Bijlage 1 - Perspectiefnota 2025 Amstelveen (inclusief eerste tijdvakrapportage 2024)
Tekst van het document
5.18 Nieuw Legmeer: infrastructuur Vanaf 2028 worden middelen structureel gereserveerd voor kapitaallasten als gevolg van investeringen in de bovenwijkse infrastructuur zoals aanleggen van fietstunnels en gelijkvloerse kruisingen. De totale lasten zijn voor nu ingeschat op € 45 miljoen met een kapitaallast van € 1,6 miljoen. Het werk zal gefaseerd uitgevoerd worden. Vanaf 2028 is naar verwachting een eerste fase klaar met een kapitaallast van € 0,6 miljoen.
pagina 42 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
5.5 Ruimtelijke ontwikkeling Meerjarenraming 2024
2025
2026
2027
2028
5.01 Bijdrage toneelvloer Noorddamcentrum
15
8
8
8
8
5.02 Accountmanager Omgevingsdienst
0
-85
-85
-85
-85
-175
-75
0
0
0
-307
-307
-307
-307
-307
0
-707
0
0
0
5.06 Uitbreiding gebieden betaald parkeren
26
183
183
183
183
5.07 Vrijval voorziening dubieuze debiteuren omgevingsvergunningen
1.139
0
0
0
0
698
-984
-202
-202
-202
0
-7
-7
-9
-15
-28
-28
-28
0
0
117
105
105
105
105
89
70
70
96
90
0
-74
-74
-74
-74
Bestaand beleid
0
-74
-74
-74
-74
5.10 Wijkcentrum Alleman
0
0
11
-41
-41
5.11 Medisch Centrum Lindelaan
-400
-300
112
8
8
5.12 Verduurzamen gemeentelijk Vastgoed
-218
-804
-75
-593
-586
0
0
0
-51
-51
0
0
0
0
0
-618
-1.104
48
-677
-670
5.15 Grondverkoop Groen van Prinstererlaan 114
-8.800
0
0
0
0
5.16 Toekomstige ontwikkeling en vennootschapsbelasting
-8.506
8.702
-581
-740
2.235
-17.306
8.702
-581
-740
2.235
4.15 Stadshart
-11
0
0
0
0
4.16 Nieuw Legmeer: Verplaatsing gemeentewerf, afvalbrengstation en afvaloverslagstation 5.17 Projectorganisatie A9 en Stadshart
-145
-475
-100
0
0
-529
-152
-152
-152
-43
5.18 Nieuw Legmeer: Grondexploitatie
7.000
0
0
0
0
(bedragen x € 1.000)
5.03 Informatieplicht energiebesparende maatregelen 5.04 Terugdraaien besparingen als gevolg van verduurzaming 5.05 Implementatie Omgevingswet
Autonome ontwikkeling
3.03 Invoering Stadsfonds 5.08 Aanpak leegstaande en in slechte staat verkerende woningen 6.07 Pilot scanauto handhaving parkeren Intensivering bestaand- / nieuw beleid
5.09 Adviseur woonhuisvesting doelgroepen
5.13
Actualisering investering ten behoeve van de Cultuurstrip
5.14 Begraafplaats Zorgvlied (nieuwe Werf) Maatschappelijk Vastgoed
Grondexploitaties (MPG)
pagina 43 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
5.19 Overwegbomen Uithoornlijn J.C. van Hattumweg 5.20 Noordelijke Poeloever
-175
0
0
0
0
-300
-200
0
0
0
5.841
-827
-252
-152
-43
-11.297
5.784
-991
-1.748
1.337
4.15 Stadshart
11
0
0
0
0
5.17 Projectorganisatie A9 en Stadshart
529
-427
152
98
0
-6.900
0
0
-188
-1.188
5.20 Noordelijke Poeloever
300
200
-1.600
-1.400
-2.500
Totaal Reservemutaties
-6.061
-227
-1.448
-1.490
-3.688
-17.357
5.557
-2.439
-3.237
-2.351
Grote projecten Totaal saldo van baten en lasten
5.18 Nieuw Legmeer: grondexploitatie, financiering
Resultaat
Autonome ontwikkeling 5.01 Bijdrage toneelvloer Noorddamcentrum Bij de uitvoering van de renovatie Noorddamcentrum is gelijktijdig de toneelvloer aangepast. In het raadbesluit uit 2021 (raadsvergadering 15 december) is aangegeven dat de gebruiker hiervoor € 75.000 zou bijdragen. In de jaarrekening 2022 is toegelicht dat deze afspraak door middel van een 10-jarige lening overeenkomst geëffectueerd zou worden. Deze is in 2024 afgesloten en wordt via deze mutatie verwerkt in de begroting. 5.02 Accountmanager Omgevingsdienst Door het toenemende (wettelijke) takenpakket is de zelfstandige functie van accountmanager ontstaan. In deze functie is op ambtelijk niveau enerzijds de regietaak op inhoud belegd en anderszins de belangenbehartiging als mede eigenaar van deze omgevingsdienst. De samenwerking met de Omgevingsdienst heeft inmiddels substantiële vormen aangenomen en wordt in de komende periode nog verder uitgebouwd. Met in acht name van de daarmee gemoeide financiële middelen vraagt dit om adequate afstemming, sturing en verantwoording waarbij de structurele invulling van de rol van accountmanager onvermijdelijk is. Inmiddels is ook duidelijk dat de uitvoering van deze taak een structureel beslag leggen op de beschikbare capaciteit. 5.03 Informatieplicht energiebesparende maatregelen Per 1 juli 2019 is de informatieplicht energiebesparing gebouwen van kracht.
