Bijlage 12 BP - Stikstofdepositie-onderzoek De Scheg Midden
Tekst van het document
09-10-2024
Onderzoek stikstofdepositie De Scheg Midden, Amstelveen
Projectnummer: 51009291 Onderwerp: Stikstofnotitie De Scheg Midden Klant: Gemeente Amstelveen
1
Aanleiding
De gemeente Amstelveen is voornemens om in het plangebied De Scheg Midden, gelegen in Amstelveen, nieuwe woningen te realiseren. Het plangebied is gelegen ten zuiden van de J.C. van Hattumweg en ten oosten van de Noorddammerweg. Het plan omvat de ontwikkeling van maximaal 459 nieuwe woningen. In de huidige situatie bestaat het plangebied uit landbouwgrond en kassen. De locatie van het plangebied is weergegeven in Figuur 1. Een schetsontwerp van het plangebied is weergegeven in Figuur 2. In deze notitie is het onderzoek stikstofdepositie beschreven. Hierbij is in het kader van de wet- en regelgeving voor natuur nagegaan of er vanuit deze wet- en regelgeving mogelijke belemmeringen zijn voor de planontwikkeling. Als onderdeel hiervan dienen de effecten van het plan op de stikstofdepositie in stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden inzichtelijk te worden gemaakt. Daarbij dient te worden nagegaan of ten gevolge van het plan significante negatieve effecten optreden in 1) stikstofgevoelige habitattypen en/of 2) stikstofgevoelige leefgebieden. In deze notitie zijn de uitgangspunten en resultaten vastgelegd van de berekeningen van de stikstofdepositie als gevolg van de voorgenomen planontwikkeling, waarbij rekening wordt gehouden met de aanlegfase en de gebruiksfase.
Figuur 3 toont een beslisboom voor de toestemmingsverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten conform de recente beleidslijnen. Deze notitie voorziet in stap 1 (AERIUSberekening stikstofuitstoot) en stap 2 (Intern salderen via AERIUS-berekening).
Figuur 1 Locatie plangebied
Sweco
De Holle Bilt 22
Sweco Nederland B.V.
T +31 (0) 88 811 6600
NL 3732 HM De Bilt
Handelsregister 30129769
www.sweco.nl
Netherlands
Statutair gevestigd te De Bilt 1/17
Figuur 2 Stedenbouwkundig ontwerp (d.d. 03-06-2024)
2/17
Figuur 3 Stappenplan toestemmingverlening stikstofdepositie bij nieuwe activiteiten
3/17
2
Ligging ten opzichte van Natura-2000 gebieden
Rondom het plangebied zijn de volgende Natura-2000 gebieden met stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden aanwezig: • • • • • • • •
Botshol Nieuwkoopse Plassen & De Haeck Oostelijke Vechtplassen Kennemerland-Zuid Naardermeer Polder Westzaan Wormer- en Jisperveld & Kalverpolder Ilperveld, Varkensland, Oostzanerveld & Twiske
(circa 6,1 kilometer van plangebied); (circa 11,2 kilometer van plangebied); (circa 15 kilometer van plangebied); (circa 16,5 kilometer van plangebied); (circa 17,8 kilometer van plangebied); (circa 18,2 kilometer van plangebied); (circa 18,5 kilometer van plangebied); (circa 21,1 kilometer van plangebied).
Deze gebieden zijn op in Figuur 4 weergegeven. De nabijgelegen Natura 2000-gebieden Markermeer & IJmeer (circa 15,3 kilometer van plangebied) en Eemmeer & Gooimeer Zuidoever (circa 23 kilometer van plangebied) kennen geen stikstofgevoelige habitattypen en/of leefgebieden.
Figuur 4 Ligging plangebied t.o.v. nabijgelegen stikstofgevoelig Natura 2000-gebieden
4/17
3
Werkwijze
Voor de toetsing van de effecten zijn stikstofberekeningen uitgevoerd met AERIUS Calculator (2024). De berekeningen zijn uitgevoerd voor zowel de aanlegfase als de gebruiksfase. Zie hieronder. De berekeningen zijn opgesteld conform het document ‘Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024’ van BIJ12 (Versie 1, oktober 2024). Aanlegfase Tijdens de aanlegfase wordt materieel ingezet om het plangebied bouwrijp te maken, de gebouwen te bouwen en het plangebied woonrijp te maken. De draaiuren van de machines zijn ingeschat op basis van praktijkervaringen van soortgelijke woningbouwontwikkelingen. De emissies van machines en het aantal voertuigbewegingen is ingevoerd in AERIUS. Gebruiksfase De gebruiksfase leidt mogelijk tot extra effecten van stikstofdepositie omdat er sprake is van een verkeersaantrekkende werking. De verkeersaantrekkende werking is vastgesteld door een verkeersmodel welke is opgesteld en aangeleverd door Goudappel. De resultaten uit het verkeersmodel zijn ingevoerd in AERIUS. Referentiesituatie In de huidige situatie zijn binnen de plangrenzen diverse kassen aanwezig. Deze kassen worden door middel van gas warm gestookt, waarbij stikstofemissies vrijkomen. De kassen maken bij de planontwikkeling plaats voor de toekomstige woonfuncties, waarbij de stikstofemissies komen te vervallen.
