Bijlage 12 Aanvullend onderzoek vleermuizen Stadsplein Bioscoop
Tekst van het document
WET NATUURBESCHERMING Aanvullend onderzoek vleermuizen – Pathé Amstelveen
Ref.: 1600006A20-R19-1042 12 november 2019
Gemeente Amstelveen
RPS advies- en ingenieursbureau bv
Contactpersoon
De heer R. Koekenbier
Auteur
F. Reijngoudt
Adres
Laan Nieuwer-Amstel 1
Projectleider
T. Denayère
1182 JR AMSTELVEEN
Gecontroleerd door
S. Tummers
Projectreferentie Versie
1600006A20-R19-1042 concep
Totaal aantal pagina’s
13
Handtekening
Handtekening
Akkoord S. Tummers
Akkoord Tom Denayère
Adviseur Ecologie
Projectleider
Dit rapport is vertrouwelijk. Geen enkel deel van dit rapport mag aan derden openbaar worden gemaakt zonder schriftelijke toestemming van RPS advies- en ingenieursbureau bv of van de opdrachtgever. Alleen aan het originele complete rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag UITSLUITEND in zijn geheel worden gereproduceerd.
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 2 van 13
INHOUDSOPGAVE 1. 1.1 1.2 1.3
INLEIDING ................................................................................................................................... 4 Aanleiding ..................................................................................................................................... 4 Onderzoeksvragen ....................................................................................................................... 4 Leeswijzer .................................................................................................................................... 4
2 2.1 2.2
PROJECTOMSCHRIJVING ........................................................................................................ 5 Projectgebied ............................................................................................................................... 5 Ingreep ......................................................................................................................................... 6
3 3.1 3.1.1 3.1.2 3.1.3 3.1.4
METHODE ................................................................................................................................... 7 Vleermuizenonderzoek................................................................................................................. 7 Opzet en uitvoering ...................................................................................................................... 7 Nadere analyse: geluidsopnamen................................................................................................ 8 Effectanalyse voorgenomen ingreep............................................................................................ 8 Advies vervolgtraject .................................................................................................................... 9
4 4.1 4.2
RESULTATEN EN ANALYSE ................................................................................................... 10 Gewone dwergvleermuis ............................................................................................................ 10 Analyse effecten en consequenties ten aanzien van Wet natuurbescherming ......................... 11
5 5.1
CONCLUSIE EN ADVIES .......................................................................................................... 12 Conclusie .................................................................................................................................... 12
6
BRONNEN ................................................................................................................................. 13
BIJLAGEN 1. 2.
Resultaten vleermuisonderzoek kraamperiode Resultaten vleermuisonderzoek paarperiode
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 3 van 13
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding
Voor het centrum van Amstelveen worden plannen gemaakt voor de bouw van een bioscoop met een ingang vanuit het Stadsplein. Ten behoeve van de plannen voor de Pathé bioscoop moeten werkzaamheden worden uitgevoerd aan gevels van bestaande gebouwen. Dit is zowel aan de orde bij gevels aan de achterzijde van de schouwburg, als aan de gevels aan de voorzijde van de schouwburg aan het Stadsplein. Ook moeten zes bomen worden verwijderd. Bij alle ruimtelijke ingrepen moet worden getoetst of er sprake is van strijdigheid met de Wet natuurbescherming. Voor het onderhavig project is daarom in maart 2019 een quickscan uitgevoerd (RPS, 2019). Uit deze quickscan werd geconcludeerd dat nader onderzoek naar vleermuizen noodzakelijk was. Andere beschermde natuurwaarden zijn niet in het geding.
1.2
Onderzoeksvragen
De bouw van de bioscoop en de bomenkap kunnen gevolgen hebben voor de ter plaatse voorkomende beschermde vleermuissoorten. Mogelijk worden daarbij verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden. De onderzoeksvragen zijn als volgt: • Welke beschermde vleermuissoorten zijn binnen de invloedssfeer van de voorgenomen werkzaamheden aanwezig? • Welke voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten te voorkomen en daarmee overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen? • Welke maatregelen moeten worden genomen om negatieve effecten te mitigeren of te compenseren? • Is een ontheffing en/of vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming noodzakelijk?
1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 zijn de ligging van het projectgebied en de voorgenomen werkzaamheden en planning daarvan beschreven. In hoofdstuk 3 is de onderzoeksmethode beschreven. Hoofdstuk 4 beschrijft de resultaten van het veldonderzoek en de effectanalyse. Tot slot zijn in hoofdstuk 5 de conclusie en het advies opgenomen.