Dit houdt in dat vanuit de Wet milieubeheer-inrichting, een gebouw welke meer dan 50.000 kWh of 25.000m3 gas per jaar verbruikt, eens per 4 jaar aan het bevoegd gezag via het RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland) moet rapporteren. Als uitgangspunt maken zij gebruik van een lijst met erkende maatregelen welke voor de desbetreffende bedrijfstak geldt. Naar aanleiding van de rapportages is per gebouw een lijst opgesteld van nog niet uitgevoerde energiebesparende maatregelen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen zelfstandige en natuurlijke maatregelen. De natuurlijke maatregelen worden meegenomen in de actualisatie van het 20 jarige onderhoudsplan(MOP 2025-2044). De zelfstandige maatregelen moeten binnen 2 jaar na de rapportage zijn uitgevoerd. 5.04 Terugdraaien besparingen als gevolg van verduurzaming In de begroting is een structureel voordeel van € 307.000 per jaar ingeboekt voor lagere energielasten van het gemeentelijk vastgoed als gevolg van duurzaamheidsmaatregelen. Hiermee is het gemeentelijk vastgoed naar een energielabel A gebracht en wordt voldoen aan de wettelijk informatieplicht. Ook wordt hiermee uitvoering gegeven aan de een door de raad aangenomen motie (juli 2019) betreffende “Amstelveense daken klimaatproof”.
pagina 44 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
De energielasten zijn gebruikers- en huurderslasten en worden in het algemeen direct door de energieleverancier in rekening bij de huurder gebracht. Het verrekenen van de “lagere” energielasten als gevolg van de getroffen duurzaamheidsmaatregelen vergt een arbeidsintensieve inzet van de ambtelijke organisatie. Daarbij is het vaststellen van de lagere energielasten pas achteraf mogelijk, en tevens moeilijk aantoonbaar gezien de significant gestegen energieprijzen en het gebruik van het gebouw welke veelal zal leiden tot discussies in de vaststelling van de verrekening. Daarnaast zijn de huurders gesubsidieerde instellingen en leiden de begrote baten van de energielasten in het ene programma tot een begrote last (subsidieverstrekking) in een ander programma. Hierdoor wordt gekozen deze begrote post te laten vervallen en alleen de kapitaallasten van de gerealiseerde duurzaamheidsmaatregelen te verwerken in de kostprijs dekkende huur op een natuurlijk moment. Het betreft derhalve een structureel nadeel van € 307.000 per jaar. 5.05 Implementatie Omgevingswet De inwerkingtreding van de Omgevingswet en de gedeeltelijke inwerkingtreding van de Wet Kwaliteitsborging voor het Bouwen per 1 januari 2024 leveren veel extra werkzaamheden en bijkomende taken op.
Om deze extra capaciteitsvraag op te vangen en het niveau van dienstverlening aan de inwoners en bedrijven op peil te houden is tijdelijke aanvulling van de beschikbare formatieruimte voor vergunningverlening noodzakelijk. 5.06 Uitbreiding gebieden betaald parkeren Betaald parkeren wordt uitgebreid met vier gebieden in 2024. Hierdoor wordt de bereikbaarheid, leefbaarheid en veiligheid verbeterd en/of gewaarborgd in diverse woonwijken. Structureel leidt de uitbreiding tot een voordeel met ingang van 2025 van € 158.000. De inkomsten van parkeervergunningen, parkeergelden en naheffingsaanslagen nemen toe met € 288.000. De extra lasten van personeel, beheer en onderhoud van parkeerautomaten bedragen € 130.000. Incidenteel wordt in 2024 € 113.000 besteed aan nieuwe parkeerautomaten en bebording. 5.07 Vrijval voorziening dubieuze debiteuren omgevingsvergunningen Er valt een bedrag van € 1,1 miljoen vrij uit de voorziening dubieuze debiteuren omgevingsvergunningen. De betreffende bedragen zijn ontvangen van de debiteuren. Intensivering bestaand- / nieuw beleid 3.03 Invoering Stadsfonds De organisatiekracht van Amstelveense ondernemers en instellingen staat onder druk. Om het ondernemersklimaat in Amstelveen te versterken wil Amstelveen een stadsfonds oprichten per 0101-2025.
De gemeente faciliteert de financiering van het stadsfonds door een verhoging van de onroerendezaakbelasting (OZB) over niet-woningen. De OZB verhoging leidt tot stijging van de lasten van gemeentelijk vastgoed en komt daardoor op verschillende programma’s terug. Kosten worden gedekt vanuit programma 3. 5.08 Aanpak leegstaande en in slechte staat verkerende woningen Het aanpakken van leegstaande en in slechte staat verkerende woningen vereist een doordachte strategie. Actief aanschrijven is een intensieve vorm van handhaving. Het vraagt om een gedegen opname en rapportage en zeer zorgvuldige besluitvorming. Voor deze aanpak moet worden ingehuurd. 6.07 Pilot scanauto handhaving parkeren Op 5 maart 2024 heeft het college besloten te starten met een pilot voor een scanauto voor handhaving parkeren. De verwachting is, dat de fiscale parkeerhandhaving met de inzet van een scanauto sterk verbetert ten opzichte van de huidige werkwijze met een scanscooter. Voor de definitieve aanschaf van een scanauto (lease) vindt een aanbesteding plaats. De dekking van de scanauto en de daarmee samenhangende kosten worden komt vanuit programma 5; de verwachte extra inkomsten.
pagina 45 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
Bestaand beleid 5.09 Adviseur woonhuisvesting doelgroepen Door de toename van en aanhoudende vraag naar woonhuisvesting van diverse doelgroepen wordt steeds meer een beroep gedaan op de expertise en inzet van vastgoed. Gezien de geopolitieke ontwikkelingen en de toename van de vraag vanuit de gemeente en de samenleving, is de verwachting dat de situatie niet van korte duur zal zijn. Daarnaast dienen de locaties ook beheerd te worden. Op dit moment wordt er een huisvestingsadviseur ingehuurd en bekostigd uit het werkbudget Oekraïne. Deze kosten worden doorgerekend t/m het 1 kwartaal 2025 omdat dan de tijdelijke beschermingsmaatregel voor de Oekraïners niet meer verlengd kan worden. Gezien de ontwikkelingen en het structurele karakter van de situatie is het voorstel voor een vaste adviseur woonhuisvesting. Maatschappelijk Vastgoed 5.10 Wijkcentrum Alleman De Multifunctionele Accommodatie Bankras wordt voor de wijk gerealiseerd met daarin het nieuwe wijkcentrum Alleman en het Medisch Centrum Bankras met diverse eerstelijnszorgverleners waaronder een apotheek, fysiotherapeuten, tandarts en huisartsen. Op verzoek van huisartsenpraktijk Bankras, blijft het huisartsengedeelte van de nieuwbouw in eigendom van de gemeente, waarbij de gemeente optreedt als verhuurder.