Deze gebouwen dienen daarom als referentiesituatie voor het intern salderen.
5/17
4
Beoordeling effecten stikstofdepositie
4.1
Mogelijke effecten van stikstofdepositie
Stikstofdepositie bestaat in gereduceerde vorm (NH3, ammoniak) en geoxideerde vorm (stikstofoxide, NOx). Beide vormen van stikstof kunnen worden omgezet tot de nutriënten ammonium (NH4) en nitraat (NO3). De extra aanvoer van deze voedingsstoffen kan vooral bedreigend zijn voor voedselarme habitattypen. Door de verrijking kan de vegetatie verruigen en kunnen kenmerkende soorten van schrale milieus verdwijnen. Daarnaast kan depositie van stikstof en dan vooral depositie van ammoniak, leiden tot een daling van de bodem-pH. Door verzuring verdwijnen gevoelige soorten en neemt de soortenrijkdom en kwaliteit van zuurgevoelige habitattypen af. Voor de toetsing van de effecten is het van belang om vast te stellen of de kritische depositiewaarde (KDW) van de betreffende habitattypen wordt overschreden. De KDW is de grens waarboven het risico bestaat dat de kwaliteit van het habitat significant wordt aangetast door de verzurende en/of vermestende invloed van atmosferische stikstofdepositie. Een overschrijding van de KDW betekent niet direct dat dit leidt tot een daadwerkelijke verslechtering van de kwaliteit, dit is afhankelijk van lokale situatie, waarbij er sprake kan zijn van buffering ten aanzien verzuring of vermesting.
4.2
Berekening emissies – referentiesituatie
Juridisch kader De referentiesituatie voor een bestemmingsplan betreft de feitelijke, planologische legale situatie voorafgaand aan het vaststellen van het nieuwe bestemmingsplan. De agrarische percelen en kassen in het plangebied hebben de bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ in het vigerende bestemmingsplan ‘Legmeerpolder’ (vastgesteld d.d. 02-07-2014). Voor het intern salderen is gebruikgemaakt van de kassen aanwezig in het plangebied, waarvan vaststaat dat deze momenteel nog in gebruik zijn, zie Figuur 5.1 Overige mogelijke emissiebronnen in de referentiesituatie zijn vooralsnog buiten beschouwing gelaten. Dit betreffen onder andere gebouwen (kassen) waarvoor reeds een sloopvergunning is verleend of welke in verbouwing zijn. Hier kan immers (nog) niet zeker worden vastgesteld dat deze worden of zijn gesloopt ten behoeve van de planontwikkeling. Het meenemen van enkel de “panden in gebruik” in de referentiesituatie betreft dus een conservatieve benadering. De emissies die vrijkomen bij de verwarming van de kassen zijn in te zetten voor interne saldering, omdat het huidige planologische regime deze activiteiten in beginsel toestaat.
1
De BAG (Basisregistratie Adressen en Gebouwen) 2023 is gebruikt bij de analyse welke gebouwen momenteel in gebruik zijn.
6/17
Figuur 5 – Aanwezige gebouwen conform BAG en BRP (PDOK)
Berekening emissies in de referentiesituatie In de huidige (referentie-)situatie zijn in het plangebied een aantal glastuinbouwcomplexen aanwezig welke momenteel in gebruik zijn. Bij de verwarming van deze komen emissies van stikstof (NOx) vrij. Deze gebouwen zullen worden gesloopt om plaats te maken voor de te realiseren woningen, waarbij de huidige emissies komen te vervallen. In de BAG-database2 is voor de kassen welke momenteel in gebruik zijn nagegaan bij welk adres deze geregistreerd staan en welke oppervlakten deze gebouwen hebben, zie Figuur 5 en Tabel 1. De meegenomen kassen hebben een totaaloppervlak van circa 2.200 m2. Voor glastuinbouw is in de AERIUS Calculator 2024 de emissiewaarde 1.004 kg NOx/jaar per hectare gehanteerd3. De totale emissie in de referentiesituatie bedraagt daarmee circa 2.210 kg NOx per jaar.
Tabel 1 – Aanwezige glastuincomplexen volgens de BAG-database en emissie in kg NOx/jaar.
Oppervlakte in m2
Oppervlakte in ha
J.C. van Hattumweg 9A
9.850
1,0
Meerlandenweg 3A
12.060
1,2
Totaal
2 3
21.910
2,2
Emissiewaarde per ha in kg NOx/jaar
1.004,0
Totale emissie in kg NOx/jaar
2.208,8
Zie https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/ Conform factsheet AERIUS ‘Ruimtelijke plannen – emissiefactoren’ (321-3367, versie d.d. 05-07-2018), zie https://www.aerius.nl/nl/factsheets/ruimtelijke-plannen-emissiefactoren/05-07-2018
7/17
De berekende emissies zijn ingevoerd in de AERIUS Calculator 2024 als referentiesituatie. Hierbij is één bron ingetekend voor de glastuin gebouwen (kassen) waarbij de bron de sectorgroep Landbouw, sector Glastuinbouw heeft. De categorie Glastuinbouw heeft een uitstoothoogte van 9,0 meter, een spreiding van 4,5 meter en een warmteemmissie van 0,240 MW.
4.3
Berekening emissies – aanlegfase
Voor de aanlegfase is een berekening met de AERIUS Calculator 2024 uitgevoerd. Op grond van de berekende stikstofdepositie in de aanlegfase dient per relevant stikstofgevoelig habitattype beoordeeld te worden wat de mogelijke gevolgen zijn van de toename van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen. Tijdens de aanlegfase van de planontwikkeling De Scheg Midden wordt materieel ingezet om het plangebied bouwrijp te maken, de gebouwen te bouwen en het plangebied woonrijp te maken. Ook valt de aanleg van de Verlengde Hammarskjoldsingel onder de werkzaamheden van het plan. Om de stikstofuitstoot en -depositie gedurende de aanlegfase te berekenen zijn een aantal uitgangspunten genomen. In Bijlage 1 is een overzicht weergegeven van de berekening van emissies gedurende de aanlegfase. Uitvoeringsfasering Er wordt uitgegaan van een start van de aanlegfase in 2025. Er worden maximaal 115 woningen per jaar gebouwd, inclusief bouwrijp maken en woonrijp maken. De voorgenomen ontwikkeling bestaat uit maximaal 459 nieuwe woningen. Het uitgangspunt is dus dat de aanlegfase een minimum duur heeft van 4 jaar. De totale berekende aanlegfase van de ontwikkeling zijn daarom gedeeld door 4 om de jaarlijkse emissies te berekenen. Bij een ontwikkeling met een lager bouwtempo nemen de jaarlijkse emissies af.
Een aanlegfase van 4 jaar is daarom ook een conservatieve aanname. Gedurende de aanlegfase worden voltooide woningen in gebruik genomen (samenloop aanlegfase en gebruiksfase). Zo wordt gemiddeld gezien na het eerste jaar bouwen circa 115 woningen bewoond, en is in jaar 4 van de aanlegfase circa 345 van de 459 nieuwe woningen bewoond. Tijdens de gebruiksfase zijn er emissies door voertuigbewegingen van de bewoners. Er wordt van uitgegaan dat het laatste jaar van de aanlegfase maatgevend is, omdat gedurende dit jaar de meeste woningen al worden bewoond en dit dus de hoogste emissies gedurende één jaar oplevert. Dit betreft het jaar 2028. In de berekening van dit maatgevend jaar zijn de emissies zoals berekend voor de gebruiksfase voor een 3/4 e deel meegenomen in de berekening van de totale emissies van de aanlegfase. Zie Paragraaf 4.4 voor de berekening van de emissies gedurende de gebruiksfase. Alle ingevoerde bronnen van de gebruiksfase zijn verrekend naar 3/4e deel van het totaal. Zo worden de aanlegfase en de gebruiksfase cumulatief (samenloop) in één jaar berekend. In de aanlegfase is rekening gehouden met de realisatie van de huisartsenpraktijk. Inzet materieel De inzet van het materieel (draaiuren) is ingeschat gebaseerd op basis van praktijkervaringen en soortgelijke nieuwbouwplannen. Ook zijn de voertuigbewegingen gedurende de aanlegfase ingeschat op deze basis.
Er zijn verder een aantal uitgangspunten genomen om de stikstofemissies gedurende de aanlegfase te kunnen berekenen: •
•
Er is een laad/lostijd van 5 minuten berekend per zwaar vervoersmiddel dat arriveert bij de kavel. Voor het laden en lossen is rekening gehouden met de emissiefactoren van laden en lossen voor het rekenjaar 2028 . Alle machines zijn minstens stageklasse IV met bouwjaar 2014 of jonger.
8/17
• •
• •
•
•
De vermogens van mobiele werktuigen zijn gebaseerd op het aanbod van dergelijke machines van diverse aannemers.4 Er is uitgegaan van een elektrische mobiele kraan/ telekraan. Dit wordt als realistisch beschouwd omdat in (bijna) alle dergelijke bouwprojecten mobiele kranen/ telekranen reeds elektrisch zijn. Er komen bij de inzet van de mobiele kraan/ telekraan geen emissies vrij. De vermogens van mobiele werktuigen zijn gebaseerd op het aanbod van dergelijke machines van diverse aannemers.5 Het Adblue percentage hangt af van het dieselverbruik van de mobiele werktuigen. 6 Zie ook Figuur 6. Dit resulteert in een Adblue-gebruik tussen de 6% en 7%, waarbij machines met grotere vermogens een hogere percentage Adblue-gebruik hebben. Machines met grotere vermogens hebben ook een hoger dieselverbruik per uur en verbruiken dus meer diesel. Dit geldt ook voor machines met lagere vermogens, een lager dieselverbruik, maar ook een lager gebruik van Adblue. Het bouwverkeer heeft een filepercentage van 10%. Het overige verkeer heeft een filepercentage van 0%. Overige uitgangspunten over bouwjaren en vermogens van de machines zijn in Bijlage 1 te vinden.
Figuur 6 - Relatie tussen Adblue verbruik en brandstofverbruik, wat afhankelijk is van onder andere het vermogen van machines.
De berekende emissies zijn ingevoerd in de AERIUS Calculator 2024 als beoogde situatie. Hierbij zijn twee vlakbronnen ingetekend voor het plangebied voor de inzet van materieel en het laden/lossen. Hiervoor is de sectorgroep Anders aangehouden. Bij de inzet van materieel is de uittreedhoogte 2,5 m, de warmte inhoud 0,035 MW, de spreiding 1,25 m en de temporele variatie Standaard Profiel Industrie. Bij het laden/lossen is de uittreedhoogte 2,5 m, de warmte inhoud 0 MW, de spreiding 2,5 m en de temporele variatie Continue Emissie. Voor de routes van het bouwverkeer (zwaar en licht verkeer) is uitgegaan van een route vanuit een centraal punt in het plangebied naar de J.C. van Hattumweg, via de Weldam, via de Jane Addamslaan richting de Legmeerdijk (N231) alwaar het verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld. Er is ook rekening gehouden met emissies van vrachtverkeer binnen het plangebied (zowel via laden/lossen als via een verkeersroute). De 4
Zie bijvoorbeeld Cat 320 Z-Line (pon-cat.com); Shovels | CAT | Caterpillar (pon-cat.com); Trekker specificaties en vergelijken - Trekker (trekkeronline.nl). De vermogens van het materieel kan zowel hoger als lager uitvallen. Het gebruikte vermogen is echter een realistische inschatting gebaseerd op soortgelijke projecten. 5 Zie bijvoorbeeld Cat 320 Z-Line (pon-cat.com); Shovels | CAT | Caterpillar (pon-cat.com); Trekker specificaties en vergelijken - Trekker (trekkeronline.nl). De vermogens van het materieel kan zowel hoger als lager uitvallen. Het gebruikte vermogen is echter een realistische inschatting gebaseerd op soortgelijke projecten. 6 TNO-rapport TNO 2021 R12305 (10-12-2021).
9/17
verkeersbewegingen van zwaar vrachtverkeer gedurende de aanlegfase zijn ingetekend als lijnbronnen met de sectorgroep Wegverkeer, binnen de bebouwde kom. Koude start In de berekening is rekening gehouden met een koude start van het licht verkeer. Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil hebben gestaan. Er is rekening gehouden met 1 koude start per 2 voertuigbewegingen van het lichte verkeer (dus van het vertrekkend verkeer). De verwachting is dat het middelzware en zware verkeer maar een beperkte tijd aanwezig is op het terrein, enkel voor het laden en lossen. Echter, zekerheidshalve is voor 5% van dit verkeer een koude start meegenomen. De koude start is gemodelleerd als een vlakbron in de categorie ‘Verkeer – Koude start; overig’. De verkeersbewegingen van het deel van de gebruiksfase zijn ingevoerd als lijnbronnen met de sectorgroep Wegverkeer. De locaties van de bronnen komen overeen met de berekeningen van de gebruiksfase. Ook voor het deel van de gebruiksfase is rekening gehouden met de koude start. Dit is gedaan conform de berekening in Paragraaf 4.4, maar dan voor 3/4e van het totaal aantal koude starts in de gebruiksfase. De emissies van het wegverkeer worden door de AERIUS Calculator 2024 automatisch bepaald op basis van de ingevoerde parameters.
Er wordt daarbij uitgegaan van gemiddelde waarden voor het wagenpark in Nederland. Er zijn op basis van de gehanteerde uitgangspunten met intern salderen in de gebruiksfase geen rekenresultaten in de AERIUS Calculator 2024 hoger dan 0,00 mol/ha//jaar, ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de specificering van de berekening wordt verwezen naar de exports van de AERIUS-berekeningen (Bijlage 3).
4.4
Berekening effecten stikstofdepositie – Gebruiksfase
Voor de gebruiksfase is een berekening met de AERIUS Calculator 2024 uitgevoerd. Op grond van de berekende stikstofdepositie in de gebruiksfase dient per relevant stikstofgevoelig habitattype beoordeeld te worden wat de mogelijke gevolgen zijn van de toename van stikstofdepositie op de instandhoudingsdoelstellingen van de habitattypen. De planontwikkeling De Scheg Midden maakt maximaal 459 woningen mogelijk. De woningen worden niet aangesloten op het gasnet. Er wordt op een duurzame manier verwarmd. Hierdoor ontstaan bij de verwarming van de woningen geen emissies van stikstof. Het jaar van de ingebruikname van alle woningen is op 2029 ingesteld. Dit geldt als een conservatieve aanname, aangezien er hierbij wordt uitgegaan van de maximale bouwsnelheid en dus minimale tijdsduur van de aanlegfase (van 4 jaar). De verkeersgeneratie in de gebruiksfase is door verkeerskundig bureau Goudappel berekend door middel van een verkeersmodel. Er is daarbij uitgegaan van 459 woningen. Voor de overige uitgangspunten, modellering en hoeveelheden wordt verwezen naar het verkeersonderzoek van De Scheg (23-08-2023) van Goudappel. Uit het verkeersmodel zijn een aantal gegevens onttrokken als input voor de onderliggende beoordeling van de effecten van stikstofdepositie op de omliggende natuurgebieden. De input is weergegeven in Bijlage 2. Dit betreft het volgende: • •
Het aantal voertuigbewegingen (werkdaggemiddelde) in het verkeersnetwerk (wegen) in de directe omgeving van het plangebied De Scheg Midden, wat door de planontwikkeling van De Scheg Midden wordt veroorzaakt. Het percentage van de toename van het aantal voertuigbewegingen (werkdaggemiddelde) in het verkeersnetwerk (wegen) in de directe omgeving van het plangebied De Scheg Midden als gevolg van de voorgenomen
10/17
gebiedsontwikkeling ten opzichte van het aantal voertuigbewegingen van de autonome situatie van dit verkeersnetwerk. De gegevens van Goudappel geven dus de verkeersgeneratie vanuit De Scheg Midden weer, met het effect daarbij op het omliggende verkeersnetwerk. De invloed van de planontwikkeling op het netwerk in de omgeving is te bepalen door per wegvak het aantal voertuigbewegingen in beide richtingen bij elkaar op te tellen. Dit getal is vervolgens voor dit wegvak ingevoerd in de AERIUS Calculator 2024. De berekening van het aandeel van de Scheg Midden is weergegeven in Bijlage 2. De verkeersintensiteiten uit het model van Goudappel zijn werkdaggemiddelden. Een werkdaggemiddelde is het gemiddelde aantal voertuigen dat op een werkdag rijdt (maandag t/m vrijdag). Het werkdaggemiddelde ligt hoger dan het weekdaggemiddelde (maandag t/m zondag)7. Voor de berekening van de jaarlijkse stikstofemissies zijn weekdaggemiddelden nodig, aangezien AERIUS de etmaalinvoer van verkeersintensiteiten maal 365 dagen berekent. De invoer voor de planontwikkeling De Scheg Midden is echter gedaan met werkdaggemiddelden, uit het model van Goudappel. Er is niet terug gerekend naar weekdaggemiddelden. Aangezien het werkdaggemiddelde hoger ligt dan het weekdaggemiddelde is er een overschatting gemaakt van het aantal voertuigbewegingen per etmaal en dus van de jaarlijkse stikstofemissies.
