CConstaterende datamstelveen
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 11 Aanvullend vleermuisonderzoek Vaststellen bestemmingsplan 'Herziening Amstelveen Zuid-West 2014 - Bovenkerkerweg 77-83' (De Kegel)

Gemeenteraad (vergaderingen t/m maart 2022) 21 april 2021, gemeente amstelveenBij agendapunt: Vaststellen bestemmingsplan 'Herziening Amstelveen Zuid-West 2014 - Bovenkerkerweg 77-83' (De Kegel)4.433 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo Huismanstraat 6 6851 GT Huissen T 074 – 202 02 58 M 06 – 11 56 13 37 algemeen@grasadvies.nl www.grasadvies.nl

Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen Wet natuurbescherming De Kegel, Amstelveen

Opdrachtgever:

Buro Stedenbouw

Projectcode:

BSB\NEB00117

Project:

Vleermuisonderzoek de Kegel Amstelveen

Datum:

12-11-2018

Status:

Definitief

Auteur:

L.J. de Haan

Gecontroleerd:

A.S.J. van Proosdij

Colofon Opdracht Rapportage betreft aanvullend onderzoek vleermuizen conform de Wet natuurbescherming.

Opdrachtgever Buro Stedenbouw Huismanstraat 6 6851 GT Huissen Uw kenmerk: Vleermuisonderzoek de Kegel Amstelveen Contactpersoon: De heer J. Wierda Email: joost.wierda@burostedenbouw.nl

Opdrachtnemer GRAS Advies Huismanstraat 6 6851 GT Huissen

Bedrijvenpark Twente 412 7602 KM Almelo

Ons kenmerk: Datum: Versie: Contactpersoon:

BSB\NEB00117 de Kegel Amstelveen 12-11-2018 Definitief de heer A.S.J. van Proosdij

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 2

Inhoudsopgave 1.

Inleiding ................................................................................................................................................................. 4

1.1

Inleiding ............................................................................................................................................................... 4

1.2

Uitgangspunten ................................................................................................................................................... 5

1.3

Projectgebied ...................................................................................................................................................... 5

2.

Werkwijze .............................................................................................................................................................. 7

3.

Resultaten.............................................................................................................................................................. 8

3.1

Verblijfplaatsen ................................................................................................................................................... 8

3.2

Vliegroutes en foerageergebied .......................................................................................................................... 8

4.

Conclusies en advies .............................................................................................................................................. 9

5.

Bronnen ............................................................................................................................................................... 10

6.

Woordenlijst ........................................................................................................................................................ 11

Bijlage 1 Luchtfoto inclusief projectgrenzen ............................................................................................................... 12 Bijlage 2 Wet natuurbescherming .............................................................................................................................. 13 Bijlage 3 Stappenplan Ministerie van Economische Zaken ......................................................................................... 16 Bijlage 4 Plattegrond met waarnemingen .................................................................................................................. 17

Amstelveen, provincie Noord-Holland, Nederland

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 3

1. Inleiding 1.1 Inleiding Het projectgebied bevindt zich in Amstelveen, Noord-Holland. Het terrein is momenteel in gebruik als sportpark. Op het terrein bevinden zich tennisbanen, een tennishal, woningen, een bowlingcentrum met restaurant, Grand Hotel en parkeerplaatsen. Het gevraagde onderzoek betreft het oostelijke deel van het sportpark, specifiek het bowlingcentrum met restaurant, het Grand Hotel en de parkeerplaatsen. De eigenaar is voornemens om sportpark De Kegel opnieuw in te richten. Hierbij worden nieuwe tennisbanen gerealiseerd, parkeerplaatsen verplaatst, bomen gekapt en bosschages verwijderd. In het projectgebied zijn ook enkele woningen aanwezig, deze worden niet gesloopt. In deze fase is nog geen exacte planning bekend. Bij dergelijke ruimtelijke ingrepen dient rekening gehouden te worden met beschermde gebieden en met beschermde plant- en diersoorten. De Wet natuurbescherming omvat de regelgeving betreffende deze soorten en gebieden. De Wet natuurbescherming is van kracht sinds januari 2017 en vervangt de drie oude wetten: ‘de Natuurbeschermingswet 1998’, ‘de Boswet’ en ‘de Flora- en Faunawet’. Doelstelling van de Wet natuurbescherming is bescherming van de biodiversiteit, decentralisatie verantwoordelijkheden en vereenvoudiging van regelgeving. Uit de resultaten van het verkennend onderzoek (quickscan) flora & fauna (B.