De rest van het medisch centrum deel wordt eigendom van een Stichting Medisch Centrum Bankras bestaande uit de apotheek, een fysiotherapie praktijk, een tandartsenpraktijk en huisartsenpraktijk. De grond voor de MFC (wijkcentrum en huur huisarts) wordt overgedragen uit de grondexploitatie voor € 263.000 in 2024. Ten opzichte van vorig jaar komt de geschatte investering € 1 miljoen die zich vertaald in (een verschuiving van) kapitaallasten 5.12 Verduurzamen gemeentelijk Vastgoed Begin 2023 heeft het college besloten een plan te maken om het gemeentelijk vastgoed uiterlijk in 2030 gasloos/CO2 neutraal te maken. Met financiën uit de duurzaamheidsreserve is het project in 2023 gestart. De uitvoering van dit plan is in twee fases verdeeld. In de eerste fase worden de gebouwen geïnventariseerd waarmee grote energiebesparingen zijn te verwachten. Na de aanbesteding en de eerste resultaten van de inventarisatie en uitwerking van de maatregelen is gebleken dat het huidige budget niet toereikend is. Voor 2024 en 2025 worden de budgetten voor onderzoek 1ste en 2de fase en uitwerking van de eerste fase opgevoerd voor € 368.000 in 2024 en € 954.000 in 2025 (minus reeds beschikbare dekking € 300.000). Deze kosten betreffen met name het inventariseren en uitwerken van de maatregelen alsmede het begeleiden van dit project.
Voor de eerste zes panden is er een eerste schatting van de uitvoeringskosten opgevoerd (fase 1), de overige panden zijn nog P.M. De geschatte uitvoeringskosten voor de 1ste fase betreffen in totaal € 9.000.000 die zich vertaald in structurele kapitaallasten. 5.13 Actualisering investering ten behoeve van de Cultuurstrip Het college heeft de ambitie de Cultuurstrip uit te breiden en het proces voor uitbreiding van de gevel door te zetten, ook al gaan de plannen van Pathé nu niet door. Het is belangrijk dat er wordt geïnvesteerd in het bestaande gebouw om de gewenste kwaliteit te verkrijgen en het gebouw toekomstbestendig te maken. De bouwkosten zijn met 8% (ca. € 1,1 miljoen) gestegen t.o.v. de raming in 2023. Deze kostenstijging geeft extra, nog niet in de begroting opgenomen, kapitaallasten. De totale investering is nu geraamd op € 16,2 miljoen. 5.14 Begraafplaats Zorgvlied (nieuwe werf) Het huidige werfgebouw op Zorgvlied is aan vervanging toe. Het is verouderd en niet meer in goede staat. Het college heeft in 2020 het bedrijfsplan Zorgvlied aangenomen waarin de bouw van een nieuw Werfgebouw is aangekondigd. De investering voor een nieuw werfgebouw bedraagt pagina 46 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
€ 2,6 miljoen. De nieuwe jaarlijkse lasten bedragen € 107.000 voor Zorgvlied en moeten gedekt worden vanuit de tarieven. Grondexploitaties (MPG) 5.15 Grondverkoop Groen van Prinstererlaan 114 De omgevingsvergunning voor het project Groen van Prinstererlaan 114 Hollandse Meesters is sinds eind oktober 2023 onherroepelijk. De ontwikkelaar start in 2024 met de uitvoering. De gemeente heeft hiervoor, conform de in 2021 gesloten koopovereenkomst, grond verkocht rondom het perceel van de ontwikkelaar. De levering heeft 14 december 2023 plaatsgevonden. De opbrengst is verwerkt in de jaarrekening 2023. De grondverkoop was begroot in 2024 en wordt daarom verwijderd uit de begroting 2024. 5.16 Bijstelling toekomstige lopende (grex) ontwikkeling De projectresultaten van vastgestelde grondexploitaties (grexen) worden in de periode 2024-2028 positief bijgesteld met totaal € 1,1 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door een positieve bijstelling van project Landtong met € 1,6 miljoen en verlaging van het resultaat van Bedrijventerrein Amstelveen Zuid (BTAZ) van € 0,4 miljoen. Het resultaat van Landtong is met € 1,6 miljoen voordelig bijgesteld doordat voor de aanstaande tender van de gemeentelijke bouwkavel een nieuwe taxatie is opgesteld en vastgesteld. Deze is nu verwerkt in de grondexploitatie.
Voor de twee toekomstige ontwikkelingen Alleman en Carmenlaan die nog geen vastgestelde grondexploitatie hebben is in de begroting 2024-2028 een positief resultaat opgenomen van € 3,7 miljoen. Grote projecten 4.12 Nieuw Legmeer: Verplaatsing gemeentewerf, afvaloverslagstation en afvalbrengstation Via deze mutatie wordt de nieuwbouw van de gemeentewerf, het Afvaloverslagstation en Afvalbrengstation financieel gescheiden van de grondexploitatie Nieuw Legmeer. De verplaatsing van de genoemde functies zijn het gevolg van de ontwikkelingen op Nieuw Legmeer. Daarnaast is de verplaatsing van het gemeentelijke vastgoed cruciaal om te komen tot realisatie van het plangebied Nieuw Legmeer. Het voorbereidingsbudget wordt verhoogd met € 720.000, zodat er voldoende budget is om te komen tot een definitief ontwerp. Een deel van dit extra budget wordt gedekt uit de voorziening afval (€ 351.000). Zie ook programma 4 5.17 Projectorganisatie A9 en Stadshart Voor de projectorganisatie van de A9 en het Stadshart is de komende jaren extra budget nodig. Naast het herstellen van een rekenfout is extra budget nodig voor vergunningenmanagement en onderzoeken. Het gaat om € 529.000 in 2025, € 54.000 in 2027 en € 43.000 in 2028. 5.18 Nieuw Legmeer: Grondexploitatie Bij de aanvraag van de subsidie voor de woningbouwimpuls was € 7 miljoen beschikbaar gesteld voor Nieuw Legmeer.
