Bijlage 2 Grondmechanisch rapport
Tekst van het document
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan HDD kruising 10 (KR53-57)
projectnummer 0455806.100 concept revisie 0A 22 april 2022
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan HDD kruising 10 (KR53-57) projectnummer 0455806.100 documentnummer 0455806.100-GMO-010 concept revisie 0A 22 april 2022
Auteurs D. ter Haar
Opdrachtgever N.V. Nederlandse Gasunie Concourslaan 17 9727 KC GRONINGEN
Gecontroleerd: J.E. Foekema
datum 22 april 2022
beschrijving
vrijgave
concept
R.S. Raap
Inhoudsopgave
Blz.
1
Inleiding
1
1.1 1.2 1.3
Projectomschrijving Doel en status rapport Leeswijzer
1 2 2
2
Uitgevoerd (grond)onderzoek
3
2.1 2.2 2.3
Uitgevoerd mechanisch veldonderzoek Uitgevoerd handmatig veldonderzoek Uitgevoerd laboratorium onderzoek
3 3 4
3
Inventarisatie bodemopbouw en geohydrologie
5
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.5.1 3.5.2 3.5.3 3.5.4 3.5.5
Algemeen Geologie van de ondergrond Maaiveldniveau Bodemopbouw Geohydrologie Oppervlaktewater Waterkeringen Freatische grondwaterstanden Stijghoogten 1e watervoerende pakket Grondwaterkwaliteit
5 5 7 7 8 8 8 9 11 14
4
Inventarisatie kruising en materiaal
15
4.1
Ontwerp van de HDD
15
5
Beschouwing HDD
16
5.1 5.2 5.3 5.3.1 5.3.2 5.3.3 5.4 5.5 5.5.1 5.5.2 5.5.3 5.5.4
Schematisatie Beschouwde risicofactoren Boorspoeldrukken HDD Evenwicht tussen waterdruk en boorvloeistofdruk Maximale boorspoeldrukken Minimale boorspoeldrukken Trekkracht HDD Kwelanalyse HDD Algemeen Risicobepaling Absolute toetsing kwel Conclusie kwelwegbeschouwing
16 17 18 18 18 19 20 21 21 21 22 24
6
Grondmechanische parameters
25
7
Autonome bodemdaling
26
7.1 7.2
Actuele Bodemdalingskaart Nederland Conclusie achtergrondzettingen
26 27
8
Uitvoeringsrisico’s
28
8.1 8.2
Risico’s en aandachtspunten Overige risico’s en aandachtspunten
28 29
Bijlage 1 Tekeningen Bijlage 2 Sondeeronderzoek Bijlage 3 Booronderzoek Bijlage 4 Laboratorium resultaten Bijlage 5 Resultaten D-Geo Pipeline, excl. ballast Bijlage 6 Resultaten D-Geo Pipeline, incl. ballast Bijlage 7 Grondmechanische parameters Bijlage 8 Resultaten D-Geo Pipeline, diepte Bosbaan
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
1
Inleiding
1.1
Projectomschrijving In opdracht van de Nederlandse Gasunie N.V. heeft Antea Group onderhavig grondmechanisch advies opgesteld ten behoeve van ombouw G-H gas. Het project omvat drie tracédelen: Tracédeel Raasdorp – M&R sloten (DN300); Tracédeel Bosbaan (DN400) Klimpark Fun Forest Amsterdam (DN400). Onderhavig rapport heeft betrekking op tracédeel Bosbaan. In figuur 1.1 is de ligging van de genoemde tracés weergegeven. Legenda boring open ontgraving
Raasdorp M&R Sloten Tracédeel Klimpark Fun Forest
HDD 10
Figuur 1.1: Ligging tracé (bron achtergrond; ESRI Nederland en het Kadaster)
Het onderhavige tracédeel (Bosbaan) heeft een totale lengte van circa 1,6 km, waarvan 1,55 km kruising bij de Bosbaan wordt uitgevoerd door middel van een horizontaal gestuurde boring (HDD). In dit rapport wordt HDD-10 behandeld. Het rapport is opgesteld met inachtneming van de bepalingen, voorwaarden en voorschriften als aangegeven in NEN3650:2020 en NEN3651:2020.
Blad 1 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
1.2
Doel en status rapport Dit grondmechanisch rapport presenteert het uitgevoerde grondonderzoek en geeft inzicht in de optredende muddrukken en benodigde trekkrachten van de horizontaal gestuurde boring. Daarnaast worden risico’s met betrekking tot optredende kwel beschouwd en wordt in de werkmethode beschrijving aandacht besteed aan de uitvoering en eventueel optredende risico’s. Ten behoeve van de toetsing van de integriteit van de leiding is een vereenvoudigde sterkteanalyse uitgevoerd ten tijde van de intrekoperatie en na aanleg van de gestuurde boring. Dit rapport dient als basis voor de vergunningsaanvraag en ter informatie voor de aannemer. Voor de vergunningverlening dient er uiteindelijk door een gecertificeerde aannemer het definitieve boorplan opgesteld te worden.
1.3
Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt het uitgevoerde grondonderzoek beschreven. De inventarisatie van de bodemopbouw, het maaiveldniveau en de (grond)waterstanden staan gepresenteerd in hoofdstuk 3, de inventarisatie van het HDD ontwerp staat in hoofdstuk 4. De geïnventariseerde gegevens zijn vervolgens gebruikt voor het opstellen van het geotechnisch model van de gestuurde boring. Met behulp van het model wordt een analyse gedaan van de minimaal benodigde en maximaal toegestane boorspoeldrukken en worden de benodigde trekkrachten berekend, zie hoofdstuk 5. Daarnaast wordt in hoofdstuk 5 een kwelwegbeschouwing gedaan om te toetsten welke risico’s er aanwezig zijn op het ontstaan van een ongewenste kwelsituatie. In hoofdstuk 6 worden de grondmechanische parameters besproken en in hoofdstuk 7 is een onderzoek gedaan naar de zettingen ter plaatse van het werkgebied. Tot slot worden de uitvoeringsrisico’s samengevat in hoofdstuk 8.
Blad 2 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
2
Uitgevoerd (grond)onderzoek
2.1
Uitgevoerd mechanisch veldonderzoek Ten behoeve van informatie van de bodemopbouw ter plaatse van de horizontaal gestuurde boring is gebruik gemaakt van archief materiaal, gegevens van TNO (Dinoloket) en uitgevoerd ondersteunend sondeer- en booronderzoek. Door Koops Grondmechanica zijn in 2022 een 8-tal sonderingen (S101 t/m S108) uitgevoerd tot ca. NAP -43,0 m, 43 meter minus maaiveld. Verder zijn in 2019 reeds een 5-tal sonderingen uitgevoerd door Koops (RK53-HDD-1-1 t/m RK57-HDD-1-1) tot ca. NAP –28 m. Het sondeeronderzoek door Koops Grondmechanica is verricht met 20-tons sondeerapparatuur met behulp van de elektrische kleefmantelconus volgens norm NEN-EN-ISO22476-1 (klasse 3). In bijlage 2 zijn de aldus verkregen sondeerresultaten grafisch gepresenteerd waarbij de conusweerstand en de plaatselijke wrijvingsweerstand uitgezet is tegen de diepte in meters ten opzichte van NAP. Het wrijvingsgetal (plaatselijke wrijvingsweerstand uitgedrukt in % van de conusweerstand) is kenmerkend voor de diverse grondsoorten. Tijdens het sonderen is met behulp van een in de conus ingebouwde hellingmeter de afwijking van de conus ten opzichte van de verticaal gecontroleerd.
Om een beter inzicht te krijgen in de aard van de verschillende bodemlagen en de hoogte van de grondwaterspiegel zijn 3 mechanische pulsboringen (MB101 (2022), MB53-HDD-1-1 (2019) en MB56-HDD1-1 (2019), nabij S105, RK53-HDD1-1 en RK56-HDD-1-1 door Koops gemaakt. De pulsboringen zijn uitgevoerd tot een maximale diepte van ca. 20 meter minus maaiveld voor de boringen uit 2019. MB101 is uitgevoerd tot 35 m minus maaiveld. Het opgeboorde materiaal is in het veld geclassificeerd en aan de hand daarvan is het boorprofiel vastgelegd (zie de boorstaten in bijlagen 3). Tijdens het uitvoeren van de boorwerkzaamheden zijn er van cohesieve grondlagen ongeroerde grondmonsters gestoken met het steekapparaat van Ackermann, Daarnaast zijn er van niet cohesieve grondlagen, geroerde monsters genomen. De diepte en nummering van de grondmonsters zijn vermeld in de betreffende boorstaat. Met behulp van de 06-GPS zijn de rijksdriehoekcoördinaten en de hoogte ten opzichte van NAP (nauwkeurigheid 0,05 m) van de onderzoekspunten bepaald. De X-, Y-, en Z-coördinaten zijn gepresenteerd op de sondeerstaten. Alle gegevens van de inmetingen genoemd in deze rapportage zijn een momentopname en zijn allen te gebruiken voor het grondonderzoek.
2.2
Uitgevoerd handmatig veldonderzoek Tijdens het handmatige veldonderzoek zijn grondboringen verricht tot maximaal circa 6,0 m-mv. De boringen zijn afgewerkt met een peilbuis ten behoeve van het vaststellen van de grondwaterstand en de grondwaterkwaliteit. De van toepassing zijnde boorbeschrijvingen op deze locatie zijn opgenomen in bijlage 3.
