Bijlage 2 - Nota van toelichting bij de Verordening Percentageregeling Kunst in de Openbare Ruimte gemeente Amstelveen 2022
Tekst van het document
Nota van toelichting bij de Verordening Percentageregeling Kunst in de Openbare Ruimte gemeente Amstelveen 2022 Zaaknummer: Z21-092023 Datum: 16 februari 2022 Algemeen In de tweede helft van de vorige eeuw maakte Amstelveen een snelle groei door. Er werden in hoog tempo nieuwe wijken gerealiseerd. De kwaliteit van leven, waar cultuur onlosmakelijk deel van uitmaakte, werd daarbij niet uit het oog verloren. Dankzij een percentageregeling kon gelijktijdig met de groei van de stad een groot aantal kunstwerken voor de openbare ruimte worden aangeschaft. Mede dankzij deze regeling heeft de gemeente nu een indrukwekkende collectie van ruim tachtig kunstwerken. Aanleiding De ontwikkeling van Amstelveen staat ook nu niet stil. In het Ruimtelijk Ontwikkelingsperspectief 2020 en het Koersdocument Amstelveen: Op weg naar de Omgevingswet is opgenomen dat de groei van de stad moet aansluiten bij de kernkwaliteiten van Amstelveen, waarbij het groene karakter en een hoogwaardig voorzieningenniveau centraal staan. De ontwikkeling van Amstelveen heeft tot doel om de kwaliteit en leefbaarheid van de stad te versterken. De beschikbaarheid van culturele voorzieningen, waaronder kunst in de openbare ruimte, is daarbij belangrijk. De raad heeft in 2019 unaniem de motie Percentageregeling beeldende kunst aangenomen.
Met een percentageregeling wordt de financiering van kunst in de openbare ruimte gewaarborgd. In de motie wordt het belang van kunst in de openbare ruimte voor de leefbaarheid van onze omgeving en de culturele identiteit van de stad onderstreept. Percentageregeling beeldende kunst Er zijn verschillende gemeenten in Nederland die een percentageregeling hebben getroffen om de financiering van de kunst in de openbare ruimte te waarborgen. Bij het opstellen van deze percentageregeling is dan ook onderzoek gedaan naar regelingen van andere gemeenten. Hoewel de meeste regelingen zijn gebaseerd op de standaardverordening van de VNG, is een percentageregeling in elke gemeente anders en toegespitst op de lokale situatie aldaar. Deze percentageregeling komt in grote lijnen overeen met de modelverordening van de VNG, maar is ook zo toegespitst dat de verordening werkbaar en toepasbaar is in Amstelveen. Doelstelling In de Cultuuragenda 2020-2024 is de ambitie geformuleerd om een cultureel geïnspireerd stadslandschap te realiseren. Een percentageregeling maakt het mogelijk om de financiering van kunst in de openbare ruimte in aansluiting op de ontwikkeling van de stad te waarborgen.
Met de percentageregeling Kunst in de Openbare Ruimte komen consequent gelden beschikbaar voor de realisatie van kunst in de openbare ruimte, met als doel om: Bovenal de kwaliteit van de openbare ruimte te versterken; Inwoners in contact te brengen met eigentijdse kunsttoepassingen; De relatie tussen kunst en architectuur en/of stedenbouw te versterken; De mogelijkheden om kunstopdrachten te verstrekken aan (Amstelveense) kunstenaars uit te breiden. Reikwijdte In de percentageregeling wordt een breed begrip van kunst in de openbare ruimte gehanteerd. Het betreft niet alleen traditionele beeldenkunst, maar juist kunsttoepassingen die een directe invloed hebben op het gebruik van de openbare ruimte en/of deze op een bepaalde manier benadrukken. Op deze manier kunnen de gelden van de percentageregeling worden ingezet om een prikkelend cultureel stadslandschap te creëren dat uitnodigt, inspireert en ontmoetingen faciliteert. Aard van de regeling
Pagina
2 van 4
Gemeenten die een percentageregeling instellen doen dit bij besluit van de raad. Op basis van de percentageregeling wordt over de kosten van gemeentelijke gebouwen, bouwwerken of werken een bedrag gereserveerd voor kunst in de openbare ruimte. De gemeente heeft hierbij in beginsel twee mogelijkheden: 1. het bedrag komt rechtstreeks op de gemeentebegroting in een bestemmingsreserve beeldende kunst; 2. het bedrag wordt in een fonds gestort, dat is ondergebracht bij een stichting. De eerste variant wordt in de praktijk het meest gebruikt. Het instellen van een bestemmingsreserve is eenvoudiger dan het oprichten van een fonds en brengt minder bestuurlijke lasten met zich mee. Bestemmingsreserve Kunst in de Openbare Ruimte Sinds de dualisering zijn zowel de posities als de bevoegdheden van college- en raadsleden gescheiden. De raad stelt kaders en controleert en het college heeft de bestuursbevoegdheden en legt verantwoording af. De raad heeft het budgetrecht, dat wil zeggen het recht om over middelen te beschikken. Artikel 189 van de Gemeentewet bepaalt dat de raad jaarlijks, voor alle taken en activiteiten, de bedragen op de begroting brengt die hij daarvoor beschikbaar stelt, alsmede de financiële middelen die hij naar verwachting kan aanwenden. Tevens is bepaald dat slechts uitgaven mogen worden gedaan tot de bedragen die op de begroting zijn gebracht.
