minerale olie overschrijdt de streefwaarde in ruime mate. De gehaltes van de overige onderzochte stoffen liggen beneden de desbetreffende streefwaarde of overschrijden deze in geringe mate. Het hoge kwikgehalte blijkt na analyse van de individuele monsters van waaruit het mengmonster was opgebouwd niet reproduceerbaar. In de afzonderlijke monsters overschrijdt het gehalte kwik de streefwaarde. In het grondwater zijn met uitzondering van chroom, minerale olie, xylenen en dichloormethaan geen gehaltes gemeten die de desbetreffende streefwaarde overschrijden. De verhoogde gehaltes koolwaterstoffen (met name minerale olie) worden in verband gebracht met de verontreiniging bij de ondergrondse tank onder de werkplaats.

In een monster van de naar olie ruikende grond bij boring 3 overschrijdt het gehalte minerale olie de streefwaarde. De verontreiniging is het gevolg van puntverontreiniging door de ondergrondse tank Bedrijfsactiviteiten op huisnr 17

Van - tot

afgewerkte olietank (ondergronds)

Onbekend

autoreparatiebedrijf

Onbekend

benzine-service-station n

Onbekend

afgewerkte olietank(ondergronds)

1975 tot onbekend

benzine-service-station

Onbekend

Autoreparatiebedrijf

Onbekend

MA210004.062.R01.V1.0

12 van 26

Bodemonderzoeken in directe omgeving onderzoekslocatie Auteur, kenmerk, datum

Omschrijving

Bekende activiteit Bankraspad ophooglaag met kolengruis en/of sintels 1960 Bankraspad 20 27 mei 2008

Meldingsformulier BUSsanering ingediend voor Bankraspad 20.

APS-Milieu, R08-133, juni 2008

In juni 2008 heeft APS-Milieu een verkennend onderzoek asbest uitgevoerd op de locatie Bankraspad 20 te Amstelveen.

Bij de visuele inspectie werd één stukje asbest aangetroffen, hetgeen door het laboratorium is onderzocht. De toetsing aan de concentratienorm voor asbest - chrysotiel 100 mg/kg d.s., crocidoliet 10 mg/kg d.s. - wijst uit dat de asbestconcentratie in de grond de norm niet overschrijdt. In het plaatmateriaal werd 10-15% goed hechtgebonden chrysotiel aangetoond APS-Milieu, d.d. 21-05-2008

Bankraspad 20 Saneringsplan Verontreinigingssituatie: Grond sterk verontreinigd met lood en zink. Saneringsplan: Over een oppervlakte van 60 m2 zal een isolatielaag worden aangebracht in de vorm van een duurzame afdeklaag (beton).

APS-Milieu, R08-B046, d.d.01-03-2008

Verkennend onderzoek NEN 5740

De analyseresultaten t.b.v. de uitkartering van de lood- en zinkverontreiniging in de toplaag en de loodverontreiniging in de ondergrond geven een tamelijk heterogeen beeld. De enige contour die hieruit is af te leiden is een diagonaal over de locatie. De toplaag aan de zuidoostzijde is sterk verontreinigd met zowel lood als zink, alleen boring 17 (alleen licht lood) en boringen 14 en 15 (wel sterk lood, maar licht zink) vallen eruit. Dit geldt ook voor het traject 1,0-1,5 m-mv, behalve bij boringen 15 en 17 is deze laag sterk verontreinigd met lood. Aan de noordwestzijde wordt alleen bij boring 11 een matige loodverontreiniging gemeten. Verticaal is de verontreiniging uitgekarteerd ter plaatse van boringen 14 en 15. In het traject 2,0-2,5 m-mv wordt een matig verhoogd loodgehalte gemeten. De conclusie, die uit dit nader onderzoek getrokken moet worden, is dat het gaat om een ernstig geval van bodemverontreiniging: de bodem is sterk verontreinigd over een oppervlakte van minimaal 50 m 2 en een diepte van 1,5 m. Ten behoeve van de nieuwbouw dient er een melding BUS (Besluit Uniforme Saneringen) gedaan te worden bij de provincie Noord-Holland. De sanering omhelst het isoleren van de verontreiniging onder de bebouwing d.m.v. de nieuw aan te brengen betonvloer.

Wat het tuingedeelte betreft, er kan gekozen worden voor een leeflaag (verwijderen van de verontreinigde grond tot 1 m-mv en aanvullen met schoon zand of tuinaarde) dan wel voor een isolerende bestrating. APS-Milieu, RO7-B218 d.d. 01-10-2007

Verkennend onderzoek NEN 5740 De aanleiding tot het uitvoeren van het bodemonderzoek is de aanvraag van een bouw- of sloopvergunning in het kader van de gemeentelijke Bouwverordening (Woningwet).

De toplaag is sterk verontreinigd met lood en zink en matig verontreinigd met koper en PAK. Voor cadmium, kwik, nikkel, minerale olie en EOX zijn in de toplaag gehaltes boven de streefwaarde aangetroffen. De ondergrond is sterk verontreinigd met lood en bij boring 2 matig verontreinigd met koper en PAK. Verder zijn in de ondergrond lichte verontreinigingen met kwik, nikkel, zink, minerale olie en EOX aangetroffen. Bij boring 1

MA210004.062.R01.V1.0

13 van 26

(boring met peilbuis) is een matige oliegeur waargenomen tijdens het veldwerk. Hier is een verhoogd gehalte aan minerale olie aanwezig (1400 mg/kg d.s.). Echter door het hoge humusgehalte van de bodem resulteert dit slechts in een streefwaarde overschrijding voor minerale olie. In het grondwater is een overschrijding van de streefwaarde voor zink en minerale olie waargenomen. De gevonden verontreinigingen van metalen in de bodem zijn waarschijnlijk geassocieerd aan het aanwezige puin in de bodem. Verondersteld wordt dat de verontreiniging relatief homogeen verdeeld is over de locatie. Geadviseerd wordt om een nader onderzoek uit te voeren naar de ruimtelijke verdeling van de verontreinigingen met lood en zink om vast te stellen of het hier om een ernstig geval van bodemverontreiniging gaat. Amsteldijk Noord 18 Bekende activiteit ophooglaag Lankelma, 6635A, d.d. 17 september 2013

Verkennend asbest in grond onderzoek Amsteldijk-noord 18 te Amstelveen

De

aanleiding

voor

het

laten

uitvoeren

van

een

bodemonderzoek

is

de

uitbreiding/verbouwing van een bestaande woning. Het doel van het onderzoek is om na te gaan of de verdenking van de verontreiniging van de locatie met asbest terecht is.

