Bijlage 10 Stikstofonderzoek TAM-plan Kronenburg
Tekst van het document
Stikstofdepositie-rapport
Kronenburg, Amstelveen
projectnummer 0497151.100 definitief revisie 03 23 september 2025
www.anteagroup.nl
Stikstofdepositie-rapport Kronenburg, Amstelveen projectnummer 0497151.100 definitief revisie 03 23 september 2025
Auteur(s) K. Super/ S. Jansen
Opdrachtgever VDVI B.V. T.a.v. Edwin Bes Claude Debussylaan 223 1082 MC Amsterdam
Gecontroleerd K. Rossel
datum 23 september 2025
beschrijving Definitief rapport
vrijgave A. de Jong
1.
Inhoudsopgave
1.
Inhoudsopgave
3
2.
Inleiding
4
2.1 2.2
Aanleiding Leeswijzer
4 5
3.
Wettelijk kader
6
3.1 3.2 3.3
Onderzoek naar significante gevolgen Passende beoordeling Rekenprogramma AERIUS Calculator
6 6 6
4.
Uitgangspunten
7
4.1 4.1.1 4.1.2 4.1.3 4.1.4 4.2 4.2.1 4.2.2
Realisatiefase Verkeersbewegingen realisatiefase Koude start realisatiefase Mobiele werktuigen realisatiefase Stationaire bronnen realisatiefase Gebruiksfase Verkeersbewegingen gebruiksfase Koude start gebruiksfase
7 8 8 8 9 10 10 10
5.
Resultaten & Conclusie
11
5.1 5.2
Resultaten Conclusie
11 11
Bijlage 1 AERIUS-berekeningen
13
Bijlage 2 Excel-toelichting
15
Stikstofdepositie-rapport Kronenburg, Amstelveen projectnummer 0497151.100 23 september 2025 revisie 03 VDVI B.V.
2.
Inleiding
2.1
Aanleiding Van der Valk International en partners zijn voornemens om op de campus in Kronenburg, Amstelveen meerdere studentenwoningen en short-stay-woningen te realiseren, verspreid over meerdere nieuw te bouwen complexen en een voormalig kantoorpand. Hiervoor is het nodig om een stikstofdepositie-onderzoek uit te voeren voor het verkrijgen van een Omgevingsvergunning. De werkzaamheden bestaan o.a. uit de sloop van (gedeeltes van) oude gebouwen, fundaties en de opbouw van nieuwe flats. De locatie is weergegeven in onderstaande figuren, waar het bovenste figuur een detailkaart is van het relevante gebied en het onderste figuur de detailkaart plaatst ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden. De projectlocatie ligt in het noordoosten van Amstelveen en wordt begrensd door de Kalfjeslaan in het noorden, de Uilenstede in het westen, de Saskia van Uylenburgweg in het zuiden en net voorbij de Prof. W. H. Keesomlaan in het oosten. Naast het plangebied zijn ook de ontsluitingswegen weergegeven.
Figuur 1: Detailkaart van het relevante gebied (bron: AERIUS Calculator)
blad 4 van 15
Stikstofdepositie-rapport Kronenburg, Amstelveen projectnummer 0497151.100 23 september 2025 revisie 03 VDVI B.V.
De voorgenomen activiteiten leiden tot een emissie van de voor stikstofdepositie relevante stoffen, te weten stikstofoxiden (NOX) en ammoniak (NH3). Dit kan stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden als gevolg hebben. Overmatige stikstofdepositie leidt tot verzuring en vermesting in deze gebieden, met als potentieel gevolg een afname van biodiversiteit. Het doel van het uitgevoerde stikstofdepositie-onderzoek is het in kaart brengen van mogelijke stikstofdepositie ten gevolge van dit project. Er zijn verschillende Natura 2000-gebieden in de omgeving van dit project. Het dichtstbijzijnde gebied met stikstofgevoelige habitats betreft Botslot, gelegen op een afstand van circa 6,7 kilometer. De ligging van het project ten opzichte van omliggende Natura 2000-gebieden is weergegeven in figuur 2.
