Bijlage 2 - Notitie uitwerking Septembercirculaire 2025 en BUIG
Tekst van het document
INTERNE NOTITIE
Aan Via
Van
Betreft
Gemeenteraad Adam Elzakalai (Wethouder Financiën) Wouter Zeilstra/Ruud Koper
Kenmerk
7 oktober 2025 Z25-116011 / D25-365784
Kopie
Directie
Datum
Uitkomsten Septembercirculaire 2025 en nadere bekendmaking bijstandsbudgetten (BUIG) Deze notitie informeert u over de uitkomsten van de septembercirculaire 2025 en de bekendmaking van de bijstandsbudgetten 2025 (definitief) en 2026 (voorlopig). Deze informatie is aangekondigd in de Programmabegroting 2026. De notitie sluit af met voorstellen voor besluitvorming. Samenvatting uitkomsten 1. De septembercirculaire en bekendmaking BUIG-budgetten betekent voor 2025 onderaan de streep een incidenteel voordeel van afgerond € 6,6 miljoen. Dit incidentele voordeel komt ten gunste van de algemene reserve. € 2,0 € 4,2
€ 0,4 € 6,6
Betreft afrekening BTW Compensatiefonds 2025 (BCF). Door bijstelling van de maatstaven en dan met name de maatstaf Huishoudens met laag inkomen. Hierin zit ook meegenomen € 1,8 miljoen afrekening over ‘oude jaren’ 2023/2024. N.a.v. de definitieve vaststelling van de BUIG budgetten 2025 en correcties van het uitgavenbudget. Totaal positief incidenteel effect
De maatstaf huishoudens met laag inkomen is een van de belangrijkste maatstaven die doorwerkt in diverse andere maatstaven. Hiermee is deze maatstaf voor 20% verantwoordelijk voor de uitkering uit het gemeentefonds. Schommelingen hierin hebben dan ook doorgaans een groot effect en kan de ene keer positief zijn maar dit kan ook de andere kant op gaan. 2.
Structureel is er vanaf 2026 een voordeel van € 0,4 miljoen. Hiervan wordt voorgesteld deze toe te voegen aan de stelpost nominaal/areaal voor het opvangen van toekomstige schommelingen in de maatstaven (Huishoudens met laag inkomen) en eventuele hogere inflatiecijfers. De belangrijkste structurele effecten zijn: - € 0,4 € 2,0 € 0,2 € 0,4 -€ 1,8 € 0,4
Nadelige effect door lagere prijsindex Bruto Binnenlands Product (pBBP). Positieve effect door de bijstelling van maatstaven waaronder de maatstaf Huishoudens met laag inkomen. Positieve effect door aanpassingen van de loon- en prijsontwikkeling Jeugd en diverse andere kleinere bijstellingen. Positieve effect door de bijstelling van de BUIG budgetten en uitgaven 2025. Nadelige effect vanwege de bekendmaking van de voorlopige BUIG budgetten. Totaal positief structureel effect
[] 100/F012/ICT
Pagina
3.
2 van 8
De circulaire bevat verder de nodige specifieke taakmutaties. Deze mutaties worden: a. Als regel budgettair neutraal verwerkt in relatie met samenhangende uitgavenen of inkomstenposten. b. Taakmutaties via de septembercirculaire verkregen voor het lopende jaar worden niet budgettair verwerkt maar komen ten gunste van de algemene middelen. Echter bevat de taakmutaties dit keer een afrekening over de tekorten op jeugdmiddelen uit achterliggende jaren (n.a.v. rapport Commissie Van Ark). Het gaat voor Amstelveen om afgerond € 3,0 miljoen. Hiervan wordt voorgesteld deze te reserveren voor verwachte implementatie uitgaven als gevolg van de verplichte regionale inkoop.
