Bijlage 15 BP - Nader onderzoek fauna Verlengde Hammarskjöldsingel Amstelveen
Tekst van het document
NATUURONDERZOEK VERLENGDE HAMMARSKJÖLDSINGEL TE AMSTELVEEN Kleine marterachtigen en waterspitsmuis
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V Leimuiden, 29-11-2023
VERANTWOORDING
Opdrachtgever: Contactpersoon: Adres: Tel: E-mail:
Uitvoering: Adres:
Gemeente Amstelveen Mevr. E. de Rooij Laan Nieuwer-Amstel 1 1182 JR Amstelveen 020 540 4952 e.de.rooij@amstelveen.nl
Tel: E-mail:
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. Waaier 72 2451 VW Leimuiden 0172 576072 algemeen@eco-logisch.com
Projectleider:
ing. S. van Lieshout
Auteur: Kwaliteitscontrole:
ing. M.R. Hansma ing. S. van Lieshout
Projectcode: Status: Datum:
AMVW2310 Concept 29-11-2023
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is aangesloten bij brancheorganisatie Netwerk Groene Bureaus.
Het kwaliteitsmanagementsysteem van Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. is ISO 9001:2015 gecertificeerd.
Adviesbureau E.C.O Logisch B.V. is aangesloten op de Nationale Databank Flora en Fauna en heeft daarmee toegang tot de meest volledige natuurgegevens in Nederland.
2
INHOUDSOPGAVE
1 1.1 1.2
Inleiding ...................................................................................................................................... 4 Aanleiding en doel.................................................................................................................... 4 Wettelijk kader ......................................................................................................................... 4
2 2.1 2.2 2.3
Onderzoeksmethodiek................................................................................................................ 5 Kleine marterachtigen............................................................................................................... 5 Waterspitsmuis ........................................................................................................................ 5 Overzicht inventarisaties........................................................................................................... 5
3 3.1 3.2 3.3
Resultaten................................................................................................................................... 6 Kleine marterachtigen............................................................................................................... 6 Waterspitsmuis ........................................................................................................................ 6 Beschermde functies projectgebied .......................................................................................... 6
4 4.1 4.2
Conclusie en aanbevelingen ...................................................................................................... 7 Conclusie ................................................................................................................................. 7 Aanbevelingen t.a.v. de Wet natuurbescherming ....................................................................... 7
Bijlage 1: Kaart resultaten kleine marterachtigen ................................................................................... 8 Bijlage 2: Kaart resultaten waterspitsmuis ............................................................................................. 9
3
1
INLEIDING
1.1
AANLEIDING EN DOEL De gemeente Amstelveen is voornemens de Hammarskjöldsingel te verlengen tot aan de J. C. van Hattumweg te Amstelveen. Deze ingreep wordt gezien als een ruimtelijke ontwikkeling. In 2023 is door Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. verkennend natuuronderzoek uitgevoerd middels een quickscan Wet natuurbescherming1. Uit de quickscan is gebleken dat het projectgebied mogelijk functies herbergt voor kleine marterachtigen en de waterspitsmuis. In opdracht van de gemeente Amstelveen is derhalve een aanvullend onderzoek uitgevoerd naar het gebruik van het projectgebied door kleine marterachtigen en de waterspitsmuis. Dit rapport bevat de resultaten van het onderzoek en aanbevelingen ten opzichte van de Wet natuurbescherming.
1.2
WETTELIJK KADER Wat betreft de soortbescherming in de Wet natuurbescherming zijn er verschillende beschermingsregimes. Er wordt onderscheid gemaakt in soorten die op basis van Europese wetgeving beschermd zijn vanuit de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn en soorten die nationaal als beschermde soort zijn aangewezen. Middels een provinciale verordening kunnen nationaal beschermde soorten worden vrijgesteld van de verbodsbepalingen in de Wet natuurbescherming. De vrijgestelde soorten kunnen verschillen per provincie. Wanneer er door uitvoering van werkzaamheden sprake is van een overtreding van de verbodsbepalingen in artikel 3.1, 3.5 of 3.10 van de Wet natuurbescherming, is een ontheffing noodzakelijk. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien is voldaan aan elk van de volgende voorwaarden: 1. Er bestaat geen andere bevredigende oplossing. 2. Er is sprake van een in de wet genoemd belang voor de betreffende soort of soortgroep. 3. Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Er kan mogelijk zonder een ontheffing middels een door het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit goedgekeurde gedragscode worden gewerkt.