Figuur 2: Overzichtskaart met voor stikstofdepositie gevoelige habitats in omliggende Natura 2000-gebieden (bron: AERIUS Calculator)
2.2
Leeswijzer De opbouw van dit rapport is als volgt: Hoofdstuk 2: Wettelijk kader dat aan dit onderzoek ten grondslag ligt; Hoofdstuk 3: Gehanteerde uitgangspunten voor het model; Hoofdstuk 4: Resultatenberekening en de bijbehorende conclusie; Bijlagen AERIUS (totaalrapporten 2025 t/m 2037) Bijlage “Fasering Kronenburg” (realisatie 2025 t/m 2037 + gebruiksfase (na rato))
blad 5 van 15
Stikstofdepositie-rapport Kronenburg, Amstelveen projectnummer 0497151.100 23 september 2025 revisie 03 VDVI B.V.
3.
Wettelijk kader Binnen de EU worden de belangrijkste leefgebieden van de meest bedreigde en waardevolle soorten en habitattypen aangewezen als Natura 2000-gebied. Deze Natura 2000-gebieden moeten samen een Europees ecologisch netwerk vormen om de achteruitgang van de biodiversiteit te keren. De juridische basis voor dit netwerk zijn de Europese Vogel- en Habitatrichtlijn, die in Nederland zijn uitgewerkt in de Omgevingswet (Ow) en de Omgevingsregeling (Or). Per gebied worden voor de soorten en habitattypen instandhoudingsdoelstellingen (behouds-, uitbreidings- of verbeteringsdoelstellingen) bepaald.
3.1
Onderzoek naar significante gevolgen Het onderdeel gebiedsbescherming binnen de Omgevingswet (Natura 2000-activiteit) biedt de basis voor de beoordeling van activiteiten die (mogelijk) negatieve gevolgen hebben op de doelstellingen. Dit zijn de instandhoudings- en verbeterdoelstelling die per Natura 2000-gebied en per habitattype zijn vastgelegd. Het kan daarbij zowel gaan om activiteiten binnen als buiten Natura 2000-gebieden. Voor projecten geldt een activiteit als Natura 2000-activiteit met bijhorende vergunningsplicht als het project een significant gevolg heeft voor een Natura 2000-gebied. In de oriënterende fase (voortoets) moet onderzocht worden of de ontwikkeling (beoogde situatie) significant negatieve gevolgen op het betreffende Natura 2000-gebied kan hebben. Dit kan onder andere door aan te tonen dat een ontwikkeling op zichzelf niet leidt tot een toename. Dan is namelijk uitgesloten dat de ontwikkeling qua stikstofdepositie significante gevolgen voor een Natura 2000-gebied heeft. Dit is echter ook mogelijk door aan te tonen dat de toename van de ontwikkeling ecologisch gezien niet leidt tot significante gevolgen.
3.2
Passende beoordeling Indien na een dergelijk onderzoek op voorhand niet kan worden uitgesloten dat de activiteit een significant gevolg heeft, dient meer gedetailleerd dan in de oriënterende fase, in kaart te worden gebracht wat de effecten van de activiteit kunnen zijn. Deze laatste analyse is een ‘passende beoordeling’. Binnen een passende beoordeling kunnen mitigerende maatregelen zoals intern of extern salderen meegenomen worden. Wanneer uit deze passende beoordeling alsnog de zekerheid wordt verkregen dat de activiteit geen significant gevolg heeft, staat ook dan het aspect gebiedsbescherming besluitvorming (voor wat betreft stikstofdepositie) niet in de weg. Bij het doorlopen van een passende beoordeling is altijd een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit benodigd. Bij het beschouwen van mitigerende maatregelen zoals intern en extern salderen binnen de passende beoordeling dient aangetoond te worden dat deze maatregelen additioneel zijn. Dit houdt in dat de toegepaste maatregelen extra moeten zijn ten opzichte van de maatregelen die benodigd zijn om de doelstellingen van de getroffen Natura 2000-gebied te behalen. Dit laatste wordt een toets aan het additionaliteitsvereiste genoemd.