1. Financieel totaaloverzicht met toelichting 2025
2026
2027
2028
2029
1.740
0
0
0
0
2.469
2.295
2.555
2.555
2.555
-433
-713
-713
-713
2.469
1.862
1.842
1.842
1.842
0
0
0
0
A. Uitkomsten septembercirculaire A.1. budgettatir septembercirculaire 2025 e.v. 1a. Incidenteel: - mutaties oude jaren
1.740
1b. Accres: - bijstelling areaal (aantallen) - Volume/LPO/uitkeringsfactor 1c. Overig: - Incidenteel BTW-compensatiefonds
2.037 2.037
A.2. taakmutaties 2a. Toegekende taakmutaties
2.992
3.291
265
135
135
2b. Aanpassing bijbehorende uitgavenbudgetten
-2.992
-3.291
-265
-135
-135
A. Effect septembercirculaire B. BUIG-gelden C = A+B. TOTAAL EFFECT SEPTEMBERCIRCULAIRE EN BUIG
6.246
1.862
1.842
1.842
1.842
379
-1.417
-1.417
-1.417
-1.417
6.625
445
425
425
425
0
445
425
425
425
6.625
0
0
0
0
WAARVAN: C1. Structureel te reserveren via Stelpost nominaal/areaal C2. Incidenteel ten gunste van algemene reserve
A.1 Budgettair effect septembercirculaire 2025 Het budgettair effect is te onderscheiden in incidentele en structurele effecten. De mutaties in de kolom 2025 zijn incidenteel. De rubriek taakmutaties (A.2) bevat zowel structurele als (meerjarig) incidentele bedragen. De overige mutaties 2026 en verder zijn structureel. 1a. mutaties/afrekeningen oude jaren (2023/2024) Aanpassingen op verdeelmaatstaven1 in oude uitkeringsjaren door actuelere CBSstatistieken zorgen voor een incidenteel voordeel van € 1,74 miljoen, met name door de bijstelling van de maatstaf Huishoudens met laag inkomen.
Het gaat om wijzigingen in de gehanteerde aantallen op lokale en landelijke volumes, inclusief doorwerking daarvan in de uitkeringsfactor. 1
Pagina
3 van 8
Effecten op deze maatstaf zijn groot omdat deze ook onderdeel is van andere maatstaven. Deze maatstaf wordt afgerond op honderdtallen waardoor een ‘kleine’ bijstelling toch een groot gevolg heeft. Hierdoor kunnen schommelingen ontstaan en daarom gaat men ook toe naar een 3-jaarlijks gemiddelde om grote positieve/negatieve schommelingen te verminderen. 1b. algemene mutaties accres, uitkeringsfactor, areaal/nominaal, c.a. Deze paragraaf behandelt de meerjarige accresontwikkeling in samenhang met de nominale ontwikkeling en overige algemene mutaties die met elkaar de groei/krimp van de speelruimte van de algemene uitkering bepalen. De bijstellingen op accres en uitkeringsfactor vinden plaats op twee niveaus: • Voor het lopende jaar 2025 en het eerstvolgende begrotingsjaar 2026 vindt een gedetailleerde uitwerking plaats; • Voor het meerjarig perspectief, de jaren 2027-2029, is de uitwerking trendmatig met als uitgangspunt een reële nullijn. Deze benadering doet recht aan de “zachtheid” van toekomstige accresramingen en draagt bij aan stabiliteit en rust in het begrotingsproces met bijbehorende integrale afweging. Incidenteel geven de bijstellingen over 2025 een voordeel van € 2,5 miljoen. Structureel geven de diverse bijstellingen een voordeel van € 1,8 miljoen. Toelichting op 1d Algemene mutaties
2025
2026
2027
2028
2029
1b2. Bijstelling volume 1b1. Bijstelling LPO en uitkeringsfactor 1b3. Overige technische mutaties
