Bijlage 11 Ontheffing Wet natuurbescherming TAM-plan Kronenburg
Tekst van het document
A fsch rif; ru
Amstelveen Laan van Kronenburg BV T.a.v. Dhr. E. Bes Claude Debussylaan 223 1082 MC AMSTERDAM
VERZONDEN 0 8 SEP. 2021
Zaaknummer : OD.339970 : mevrouw S. Smit Behandelaar Betreft : Wnb aanvraag ontheffing ruimtelijke ingrepen : Laan van Kronenburg 2, 4-14 en 7, Professor E.M. Meijerslaan 12, Locatie Professor W.H. Keesomlaan 6-14, Uilenstede 475 en omliggende terreinen, Amstelveen
Geachte heer Bes, Op 17 maart 2021 hebben wij uw aanvraag voor een ontheffing als bedoeld in artikel 3.8 van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb) ontvangen. Op 23 juni 2021 heeft u op ons verzoek om informatie aanvullende gegevens toegezonden. De aanvraag heeft betrekking op het herinrichten van het projectgebied. Een overzicht van het projectgebied is weergegeven in bijlage 1 bij dit besluit. De werkzaamheden bestaan uit het amoveren van een deel van de bebouwing, het realiseren van nieuwbouw en het renoveren en uitbouwen van bestaande bebouwing. Voor deze werkzaamheden wordt door de initiatiefnemer, Amstelveen Laan van Kronenburg BV te Amsterdam, ontheffing gevraagd van de verbodsbepalingen genoemd in: • •
•
artikel 3.5, lid 2 van de Wnb, voor zover het betreft het opzettelijk verstoren van exemplaren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipistrellus). artikel 3.5, lid 4 van de Wnb, voor zover het betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de gewone dwergvleermuis (Pipistrellus pipstrellus). artikel 3.10, lid 1, onder b van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk beschadigen en vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de bunzing (Mustela putorius).
De ontheffing is aangevraagd voor de periode van 1 september 2021 tot en met 1 september 2031. De aanvraag is geregistreerd onder zaaknummer OD.339970. Besluit Wij besluiten om op grond van artikel 3.8, lid 1 van de Wnb aan Amstelveen Laan van Kronenburg BV te Amsterdam ontheffing te verlenen van: • • •
artikel 3.5, lid 2 van de Wnb, voor zover het betreft het opzettelijk verstoren van exemplaren van de gewone dwergvleermuis; artikel 3.5, lid 4 van de Wnb, voor zover het betreft het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de gewone dwergvleermuis; artikel 3.10, lid 1, onder b van de Wnb voor zover het betreft het opzettelijk beschadigen en vernielen van vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van exemplaren van de bunzing;
e
;:odnhn.n1 (
ten behoeve van het herinrichten van het projectgebied gelegen aan de Laan van Kronenburg 2, 4-14 en 7, Professor E.M. Meijerslaan 12, Professor W.H. Keesomlaan 6-14, Uilenstede 475 en omliggende terreinen te Amstelveen. Voorschriften en beperkingen Aan dit besluit verbinden wij op grond van artikel 5.3, eerste, tweede en derde lid van de Wnb de navolgende voorschriften en beperkingen. Op grond van artikel 5.4, eerste en derde lid, Wnb kan de ontheffing worden ingetrokken als in strijd met de ontheffing of de voorschriften wordt gehandeld. Tevens is dan sprake van een economisch delict. Algemene voorschriften 1. De ontheffing wordt slechts voor de hierboven genoemde soorten en beschreven verboden handelingen verleend. 2. Deze ontheffing geldt alleen voor de werkzaamheden die conform de aanvraag worden uitgevoerd, voor zover in deze ontheffing zelf niet anders is aangegeven. 3. Onder werkzaamheden wordt verstaan alle handelingen die het projectgebied aantasten inclusief de voorbereidende werkzaamheden (inclusief asbestsanering), werkzaamheden die dienen tot het ongeschikt maken van leefgebied, mitigerende en compenserende activiteiten. 4.
De ontheffinghouder dient onverwijld contact op te nemen met Omgevingsdienst NoordHolland Noord indien bij het uitvoeren van de werkzaamheden van het project andere beschermde soorten dan de genoemde worden aangetroffen of andere handelingen of werkzaamheden dan bedoeld in voorschriften 1 en 2 noodzakelijk zijn. 5. Indien de mitigerende/compenserende maatregelen niet worden toegepast zoals in dit besluit is weergegeven en/of als de ontheffinghouder voornemens is om de werkzaamheden of de planning van de werkzaamheden niet conform de aanvraag uit te voeren, dient contact opgenomen te worden met de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. 6. Deze ontheffing kan uitsluitend gebruikt worden door (medewerkers van) de ontheffinghouder of in opdracht van de ontheffinghouder handelende (rechts-)personen. De ontheffinghouder blijft daarbij verantwoordelijk en aansprakelijk voor de juiste naleving van deze ontheffing. 7. Tijdens de uitvoering van de werkzaamheden dient een afschrift van deze ontheffing op de locatie van de werkzaamheden aanwezig te zijn en op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. De genoemde ontheffing mag langs elektronische weg, leesbaar worden getoond. 8. De werkzaamheden en voorschriften dienen te worden uitgevoerd onder begeleiding van een deskundige' op het gebied van de soorten waarvoor ontheffing is verleend. 9.