3.3
Rekenprogramma AERIUS Calculator De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied kan berekend worden met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS Calculator (Or). Van elke te berekenen situatie (beoogde situatie, referentieen/of salderingssituatie) wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Op basis van de invoer bepaalt het rekenprogramma AERIUS Calculator zelf de correcte berekening van de bijdrage, eventueel ten opzichte van die referentie- en/of salderingssituatie. Tevens bepaalt zij zelf de rekenpunten binnen de Nederlandse Natura 2000-gebieden waarop de bijdrage wordt bepaald. Deze bijdrage wordt berekend ter plaatse van voor stikstofgevoelige habitats.
blad 6 van 15
Stikstofdepositie-rapport Kronenburg, Amstelveen projectnummer 0497151.100 23 september 2025 revisie 03 VDVI B.V.
4.
Uitgangspunten In dit onderzoek wordt berekend of de beoogde werkzaamheden en de daaropvolgende ingebruikname zal leiden tot stikstofdepositie op (naderend) overspannen habitats in Natura 2000-gebieden. De werkzaamheden vinden verspreid over meerdere jaren plaats, waardoor niet alle uitstoot in één jaar plaatsvindt. Daarnaast is ook de gebruiksfase meegerekend voor de delen van het plan dat al gerealiseerd is. In tabel 1 is de verdeling van de werkzaamheden per jaar weergegeven Tabel 1: Overzicht relatieve werkzaamheden per jaar 2025 2026 2027 2028 2029 A2
17%
67%
2030
2031
2033
2034
2035
2036
40%
60%
67%
33%
67%
33%
17%
B C_sloop
2032
100%
C1
31%
31%
31%
8%
C2
31%
31%
31%
8%
C3 E
40%
60%
F1
15%
31%
31%
23%
F2
15%
31%
31%
23%
44%
33%
F3
22%
F4 G_sloop G
100% 13%
50%
38%
Na afronding van de realisatiefase zullen er mensen komen te wonen/werken. De locaties worden zonder gasaansluiting opgeleverd, er zullen in de gebruiksfase enkel stikstofemissies zijn door de verkeersbewegingen van en naar deze locaties en de koude starts ten gevolge van deze verkeersbewegingen. De totstandkoming van de gehanteerde AERIUS-modellen wordt in dit hoofdstuk toegelicht. De stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied wordt berekend met behulp van het verplicht te gebruiken rekenprogramma AERIUS-Calculator (versie 2024). Van de te berekenen situatie wordt een model gemaakt met invoergegevens waarmee vervolgens de berekening wordt uitgevoerd. Het rekenprogramma AERIUS-Calculator bepaalt zelf de rekenpunten op de Nederlandse Natura 2000-gebieden. De bijdrage aan de stikstofdepositie in de omliggende Natura 2000-gebieden wordt berekend ter plaatse van (bijna) overspannen, stikstofgevoelige habitats.
4.1
Realisatiefase Voor het realiseren van een aantal studenten- en short-stay-woningen is bouwverkeer van en naar de locatie nodig, als ook mobiele werktuigen op de locatie zelf. Daarnaast zal het bouwverkeer gedurende een periode stilstaan op locatie om te laden/lossen. De gegevens voor studentenkamers en short-stay-woningen zijn een afgeleide van gegevens voor appartementen, om deze reden zijn de kencijfers voor appartementen gedeeld door een factor 1,5.
blad 7 van 15
Stikstofdepositie-rapport Kronenburg, Amstelveen projectnummer 0497151.100 23 september 2025 revisie 03 VDVI B.V.