2.053 416
2.193 -433 102
2.468 -713 87
2.468 -713 87
2.468 -713 87
Totaal 1b Algemene mutaties
2.469
1.862
1.842
1.842
1.842
De uitwerking 2025/2026 geeft het volgende beeld: • In 2025 is sprake van een voordeel van € 2,1 miljoen als gevolg van mutaties in de volumes van de verdeelmaatstaven (1b1), landelijk en lokaal. De betreft vrijwel enkel de bijstelling van de maatstaf Huishoudens met laaginkomen. • Dit werkt in 2026 door en neemt zelfs nog verder toe. Hier staat tegenover dat door een bijstelling van het pBBP (1b2) een nadeel bijkomt van circa € 0,4 miljoen. • De overige technische mutaties (1bc) bevatten de incidentele taakmutaties voor 2025 die niet worden doorvertaald naar de samenhangende budgetten. Belangrijkste post zijn extra middelen voor de landelijke verkiezingen. In de tweede tijdvakrapportage zijn de verwachte extra kosten reeds opgenomen. Voor het meerjarig perspectief, de jaarschijven 2027-2029, volgt de uitwerking een eigen trendmatige raming op basis van een reële nullijn ten opzichte van het begrotingskader in de Perspectiefnota. In de notitie bij de meicirculaire is dit nader uitgewerkt en toegelicht. Ten opzichte van de meicirculaire bevat de septembercirculaire in de latere jaarschijven: • De structurele doorwerking van de bijstelling van de maatstaven met voornamelijk de maatstaf Huishoudens met laag inkomen. • Een negatieve bijstelling van het volumeaccres (o.b.v. historische gemiddelde groei BBP) van € 0,7 miljoen. • Een loon- en prijsbijstelling rondom Jeugdmiddelen.
Amstelveen kent zijn eigen indexatie systematiek die via de perspectiefnota plaatsvindt en is gebaseerd op OVA indexatie
Pagina
4 van 8
1c. onderuitputting BCF (BTW compensatiefonds) De septembercirculaire bevat een toevoeging aan het gemeentefonds van € 428 miljoen (incidenteel 2025) op basis van een verwachte onderuitputting van het BCF over 2025. Voor Amstelveen betekent dit een incidenteel voordeel van afgerond € 2,0 miljoen. Gemeenten kunnen hun betaalde BTW (met inachtneming van de nodige nuanceringen) declareren bij het BCF. In het kader van het Regeerakkoord Rutte II was het voornemen om dit fonds af te schaffen. In nader overleg met de VNG is hiervan afgezien, maar is wel het budgettaire risico afgewenteld op de gemeenten. Als gemeenten in totaliteit meer declareren dan beschikbaar in het BCF, dan wordt dit bedrag gekort op het gemeentefonds. Als gemeenten minder declareren komt het niet benutte deel van het fonds (onderuitputting) ten gunste van het gemeentefonds. De nu conform de circulaire verwerkte mutatie is een voorlopige afrekening. De definitieve vaststelling volgt in de meicirculaire 2026. A.2. Taakmutaties Onder de noemer taakmutaties behandelt deze paragraaf nieuwe toevoegingen aan de algemene uitkering vanwege specifieke maatregelen (taakmutaties). De algemene beleidslijn is, dat het in deze gevallen gaat om wijzigingen in taken/werkzaamheden en dat er een directe relatie is met samenhangende uitgavenbudgetten waarmee verrekening plaatsvindt.