Er zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. In het geanalyseerde grondmengmonster (MM2) van de puinhoudende grond is geen asbest gemeten boven de interventiewaarde. Op basis van het asbestonderzoek kan geconcludeerd worden dat de locatie niet meer verdacht is op asbest in grond. Wel wordt opgemerkt dat, gezien de heterogeniteit van asbest in de bodem, het niet uit te sluiten is dat bij de saneringswerkzaamheden

of

verdere

grondwerkzaamheden

alsnog

asbestdelen

aangetroffen worden. Geadviseerd wordt daarom alert te blijven op de aanwezigheid van (plaatselijke) asbestverontreinigingen. Lankelma Geotechniek-zuid bv, 66357,

Verkennend onderzoek Amsteldijk-noord 18 te Amstelveen.

d.d. 9 augustus 2013 Uit de uitsplitsing van mengmonster MM2 blijkt dat de puinhoudende veengrond heterogeen matig tot sterk is verontreinigd met lood en zink. De sterke verontreiniging is verticaal ingekaderd en concentreert zich derhalve in het dieptetraject 0,3-1,1 m-mv. In het grondwater is, naast een lichte verhoging aan xylenen en naftaleen, een matig verhoogd gehalte aan barium aangetroffen. In samenspraak met een ambtenaar van de gemeente Amstelveen is geconcludeerd dat, gezien de heterogeniteit van de ophooglaag, aanvullend onderzoek niet zinvol wordt geacht. Geadviseerd wordt om, in het kader van de geplande uitbreiding van het woonhuis, een BUS melding in te dienen bij het bevoegd gezag. Wareco

Amsterdam

BV.,

Aa84.002tha.brf.doc, d.d. 4 maart 2003

Indicatief bodemonderzoek Amsteldijk Noord 18 De aanleiding van het onderzoek was een geplande grondtransactie. Daar er zuidelijk van het perceel een garage cq. benzineservicestation is gesitueerd, zijn langs deze erfgrens een peilbuis en twee boringen tot een diepte van ca. 1,5 m-mv geplaatst. In de vaste bodem is een lichte verhoging aan minerale olie gemeten, welke is veroorzaakt door de aanwezigheid van humuszuren in het grondwater.

MA210004.062.R01.V1.0

14 van 26

Op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn in het verleden diverse milieukundige bodemonderzoeken uitgevoerd in de geraadpleegde bronnen. Uit de uitgevoerde bodemonderzoeken blijkt dat zowel op de locatie als op nabij gelegen diverse verontreinigingen zijn aangetoond en of verwijderd. De verontreinigingen op onderhavige onderzoekslocatie zijn veelal gerelateerd aan het gebruik van de locatie danwel in de omgeving aan toegepaste ophooglagen. Voor onderhavige onderzoeklocatie geldt dat op basis van de laatste bekende bodeminformatie naar aanleiding van de voorgenomen verwijdering van de ondergrondse brandstoftanks, en de beëindiging van de bedrijfsactiviteiten op de locatie een bodemonderzoek is uitgevoerd. Ter plaatse van de OBAS is een sterke verontreiniging met oliecomponenten aangetoond in de vaste bodem. Naar verwachting is de aangetoonde verontreiniging beperkt van omvang. Op het overige terrein zijn, ter plaatse van het tankenpark met vul- en ontluchtingspunten, de vloeistofdichte vloer en de werkplaats geen tot maximaal licht verhoogde gehalten aan oliecomponenten aangetoond. Van de overige geanalyseerde parameters zijn licht verhoogde gehalten aan lood, zink en PCB aangetoond. De aangetoonde gehalten overschrijden de achtergrondwaarden. In het grondwater zijn, met uitzondering van een licht verhoogde concentratie aan xylenen i en

geen

concentraties aan oliecomponenten aangetoond boven de streefwaarden. MtBE en EtBE zijn niet aangetoond boven de adviesnormen.

2.6 PFAS Onderhavige onderzoekslocatie is geen verdachte locatie (puntbron) voor PFAS, waardoor geen sprake zal zijn van een bodemverontreiniging met PFAS.

2.7 Ontplofbare oorlogsresten (OO) Op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend omtrent “ontplofbare oorlogsresten”.

2.8 Archeologie Op of in de nabijheid van de onderzoekslocatie zijn geen gegevens bekend omtrent een archeologische verwachting.

2.9 Terreininspectie Op 2 maart 2022 is door de heer P.J. Klok een terreininspectie uitgevoerd. •

De voorzijde van het pand is verhard en momenteel in gebruik als parkeergelegenheid. Ook de achterzijde is voorzien van klinkers.

•

De onderzoekslocatie is niet meer in gebruik als benzinestation. Het pompeiland, vulpunten ed. zijn niet meer bovengronds aanwezig.

•

Opgemerkt wordt dat de peilbuis M-01 is aanwezig op de locatie. Verder zijn er geen kenmerken op maaiveld dat er een OBAS gelegen is (geweest).

•

Tijdens het terreininspectie is het gehele terrein visueel beoordeeld op de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. Deze zijn op onderhavige onderzoekslocatie niet waargenomen.