Blad 3 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
2.3
Uitgevoerd laboratorium onderzoek In het laboratorium zijn de ongeroerde monsters aan een nadere analyse onderworpen, hierbij is de korrelverdeling (bijlage 4), ongedraineerde schuifsterkte en het droog en nat volumegewicht bepaald (bijlage 4). In geval van meerdere monsters in dezelfde bodemlaag is de gemiddelde waarde voor het nat en droog volumegewicht aangehouden. Voor de zandmonsters is aan de hand van de zeefanalyse de gradatie van het zand bepaald. Dit kan variëren van fijn tot grof en ook eventuele aanwezigheid van grind wordt hiermee duidelijk zichtbaar. Tevens zijn de monsters van het grondwater in het laboratorium geanalyseerd, waaronder het chloride gehalte. De resultaten zijn opgenomen in bijlage 4.
Blad 4 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
3
Inventarisatie bodemopbouw en geohydrologie
3.1
Algemeen Voor het vaststellen van de bodemopbouw en de geohydrologische eigenschappen is gebruik gemaakt van de resultaten van het uitgevoerde veldonderzoek en de volgende bronnen: Veldonderzoek Antea Group; Grondonderzoek Koops, kenmerk 2019-1141, d.d. 13 maart 2022; Grondonderzoek Koops, kenmerk 2967, d.d. 14 maart 2022; Bodemkaart van Nederland; REGIS II, TNO (www.dinoloket.nl); Boringen en grondwaterputten van het DINOloket; Grondwatertools.nl; Diverse onderzoeken t.b.v. de aanleg van enkele in de buurt gelegen kabels/leidingen uit database Antea Group. Antea Group, “Geohydrologisch rapport project Bosbaan”, docnr. 0455806.100-GHR-BB01, revisie 0A, d.d. 25 januari 2022. Met behulp van REGIS II is de regionale bodemopbouw bepaald. De lokale bodemopbouw is vastgesteld op basis van het uitgevoerd bodemonderzoek en de bodemkaart.
3.2
Geologie van de ondergrond In Tabel 3.1 staat de regionale bodemopbouw ter plaatse van de horizontaal gestuurde boring weergegeven.
Blad 5 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Hoogte in meters t.o.v. N.A.P.
Tabel 3.1: Schematisatie van de bodemopbouw volgens REGIS II
Afstand in kilometers Situatie
Verklaring codes HLc
Formatie van holocene afzettingen, complexe eenheid
BXz
Formatie van Boxtel, zandige eenheid
KRz
Formatie van Kreftenheye, zandige eenheid
DTc
Gestuwde afzettingen, complexe eenheid
DRz
Formatie van Drente, zandige eenheid
In Tabel 3.1 is te zien dat de HDD kruising, welke aangelegd wordt op maximale diepte van NAP -32,00 m (bovenkant leiding) door holocene afzettingen en afzettingen van de formaties van Boxtel, Kreftenheye, Drente en een complex van gestuwde afzettingen wordt geboord. De holocene deklaag bestaat, op basis van het uitgevoerde onderzoek, uit lagen van zand, veen en klei tot ca. NAP -12,00m. De formatie van Boxtel bestaat met name uit zeer fijn tot matig grof zand welke zwak tot sterk siltig kan zijn. Lokaal komen er zwak tot sterk grindhoudende lagen voor. Tevens komen er bruine tot geelbruine leem (löss) lagen voor in de formatie. Ten slotte kan men zwak tot sterk zandige, kalkloze tot sterk kalkhoudende leem en dunne veen- of gyttialagen aantreffen. De Formatie van Kreftenheye bestaat uit fluviatiele afzettingen in de vorm van matig grof tot uiterst grof zand en plaatselijk grind. Plaatselijk kunnen kleilagen onderdeel van deze formatie uitmaken. Sporadisch komt veen voor. De Formatie van Drente bestaat uit glaciale afzettingen in de vorm van matig grof tot uiterst grof grindig en sterk siltig zand. Tevens kan het tot uiting komen in klei en leem, sterk zandig tot uiterst siltig, mogelijk grindig. Complexe afzettingen bestaat, volgens het uitgevoerde bodemonderzoek, uit vast- tot zeer vast gepakte zandlagen.
De gestuwde afzettingen sluiten lateraal aan op zandafzettingen van de Formaties van Kreftenheye, Eem, Drente en Urk. De gestuwde afzettingen bestaat naar verwachting hoofdzakelijk uit zandlagen behorend tot deze formaties.
Blad 6 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
3.3
Maaiveldniveau Ten behoeve van het geotechnisch model is een maaiveldhoogte gehanteerd van NAP -2,31 m ter plaatse van het intredepunt (oost) en NAP -3,08 m ter plaatse van het uittredepunt (west). Tussen het in- en uittredepunt wordt een variatie verwacht tussen maximaal NAP -2,31 m en minimaal NAP -6,39 m. De waarden zijn gebaseerd op het maaiveldprofiel dat op de ontwerptekening is weergegeven, welke is toegevoegd in bijlage 1.Opgemerkt wordt dat het maaiveld niet is ingemeten, zoals ook op de tekening is vermeld.
Bodemopbouw De bodemopbouw ter plaatste van de HDD is bepaald aan de hand van de geologie en het uitgevoerde grondonderzoek. De grondeigenschappen van de verschillende grondlagen zijn aan de hand van het uitgevoerde veld- en laboratoriumonderzoek en tabel B.1. van de NEN3650:2020 en tabel 2.b van de NEN9997-1:2017+C2 bepaald. Voor locaties en/of grondlagen waarvoor geen boorbeschrijvingen aanwezig zijn, is een interpretatie/interpolatie gemaakt met behulp van omliggend grondonderzoek en aangevuld rekening houdend met eerder genoemde tabellen. In tabel 3.2 worden de verschillende grondlagen, met bijhorende eigenschappen systematisch weergegeven. Tabel 3.2: Bodemeigenschappen HDD Volumiek gewicht (nat)
Hoek van inwendige wrijving
Elasticiteit
Cohesie
Ongedraineerde schuifsterkte
Grondsoort
Volumiek gewicht (droog)
3.4
Ydroog
ynat
ϕ
E
c
cu
kN/m3
kN/m3
°
MPa
kPa
kPa
Klei, matig tot sterk zandig
18
18
22,5
3
5
80
Klei, zwak zandig slap
15
15
22,5
1,5
-
40
Klei, schoon slap
14
14
17,5
1,5
-
25
Veen, slap
10
10
15,0
0,5
1
10
Veen, matig
12
12
15,0
1
2,5
20
Los gepakt zand, zwak siltig
17
19
27,0
30
-
-
Los gepakt zand, sterk siltig
16
18
25,0
15
-
-
Matig gepakt zand, sterk kleiig
18
20
25,0
15
-
-
Matig gepakt zand, zwak siltig
18
20
30,0
40
-
-
Vast gepakt zand, zwak siltig
19
21
32,5
60
-
-
Zeer vast gepakt zand, zwak siltig
20
22
35,0
75
-
-
Blad 7 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
3.5
Geohydrologie Ten behoeve van de grondwateren ter plaatse van de horizontaal gestuurde boring is het geohydrologisch rapport gehanteerd. In de volgende paragrafen is een selectie gemaakt van de metingen ter plaatse van de boring, voor het volledig geohydrologisch rapport wordt verwezen naar ‘0455806.100-GHR-BB-01, revisie 0A van datum 25-01-2022’.
3.5.1
Oppervlaktewater Parallel aan tracédeel Bosbaan is een watergang gelegen. Deze valt in het beheergebied van Hoogheemraadschap Rijnland. Het waterpeil van deze watergang bedraagt NAP-4,52 m. Verder ligt ten noorden van tracédeel Bosbaan De Nieuwe Meer. Dit meer kent het boezempeil tussen NAP -0,61 m (zomerpeil) en NAP -0,64 m (winterpeil). Tenslotte zijn diverse kleinere watergangen aanwezig in de omgeving van de tracés, zie onderstaande figuur.
Nieuwe Meer: Zp: NAP -0,61 m Wp: NAP -0,64 m
Bosbaan Vp: NAP -4,52 m
Figuur 3-1 Waterpeilen grote watergangen in omgeving van tracé.
3.5.2
Waterkeringen Conform de leggers van Hoogheemraadschap van Rijnland en Waterschap Amstel, Gooi en Vecht zijn in de omgeving van het tracé twee waterkeringen aanwezig. De eerste betreft een kering aan de zuidzijde langs de Nieuwe Meer en de tweede betreft een kering langs de Haarlemmerringvaart ten westen van de Bosbaan. De ligging van de kern- en beschermingszones van beide keringen is weergegeven in onderstaande figuur.
Blad 8 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Figuur 3.2 Ligging waterkeringen in de omgeving van het tracé.
Op basis van de tekeningen is te constateren dat de gestuurde boring net buiten de beschermingszone van de waterkering wordt aangelegd.
3.5.3
Freatische grondwaterstanden Bodemkaart van Nederland De Bodemkaart van Nederland geeft ter plaatse van het tracé de volgende grondwatertrappen weer: I: met GHG minder dan 0,2 m -mv. en GLG tussen 0,2 en 0,5 m -mv. VI: met GHG tussen 0,4 en 0,8 m -mv. en GLG dieper dan 1,2 m -mv. In figuur 3.3 zijn de grondwatertrappen ten opzichte van het tracé weergegeven. Opgemerkt wordt dat de grondwaterkaart van Nederland gedateerd is en dat de huidige grondwaterstanden af kunnen wijken. Het tracé is gelegen in een gebied met grondwatertrap VI.