Dit bedrag wordt nu teruggestort in de reserve stedelijke ontwikkeling zodat deze reserve voldoende bevat ter dekking van eventuele onvoorziene ontwikkelingen. De verwachte onrendabele top (verlies op de grex) is vooralsnog geraamd op € 6,9 miljoen en komt ten laste van de algemene reserve. 5.19 Overwegbomen Uithoornlijn J.C. van Hattumweg Medio 2024 start de exploitatie van de Uithoornlijn. Bij de start van de exploitatie zal de Amsteltram op het traject gemiddeld 50 kilometer per uur rijden. Gezien het beperkte zicht op de Amsteltram bij de kruising met de J.C. van Hattumweg worden op deze plek voor de verkeersveiligheid overwegbomen geplaatst. Door de gebiedsontwikkeling De Scheg, is een afwaardering van de kruising van de J.C. van Hattumweg met de Uithoornlijn voorzien van gemotoriseerd verkeer naar langzaam verkeer. Omdat deze kruising gebruikt wordt voor bouwverkeer en de realisatie van De Scheg Oost naar verwachting in 2026 wordt afgerond kan de afwaardering pas daarna plaatsvinden. De Vervoerregio Amsterdam neemt € 125.000 van de aanlegkosten voor haar rekening en draagt (via het project Uithoornlijn) de plankosten (voorbereiding, toezicht). De gemeente Amstelveen pagina 47 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
verstrekt een bijdrage aan de Vervoerregio Amsterdam van € 175.000 en neemt hiermee een deel van de aanlegkosten voor haar rekening. 5.20 Noordelijke Poeloever In de Perspectiefnota 2023 is voor 2024 een budget van € 500.000 beschikbaar gesteld voor de ontwikkelvisie Noordelijke Poeloever. Van dit budget wordt € 200.000 besteed in 2025. Voor de uitvoering van de visie wordt in 2026-2028 € 5,5 miljoen beschikbaar gesteld. In afwachting van een concreet uitvoeringsplan worden deze budgetten gestort in de reserve grote projecten.
pagina 48 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
5.6 Bestuur, bevolking en veiligheid
Meerjarenraming (bedragen x € 1.000)
2024
2025
2026
2027
2028
6.01 Europese Parlementsverkiezing 2024
-130
0
0
0
0
6.02 Verlaging leges APV/Horeca
-30
-30
-30
-30
-30
6.03 GR Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland
-325
-325
-325
-325
-325
6.04 Toename taken Burgerzaken door wettelijke eisen 6.05 Bijstelling salarislasten Griffie 2024
0
-263
-263
0
0
16
0
0
0
0
6.06 Toename reisdocumenten
0
0
0
0
0
Autonome ontwikkeling
-469
-618
-618
-355
-355
-127
-113
-113
-113
-113
-127
-113
-113
-113
-113
6.08 Functieherwaardering wijkboa's
-37
-37
-37
-37
-37
6.09 Formatie handhaving
-100
-100
-100
-100
-100
Bestaand beleid
-137
-137
-137
-137
-137
Totaal saldo van baten en lasten
-733
-868
-868
-605
-605
Resultaat
-733
-868
-868
-605
-605
6.07 Pilot scanauto handhaving parkeren Intensivering bestaand- / nieuw beleid
Autonome ontwikkeling 6.01 Europese Parlementsverkiezing 2024 In 2024 vinden de verkiezingen voor het Europees Parlement plaats. De alsmaar veranderende wet- en regelgeving, bevolkingsgroei en prijsstijgingen zorgen ervoor dat het budget niet meer toereikend is. Voor het organiseren van de komende Europese Parlementsverkiezing is meer personele inzet binnen de bedrijfsvoering nodig. Dit leidt tot extra kosten van € 130.000. 6.02 Verlaging leges APV/Horeca De legesinkomsten voor ontheffingen en vergunningen op grond van de APV, horeca en bijzondere wetten, gelieerd aan Openbare Orde en Veiligheid blijven al jaren achter op de begroting. Bij de Perspectiefnota 2024 zijn deze inkomsten met € 35.000 naar beneden bijgesteld. Ondanks deze bijstelling blijkt uit de jaarcijfers 2023 dat de geraamde opbrengsten te hoog zijn. Een nadere structurele bijstelling van € 30.000 is noodzakelijk. 6.03 GR Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland De loon- en prijsontwikkeling (indexering) van de meerjarenbegroting 2024 van de Veiligheidsregio Amsterdam-Amstelland en de overheveling van taken Bevolkingszorg van de gemeente Amsterdam naar de Veiligheidsregio, leiden tot een structurele verhoging van de bijdrage met € 462.000 ingaande 2024. Het structurele budget voor bevolkingszorg van € 137.000 kan hiermee komen te vervallen.
pagina 49 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
6.04 Toename taken Burgerzaken De werkzaamheden bij Publiekszaken op het gebied van migratie zijn toegenomen door wettelijke taken; de werkprocessen Burgerzaken moeten beschreven, geborgd en tussentijds aangepast worden aan veranderende wetgeving. Ook de verhoogde instroom van met name juridische onderwerpen vraagt extra inzet. Voor extra personele inzet is in 2025 en 2026 € 263.000 nodig. 6.05 Bijstelling salarislasten Griffie 2024 Bij de begroting 2024 is gerekend met een loonindex van 8,54%. Deze indexering is voor de hogere schalen (vanaf 9) in 2024 te hoog gebleken. Deel van de oorzaak is dat de CAO 2024-2025 twee indexeringsmomenten kent. Op 1 januari 2024 zijn de lonen met 4,75% verhoogd en per 1 oktober 2024 stijgen de lonen nog met 1,25%. Daarnaast zijn de sociale lasten lager dan verwacht. Dit leidt tot € 16.000 lagere salarislasten bij de Griffie in 2024. 6.06 Toename Reisdocumenten In 2025 is sprake van een toename van het aantal aanvragen (reis)documenten ten opzichte van 2024. Tegenover de benodigde extra inzet, rijks afdrachten en overige lasten staan €195.000 hogere legesopbrengsten. Intensivering bestaand- / nieuw beleid 6.07 Pilot scanauto handhaving parkeren Op 5 maart 2024 heeft het college besloten te starten met een pilot voor een scanauto voor handhaving parkeren.