MA210004.062.R01.V1.0

15 van 26

2.10 Samenvatting vooronderzoek, onderzoekshypothese en –strategie 2.10.1 Bodem Op basis van de bekende bodemgegevens is ter plaatse van de voormalige OBAS op de locatie de bodem sterk verontreinigd met minerale olie en vluchtige aromaten. De in 2017 aangetoonde grondverontreiniging ter plaatste van de OBAS betreft een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten op een diepte van circa 1,0 m –mv, dit is tevens de grondwaterstand. Het grondwater ter plaatse is niet onderzocht. De onderzoeksstrategie voor een verdachte locatie met een plaatselijke bodembelasting met een duidelijke verontreinigingskern (VEP) wordt gehanteerd. In het onderzoek van 2017 zijn op het overige deel van de onderzoekslocatie geen verhoogde gehalten aan minerale olie en vluchtige aromaten aangetoond. Voor het overige deel van de onderzoekslocatie wordt uitgegaan van de strategie “onverdacht niet lijnvormig” (ONV-NL) uit de NEN 5740 om een beeld te krijgen van de actuele bodemkwaliteit. Opgemerkt wordt dat gezien gebruik van de locatie alleen uitpandige boringen worden geplaatst. Evt. is na sloop van de bebouwing een aanvullend onderzoek noodzakelijk. De boringen worden in plaats van 0,5 m-mv doorgezet naar 1,0 m-mv, omdat de eerste halve meter mogelijk een puinlaag betreft.

2.10.2PFAS Voor de aanvraag van de omgevingsvergunning is het in principe niet nodig onderzoek te doen naar de stofgroep PFAS (poly- en perfluor alkyl-verbindingen), omdat de onderzoekslocatie geen bron voor deze stof is en er dus geen specifieke verdenking is op deze stof. Echter indien tijdens de bouwwerkzaamheden grond dient te worden afgevoerd is het in het kader van hergebruik wel noodzakelijk onderzoek te doen naar deze stofgroep. Derhalve dient het stoffenpakket in onderhavig bodemonderzoek te worden uitgebreid met de stofgroep PFAS. Omdat de locatie onverdacht is ten aanzien van GenX wordt deze niet op deze parameter onderzocht.

2.10.3Asbest in bodem/puin Op de locatie is sprake van een potentieel asbestverdachte locatie. Op basis van het bodemonderzoek uit 2017 is bekend dat de laag onder de klinker/tegelverharding een puinlaag betreft. Puin is verdacht op het voorkomen van asbest. Het verkennend asbestonderzoek ter plaatse van de aanwezige afgedekte puinlaag vindt plaats volgens de strategie voor “afgedekte funderingslagen voor kleinschalige locaties” uit de NEN 5897. De hiervoor genoemde hypotheses wordt met behulp van dit bodemonderzoek getoetst. In de navolgende hoofdstukken worden de uitgevoerde werkzaamheden en de onderzoeksresultaten besproken.

MA210004.062.R01.V1.0

16 van 26

3 Veldwerk en analyses 3.1 Onderzoeksprogramma In onderstaande Tabel 3.1 is het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek samengevat. Tabel 3.1: onderzoeksprogramma bodem- en asbestonderzoek (Deel)locatie en Oppervlakte (m2) Veldwerk strategie Gehele terrein 425 2*1,0 m-mv (ONV-NL) 1*2,0 m-mv 1*peilbuis *) OBAS locatie (VEP) en afperking

50

Analyses2) Grond Bovengrond: 1*standaardpakket +PFAS Ondergrond: 1*standaardpakket +PFAS Verdachte laag en afperking: 10*minerale olie/ BTEXN

3*2,0 m-mv 1*peilbuis

Grondwater 1*standaardpakket

1* minerale olie/ BTEXN

Asbestonderzoek Gehele 425 4 proefgaten tot maximaal 0,5 m- 1*asbest in puin (NEN 5898) onderzoekslocatie mv (0,3*0,3) 1*asbest in grond (NEN 5897) (kleinschalige afgedekte funderingslaag) 2) Standaardpakket (landbodem en grond): organisch stof en lutum 9 zware metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink) som-PCB, som-PAK (10) en minerale olie PFAS: PFAS (30 poly- en perfluor alkyl-verbindingen) advieslijst van 12 juli 2019 excl. GenX BTEXN: benzeen, tolueen, ethyleen, xylenen en naftaleen Standaardpakket grondwater: 9 zware metalen vluchtige aromatische koolwaterstoffen (benzeen, tolueen, ethylbenzeen, som-xylenen (som o, m, p), styreen, naftaleen), vluchtige gehalogeneerde koolwaterstoffen (vinylchloride, 1,1-dichlooretheen, dichloormethaan, trans-1,2-dichlooretheen, cis-1,2dichlooretheen, som 1,2-dichlooretheen, 1,1-dichloorethaan, chloroform, 1,1,1-trichloorethaan, tetrachloormethaan, 1,2dichloorethaan, trichlooretheen, 1,2-dichloorpropaan, 1,1-dichloorpropaan, 1,3-dichloorpropaan, som dichloorpropanen, 1,1,2trichloorethaan, tetrachlooretheen en bromoform) en minerale olie * Bestaande peilbuis 25 (voorzijde terrein is herbemonsterd. Vanwege harde ondergrond is er geen peilbuis geplaatst.

De chemische analyses van de grond(meng)monsters, de grondwatermonsters en asbestmonsters zijn conform AS3000 uitgevoerd door SGS Environmental Analytics B.V. te Rotterdam, gecertificeerd volgens NEN-EN-ISO/IEC 17025 en AS3000-erkend.

3.2 Samenstelling en analyseparameters bodemmonsters Gerelateerd aan de zintuiglijke waarnemingen dan wel analyseresultaten zijn de volgende wijzigingen en/of bijzonderheden te melden: •

Vanwege de aanwezigheid van vele olie/waterreacties zijn in totaal 10 analyses op het pakket minerale olie en aromaten (BTEXN) uitgevoerd in plaats van de voorgestelde 5.

De grond(meng)monsters zijn onderzocht op het standaardpakket landbodem en grond uit de NEN 5740 op minerale olie en aromaten. In Tabel 5.1 (hoofdstuk 5) is een overzicht gegeven hoe de grond(meng)monsters zijn samengesteld. Tevens is van elk grond(meng)monster het globale bodemprofiel, de zintuiglijke waarnemingen en de uitgevoerde chemische analyses vermeld. De grondwatermonsters zijn conform de onderzoeksopzet

MA210004.062.R01.V1.0

17 van 26

onderzocht op het standaardpakket grondwater uit de NEN 5740:2009 of op minerale olie en aromaten. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven.