Blad 9 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Figuur 3.3 Grondwatertrappen conform de bodemkaart van Nederland.
Veldonderzoek De freatische grondwaterstanden zijn in 2019 en 2021 gemeten. De filters van de peilbuizen zijn allen gesitueerd in de zandige deklaag. De grondwaterstanden zijn in tabel 3.3 samengevat. Tabel 3.3: Freatische grondwaterstanden veldwerk Peilbuis Tracédeel Maaiveldniveau Filterdiepte Datum boring
AG boring
GHG
GLG
m NAP
m NAP m NAP
Datum bemonsteren
AG bemonsteren
m NAP
m -mv
B53011
Uittrede (west)
-2,06
3,0-4,0
24-09-2019
-2,88
-2,76
-3,66
08-10-2019
-2,88
B5503
Midden HDD
-3,20
3,0-4,0
25-09-2019
-3,68
-3,60
-4,55
08-10-2019
-3,68
B57051 Intrede (oost) -2,32 3,0-4,0 1 Filter gesitueerd in de holocene klei- en veenlaag;
24-09-2019
-2,42
-2,52
-4,87
08-10-2019
-3,68
1
Blad 10 van 28
m NAP
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Conclusie freatische grondwaterstanden In tabel 3.4 is de freatische grondwaterstand /ondiepe stijghoogte gepresenteerd. In het geotechnische model zal een waterstand gehanteerd worden van NAP -3,80 m (GLG) nabij het inen uittredepunt. Tabel 3.4 Freatische grondwaterstanden en ondiepe stijghoogten zandtussenlaag per tracédeel Tracédeel Maaiveldhoogte GHG GLG m NAP
m NAP
m NAP
Uittrede (west)
-2,6
-2,8
-3,8
Intrede (oost)
-2,3
-2,5
-3,8
1
3.5.4
Deklaag is zodanig zandig waardoor zandtussenlaag niet wordt onderscheiden in het bodemprofiel.
Stijghoogten 1e watervoerende pakket De stijghoogten in het eerste watervoerende pakket (gemiddeld dieper gelegen dan NAP -12 m) worden in onderhavig hoofdstuk beschouwd. Veldonderzoek De stijghoogten zijn gemeten in januari 2021 en februari 2022. De peilbuis is gesitueerd in het eerste watervoerende pakket onder de holocene deklaag. De gemeten stijghoogten zijn in onderstaande tabel weergegeven. Tabel 3.5: Stijghoogten veldwerk Peilbuis Tracédeel Maaiveldniveau Filterdiepte Datum boring
Datum bemonsteren
AS bemonsteren
m NAP
m -mv
HDD-10
-1,19
29,00-30,00
03-02-2022
-
-2,80
MB RK53-1-11 HDD-10
-2,66
15,25-16,25
08-01-2020
08-01-2020
-3,46
MB RK56-1-11 HDD-10
-3,20
14,15-15,15
08-01-2020
08-01-2020
-3,45
MB 101
m NAP
In het DINOloket zijn binnen een straal van 1,5 km enkele bruikbare peilbuizen aanwezig met de filterstelling onder de holocene deklaag. In tabel 3.6 zijn de grondwaterstandsgegevens ervan weergegeven. De gemiddelde fluctuatie van de stijghoogte in de peilbuizen bedraagt circa 0,2 m. Tabel 3.6: Stijghoogten DINOloket Peilbuis Tracédeel Maaiveldniveau m NAP
Filterdiepte
Meetreeks
Afstand tot tracé
M NAP
GHG
GLG
m NAP
m NAP
B25D0574
3
-1,89
-13,89 tot -14,89
2004-2012
Op tracé
-3,4
-3,6
B25D0575
3
-3,86
-17,86 tot -18,86
2004-2021
500 m zuid
-3,5
-3,7
B25D0549
4
+0,46
-17,54 tot -18,54
1989-2005
750 m noord
-3,15
-3,45
B25D0592
1 en 2
-0,52
-28,48 tot -29,48
1974-2002
1.000 m noord
-3,2
-3,4
TNO Door TNO zijn isohypsen van het grondwater in het eerste watervoerende pakket opgesteld daterend uit april 1995. Uit deze data blijkt dat de stijghoogte ter plaatse van het tracé is gelegen rond NAP -3,5 m. Het isohypsenpatroon ter plaatse van het tracé is weergegeven in figuur 3.4.
Blad 11 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Legenda !
!
!
!
Stijghoogten eerste watervoerende pakket in m NAP april 1995 (TNO) HDD Leidingen MR Open ontgraving
Figuur 3.4 Isohypsen in m NAP TNO van april 1996
Grondwatertools Met behulp van gegevens van de website ‘grondwatertools’ zijn isohypsen gegenereerd van het eerste watervoerende pakket op 1 maart 2015 respectievelijk 1 september 2015. Uit de data blijkt dat de stijghoogte zowel op 1 maart 2015 en 1 september 2015 was gelegen rond NAP -3,5 m. Aangezien de iso-verlagingslijnen van de stijghoogten in maart respectievelijk september dicht bij elkaar liggen wordt een kleine fluctuatie tussen de stijghoogten verwacht. In figuur 3.5 zijn de isohypsen in maart en september 2015 in de omgeving van het tracé weergegeven.
Blad 12 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Legenda !
!
!
!
isohypsen september 2015 in m NAP
!
!
!
!
isohypsen maart 2015 m NAP HDD Leidingen MR Open ontgraving
Figuur 3.5 Isohypsen eerste watervoerende pakket in m NAP (TNO, grondwatertools)
Conclusie stijghoogten Op basis van de hierboven beschouwde data kunnen de volgende stijghoogten gehanteerd worden: Tabel 3.8 Stijghoogten eerste watervoerende pakket per tracédeel Tracédeel GHS GLS m NAP
m NAP
Uittrede (west)
-3,3
-3,5
Intrede (oost)
-3,3
-3,5
In het geotechnische model zal de GLS situatie worden opgenomen.
Blad 13 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
3.5.5
Grondwaterkwaliteit Het grondwater is bemonsterd op de lozingsparameters ijzer-totaal, ijzer2+, chloride en onopgeloste bestanddelen. De relevante meetresultaten zijn in tabel 3.9 samengevat. De analysecertificaten zijn bijgevoegd als bijlage 4. Tabel 3.9: Analyseresultaten lozingsparameters grondwater Peilbuis Bodemlaag Filterdiepte IJzer onopgeloste totaal bestanddelen
chloride
m -mv
mg/l
mg/l
mg/l
B5301
Freatisch
3,0-4,0
14
53
22
B5503
Freatisch
1,5-2,5
2,0
110
25
B5705
Freatisch
3,0-4,0
40
130
120
B6103
Freatisch
4,0-5,0
0,79
3,6
100
B6107
Freatisch
3,7-4,7
2,8
96
19
Watervoerend pakket
15,25-16,25
14
68
300
14,1 - 15,14
14
160
530
MB RK53-1-1 MB RK56-1-1
Ter plaatse van het tracé is een risico op verkleuring van het oppervlaktewater bij lozing van het bemalingswater. Het ondiepe grondwater uit de deklaag is zoet. Het grondwater in het eerste watervoerende pakket is naar verwachting licht brak. De gemeten concentraties aan onopgeloste bestanddelen zijn grotendeels hoger de lozingsnorm van 50 mg/l in het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi).
Blad 14 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
4
Inventarisatie kruising en materiaal
4.1
Ontwerp van de HDD De kruising bestaat uit een DN400 stalen leiding en zal worden aangelegd door middel van een horizontaal gestuurde boring. Hierdoor wordt belemmering van de te kruisen infrastructuur vermeden. Deze infrastructuur bestaat volgens de beschikbare informatie onder andere uit: Watergangen; Lokale wegen, voet- eb fietspaden; Natuurgebied Bestaande kabels en leidingen. Voor de horizontaal gestuurde boringen wordt als uitgangspunt boogstralen van minimaal 500 m aangehouden in verband met de buiging van de boorstangen en de leidingenbundel. Het in- en uittredepunt van de (pilot)boring zijn respectievelijk aan de oost- en westzijde van de kruising gesitueerd. Rekening houdend met het boorequipement, de leidingeigenschappen, de te kruisen objecten en de ondergrond, is gekozen voor een in- en uittredehoek van 12°. De boring zal uitgevoerd worden tot een maximale diepte van ca. NAP -32,00 m (bovenkant leiding). In tabel 4.1 zijn de uitgangspunten voor de HDD boringen schematisch weergegeven. Tabel 4.1: Uitgangspunten HDD Grondwaterstand
m NAP
Leidingdiameter
-
DN400
Leidingmateriaal
-
L245NE/ME
Uitwendige diameter
Deq
Ø406,4 mm
Wanddikte
tb
8,7 mm
Lengte van de boring over maaiveld
L
Ca. 1.575 m
Diepteligging (t.o.v. bovenkant leiding)
m NAP
-32,00 m
Diameter van het boorgat
Db
610 mm
Intredehoek
αi
12°
Uittredehoek
αu
12°
Boogstraal (intrede)
Ri
500 m
Boogstraal (uittrede)
Ru
500 m
Boogstraal (horizontaal)
Rh
800 m
Boogstraal (gecombineerd)
Rcomb
424 m (over ca. 40 m)
Blad 15 van 28
Freatisch (GLG): NAP –3,80 m In- en uittredepunt) Stijghoogte (GLS): NAP –3,50 (In- en uittredepunt)
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
5
Beschouwing HDD
5.1
Schematisatie De bodemopbouw langs de horizontaal gestuurde boringen is weergegeven in figuur 5.1. De bepaling van de grondeigenschappen ten behoeve van de D-Geo-Pipeline berekening is uitgevoerd op basis van het uitgevoerde veldonderzoek, tabel B.1. van de NEN3650:2020 en tabel 2.b van de NEN9997-1:2017+C2.