4.1.1
Verkeersbewegingen realisatiefase De realisatiefase veroorzaakt verkeersbewegingen ten behoeve van laden/lossen en personeel. De totale hoeveelheid bouwverkeer is de som van de hoeveelheden voor de verschillende objecten. Het werkverkeer is altijd op dezelfde wegvakken gemodelleerd, wat geoorloofd is, omdat het dichtstbijzijnde natuurgebied op meer dan 6,5 kilometer afstand zit. De som van de hoeveelheid verkeer in de realisatiefase per jaar is weergegeven in tabel 2, de achterliggende motivatie is bijgevoegd in de bijlage “Fasering Kronenburg”. Tabel 2: Totale hoeveelheid wegverkeer in de realisatiefase, per jaar 2025 2026 2027 2028 2029 Type wegverkeer Licht Zwaar
6 010 5 009
218 181
25 416 10 357
64 836 26 451
61 353 23 644
2030
2031
2032
2033
2034
2035
2036
30 569 10 334
13 888 5 718
0 0
0 0
0 0
3 540 590
4 410 735
Het werkverkeer is gemodelleerd als lijnbronnen op de Laan van Kronenburg tussen de Uilenstede en de Saskia van Uylenburgweg, met als sectorgroep ‘Verkeer’ en sector ‘Rijdend verkeer’. De wegtypes zijn aangegeven in het verkeersmodel in de AERIUS-bijlagen, waarbij het verkeer gemodelleerd is als stagnerend stadsverkeer. Het werkverkeer is gemodelleerd totdat het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld, dit is het geval wanneer het verkeer de Saskia van Uylenburgweg oprijdt.
4.1.2
Koude start realisatiefase Voertuigen die koud opstarten brengen verhoogde emissies met zich mee, omdat de daarvoor bedoelde katalysator nog niet werkt op lagere temperaturen. Gezien deze emissies een significant aandeel kunnen zijn van de emissies van verkeersbronnen, dienen deze koude starts apart gemodelleerd te worden. De koude start dient gemodelleerd te worden als het voertuig in kwestie langer dan 2 uur stilgestaan heeft. Licht verkeer zal voornamelijk gebruikt worden voor de verplaatsing van de werknemers, en de vervoersbewegingen zullen aan het begin en het eind van de dag plaatsvinden. Worstcase is er daarom vanuit gegaan dat al het lichte verkeer in de realisatiefase te maken heeft met één koude per etmaal op het terrein. Zwaar verkeer zal onder meer gebruikt worden voor het brengen van materiaal en materieel en het laden/lossen. In alle gevallen zal het zware verkeer geen twee uur stilstaan. Daarom is ervan uitgegaan dat het concept koude start voor dit project niet van toepassing is op zwaar verkeer. In AERIUS kunnen de koude starts direct gemodelleerd worden in kilogram stikstofoxiden (kg NOx) en kilogram ammoniak (kg NH3) per jaar. De gegevens voor de verschillende jaren en de verschillende verkeerstypen zijn te vinden via de link “TNO Notitie bronkarakteristieken van uitlaatgas tijdens de koude start” op pagina 29 van “Handboek AERIUS Data 2024”.
De bovenstaande gegevens zijn samengevat in tabel 3. De achterliggende motivatie voor deze verdeling is bijgevoegd in de bijlage “Fasering Kronenburg” voor de verschillende objecten. Tabel 3: Uitstoot koude starts realisatiefase 2025 2026 2027 0,8 0,0 3,4 Kg NOx 0,1 0,0 0,5 Kg NH3
2028 8,6 1,3
2029 8,0 1,2
2030 3,9 0,6
2031 1,7 0,2
2032 0,0 0,0
2033 0,0 0,0
2034 0,0 0,0
2035 0,4 0,1
2036 0,5 0,1
De koude start emissies zijn gemodelleerd als vlakbron, onder de sectorgroep ‘Verkeer’, en vervolgens onder de sector ‘Koude start (overig)’.
4.1.3
Mobiele werktuigen realisatiefase Tijdens de werkzaamheden worden mobiele werktuigen ingezet. Met de gegevens zoals vermeld in de bijlage “Fasering Kronenburg” zijn de mobiele werktuigen gemodelleerd als vlakbron binnen AERIUS. De emissies van mobiele werktuigen zijn in AERIUS berekend in de sectorgroep ‘Mobiele werktuigen’ sector ‘Bouw, industrie en delfstoffenwinning’.
blad 8 van 15
Stikstofdepositie-rapport Kronenburg, Amstelveen projectnummer 0497151.100 23 september 2025 revisie 03 VDVI B.V.
Conform de instructie gegevensinvoer van BIJ12 is het percentage AdBlue-toevoeging vastgesteld op 6% voor STAGE-klasse IV. Zowel de vermogens, de klassen de draaiuren zijn een interne inschatting op basis van eerdere berekeningen en kencijfers. Het brandstofverbruik is berekend via de AUB-methode van TNO1. De inzet van de werktuigen, kan per object geraadpleegd worden in de bijlage “Fasering Kronenburg”. Als deze aantallen vervolgens met het percentage realisatie voor het desbetreffende jaar vermenigvuldigd worden, komt men uit op het aantal kilogrammen NOx en NH3 per object voor het betreffende jaar. De percentages zijn terug te vinden in tabel 1 en de bijlage “Fasering Kronenburg”. Tabel 4: Totale hoeveelheid NOx en NH3 gedurende de realisatiefase, per jaar 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Kg NOx 319,0 20,3 65,5 140,2 133,6 61,9 Kg NH3 6,9 0,6 2,8 5,9 5,4 2,2
4.1.4
2031
2032
2033
2034
2035
2036
24,0 1,0
0,0 0,0
0,0 0,0
0,0 0,0
17,3 3,1
21,0 2,1
Stationaire bronnen realisatiefase Tijdens de werkzaamheden zullen vrachtwagens op de projectlocatie stationair draaien, om te laden/lossen. Tabel 5 toont de stationair draaiende voertuigen tijdens de realisatiefase, uitgegaan van 5 minuten stationair draaien per vrachtwagen. Enkel het zware verkeer draait stationair, om deze reden wordt in tabel 5 niet aangegeven dat het zwaar verkeer betreft. De emissiefactoren zijn overgenomen van bijlage 1 van de Instructiegegevens voor AERIUS Calculator 20242. Het plan strekt zich uit over meerdere jaren, om deze reden zijn ook de kencijfers van meerdere jaren gebruikt. Tabel 5: Stationair draaiende voertuigen bouwverkeer Jaar
Emissiefactor NOx [g / uur]
Emissiefactor NH3 [g / uur]
Emissie NOx [kg / jaar]
Emissie NH3 [kg / jaar]
2025
92,4864
0,8976
19,3
0,2
2026
91,032
0,8976
0,7
0,0
2027
89,5776
0,8976
38,7
0,4
2028
88,1220
0,8976
97,1
1,0
2029
86,6676
0,8976
85,4
0,9
2030
85,2132
0,8976
36,7
0,4
2031
83,4972
0,8820
19,9
0,2
2032
81,7812
0,8664
0,0
0,0
2033
80,0664
0,8508
0,0
0,0
2034
78,3504
0,8352
0,0
0,0
2035
76,6344
0,8196
1,9
0,0
2036
75,3768
0,8064
2,3
0,0
De emissies van stationair draaien zijn gemodelleerd als vlakbron op de projectlocatie met als sectorgroep ‘Anders’ en met de standaard bronkenmerken.
1 2
AUB (AdBlue verbruik, Uren en Brandstofverbruik): een robuuste inschatting van NOX en NH3 uitstoot va mobiele werktuigen Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2024, Bijlage 1: Stationaire emissies wegverkeer, aeriusproducten.nl
blad 9 van 15
Stikstofdepositie-rapport Kronenburg, Amstelveen projectnummer 0497151.100 23 september 2025 revisie 03 VDVI B.V.
4.2
Gebruiksfase De gebouwen betreffen woningen voor studenten en short-stay-woningen, en meerdere kantoren en andere verkeersaantrekkende voorzieningen. Hierdoor zullen er tijdens de gebruiksfase vervoersbewegingen en koude starts plaatsvinden. Bij deze vervoersbewegingen is sprake van stikstofuitstoot.
4.2.1
Verkeersbewegingen gebruiksfase De gebruiksfase brengt verkeersbewegingen met zich mee, zoals aangegeven in het rapport van Goudappel3. De hoeveelheid gebruikersverkeer is afhankelijk van het object, als ook van de grootte van de weg en dus het gemak waarmee het verkeer erlangs kan. De gegevens zijn opgenomen in het AERIUS-rapport van 2037 en na rato in AERIUS-rapporten 2030 t/m 2036, waarbij enkel grote verschillen t.o.v. de autonome situatie in de directe nabijheid van het plangebied zijn meegenomen. Ook is voor de jaren waarin na rato gerekend wordt enkel de gebouwen die al gerealiseerd zijn meegenomen. Tabel 6: Percentages van verkeersnetwerk in gebruik per jaar 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 0,0% 26,1% 54,4% 71,5% 71,5% 71,5% 71,5% 71,5% 100,0% Percentage
Het verkeer is gemodelleerd als lijnbronnen op de betreffende wegen met als sectorgroep ‘Verkeer’ en sector ‘Rijdend verkeer’. De wegtypes zijn allen aangenomen als ‘doorstomend’. Het verkeer is gemodelleerd totdat het is opgenomen in het heersende verkeersbeeld, dit is het geval zodra de Beneluxlaan is bereikt. Een gedeelte van het verkeer rijdt langs de Rembrandtweg, dit verkeer is tot aan de kruising met de Graaf Aelbrechtlaan een verhoogde bijdrage, daarom is de Rembrandtweg tot aan deze kruising gemodelleerd.
4.2.2
Koude start gebruiksfase Voertuigen die koud opstarten brengen verhoogde emissies met zich mee, omdat de daarvoor bedoelde katalysator nog niet werkt op lagere temperaturen. Zie ook het stuk over de koude start in de realisatiefase. Zwaar verkeer zal voornamelijk gebruikt worden voor het laden/lossen. Het zware verkeer zal geen twee uur stilstaan, daarom is ervan uitgegaan dat zwaar verkeer in dit project geen koude starts heeft. Licht verkeer zal gebruikt worden voor de verplaatsing van de bewoners en bezoekers. De hoeveelheid bezoekers dat binnen twee uur vertrekt is sterk afhankelijk van de functies aanwezig in de verschillende objecten. Voor de niet-woningen zijn kencijfers van CROW Verkeersgeneratie 20244 als leidraad gebruikt, uitgaande van de minimale verkeersgeneratie per functie De woningen betreffen studentenwoningen en short-stay-woningen, daarom kan verwacht worden dat de ‘standaard’ 90% koude start een vertekend beeld geeft van de daadwerkelijke situatie. Er zullen immers meer bezoeken en minder eigen auto’s zijn dan in een gemiddelde wijk. Om een meer realistisch beeld te geven van het aantal koude starts van dit soort woningen is hier uitgegaan van 40% koude starts. De bovenstaande gegevens genereren emissies, welke als geheel per jaar zijn samengevat in tabel 7. Er is in een jaar een gebruiksfase als minimaal één object gerealiseerd is.
Tabel 7: Uitstoot NOx en NH3 per jaar in de gebruiksfase 2025 2026 2027 2028 2029 kg NOx 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0 kg NH3 0,0 0,0 0,0 0,0 0,0
2030 23,4 3,3
2031 46,0 6,5
2032 59,9 8,4
2033 58,3 8,1
2034 56,7 7,8
2035 55,0 7,5
2036 53,1 7,1
2037 62,3 8,2
De koude start emissies zijn gemodelleerd als vlakbron, onder de sectorgroep ‘Verkeer’, en vervolgens onder de sector ‘Koude start (overig)’.
3
Verkeersonderzoek herontwikkeling Kronenburg (018851.20241015.N1.02)
4
CROW Verkeersgeneratie 2024 (CROW Publicatie 744)
blad 10 van 15
Stikstofdepositie-rapport Kronenburg, Amstelveen projectnummer 0497151.100 23 september 2025 revisie 03 VDVI B.V.
5.
Resultaten & Conclusie Van der Valk International en partners zijn voornemens om op de campus in Kronenburg, Amstelveen meerdere studentenwoningen en short-stay-woningen te realiseren, verspreid over meerdere nieuw te bouwen complexen en een voormalig kantoorpand. Hiervoor is het nodig om een stikstofdepositie-onderzoek uit te voeren voor het verkrijgen van een Omgevingsvergunning. De werkzaamheden bestaan o.a. uit de sloop van (gedeeltes van) oude gebouwen, fundaties en de opbouw van nieuwe flats. Om vast te stellen of een omgevingsvergunning Natura 2000-activiteit benodigd is voor dit plan, dient een onderzoek naar stikstofdepositie uitgevoerd te worden. Overige effecten op natuur worden in deze rapportage niet beoordeeld.
5.1
Resultaten Met behulp van het rekenprogramma AERIUS Calculator (versie 2024) en de uitgangspunten zoals eerder benoemd in is de mogelijke toename van stikstofdepositie in beeld gebracht in de vorm van een AERIUS-model. Hieruit blijkt dat het model geen stikstofdepositie hoger dan 0,00 mol/ha/jaar verwacht op enig Natura 2000-gebied gedurende de meerdere jaren aan realisatie en gebruiksfase, mits er gebruik wordt gemaakt van grotendeels elektrische mobiele werktuigen tijdens de realisatiefase, als ook een aangepaste koude start voor de gebruiksfase. De AERIUS-modellen voor de realisatiefase en gebruiksfase zijn bijgevoegd als bijlages. Het is belangrijk om te vermelden dat een (significant) gedeelte van de werkvoertuigen elektrisch aangedreven moeten zijn om onder de grens te blijven, waarbij er in latere jaren een groter gedeelte elektrisch moet worden aangedreven. De exacte aantallen zijn te vinden in de bijlage “Fasering Kronenburg”, voor ieder object.
5.2
Conclusie Uit de berekening uitgevoerd met AERIUS Calculator (versie 2024) blijkt dat deze werkzaamheden niet zal leiden tot een toename van de stikstofdepositie op omliggende Natura 2000-gebieden. Hierdoor kunnen voor het aspect stikstofdepositie significante gevolgen op de omliggende gebieden worden uitgesloten. Derhalve is er geen sprake van vergunningsplicht onder de Omgevingswet.
blad 11 van 15
Stikstofdepositie-rapport Kronenburg, Amstelveen projectnummer 0497151.100 23 september 2025 revisie 03 VDVI B.V.
Bijlage 1 AERIUS-berekeningen
blad 12 van 15
Stikstofdepositie-rapport Kronenburg, Amstelveen projectnummer 0497151.100 23 september 2025 revisie 03 VDVI B.V.
Bijlage 1 AERIUS-berekeningen
blad 13 van 15
&
'
$
%
% $
% $
' % &
% $
&
'
$
%
%
' % &
% $
&
'
$
%
% $
% $
' % &
% $
&
'
$
%
% $
% $
' % &
% $
&
'
$
%
% $
% $
' % &
% $
$
%
$
%
% $
% $
% $
% $
$
%
$
%
% $
% $
% $
% $
$
%
$
%
% $
$
%
$
%
% $
$
%
$
%
% $
$
%
$
%
% $
%
% $
% $
$
%
$
%
% $
%
% $
% $
$
%
$
%