De ontheffinghouder dient een ecologisch werkprotocol op te (laten) stellen waarin de in de ontheffing genoemde voorschriften zijn opgenomen. Alle betrokken partijen, met name ook de uitvoerenden op de bouw- of projectlocatie, dienen van het werkprotocol op de hoogte gesteld te worden. Meldingsplicht 10. De ontheffinghouder dient minimaal 5 werkdagen voorafgaand aan de werkzaamheden de start van de werkzaamheden te melden bij de Omgevingsdienst Noord-Holland Noord. De melding dient plaats te vinden via het digitale meldformulier 'Formulier start ruimtelijke ingreep' op de website van de OD NHN. Met de melding dient u ook het ecologisch werkprotocol mee te sturen. Specifieke voorschriften
' onder een deskundige wordt verstaan een persoon die voor de situatie en soorten ten aanzien waarvan hij of zij gevraagd is te adviseren en/of te begeleiden, aantoonbare ervaring en kennis heeft op het gebied van soortspecifieke ecologie. De ervaringen kennis dient te zijn opgedaan doordat de deskundige: op HBO-, dan wel universitair niveau een opleiding heeft genoten met als zwaartepunt (Nederlandse) ecologie; en als ecoloog werkzaam is voor een ecologisch adviesbureau, zoals bijvoorbeeld een bureau welke is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus; en zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenbescherming en is aangesloten bij en werkzaam voor de daarvoor in Nederland bestaande organisaties (zoals bijvoorbeeld Zoogdiervereniging, RAVON, Stichting Das en Boom, Vogelbescherming Nederland, Vlinderstichting, Natuurhistorisch Genootschap, KNNV, NJN, IVN, EIS Nederland, FLORON, SOVON, STONE, Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, De Landschappen en Stichting Beheer Natuur en Landelijk gebied) en/of zich aantoonbaar actief inzet op het gebied van de soortenmonitoring en/of - bescherming.
((---odnhn.n1
Gewone dwergvleermuis 11. De op 15 februari 2021 geplaatste tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen, in de vorm van twintig vleermuiskasten aan bebouwing, dienen gerealiseerd te zijn op de locaties zoals weergegeven in bijlage 2 bij dit besluit. 12. Het ongeschikt maken van de oorspronkelijke verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis dient plaats te vinden buiten de kwetsbare perioden, zijnde voor de: 15 augustus tot en met 15 oktober; a. paarperiode: 1 november tot en met 31 maart. b. winterrustperiode: Afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden kunnen deze periodes langer dan wel korter zijn. 13. De oorspronkelijke verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis, op de locaties zoals weergegeven in bijlage 3 bij dit besluit, dienen ongeschikt gemaakt te worden met één of een combinatie van de onderstaande methodes: • door het verwijderen van grindplaten op de trap van de derde verdieping van gebouw C en het verwijderen van het zonnescherm van gebouw G. • creëren van tocht. Tocht dient gecreëerd te worden door gaten te maken in de muren, de hoeken van de panden te verwijderen of door het handmatig verwijderen van dakranden/boeiboorden. Het maken van tochtgaten dient op de minst belastende manier voor de gewone dwergvleermuis te gebeuren.
Het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen dient alleen uitgevoerd te worden wanneer de avondtemperaturen voor een aantal dagen aaneengesloten minimaal 10°C zijn. Het ongeschikt maken dient in aanwezigheid van een deskundige plaats te vinden. 14. Na het ongeschikt maken, maar voor de uitvoering van andere werkzaamheden, dient het plangebied gecontroleerd te worden op de aanwezigheid van vleermuizen. De controleronde dient plaats te vinden door een deskundige met behulp van een batdetector. 15. De controleronde dient plaats te vinden binnen het actieve seizoen van de gewone dwergvleermuis, welke globaal loopt van april tot en met oktober. Afhankelijk van de temperatuur en de periode dient de controleronde in de ochtend of in de avond te worden uitgevoerd, zoals hieronder aangegeven: • In de kraamperiode: ochtend • Buiten kraamperiode en ochtendtemperatuur <10° Celsius: avond • Buiten kraamperiode en ochtendtemperatuur >10° Celsius: ochtend of avond De kraamperiode loopt globaal van 15 mei tot en met 15 juli. Afhankelijk van het seizoen en de weersomstandigheden kunnen deze periodes langer dan wel korter zijn. De geschiktheid van het moment van de controleronde dient door een deskundige te worden bepaald. 16.
Indien er ondanks de maatregelen bij de controleronde nog soorten worden aangetroffen, dienen er in overleg met het bevoegd gezag extra maatregelen genomen te worden om de oorspronkelijke verblijfplaatsen ongeschikt te maken en de controleronde in het actieve seizoen van de gewone dwergvleermuis dient te worden herhaald. De werkzaamheden dienen uitgesteld te worden totdat uit de controleronde blijkt dat er geen soorten meer aanwezig zijn. 17. Maximaal twee dagen voorafgaande aan de werkzaamheden dienen de maatregelen welke genomen zijn ten behoeve van het ongeschikt maken van de verblijfplaatsen gecontroleerd te worden. Indien de maatregelen niet meer functioneel zijn, kunnen vleermuizen niet worden uitgesloten. Er dienen dan extra maatregelen genomen te worden om de woningen ongeschikt te maken en de controleronde in het actieve seizoen van de gewone dwergvleermuis dient te worden herhaald. De werkzaamheden dienen uitgesteld te worden totdat uit de controleronde zoals beschreven in voorschrift 15 blijkt dat er geen soorten meer aanwezig zijn. 18. Van de controleronde dient verslaglegging plaats te vinden.
In deze rapportage dienen minimaal de volgende gegevens te worden opgenomen: • Datum, tijdstip en locatie van controleronde(s); • Aantal waargenomen exemplaren per soort in en in de omgeving van het plangebied; • Namen van de betrokken deskundigen; • Klimatologische omstandigheden. De rapportage dient op verzoek te worden getoond aan de daartoe bevoegde toezichthouders of opsporingsambtenaren. 19. Op de locaties zoals weergegeven in bijlage 4 bij dit besluit dienen minimaal twintig permanente verblijfplaatsen gerealiseerd te worden voor de gewone dwergvleermuis door het plaatsen van inbouwvleermuiskasten.