Figuur 5.1: Schematisatie van de bodemopbouw ter plaatse van de gestuurde boring
Aangezien de boring parallel langs de Bosbaan is gesitueerd, is het niet ondenkbaar dat er een blow-out optreedt richting de Bosbaan. Dit is niet in één rekenmodel te controleren. Daarom is voor de inschatting van dit risico een tweede model gemaakt waarbij fictief de Bosbaan wordt gepasseerd als watergang. Hierbij is rekening gehouden met de kortste afstand van ca. 20 m tot de Bosbaan en de afstand van bodem Bosbaan tot de leiding van 24,7 m. De horizontale boog is verwijderd. De schuine afstand is vervolgens bepaald op 31,8 m. De nieuwe diepte van de HDD is vervolgens op 31,8 + 7,5 = 39,3 m. Op deze manier wordt de aanwezige gronddruk tussen Bosbaan en boorgat in rekening gebracht. In een eerdere Haalbaarheidsstudie is voor eenzelfde benadering gekozen (Memo Antea Group, “0455806.100-mem-HDD Bosbaan”, d.d. 5 november 2021). Voor de Bosbaan wordt een diepte van NAP –7,50 m aangehouden, op basis van een waterdiepte van 3 m en een waterstand van NAP –4,52 m, zie figuur 5.2.
Blad 16 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Figuur 5.2: Schematisatie van de bodemopbouw ter plaatse van de gestuurde boring
5.2
Beschouwde risicofactoren In deze rapportage worden een aantal risicofactoren beschouwd die direct gerelateerd zijn aan het boorproces in relatie tot de geotechniek. Deze risicofactoren hebben alleen betrekking op het boorproces en niet op de hulpconstructies, bemaling of overige aspecten, zoals de samenstelling van de boorspoeling. Indien van toepassing, zijn de volgende risico’s beschouwd: overschrijding toelaatbare boorspoeldruk (blow-out); kwel langs de geboorde leiding; drukverlies boorspoeling door los gepakt zand; drukverlies boorspoeling door grind; instabiliteit van het boorgat door slappe lagen; zettingen en maaiveldzakking. Deze lijst is een niet limitatieve weergave van mogelijk optredende risico's. De risicobeschouwing is géén volledige risico analyse.
Blad 17 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
5.3
Boorspoeldrukken HDD
5.3.1
Evenwicht tussen waterdruk en boorvloeistofdruk De kruising wordt uitgevoerd met behulp van de HDD methode. Bij het toepassen van de HDD methode is er een bentoniet spoeling (mud) nodig voor het in stand houden van het boorgat, afvoeren van de geboorde grond en de smering van de boring. Om inspoeling van water in het boorgat te voorkomen, dient de hydrostatische kolomdruk van de boorvloeistof groter te zijn dan de waterdruk. In bijlage 5 worden de resultaten gepresenteerd. Uit de resultaten blijkt de waterdruk niet hoger te liggen dan de boorvloeistofdruk.
5.3.2
Maximale boorspoeldrukken In verband met het voorkomen van opbarsten van het maaiveld of het uitstromen van de boorvloeistof (het bentoniet-watermengsel) aan de oppervlakte, dient de werkdruk in het boorgat van de boorvloeistof lager te zijn dan de maximaal toelaatbare muddruk. De maximaal toelaatbare muddruk wordt bepaald aan de hand van de boorgat-expansie-theorie (conform NEN 3651). Het boorproces voor de aanleg van de leiding bestaat uit de volgende drie fasen: het uitvoeren van de pilotboring; het voorruimen van het boorgat; het intrekken van de leiding. In tabel 5.1 zijn de gegevens weergegeven die zijn gebruikt voor het bepalen van de maximaal toelaatbare muddrukken, aangeleverd door de opdrachtgever. Tabel 5.1: Uitgangspunten t.b.v. maximaal toelaatbare muddrukken Fase
Boorstang
Boorgat t.g.v. pilotboorkop / ruimer
Productpijp
Pilotboring
127 mm
250 mm
-
Voorruim operatie
127 mm
250-610 mm
-
Ruim- en intrekoperatie
127 mm
610 mm
Ø406,4 mm
De maximaal toelaatbare muddrukken zijn tijdens de drie fasen voor de maatgevende verticalen berekend, en opgegeven in de D-Geo-Pipeline berekening (bijlage 5). De drukken worden tevens grafisch weergegeven in deze bijlage.
Blad 18 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
5.3.3
Minimale boorspoeldrukken Om een horizontaal gestuurde boring te kunnen uitvoeren moet in het boorgat een bepaalde minimale muddruk opgebouwd kunnen worden. Deze minimale muddruk is nodig voor het afvoeren van de geboorde grond, het in stand houden van het boorgat en de smering van de boring. Het ontwerp (de diepteligging) van de HDD dient zodanig te zijn dat de minimaal benodigde muddruk kleiner is dan de berekende maximaal toelaatbare muddruk. De uitgangspunten die zijn gehanteerd voor het bepalen van de minimaal benodigde muddruk tijdens de drie fasen zijn gebaseerd op het gebruik van minimaal een Midi-rig boorstelling en zijn opgenomen in tabel 5.2. Tabel 5.2: Uitgangspunten t.b.v. minimaal benodigde muddrukken Fase
Gewenst debiet (Q)
Volumegewicht boorvloeistof (γ)
Yieldpoint boorvloeistof (τ)
Viscositeit boorvloeistof (µ)
Pilotboring
700 l/min
11,1 kN/m3
0,014 kPa
4∙10-5 kPa∙s
Voorruim operatie
1200 l/min
11,1 kN/m3
0,014 kPa
4∙10-5 kPa∙s
Ruim- en intrekoperatie
800 l/min
11,1 kN/m3
0,014 kPa
4∙10-5 kPa∙s
Parallel langs Bosbaan Tijdens de pilotboring (van oost naar west) overschrijden de minimaal voor het boorproces vereiste vloeistofdrukken over de laatste ca. 105 meter, de maximaal toelaatbare vloeistofdrukken op basis van de gronddruk van de bovenliggende lagen. Over de laatste 355 m van de boring overschrijden de vereiste boorvloeistofdrukken de grenswaarde waarboven deformatie van het boorgat optreedt. In beginsel kunnen scheuren die rondom het boorgat ontstaan zich uitbreiden tot aan het maaiveld, met uitbraak van boorvloeistof tot gevolg. Dit is een aandachtspunt. Het risico op uitbraak van boorvloeistof kan worden gemitigeerd door aanpassing van de boorsnelheid, de boorgangdiameter te vergroten en/of de samenstelling en/of flow van de boorvloeistof op de situatie aan te passen. Geadviseerd wordt om gedurende tenminste de laatste 360 m van de boring de boorsnelheid zodanig terug te brengen, dat een uitbraak van boorvloeistof kan worden voorkomen. Uit het resultaat van de berekeningen blijkt dat tijdens het voorruimen en tijdens de intrekoperatie de minimaal benodigde muddrukken lager zijn dan de maximaal toelaatbare muddrukken. Het resultaat van de berekeningen van de minimaal benodigde muddruk (Pmin) tijdens de drie fasen is weergegeven in bijlage 5. De drukken worden tevens grafisch weergegeven in deze bijlage.
Fictief aanwezigheid Bosbaan Rekening houdend met de gronddruk schuin onder Bosbaan blijkt dat tijdens de pilotboring (van oost naar west) de minimaal voor het boorproces vereiste vloeistofdrukken over de laatste ca. 110 meter overschreiden, de maximaal toelaatbare vloeistofdrukken op basis van de gronddruk van de bovenliggende lagen. Dus ca. 5 m meer dan berekening parallel langs Bosbaan.
Blad 19 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Over de laatste 160 m van de boring overschrijden de vereiste boorvloeistofdrukken de grenswaarde waarboven deformatie van het boorgat optreedt. Dit is ca. 200 m minder dan berekening parallel langs Bosbaan ten gevolge van de extra gronddruk. In beginsel kunnen scheuren die rondom het boorgat ontstaan zich uitbreiden tot aan het maaiveld, met uitbraak van boorvloeistof tot gevolg. Dit is een aandachtspunt. Het risico op uitbraak van boorvloeistof kan worden gemitigeerd door aanpassing van de boorsnelheid, de boorgangdiameter te vergroten en/of de samenstelling en/of flow van de boorvloeistof op de situatie aan te passen. Geadviseerd wordt om gedurende tenminste de laatste 370 m van de boring de boorsnelheid zodanig terug te brengen, dat een uitbraak van boorvloeistof kan worden voorkomen. Uit het resultaat van de berekeningen blijkt dat tijdens het voorruimen en tijdens de intrekoperatie de minimaal benodigde muddrukken lager zijn dan de maximaal toelaatbare muddrukken. Het resultaat van de berekeningen van de minimaal benodigde muddruk (Pmin) tijdens de drie fasen is weergegeven in bijlage 8. De drukken worden tevens grafisch weergegeven in deze bijlage. Conclusie De afstanden waarover een eventuele blow-out of deformatie boorgat optreedt nemen beperkt toe met respectievelijk 5 m en 15 m wanneer de Bosbaan volledig gekruist zou worden.