De verwachting is, dat de fiscale parkeerhandhaving met de inzet van een scanauto sterk verbetert ten opzichte van de huidige werkwijze met een scanscooter. Voor de definitieve aanschaf van een scanauto (lease) vindt een aanbesteding plaats. De aanname is dat de structurele kosten € 105.000 per jaar bedragen. De kosten voor de pilot (€ 130.000) en de eventuele definitieve aanschaf worden beide gedekt binnen de parkeerexploitatie. Bestaand beleid 6.08 Functieherwaardering wijkboa's De wijkboa is een cruciale schakel in het waarborgen van leefbaarheid in onze wijken. Sinds 2022 is de wijkboa de vooruitgeschoven post in de wijk. Zij maken, op basis van de informatiepositie en netwerk in de wijk, maandplannen om op die wijze de overige handhavers informatie-gestuurd taken te kunnen laten uitvoeren. Recent is een groot deel van onze opgeleide wijkboa’s vertrokken naar nabij gelegen gemeenten met als voornaamste reden dat de functie bij de andere gemeenten hoger wordt gewaardeerd. Voor de organisatie reden om de functie voor herwaardering te onderzoeken. De hoge mate van zelfstandigheid, het verzorgen van inzetplannen en het netwerken maakt deze functieherwaardering noodzakelijk van schaal 7 naar 8. De herwaardering leidt tot een structurele kostenpost van € 37.000. 6.09 Formatie handhaving In 2023 is een nieuwe wijze van parkeertoezicht ingevoerd.
De nieuwe wijze zorgt voor hogere inkomsten (meer naheffingsaanslagen parkeren) en een efficiëntere uitvoering. Het efficiencyvoordeel komt tot uiting in de parkeerexploitatie; er zijn minder handhavers nodig. Dit leidt ertoe dat structureel € 100.000 minder beschikbaar is voor capaciteit van handhaving in de openbare ruimte. Dat verminderd de brede inzetbaarheid van de BOA’s. Binnen het team Handhaving Openbare Ruimte zijn in 2023 veranderingen doorgevoerd, waardoor onze boa’s nu generalisten zijn, die alle werkzaamheden kunnen uitvoeren, waaronder ook parkeertoezicht. Dit is gedaan om niet alleen efficiëntie te vinden in parkeertoezicht, maar ook in de overige taken behorende tot handhaving van de openbare ruimte. Dit was nodig gezien de opgaven die er liggen. Het op basis van een besparing in de parkeerexploitatie afromen van personele capaciteit doet de pagina 50 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
winst van het efficiënt organiseren weer teniet. Om verder te gaan op de ingeslagen weg, is het nodig de formatie op het oude niveau terug te brengen. Om dit te kunnen realiseren is in de bedrijfsvoering van het team reeds € 50.000 structureel omgebogen, maar is nog eens structureel € 50.000 nodig.
pagina 51 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
5.7 Overhead Meerjarenraming 2024
2025
2026
2027
2028
1.03 WMO indicatieadviseurs
-39
-77
-77
-77
-77
1.04 W&I Inburgering
-51
-51
-51
-51
-51
1.05 Realisatie Asielopvang
100
0
0
0
0
1.08 Vroeg signalering schuldhulpverlening
0
0
0
-34
-34
5.02 Accountmanager Omgevingsdienst
0
-18
-18
-18
-18
5.06 Uitbreiding gebieden betaald parkeren
-17
-25
-25
-25
-25
7.01 Indexering voorziening spaarverlof 2024 en correctie 2023 7.02 Bijstelling salarislasten 2024
-75
0
0
0
0
1.106
0
0
0
0
-23
-23
-23
-23
-23
-159
825
825
825
825
0
0
0
0
0
-113
-113
-113
0
0
Autonome ontwikkeling
731
519
519
597
597
1.12 Jeugd & Onderwijs agenda
0
-14
-14
-14
-14
1.13 Aanpak huiselijk geweld
-4
-4
-4
-4
-4
2.08 Extra schooltuinmedewerker
0
-14
-14
-14
-14
4.04 Verwerking (huishoudelijke) afvalstoffen en lachgascilinders 4.06 Begraafplaats Zorgvlied
-94
13
23
23
23
0
-54
5
5
5
6.07 Pilot scanauto handhaving parkeren
19
5
5
5
5
-175
-175
0
0
0
7.09 Vervanging Zaaksysteem
0
-1.500
-1.500
0
0
7.10 Elektrische dienstfietsen
-30
-30
-30
-30
-30
7.11 Gebruik HVO brandstof
0
-25
-25
-25
-25
7.12 Laadinfrastructuur fossiele voertuigen
-50
0
0
0
0
7.13 Business Informatie Management (BIM) Sociaal Domein
-68
-409
-545
0
0
Intensivering bestaand- / nieuw beleid
-403
-2.206
-2.098
-53
-53
5.09 Adviseur woonhuisvesting doelgroepen
0
-17
-17
-17
-17
6.08 Functieherwaardering wijkboa's
-1
-1
-1
-1
-1
6.09 Formatie handhaving
50
50
50
50
50
-130
0
0
0
0
(bedragen x € 1.000)
7.03 Verzekeringspremies, behandel en verhaalskosten 7.04 Bijstelling dienstverleningsbijdrage 2024 7.05 Toename SiSa regelingen 7.06 Fiscaal in control
7.08 Werkkostenregeling (WKR)
7.14 Reserve bedrijfsmiddelen
pagina 52 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
Bestaand beleid
-81
32
32
32
32
247
-1.655
-1.547
576
576
4.04 Verwerking (huishoudelijke) afvalstoffen
0
-113
-23
-23
-23
4.06 Begraafplaats Zorgvlied
0
0
-5
-5
-5
5.05 Implementatie omgevingswet
0
707
0
0
0
6.07 Pilot scanauto handhaving parkeren
-9
3
3
3
3
7.01 Indexering voorziening spaarverlof 2024 en correctie 2023
3
0
0
0
0
7.08 Werkkostenregeling (WKR)
44