(((.--odnhn.n1
20. De verblijfplaatsen dienen conform het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (B1312, 2017) aangebracht te worden. Zodoende dienen de verblijfplaatsen in ieder geval op drie meter hoogte, met een vrije aanvliegroute en vrije vliegruimte, vrij van predatoren, kunstlicht en verstoring gerealiseerd te worden. 21. De tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen dienen minimaal één actief seizoen gelijktijdig met de permanente alternatieven functioneel te zijn. 22. De tijdelijke verblijfplaatsen mogen niet verwijderd worden voordat door een deskundige is vastgesteld dat deze niet in gebruik zijn. Indien de verblijfplaatsen in gebruik zijn dient met het verwijderen gewacht te worden tot de tijdelijke verblijfplaatsen zelfstandig verlaten zijn. Bunzing 23. Op de locatie zoals weergegeven in bijlage 4 bij dit besluit dient een takkenril te worden gerealiseerd. De takkenril dient minimaal 1 bij 1 bij 150 meter (HxBxL) groot te zijn en te voldoen aan de gestelde voorwaarden uit handreiking kleine marterachtigen Noord-Holland2. De takkenril dient tijdens of uiterlijk direct na de werkzaamheden geschikt te zijn voor marterachtigen. 24. Op de locatie zoals weergegeven in bijlage 4 bij dit besluit en/of in het park 't kleine Loopveld, direct ten noorden van het plangebied een marterhoop te worden gerealiseerd.
De marterhoop dient een minimale afmeting van één meter hoog, twee meter breed en drie meter lang te hebben. In de marterhoop dient minimaal één betonnen u-element of neststeen geplaatst te worden en te voldoen aan de gestelde voorwaarden uit handreiking kleine marterachtigen Noord-Holland. 25. Minimaal één week voorafgaand aan de grondwerkzaamheden in deelgebied F, weergegeven in bijlage 1 bij dit besluit, dient het deelgebied ongeschikt gemaakt te worden voor de bunzing. Dit dient te gebeuren door het verwijderen van opgaande begroeiing en het kort maaien van de vegetatie (max. 10 cm hoog) en kort te houden tijdens de werkzaamheden. Het ongeschikt maken dient te gebeuren in één richting, zodat eventueel aanwezige dieren weg kunnen vluchten. 26. Het ongeschikt maken van het projectgebied dient plaats te vinden tussen 1 september en 15 maart, zodat dit buiten de kwetsbare periode van de bunzing gebeurt. Het ongeschikt maken dient te gebeuren buiten perioden van vorst of een sneeuwdek. 27. Voorafgaand aan de start van de werkzaamheden dient er een controleronde plaats te vinden waarbij wordt gelet op de mogelijk verblijvende marterachtigen. Indien marterachtigen worden aangetroffen, dienen de werkzaamheden ter plaatse te worden uitgesteld en dient er een niet-werken zone van minimaal 25 meter rond de verblijfplaats ingesteld te worden. 28.
Het maaien dient te gebeuren met een messenmaaier. Maaien door te klepelen, chopperen of met behulp van maai/zuigcombinaties is niet toegestaan. Geldigheid De ontheffing geldt voor de periode van 1 september 2021 tot en met 1 september 2031. Overwegingen Inhoudsopgave A. Onderwerp aanvraag B. Wettelijk kader C. Inhoudelijke beoordeling aanvraag D. Slotoverwegingen E. Procedure en samenhangende besluiten F. Kennisgeving Onderwerp aanvraag Amstelveen Laan van Kronenburg BV is voornemens het plangebied, op de locatie zoals weergegeven in bijlage 1 bij dit besluit te herinrichten. Het plangebied is verdeeld in verschillende deelgebieden, zoals weergegeven in bijlage 1 bij dit besluit. De gebouwen op perceel A2, C en G worden geamoveerd. Op de percelen Al, A2, C, F en G wordt nieuwbouw gerealiseerd. De gebouwen op perceel B, D en E worden gerenoveerd en/of uitgebouwd. De
A.
2 https://www.odnhn.nl/Wet_natuurbescherming/Soortenbescherming
(r(((lodnhn.n1
functie van het plangebied zal veranderen van een bedrijventerrein naar een woon-werkgebied waar plaats is voor tijdelijk wonen, verblijven, studeren, werken en ontspannen. Deelgebieden Al, A2 en B In deelgebied A2 wordt een 0-vormig gebouw met 400 studentenkamers gerealiseerd en er komt ruimte voor horeca. Het gebouw krijgt een maximale hoogte van 11 woonlagen. In bouwdeel B wordt een supermarkt/foodcourt gerealiseerd. De exacte plannen voor bouwdeel Al en het gebouw ten zuiden van Al zijn nog niet bekend. Ten oosten van het deelgebied wordt de ondiepe plas op het braakliggende terrein uitgegraven en aangesloten op de watergang in het park Kronenburg. Rond de watergang wordt een park gecreëerd. Deelgebieden C en D Er worden in deelgebied C drie nieuwe gebouwen gerealiseerd. In de nieuwe gebouwen worden 750 studentenkamers en 450 short-stay woningen gerealiseerd. Het gebouw in deelgebied D wordt alleen intern verbouwd. In deelgebied C en D komt er ruimte voor horeca, flexwerkplekken, een fietsenmaker en verschillende sportvoorzieningen. De hoogte van de gebouwdelen varieert tussen één woonlaag en maximaal vijftien woonlagen. Een deel van de bomen in de deelgebieden blijven behouden. Deelgebied E Het gebouw in deelgebied E wordt inpandig getransformeerd. Een deel van de bovenste verdieping wordt verwijderd. Het gebouw krijgt de functie wonen.
Deelgebied F Binnen het deelgebied worden drie gebouwen gerealiseerd met 950 studentenkamers en 550 short-stay woningen. Daarnaast worden er voorzieningen voor studenten in de gebouwen gerealiseerd, zoals studieplekken en een wasserette. De hoogte van de gebouwdelen varieert tussen de drie en dertien woonlagen. Een deel van de bomenrijen en boomgroepen aan de noordzijde en oostzijde van het deelgebied blijven behouden. Aan de noordzijde wordt mogelijk een parkeerplaats gerealiseerd. Aan de zuidkant en westkant van het deelgebied wordt een nieuwe watergang gerealiseerd. Deelgebied G In het deelgebied wordt een gebouw gerealiseerd dat bestaat uit twee woongedeeltes met maximaal zeven verdiepingen en een woontoren. In het gebouw worden 400 studentenkamers en 200 short-stay woningen gerealiseerd en er komt een ruimte voor medische voorzieningen. De bomen aan de zuidzijde van het perceel blijven behouden. Op de locaties zoals weergegeven in bijlage 3 bij dit besluit zijn vijf verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Tijdens het nader onderzoek is op de locatie zoals weergeven in bijlage 3 een passerende bunzing op een cameraval waargenomen. In de directe omgeving van de cameraval zijn potentiële verblijfplaatsen aanwezig in de vorm van stapels hout en dicht struweel. Het plangebied en de directe omgeving zijn geschikt als foerageergebied voor de bunzing.