Hierbij is dus geen rekening gehouden met de gronddruk die wel aanwezig is tussen HDD en de Bosbaan, dus daarmee een conservatieve benadering. Daarmee wordt geconcludeerd dat dit acceptabel zal zijn en geen nadelige gevolgen heeft voor de HDD, mits de nodige maatregelen worden getroffen.
5.4
Trekkracht HDD Bij het uitvoeren van de intrekoperatie wordt er een trekkracht uitgeoefend op de aan te leggen leiding. Deze trekkracht is afhankelijk van een aantal factoren: Opdrijvend vermogen Toe te passen boogstralen Lengte van de boring Grondslag waarin geboord wordt Bovenstaande factoren leiden tot een maximale trekkracht op de leiding. Met de berekende trekkracht kan er bepaald worden of de leiding voldoet aan de betreffende situatie en uitvoeringswijze. De maximale trekkracht welke nodig is om de horizontale gestuurde boring uit te voeren is 419 kN, zie bijlage 5. Deze berekende trekkracht is exclusief veiligheidsfactoren. Uit de berekeningen blijkt dat het eigen gewicht van de leiding lager is dan de opwaartse druk. Door de leidingbundel voor 50% te vullen met (ballast)water kan de benodigde trekkracht geoptimaliseerd worden tot 228 kN, zie bijlage 6.
Blad 20 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Spanningen Ten behoeve van een toetsing aan de integriteit van de leiding tijdens het intrekken en de bedrijfsfase, is een vereenvoudigde spanningsanalyse uitgevoerd voor de volgende fasen: Belastingcombinatie 1a : begin van de trekoperatie Belastingcombinatie 1b : einde van de trekoperatie Belastingcombinatie 3 : bedrijfsfase, niet op druk De spanningen in de (drukloze) leiding ten gevolge van het intrekken van de leiding, combinaties 1a/1b en 3, zijn weergegeven in tabel 5.3. Tabel 5.3: Maximaal toelaatbare spanningen ten gevolge van het intrekken (Ø406,4 mm L245NE/ME WT=8.7mm) Spanningen
Max. toelaatbare spanningen (N/mm2)
Belasting combinatie 1A (N/mm²)
Belasting combinatie 1B (N/mm²)
Belasting combinatie 3 (N/mm²)
Sigmav Sigmavmax
Voldoet
222,73
136
221 (194 incl. ballast)
-
Ja Ja
378,64
-
-
197
Ja
Uit de berekeningen blijkt dat de optredende spanningen in de leiding de toelaatbare spanningen niet overschrijden. Al worden de toelaatbare spanningen wel benaderd als er geen ballast wordt toegepast. Daarom wordt aanbevolen om de leiding met 50% te ballasten.
5.5
Kwelanalyse HDD
5.5.1
Algemeen Bij een geplande gestuurde boring dient zorg te worden gedragen dat er langs de boorgang geen kwelweg zal ontstaan. Verschillende situaties die een risico op het ontstaan van kwel kunnen veroorzaken zijn: 1. Een doorsnijding van een watervoerend pakket door de boorgang, waarbij de stijghoogte in het pakket hoger is dan de freatische grondwaterstand; 2. Een verschil in grondwaterstanden tussen uittredepunt en intredepunt van de boorgang; 3. Een onderdoorgang van de boorgang onder een open watergang of oppervlaktewater, waarbij de waterstand van het oppervlaktewater hoger is dan de grondwaterstand ter plaatse van uittredepunt en/of intredepunt van de boorgang. Bovenstaande situaties dienen getoetst te worden conform de NEN3651 Bijlage D.
5.5.2
Risicobepaling Situatie 1 Ter plaatse van de toekomstige horizontaal gestuurde boring is een stijghoogte in een dieper gelegen grondpakket vastgesteld die hoger is dan de freatische grondwaterstand, zie paragraaf 3.5. Er is een maximaal verschil van 0,30 m tussen de stijghoogte (NAP -3,50 m) in het dieper gelegen zandpakket en de freatische grondwaterstand ter plaatse van het intredepunt (NAP -3,80 m). Het risico op kwel als gevolg van doorsnijding van een watervoerend pakket wordt in paragraaf 5.5.3 nader beschouwd.
Blad 21 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Situatie 2 Ter plaatse van de kruising is geen verschil vastgesteld tussen de grondwaterstand bij het in- (NAP -3,80 m) en het uittredepunt (NAP -3,80 m), zie paragraaf 3.5. Daarom wordt er geen risico op kwel verwacht als gevolg van verschillen tussen de freatische waterstand ter plaatse van het in- en uittredepunt. Situatie 3 De gestuurde boring kruist geen grote watergang. Er is echter wel een waterkering in de buurt gelegen van de Nieuwe Meer en vlak naast de HDD is de Bosbaan aanwezig. Door het uitvoeren van de gestuurde boring zou er een ongewenste kwelstroom kunnen ontstaan tussen het oppervlaktewater van Nieuwe Meer (waterpeil NAP –0,61 m, zie par. 3.5) en de Bosbaan (waterpeil NAP –4,52 m, zie par. 3.5) richting het boorgat. De stijghoogte in het gebied kent weinig variatie en vanuit het watervoerend pakket worden geen problemen met kwel verwacht ten opzichte van de bestaande situatie. De onderkant van de Bosbaan ligt nog in het holocene pakket, dus direct contact tussen het oppervlaktewater van de Bosbaan en ter plaatse van de gestuurde boring wordt niet direct verwacht. Tevens ligt de waterstand van de Bosbaan (NAP –4,52 m) lager dan die bij de HDD (NAP –3,80 m) wordt verwacht. Het risico op kwel wordt daarom verwaarloosbaar geacht. Uit de gegevens blijkt dat de Nieuwe Meer tot ca.
40 m diep is uitgebaggerd en staat daarom ook direct in contact met het watervoerend pakket. De waterstand in de Nieuwe Meer staat daarmee dus in direct contact met het te maken boorgat en is daarmee wel een risico. Dit geldt ook voor de Ringvaart die vanaf de Nieuwe Meer richting Schiphol ligt. In paragraaf 5.5.3 is deze optie tot kwel nader beschouwd.
5.5.3
Absolute toetsing kwel Door het verschil tussen de freatische waterstand en de stijghoogte en het eerste watervoerend pakket, kan een kwelweg ontstaan langs het boorgat. Tevens kan er een kwelstroom vanuit de Nieuwe Meer ontstaan richting het boorgat. Deze potentiële kwelwegen worden gecontroleerd met behulp van Bligh-Lane, zoals staat beschreven in bijlage D van NEN 3651. De resultaten van deze absolute beschouwing zijn opgenomen in tabel 5.4. Absolute toetsing
∑Lv + ∑(⅓ * Lh) ≥ Cl * H Hierbij is: Lv : de lengte van de kwelweg voor hellingen steiler dan 45°, in m. Lh : de lengte van de kwelweg voor hellingen flauwer dan 45°, in m. Cl : een grondsoortafhankelijke factor, die zowel de doorlatendheid als de erosiebestendigheid (korrelgrootte of cohesie) representeert. H : het peilverschil in m. ⅓ : factor tussen 0 en ⅓ voor contactvlak grond/bentoniet
Blad 22 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Tabel 5.4: Absolute toetsing van de kwelweg Situatie
Situatie 1
Van
Stijghoogte
Naar
Intredepunt
Lv
0,00
Lh
Ca. 39,0 m
H
0,3 m
Cl
7 1)
Linker lid
13,0
Rechter lid
2,1
Absolute toetsing
Lh
Voldoet
Situatie
Situatie 2
Van
Nieuwe Meer
Naar
Boorgat
Lv
0,00
Lh
Ca. 270,0 m
H
3,2 m
Cl
7 1)
Linker lid
90,0
Rechter lid
22,4
Absolute toetsing
Lh
Uittredepunt
Voldoet
Situatie
Situatie 3
Van
Nieuwe Meer / Ringvaart
Naar
Boorgat
Lv
0,00
Lh
Ca. 120,0 m
H
3,2 m
Cl
7 1)
Linker lid
40,0
Rechter lid
22,4
Absolute toetsing
Lh Uittredepunt
Voldoet
1: Uitgegaan van een worst-case benadering, wordt er voor de Cl een waarde van 7 aangenomen
5.5.4
Conclusie kwelwegbeschouwing Op basis van de resultaten in de bovenstaande tabel wordt voor alle kwelsituaties voldaan aan de absolute toetsingsregel.