44
0
0
0
7.09 Vervanging Zaaksysteem
0
1.500
1.500
0
0
7.12 Laadinfrastructuur fossiele voertuigen
-630
0
0
0
0
7.14 Reserve Bedrijfsmiddelen
130
0
0
0
0
Totaal Reservemutaties
-462
2.141
1.475
-26
-26
Resultaat
-214
486
-73
551
551
Totaal saldo van baten en lasten
Autonome ontwikkeling
1.03/1.04/1.05/1.08/5.02/5.06 Effecten formatieve mutaties De mutaties binnen programma 1 en 5 bevatten ook formatieve wijzigingen. Deze hebben ook effect op programma 7 in verband met een overhead opslag. 5.05 Implementatie Omgevingswet De hier getoonde mutatie betreft die op de egalisatiereserve samenwerking AA i.v.m. de kosten voor de implementatie van de omgevingswet (zie ook programma 5). 7.01 Indexering voorziening spaarverlof 2024 en correctie 2023 De voorziening spaarverlof moet aangepast worden aan het prijspeil van de salarislasten 2024. Dit betekent een verhoging van de voorziening van € 71.000. Daarnaast moet het spaarverlof van de medewerkers van GR Belastingen uit het bedrijfsvoeringsfonds van de GR belastingen gedekt worden in plaats van de gemeentebrede bedrijfsvoering. Deze correctie inclusief nominale bijstelling bedraagt € 74.000 7.02 Bijstelling salarislasten 2024 Bij de begroting 2024 is gerekend met een loonindex van 8,54%. Deze indexering is voor de hogere schalen (vanaf 9) in 2024 te hoog gebleken. Deel van de oorzaak is dat de CAO 2024-2025 twee indexeringsmomenten kent. Op 1 januari 2024 zijn de lonen met 4,75% verhoogd en per 1 oktober 2024 stijgen de lonen nog met 1,25%. Daarnaast zijn de sociale lasten lager dan verwacht. Hierdoor is eenmalig in 2024 € 1,1 miljoen minder budget nodig. De meerjarige gevolgen worden in de begroting 2025 verwerkt.
7.03 Verzekeringspremies, behandel en verhaalskosten Uit een opgave van premies, behandelkosten en (voorschot) verhaalskosten blijkt dat het huidig beschikbare budget voor verzekeringen niet voldoende is. Het structurele tekort bedraagt € 23.000. 7.04 Bijstelling dienstverleningsbijdrage 2024 en 2025 en verder
pagina 53 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
De gehanteerde index voor 2024 is conform de afspraak met Aalsmeer geïndexeerd conform CEP cijfers. De prijzen stijgen minder hard dan eerder voorzien. Dit geeft een incidentele bijstelling van € 159.000 op de dienstverleningsbijdrage. De bijdrage 2025 verder is ook conform afspraken geïndexeerd waardoor de bijdrage met € 825.000 structureel toeneemt. Hier staat voor de AA begroting wel een verwachte prijs/loonstijging tegenover. 7.05 Toename SiSa regelingen Er is een grote toename te zien in het aantal SiSa-regelingen (SPUK's). De administratieve lasten daarbij zijn óók fors toegenomen. Dit is een landelijk probleem. In het hoofdlijnen akkoord van de formerende partijen is weliswaar opgenomen dat het aantal SiSa regelingen wordt verminderd maar we verwachten voor 2024 - 2026 extra personele inzet nodig te hebben. De kosten hiervan worden gedekt door diezelfde SPUK regelingen. 7.06 Fiscaal in control Onlangs is met de fiscus een convenant afgesloten over het horizontoezicht. Om hieraan te voldoende zijn kosten nodig voor training en implementatie. Intensivering bestaand- / nieuw beleid 1.12/1.13/2.08/4.06/6.08 Effecten formatieve mutaties De mutaties binnen programma 1, 2, 4 en 6 bevatten ook formatieve wijzigingen. Deze hebben ook effect op programma 7 in verband met een overhead opslag.
4.04 Verwerking (huishoudelijke) afvalstoffen en lachgascilinders De hier getoonde mutaties vertonen de effecten op de reserve Bedrijfsmiddelen (ideaal-complex) n.a.v. de vervanging van de containers op het afvalbrengstation. 7.08 Werkkostenregeling (WKR) De vrije ruimte in de WKR houdt in dat de gemeente als werkgever een deel van de loonsom onbelast aan de medewerkers mag besteden. Het percentage en de maximale loonsom die de vrije ruimte bepalen worden jaarlijks bijgesteld. Dit forfait is de laatste jaren overschreden. Over de extra uitgaven is 80% belasting betaald. Bij ongewijzigd beleid moet belasting worden betaald over de uitgaven die de forfaitaire ruimte overschrijden. Een onevenredig deel van de forfaitaire vrije ruimte wordt ingenomen door de onbelaste onkostenvergoedingen van het bestuur. Over de onredelijkheid hiervan zijn VNG, BiZa en vakbonden in gesprek. 7.09 Vervanging Zaaksysteem Het zaaksysteem bevat belangrijke bedrijfsprocessen waaronder de gehele digitale dienstverlening naar burgers en bedrijven, het archiefsysteem en de websites van Amstelveen. Maar daarnaast ook de processen bezwaar & beroep, het subsidieproces en het postproces van de gemeente. De leverancier heeft aangegeven te stoppen met ondersteuning van dit systeem waardoor het vervangen dient te worden. Dit is meerjarig omvangrijk en complex project die de gehele organisatie raakt.