De essentie van het budgetrecht is dat de raad door middel van de vaststelling van de begroting het college machtigt tot uitvoering conform de begroting. De begroting is daarmee tevens de basis voor de bedrijfsvoering en de basis voor de verantwoording door middel van de jaarstukken. In de begroting wordt echter maar in beperkte mate rekening gehouden met de inzet van bestemmingsreserves voor het realiseren van taken. Normaal gesproken is alleen de planmatige inzet van deze reserves opgenomen. Het kan echter voorkomen dat in de loop van een begrotingsjaar blijkt dat het nodig is de bestemmingsreserve beeldende kunst in te zetten. In dat geval dient het college toestemming te vragen aan de raad voor de aanwending van deze reserve. Op grond van artikel 54 van het Besluit Begroting en Verantwoording (BVV) moet het college zich in de toelichting op de jaarrekening verantwoorden over het verloop van iedere reserve, dus ook de bestemmingsreserve Kunst in de Openbare Ruimte. Artikelsgewijs Artikel 1 Definities Onderdeel a: Adviescommissie Beeldende Kunst Deze commissie adviseert het college met betrekking tot het realiseren van kunstwerken in de openbare ruimte. Het betreft een vaste door het college ingestelde adviescommissie als bedoeld in artikel 84 Gemeentewet, bestaande uit onafhankelijke deskundigen op het gebied van kunst en cultuur.
De wijze van advisering is uitgewerkt in het Protocol kunstopdrachten percentageregeling KOR. Onderdeel b: bouwwerk De vraag of er al dan niet sprake is van een bouwwerk, is moeilijk te beantwoorden mede omdat de Woningwet geen definitie geeft van het begrip bouwwerk. Een in de jurisprudentie en het spraakgebruik aanvaarde definitie is: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren. In deze verordening is aangesloten bij deze algemeen aanvaarde definitie. Onderdeel c: gebouw
Pagina
3 van 4
Artikel 1, eerste lid, onderdeel c, van de Woningwet geeft als definitie van het begrip ‘gebouw’: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke overdekte geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. Onderdeel d: kunstopdracht Een kunstopdracht is een door het college verstrekte opdracht aan één of meer beeldende kunstenaars of vormgevers tot het vervaardigen of ontwerpen van een kunstwerk. Bij een kunstopdracht wordt de modelovereenkomst gemeentelijke beeldende kunstopdracht van de VNG gehanteerd. Onderdeel e: kunstwerk Er wordt een breed begrip van kunst gehanteerd. Het betreft niet alleen traditionele kunstwerken, maar juist kunsttoepassingen die een directe invloed hebben op het gebruik van de openbare ruimte en/of deze op een bepaalde manier benadrukken. Onderdeel h: werk Bij het begrip werk valt te denken aan infrastructurele voorzieningen zoals wegen, infrastructurele kunstwerken (bijv. bruggen of tunnels), groen, water en spelen. Artikel 2 Toepassingsbereik Artikel 2 van de verordening geeft de reikwijdte weer, oftewel: in welke gevallen is de verordening wel of niet van toepassing. In het eerste lid is bepaald dat de verordening van toepassing is op nieuwbouw en verbouw van bouwwerken en gebouwen en op de aanleg en heraanleg van werken waaraan de gemeente bijdraagt in de kosten.
Het gaat specifiek om projecten waarvan de kosten zijn geraamd in het Investeringsplan Maatschappelijk Vastgoed (onrendabele projecten) en het Meerjarenprojectplan Buitenruimte (investeringen in wegen en kunstwerken; groen, water en spelen). Dit zijn projecten die een directe invloed hebben op de openbare ruimte en waaraan de gemeente bijdraagt in de kosten. Een kunsttoepassing is hier op zijn plaats. Renovatie en onderhoud van gebouwen, bouwwerken en werken worden in deze verordening buiten beschouwing gelaten. In het tweede lid is de mogelijkheid tot het instellen van een maximumbedrag opgenomen. Dit biedt de raad de mogelijkheid om een plafond te stellen als het bedrag voor de realisatie van kunst in de openbare ruimte onevenredig hoog wordt. Het is dan mogelijk niet meer haalbaar om de gelden daadwerkelijk te besteden. Bij het instellen van een maximumbedrag is de verordening niet van toepassing op het meerdere. Het bedrag voor kunst in de openbare ruimte wordt berekend over het gemiddeld van vier jaar. Er is geen minimumbedrag opgenomen in de verordening, omdat het percentage wordt berekend over de totale kosten en niet separaat bij ieder project. Een minimumbedrag is daarom niet relevant. Dit wordt nader toegelicht onder artikel 3.