Broekhuis, 07-09-2017) is geconcludeerd dat het projectgebied mogelijk een functie heeft voor vleermuizen. Op basis hiervan is besloten nader onderzoek naar deze soortgroep uit te voeren. Doelstelling rapport Het doel van dit aanvullend onderzoek is om uitsluitsel te geven over de functie van het projectgebied voor vleermuizen en daarbij conclusies te kunnen trekken over welke soorten en met welke aantallen in het gebied voorkomen en welke specifieke functie(s) het projectgebied heeft voor vleermuizen. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijke effecten van de voorgenomen ontwikkeling en de eventuele noodzakelijke vervolgstappen. Dit rapport presenteert de uitkomsten van het aanvullend onderzoek. GRAS Advies GRAS Advies voert aanvullende onderzoeken uit volgens het geldende vleermuisprotocol (2017). De heer Dr. Ir. A.S.J. van Proosdij en mevrouw M. Oomen van Eelerwoude zijn beiden middels opleiding en ervaring bevoegd voor de verrichte werkzaamheden. Daarnaast is het project uitgevoerd volgens het kwaliteitshandboek van GRAS Advies. Het kwaliteit managementsysteem van GRAS Advies is ISO NEN-EN-ISO 9001:2015 gecertificeerd.

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 4

Samenvatting Verblijfplaatsen In het projectgebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Buiten het projectgebied is een verblijfplaats met functie als zomer-, kraam- en paarverblijf waargenomen. Deze verblijfplaats ligt buiten het projectgebied en buiten de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden. Een klein deel van het projectgebied is onderdeel van het territorium van een baltsende gewone dwergvleermuis. Er is echter geen paarverblijfplaats waargenomen. Er is geen sprake van aantasting van verblijfplaatsen door de voorgenomen werkzaamheden. Vliegroutes en foerageergebied Het projectgebied wordt door maximaal 2 gewone dwergvleermuizen gebruikt om te foerageren. Een klein aantal (ca. 5 exemplaren) gewone dwergvleermuizen vliegen over het gebied en maken hierbij gebruik van de lijnvormige structuur van het Grand Hotel. Het geringe aantal overvliegende vleermuizen en de aanwezigheid van een alternatieve vliegroute in de vorm van de bomenrij langs de Bovenkerkerweg, maken dat in het projectgebied geen sprake is van een essentiële vliegroute. Wet natuurbescherming Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden niet nodig.

Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”

1.2 Uitgangspunten Als uitgangspunt voor deze rapportage is de email van de heer J. Wierda van 03-05-2018 met kenmerk ‘Fw: De Kegel Amstelveen Offertebrief 20180418’ en met verwijzing naar de offerte van 18-04-2018 met kenmerk ‘De Kegel Amstelveen Offertebrief 20180418’.

1.3 Projectgebied Het projectgebied De Kegel ligt in Amstelveen, provincie Noord-Holland. Het terrein is momenteel in gebruik als sportpark. Op het terrein bevinden zich tennisbanen, een tennishal, woningen, een bowlingcentrum met restaurant, Grand Hotel en parkeerplaatsen. Het gevraagde onderzoek betreft het oostelijke deel van het sportpark, specifiek het bowlingcentrum met restaurant, het Grand Hotel en de parkeerplaatsen. Het sportpark grenst aan de oostzijde aan de Bovenkerkweg. Ten zuiden ligt de Hugo de Vriesweg met woonhuizen. Ten westen ligt Hammerskjöldsingel, van het sportpark gescheiden door een watergang. Ten noorden van het sportpark bevindt zich de bebouwde kom van Amstelveen. De begrenzing van het projectgebied is aangegeven in afbeelding 1.3.2. De eigenaar is voornemens om sportpark De Kegel opnieuw in te richten. Hierbij worden nieuwe tennisbanen gerealiseerd, parkeerplaatsen verplaatst, bomen gekapt en bosschages verwijderd. In het projectgebied vindt sloop danwel grootschalige verbouwing plaats van het bowlingcentrum met restaurant, het Grand Hotel en de parkeerplaatsen. In het projectgebied zijn ook enkele woningen aanwezig, deze worden niet gesloopt (blauw kader Afb. 1.3.2). In deze fase is nog geen exacte planning bekend.