De kosten voor de vervanging zijn ingeschat op € 6 miljoen. De helft hiervan kent dekking vanuit de bestaande programmeringsbudgetten. De resterende €3 miljoen wordt onttrokken aan de reserve Gemeentebrede bedrijfsvoering. 7.10 Elektrische dienstfietsen In 2023 zijn voor duurzame mobiliteit van medewerkers van de gemeente 23 nieuwe elektrische dienstfietsen aangeschaft middels een leaseconstructie. De bekostiging van deze fietsen is nog niet structureel geborgd. Het benodigd budget is € 30.000 per jaar. 7.11 Gebruik HVO brandstof De gemeente is volop aan het elektrificeren, er is echter nog een categorie voertuigen waarbij dit (nog) niet mogelijk is of welke nog niet aan vervanging toe zijn. Hiervoor zetten we in op het pagina 54 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
gebruik van HVO brandstof, waarmee de CO2 uitstoot omlaag gaat. In 2024 wordt gestart met HVO brandstof, waarvoor tijdelijke dekking beschikbaar is. Voor de jaren daarna is er geen dekking voor de structurele hogere kosten van € 25.000. 7.12 Laadinfrastructuur fossiele voertuigen Bij de Perspectiefnota 2024 is budget beschikbaar gesteld voor de transitie van dieselvoertuigen naar fossiele varianten. In de budgetaanvraag is de aanleg van de bijbehorende laadinfrastructuur van € 680.000 wel gemeld, maar niet in de cijfers opgenomen. Dit wordt nu hersteld. 7.13 Business Informatie Management (BIM) Sociaal Domein Binnen het Sociaal Domein is veel veranderd de afgelopen jaren. De decentralisaties WMO en jeugd en het steeds vaker ad-hoc neerleggen van regelingen (asiel, TOZO, Inburgering en energietoeslag) zijn hier voorbeelden van. Het aantal landelijke regelingen binnen het Sociaal Domein is verdubbeld tussen 2015 en 2023 (van 9 naar 18). Dit vraagt om een visie op digitale dienstverlening, informatiemanagement en data-governance en uitvoering hiervan. Het cluster BIM bevat de formatie die zorgt voor verbinding rondom informatiemanagement. Vanuit hier worden dasboards gebouwd, systeemwijzigingen doorgevoerd, knelpunten opgelost en werkprocessen uitgewerkt. Deze verbinding is nodig door verder gaande digitalisering, openbaarheid van informatie en veiligheid van persoonsgegevens.
7.14 Incidentele dotatie reserve vervanging inrichting kantoren Voor vervanging van de inrichting van de gemeentelijke kantoorruimten wordt € 1,1 miljoen gestort in de reserve vervanging inrichting kantoren. Dekking hiervoor komt uit de vrijval uit de reserve bedrijfsmiddelen en een eenmalige lagere dotatie aan die reserve. Bestaand beleid 5.09/6.08/6.09 Effecten formatieve mutaties De mutaties binnen programma 5 en 6 bevatten ook formatieve wijzigingen. Deze hebben ook effect op programma 7 in verband met een overhead opslag 7.14 Reserve bedrijfsmiddelen De verwachte aanschaf van bedrijfsmiddelen is in 2024 vooral door de lange levertijden lager dan begroot. De dotatie aan de bestemmingsreserve kan hierdoor eenmalig € 700.000 verlaagd worden. Door de langere levertijden worden hogere kosten voor onderhoud verwacht van € 130.000 hoger. Per saldo kan eenmalig € 570.000 vrijvallen.
pagina 55 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
5.8 Algemene dekkingsmiddelen Meerjarenraming 2024
2025
2026
2027
2028
3.01 Vloeistofdichte vloer Escapade
0
6
6
6
6
7.04 Indexering dienstverleningsbijdrage 2025
0
-825
-825
-825
-825
8.01 Rente schatkistbankieren 2024
2.500
0
0
0
0
8.02 Hoger dividend Stedin over 2023
505
0
0
0
0
8.03 Naheffing BTW verkoop aandelen Eneco 2020
-40
0
0
0
0
0
-90
-90
-90
-90
2.965
-909
-909
-909
-909
0
574
574
860
1.434
0
574
574
860
1.434
9.409
0
0
0
0
9.409
0
0
0
0
0
0
-11
41
41
0
0
-112
-8
-8
0
0
0
21
21
Maatschappelijk Vastgoed
0
0
-123
54
54
Toekomstige ontwikkeling en vennootschapsbelasting
2.507
158
128
118
-400
Grondexploitaties (MPG)
2.507
158
128
118
-400
Nieuw Legmeer: grex, financiering en infrastructuur
0
0
0
-94
-94
Grote projecten
0
0
0
-94
-94
8.07 Inzet stelpost Nominaal
0
3.284
1.327
720
720
8.08 Vrijval stelpost opgave 2026 en verder
0
0
3.300
3.300
3.300
1.000
-958
3.227
3.161
3.150
0
0
0
945
3.036
1.000
2.326
7.854
8.126
10.206
Totaal saldo van baten en lasten
15.881
2.149
7.525
8.155
10.291
5.18 Nieuw Legmeer: school
-7.000
0
0
0
0
(bedragen x € 1.000)
8.04 GR Gemeentebelastingen Amstelland Autonome ontwikkeling
3.03 Invoering Stadsfonds Intensivering bestaand- / nieuw beleid
8.05 Voorschot opvang ontheemden Oekraïne Bestaand beleid
5.10 Wijkcentrum Alleman Medisch Centrum en Maatschappelijke ruimte Lindenlaan 315B Actualisering investering ten behoeve van de 5.13 Cultuurstrip 5.11
5.16
5.18
8.09 Effect Voorsjaarnota Rijk 8.10 Stelpost bezuinigingen 2027 en verder Dekkingsplan
pagina 56 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
8.06 Nieuw Legmeer: risico reservering
0
0
-250
-250
-250
Totaal Reservemutaties
-7.000
0
-250
-250
-250
Resultaat
8.881
2.149
7.275
7.905
10.042
Autonome ontwikkeling