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 4 van 13
2
PROJECTOMSCHRIJVING
2.1
Projectgebied
Het projectgebied is gelegen in Amstelveen in de provincie Noord-Holland, in de gemeente Amstelveen. Ten noorden, westen, zuiden en oosten liggen verschillende woonwijken zoals Keizer Karelpark en Randwijck. Ten zuiden van het projectgebied loopt de A9 van Schiphol naar Diemen. In figuur 2.1 is de ligging van het projectgebied in Amstelveen weergegeven. Figuur 2.2 geeft het projectgebied via een luchtfoto weer.
figuur 2.1: ligging van het projectgebied (rode omlijning).
figuur 2.2: luchtfoto met de ligging van het projectgebied (rode omlijning).
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 5 van 13
Het projectgebied ligt ongeveer in het midden van Amstelveen ten noorden van de A9. Het projectgebied zelf ligt aan de Meander en het Stadsplein. Het projectgebied heeft de volgende Amersfoort-coördinaten: 119479. Het projectgebied bestaat vooral uit gebouwen, straten en wegen en op verschillende plekken bomen, struiken en overig groen (grasvelden). De bioscoop is aan de oostzijde gelegen aan een busstation en ten noorden grenst de bioscoop aan het Stadsplein waar winkels gevestigd zijn. In figuur 2.3 is een impressie weergegeven van het projectgebied.
figuur 2.3: impressie van het projectgebied. 1) achterzijde bioscoop, 2) winkelstraat aan de noordzijde, 3) bomen en struiken ten zuiden van het projectgebied.
2.2
Ingreep
Werkzaamheden De volgende werkzaamheden worden mogelijk uitgevoerd ten behoeve van de bouw van de Pathé bioscoop in Amstelveen. De exacte werkzaamheden zijn ten tijde van het opstellen van deze rapportage nog niet bekend. • Verwijderen zes bomen binnen het projectgebied. • Verwijderen en aanpassen huidige infrastructuur. • Verrichten bouwwerkzaamheden achterzijde huidig gebouw schouwburg. • Verrichten bouwwerkzaamheden voorzijde schouwburg (zijde Stadsplein) ten behoeve van de entree van de bioscoop. • Inrichten werkterrein. Planning De uitvoeringsperiode en -duur van het project is nog niet bekend.
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 6 van 13
3
METHODE
3.1
Vleermuizenonderzoek
Om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden is nader onderzoek gedaan naar het voorkomen van vleermuizen en de functie van het projectgebied. De inventarisatie wordt uitgevoerd volgens het Vleermuisprotocol 2017. Dit protocol is het resultaat van een evaluatie van het Vleermuisprotocol 2013 door deskundigen van Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en Rijksdienst voor Ondernemend Nederland. In de laatste versie van het protocol zijn de meest recente ecologische inzichten verwerkt. Werken volgens dit protocol geeft een grote mate van zekerheid dat het onderzoek van voldoende kwaliteit is om een eventuele ontheffingsaanvraag te onderbouwen. Deze manier van onderzoeken betreft een steekproef gebaseerd op momentopnames. Daarom kan niet uitgesloten worden dat soorten en/of functies niet waargenomen zijn tijdens de inventarisaties of soorten op een ander tijdstip wel aanwezig zijn in en rondom het projectgebied. Deze manier van onderzoek doen is aanvaardbaar in termen van de Wet natuurbescherming, omdat de methode en inspanning voldoende invulling geven aan de zorgplicht (artikel 1.11). De initiatiefnemer heeft gedaan wat redelijkerwijs van hem verwacht kan worden.
3.1.1
Opzet en uitvoering
Het onderzoek is uitgevoerd tijdens het kraam- en paarseizoen van vleermuizen. Het projectgebied is in vijf ronden onderzocht door een vleermuisdeskundige (zie tabel 3.1). Op grond van ligging en aard van het projectgebied is het noodzakelijk onderzoek te doen in de volgende perioden: • Kraamperiode: 15 mei – juli: vaststellen aanwezigheid kraam- en zomerverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. • Paarperiode: augustus – september: vaststellen paarverblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebied. Gedurende zowel de kraamperiode als de paarperiode is het projectgebied door één persoon geïnventariseerd op vleermuizen met behulp van een batdetector (type: Pettersson D240x) en opnameapparaat (type: Tascam DR-05X). Het projectgebied is gedurende de kraamperiode tweemaal ’s avonds en eenmaal ’s ochtends geïnventariseerd. Tussen deze bezoeken is een tussenperiode van 10 – 30 dagen gehanteerd. Tijdens de paarperiode is het projectgebied tweemaal ’s avonds, ruim na zonsondergang, geïnventariseerd. Tussen deze bezoeken is een tussenperiode van 10 – 20 dagen gehanteerd. Met deze onderzoeksinspanning kan een voldoende duidelijk beeld worden verkregen van het gehele gebouw, zowel aan de voorzijde als aan de achterzijde en de bomen.