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 5

Afb. 1.3.1. Ligging van het projectgebied (rood kader) in Amstelveen.

Afb. 1.3.2. Luchtfoto van het projectgebied met projectgrenzen (rood kader) en de te behouden woningen (blauw kader).

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 6

2. Werkwijze Vleermuisonderzoek is gebonden aan vaste periodes en vereist meerdere locatieonderzoeken om het aantal en de soort(en) vleermuizen in het projectgebied vast te stellen en om inzicht te krijgen in welke functie(s) het gebied heeft (foerageergebied, vliegroute, verblijfplaats. Van een eventuele verblijfplaats kan worden vastgesteld welke functie(s) het heeft: zomer-, kraam-, paar- en/of winterverblijf. De beschikbare Kennisdocumenten Vleermuizen, waaronder bijvoorbeeld het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017) bevelen aan om gebruik te maken van het landelijke Vleermuisprotocol. Het vleermuisprotocol is in 2009 ontwikkeld door het Netwerk Groene Bureaus in overleg met de toenmalige Dienst Landelijk Gebied en Gegevensautoriteit Natuur en vastgesteld door de toenmalige Gegevensautoriteit Natuur. Het protocol wordt jaarlijks in het Vleermuisvakberaad geëvalueerd door deskundigen van het Netwerk Groene Bureaus, de Zoogdiervereniging en de Rijksdienst Voor Ondernemend Nederland (RVO). Het vleermuisprotocol voorziet in de volgende locatiebezoeken:  een voorjaarsonderzoek om een mogelijke functie als zomer- en/of kraamverblijf te onderzoeken. Dit onderzoek bestaat uit 2 of 3 bezoeken die moeten plaatsvinden tussen 15 mei en 15 juli, waarvan minimaal 1 ’s ochtends.  Een najaarsonderzoek om een mogelijke functie als paar- en/of winterverblijf te onderzoeken.

Dit onderzek bestaat uit 2 bezoeken die moeten plaatsvinden tussen 15 augustus en 1 oktober. In totaal zijn vijf veldbezoeken uitgevoerd: drie in de zomer-kraamperiode en twee in de baltsperiode (Tabel 2.1). De locatieonderzoeken zijn in opdracht van GRAS Advies uitgevoerd door A.S.J. van Proosdij (GRAS Advies) en M. Oomen (Eelerwoude), die beiden middels opleiding en ervaring bevoegd zijn voor de verrichtte werkzaamheden. De vleermuisinventarisaties zijn uitgevoerd met een Pettersson D240x batdetector. Dit apparaat zet de ultrasone geluiden van vleermuizen om in voor mensen hoorbare tonen. Tevens kunnen de geluiden vertraagd (timeexpansion) worden opgenomen voor analyse achteraf, omdat sommige soorten moeilijk te determineren zijn in het veld. Het gebruik van een Pettersson D240x batdetector is conform de voorwaarden voor materiaalgebruik vanuit het Vleermuisprotocol. Tabel 2.1. Overzicht locatieonderzoeken. Datum 07-06-2018

Type onderzoek Zomer- en kraamverblijven

08-06-2018

Zomer- en kraamverblijven

09-07-2018

Zomer- en kraamverblijven

17-08-2018

Paarverblijfplaatsen

09-09-2018

Paarverblijfplaatsen

Start- en eindtijd 21:30 – 00:00 Zon onder 21:58 3:45 – 5:45 Zon op 5:19 21:30 – 23:30 Zon onder 22:01 21:30 – 23:30 Zon onder 20:59 20:30 – 22:30 Zon onder 20:09

Onderzoekers A. van Proosdij & M. Oomen

Weersomstandigheden Droog, onbewolkt, 19 °C, 1 Bft

A. van Proosdij & M. Oomen

Droog, onbewolkt, 17 °C, 1 Bft

A. van Proosdij & M. Oomen

Droog, bewolkt, 16 °C, 4 Bft

M. Oomen

Droog, bewolkt, 16 °C, 1 Bft

M. Oomen

Droog, bewolkt, 17 °C, 2 Bft

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 7

3. Resultaten 3.1 Verblijfplaatsen In het projectgebied zijn tijdens de veldbezoeken in de zomer- en kraamperiode geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Buiten het projectgebied is een zomer- en/of kraamverblijfplaats en een paarverblijfplaats aangetroffen (rode ster, Bijlage 4). Bij het naburige pand net ten noorden van het projectgebied is een kraamkolonie aangetroffen van ca. 15 exemplaren van de gewone dwergvleermuis. Deze locatie wordt ook als paarverblijf gebruikt. Deze verblijfplaats bevindt zich buiten het projectgebied en buiten de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden. Tijdens het onderzoek in de baltsperiode is af en toe de (sociale) baltsroep waargenomen van overvliegende gewone dwergvleermuizen. Een klein deel van het projectgebied aan de zuidzijde van het bowlingcentrum met restaurant is onderdeel van het territorium van een baltsende gewone dwergvleermuis (blauwe cirkel, Bijlage 4). Er is echter geen paarverblijfplaats waargenomen. Een paarverblijfplaats binnen het projectgebied kan daarmee uitgesloten worden. Gelet op de omvang van paarterritoria van gewone dwergvleermuizen, het geringe oppervlak van het projectgebied dat gebruikt wordt als territorium en de ruime aanwezigheid van alternatieve, geschikte gebouwen, is er geen sprake van aantasting van verblijfsfuncties.

3.2 Vliegroutes en foerageergebied Zowel tijdens de veldbezoeken in de kraamperiode als in de baltsperiode zijn foeragerende gewone dwergvleermuizen in het projectgebied aangetroffen. De dieren maakten daarbij gebruik van de groenstructuren aan de oostzijde van het projectgebied, parallel aan de Bovenkerkerweg. Net voor en na zonsopgang en zonsondergang zijn enkele overvliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen. Deze maakten gebruik van de lijnstructuur van het Grand Hotel. Het totale aantal overvliegende dieren wordt op circa 5 exemplaren geschat (die richting het zuiden vlogen). Langs de Bovenkerkerweg is een bomenrij die als alternatief kan dienen als vliegroute. In het projectgebied is dus aantoonbaar geen sprake van een essentiële vliegroute. De meeste foeragerende activiteit is waargenomen ten noorden van het Grand Hotel boven de watergang. Het totale aantal foeragerende gewone dwergvleermuizen wordt op circa 2 exemplaren geschat binnen het projectgebied. In de directe omgeving van het projectgebied zijn geschikte alternatieve groenstructuren aanwezig die als foerageergebied dienen. Negatieve effecten door de geplande werkzaamheden kunnen voor vleermuizen worden uitgesloten.

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 8

4. Conclusies en advies Verblijfplaatsen In het projectgebied zijn geen verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen. Buiten het projectgebied is een verblijfplaats met functie als zomer-, kraam- en paarverblijf waargenomen. Deze verblijfplaats ligt buiten het projectgebied en buiten de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden. Een klein deel van het projectgebied is onderdeel van het territorium van een baltsende gewone dwergvleermuis. Er is echter geen paarverblijfplaats waargenomen. Er is geen sprake van aantasting van verblijfplaatsen als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden. Vliegroutes en foerageergebied Het projectgebied wordt door maximaal 2 gewone dwergvleermuizen gebruikt om te foerageren. Een klein aantal (ca. 5 exemplaren) gewone dwergvleermuizen vliegen over het gebied en maken hierbij gebruik van de lijnvormige structuur van het Grand Hotel. Het geringe aantal overvliegende vleermuizen en de aanwezigheid van een alternatieve vliegroute in de vorm van de bomenrij langs de Bovenkerkerweg, maken dat in het projectgebied geen sprake is van een essentiële vliegroute. Wet natuurbescherming De te verrichten werkzaamheden leiden niet tot een aantasting van verblijfplaatsen, essentiële vliegroutes of essentiële foerageergebieden van vleermuizen. Een ontheffing op de Wet natuurbescherming is voor uitvoering van de werkzaamheden niet nodig.

Zorgplicht De aannemer behoudt te allen tijde zijn of haar zorgplicht: ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. In praktijk betekent dit het a. voorkomen, b. beperken en c. ongedaan maken van schadelijke handelingen voor de natuur.”

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 9

5. Bronnen Literatuur  B. Broekhuis, Quickscan Flora & Fauna Wet Natuurbescherming Locatie ‘De Kegel’ te Amstelveen, 7 september 2017  Kennisdocument Gewone dwergvleermuis, BIJ12, 2017  Soortenstandaard Gewone dwergvleermuis, RVO, 2014  Vleermuisprotocol, 2017 Internet  Alterra Onderzoeksinstituut Alterra draagt door deskundig en onafhankelijk onderzoek bij aan het realiseren van een kwalitatief hoogwaardige en duurzame groene leefomgeving. Geraadpleegd op 5 november 2018 http://www.synbiosys.alterra.nl  Kadviewer Kadviewer is een online kaartendienst waarmee geografische locaties opgezocht kunnen worden. Geraadpleegd op 5 november 2018 http://kadviewer.map5.nl  Overheid Provinciale verordening m.b.t. de Wet natuurbescherming en vrijgestelde soorten. Geraadpleegd op 5 november 2018 https://zoek.officielebekendmakingen.nl/  Regelink Regelink is een kenniscentrum met betrekking tot de beschermde soorten in de Wet natuurbescherming. Geraadpleegd op 5 november 2018 http://www.regelink.net  Vleermuisnet Kenniswebsite van de Vleermuiswerkgroep Nederland. Geraadpleegd op 5 november 2018 www.vleermuis.net

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 10

6. Woordenlijst Geldigheid Dit onderzoek is uitgevoerd conform de landelijk geldende richtlijnen. Het bevoegd gezag hanteert de volgende definitie voor de geldigheid van onderzoeken naar beschermde soorten: “Onderzoeksgegevens hebben een beperkte geldigheidstermijn. Voor vogels en soorten genoemd op Bijlage IV van de Habitatrichtlijn, Bijlage I en II van het Verdrag van Bern en Bijlage II van het Verdrag van Bonn hanteren we daarom een geldigheidstermijn van maximaal 3 jaar. Voor soorten genoemd op de bijlage bij de wet natuurbescherming is deze periode 5 jaar.” Dit rapport gaat in op de effecten van de ontwikkeling zoals beschreven in de aanleiding van het onderzoek. Wijzigingen of aanpassingen in de ontwikkeling kunnen tot andere conclusies ten aanzien van de effecten op beschermde soorten leiden. Zorgplicht ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, als mede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. In de praktijk betekend dit: 1. Voorkomen dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 2. Beperken dat er schade wordt toegebracht aan flora en fauna 3.

Ongedaan maken van toegebrachte schade Een voorbeeld van invulling geven aan de zorgplicht:  Bij het kappen van bomen controleren op mogelijke broedgevallen buiten het broedseizoen om. Passende gedragscode Een gedragscode is een ontheffing voor de beschreven maatregelen in bepaalde werken. De gedragscode geeft invulling aan de zorgplicht en het zorgvuldig handelen. Er zijn diverse gedragscodes, afhankelijk van het type werk: besteding beheer en onderhoud of ruimtelijke ingrepen. Gedragscode worden goedgekeurd door het Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, en hebben een geldigheidsduur van 5 jaar. Vervolgens dienen deze opnieuw gekeurd te worden. **De Gedragscode dient nog te worden herschreven / aangepast t.o.v. de Wet natuurbescherming 2017

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 11

Bijlage 1 Luchtfoto inclusief projectgrenzen

Luchtfoto van het projectgebied met projectgrenzen (rood kader) en de te behouden woningen (blauw kader).

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 12

Bijlage 2 Wet natuurbescherming De oude natuurwetgeving met ‘de Natuurbeschermingswet 1998’ en ‘de Flora- en Faunawet’ is per januari 2017 veranderd in de Wet natuurbescherming. Hieronder wordt de inhoud van de Wet natuurbescherming toegelicht.

Natura 2000 De bescherming van de ca. 164 Natura 2000-gebieden in Nederland blijft behouden in de Wet natuurbescherming. In Natura 2000-gebieden zijn de Europese richtlijnen van kracht. De Europese Unie (EU) heeft een zeer gevarieerde en rijke natuur, die van grote waarde is. Om deze natuur te behouden, heeft de Europese Unie het initiatief genomen voor Natura 2000. Natura 2000 is de overkoepelende naam voor gebieden die worden beschermd vanuit de Vogel- en Habitatrichtlijn. Nederland telt ruim 160 Natura 2000-gebieden, welke onderdeel uitmaken van een samenhangend netwerk van natuurgebieden in de Europese Unie. Aanwijzingsprocedure Natura 2000-gebieden worden formeel aangewezen. Per gebied is er een aanwijzingsdocument gemaakt door het ministerie met daarin:  Instandhoudingsdoelen; welke doelsoorten en habitats gaat het, en wat is de doelstelling ten aanzien van die soorten en/of habitats;  Begrenzing; welk areaal is beschermd. Beheerplannen Voor ieder gebied moet binnen drie jaar een beheerplan worden vastgesteld. In het beheerplan staat welke natuurwaarden er zijn of deze moeten worden beschermd en/of ontwikkeld. Er staat ook in hoe het gerealiseerd moet worden. Verder wordt er in aangegeven welke externe facturen de instandhoudingsdoelen mogelijk negatief kunnen beïnvloeden. Deze beheerplannen worden vastgesteld door het Rijk of door de Provincie.

Vergunning Voor de uitvoering van werkzaamheden welke mogelijk schade toebrengen aan een door Natuurbeschermingswet beschermd gebied, geldt dat deze acties in principe verboden zijn. Indien een groter maatschappelijk belang aanwezig is, dient er een vergunningsprocedure te worden doorlopen. Hierbij geldt de volgende regel: ‘activiteiten mogen in principe alleen worden uitgevoerd wanneer er geen significante schade aan beschermde natuurwaarde ontstaat’. Beschermde Natuurmonumenten Voorheen waren naast Natura 2000-gebieden ook Beschermde Natuurmonumenten beschermd conform de gebiedsbescherming. De bescherming van Beschermde Natuurmonumenten is vervallen. Provincies kunnen wel besluiten om deze gebieden alsnog te beschermen via het provinciale beleid. De provincie voegt de gebieden toe aan het Natuurnetwerk Nederland of wijst ze aan als bijzonder provinciaal natuurgebied of -landschap.

Natuurnetwerk Nederland Aanvullend op de natuurwetgeving is er natuurbeleid. Natuurbeleid is een zachter kader dan de natuurwetgeving, maar is eveneens van belang voor ruimtelijke plannen. Het Natuurnetwerk Nederland is het Nederlands netwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden (voorheen Ecologische Hoofdstructuur). Het netwerk moet natuurgebieden beter verbinden met elkaar en met het omringende agrarisch gebied. Via de Nota Ruimte is het toetsingskader voor het Natuurnetwerk Nederland geregeld. In Natuurnetwerk Nederland liggen de volgende natuurgebieden:  Bestaande natuurgebieden (waaronder de 20 Nationale Parken)  Gebieden waar nieuwe natuur wordt aangelegd  Landbouwgebieden, beheerd volgens agrarisch natuurbeheer  Ca. 6 miljoen hectare grote wateren: meren, rivieren, het Nederlandse deel van de Noordzee en de Waddenzee  Alle Natura 2000-gebieden Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 13

Houtopstanden De Wet natuurbescherming spreekt over een houtopstand indien sprake is van een zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen De Wet natuurbescherming heeft geen betrekking op: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: 1°. wegbeplantingen; 2°. beplantingen langs waterwegen, en 3°. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h. uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1°. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2°. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3°. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten (Artikel 4.2).

Soortenbescherming De Wet natuurbescherming benoemt niet welke concrete activiteiten wel of niet zijn toegestaan. Het uitgangspunt van de wet is dat geen schade mag worden gedaan aan beschermde dieren of planten, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan. Er is een stappenplan opgesteld door Ministerie van Economische Zaken (Bijlage 4). Met dit stappenplan kan worden bepaald of een ontheffing nodig is of dat er gebruik kan worden gemaakt van een vrijstelling. Bevoegdheid De bevoegdheid voor het verlenen van ontheffingen en vrijstellingen ligt bij de provincies. Enkel bij ruimtelijke ingrepen waarmee grote nationale belangen zijn gemoeid, blijft het Rijk het bevoegd gezag. Beschermingsregime De Wet Natuurbescherming kent de onderstaande beschermingsregimes. Elk van deze beschermingsregime kent zijn eigen verbodsbepalingen en vereisten voor een vrijstelling of ontheffing van de verboden.  Soorten van de Vogelrichtlijn  Soorten van de Habitatrichtlijn, Verdrag van Bern en het Verdrag van Bonn  Andere soorten (bescherming vanuit nationaal oogpunt) Om te mogen afwijken van de verbodsbepalingen via een ontheffing of vrijstelling moet aan de volgende criteria zijn voldaan.  Er mag worden afgeweken als er geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk is  Tegenover de afwijking van het verbod moet een in de wet genoemd belang staan (bijv.