Artikel 3 Bedrag voor kunstwerken Artikel 3 van de verordening geeft de berekening van het bedrag voor de realisatie van kunst in de openbare ruimte weer. In het eerste lid is opgenomen dat het gaat om een percentage over de gemeentelijke bijdrage in de kosten. Dit betekent dat er gelden beschikbaar worden gesteld uit de algemene middelen. Een percentage van de gemeentelijke bijdrage in de kosten zou in feite een bezuiniging betekenen, wat ten koste gaat van de kwaliteit van gebouwen, bouwwerken en infrastructurele werken. In het eerste lid is eveneens opgenomen dat het bedrag wordt berekend over de vierjarige raming van de gemeentelijke bijdrage in de totale kosten van nieuwbouw, verbouw, aanleg en heraanleg. Het percentage wordt berekend over een raming van de gemeentelijke bijdrage in de totale kosten en niet separaat bij ieder project. Hierdoor zijn er minder administratieve lasten aan verbonden. Bovendien is zo vooraf duidelijk hoeveel gelden er over vier jaar in totaal beschikbaar zijn voor de realisatie van kunst in de openbare ruimte. Op deze manier kan gelijktijdig met de ontwikkeling van een project een kunstwerk worden gerealiseerd dat daarop aansluit.
Pagina
4 van 4
In het tweede lid is een vast percentage van 1% opgenomen in plaats van een glijdende schaal. Dit is duidelijker en makkelijk toepasbaar. Artikel 4 Storting in de reserve In artikel 4 van de verordening wordt de storting in de reserve geregeld. Het bedrag wordt direct na vaststelling van de desbetreffende begrotingspost of –wijziging van de gemeentebegroting in de reserve gestort. Indien het college gelden uit de reserve wil onttrekken om aan te wenden voor een kunstopdracht, dient zij hiertoe toestemming te hebben verkregen van de raad. Dit laatste is in verband met het budgetrecht van de raad. De gelden zijn beschikbaar voor de realisatie en het onderhoud van een kunstwerk (kosten voor voorbereiding, honorarium kunstenaar, vervaardiging, fundering en/of bevestiging, transport, vergunning, promotie en tijdelijke uitbreiding projectbegeleiding) en alle kosten die hieraan direct worden toegerekend. Hoewel er een structureel budget is voor onderhoud, zijn de kosten voor eigentijdse kunsttoepassingen van dien grootte dat hiervoor ook middelen worden gereserveerd. Artikel 5 Procedure kunstopdrachten Artikel 5 geeft de procedure rondom de verlening van kunstopdrachten weer. Zoals de raad beschikt over het budgetrecht, zo is het college het bevoegde orgaan om tot privaatrechtelijke rechtshandelingen van de gemeente te besluiten (artikel 160, eerste lid, onderdeel e Gemeentewet).
Derhalve verstrekt het college een kunstopdracht aan een kunstenaar. Het college volgt hierbij het Protocol kunstopdrachten percentageregeling KOR. Bij de verlening van kunstopdrachten wordt de Modelovereenkomst gemeentelijke beeldende kunstopdracht van de VNG gehanteerd. Het college wint voorafgaand aan de verlening van een kunstopdracht advies in bij de Adviescommissie Beeldende Kunst. Het betreft een door het college ingestelde adviescommissie als bedoeld in artikel 84 Gemeentewet, bestaande uit onafhankelijke deskundigen op het gebied van kunst en cultuur. Op grond van de Gemeentewet (artikel 83 en 84) mogen leden van de raad geen lid zijn van een door het college ingestelde adviescommissie. De punten waarop de Adviescommissie Beeldende Kunst adviseert zijn uitgesplitst in het Protocol kunstopdrachten percentageregeling KOR. Artikel 6 Onvoorziene gevallen Dit artikel kan worden gezien als een hardheidsclausule. Een voorbeeld van een situatie waarop deze bepaling van toepassing zou kunnen zijn is, een zorginstelling, die niet door de gemeente is gefinancierd of gesubsidieerd, maar waarvoor de gemeente het wel wenselijk acht dat er een kunstwerk wordt geplaatst. Artikel 7 Inwerkingtreding; citeertitel Artikel 142 van de Gemeentewet bepaalt dat alle verordeningen in werking treden op de achtste dag na bekendmaking, tenzij een ander tijdstip daarvoor is aangewezen.