Blad 23 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
6
Grondmechanische parameters Op basis van het uitgevoerde grondonderzoek en de door opdrachtgever aangeleverde (dwars)profielen zijn voor de gestuurde boring de grondmechanische parameters bepaald. De volgende brongegevens zijn gebruikt ten behoeve van de berekening: “Detailkaart G-H ombouw NUON Power Diemen” W-534-01-KR-053-A21 (25-02-2022) “Detailkaart G-H ombouw NUON Power Diemen” W-534-01-KR-054-A21 (06-12-2021) “Detailkaart G-H ombouw NUON Power Diemen” W-534-01-KR-055-A21 (06-12-2021) “Detailkaart G-H ombouw NUON Power Diemen” W-534-01-KR-056-A21 (06-12-2021) “Detailkaart G-H ombouw NUON Power Diemen” W-534-01-KR-057-A21 (25-02-2022) De grondparameters zijn bepaald op basis van de buitenmantel van de stalen leiding. De resultaten zijn gepresenteerd in bijlage 7. De volgende parameters zijn berekend: horizontale beddingsconstante (N/mm³); verticale beddingsconstante omlaag (N/mm³); verticale beddingsconstante omhoog (N/mm³); wrijving (N/mm²); axiale verplaatsing bij maximale wrijving (mm); verticaal evenwichtsdraagvermogen (N/mm²); passieve grondbelasting (N/mm²); horizontale gronddruk (N/mm²); neutrale grondbelasting (N/mm²); reële grondbelasting (N/mm²). De leidingparameters geven een representatieve afspiegeling van de grondopbouw van het tracégedeelte over de horizontaal gestuurde boring.
Bij de berekening zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: De grondmechanische leidingparameters zijn berekend overeenkomstig de norm NEN 3650:2020 serie; De berekende waarden zijn berekend exclusief onzekerheidsfactoren; Bij leidingdieptes dieper dan 8 maal de nominale leidingdiameter is rekening gehouden met gewelfwerking; Aanvulling van leidingsleuven wordt uitgevoerd met het oorspronkelijke materiaal. Bij berekening van de HDD-parameters wordt uitgegaan van een ligging in een stabiel boorgat, gevuld met bentoniet.
Blad 24 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
7
Autonome bodemdaling In het gehele plangebied van de toekomstige leidingen kunnen zettingen optreden vanuit de autonome bodemdaling en zettingen ten gevolge van waterhuishoudkundige aspecten. Vanuit de omgeving is er een analyse gemaakt van de te verwachten (verschil) zettingen op basis van beschikbare broninformatie bij TNO-NITG. De autonome zettingen kunnen uit een aantal componenten bestaan waaronder veenoxidatie en/of –krimp, klink en rijping. Het effect van de zettingen op de leiding is afhankelijk van de bodemopbouw en of de grondlagen zich boven en/of beneden het niveau van de leidingen bevinden.
7.1
Actuele Bodemdalingskaart Nederland Via de bodemdalingskaart van Nederland zijn er kaarten beschikbaar die de bodemdaling inzichtelijk maken aan de hand van langdurige meetreeksen. Deze metingen zijn gestart in 2015 en zijn voor het laatst bijgewerkt in 2019. In Tabel 7.1 worden drie situaties van bodemdaling weergegeven die in de peridode 2015 - 2019 zijn gemeten. De eerste situatie is van de ondiepe (holoceen) laag, de tweede situatie is van de diepe (Pleistoceen) laag en de laatste situatie is een sommatie van deze twee. Tabel 7.1: Actuele Bodemdalingskaart Nederland (bron: https://bodemdalingskaart.nl) Bodemdaling ondiepe lagen
Bodemdaling diepe lagen
Bodemdaling totaal
-2,5 mm per jaar
+0,4 mm per jaar
-2,1 mm per jaar
Op basis van de meetgegevens in de periode 2015-2019 blijkt dat de totale achtergrondzettingen in de Holocene deklaag op gebiedsniveau 2,5 mm /jaar bedragen. Het maaiveld beweegt neerwaarts en de bovenzijde van het Pleistocene opwaarts. Het verschil tussen deze waarden is de achtergrondzetting in het Holoceen. Met de term achtergrondzetting wordt hierbij de kruipdeformatie bedoeld die optreedt zonder dat de bodem belast wordt.
Blad 25 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
7.2
Conclusie achtergrondzettingen Vanuit de literatuur en de vastgestelde bodemopbouw op basis van het uitgevoerde grondonderzoek dient er rekening gehouden te worden met een minimale achtergrondzetting van circa 2,1 mm per jaar [TNO-NITG]. Indien de leidingen worden ‘gefundeerd’ op het pleistoceen of vaste punt constructies moet er rekening gehouden worden met een maximaal verschil zetting, tussen het holoceen en pleistoceen, van ca. 2,1 mm/jaar. Over 100 jaar (opgegeven levensduur van de leiding) is het maximale zettingsverschil ca. 210 mm. Dit zettingsverschil begint aan het maaiveld en verloopt tot de grens tussen het holoceen en pleistoceen naar 0 mm. Indien er rekening wordt gehouden met toekomstige wijzigingen in de huidige situatie, bijvoorbeeld ophogingen boven de leiding, dient voor het leidinggedeelte met een overgang naar vaste punten een zettingsprofiel te worden opgesteld teneinde de krachten door deze zettingen nader te berekenen. De bepaalde zettingen, gebaseerd op het voorhanden zijnde onderzoek en kennis over de bodemdaling in het gebied exclusief veiligheidsfactoren, kunnen in het ontwerp met de nodige reserves/ mogelijke risico’s van grotere zettingen gedimensioneerd worden.
Blad 26 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
8
Uitvoeringsrisico’s
8.1
Risico’s en aandachtspunten In het bodemonderzoek zijn zandlagen aangetroffen van los- tot (zeer) vast gepakt, met (zeer) fijne tot matig grove structuur. Verder zijn sporen van grind ook niet uit te sluiten. Tijdens de uitvoering van de gestuurde boring dient de muddruk in de gaten gehouden te worden. Zo nodig dient de boorsnelheid en/of boorvloeistof, in verband met het risico op een blowout, op de situatie aan te worden gepast. De volgende punten worden dan ook onder de aandacht gebracht: verlies van boorvloeistof. De retourstroom kan slechts worden gehandhaafd als er voldoende druk, volume en viscositeit aanwezig is. voor afpleistering (afsluiting boorgang) in grove zand- en grindlagen kan men: o viscositeit van de boorspoeling verhogen. o toeslagstoffen toepassen in boorvloeistof. draagkracht boorvloeistof moet worden aangepast voor retourtransport. verstopping retourleiding. Tijdens de pilotboring (van oost naar west) overschrijden de minimaal voor het boorproces vereiste vloeistofdrukken over de laatste 105 meter, de maximaal toelaatbare vloeistofdrukken. Over de laatste 355 m van de boring overschrijden de vereiste boorvloeistofdrukken de grenswaarde waarboven deformatie van het boorgat optreedt.
Het risico op een blowout kan zoveel mogelijk beheerst worden door de boorvloeistof aan de situatie aan te passen en de boorsnelheid over tenminste de laatste 360 m van de boring terug te brengen. Uit het resultaat van de berekeningen blijkt dat tijdens het voorruimen en tijdens de intrekoperatie de minimaal benodigde muddrukken lager zijn dan de maximaal toelaatbare muddrukken. Aangezien de boring vlak naast de Bosbaan is uitgevoerd, is het niet ondenkbaar dat er een muddruk uitbraak plaats kan vinden in de Bosbaan. Dit is onderzocht door een model op te stellen waarbij fictief de Bosbaan is ingevoerd en doorgerekend. Hieruit blijkt dat de afstanden waarover een eventuele blow-out of deformatie boorgat optreedt met respectievelijk 5 m beperkt toeneemt of zelfs met 200 m afneemt, wanneer de Bosbaan volledig gekruist zou worden met een fictieve diepte van de HDD. Daarmee wordt geconcludeerd dat dit acceptabel zal zijn en geen nadelige gevolgen heeft voor de HDD, mits de nodige maatregelen worden getroffen. Om inspoeling van water in het boorgat te voorkomen, dient de hydrostatische kolomdruk van de boorvloeistof groter te zijn dan de waterdruk. Uit de resultaten blijkt de waterdruk niet hoger te liggen dan de boorvloeistofdruk. Vast gepakte lagen (hoge conus weerstand) kunnen stagnatie in de voortgang van het boren als gevolg hebben.
Tijdens uitvoering van de gestuurde boringen dienen de muddrukken gemonitord te worden om een blow-out te kunnen voorkomen. De aannemer dient de boorequipment (inclusief boorvloeistof) af te stemmen op de situatie.
Blad 27 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
8.2
Overige risico’s en aandachtspunten Naast de risico’s en aandachtspunten ten gevolge van de bodemopbouw, verdienen ook de volgende punten aandacht: Voorafgaande aan de uitvoering dienen de eventuele aanwezige kabels en leidingen opgespoord te worden. Visueel dient gecontroleerd te worden op het uittreden van bentoniet uit het maaiveld (blowout), tijdens het uitvoeren van de pilotboring van de HDD. Voor de veldstrekking en de putten dient er gecontroleerd te worden op het opbarsten van de put. Tijdens uitvoering dient er visueel gecontroleerd te worden op verontreiniging van de bodem. De maximale trekkracht welke nodig is om de horizontale gestuurde boring uit te voeren is 419 kN. Het gewicht van leiding is hierbij kleiner dan de opwaartse druk. De berekende spanningen in de leiding zijn lager dan de toelaatbare spanningen. Geadviseerd wordt om de leiding met 50% water te ballasten, gelijk aan de opwaartse druk. De trekkracht neemt dan af tot 228 kN. Op basis van de resultaten in tabel 5.4 wordt voor alle kwelsituaties voldaan aan de absolute toetsingsregel. Vanuit de literatuur en de vastgestelde bodemopbouw op basis van het uitgevoerde grondonderzoek dient er rekening gehouden te worden met een minimale achtergrondzetting van circa 2,1 mm per jaar [TNO-NITG].