volksgezondheid of openbare veiligheid)  De ingreep mag geen afbreuk doen aan de staat van instandhouding van een soort De verbodsbepalingen voor Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten zijn gericht op bescherming van de individuen van de soorten. De verbodsbepalingen mogen enkel overtreden worden met een ontheffing (het ‘nee, tenzij-principe’). Bij het besluit of een afwijking van het verbod kan worden toegestaan, wordt niet gekeken naar de gevolgen van deze afwijking voor het individuele plant of dier, maar naar de gevolgen voor de instandhouding van de betrokken soort. Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 14

Zorgplicht Iedereen dient voldoende rekening te houden met in het wild levende dieren en planten en de directe leefomgeving. ‘’De zorgplicht houdt in dat een ieder voldoende zorg in acht moet nemen voor de in het wild levende planten en dieren, alsmede voor hun directe leefomgeving. Overtreding van de zorgplicht is niet strafbaar gesteld; de zorgplicht kan wel door toepassing van bestuursdwang worden gehandhaafd”. Vrijstelling regelgeving In veel gevallen is er geen ontheffing nodig, maar kan er gebruik worden gemaakt van een vrijstelling. Een vrijstelling is een uitzondering op een wettelijk verbod. Er zijn diverse vrijstellingen van de verboden voor beschermde soorten mogelijk. Bekende voorbeelden van vrijstellingen zijn onder meer het toepassen van de gedragscode of wanneer de werkzaamheden plaatsvinden in het kader van een Programmatische Aanpak of een Provinciale verordening. Verbodsbepalingen De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Vogelrichtlijn, artikel 3.1 lid 1) Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen.

lid 3) Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. lid 4) Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. lid 5) Het verbod, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort. De verbodsbepalingen betreffende beschermde soorten Habitatrichtlijn, artikel 3.2 Lid 1) Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. lid 2) Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. lid 3) Het is verboden eieren van dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. lid 4) Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. lid 5) Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel b, bij de Habitatrichtlijn of bijlage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

De verbodsbepalingen betreffende andere soorten, artikel 3.3 lid 1) Onverminderd artikel 3.5, eerste, vierde en vijfde lid, is het verboden: onderdeel a. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel A, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; onderdeel b. de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen, of onderdeel c. vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Gedragscodes In de Wet natuurbescherming is de mogelijkheid opgenomen om een vrijstelling te verkrijgen indien wordt gewerkt volgens een goedgekeurde gedragscode (art 3.31). In de mogelijkheid die de wet biedt, wordt ook aangegeven dat er met betrekking tot de Europees beschermde soorten een gedragscode kan worden goedgekeurd voor ruimtelijke ontwikkelingen (naast beheer en onderhoud, waarvoor in de Flora- en Faunawet reeds een vrijstelling gold als werd gewerkt conform een goedgekeurde gedragscode).

Hoewel de mogelijkheid wel wordt geboden, zijn er bij het opstellen van het stappenplan nog géén gedragscodes goedgekeurd voor de nieuwe beschermde soorten of voor de Europees beschermde soorten voor ruimtelijke ontwikkelingen. Hier dient rekening mee te worden gehouden bij de bepaling of een gedragscode van toepassing is voor de type ingreep en de voorkomende beschermde soorten.

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 15

Bijlage 3 Stappenplan Ministerie van Economische Zaken

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 16

Bijlage 4 Plattegrond met waarnemingen

Naam: Rapportage aanvullend onderzoek vleermuizen (Wet natuurbescherming) Project: De Kegel Amstelveen Projectnummer:BSB\NEB00117 Blad 17

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=amstelveen&id=52a8f5fa-fb96-4500-95f9-e6cf3eac683e