Afhankelijk van de aard en omvang van de maatregel kan nadere besluitvorming plaatsvinden aan de hand van aparte advisering. Onderstaand overzicht zet deze mutaties op een rij, waarna een postgewijze toelichting volgt. Specificatie taakmutaties
bedrag x 1.000 euro 2025
a) Wet integrale suïcidepreventie b) Hervormingsagenda jeugd 2023 en 2024
2026
2027
2028
2029
57
57
57
57
46
11
3
3
2.992
c) Implementatie participatiewet in balans d) CDOKE uitkering
2.998
e) Participatie (beschut werk en sociale infra)
113
120
-2
-2
f) Overheidsbrede dienstverlening
77
77
77
77
3.291
265
135
135
Totaal toekenning taakmutaties
2.992
A) Wet integrale suïcidepreventie Op 1 januari 2026 treedt de Wet integrale suïcidespreventie in werking. Gemeenten worden op grond van deze wet geacht suïcidepreventie in hun gezondheidsbeleid op te nemen en uit te voeren. B) hervormingsagenda jeugd 2023/2024 N.a.v. het adviesrapport van de commissie Van Ark krijgen gemeente een incidenteel bedrag ter dekking van tekorten op de jeugdhulp in achterliggende jaren (2023/2024). De helft van deze tekorten is voor rekening van de gemeente zelf en de andere helft komt nu vanuit het Rijk. Voor Amstelveen betekent dit een bedrag van afgerond € 3,0 miljoen. Voorgesteld wordt dit bedrag te reserveren voor de implementatiekosten die nodig zijn voor het verplicht regionaal inkopen. De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg verplicht ons om binnen enkele jaren de inkoop en organisatie van een deel van de jeugdhulp te doen in jeugdhulpregio-verband. De wet verplicht de regio’s tot een gemeenschappelijke regeling met een regionale visie. Het instappen in en opbouwen van de samenwerking betekent een enorme verandering voor onze gemeente die alle facetten van de jeugdhulp-operatie raakt. De benodigde inzet en expertise hiervoor vraagt om een investering waarvoor momenteel nog een plan wordt
Pagina
5 van 8
uitgewerkt. Door de extra verkregen middelen hiervoor te reserveren is dekking straks voorhanden. C) Implementatie participatiewet in balans Het wetsvoorstel Participatiewet in Balans is een initiatief om de Participatiewet te vereenvoudigen en te verbeteren, met name door meer maatwerk, versoepeling van regels en een menselijkere aanpak. D) CDOKE uitkering De decentralisatie-uitkering CDOKE vervangt de SPUK CDOKE. In 2026 wordt een totaalbedrag van ruim € 666 miljoen beschikbaar gesteld aan gemeenten om uitvoering te kunnen geven aan hun taken op het gebied van klimaat- en energiebeleid. Hiervan wordt € 30,5 miljoen in een volgende circulaire verdeeld op basis van een in overleg met de VNG nog vast te stellen verdeelsleutel. De middelen zijn ook beschikbaar voor de periode 2027 t/m 2030, maar de uitkeringsvorm na 2026 is nog niet bepaald. Bij de omzetting van een Spuk naar een decentralisatie-uitkering is wel rekening gehouden met een korting van 10% Dit komt voort uit de plannen van het kabinet om het aantal spuk’s te verminderen. De administratieve lasten zouden hierdoor moeten dalen waardoor 10% minder budget nodig zou zijn. In de praktijk betekent dit voor gemeente dat er simpelweg 10% minder budget is omdat vermindering van administratieve lasten niet direct een vermindering aan benodigd personeel betekent.
Voor Amstelveen komt een bedrag beschikbaar van bijna € 3,0 miljoen. Dit is ondanks een korting van 10% wel substantieel hoger dan de € 1,6 miljoen die verwacht werd bij het opstellen van PLECK 7.0. Voor de extra verkregen middelen zullen de benodigde plannen worden opgesteld. E) Participatie (beschut werk en sociale infrastructuur) In de periode 2025-2027 wordt in totaal ruim € 110 miljoen beschikbaar gesteld om de werking van loonkostensubsidie (LKS) bij beschut werk te verbeteren. Voor werknemers met een indicatie beschut werk zal een forfaitaire LKS (vaste vergoeding voor gemiste loonkosten) worden ingevoerd. Deze maatregel vergt een wetswijziging die naar verwachting in 2028 in werking zal treden. Tot het moment dat de wetswijziging is gerealiseerd worden de extra middelen toegevoegd aan de Rijksbijdrage Beschut Werk (IU Participatie). F) Overheidsbrede dienstverlening De SPUK Informatiepunten Digitale Overheid (IDO) wordt vanaf 2026 omgezet naar de decentralisatie-uitkering Overheidsbrede Dienstverlening. Via deze decentralisatie-uitkering worden gemeenten gefaciliteerd om laagdrempelige en empathische ondersteuning te bieden bij regelzaken met de (digitale) overheid en om hun regierol in het lokale netwerk in te vullen. Hiervoor is vanaf 2026 een structurele bijdrage van € 15,4 miljoen beschikbaar.