Dit is enkel mogelijk indien de handelingen niet van wezenlijke invloed zijn op de aanwezige beschermde soorten en aan de voorwaarden in de gedragscode wordt voldaan. De bunzing, hermelijn, waterspitsmuis en de wezel zijn op nationaal niveau beschermd. De verbodsbepalingen voor nationaal beschermde soorten zijn opgenomen in artikel 3.10 van de Wet natuurbescherming. Nationaal beschermde soorten (Artikel 3.10 Wet natuurbescherming) 1. Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: a. in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of; c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.
1
Adviesbureau E.C.O. Logisch B.V. (2023). Quickscan Wet natuurbescherming Verlengde Hammarskjöldsingel Amstelveen (Projectcode: AMNA2301C). 31 maart 2023. 4
2
ONDERZOEKSMETHODIEK
2.1
KLEINE MARTERACHTIGEN In het projectgebied is er onderzoek uitgevoerd naar de bunzing, hermelijn en de wezel. Het onderzoek naar kleine marterachtigen is uitgevoerd conform de "handreiking wezel, hermelijn en bunzing" van de Provincie Noord-Holland2. Op strategische plaatsen in het veld zijn twee cameravallen geplaatst. Voor de cameravallen is een geurstof aangebracht die de trefkans op individuen van de bunzing, hermelijn en de wezel vergroot. De locaties van de cameravallen zijn in het veld bepaald aan de hand van geschikt habitat. De cameravallen zijn in de periode mei – augustus 2023 vier weken actief geweest, waarbij ze periodiek zijn uitgelezen en de batterijen zijn ververst. Het voorkomen van kleine marterachtigen is naast de aanwezigheid van voldoende dekking en potentiële verblijfplaatsen ook gebonden aan de aanwezigheid van prooidieren. Bij het plaatsen, controleren en ophalen van de cameravallen is specifiek gelet op sporen, prooiresten en individuen van prooidiersoorten voor de kleine marterachtigen. In paragraaf 2.3 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weeromstandigheden.
2.2
WATERSPITSMUIS Het onderzoek naar de waterspitsmuis is uitgevoerd conform de ‘IBN’ methode3. Hierbij is in geschikt habitat in het projectgebied één rij met 20 inloopvallen (een zogenaamde raai) geplaatst. Gedurende drie nachten voorafgaand aan de vangrondes zijn de vallen in het veld aanwezig ten behoeve van het zogenaamde pre-baiten. Dit betreft een periode waarin de muizen aan de vallen kunnen wennen, deze staan dan niet op scherp en zijn gevuld met lokvoer. Na deze periode zijn de vallen op scherp gezet en zijn er zes vangrondes uitgevoerd. De vangrondes zijn driemaal in de ochtend en driemaal in de avond uitgevoerd. Hierbij zijn de gevangen muizen gedetermineerd en vrijgelaten. In paragraaf 2.3 is een overzicht gegeven van de uitgevoerde inventarisaties en de weeromstandigheden.
2.3
OVERZICHT INVENTARISATIES In tabel 1 is een overzicht gegeven van de data en weersomstandigheden van het onderzoek. De inventarisaties zijn uitgevoerd door ing. D. Dolman, ing. M.R. Hansma, ing. J.C.H. den Hollander, L. Kramer, ing. E. Vinke en R.M. Waij. Tabel 1: Overzicht inventarisaties Datum Tijd Hoofdgroep 06-06-2023 n.v.t.
Cameravallen plaatsen en Kleine marterachtigen sporenonderzoek
Weersomstandigheden Licht bewolkt, 3 Bft, 18 °C
Kleine marterachtigen
Controle cameravallen en sporenonderzoek
Geheel bewolkt, 3 Bft, 18 °C
Kleine marterachtigen
Ophalen cameravallen en sporenonderzoek
Bijna geheel bewolkt, 3 Bft, 17 °C
28-09-2023 n.v.t.
Muizen
Vallen plaatsen
Bijna geheel bewolkt, 3 Bft, 18 °C
02-10-2023 n.v.t.
Muizen
Vallen op scherp zetten
Geheel bewolkt, 2 Bft, 15 °C
02-10-2023 n.v.t.
Muizen
Vallen controleren (avond)
Geheel bewolkt, 2 Bft, 18 °C
03-10-2023 n.v.t.
Muizen
Vallen controleren (ochtend)
Bijna geheel bewolkt, 5 Bft, 16 °C
03-10-2023 n.v.t.