3.3 Veldwerk verkennend bodemonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 2 maart 2022 conform BRL SIKB 2000 (versie 6.0, 1 februari 2018) en het daarbij behorend protocol 2001 (Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, versie 6.0, 1 februari 2018). De veldmedewerker die de werkzaamheden heeft uitgevoerd, de heer P.J. Klok, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW). Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heer S. Beker. Een tekening met de ligging van de uitgevoerde boringen is toegevoegd als bijlage 8. Tijdens de werkzaamheden zijn voor wat betreft de parameter PFAS maatregelen getroffen om contaminatie zoveel als mogelijk te voorkomen, zoals staat omschreven in het “Kennisdocument voor Bemonstering en analyse van PFAS-verbindingen in grond- en grondwater”. Er hebben geen kritieke afwijkingen op de beoordelingsrichtlijn plaatsgevonden.

3.4 Bodemprofiel Tijdens de boor- en bemonsteringswerkzaamheden is het bodemmateriaal beoordeeld op kleur, textuur, bijmenging(en) en eventuele bijzonderheden. De boorstaten zijn als bijlage 3 zijn toegevoegd. Uit de terreininspectie blijkt dat het maaiveld verhard is met name verhard is met tegels en of klinkers. De bodem kan globaal als volgt worden omschreven. Vanaf het maaiveld wordt tot een diepte variërend van 1,5 tot 2,0 mmv matig fijn zand aangetroffen. Daaronder is een laag klei tot 2,10 m-mv aangetroffen. Van 2,1 tot 2,5 m-mv (maximale boordiepte) is veen aangetroffen. Ter plaatse van de boringen 001, 002, 004 tot en met 006, 008 en 010 zijn zwakke tot sterke olie/waterreacties waargenomen. Een overzicht is in onderstaande Tabel weergegeven. Tabel 3.2 overzicht olie/waterreacties per boring Boring Diepte boring Traject (m -mv) (m -mv) 001 2,00 0,05 - 0,50 0,50 - 1,00 1,00 - 1,30 1,30 - 1,60 1,60 - 2,00 002 2,00 0,05 - 0,50 0,50 - 0,80 0,80 - 2,00 003 2,00 0,05 - 0,90 0,90 - 1,20 004 2,50 0,05 - 1,00 1,00 - 1,20 1,20 - 1,90 1,90 - 2,10 2,10 - 2,50 005 1,00 0,05 - 0,80 0,80 - 1,00 006 2,00 0,05 - 0,90 0,90 - 1,30 1,30 - 2,00 007 0,50 0,05 - 0,20 0,20 - 0,50

MA210004.062.R01.V1.0

Textuur

Waargenomen bijzonderheden

Zand Zand Zand Zand Klei Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Klei Veen Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie zwakke olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie

18 van 26

008

2,00

009 010

0,50 1,50

011A 012

0,50 0,50

0,05 - 0,20 0,20 - 0,50 0,50 - 2,00 0,05 - 0,50 0,05 - 0,50 0,50 - 0,70 0,70 - 1,10 1,10 - 1,50 0,08 - 0,50 0,08 - 0,50

Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand Zand

geen olie-water reactie geen olie-water reactie sterke olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie matige olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie geen olie-water reactie

Er zijn verder geen afwijkende geuren (middels passieve geurwaarneming) en/of kleuren waargenomen.

3.5 Watermonstername Op 15 maart 2022 is het grondwater bemonsterd conform BRL SIKB 2000 en het daarbij behorend protocol 2002 (Het nemen van grondwatermonsters, versie 6.0, 1 februari 2018). De monsternemer, de heer H.J. van Ooijen, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van IenW. Voor de watermonstername is de grondwaterstand, zuurgraad, turbiditeit en geleidbaarheid bepaald. Deze zijn weergegeven in Tabel 5.2. De grondwaterstand is locatie- en seizoensgebonden en kan derhalve variëren.

3.6 Veldwerk verkennend asbestonderzoek De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd op 2 maart 2022 De coördinerend veldmedewerker, de heer P.J. Klok, is in dit kader geregistreerd bij het Ministerie van IenW. Tijdens de veldwerkzaamheden is assistentie verleend door de heer S. Bekker. Voor asbestonderzoek geldt dat bij meer dan 50 gewichtsprocent bodemvreemd materiaal protocol 2018 niet van toepassing is en het asbestonderzoek niet onder het BRL SIKB 2000 certificaat kan worden uitgevoerd. Voor onderhavig onderzoek is dat niet het geval. Tijdens het veldwerk waren de omstandigheden als volgt: •

Droog (neerslag <10 mm).

•

Helder (zicht >50 m).

•

Bedekking maaiveld: >95% verhard

De inspectie-efficiëntie van de maaiveldinspectie wordt geschat op circa 5 %. Tijdens de visuele inspectie zijn enkele foto’s gemaakt, die zijn toegevoegd in bijlage 2. Op basis van de visuele inspectie kan worden geconcludeerd dat zintuiglijk geen onderverdeling (wel/geen asbestverdacht materiaal) van de locatie kan worden gemaakt. In het opgeboorde/opgegraven materiaal van alle proefgaten/boringen is géén asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. In Fout! Verwijzingsbron niet gevonden. is een beschrijving gegeven van de verschillende proefgaten.

MA210004.062.R01.V1.0

19 van 26

Tabel 3.3 resultaten veldwerk proefgaten en bijzonderheden verrichte boringen Proefgat Onderzocht Bodemomschrijving Mengmonster traject (m-mv) fijne fractie 007 0,20 - 0,50 Zand, brokken beton, Asb7-2 brokken baksteen, brokken asfalt, geen oliewater reactie 009 0,05 - 0,50 Zand, brokken beton, -sporen asfalt, sporen baksteen, geen oliewater reactie 011A 0,08 - 0,50 Zand, zwak slakhoudend, ASB11a sterk baksteenhoudend, brokken asfalt, sporen metselpuin, geen oliewater reactie 012 0,08 - 0,50 Zand, brokken beton, brokken baksteen, sporen metselpuin, geen olie-water reactie

Afmetingen (l*b(m)) 0,3*0,3

Bodemvreemd materiaal (%) 12

Asbest aangetroffen Nee

0,3*0,3

2

Nee

0,3*0,3

15

Nee

0,3*0,3

3

Nee

Vervolgens zijn van de grond 2 monsters samengesteld ten behoeve van de microscopische analyse van de fijne fractie conform NEN 5898.

MA210004.062.R01.V1.0

20 van 26

4 Toetsingskader 4.1 Wet bodembescherming

De analyseresultaten zijn getoetst aan de streefwaarden (S) voor grondwater, de interventiewaarden (I) voor grond en grondwater uit de Circulaire bodemsanering 2013 en de achtergrondwaarden (AW) voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (behorende bij het Besluit bodemkwaliteit). De achtergrondwaarden voor grond zijn vastgesteld op basis van gehalten aan stoffen, zoals die voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden in Nederland die niet zijn belast door lokale verontreinigingsbronnen. De streefwaarden voor grondwater geven aan wat het ijkpunt is voor de milieukwaliteit op de lange termijn, uitgaande van Verwaarloosbare Risico’s voor het ecosysteem. De interventiewaarden geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor de mens, dier en plant ernstig zijn verminderd of dreigen te worden verminderd. De “tussenwaarde” (in onderhavig rapport aangeduid als T) betreft het rekenkundig gemiddelde van de achtergrondwaarde/streefwaarde en de interventiewaarde, maar maakt geen onderdeel meer uit van de toetsing die noodzakelijk is vanuit de Circulaire bodemsanering en Besluit bodemkwaliteit, maar fungeert in onderhavig rapport als triggerwaarde waarboven het vermoeden van een geval van ernstige verontreiniging bestaat en nader onderzoek wordt aanbevolen.

In de navolgende paragrafen wordt de aangetroffen verontreinigingssituatie aangeduid met de termen licht, matig en/of sterk waaraan de volgende definities zijn gegeven: •

Licht verontreinigd: betreft gehalten tussen de achtergrondwaarde en de “tussenwaarde” (gemiddelde van achtergrond- en interventiewaarde).

•

Matig verontreinigd: betreft gehalten tussen de “tussen”- en interventiewaarde.

•

Sterk verontreinigd: betreft gehalten die de interventiewaarden overschrijden.

4.1.1 Handelingskader PFAS De analyseresultaten van de stofgroep PFAS zijn getoetst aan de toepassingsnormen (voor het toepassen van grond en baggerspecie op landbodem) uit het Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie (versie december 2021).

4.1.2 Besluit en Regeling bodemkwaliteit In het geval van bodem c.q. grond zijn de analyseresultaten (indicatief) getoetst aan de maximale waarden behorende bij de diverse functieklassen zoals vermeld in bijlage B van de Regeling bodemkwaliteit.

4.1.3 Asbest in bodem De resultaten van het asbestonderzoek zijn getoetst aan de interventiewaarden uit de Circulaire bodemsanering 2013 (versie 1 juli 2013), dan wel aan de maximale samenstellingswaarden voor niet vormgegeven bouwstoffen uit het Besluit en Regeling bodemkwaliteit. In zowel de Circulaire, als het Besluit en Regeling, wordt als interventiewaarde een gehalte van 100 mg/kg d.s. gehanteerd. Het gehalte asbest wordt berekend uit het gewogen serpentijnasbestgehalte vermeerderd met 10 maal het amfiboolgehalte.

MA210004.062.R01.V1.0

21 van 26

5 Analyseresultaten 5.1 Bodem

Voor zware metalen en organische verbindingen dient een correctie plaats te vinden op basis van het gemeten lutum- en/of organisch stofgehalte in de bodem. Op basis van de gemeten gehalten aan lutum en organische stof worden de gerapporteerde gehalten omgerekende naar standaard bodem (10% organisch stof en 25% lutum).Bij het toetsen van de stofgroep PFAS aan de toepassingsnormen uit het Handelingskader (HK) hoeft bij een organisch stofpercentage tot 10% geen bodemtypecorrectie toegepast te worden. Als het organisch stofpercentage tussen 10% en 30% is gelegen, wordt wel een bodemtypecorrectie uitgevoerd. In Tabel 5.1 (grondmonsters) en Tabel 5.2 (watermonsters) zijn alleen de onderzochte parameters vermeld waarvan de gehalten dan wel concentraties de achtergrondwaarden (grondmonsters) c.q. streefwaarden (grondwater) overschrijden. De toetsing van alle parameters is opgenomen als bijlage 5. In Tabel 5.1 staat per (meng)monster de indicatieve kwaliteitsklasse vermeld met betrekking tot de stofgroep PFAS. Tabel 5.1: getoetste analyseresultaten grond(meng)monsters in mg/kg ds AnalyseBoring Traject Textuur Visuele waarneming monster (m -mv) mm bg +PFAS

mm og +PFAS

008

0,20 - 0,50

Zand

010

0,05 - 0,50

Zand

010

1,10 - 1,50

Zand

Actualisatie verontreiniging bij de vml. OBAS Afp 2 001 1,00 - 1,30 Zand 002-3

002

0,80 - 1,00

Zand

Afp 4

003

0,90 - 1,20

Zand

Afp 5

004

1,90 - 2,10

Klei

Afp 1

004

1,00 - 1,20

Zand

Afp 3 *)

005

0,80 - 1,00

Zand

005-3

005

0,80 - 1,00

Zand

006-3

006

008-4 010-3 *)

br. beton, br. baksteen, br. asfalt, geen olie-water reactie br. beton, sp. asfalt, sp. baksteen, geen olie-water reactie

geen olie-water reactie

sp. schelpen, zw. olie-water reactie br. klei, sp. baksteen, sp. kooldeeltjes, zw. olie-water reactie sp. schelpen, sp. puin, geen olie-water reactie lg. zand, geen olie-water reactie sp. schelpen, sp. baksteen, zw. olie-water reactie sp. schelpen, sp. puin, zw. oliewater reactie sp. schelpen, sp. puin, zw. oliewater reactie

Analyse pakket

> AW

GSSD

Toets Wbb

Toets Bbk / HK MWI

St. pakket

Kwik

0,17

*

+ PFAS

Lood

114

*

175 2,68 94,5 250

* * * *

St. pakket

Zink PAK-10 PCB-7 Minerale olie C10 C40 Kwik

0,35

*

+ PFAS

Lood Molybdeen PAK-10

210 1,6 1,68

* * *

Min. olie + aromaten Min. olie + aromaten

-

-

<AW

AW

-

-

<AW

AW

Min. olie + aromaten Min. olie + aromaten Min. olie + aromaten Min. olie + aromaten Min. olie + aromaten

-

-

<AW

AW

-

-

<AW

AW

-

-

<AW

AW

-

-

<AW

AW

Xylenen

3,85

*

NT

MWW

Ethylbenzeen 0,50 * Min. olie + Xylenen 0,58 * MWI aromaten 008 1,00 - 1,50 Zand Min. olie + Minerale olie C10 1950 * NT aromaten C40 010 0,70 - 1,10 Zand zw. kooldeeltjes h., ma. olieMin. olie + <AW AW water reactie aromaten Opgemerkt wordt dat per abuis monster 005-3 (0,8 tot 1,0 m-mv) twee keer ter analyse is aangeboden. De licht verontreinigde monster wordt gehanteerd. Onduidelijk is waardoor verschil veroorzaakt wordt. 0,90 - 1,30

MA210004.062.R01.V1.0

Zand

sp. schelpen, sp. puin, zw. oliewater reactie St. olie-water reactie

22 van 26

Tabel 5.2: getoetste analyseresultaten grondwatermonsters in µg/l Nr.

Filterdiepte

Waterstand

Zuurgraad

Geleidbaarheid

Turbiditeit

Analyseparameter

Parameters

Conc.

(m-mv)

(m-mv)

(pH)

(µS/cm)

(NTU)

004

1,50 - 2,50

0,50

7,1

1400

43,8

St. pakket

Xylenen

0,28

>S

025

1,50 - 2,50

1,40

7,1

1894

43,8

St. pakket

-

-

<S

Verklaring gebruikte afkortingen Wbb : Wet bodembescherming AW : achtergrondwaarde 2000 S : streefwaarde T : “tussenwaarde” I : interventiewaarde GSSD : gestandaardiseerde meetwaarde Bbk : Besluit bodemkwaliteit (indicatief) NVB : niet-vormgegeven bouwstof AW : voldoet indicatief aan klasse “achtergrondwaarde” MWW : voldoet indicatief aan klasse “wonen” MWI : voldoet indicatief aan klasse “industrie” NT : indicatief “niet toepasbaar” Verklaring der tekens * : groter dan AW/S en kleiner of gelijk aan T ** : groter dan T en kleiner of gelijk aan I *** : groter dan I : geen waarde vastgesteld Voetnoten #1

>S

Toets Wbb

st. pakket sp. zw. ma. st. uit. vol. re. br. lg. -h. asbv. mat

: standaard pakket : sporen : zwak : matig : sterk : uiterst : volledig : resten : brokken : laagjes : -houdend : asbestverdacht materiaal

Gehalte Conc.

: gemeten gehalten in mg/kg d.s. PCB in µg/kg : gemeten concentratie in µg/l

Conform CROW400 dient stofvorming voorkomen te worden, aandacht besteden aan hoge pH-waarde van de bouwstoffen en mogelijk aanvullende maatregelen te bepalen door veiligheidskundige (bv. handschoenen, overall, veiligheidsschoenen, etc.).

5.2 Asbest Op maaiveld en of in het opgeboorde materiaal is geen grove fractie aangetroffen. In Tabel 5.3 zijn de resultaten van de analysemonsters weergegeven. In bijlage 4 zijn de analyseresultaten en een overzicht van de toegepaste analysemethoden weergegeven. De monsters van de fijne fractie zijn onderzocht op de aanwezigheid van asbest conform NEN 5898. In Tabel is een overzicht gegeven van het totale gehalte aan asbest per proefgat. Het gewogen gehalte aan asbest in de fijne fractie is gecorrigeerd in relatie tot het totale monstergehalte. Het totale gehalte asbest per proefgat bestaat uit het totale gewogen gehalte aan asbest in de grove fractie opgeteld met het gecorrigeerde gehalte gewogen asbest in de fijne fractie. Opgemerkt wordt dat geen correctie heeft plaatsgevonden indien de detectiegrens niet wordt overschreden, of wanneer geen sprake is van een grove fractie. In bijlage 4 zijn ook de analyseresultaten weergegeven. Tabel 5.3: overzicht totaal gehalte asbest per proefgat of RE in mg/kg ds (Meng)monster Proefgat Traject Textuur fijne fractie (cm mv)

ASB 11a

011A

0,08 - 0,50

ASB 7-2

007

0,20 - 0,50

Zand, zw. slakh., st. baksteenh., br. asfalt, sp. metselpuin, geen olie-water reactie Zand, br. beton, br. baksteen, br. asfalt, geen olie-water reactie

Gewogen gehalte grove fractie (mg/kg ds) 0

Gecorrigeerd gewogen gehalte fijne fractie (mg/kg ds) <2

Totaal gehalte gewogen asbest (mg/kg ds)

0

<2

<2

<2

Indien het (maximale) asbestgehalte kleiner is dan de helft van de interventiewaarde is het statistisch aannemelijk dat ook in een nader onderzoekstraject de interventiewaarde niet zal worden overschreden. In deze

MA210004.062.R01.V1.0

23 van 26

gevallen geldt er geen noodzaak tot het uitvoeren van een nader onderzoek asbest. In onderhavige geval is nader onderzoek niet noodzakelijk.

MA210004.062.R01.V1.0

24 van 26

6 Conclusies en aanbevelingen Geonius Milieu B.V. heeft in opdracht van de heer Uluoz een verkennend en nader bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van de locatie aan de Amsteldijk Noord 17 te Amstelveen. Aanleiding voor het uitvoeren van het bodemonderzoek vormt de aanvraag van een omgevingsvergunning. Het meest recente bodemonderzoek dateert uit 2017 en beperkte zich tot analyse van grond en grondwater op minerale olie en vluchtige aromaten. De in 2017 aangetoonde grondverontreiniging ter plaatste van de OBAS betreft een verontreiniging met minerale olie en vluchtige aromaten op een diepte van circa 1,0 m-mv, dit is tevens de grondwaterstand. Het grondwater ter plaatse is destijds niet onderzocht. Doelstelling van het bodemonderzoek is om inzicht in de actuele milieuhygiënische kwaliteit van de bodem te krijgen en tevens de omvang van de bekende bodemverontreiniging bij de OBAS vast te stellen.