Met deze decentralisatie-uitkering kunnen gemeenten, vanuit hun regiorol, lokaal bepalen waar en welke vorm van ondersteuning het meest passend is. De verdeling van de middelen over gemeenten is gebaseerd op het aantal inwoners en het aantal lager opgeleiden in gemeenten. Wel is met de omzetting van een SPUK naar een decentrale uitkering het budget met 10% gekort. Dit komt voort uit de plannen van het kabinet om het aantal spuk’s te verminderen. De administratieve lasten zouden hierdoor moeten dalen waardoor 10% minder budget nodig zou zijn. In de praktijk betekent dit voor gemeente dat er simpelweg 10% minder budget is omdat vermindering van administratieve lasten niet direct een vermindering aan benodigd personeel betekent.
Pagina
6 van 8
2. Bijstandsbudgetten / BUIG-gelden Op 30 september 2025 is door het Ministerie van SZW het zogenoemde “voorlopige macrobudget 2026” en “definitieve budget 2025” gepubliceerd: Voorlopige bijstandsbudgetten 2026 en definitieve budgetten 2025 bekend | Nieuwsbericht | Rijksoverheid.nl. Het macrobudget wordt vastgesteld met rekenregels van het CPB voor de prognose van het totale verwachte bijstandsvolume als afgeleide van de economische ontwikkeling en de ontwikkeling van de werkloosheid, rekening houdend met eventuele gevolgen van specifiek Rijksbeleid dat van invloed is op het bijstandsvolume. De bekendmaking van het BUIG-budget (Bundeling Uitkeringen Inkomensvoorziening Gemeenten) verloopt in drie stappen: 1. Rond 1 oktober wordt het “voorlopige budget” voor het komende jaar (t+1) bekend gemaakt. In deze berekening wordt eenmalig het budgetaandeel gewijzigd voor onder andere verwachte kans op bijstand, aantal huishoudens naar type en normbedragen. Dit leidt tot herverdeeleffecten tussen gemeenten; 2. Eind april wordt dit via het “nader voorlopige macrobudget” geactualiseerd voor bijstellingen op de omvang van het macrobudget. Daarnaast is de loonkostensubsidie (LKS) gebaseerd op het jaar (t-1) en niet meer op (t-2); 3. In oktober het jaar daarop volgt de “definitieve vaststelling budget” en wordt het budget aangepast voor de looncompensatie over het betreffende jaar.
Dan start ook de nieuwe cyclus met “voorlopig budget (t+1)”. Resultaat van de actualisatie Bijstandsgelden 2025/2026 De publicatie van SZW en actualisatie van de bijstandsuitgaven leidt tot het volgende (structurele) financiële beeld: Jaar 2025 2026 Totaal
Uitgaven 327.000 0 327.000
BUIG-budget 52.000 -/-1.796.000 -1.744.000
Bedrag x € 1 379.000 -/- 1.796.000 -/- 1.417.000
Voordeel Nadeel Nadeel
structureel structureel structureel
Jaar 2025 (definitieve vaststelling budget) Het Amstelveense BUIG-budget 2025 is definitief vastgesteld op € 28,3 miljoen. Dit is € 1,8 miljoen meer dan het voor de zomer bekend gemaakte nader voorlopige budget ad. € 26,5 miljoen. Dit wordt voor het overgrote deel verklaard door loonindexering. Bij de meicirculaire 2025 is de begroting 2025 reeds bijgesteld voor een te verwachten loonprijscompensatie van € 1,7 miljoen. Nu met de definitieve beschikking is sprake van een voordeel van € 52.000 op de inkomsten. Aan de uitgavenkant leidt de actuele prognose tot een bijstelling van € 327.000 voordelig en daalt het uitgavenniveau van € 22,6 miljoen naar € 22,3 miljoen. Deze daling wordt veroorzaakt door een lagere stijging van het minimumloon dan in eerste instantie rekening mee was gehouden (€ 0,5 miljoen) en minder opleggingen/meer kwijtscheldingen van totaal € 0,2 miljoen nadeel. Per saldo is ten opzichte van de actuele begroting sprake van een voordeel van € 379.000 in 2025.