Muizen
Vallen controleren (avond)
Bijna geheel bewolkt, 5 Bft, 15 °C
04-10-2023 n.v.t.
Muizen
Vallen controleren (ochtend)
Geheel bewolkt, 4 Bft, 14 °C
04-10-2023 n.v.t.
Muizen
Vallen controleren (avond)
Geheel bewolkt, 4 Bft, 15 °C
05-10-2023 n.v.t.
Muizen
Vallen controleren (ochtend) en ophalen Geheel bewolkt, 2 Bft, 13 °C
22-06-2023 06-07-2023
n.v.t.
Activiteit
n.v.t.
2
Handreiking wezel, hermelijn en bunzing. Provincie Noord-Holland 2017. Bergers & La Haye, 2000, Kleine zoogdieren betrouwbaarder en efficiënter inventariseren. In: De Levende Natuur, 101 (2) 5258. 3
5
3
RESULTATEN
3.1
KLEINE MARTERACHTIGEN Tijdens het onderzoek naar kleine marterachtigen zijn er geen individuen van de bunzing, hermelijn en de wezel waargenomen. Op de beelden van de cameravallen zijn individuen van de egel, ekster (afbeelding 1), hond, houtduif, huiskat, huisspitsmuis (afbeelding 2) en de merel aangetroffen.
Afbeelding 1: Ekster op cameraval
Afbeelding 2: Huisspitsmuis op cameraval
In bijlage 1 zijn de resultaten van het onderzoek naar de kleine marterachtigen op kaart weergegeven.
3.2
WATERSPITSMUIS In het projectgebied zijn tijdens het onderzoek naar de waterspitsmuis geen individuen van de waterspitsmuis waargenomen. In de muizenvallen zijn individuen van de gewone bosmuis (afbeelding 3) en de huisspitsmuis (afbeelding 4) aangetroffen.
Afbeelding 3: Gewone bosmuis uit muizenval
Afbeelding 4: Huisspitsmuis uit muizenval
In bijlage 2 zijn de resultaten van het onderzoek naar de waterspitsmuis op kaart weergegeven.
3.3
BESCHERMDE FUNCTIES PROJECTGEBIED Het projectgebied bevat geen functies voor beschermde soorten.
6
4
CONCLUSIE EN AANBEVELINGEN
4.1
CONCLUSIE In het projectgebied zijn geen individuen waargenomen van de bunzing, hermelijn, waterspitsmuis en de wezel. Het projectgebied bevat geen functies die benut worden door beschermde soorten. 4.2
AANBEVELINGEN T.A.V. DE WET NATUURBESCHERMING De werkzaamheden die benodigd zijn voor de uitvoer, van het verlengen van de Hammarskjöldsingel tot aan de J. C. van Hattumweg te Amstelveen, zullen de groenstructuren in het projectgebied aantasten. Er is vastgesteld dat er geen functies in het projectgebied aanwezig zijn die door beschermde soorten worden benut. Er is derhalve geen ontheffing van de Wet natuurbescherming benodigd ten aanzien van kleine marterachtigen en de waterspitsmuis. Er dienen maatregelen te worden getroffen om het doden en of verstoren van (algemene) amfibieën, broedvogels en zoogdieren te voorkomen. Het wordt aanbevolen om geen gebruik te maken van additionele nachtelijke verlichting tijdens de actieve periode van vleermuizen (globaal april tot en met oktober). Zo wordt verstoring van foeragerende en passerende individuen van vleermuizen voorkomen. Verder is het aan te bevelen om de werkzaamheden uit te voeren buiten het broedseizoen van vogels (globaal maart tot en met augustus). De globale periode is niet leidend, elk broedgeval is beschermd. Actieve broedgevallen mogen door de werkzaamheden niet verstoord worden of verloren gaan. Mocht het niet mogelijk zijn de werkzaamheden buiten het broedseizoen van vogels uit te voeren, dan is een aanvullende inspectie op broedvogels door een deskundig ecoloog benodigd om overtredingen te voorkomen.
Tijdens grondverzet kunnen er mogelijk individuen van algemene amfibieën en zoogdieren worden gedood. Aangezien er gebruik wordt gemaakt van een provinciale vrijstelling, geldt er een meldplicht bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. De werkzaamheden dienen, richting te handhaven groen, in één richting te worden uitgevoerd waardoor aanwezige fauna voor de werkzaamheden uit kunnen vluchten.
7
Bijlage 1: Kaart resultaten kleine marterachtigen
8
Bijlage 2: Kaart resultaten waterspitsmuis
9