De onderzoekrondes worden alleen uitgevoerd wanneer het weer daartoe voldoende geschikt was (voldoende hoge temperatuur, geen neerslag en/of harde wind). Alle waarnemingen zijn direct in een smartphone met GPS in het veld opgeslagen. Op grond van zwermende vleermuizen rond middernacht in de zomer en paarverblijfplaatsen in het najaar is een inschatting gemaakt of winterverblijfplaatsen aanwezig zijn.
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 7 van 13
tabel 3.1: onderzoekrondes ten aanzien van vleermuizen.
Datum
Tijdstip
21-05-2019
26-6-2019
27-6-2019
29-8-2019 23-9-2019
3.1.2
Onderzochte functies
Naam medewerker
Weersomstandigheden
21:30-23:38 Vliegroute, foerageergebied, kraamverblijfplaats, zomerverblijfplaats 22:00-00:07 Vliegroute, foerageergebied, kraamverblijfplaats, zomerverblijfplaats 03:18-05:25 Vliegroute, foerageergebied, kraamverblijfplaats, zomerverblijfplaats
F. Reijngoudt, K. Maartense
12 ⁰C, bewolkt, droog, 1 Bft
F. Reijngoudt, J. Willemsen
18 ⁰C, bewolkt, droog, 2-3 Bft
F. Reijngoudt, J. Willemsen
15 ⁰C, Bewolkt, droog, 1-2 Bft
21:07-23:37 Vliegroute, foerageergebied, paarverblijfplaats 20:00-22:30 Vliegroute, foerageergebied, paarverblijfplaats
F. Reijngoudt
18 ⁰C, onbewolkt, droog, 1 Bft 16 ⁰C, licht bewolkt, droog, 1 Bft
F. Reijngoudt
Nadere analyse: geluidsopnamen
Indien een soort niet met zekerheid in het veld kon worden bepaald, zijn geluidsopnamen gemaakt met een extern opnameapparaat (type: Tascam DR-05X). Vervolgens zijn de opgenomen geluiden in Batsound geanalyseerd aan de hand van de criteria uit de literatuur. Door zichtwaarnemingen konden het gedrag en daarmee de functie van het gebied voor vleermuizen vastgesteld worden.
3.1.3
Effectanalyse voorgenomen ingreep
Zodra bekend geworden is welke vleermuissoorten in het projectgebied aanwezig zijn en welke functie(s) het projectgebied heeft voor vleermuizen, is een analyse gemaakt van de te verwachten effecten door het uitvoeren van de voorgenomen werkzaamheden. Het betreft hier een beschrijving van verwachte tijdelijke negatieve effecten en/of negatieve effecten op de langere termijn als gevolg van de werkzaamheden. De effecten worden beoordeeld op het niveau van individuen.
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 8 van 13
3.1.4
Advies vervolgtraject
Ten slotte wordt een advies gegeven voor het vervolgtraject. Uit het aanvullend onderzoek kan naar voren komen dat negatieve effecten op vleermuizen aan de orde zijn. Wanneer negatieve effecten als gevolg van de uit te voeren werkzaamheden worden verwacht, dienen mitigerende en/of compenserende maatregelen te worden opgesteld (en nageleefd) en uitgewerkt in een natuurtoets. Mitigerende maatregelen worden op elk individueel project afgestemd, waarbij voorschriften vanuit kennisdocumenten worden meegenomen en kennis over reeds bewezen effectieve maatregelen wordt toegepast. De natuurtoets dient als onderbouwing voor een ontheffingsaanvraag.
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 9 van 13
4
RESULTATEN EN ANALYSE
Gedurende het onderzoek is binnen het projectgebied één soort vleermuis aangetroffen: • Gewone dwergvleermuis. In tabel 4.1 zijn per soort de waarnemingen en functies weergegeven. In bijlage 1 en 2 zijn de verspreidingskaarten opgenomen. Alle vleermuizen, die tijdens het onderzoek rondom het gebouw zijn waargenomen, zijn genoteerd. Hierdoor kan het zijn dat één vleermuis meerdere keren genoteerd is als deze voor een langere tijd is blijven foerageren. Elke waarneming is weergegeven in de overzichtskaarten. In onderstaande tabel en toelichting is gespecificeerd hoeveel vleermuizen daadwerkelijke tegelijkertijd zijn waargenomen in het projectgebied en naar verwachting rondvliegen. Bij enkele opnames van geluiden kon de soort dwergvleermuis niet vastgesteld worden (gewone dwergvleermuis of ruige dwergvleermuis). Dit is in de overzichtskaarten opgenomen als dwerg spec.
Soort
Winterverblijfplaats
Kraamverblijfplaats
Zomerverblijfplaats
Paarverblijfplaats
Foerageergebied
Essentiële foerageergebied
Vliegroute
Essentiële vliegroute
tabel 4.1: overzicht aangetroffen soorten en functies. Per soort zijn de aangetroffen functies en het aantal individuen (ind.) per functie weergegeven.
Gewone dwergvleermuis
Nee
Nee
Nee
Nee
Ja, 4 ind.
Nee
Ja, 4 ind. Nee
4.1
Gewone dwergvleermuis
Verblijfplaats Tijdens de paarperiode (augustus – oktober) zijn meerdere keren een sociale roep van gewone dwergvleermuis waargenomen bij het grasveld bij de flats ten zuidoosten van het projectgebied. Vermoedelijk heeft hier een gewone dwergvleermuis een verblijfplaats. Het gehele veldbezoek lang vloog hier één gewone dwergvleermuis die sociale geluiden maakte. De exacte locatie kon niet vastgesteld worden. Wel kon worden vastgesteld dat de verblijfplaats buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden ligt. Direct ten oosten van het projectgebied, is voor korte duur ook een gewone dwergvleermuis waargenomen die sociale geluiden maakte. Deze vleermuis vloog heen en weer langs de Meander. Vermoedelijk is in het flatgebouw ten zuiden van de Meander een paarverblijfplaats aanwezig. De exacte locatie kon niet vastgesteld worden. Wel kon worden vastgesteld dat de verblijfplaats buiten de invloedssfeer van de werkzaamheden ligt. Andere sociale geluiden waren niet waargenomen gedurende het vleermuizenonderzoek. In de kraamperiode (mei – juli) zijn geen zomer- of kraamverblijfplaatsen vastgesteld. In de paarperiode (augustus – oktober) zijn geen paarverblijfplaatsen of mogelijke winterverblijfplaatsen vastgesteld.
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 10 van 13
Foerageergebied Het projectgebied functioneert als foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis. In zowel de kraamperiode als de paarperiode zijn geen vleermuizen foeragerend binnen de begrenzing van het projectgebied waargenomen. Op drie locaties buiten de begrenzing van het projectgebied waren foeragerende dwergvleermuizen en dwerg spec. aangetroffen; langs de groenstrook ten zuiden van het projectgebied (2 ind.), bij het grasveld ten zuidoosten van het projectgebied (1 ind.) en bij een parkeerplaats ten oosten van het projectgebied (1 ind.). Gezien de lage aantallen foeragerende gewone dwergvleermuizen binnen de begrenzing van het projectgebied, wordt uitgesloten dat het projectgebied een functie vervuld als essentieel foerageergebied voor gewone dwergvleermuis. Vliegroute In de kraamperiode zijn twee overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen langs de zuidkant van het projectgebied. De vleermuizen kwamen vanuit twee verschillende richtingen en er is geen vaste vliegroute waargenomen. In de paarperiode zijn drie overvliegende gewone dwergvleermuizen en een dwerg spec. waargenomen ten oosten van het projectgebied. Deze kwamen uit verschillende richtingen en gingen verschillende richtingen op en is er geen vaste vliegroute waargenomen.
Gezien de lage aantallen overvliegende dwergvleermuizen binnen de begrenzing van het projectgebied, wordt uitgesloten dat het projectgebied een functie vervuld als essentiële vliegroute voor gewone dwergvleermuis.
4.2
Analyse effecten en consequenties ten aanzien van Wet natuurbescherming
In het projectgebied zijn enkele individuen van foeragerende en overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Voor deze soorten heeft het projectgebied geen essentiële functie als foerageergebied of vliegroute. Daarnaast zijn er geen vaste rust- of verblijfplaatsen aanwezig binnen de begrenzing van het projectgebied. Wanneer bij de uitvoering van de werkzaamheden gebruik wordt gemaakt van bouwverlichting, kan wel verstoring plaatsvinden van de aanwezige foeragerende en overvliegende vleermuizen. Daarom dient in de periode april t/m november tussen zonsondergang en zonsopkomst geen gebruik te worden gemaakt van breed uitstralende bouwverlichting. Hiermee wordt verstoring op foeragerende en overvliegende vleermuizen geheel voorkomen. Het aanvragen van een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming is voor vleermuizen dan niet noodzakelijk.
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 11 van 13
5
CONCLUSIE EN ADVIES
5.1
Conclusie
Ten behoeve van de bouw van een bioscoop is een vleermuisonderzoek uitgevoerd aan de Meander in Amstelveen. Gedurende het onderzoek is binnen het projectgebied één soort vleermuis aangetroffen: • Gewone dwergvleermuis. Uit het vleermuizenonderzoek kan het volgende geconcludeerd worden: • Het projectgebied heeft geen vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen; • Het projectgebied heeft geen functie als essentieel foerageergebied voor vleermuizen; • Het projectgebied heeft geen functie als essentiële vliegroute voor vleermuizen. Wanneer in de periode van april t/m november tussen zonsondergang en zonsopkomst geen gebruik gemaakt wordt van breed uitstralende bouwverlichting is geen verstoring van aanwezige vleermuizen aan de orde. Het aanvragen van een ontheffing voor vleermuizen in het kader van de Wet natuurbescherming is niet noodzakelijk.
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 12 van 13
6
BRONNEN
Geraadpleegde literatuur: • Barataud M. 2015. – Acoustic Ecology of European Bats. Species Identification, Study of their Habitats and Foraging Behaviour. Biotope, Mèze; Muséum national d’Histoire naturelle, Paris (Inventaires et biodiversité series), 352 p. • Dietz, C. & Kiefer, A. (2017). Veldgids Vleermuizen van Europa. Zeist: KNNV Uitgeverij. • Russ, J. (2012). British Bat Calls: A Guide to Species Identification. Exeter: Pelagic Publishing. • Willemsen, J. (2019). Wet natuurbescherming Pathé bioscoop Amstelveen. RPS. kenmerk: 1600006A18-R19-341. Internetpagina’s: • www.vleermuis.net • ndff-ecogrid.nl
rps.nl Ref.: 1600006A20-R19-1042 | 12 november 2019 Pagina 13 van 13
Bijlage 1. Resultaten vleermuisonderzoek kraamperiode
Regionale ligging
0
25
50
schaal
1:2.000
100 m
Project:
Pathé Amstelveen Opdrachtgever:
Gemeente Amstelveen Omschrijving:
Landschap en natuur
Maten in meters, tenzij anders vermeld Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in m eters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Ligging bestaande kabels en leidingen ter indicatie ingetekend pdf/print door: reijngoudtf, 10-10-2019
Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 88 - 99 04 800 W www.rps.nl
Projectnummer:
1600006A20
Formaat:
A4
Projectleider:
T. Denayère
Schaal:
1:2.000
Auteur:
F. Reijngoudt
Status:
Definitief
Bestek
Datum:
10-10-2019
Fase: Logo opdrachtgever:
Blad: Nummer:
1600006A20
1 van 1 Wijz:
© ondergrond:Esri Nederland, Community Map Contributors
Resultaten vleermuisonderzoek kraamperiode
Q:\GGI\1 Projecten\1600006A20\3 Werkdossier\03 GIS\1600006A20 vleermuizen resultaten kraamperiode.mxd
Bijlage 2. Resultaten vleermuisonderzoek paarperiode
Regionale ligging
0
25
50
schaal
1:2.000
100 m
Project:
Pathé Amstelveen Opdrachtgever:
Gemeente Amstelveen Omschrijving:
Landschap en natuur
Maten in meters, tenzij anders vermeld Diameters in millimeters, tenzij anders vermeld Hoogtematen in m eters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Ligging bestaande kabels en leidingen ter indicatie ingetekend pdf/print door: reijngoudtf, 10-10-2019
Prins Mauritsstraat 17, 4141 JC Leerdam Postbus 75, 4140 AB Leerdam T +31 88 - 99 04 800 W www.rps.nl
Projectnummer:
1600006A20
Formaat:
A4
Projectleider:
T. Denayère
Schaal:
1:2.000
Auteur:
F. Reijngoudt
Status:
Definitief
Bestek
Datum:
10-10-2019
Fase: Logo opdrachtgever:
Blad: Nummer:
1600006A20
1 van 1 Wijz:
© ondergrond:Esri Nederland, Community Map Contributors
Resultaten vleermuisonderzoek paarperiode
Q:\GGI\1 Projecten\1600006A20\3 Werkdossier\03 GIS\1600006A20 vleermuizen resultaten paarperiode.mxd