Pagina
7 van 8
Jaar 2026 (voorlopig budget) Voor 2026 is nu een eerste voorlopige opgave verstrekt. Het macrobudget 2026 stijgt ten opzichte van 2025 met € 166 miljoen. Naast een jaarlijkse groei vanwege instroom in de bijstand door de geleidelijke afbouw c.q. inperking van WSW, Wajong en IOAW is deze groei het gevolg van een stijging van het bijstandsvolume als afgeleide van een door het CPB verwachte oplopende werkloosheid. Aan de inkomstenkant neemt het Amstelveense BUIG-budget af met € 1,8 miljoen van € 28,3 miljoen (zie boven, definitief budget 2025) naar € 26,5 miljoen. Op basis van de hiervoor toegelichte groei van het macrobudget, zou een toename van het budget logisch zijn geweest van ongeveer € 0,54 miljoen. Dit betekent dat sprake is van een herverdeeleffect van afgerond € 2,4 miljoen. Dit herverdeeleffect betreft actualisatie van de gehanteerde grondslagen in het verdeelmodel. Uit de gepubliceerde gegevens is niet te duiden wat de grootste oorzaken zijn die leiden tot zo’n substantieel herverdeeleffect. Dit betreft aanpassingen onder de motorkap in aantallen die uiteindelijk leiden tot een uit te keren BUIG-budget. De komende maanden wordt getracht meer duiding te krijgen over het ontstaan van dit verschil, maar voor nu is het een gegeven uitkomst. Naast het herverdeeleffect treden nog enkele andere mutaties op bij onder andere IOAW en Loonkostensubsidie.
De correctie loonprijsontwikkeling (LPO) 2026 volgt in het najaar 2026. Aan de uitgavenkant wordt het niveau van 2025 aangehouden. De meicirculaire 2026 in samenhang met de nader voorlopige vaststelling van het BUIG-budget 2026 is het aangewezen moment voor een nader gefundeerde vervolgprognose van de uitgaven voor 2026. Per saldo is ten opzichte van de actuele begroting 2026 sprake van een structureel nadeel van € 1.796.000. Amstelveen blijft voordeelgemeente Amstelveen blijft ondanks het herverdeeleffect in 2026 voordeelgemeente; de BUIGinkomsten zijn hoger dan de uitgaven. De afgelopen jaren heeft het Rijk op verschillende momenten beoordeeld of het objectieve verdeelmodel aanpassing behoeft. De Amstelveense bijdrage aan deze beoordeling heeft consequent bestaan uit het benadrukken dat er tussen het overschot op de middelen BUIG en het actieve reintegratiebeleid een directe relatie bestaat. Meerjarige ontwikkeling budget - uitgaven - saldo (bedragen x € 1 miljoen) Omschrijving
definitief 2018 definitief 2019 definitief 2020 definitief 2021 definitief 2022 definitief 2023 definitief 2024 definitief 2025 voorlopig 2026
BUDGET EN UITG. PER JAAR I-deel Uitgaven 21,7 22,5 23,5 23,2 21,5 23,9 26,3 28,3 26,5
15,8 15,8 16,5 17,1 17,2 18,5 20,8 22,3 22,3
CUMULATIEF MUT. TOV 2018
Saldo
I-deel
Uitgaven
Saldo
5,9 6,7 7,0 6,1 4,3 5,4 5,5 6,0 4,2
0,8 1,8 1,5 -0,2 2,2 4,6 6,6 4,8
0,0 0,7 1,3 1,4 2,7 5,0 6,5 6,5
0,8 1,1 0,2 -1,6 -0,5 -0,4 0,1 -1,7
Pagina
paraaf
8 van 8
ontvangstdatum : paraaf
: