Bijlage 19 Acacialaan flora en fauna
Tekst van het document
QUICKSCAN en WERKPROTOCOL ACACIALAAN In verband met de geplande waterberging
QUICKSCAN en WERKPROTOCOL ACACIALAAN In verband met de geplande waterberging
Opdrachtgever: BMB De heer Th. Lighthart
Projectnummer : P20334 Datum : 27 november 2020
Projectleider Controle Paraaf
: I. Verbraeken : P.M.A. van der Wielen :
Postbus 36233 1020 ME AMSTERDAM Telefoon: 06-50523935 E-mail: info@groenadviesamsterdam.nl
Groenadvies Amsterdam bv
Quickscan en werkprotocol Acacialaan
INHOUDSOPGAVE :
1
INLEIDING ............................................................................................................................ 3
2
HET ONDERZOEKSGEBIED ............................................................................................... 4 2.1 Ligging projectgebied .................................................................................................... 4 2.2 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................................... 5 2.3 Voorgenomen ingreep ................................................................................................... 7
3
WERKWIJZE ......................................................................................................................... 8 3.1 Literatuurstudie .............................................................................................................. 8 3.2 Aanwezige natuurwaarden ............................................................................................ 8
4
WERKPROTOCOL ............................................................................................................. 10 4.1 Algemene voorschriften............................................................................................... 10 4.2 Algemene maatregelen ............................................................................................... 10 4.3 Ontgraven grond ......................................................................................................... 11 4.4 Na de werkzaamheden ............................................................................................... 11
Dit product van Groenadvies Amsterdam BV mag alleen geheel of gedeeltelijk worden vermenigvuldigd, openbaar gemaakt of ter beschikking van derden worden gesteld, na toestemming van Groenadvies Amsterdam BV en met bronvermelding.
27 november 2020
Pagina 2 van 11
Groenadvies Amsterdam bv
1
Quickscan en werkprotocol Acacialaan
INLEIDING
Vanwege werkzaamheden elders in Amstelveen dient langs de Acacialaan te Amstelveen watercompensatie plaats te vinden. Het betreft de waterpartij aan de zuidkant van de Acacialaan. Hier wordt de beschoeiing verwijderd waarna een strook van de huidige oever wordt afgegraven. Dit plan kan invloed hebben op de natuurwaarden op deze locatie. Om de wettelijke vereiste zorgplicht te betrachten in het kader van de Wet natuurbescherming, is opdracht gegeven een schouw uit te voeren naar de ecologische waarden van het terrein en de mogelijke knelpunten tussen het voorliggende plan en deze waarden. Het projectgebied is tijdens een veldbezoek beoordeeld op natuurwaarden, die tevens fotografisch zijn vastgelegd. Op basis van een literatuurstudie, de aangetroffen natuurwaarden en een overzicht van de uit te voeren werkzaamheden, wordt aangegeven waar knelpunten te verwachten zijn. Vervolgens worden maatregelen beschreven om de voorgenomen werkzaamheden volgens de Wet natuurbescherming te kunnen uitvoeren. Het voorkomen van schade aan de aanwezige natuurwaarden is hierbij het uitgangspunt. In het volgende hoofdstuk wordt het projectgebied en de voorgenomen ingreep beschreven. In het derde hoofdstuk wordt ingegaan op de werkwijze en wordt een overzicht van de aanwezige natuurwaarden gegeven. In het laatste hoofdstuk volgt het werkprotocol waarin de maatregelen zijn opgenomen.
27 november 2020
Pagina 3 van 11
Groenadvies Amsterdam bv
2
HET ONDERZOEKSGEBIED
2.1
Ligging projectgebied
Quickscan en werkprotocol Acacialaan
Het projectgebied ligt in Amstelveen, in de wijk Keizer Karelpark.
Ligging in de regio
Ligging projectgebied, het gearceerde gebied wordt afgegraven 27 november 2020
Pagina 4 van 11
Groenadvies Amsterdam bv
2.2
Quickscan en werkprotocol Acacialaan
Gebiedsbeschrijving
Het werkgebied betreft een waterpartij en zijn oostelijke oeverzone langs de Acacialaan. Ten zuiden van de waterpartij ligt de Sportlaan, ten noorden ligt de Appellaan. De waterpartij wordt omringd door een intensief gemaaid gazon. Aan de oostkant ligt een rozenperkje in het gazon. Langs een deel van de oever ligt een smal randje met lisdodde. Er ligt een klein bosvak aan de zuidzijde van het werkgebied en heerstervakken aan de noordzijde van het gebied. Op het gazon staat een aantal rijen schijnacacia’s, maar deze vallen buiten het werkgebied.