Indien de leidingen worden ‘gefundeerd’ op het pleistoceen of vaste punt constructies moet er rekening gehouden worden met een maximaal verschil zetting, tussen het holoceen en pleistoceen, van ca. 2,1 mm/jaar. Over 100 jaar (opgegeven levensduur van de leiding) is het maximale zettingsverschil ca. 210 mm. Dit zettingsverschil begint aan het maaiveld en verloopt tot de grens tussen het holoceen en pleistoceen naar 0 mm. Indien er rekening wordt gehouden met toekomstige wijzigingen in de huidige situatie, bijvoorbeeld ophogingen boven de leiding, dient voor het leidinggedeelte met een overgang naar vaste punten een zettingsprofiel te worden opgesteld teneinde de krachten door deze zettingen nader te berekenen. Uitgangspunten en risico’s genoemd in dit rapport dienen geverifieerd te worden door de aannemer. Daarnaast dient het uitvoeringsplan afgestemd te worden op de lokale omstandigheden. Voor de vergunningverlening dient er uiteindelijk door een gecertificeerde aannemer het definitieve boorplan opgesteld te worden. Antea Group Heerenveen, april 2022
Blad 28 van 28
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Bijlage 1 Tekeningen
Grondmechanisch rapport Ombouw G-H gas tracédeel Bosbaan projectnummer 0455806.100 22 april 2022 revisie 0A N.V. Nederlandse Gasunie
Bijlage 1 Tekeningen
REN IJDE ERW E V -A22 EL T -052-1 P 01-L 48205
0
116650
116400
482100
01-
GL
BUITEN BES
116700
4-
ZONE
53 W-
CHERMINGS
E AC
TEK. NR. W-534-01-KR-053-A21
TR
52
482100
E
L -G
D EIN
aansluiting op bestaande pijp 16" WD 8.74mm -0 KR
KR-054-A21
S
48200
116400
0
LEGENDA TE LEGGEN LEIDING BESTAANDE LEIDING PLOEGBARE SECTIE KRUISINGSCIRKEL WERKSTROOK KADASTRALE PERCEEL GRENS BESTAANDE SITUATIE TOEKOMSTIGE SITUATIE
onb. Ø onb.
k 12°
30° R=5DN 60° R=5DN
Waternet drukriool
bocht 90° R=10DN V=12°
VOOR HET UITZETTEN VAN HET TRACE , GEBRUIK MAKEN VAN NIEUWBOUW COORDINATENLIJST VAN LEIDINGPUNTEN. AANMETINGEN ZIJN INFORMATIEF.
B.O.B. -3.37m Ø100mm MAAIVELD NIET GEMETEN
Riool 6,21
gshoe
bocht 90° R=10DN UITTREDEPUNT PILOTBORING
hellin
JUISTE PLAATS VAN KABELS EN BUIZEN TIJDENS UITVOERING TE BEPALEN D.M.V. PROEFSLEUVEN
bocht 5,50°
BEGIN VERLEGGING
bocht 90° R=5DN V=30° Waternet waterleiding LS en data kabels
bocht 45° R=10DN
116400
481950
8,01
-4.52 DN400 W-540-07
79,54
-32.00
DETAILS PIJPMATEN BEKLEDING AFSTAND
BOVENK. PIJP T.O.V.
N.A.P. MAAIVELD -3.23 N.A.P. MAAIVELD SLOOTBODEM
-3.23 -6.00 -4.54
-4.54
-9.59
-21.1
BIJBEHORENDE TEKENINGEN DETAIL -
TEKENING TITEL WERKSTROOKTEKENING -
-23.00
MATERIAALSTAAT TEKENING NR. W-534-01-KW-053-1-A21 -
LENGTE
52.0m 286.9m -
DIAM.
DN400 DN400 -
STALEN PIJP W.D. BEKL. 7.4mm 8.7mm -
PE PP -
MAT.
L415ME L245NE/ME -
MAT.CODE
12-27-038 12-40-602 -
AANT. 2 1 1 1 1
OVERIGE MATERIALEN OMSCHRIJVING DN400 BOCHT 90° R=10DN DN400 BOCHT 45° R=10DN DN400 BOCHT 90° R=5DN DN400 BOCHT 60° R=5DN DN400 BOCHT 30° R=5DN
MAT.CODE 11-64-692 11-58-692 11-64-948 11-60-948 11-56-948
OVERIGE MATERIALEN OMSCHRIJVING
AANT. -
-
-
MAT.CODE
-32.00
1 : 500
LEGENDA
SITUATIE
SCHAAL
AANWIJSPAAL
PROFIEL
LENGTESCHAAL 1 : 500 HOOGTESCHAAL 1 : 500
MEETPAAL SCHEMAPAAL VLIEGPAAL MET KEGEL VLIEGPAAL MET DAKJE
ROUTEKAART G-H OMBOUW NUON POWER DIEMEN (BOSBAAN) DN400 LEIDING M&R DRIEHUIS - DIEMEN STATUS GETEKEND DOOR AFD. PAR. c 2021 N.V. NEDERLANDSE GASUNIE BALENTIN OOD
VOOR EIGENAREN ZIE TRACELIJST EN VOOR BESTAANDE KABELS EN LEIDINGEN ZIE BOVENBEELD
DAMWAND ZINKERBORD
TITEL
GECONTROLEERD DOOR
AFD.
PAR.
OMSCHRIJVING WIJZIGING
VOOR AKKOORD
AFD.
PAR.
SCHAAL
FABRIE
OOD
STOFFERS
OTW-L
CATEGORIE VAKGEBIED TEK. SOORT
ONTWERPDRUK
40.0 bar
STERKTE BEPR. VOLGENS CSW-19-N
L
PROJECTNUMMER
I.013709.01
2
71
B&O
NEE
SUBLOCATIE/GEBOUW CODE
-
GETEKEND BIJ
INFO VERTICALE BOCHT TEGEVOEGD GASUNIE ZIE SCHALEN
DATUM 1e UITGAVE
2021-12-06
FORMAAT NUMMER
A1 W-534-01-KR-053-A21
DATUM WIJZIGING
2022-02-25 WIJZ. NR.
2
48220
TEK. NR. W-534-01-KR-054-A21
KR-055-A21
KR-053-A21
117000
0
116700
482100
LEGENDA TE LEGGEN LEIDING BESTAANDE LEIDING PLOEGBARE SECTIE KRUISINGSCIRKEL WERKSTROOK KADASTRALE PERCEEL GRENS BESTAANDE SITUATIE TOEKOMSTIGE SITUATIE
VOOR HET UITZETTEN VAN HET TRACE , GEBRUIK MAKEN VAN NIEUWBOUW COORDINATENLIJST VAN LEIDINGPUNTEN. AANMETINGEN ZIJN INFORMATIEF.
Waternet Riool vrijverval
JUISTE PLAATS VAN KABELS EN BUIZEN TIJDENS UITVOERING TE BEPALEN D.M.V. PROEFSLEUVEN
MAAIVELD NIET GEMETEN
onb. Ø onb. R
-32.00
-32.00
DETAILS PIJPMATEN BEKLEDING AFSTAND
BOVENK. PIJP T.O.V.
N.A.P. MAAIVELD -32.00 N.A.P. MAAIVELD SLOOTBODEM
-32.00
BIJBEHORENDE TEKENINGEN DETAIL -
MATERIAALSTAAT
TEKENING TITEL -
TEKENING NR. -
LENGTE
330.0m -
DIAM.
DN400 -
STALEN PIJP W.D. BEKL. 8.7mm -
PP -
MAT.
L-245 NE/ME -
MAT.CODE
12-40-602 -
OVERIGE MATERIALEN OMSCHRIJVING
AANT. -
-
MAT.CODE -
OVERIGE MATERIALEN OMSCHRIJVING
AANT. -
-
-
MAT.CODE
1 : 500
LEGENDA
SITUATIE
SCHAAL
AANWIJSPAAL
PROFIEL
LENGTESCHAAL 1 : 500 HOOGTESCHAAL 1 : 500
MEETPAAL SCHEMAPAAL VLIEGPAAL MET KEGEL VLIEGPAAL MET DAKJE
ROUTEKAART G-H OMBOUW NUON POWER DIEMEN (BOSBAAN) DN400 LEIDING M&R DRIEHUIS - DIEMEN STATUS GETEKEND DOOR AFD. PAR. c 2021 N.V. NEDERLANDSE GASUNIE BALENTIN OODG
VOOR EIGENAREN ZIE TRACELIJST EN VOOR BESTAANDE KABELS EN LEIDINGEN ZIE BOVENBEELD
DAMWAND ZINKERBORD
TITEL
GECONTROLEERD DOOR
AFD.
PAR.
OMSCHRIJVING WIJZIGING
VOOR AKKOORD
AFD.
PAR.
SCHAAL
STOFFERS
OTW-L
HERREWIJN
OPZ
CATEGORIE VAKGEBIED TEK. SOORT
ONTWERPDRUK
40.0 bar
STERKTE BEPR. VOLGENS CSW-19-N
L
PROJECTNUMMER
I.013709.01
2
71
B&O
NEE
SUBLOCATIE/GEBOUW CODE
-
ZIE SCHALEN
GETEKEND BIJ
GASUNIE DATUM 1e UITGAVE
2021-12-06
FORMAAT NUMMER
A1 W-534-01-KR-054-A21
DATUM WIJZIGING WIJZ. NR.