6.1 Conclusies Na uitvoering van het verkennend bodemonderzoek blijkt het volgende. Gehele terrein: •

Visueel zijn erin de bovengrond bijmengingen van beton, baksteenhoudend, asfalthoudend en plaatselijk oliewaterreacties waargenomen.

•

De bovengrond (0,05-0,5 m-mv) ter plaatse van boringen 008 en 010 is licht verontreinigd met zware metalen, PAK, PCB en minerale olie. Op basis van het oliechromatogram wordt geconcludeerd dat het mogelijk een (oude) motorolie betreft. De ondergrond (1,1-1,5m-mv) ter plaatse van boringen 010 is licht verontreinigd met zware metalen en PAK.

•

Opgemerkt wordt dat de aangetoonde verontreinigingen passen in het beeld van het vooronderzoek.

•

Uit de toetsing van de analyseresultaten aan de toepassingsnormen (voor het toepassen van grond en baggerspecie) uit het Handelingskader PFAS blijkt dat de kwaliteit van de onderzochte bodem voor de stofgroep PFAS indicatief varieert van “wonen” tot “industrie”.

•

Het grondwater in peilbuis 25 (herbemonsterd) is niet verontreinigd.

Actualisatie verontreiniging voormalige OBAS: •

Visueel zijn er ter plaatse van de voormalige OBAS, maar ook aan de zijkant van het pand, langs het Bankraspad oliewaterreacties waargenomen. De diepte varieert van de bovengrond tot ondergrond. Analytisch zijn er geen tot lichte verontreinigingen met ethylbenzeen, xylenen of minerale olie ter plaatse van de boringen 006 (achterzijde ) en 008 (zijkant pand, ter hoogte van OBAS) en ook ter plaatse van de zijkant/voorkant van het pand (boring 010).

•

Opgemerkt wordt dat er weliswaar zwakke tot een sterke oliewaterreacties zijn waargenomen, maar dit resulteert niet in verontreinigingen met minerale olie en of aromaten. Ter plaatse van de OBAS is de eerder geconstateerde sterke verontreiniging met minerale olie niet (meer) aangetoond.

•

Het grondwater in peilbuis 004 ter plaatse van de voormalige OBAS is licht verontreinigd met xylenen. Dit past in beeld van het vooronderzoek. Ook in 2017 zijn er verhoogde xyleenconcentratie aangetoond .Verder wordt opgemerkt dat de mogelijk olieverontreiniging ter plaatse van de OBAS ook niet in het grondwater is aangetoond.

MA210004.062.R01.V1.0

25 van 26

•

Op maaiveld en in het opgeboorde materiaal is geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Visueel zijn er in de bovengrond plaatselijk sporen puin en of brokken beton aangetroffen. Analytisch is er geen asbest aangetoond. Er is met voldoende betrouwbaarheid vastgesteld dat op de locatie geen asbest in de bodem aanwezig is. Vervolgonderzoek en maatregelen zijn niet noodzakelijk.

Op basis van de resultaten van onderhavig verkennend bodemonderzoek kan worden geconcludeerd dat er veel bodemonderzoeken zijn uitgevoerd, verontreinigingen zijn aangetoond en of verwijderd. Hiermee is de algemene kwaliteit afdoende vastgesteld en blijkt dat er ter plaatse van de voormalige OBAS geen verontreiniging met minerale olie in grond of grondwater is aangetoond.

6.2 Aanbevelingen Voordat eventuele bouwwerkzaamheden op de locatie plaatsvinden adviseren we de vrijkomende grond middels een partijkeuring conform de richtlijnen uit het Besluit bodemkwaliteit te laten onderzoeken teneinde de hergebruikmogelijkheden van de vrijkomende grond te bepalen. Op basis van onderhavig onderzoek is onvoldoende beeld van de bodemkwaliteit onder het pand. Dit zal aanvullend na sloop van het pand nog uitgevoerd moeten worden.

MA210004.062.R01.V1.0

26 van 26

Bijlagen

Kenmerk

Bijlage 1 Topografische overzichtskaart

Kenmerk

Bijlage 2 Foto’s locatie en proefgaten

Kenmerk

Bijlage 3 Boorstaten incl. legenda

Kenmerk

Legenda (conform NEN 5104) grind

klei Grind, siltig

geur Klei, zwak siltig

geen geur zwakke geur

Grind, zwak zandig

matige geur

Klei, matig siltig

sterke geur Grind, matig zandig

Klei, sterk siltig

Grind, sterk zandig

Klei, uiterst siltig

Grind, uiterst zandig

Klei, zwak zandig

uiterste geur

olie geen olie-water reactie zwakke olie-water reactie matige olie-water reactie sterke olie-water reactie Klei, matig zandig

Klei, sterk zandig

zand

uiterste olie-water reactie

p.i.d.-waarde >0

Zand, kleiïg

>1 >10

Zand, zwak siltig

>100

leem

>1000

Zand, matig siltig

Leem, zwak zandig

Zand, sterk siltig

Leem, sterk zandig

Zand, uiterst siltig

>10000

monsters geroerd monster

overige toevoegingen zwak humeus

ongeroerd monster volumering

veen Veen, mineraalarm

matig humeus

overig bijzonder bestanddeel

Veen, zwak kleiïg

sterk humeus

Gemiddeld hoogste grondwaterstand grondwaterstand Gemiddeld laagste grondwaterstand

Veen, sterk kleiïg

zwak grindig

Veen, zwak zandig

matig grindig

Veen, sterk zandig

sterk grindig

slib

water

peilbuis blinde buis

casing

hoogste grondwaterstand gemiddelde grondwaterstand laagste grondwaterstand zand afdichting bentoniet/mikoliet/klei afdichting

grind afdichting filter

Kenmerk

Bijlage 4 Analysecertificaten

Kenmerk

Bijlage 5 Toetsing Wet bodembescherming

Kenmerk

Bijlage 6 Toetsing Besluit bodemkwaliteit

Kenmerk

Bijlage 7 Overzicht bronnen vooronderzoek

Kenmerk

Bronvermelding Voor de uitvoering van een vooronderzoek kunnen verschillende aanleidingen van toepassing zijn: A.

Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek;

B.

Opstellen hypothese over de aanwezigheid van potentieel bodembedreigende (bedrijfs)activiteiten bij nulsituatie- en eindsituatie-onderzoek;

C.

Opstellen hypothese over de bodemkwaliteitsklasse van ontvangende bodem voorafgaande aan het toepassen van grond of baggerspecie;

D.

Opstellen hypothese over de milieuhygiënische kwaliteit ten behoeve van partijkeuring;

E.

Opstellen of actualiseren bodemkwaliteitskaart;

F.

Toetsing gebruik bodemkwaliteitskaarten bij te ontgraven grond en het toepassen van grond;

G.

Opstellen hypothese over de bodemkwaliteit bij tijdelijke uitplaatsing en bij overig projectmatig grondverzet ten behoeve van het inschatten van arbeidshygiënische risico's.

De verplichte te onderzoeken aspecten zijn per aanleiding omschreven in onderstaande tabel. Tabel: onderzoeksaspecten milieuhygiënisch vooronderzoek Onderzoeksaspecten

1. Locatiegegevens

Aanleidingen tot vooronderzoek A

B

O

O

Bodemopbouw

Antropogene lagen in de bodem

Geohydrologie

Geval van ernstige bodemverontreiniging?

Kwaliteit o.b.v. Bkk

Kwaliteit o.b.v. uitgevoerde

Eigendomssituatie

C

D

3. Verwachting t.a.v. de bodemkwaliteit

F

G

Hoogteligging 2. Bodemopbouw en geohydrologie

E

O

bodemonderzoeken 4. Gebruik en beïnvloeding van de

Voormalig

O

locatie, verdachte situatie, activiteiten,

Huidig

ongewoon voorval

Toekomst Asbestverdacht?

 

O 

5. Terreinverkenning 

Verplicht onderzoeksaspect. Indien dit onderzoeksaspect niet van toepassing is, behoort dit in het rapport te worden vermeld en gemotiveerd

O

Kenmerk

Optioneel

Afhankelijk van de aanleiding zijn ten behoeve van het vooronderzoek diverse bronnen geraadpleegd. Tabel: geraadpleegde bronnen voor aanleiding A ''Opstellen hypothese over de milieuhygiënische bodemkwaliteit ten behoeve van uit te voeren bodemonderzoek'' Informatie

Geraadpleegd?

Bron

Opmerkingen

Onderzoeksvraag: wat is de afbakening van het onderzoeksgebied? Eigendomssituatie

Ja

Kadaster

-

Hoogteligging

Ja

AHN

-

Oppervlakte en afbakening onderzoeksgebied

Ja

Opdrachtgever

-

Onderzoeksvraag: wat is de bodemopbouw en geohydrologie en is sprake van verschillende fysische kwaliteiten/bodemvreemde lagen? Bodemtype

Ja

Dinoloket

-

Antropogene lagen in de bodem

Ja

Dinoloket

-

Ja

Dinoloket

-

www.bodemloket.nl/ bevoegd

-

(dempingen/ophogingen) Geohydrologie (grondwaterstand/drainage/bemaling/ onttrekking/infiltratie)

Onderzoeksvraag: vermoeden van (een geval van ernstige) bodemverontreiniging? Geval van ernstige bodemverontreiniging?

Ja

gezag Wbb

Onderzoeksvraag: is sprake van beïnvloeding vanuit omgeving op de kwaliteit bodem of grondwater? Bodem- en grondwaterkwaliteit nabij de

Ja

locatie

www.bodemloket.nl /bevoegd

-

gezag Wbb

Onderzoeksvraag: wat is de te verwachten bodemkwaliteit? Kwaliteitsklasse

Ja

Omgevingsdienst

(o.b.v. gemeentelijke nota bodembeheer/Bkk/ uitgevoerde bodemonderzoeken)

Onderzoeksvraag: is sprake van potentiële bronnen van bodemverontreiniging en is sprake van verdachte parameters? Hinderwet-, Wm- of Wabo-vergunningen

Ja

Omgevingsdienst

-

Archief BOOT

Ja

Omgevingsdienst

-

Aanvullende eisen standaard stoffenpakket

Ja

Omgevingsdienst

-

Voormalig/huidig gebruik

Ja

www.topotijdreis.nl

-

Terreininspectie

Ja

Geonius

-

Hinderwet-, Wm- of Wabo vergunningen

Ja

Omgevingsdienst

-

Historisch/Huidig gebruik

Ja

www.topotijdreis.nl

-

Ja

Geonius

-

(b.v. bebouwing/infrastructuur/verharding/ dammen/brandplekken)

Onderzoeksvraag: is de bodem asbestverdacht?

(ophogingen, dempingen) Terreininspectie

Kenmerk

Informatie (b.v. aanwezigheid bebouwing/ beschoeiingen/ glastuinbouw/dammen/halfverhardingen/ funderingslagen/opslagdepots)

Kenmerk

Geraadpleegd?

Bron

Opmerkingen

Bijlage 8 Situatietekening

Kenmerk

pad

Amsteld ijk

Noord

Ban kras

Bebouwing Perceel Onderzoekslocatie

Boringen tot 1 meter tot 2 meter Project

Nader onderzoek Amsteldijk Noord 17 te Amstelveen

Onderdeel

Situatietekening

Proefgat Peilbuis

Geonius Milieu +31 (0) 88 1300 600

Fotolocaties

Projectnr

MA210004.062

Projectleider

F. Huitink

Bijlagenr

T8

Getekend

N. van Rijswijk

Datum

17-03-2022

Formaat

A3

Richting fotolocatie

Schaal

De Asselen Kuil 10

6161 RD Geleen www.geonius.nl

40

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=71e443ce-40f5-447a-8ee3-9d9bf52e70b0