Dit betreft dus een conservatieve aanname van de effecten van de verkeersgeneratie van de planontwikkeling De Scheg Midden op het omliggende wegennetwerk. Voor de berekening van de invloed van de toename aan verkeersbewegingen vanuit het plangebied op het omliggende verkeersnetwerk is uitgegaan van de volgende uitgangspunten. De verkeerswegen in de omgeving zijn meegenomen in het verkeersnetwerk van de AERIUS-calculator 2024 indien: •
•
De invloed van de toename aan verkeersbewegingen door de planontwikkeling op de desbetreffende verkeersweg minstens 5% van de autonome verkeersbewegingen betreft (>= 5% toename). In het geval dat er op een wegvak slechts in één richting een toename van 5% aanwezig is wordt de verkeersgeneratie van beide richtingen meegenomen. Dit betreft een conservatieve aanname. In lijn met de jurisprudentie is als uitgangspunt gehanteerd dat verkeer opgaat in het heersend verkeersbeeld wanneer het zich tot enkele procenten van de reeds aanwezige verkeersintensiteiten heeft verdund, wanneer het qua snelheid en rij- en stopgedrag niet meer van het overige verkeer is te onderscheiden. Voor dit plan is uitgegaan van 5%. De invloed van de toename aan verkeersbewegingen door de planontwikkeling op de desbetreffende verkeersweg minstens 50 voertuigbewegingen per etmaal is. Uitgangspunt hierbij is dat een effect kleiner dan 50 voertuigbewegingen binnen de onzekerheidsmarges van verkeersmodellen vallen.
De toename van het aantal verkeersbewegingen op het verkeersnetwerk in de omgeving is in de AERIUS Calculator 2024 opgenomen, zie ook Figuur 7. Hierbij is niet één enkele toegangsweg genomen, maar zijn de effecten voor alle wegen conform bovenstaande uitgangspunten meegenomen. Zie ook Bijlage 2. De emissies van het wegverkeer worden door de AERIUS Calculator 2024 automatisch bepaald op basis van de ingevoerde parameters. Er wordt daarbij uitgegaan van gemiddelde waarden voor het wagenpark in Nederland. Het is onduidelijk of de beoogde huisartsenpraktijk van het plan is meegenomen in de verkeersberekening van Goudappel. Daarom is zekerheidshalve uitgegaan van een aparte verkeersgeneratie voor deze praktijk in de gebruiksfase (het is dus niet meegenomen in de aanlegfase; dit omdat de praktijk pas gereed is als de meeste/alle woningen in gebruik zijn). 7
Stagnatiefactor - Kenniscentrum InfoMil
11/17
Er is rekening gehouden met een praktijk van maximaal 300 m2 BVO, waarbij is uitgegaan van maximaal 10 behandelkamers. Dit levert volgens de CROW Publicatie 381 ‘Toekomstbestendig Parkeren’ een verkeersgeneratie op van 225 motorvoertuigen per etmaal (zeer sterk stedelijk gebied & rest bebouwde kom geeft 22,5 mvt/etm per behandelkamer). Uitgangspunt is dat 50% van het verkeer naar de N521 rijdt en 50% naar de N231. Dit betreft een conservatieve aanname omdat het merendeel van het verkeer vanuit het plangebied of de direct aangrenzende straten zal komen. De voertuigbewegingen zijn ingevoerd in de AERIUS Calculator 2024. De emissies van het wegverkeer worden door de AERIUS Calculator 2024 automatisch bepaald op basis van de ingevoerde parameters. Er wordt daarbij uitgegaan van gemiddelde waarden voor het wagenpark in Nederland. Koude start In de berekening van de gebruiksfase is rekening gehouden met een koude start van de voertuigen. Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil hebben gestaan. In het Verkeersonderzoek van Goudappel8 is gemodelleerd dat de verkeersgeneratie van de Scheg Midden 1.840 mvt/etmaal bedraagt. Er is rekening gehouden met 1 koude start per 2 voertuigbewegingen vanuit de woningen.
Voor de koude start van de verkeersgeneratie vanuit de huisartsenpraktijk worden enkel de voertuigbewegingen van het personeel meegenomen. Dit zijn naar verwachting maximaal 20 personen, die allen maximaal twee keer een koude start maken op een dag. Er wordt ervan uitgegaan dat de bezoekers niet langer dan 2 uur aanwezig zijn. Dit resulteert volgens Tabel 2 in maximaal 960 koude starts per etmaal. De berekening van het aantal koude starts is een zeer conservatieve aanname, omdat er vanuit wordt gegaan dat alle voertuigen die vertrekken vanuit het plangebied minstens twee uur hebben stilgestaan. In de werkelijkheid zal een deel van de voertuigen minder lang stilstaan, zoals bestelbusjes en de voertuigen van mensen die deze vaker op een dag gebruiken. Ook is er geen rekening gehouden met de seizoen-gebondenheid van de koude starts. De koude start is gemodelleerd als een vlakbron in de categorie ‘Verkeer – Koude start; overig’. Tabel 2 Berekening koude start per etmaal
Verkeersgeneratie behorende bij de woningen Verkeersgeneratie huisartsenpraktijk
8
Mvt/ etmaal
Waarvan koude start
1.840
920
113
40
Totaal
960
Er zijn op basis van de gehanteerde uitgangspunten met intern salderen in de gebruiksfase geen rekenresultaten in de AERIUS Calculator 2024 hoger dan 0,00 mol/ha//jaar, ten opzichte van de referentiesituatie. Voor de specificering van de berekening wordt verwezen naar de exports van de AERIUS-berekeningen (Bijlage 3).
8 * obv “Verkeersonderzoek naar effecten van ontwikkeling De Scheg in Amstelveen” met kenmerk
014968.20230822.R4.02.
12/17
Figuur 7 – Ingevoerde netwerkeffecten in AERIUS Calculator 2024 van de gebruiksfase van planontwikkeling De Scheg Midden.
13/17
5
Conclusie
In deze notitie is een berekening gemaakt van de stikstofuitstoot en -depositie als gevolg van de planontwikkeling De Scheg Midden, te Amstelveen. Daarbij zijn zowel de gebruiksfase als de aanlegfase beschouwd. Er is gebruikgemaakt van intern salderen, met de emissies als gevolg van de verwarming van glastuinbouw kassen binnen de plangrenzen in de referentiesituatie. Er is gemodelleerd met de AERIUS Calculator 2024, waarbij ook de ‘koude start’ is meegenomen in de berekening. Er is in de aanlegfase van de planontwikkeling geen netto toename van de stikstofdepositie >0,00 mol/ha/jaar berekend in de omliggende Natura 2000-gebieden, op basis van de gehanteerde uitgangspunten. Negatieve effecten van stikstofdepositie op Natura 2000gebieden zijn daarmee in de aanlegfase op voorhand uit te sluiten. Ook in de gebruiksfase van de planontwikkeling is geen netto toename berekend van de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden, op basis van de gehanteerde uitgangspunten. Negatieve effecten van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden zijn daarmee ook in de gebruiksfase op voorhand uit te sluiten. Voor de planontwikkeling en het toegepaste intern salderen is geen Wnb-vergunning benodigd voor het onderdeel stikstofdepositie, op basis van de gehanteerde uitgangspunten in deze notitie. Daarmee is aangetoond dat het plan uitvoerbaar is in relatie tot stikstofdepositie.
14/17
Bijlage 1: Overzicht inzet materieel en berekening emissies aanlegfase
15/17
BEREKENING STIKSTOFEMISSIES INZET MATERIEEL AANLEGFASE Scheg Midden 5100230
Datum:
21-11-2023
BPD ONTWIKKELING BV
Status:
DEFINITIEF
Overzicht verkeersbewegingen Losse invoer voor AERIUS Zwaar vervoer
Hydraulische kraan Hydraulische kraan midi Shovel Wals Trekker Bronbemaling Telekraan Asfaltfrees Heistelling TOTAAL
100 0 0 0 0 0 0 0 0 100
VB 2.300 0 160 300 60 0 0 0 0 2.820
BRM 3.500 1.300 2.000 470 470 530 15 0 0 8.285
BOUW 0 0 4.600 0 0 0 8.900 0 1.900 15.400
WRM 920 1.200 1.700 940 190 0 0 20 0 4.970
TOTAAL 6.820 uur 2.500 uur 8.460 uur 1.710 uur 720 uur 530 uur 8.915 uur 20 uur 1.900 uur 31.575 uur
uur
uur
uur
uur
uur
uur
Berekening emissies inzet materieel
Totaal Extern Intern
SLOOP
Berekening ureninzet materieel
SLOOP
Uitgangspunten overig Aantal woningen:
Categorie
Draaiuren
Bouwjaar
BRM BOUW WRM TOTAAL
Licht vervoer TOTAAL
Vermogen
Belasting
kW
fractie
3.300 7.300 5.200 7.700 4.400 1.100 1.100 1.600 14.100 17.800
6.600 14.600 10.400 15.400 8.800 2.200 2.200 3.200 28.200 35.600
1.650 bewegingen 3.650 bewegingen 2.600 bewegingen 3.850 bewegingen 2.200 bewegingen 550 bewegingen 550 bewegingen 800 bewegingen 7.050 bewegingen 8.900 bewegingen
Extern
Motorefficientie
Dieselverbruik
adblue (l/jaar) liter
Cat C
213.670 m2 8 kassen
Rekenjaar: Jaren uitvoering:
2028 4 jaren
Licht vervoer: Waarvan Werkdagen per jaar: Totaal auto's:
Mobiele werktuigen: Telekraan elektrisch elektrisch elektrisch
NOx Cat D
15 per dag 0% elektrisch 260 dagen 3.900 per jaar
Duurzame inzet materieel
7.800 bewegingen
l/uur
0 m2 BVO
Grootte plangebied: Sloop:
NH3
Qb
Qu
Qa
Pb
Pu
NOx
NH3
kg
kg
Naam
Stage
Hydraulische kraan
STAGE IV, 2014-2018, 75-560kW, diesel, SCR: ja
D
6.820
2014
200
0,4
0,96
22,5
153.291
10.730
0,033
0,005
-0,46
0,00024
0
156,7
Hydraulische kraan midi
STAGE IV, 2014-2018, 75-560kW, diesel, SCR: ja
D
2.500
2014
100
0,4
0,96
11,5
28.774
1.870
0,033
0,005
-0,46
0,00024
0
101,7
6,91
Shovel
STAGE IV, 2014-2018, 75-560kW, diesel, SCR: ja
D
8.460
2014
110
0,4
0,96
12,6
106.648
7.465
0,033
0,005
-0,46
0,00024
0
127,6
25,60
Wals
STAGE IV, 2014-2018, 75-560kW, diesel, SCR: ja
D
1.710
2014
110
0,4
0,96
12,6
21.557
1.509
0,033
0,005
-0,46
0,00024
0
25,8
5,17
Trekker
STAGE IV, 2014-2018, 75-560kW, diesel, SCR: ja
D
720
2014
100
0,4
0,96
11,5
8.287
539
0,033
0,005
-0,46
0,00024
0
29,3
1,99
Bronbemaling
STAGE IV, 2014-2018, 75-560kW, diesel, SCR: ja
D
530
2014
350
0,4
0,96
38,9
20.632
1.444
0,033
0,005
-0,46
0,00024
0
19,2
4,95
D
8.915
2014
350
0,4
0,96
38,9
347.039
24.293
0,033
0,005
-0,46
0,00024
0
0,0
0,00
Telekraan
uren totaal
Extern Intern Extern Intern Extern Intern Extern Intern Extern Intern
VB
Heen en weer Per jaar 100 200 50 bewegingen 100 200 50 bewegingen
459 woningen
Aantal m2 BVO:
36,79
Asfaltfrees
STAGE IV, 2014-2018, 75-560kW, diesel, SCR: ja
D
20
2014
200
0,4
0,96
22,5
450
31
0,033
0,005
-0,46
0,00024
0
0,5
0,11
Heistelling
STAGE IV, 2014-2018, 75-560kW, diesel, SCR: ja
D
1.900
2014
200
0,4
0,96
22,5
42.706
2.989
0,033
0,005
-0,46
0,00024
0
43,7
10,25
TOTAAL KG
504,4
91,8
Berekening emissies laden/lossen
Draaiuren
Naam
uren totaal
Stage
emissiefactoren 2023 NOx g/uur
NH3 g/uur
NOx
NH3
kg
kg
Laden/lossen intern
1.483
62,984
0,904
93,4
1,34
Laden/lossen extern
1.175
62,984
0,904
74,0
1,06
167,4
2,4
TOTAAL KG
kg Nox
kg NH3
TOTAAL AANLEGFASE
totaal
671,8
94,2
TOTAAL PER JAAR MATERIEEL (BIJ 2028 JAAR UITVOERING)
per jaar
126,1
22,9
TOTAAL PER JAAR LADEN EN LOSSEN (BIJ JAAR UITVOERING)
per jaar
41,9
0,6
TOTAAL PER JAAR (BIJ 4 JAAR UITVOERING)
per jaar
168,0
23,5
Bijlage 2: Input uit verkeersmodel Goudappel
16/17
BRON
BRON Aerius 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27
A B
Verkeer huisartsenpraktijk 50% Verkeer huisartsenpraktijk 50% 2
HEEN WEER HEEN EN WEER AANLEGFASE Zie PDF Goudappel Zie PDF Goudappel Som heen en weer =AANDEEL*3/4 2 460 440 900 675 3 440 420 860 645 9 310 320 630 473 11 270 270 540 405 15 120 110 230 173 17 110 110 220 165 25 460 440 900 675 27 290 270 560 420 29 400 380 780 585 31 110 110 220 165 33 170 170 340 255 35 370 350 720 540 37 140 150 290 218 39 120 120 240 180 43 160 150 310 233 45 190 210 400 300 47 200 180 380 285 49 360 330 690 518 51 120 110 230 173 53 240 210 450 338 55 90 100 190 143 70 240 210 450 338 72 190 210 400 300 80 190 210 400 300 82 180 210 390 293 84 170 150 320 240 87 160 150 310 233 113 113
0 0
Bijlage 3: AERIUS-Calculator 2024 exports
17/17