0
WATERKERING S-AS WATERKERING
S-AS
SC BE O SZ
R HE SC
G IN
BE
117000
0
RM HE NE
M
BESCHERMING
SZONE
O
BE
SZ
TEK. NR. W-534-01-KR-055-A21
NE
BU IT
EN
M
IN G
SC HE
BE
BU IT
SC
IN G SZ
HE R
RM
O
SC HE
NE
EN
BE
BU IT
EN
KR-056-A21
KR-054-A21
NE O
SZ G IN
48225 0
117300
48220
RM
IN G
SZ
O NE
S
S
S
S
BUITEN BESCHE RM
INGSZONE
RMINGSZONE
0 117350
BUITEN BESCHE
48220
LEGENDA
VOOR HET UITZETTEN VAN HET TRACE , GEBRUIK MAKEN VAN NIEUWBOUW COORDINATENLIJST VAN LEIDINGPUNTEN. AANMETINGEN ZIJN INFORMATIEF.
482100 117050
JUISTE PLAATS VAN KABELS EN BUIZEN TIJDENS UITVOERING TE BEPALEN D.M.V. PROEFSLEUVEN
TE LEGGEN LEIDING BESTAANDE LEIDING PLOEGBARE SECTIE KRUISINGSCIRKEL WERKSTROOK KADASTRALE PERCEEL GRENS BESTAANDE SITUATIE TOEKOMSTIGE SITUATIE
MAAIVELD NIET GEMETEN
-32.00
-32.00
DETAILS PIJPMATEN BEKLEDING AFSTAND
BOVENK. PIJP T.O.V.
N.A.P. MAAIVELD -32.00 N.A.P. MAAIVELD SLOOTBODEM
-32.00
BIJBEHORENDE TEKENINGEN DETAIL -
MATERIAALSTAAT
TEKENING TITEL -
TEKENING NR. -
LENGTE
330.0m. -
DIAM.
DN400 -
STALEN PIJP W.D. BEKL. 8.7mm -
PP -
MAT.
L-245 NE/ME -
MAT.CODE
12-40-602 -
OVERIGE MATERIALEN OMSCHRIJVING
AANT. -
-
MAT.CODE -
OVERIGE MATERIALEN OMSCHRIJVING
AANT. -
-
-
MAT.CODE
1 : 500
LEGENDA
SITUATIE
SCHAAL
AANWIJSPAAL
PROFIEL
LENGTESCHAAL 1 : 500 HOOGTESCHAAL 1 : 500
MEETPAAL SCHEMAPAAL VLIEGPAAL MET KEGEL VLIEGPAAL MET DAKJE
ROUTEKAART G-H OMBOUW NUON POWER DIEMEN (BOSBAAN) DN400 LEIDING M&R DRIEHUIS - DIEMEN STATUS GETEKEND DOOR AFD. PAR. c 2021 N.V. NEDERLANDSE GASUNIE BALENTIN OODG
VOOR EIGENAREN ZIE TRACELIJST EN VOOR BESTAANDE KABELS EN LEIDINGEN ZIE BOVENBEELD
DAMWAND ZINKERBORD
TITEL
GECONTROLEERD DOOR
AFD.
PAR.
OMSCHRIJVING WIJZIGING
VOOR AKKOORD
AFD.
PAR.
SCHAAL
STOFFERS
OTW-L
HERREWIJN
OPZ
CATEGORIE VAKGEBIED TEK. SOORT
ONTWERPDRUK
40.0 bar
STERKTE BEPR. VOLGENS CSW-19-N
L
PROJECTNUMMER
I.013709.01
2
71
B&O
NEE
SUBLOCATIE/GEBOUW CODE
-
ZIE SCHALEN
GETEKEND BIJ
GASUNIE DATUM 1e UITGAVE
2021-12-06
FORMAAT NUMMER
A1 W-534-01-KR-055-A21
DATUM WIJZIGING WIJZ. NR.
0
BESCHERMING
SZONE
BESCHERMING
SZONE
48235
0
S-AS
BESCHERMING SZONE
E
N
BESCHERMING
KR-057-A21
TEK. NR. W-534-01-KR-056-A21
KR-055-A21
WATERKERING
WA TE RK
ER IN
GS
-AS
117650
WATERKERING S-AS
SZONE
H
C
S BE
ER
G
IN
M
O SZ
48220 0
UITEN BESCHERM
BUITEN BESCHE
117350
INGSZONE
RMINGSZONE
LEGENDA BUITEN BESCHE
RMINGSZONE
JUISTE PLAATS VAN KABELS EN BUIZEN TIJDENS UITVOERING TE BEPALEN D.M.V. PROEFSLEUVEN
117700
VOOR HET UITZETTEN VAN HET TRACE , GEBRUIK MAKEN VAN NIEUWBOUW COORDINATENLIJST VAN LEIDINGPUNTEN. AANMETINGEN ZIJN INFORMATIEF.
TE LEGGEN LEIDING BESTAANDE LEIDING PLOEGBARE SECTIE KRUISINGSCIRKEL 48225 WERKSTROOK 0 KADASTRALE PERCEEL GRENS BESTAANDE SITUATIE TOEKOMSTIGE SITUATIE
MAAIVELD NIET GEMETEN
-32.00
-32.00
DETAILS PIJPMATEN BEKLEDING
A
AFSTAND
BOVENK. PIJP T.O.V.
N.A.P. MAAIVELD -32.00 N.A.P. MAAIVELD SLOOTBODEM
-32.00
BIJBEHORENDE TEKENINGEN DETAIL -
MATERIAALSTAAT
TEKENING TITEL -
TEKENING NR. -
LENGTE
330.0m. -
DIAM.
DN400 -
STALEN PIJP W.D. BEKL. 8.7mm -
PP -
MAT.
L-245 NE/ME -
MAT.CODE
12-40-602 -
OVERIGE MATERIALEN OMSCHRIJVING
AANT. -
-
MAT.CODE -
OVERIGE MATERIALEN OMSCHRIJVING
AANT. -
-
-
MAT.CODE
1 : 500
LEGENDA
SITUATIE
SCHAAL
AANWIJSPAAL
PROFIEL
LENGTESCHAAL 1 : 500 HOOGTESCHAAL 1 : 500
MEETPAAL SCHEMAPAAL VLIEGPAAL MET KEGEL VLIEGPAAL MET DAKJE
ROUTEKAART G-H OMBOUW NUON POWER DIEMEN (BOSBAAN) DN400 LEIDING M&R DRIEHUIS - DIEMEN STATUS GETEKEND DOOR AFD. PAR. c 2021 N.V. NEDERLANDSE GASUNIE BALENTIN OODG
VOOR EIGENAREN ZIE TRACELIJST EN VOOR BESTAANDE KABELS EN LEIDINGEN ZIE BOVENBEELD
DAMWAND ZINKERBORD
TITEL
GECONTROLEERD DOOR
AFD.
PAR.
OMSCHRIJVING WIJZIGING
VOOR AKKOORD
AFD.
PAR.
SCHAAL
STOFFERS
OTW-L
HERREWIJN
OPZ
CATEGORIE VAKGEBIED TEK. SOORT
ONTWERPDRUK
40.0 bar
STERKTE BEPR. VOLGENS CSW-19-N
L
PROJECTNUMMER
I.013709.01
2
71
B&O
NEE
SUBLOCATIE/GEBOUW CODE
-
ZIE SCHALEN
GETEKEND BIJ
GASUNIE DATUM 1e UITGAVE
2021-12-06
FORMAAT NUMMER
A1 W-534-01-KR-056-A21
DATUM WIJZIGING WIJZ. NR.
0
BE M ER
H SC NE O SZ G IN
0
48240
EN IT BU
beschoeiing
GSZ ON E MIN HER BES C
BE
BUIT EN B
TEN
KR-056-A21
TEK. NR. W-534-01-KR-057-A21
NE
O
SZ ESC
S
BUI
SZONE
G IN
H
SC
G
BESCHERMING
M ER
IN
E
N
O SZ
RM
HE
SC
BE
damwand
0 117950
WA TE R
KE R
ING
S-A
S
117650
48235
6.15
HER M
7.30
ING
SZO
NE
KR-058-GL
aansluiting op bestaande pijp 16" WD 8.74mm
LEGENDA
BUITEN BESCHE RMINGSZONE
TE LEGGEN LEIDING BESTAANDE LEIDING PLOEGBARE SECTIE KRUISINGSCIRKEL WERKSTROOK KADASTRALE PERCEEL GRENS BESTAANDE SITUATIE TOEKOMSTIGE SITUATIE
117700
48225 0
VOOR HET UITZETTEN VAN HET TRACE , GEBRUIK MAKEN VAN NIEUWBOUW COORDINATENLIJST VAN LEIDINGPUNTEN. AANMETINGEN ZIJN INFORMATIEF.
117950
48230 JUISTE PLAATS VAN 0KABELS EN BUIZEN TIJDENS UITVOERING TE BEPALEN D.M.V. PROEFSLEUVEN
HORIZONTALE BOOG R=800m knikpunt 5,62°
ophogen met teelaarde (min. dekking 80cm)
MAAIVELD NIET GEMETEN
onb. damwand
2,4
10,25
onb. beschoeiing
-32.00
12°
EINDE VERLEGGING
shoek
helling
knikpunt 90°R=10DN V= 5.83°
knikpunt 90°R=10DN V= 3.43°
Rhorizontaal = 800m Rvertical = 500m Rgecombineerde= 424m
INTREDEPUNT PILOTBORING knikpunt 90°R=10DN
knikpunt 90°R=10DN V= 12°
LENGTE = 80.12m
-7.50 DN160 Middensp.