Overzichtsfoto waterpartij en oever, genomen vanaf de noordkant
Gazon en heestervakken aan noordzijde werkgebied 27 november 2020
Pagina 5 van 11
Groenadvies Amsterdam bv
Quickscan en werkprotocol Acacialaan
Oever met lisdodde aan oostzijde van werkgebied
Overzichtsfoto waterpartij en rozenperkje, genomen vanaf de zuidkant
27 november 2020
Pagina 6 van 11
Groenadvies Amsterdam bv
Quickscan en werkprotocol Acacialaan
Klein bosvak aan zuidzijde van werkgebied
Rijen met schijnacacia’s net buiten het werkgebied
2.3
Voorgenomen ingreep
De waterpartij zal met 108 m2 worden uitgebreid. Om dit te bereiken wordt eerst de bestaande beschoeiing verwijderd, waarna de oever over enkele meters breedte afgegraven wordt.
27 november 2020
Pagina 7 van 11
Groenadvies Amsterdam bv
3
Quickscan en werkprotocol Acacialaan
WERKWIJZE
Het veldbezoek is op 13 november 2020 uitgevoerd door P. van der Wielen, senior ecologisch adviseur bij Groenadvies Amsterdam bv. De weersomstandigheden waren goed: het was droog, met nauwelijks wind bij circa 13°C. Het gebied zelf en de directe omgeving hieromheen werd onderzocht. Er is niet met vangmaterialen voor vissen gewerkt.
3.1
Literatuurstudie
Op 24 november 2020 zijn gegevens opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna. Naast waarnemingen uit het feitelijke projectgebied is eveneens gekeken naar de soorten die binnen 1 km afstand van het projectgebied voorkomen. Vrijwel al deze soorten zijn namelijk zodanig mobiel dat ze hier dan ook verwacht kunnen worden. We bespreken ze dan ook gezamenlijk. Er is gekeken tot 10 jaar terug. Vaatplanten Kartuizer anjer, kluwenklokje, naakte lathyrus en wilde ridderspoor. Amfibieën Alpenwatersalamander. Vogels Boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, kerkuil, ooievaar, ransuil en sperwer. Zoogdieren Egel, gewone dwergvleermuis, laatvlieger en rosse vleermuis
3.2
Aanwezige natuurwaarden
Vaatplanten Er zijn geen beschermde planten vanuit de Wet natuurbescherming of de Rode Lijst aangetroffen. Op het intensief gemaaid gazon binnen het werkgebied en in de directe omgeving daarbuiten worden deze ook niet verwacht. Waarnemingen van kartuizer anjer, kluwenklokje, naakte lathyrus en wilde ridderspoor betreffen verwilderde exemplaren uit omliggende tuinen. De beschermde status vervalt dan. Tevens zijn de soorten niet binnen het werkgebied aangetroffen. Negatieve effecten op vaatplanten kunnen worden uitgesloten. Amfibieën Er werden tijdens het veldbezoek geen amfibieen waargenomen. De heestervakken en het bosvakje zouden door algemene amfibieën als gewone pad en bruine kikker als landbiotoop gebruikt kunnen worden. Deze dieren stellen, in tegenstelling tot zwaarder beschermde soorten als rugstreeppad, minder eisen aan hun leefgebied. Het gazon is echter te open (risico op predatie) voor deze dieren. Het werkterrein betreft geen essentieel leefgebied voor deze soorten. De in de NDFF opgenomen alpenwatersalamander komt van nature niet in deze regio voor. Het werkgebied is tevens ongeschikt voor deze soort. Uitgezette populaties van dergelijke soorten zijn niet beschermd. Negatieve effecten op deze soort binnen het werkgebied kunnen daarmee worden uitgesloten.
27 november 2020
Pagina 8 van 11
Groenadvies Amsterdam bv
Quickscan en werkprotocol Acacialaan
Vissen In de watergang binnen het werkgebied kunnen algemene vissoorten voorkomen. Beschermde vissoorten komen door de afwezigheid van een geschikte bodem- en waterplanten niet in het werkgebied voor. Vogels Er zijn geen vogels met een jaarrond beschermd nest aangetroffen. Geschikte bomen en de benodigde rust ontbreken binnen- en in de directe omgeving van het werkgebied. Huismus en gierzwaluw zijn voor de voortplanting gebonden aan bebouwing. Dit aspect ontbreekt binnen het werkgebied. Beide soorten zijn tijdens het veldbezoek ook niet aangetroffen. In de bomen, het bosvak en de heesters naast het werkgebied kunnen algemene vogels tot broeden komen. Langs een deel van de oever ligt een smal randje met lisdodde. Hierin zou eventueel een meerkoet, waterhoen of fuut tot broeden over kunnen gaan. Voor rietvogels als kleine karekiet is de oever niet geschikt. Zoogdieren In de heestervakken aan de noordzijde en in het bosvak aan de zuidzijde (buiten het gebied waar gegraven gaat worden) zouden algemene zoogdieren zoals egel en huisspitsmuis voor kunnen komen. Het betreft echter geen vaste rust- en verblijfplaatsen. Voor zwaarder beschermde zoogdieren als kleine marterachtigen is het werkgebied, door zijn ligging midden in de bebouwde kom en door de afwezigheid van grote stukken struweel en beschutting, niet geschikt.
Het gazon is voor alle soorten ongeschikt omdat voedsel en dekking ontbreken. Vleermuizen zouden het werkgebied, zowel de waterpartij als de aangrenzende bomenrijen en het bosvakje als foerageergebied kunnen gebruiken. De gebiedsfunctie verandert echter niet, waardoor het eventuele foerageergebied niet aangetast wordt. Er zijn geen verblijfplaatsen binnen het werkgebied aanwezig. Samenvattend zijn binnen het werkgebied nauwelijks beschermde natuurwaarden aangetroffen of verwacht. Het intensief gemaaide gazon en de afwezigheid van struweel en beschutting maakt dat het werkgebied geen geschikt leefgebied is voor vrijwel alle beschermde dier- en plantensoorten. Het rozenperkje op het gazon bevat geen natuurwaarden. De rij acacia’s op het gazon hebben als exoot eveneens nauwelijks natuurwaarden. Hooguit zouden er vogels in kunnen broeden. Tevens vallen ze buiten het werkgebied. Negatieve effecten op deze twee terreindelen kunnen worden uitgesloten. In het bosvak aan de zuidzijde en de heestervakken aan de noordzijde van het werkgebied kunnen algemene zoogdieren, vogels en amfibieën voorkomen. In het water binnen het werkgebied kunnen algemene vissoorten voorkomen.
27 november 2020
Pagina 9 van 11
Groenadvies Amsterdam bv
4
Quickscan en werkprotocol Acacialaan
WERKPROTOCOL
In dit hoofdstuk zijn maatregelen opgenomen om de voorgenomen werkzaamheden volgens de Wet natuurbescherming uit te voeren. Door onderstaande maatregelen uit te voeren, wordt schadelijke effecten die door de werkzaamheden optreden, voorkomen of verzacht voor: • Zoogdieren: Vleermuizen • Zoogdieren: Grondgebonden (vrijgestelde soorten) • Amfibieën (vrijgestelde soorten) • Vissen (vrijgestelde soorten) • Vogels (algemene watervogels)
4.1 •
• • • • •
4.2 ➢ ➢ ➢
➢ ➢ ➢ ➢
Algemene voorschriften Direct naast en mogelijk ook in het werkgebied zouden enkele beschermde soorten voor kunnen komen, die door de Provincie Noord-Holland bij ruimtelijke ontwikkeling zijn vrijgesteld. Voor deze soorten geldt echter wel een meldingsplicht (op oddnh.nl Meldingsformulier vrijgestelde soorten). Voor de Acacialaan gaat het om egel, huisspitsmuis, gewone pad en bruine kikker. Voor alle soorten, ook voor niet-beschermde en vrijgestelde soorten, geldt de zorgplicht. Dat betekent dat door zorgvuldig te werken zoveel mogelijk schade aan alle flora en fauna moet worden voorkomen. De projectleider draagt er zorg voor dat de aannemer tijdig en adequaat is geïnformeerd over de bestaande natuurwaarden. De projectleider draagt er zorg voor dat dit rapport bij de aannemer bekend is en op de locatie aanwezig is tijdens de uitvoering. De genoemde maatregelen in dit werkprotocol zijn gedurende de gehele werkperiode en tot na de afronding van de werkzaamheden geldig. De werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundig ecoloog.
Algemene maatregelen Vanwege de aanwezigheid van broedende vogels in de bomen, bosvak en heesters naast het werkgebied, dient het werk buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. De veilige periode daarbij valt tussen 1 september en 1 maart. Als de planning dit niet toelaat dient voorafgaand aan de start van het werk een schouw uitgevoerd te worden. In het geval dat daarbij broedende vogels worden aangetroffen, dient het werk uitgesteld te worden tot het nest verlaten is. Er mag niet gewerkt worden in het bosvak aan de zuidzijde van het werkgebied en de heestervakken aan de noordzijde van het werkgebied. Hier mag geen depot worden ingericht of met machines door dan wel overheen worden gereden. Verstoring van aanwezige zoogdieren, vogels en amfibieën in deze terreindelen wordt hierdoor voorkomen. Tevens wordt zo voorkomen dat dieren die naar deze terreindelen vluchten tijdens de werkzaamheden niet verstoord worden. Ook wordt voorkomen dat de dieren het gazon op worden gedreven, waarmee het risico op predatie anders zou toenemen. De rijsnelheid van machines wordt zo beperkt dat dieren zo veel mogelijk kunnen wegvluchten. Bij voorkeur wordt stapvoets gereden. Er wordt zoveel mogelijk gebruik gemaakt van bestaande infrastructuur van wegen, paden en sporen. Het bouwverkeer dient vanaf de noordzijde in- en uit te rijden.
Daarbij dient een vaste route gevolgd te worden, buiten de heestervakken om. Er wordt altijd één kant op gewerkt, zodat dieren kunnen wegvluchten. Deze richting dient zo gekozen te worden dat de dieren naar een veilige plaats kunnen vluchten.
27 november 2020
Pagina 10 van 11
Groenadvies Amsterdam bv
➢ ➢
➢
Quickscan en werkprotocol Acacialaan
Werk dus naar het bosvak toe dat blijft staan of zorg er in ieder geval voor dat de dieren niet de weg of waterpartij op gedreven worden. Werkzaamheden dienen overdag plaats te vinden, opdat verstoring van nacht-actieve diersoorten zoals vleermuizen wordt voorkomen. Indien er tijdens het werk amfibieën of zoogdieren zoals egels worden aangetroffen kunnen deze, als ze actief zijn, met handschoenen worden opgepakt en in een emmer naar een geschikte locatie met struweel buiten het werkgebied verplaatst worden. Dit dient altijd in overleg met de begeleidend ecoloog of de stadsecoloog plaats te vinden. In het geval van diverse muizensoorten en kleine roofdieren kan het lastig zijn deze te vangen. Zorg dat de dieren de kans krijgen om zelfstandig te vluchten.
Indien de dieren niet actief zijn (bijvoorbeeld in winterslaap), dan dient de dierenambulance of egelopvang gewaarschuwd te worden. Dit dient altijd in overleg met de begeleidend ecoloog of de stadsecoloog plaats te vinden. Indien tijdens de werkzaamheden onverhoopt beschermde flora en/of fauna wordt geconstateerd die tijdens eerdere onderzoeken niet is geconstateerd, dient het werk stilgelegd te worden en direct contact te worden opgenomen met de begeleidend ecoloog. Samen met de ecoloog wordt vervolgens besproken of extra maatregelen voor de aangetroffen soort(en) noodzakelijk zijn.
4.3
Ontgraven grond
Om schade aan algemene amfibieën en vissen te voorkomen, worden de volgende maatregelen voorgeschreven: ➢ Daar waar in het water gewerkt gaat worden dient voorafgaand aan de werkzaamheden het water met een kraan verstoord te worden zodat vissen kunnen ontkomen. ➢ Zorg dat de te ontgraven grond niet in het water beland. Zet waar nodig de juiste opvangvoorzieningen in. ➢ Beperk de grootte van het in te zetten materieel bij de oeverzone zodat er zo min mogelijk schade aan de oever ontstaat. Tevens voorkomt dit verslechtering van de groeiplaats van de bomen door verdichting/versmering van de toplaag.
4.4 ➢ ➢ ➢ ➢ ➢
Na de werkzaamheden Het werkgebied wordt schoon en vrij van afval opgeleverd. Alleen het werkgebied dient verlicht te worden, zodat de terreindelen buiten het werkgebied donker kunnen blijven. Lampen dienen zo laag mogelijk geplaatst te worden (lager dan 8 meter). Zo blijft, als het licht naar boven wordt afgeschermd, een groter deel van het door vleermuizen gebruikte luchtruim donker. Bij een korte lichtkolom kan tevens met minder lichtintensiteit gericht het doelgebied worden beschenen. Vegetatie krijgt de kans zich weer te ontwikkelen, zodat er een natuurvriendelijke oever kan ontstaan.
27 november 2020
Pagina 11 van 11