Op basis van de waarneming is een verblijfplaats van de bunzing in het plangebied te verwachten. Door de werkzaamheden zullen de verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en bunzing verloren gaan. Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de soort tot een minimum te beperken stelt u maatregelen voor zoals beschreven in hoofdstuk 3 van het bij de aanvraag gevoegde rapport 'Kronenburg Uilenstede Amstelveen Acitiviteitenplan' van 17 maart 2021 en de aanvullende gegevens van 23 juni 2021. Het betreft maatregelen die zien op de beschikbaarheid van tijdelijke alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving van de oorspronkelijke verblijfplaatsen, het voorafgaand ongeschikt maken van de verblijfplaatsen buiten de meest kwetsbare periode en het realiseren van voldoende permanente alternatieven. Echter, ondanks alle maatregelen kunt u niet voorkomen dat verbodsbepalingen van de Wnb worden overtreden. Om die reden wordt voor bovenstaande werkzaamheden ontheffing gevraagd van de Wnb.
(((.. ((---codnhn.n1
B. Wettelijk kader Soorten van de Habitatrichtlijn De gewone dwergvleermuis is opgenomen in bijlage IV van de Europese Habitatrichtlijn, dieren plantensoorten van communautair belang die strikt moeten worden beschermd. Op grond van artikel 3.5 van de Wnb is het onder meer verboden in het wildlevende dieren van soorten genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn in hun natuurlijk verspreidingsgebied: • opzettelijk te doden of te vangen (artikel 3.5, lid 1); • opzettelijk te verstoren (artikel 3.5, lid 2); • opzettelijk eieren te vernielen of te rapen (artikel 3.5, lid 3); • voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen (artikel 3.5, lid 4). Op grond van artikel 3.8 van de Wnb kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.5 of artikel 3.6, tweede lid, ten aanzien van dieren van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten.
Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat, dat er niet bij of krachtens enig ander artikel van deze wet vrijstelling is of kan worden verleend, dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, en zij nodig is op grond van een in de wet genoemd belang. Te weten: • in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, • visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of • om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te
hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben. Tot voortplantings- of rustplaatsen als bedoeld in artikel 3.5, lid 4 van de Wnb worden locaties gerekend waarin zich kraamkolonies, paarverblijven, overwinteringsplaatsen en verblijven van groepen mannetjes bevinden, afhankelijk van de soort. Essentiële migratie- en vliegroutes en foerageergebieden die van belang zijn voor de instandhouding van een voortplantings- of rustplaats van de soort op populatieniveau, vallen hier ook onder. Daarnaast vallen ook tijdelijke, seizoensgebonden, verblijfplaatsen (bijvoorbeeld holen) of standplaatsen die van belang zijn voor de gunstige staat van instandhouding van een soort op populatieniveau hieronder. Andere soorten De bunzing is opgenomen in de bijlage, onderdeel A van de Wnb. Op grond van artikel 3.10 van de Wnb is het verboden: • in het wild levende dieren van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, van de Wnb, opzettelijk te doden of te vangen (3.10, onderdeel a); • de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen (3.10, onderdeel b).
Op grond van artikel 3.8 van de Wnb kunnen Gedeputeerde Staten ontheffing verlenen van verboden als bedoeld in artikel 3.10 ten aanzien van dieren van daarbij aangewezen soorten, dan wel ten aanzien van de voortplantingsplaatsen, rustplaatsen of eieren van dieren van daarbij aangewezen soorten. Een ontheffing wordt uitsluitend verleend, indien er geen andere bevredigende oplossing bestaat, dat er niet bij of krachtens enig ander artikel van deze wet vrijstelling is of kan worden verleend, dat er geen afbreuk wordt gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan, en zij nodig is op grond van een in de wet genoemd belang. Te weten:
(r(((":"odnhn.n1
• • •
• •
in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; voor onderzoek en onderwijs, repopulatie of herintroductie van deze soorten, of voor de daartoe benodigde kweek, met inbegrip van de kunstmatige vermeerdering van planten, of om het onder strikt gecontroleerde omstandigheden mogelijk te maken op selectieve wijze en binnen bepaalde grenzen een beperkt, bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde dieren van de aangewezen soort te vangen of onder zich te hebben, onderscheidenlijk een beperkt bij de ontheffing of vrijstelling vastgesteld aantal van bepaalde planten van de aangewezen soort te plukken of onder zich te hebben.
In aanvulling op de redenen, genoemd in artikel 3.8, vijfde lid, onderdeel b, kan krachtens artikel 3.10, tweede lid, de noodzaak voor de ontheffing of vrijstelling ook verband houden met handelingen: • in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden of van kleinschalige bouwactiviteiten, met inbegrip van het daarop volgende gebruik van het gebied of het gebouwde; • ter voorkoming van schade of overlast, met inbegrip van schade aan sportvelden, schietterreinen, industrieterreinen, kazernes, of begraafplaatsen; • ter beperking van de omvang van de populatie van dieren, in verband met door deze dieren ter plaatse en in het omringende gebied veelvuldig veroorzaakte schade of in verband met de maximale draagkracht van het gebied waarin de dieren zich bevinden; • ter voorkoming of bestrijding van onnodig lijden van zieke of gebrekkige dieren; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud in de landbouw of bosbouw; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud aan vaarwegen, watergangen, waterkeringen, waterstaatswerken, oevers, vliegvelden, wegen, spoorwegen of bermen, of in het kader van natuurbeheer; • in het kader van bestendig beheer of onderhoud van de landschappelijke kwaliteiten van een bepaald gebied; • in het algemeen belang, of • bestendig gebruik.
Tot vaste voortplantings- of rustplaatsen als bedoeld in artikel 3.10, lid 1, onder b van de Wnb worden locaties gerekend waarin zich overwinteringsplaatsen en voortplantingsplaatsen bevinden, afhankelijk van de soort. Essentiële migratieroutes en foerageergebieden die van belang zijn voor de instandhouding van een vaste voortplantings- of rustplaats van de soort op populatieniveau, vallen hier ook onder. Daarnaast vallen ook tijdelijke, seizoensgebonden, verblijfplaatsen (bijvoorbeeld holen) of standplaatsen die van belang zijn voor de gunstige staat van instandhouding van een soort op populatieniveau hieronder. C. Inhoudelijke beoordeling aanvraag Andere bevredigende oplossing Niet uitvoeren van de werkzaamheden De huidige bebouwing is in de jaren 70 en 80 gebouwd en daardoor gedateerd. De leegstand in de kantoren is de afgelopen jaren toegenomen. De aanpak om de leegstand van de kantoren tegen te gaan, heeft niet geholpen. Om verdere leegstand en verpaupering van het plangebied en de omgeving te voorkomen, is het volgens u noodzakelijk om nieuwbouw met een nieuwe functie in het projectgebied te realiseren. Renovatie Een alternatief voor de nieuwbouw is om de huidige bebouwing te renoveren. Voor de gebouwen in deelgebied en E bleek dit haalbaar en is er voor gekozen om de gebouwen inpandig te transformeren.
Voor de gebouwen deelgebieden A, B, C en G bleek dit volgens u echter niet haalbaar. De gedateerde gebouwen zouden volgens u volledige moeten worden geïsoleerd en heringericht. U geeft aan dat de renovatiewerkzaamheden naar verwachting eveneens zouden leiden tot verstoring en het verlies van de verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis.
-odnhn.nl ((6.
Daarnaast geeft u aan dat renovatie financieel en bouwtechnisch niet haalbaar zou zijn. Daarnaast stelt u dat er in de huidige bebouwing onvoldoende voorzieningen, werkplekken en tijdelijke woningen kunnen worden gerealiseerd om de leefbaarheid van het gebied te verhogen. te verhogen. Daarnaast is er voor gekozen optimaal gebruik te maken van de schaarse grond. Het energielabel van de nieuwbouw wordt naar verwachting A. De renovatie van de huidige bebouwing zou dit resultaat niet evenaren Alternatieve planning Er is gekozen om de bebouwing in oktober ongeschikt te maken. De start van de sloop van het gebouw valt in de winterperiode. Het is volgens u niet uit te sluiten dat de gebouwen door een enkel individu van de gewone dwergvleermuis als winterverblijfplaats wordt benut. Hierdoor is het niet mogelijk buiten de kwetsbare perioden van de gewone dwergvleermuis te werken. U geeft aan dat er daarom gekozen is voor om in de actieve periode van vleermuizen het gebouw ongeschikt te maken. In het najaar is de gewone dwergvleermuis actief en flexibel in hun keuze voor verblijfplaatsen. Het gebouw wordt buiten het kraamseizoen en de winterperiode ongeschikt gemaakt. Hierdoor zijn alternatieve mogelijkheden voor de planning door u niet verder overwogen. Deelgebied F ligt momenteel braak en is niet toegankelijke voor publiek.
De exacte locatie van de verblijfplaats van de bunzing is niet bekend. Derhalve kunnen er geen werkzaamheden in het deelgebied worden uitgevoerd, zonder potentieel de verblijfplaats te vernielen. Het behouden van het ontoegankelijke braakliggende terrein is volgens u geen optie. U stelt dat de nieuwbouw in dit deelgebied een essentiële bijdrage levert aan het aantal studentenwoningen en voorzieningen die in het plangebied kunnen worden gerealiseerd. De nieuwbouw is naar uw oordeel noodzakelijk om de gewenste leefbaarheid in het plangebied te behalen. De werkzaamheden in het plangebied worden buiten de kraamperiode gestart en daarmee buiten de kwetsbare periode voor de bunzing. Hierdoor zijn alternatieve mogelijkheden voor de planning door u niet verder overwogen. Met het bovenstaande heeft u naar uw oordeel onderbouwd dat er geen andere bevredigende oplossing is voor de geplande werkzaamheden. Wij stemmen in met de door u gegeven onderbouwing van de afwezigheid van andere bevredigende oplossingen. Belang van de ingreep U heeft ontheffing van verbodsbepalingen aangevraagd op grond van de belangen: • in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten.
U geeft aan dat er voor het projectgebied een gebiedsvisie3 is opgesteld door de gemeente Amstelveen. Onderstaande passage uit de gebiedsvisie beschrijft de aanleiding van de ontwikkeling: "Sinds de financiële crisis die in 2009 begon, komen kantoren leeg te staan. Een gebiedsgerichte aanpak van de leegstand door een kantorenloods heeft het tij niet heeft kunnen keren: circa 30% van de kantoren staat al lange tijd leeg(bron: Gemeente Amstelveen). Het gebied wordt daardoor steeds minder aantrekkelijk als werkomgeving. Dit zet de ruimtelijke kwaliteit, economische vitaliteit en leefbaarheid van het gebied onder druk, óók voor zones in Kronenburg die nu nog wel economisch vitaal zijn. Dit straalt ook uit naar de naastliggende gebieden, waaronder studentencampus Uilenstede. Kronenburg heeft een nieuwe impuls nodig. De markt vraagt om kleinschalige en flexibel in te richten kantoorruimten in aantrekkelijke en dynamische, gemengde stedelijke milieus met een hoog voorzieningenniveau." De ontwikkeling in het projectgebied is er volgens u op gericht om een verbinding te vormen tussen de studentencampus Uilenstede en de kantorenlocatie Kronenburg. Deze ontwikkeling is noodzakelijk om verdere leegstand en verpaupering van de omgeving te voorkomen. Er is voor gekozen het projectgebied verschillende functies te geven.
Er komt ruimte voor tijdelijk wonen, studeren, werken en ontspannen in een groene omgeving met dagelijkse voorzieningen binnen
3 Gemeente Amstelveen (2019) Gebiedsvisie Kronenburg-Uilenstede, gemeente
(((---odnhn.n1
handbereik. Als doelgroep is gekozen voor studenten en jong volwassenen aangezien deze groep relatief minder gevoelig is voor geluidsoverlast door het vliegverkeer en alleen tijdelijk zullen wonen in het projectgebied. Daarnaast is er een hoge vraag naar studentenwoningen. In de gebiedsvisie is het belang van de studentenhuisvesting beschreven: "Het belang van de realisatie van studentenhuisvesting is groot. Naast een voldoende hoge kwaliteit van het onderwijsaanbod moet de stad een aantrekkelijk woonklimaat kunnen bieden. Zonder voldoende huisvestingsmogelijkheden zullen jonge talenten voor andere centra kiezen en de metropoolregio de rug toe keren. En dat betekent een neerwaartse spiraal, waarbij de regio als broedplaats voor de ontwikkeling van kennis, innovatie, creativiteit en talent onder druk komt te staan. Voldoende aanbod van studentenhuisvesting is een voorwaarde voor de internationale concurrentiepositie van kenniscentra en de economische, sociale en culturele verrijking van de stad. De economische innovatiekracht staat of valt bij de concentratie van opleiding en onderzoek van internationaal concurrerende kwaliteit op het hoogste niveau. Naast het belang van nieuwe studentenhuisvesting op Kronenburg-Uilenstede voor het gebied zelf, is er een groot belang met het oog op de internationale MRA.
Maar er is ook een hoge urgentie gegeven het aanzienlijke tekort aan studentenhuisvesting in de regio. Alle bestaande plannen in ogenschouw genomen, zijn per jaar ca. 2000 extra studenteneenheden (binnen de gereguleerde studentenhuur) nodig. De woningvraag is ook op te merken op Uilenstede. De benodigde inschnjfduur voor een zelfstandige woning op Uilenstede loopt, afhankelijk van het woongebouw, uiteen van 60 tot 66 maanden." Gelet op het voorgaande zijn wij van oordeel dat het voornoemde belang voldoende onderbouwd is. Staat van instandhoudina Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is in Nederland en in de provincie Noord-Holland een algemeen voorkomende vleermuissoort. De soort wordt vrijwel overal aangetroffen. Ook in de stedelijke omgeving is dit de meest algemene soort'. De landelijke staat van instandhouding van de gewone dwergvleermuis is onbekend, waarbij zowel de populatie, het leefgebied en toekomstperspectief als onbekend zijn beoordeeld en het verspreidingsgebied als gunstigs. In het plangebied zijn op de locaties zoals weergegeven in bijlage 3 bij dit besluit vier zomerverblijfplaatsen en één paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Door de werkzaamheden gaan deze verblijfplaatsen verloren.
Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de soort tot een minimum te beperken stelt u maatregelen voor zoals beschreven in hoofdstuk 3 van het bij de aanvraag gevoegde rapport 'Kronenburg Uilenstede Amstelveen Activiteitenplan' van 17 maart 2021 en de door u aangeleverde aanvullende gegevens van 23 juni 2021. Op de locaties zoals weergegeven in bijlage 2 zijn op 15 februari 2021 twintig tijdelijke vleermuiskasten van het type VK WS 02 van Vivara Pro geplaatst. De kasten zijn op circa 5 tot 6 meter hoogte op vijf verschillende gevels geplaatst. Dit betreft de zuidgevel van Uilenstede 98, zuidgevel van Uilenstede 120, zuidgevel van Uilenstede 230, zuidgevel Uilenstede 500 en de westgevel van de Laan van Kronenburg 9. De kasten zijn op 50 tot 250 meter afstand van de verblijfplaatsen in gebouw G en op circa 300 meter van de verblijfplaats in gebouw C gerealiseerd. U heeft hiervoor gekozen omdat de gebouwen van Uilenstede waar de kasten aan zijn geplaatst niet tot nauwelijks geschikt zijn als verblijfplaats. Door het plaatsen van kasten aan deze gebouwen kunnen deze gebouwen nu ook fungeren als verblijfplaats. De gebouwen op kortere afstand van gebouw C, het appartementencomplex aan de Jeanne d'Arclaan en Top Naefflaan, zijn volgens u al geschikt als verblijfplaats voor vleermuizen door de aanwezigheid van open stootvoegen.
Het ophangen van kasten aan deze gebouwen heeft volgens u dan ook geen meerwaarde. Daarnaast bevinden vier van de vijf verblijfplaatsen zich in gebouw G. De tijdelijke alternatieven zijn wel op korte afstand van deze vier oorspronkelijke verblijfplaatsen geplaatst.
https://www.vleermuizenindestad.nligewone-dwergvleermuis 5 https://nature-art17.eioneteuropa.eu/article17/species/report/?period=5&group=Mammals&country=NL®ion=
C
nhn.n1
In het najaar wordt de bebouwing ongeschikt gemaakt. Voor gebouw C houdt dit in dat de grindplaten op de trap op de derde verdieping voorzichtig worden verwijderd. Voor de verblijfplaatsen in gebouw G betekent dit dat de zonneschermen worden verwijderd. In verband met de omvang van de gebouwen is er voor gekozen eerst alleen de verblijfplaatsen ongeschikt te maken en vlak voor aanvang van de sloop de gebouwen zorgvuldig te controleren op de aanwezigheid van individuen en verblijfplaatsen van vleermuizen. In het geval dat tijdens de controleronde blijkt dat een of beide gebouwen nog steeds door vleermuizen wordt gebruikt, zullen aanvullende maatregelen worden getroffen. Deze maatregelen kunnen onder andere het creëren van tochtgaten in de gevels, het verwijderen van kozijnen en/of het verwijderen van dakdelen omvatten. Welke maatregelen worden getroffen zal worden bepaald aan de hand van de resultaten van de controleronde door een deskundige. Na het treffen van aanvullende maatregelen zal nogmaals een controleronde worden uitgevoerd. Pas als de gebouwen niet meer in gebruik zijn door vleermuizen, zullen de sloopwerkzaamheden in gang worden gezet. Op de locaties zoals weergegeven in bijlage 4 bij dit besluit worden twintig permanente alternatieve verblijfplaatsen voor de gewone dwergvleermuis gerealiseerd in de vorm van inbouwkasten.
De kasten worden geplaatst in gebouw D en gebouw G en worden op minimaal zes meter hoogte verspreid over de gevel geplaatst. Bunzing In Nederland komt de bunzing verspreid voor, behalve op de Waddeneilanden. Hoewel er geen gegevens zijn over de precieze bunzingstand, lijkt de soort zich redelijk te kunnen handhaven6. De bunzing is beoordeeld als een vrij zeldzame soort, waarbij er door het ontbreken van gegevens geen trend van te geven is'. Desondanks geeft BIJ12 een staat van instandhouding die zeer ongunstig is (2013) waarbij populatie, leefgebied en toekomstverwachting als zeer ongunstig worden en alleen de verspreiding als gunstig. Op de locatie zoals weergegeven in bijlage 3 bij dit besluit is een passerende bunzing vastgesteld. Op het braakliggende terrein, deelgebied F (zie bijlage 1 bij dit besluit), bevindt zich mogelijk een verblijfplaats van de bunzing. Door de werkzaamheden gaat het leefgebied van de bunzing verloren. Om negatieve effecten van de werkzaamheden op de soort tot een minimum te beperken stelt u maatregelen voor zoals beschreven in hoofdstuk 3 van het bij de aanvraag gevoegde rapport 'Kronenburg Uilenstede Amstelveen Activiteitenplan' van 17 maart 2021 en de door u aangeleverde aanvullende gegevens van 23 juni 2021. Op de locatie zoals weergegeven in bijlage 4 bij dit besluit wordt een takkenril gerealiseerd.
Deze takkenril zal circa 150 meter lang, 1 meter breed en 1 meter hoog worden. Door middel van het plaatsen van de takkenril blijft het deelgebied beschikbaar als foerageergebied. Daarnaast wordt er zo gezorgd voor voldoende schuilmogelijkheden voor de bunzing. Als permanent alternatief wordt er een marterhoop gerealiseerd. Dit gebeurt op de locatie zoals weergegeven in bijlage 4 bij dit besluit en/of in het park 't kleine Loopveld, direct ten noorden van het plangebied. De marterhoop zal een minimale afmeting van één meter hoog, twee meter breed en drie meter lang hebben. In de marterhoop wordt een betonnen u-element of neststeen geplaatst. De door u voorgestelde maatregelen zijn voldoende. Ter aanvulling hebben wij extra voorschriften opgenomen. Wanneer de werkzaamheden worden uitgevoerd conform de door u voorgestelde maatregelen en de aanvullende voorschriften wordt voorkomen dat de werkzaamheden afbreuk doen aan het streven de populaties van de soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Zorgplicht Voor de soorten waarvoor wij u ontheffing verlenen, bent u gehouden aan de in de ontheffing opgenomen voorschriften. Voor alle soorten echter, geldt de zorgplicht ex artikel 1.11 van de Wnb, die van toepassing is op zowel beschermde als onbeschermde dier- en plantensoorten, ongeacht vrijstelling of ontheffing.
Op grond hiervan dient u zoveel als redelijkerwijs mogelijk is nadelige gevolgen voor deze soorten te voorkomen. 6 https://www.zoogdiervereniging.nlibunzing-mustela-putorius
https://www.verspreidingsatlas.n1/8496152
nh n. nl
Gesignaleerde soorten Wij willen u erop wijzen dat in het bij de aanvraag gevoegde natuurwaardenonderzoek melding wordt gemaakt van de (mogelijke) aanwezigheid van de ruige dwergvleermuis in of in de nabije omgeving van het plangebied. U heeft er echter voor gekozen om voor deze soort geen ontheffing aan te vragen. Wij willen u er, wellicht ten overvloede, op wijzen dat wanneer u bij uitvoering van de werkzaamheden verbodsbepalingen ten aanzien van deze soort dreigt te overtreden, u de werkzaamheden dient stil te leggen en alsnog ontheffing voor deze soort dient aan te vragen. Vogels U dient gedurende de werkzaamheden rekening te houden met het broedseizoen van vogels. Verstoring van broedgevallen van vogels dient te worden voorkomen. Voor de in het plangebied te verwachten vogelsoorten kan dit plaatsvinden door werkzaamheden buiten de broedperiode van aanwezige soorten uit te voeren. Tevens kunnen voorbereidende maatregelen worden getroffen om te voorkomen dat vogels tot broeden kunnen komen binnen het plangebied. Wij wijzen u erop dat voor het broedseizoen geen standaardperiode wordt gehanteerd in het kader van de Wnb. Van belang is of een broedgeval aanwezig is, ongeacht de periode. D.
Slotoverwegingen Wij wijzen u erop dat als u werkzaamheden inclusief de mitigatie en compensatie niet conform de aanvraag uitvoert, zonder daarvoor een ontheffing of goedkeuring te hebben verkregen, u mogelijk in overtreding bent van de Wnb. Wij kunnen dan door middel van de oplegging van een last onder dwangsom dan wel door middel van bestuursdwang de met de wet strijdige situatie beëindigen. Dit kan in uw geval betekenen dat de werkzaamheden ten behoeve van bovengenoemd project geheel of gedeeltelijk worden stilgelegd totdat weer wordt voldaan aan het bij of krachtens de Wnb bepaalde (dit zijn de bestuursrechtelijke sancties). Ook kunnen strafrechtelijke sancties worden opgelegd. Verloop termijn ontheffing Indien blijkt dat de in de ontheffing gestelde termijn niet voldoende is om de werkzaamheden waarop de ontheffing betrekking heeft uit te voeren, dient u, zeker vijf maanden voor het verstrijken van deze termijn een nieuwe aanvraag in te dienen. Dit voorkomt onnodige vertraging van het project. E. Procedure en samenhangende besluiten De voorbereiding van deze ontheffing heeft plaatsgevonden overeenkomstig het bepaalde in de Wnb en de daarvoor relevante artikelen van de Algemene wet bestuursrecht. Wij wijzen u erop dat uw aanvraag betrekking heeft op een activiteit waarvoor mogelijk ook op grond van andere wet- en regelgeving een besluit nodig is.
Tevens kunnen er overige belemmeringen zijn in het kader van ruimtelijke belangen. F. Kennisgeving Dit besluit wordt door ons geplaatst op www.officielebekendmakingen.nl.
((--"odnhn.n1
Meer informatie Heeft u nog vragen? Neemt u dan contact op met mevrouw S. Smit via 088-102 13 00 of SSmit@odnhn.nl. Wij verzoeken u hierbij het zaaknummer te vermelden. Hoogachtend, olland,
Gedeputeerd namens d
• E. Lis Afdr ager Regulering Leefomgeving 0 evingsdienst Noord-Holland Noord (OD NHN)
Bijlagen:
• • • •
Bijlage 1 - Ligging plangebied & deelgebieden Bijlage 2 - Locaties tijdelijke verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis Bijlage 3 - Locaties oorspronkelijke verblijfplaatsen Bijlage 4 - Locaties permanente alternatieven
Kopie aan:
• •
Adviesbureau E.C.O. Logisch BV Afdeling Toezicht en Handhaving OD NHN
Rechtsbescherming U en andere belanghebbenden die het niet eens zijn met dit besluit, kunnen binnen 6 weken, gerekend vanaf de dag na datum van verzending van dit besluit, een bezwaarschrift indienen bij gedeputeerde staten van Noord-Holland, ter attentie van de secretaris van de Hoor- en adviescommissie, Postbus 3007, 2001 DA HAARLEM. Het bezwaarschrift moet in ieder geval het volgende bevatten: • uw naam, adres, postcode en woonplaats; • de datum; • over welk besluit het gaat (u kunt het beste een kopie van dit besluit bijsluiten); • de redenen waarom u het niet eens bent met het besluit; • uw handtekening. Het indienen van een bezwaarschrift schorst de werking van dit besluit niet. Indien onverwijlde spoed dit vereist, kunt u de voorzieningenrechter van de Rechtbank NoordHolland, Sectie bestuursrecht, Postbus 1621, 2003 BR HAARLEM vragen om een voorlopige voorziening te treffen. U kunt het verzoekschrift ook digitaal bij de rechtbank indienen via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Voor meer informatie verwijzen wij naar www.rechtspraak.nl. Voor de behandeling van het verzoek wordt griffierecht geheven. De provincie wil bezwaren tegen besluiten graag op informele wijze behandelen.
Als uw bezwaar in aanmerking komt voor deze informele behandeling nemen wij op korte termijn telefonisch contact met u op. In verband hiermee verzoeken wij u om in uw bezwaarschrift het telefoonnummer te vermelden waarop u overdag bereikbaar bent. Voor meer informatie over de informele behandeling kunt u telefonisch contact opnemen met provincie Noord-Holland.
nhn.n1
Bijlage 1 - Ligging plangebied & deelgebieden
Afbeelding 1: Ligging projectgebied en huidige situatie
4•••• 4 I
*
t ; /
•
I 4 •
•
.•
f. .
oi • ss..• •••••••• «oe ......• /
t
A II AI
•••••
G
ti :„ ,... •
De. t1/441:
Al
E 11.44.1 7105,. :431r11 f/—•—•—•m• •
•
-
Afbeelding 3: Deelgebieden in het projectgebied (Bron: Gemeente Amstelveen)
(odnhn.n1 --
C
Afbeelding 7: Voorlopige plankaart nieuwe situatie (bron: gemeente Amstelveen)
((,,..._-••
((.(--odnhn.n1
Bijlage 2 - Locaties tijdelijke verblijfplaatsen gewone dwergvleermuis
a
sio ME
Legenda :-.-! lOtJt*tildelve ,..leermu.skasten
Afbeelding 8: Locatie tijdelijke vleermuiskasten
nhn.n1
Bijlage 3 — Locaties oorspronkelijke verblijfplaatsen Gem
•
•
• Legenda
•
•
Veermuizen • sev,oneduatg,leermJn. b31:senc
á tnet•rnenr -ntiin rel "demi
• • IMEmitmitt~ti
•
dr
11
dA,IV /i•,1411 11, kali:V .11U , ti
?stonectnarg4PArm ns. rk.nwvit.t.Inni
Sewone dweiçj ,Inern1 ns. zrnlerertbigfplacts ,Ignirne ant,11Pro• fee,
• ••
crrerviegeni Ineinv•s•nd a
•
111,M, 1.1, 21V11,•01 çJ 1190 dV/grOVIP,111111s h•ri...F n
•
JI
.31,F.11jViCC 111111, Irtniótpilellt1
7 IIJH ,
II)VIPP'n1111,
tHO•ten'
•
..Z.Joje Useijkiteregns. oaanellijtcttals
•
•
•
vVn vico•rn. bic 'n.s..ajaiorrj
Vliegroutes -
De vier zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis zijn weergegeven met een groen sterretje. De paarverblijfplaats is weergegeven met een groen vierkantje.
olin int II
• - kotursurrte
Legenda
1E11 •
zoogdieren
• • •
•
h.
•
I 'aal
•
Ca -w.15‘.
nh n. ni
Bijlage 4 - Locaties permanente alternatieven
•
a 0
Al
,•
A2 • • D
"
E
B .1
• - •-•
e: • aa
Takken rit • Marterhoop • Inbouwkast
Afbeelding 1: Nieuwe situatie
(((((---odnhn.n1