3.01 Vloeistofdichte vloer Escapade Zie programma 3 voor een nadere toelichting 7.04 Structurele indexering dienstverleningsbijdrage begroting 2025 De dienstverleningsbijdrage 2025 en verder is conform afspraken geïndexeerd waardoor de bijdrage met € 825.000 structureel toeneemt. Hier staat voor de AA begroting wel een verwachte prijs/loonstijging tegenover waardoor de extra inkomsten op de stelpost Nominaal worden gezet. 8.01 Rente schatkistbankieren 2024 Tot eind 2022 was sprake van een rentestand “rond de nul” waarna de rente sterk is gestegen tot ruim 3%. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft de rente verhoogd om de hoge prijsstijgingen in de eurozone tegen te gaan. Dit heeft tot gevolg dat de gemeente sinds lange tijd vanaf eind 2022 rente ontvangt over het bedrag dat staat uitgezet bij het Rijk via schatkistbankieren. Dit betekent dat sinds 2023 het via schatkistbankieren uitstaande bedrag tot forse incidentele rentebaten leidt. In de primitieve begroting 2024 is geen rekening gehouden met een rentebaat. 8.02 Hoger dividend Stedin over 2023 In de begroting wordt rekening gehouden met een structurele dividendopbrengst Stedin voor cumulatieve preferente aandelen (€ 170.000) en overig dividend (€ 280.000). Over boekjaar 2023 keert Stedin € 680.000 overig dividend uit, hetgeen tot een incidenteel voordeel leidt. Amstelveen bezit 1,48% aandelen in Stedin.
In de afgelopen periode is er veel veranderd voor Stedin. Eind 2023 is de Staat toegetreden als aandeelhouder en in het eerste kwartaal van 2024 zijn de provincies Utrecht en Zeeland toegetreden en ongeveer 20 gemeenten. Voor hen is Stedin immers een belangrijke partner in de energietransitie en Stedin kan het kapitaal van de nieuwe aandeelhouders goed gebruiken. In Noord-Holland verzorgt Stedin het gasnet in 12 gemeenten, waarvan 8 gemeenten ook aandelen bezitten. Alleen in Heemstede verzorgt Stedin ook het elektriciteitsnet. Alliander verzorgt het elektriciteits- en gasnet in de rest van Noord-Holland. Daardoor hebben de Noord-Hollandse aandeelhouders Stedin een uitzonderingspositie ten opzichte van andere aandeelhouders Stedin. Vanwege de energietransitie zijn de investeringen van Stedin in het elektriciteitsnet enorm toegenomen, waardoor de uitzonderingspositie gaandeweg alleen maar groter wordt. Naar aanleiding van alle veranderingen bezint het college zich op wenselijke omvang van het aandelenpakket in Stedin. Samen met de Noord-Hollandse aandeelhouders worden meerdere wegen verkend om het aandelenbezit beter in balans te brengen met het openbaar belang van energievoorziening in de gemeente. Indien mogelijkheden zich voordoen kan bijvoorbeeld overwogen worden om het aandelenbelang in Stedin te verlagen of een onderzoek te starten naar een mogelijke rol voor Alliander.
Uitgangspunt daarbij is dat er geen negatieve financiële consequenties optreden. Dit proces is sterk afhankelijk van externe partijen omdat de aandelen in overheidshanden moeten blijven, maar het doel is om voorbereid te zijn wanneer mogelijkheden zich voordoen. De NoordHollandse aandeelhouders trekken hierin zo veel mogelijk gezamenlijk op.
pagina 57 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
8.03 Naheffing BTW verkoop aandelen Eneco 2020 Bij de verkoop aandelen Eneco in 2020 is door de penvoerder van de aandeelhouderscommissie Eneco een te hoog BTW bedrag ingediend bij het BTW compensatiefonds. De belastingdienst legt een naheffing op die wordt verrekend met de toenmalige aandeelhouders van Eneco. Voor Amstelveen betekent dit een correctie van € 40.000 op het ontvangen verkoopbedrag in 2020 van € 60,3 miljoen. 8.04 GR Gemeentebelastingen Amstelland De Gemeenschappelijke regeling Gemeentebelastingen Amstelland heeft de begroting voor de komende jaren ingediend met daarin een toename van € 115.000 aan kosten. Hierbij spelen de toegenomen loon- en prijsontwikkelingen een belangrijke rol. Een deel van de toename (€ 25.000) wordt toegerekend aan kostendekkende exploitaties (riolering, afval en begraven). Intensivering bestaand- / nieuw beleid 3.03 Invoering Stadsfonds De organisatiekracht van Amstelveense ondernemers en instellingen staat onder druk. Om het ondernemersklimaat in Amstelveen te versterken wil Amstelveen een stadsfonds oprichten per 0101-2025 en in het 4e jaar evalueren of structurele voortzetting is gewenst. De gemeente faciliteert de financiering van het stadsfonds door een verhoging van de onroerendezaakbelasting (OZB) over niet-woningen.
Deze verhoging, die als inkomst op programma 8 wordt verantwoord, wordt één op één doorgezet als subsidie aan het fonds (zie programma 3). Dat betreft een op te richten stichting voor samenwerkingsprojecten van bedrijven en maatschappelijke organisaties die samen de stad commercieel, cultureel en sociaal aantrekkelijker maken. Nadere afspraken over de te leveren prestaties worden vastgelegd in een convenant. Bestaand beleid 8.05 Voorschot opvang ontheemden Oekraïne Voor de opvangkosten ontheemden Oekraïne is een voorschot aangevraagd bij het Rijk. Bij opmaak van de jaarstukken 2024 wordt beoordeeld wat de finale afrekening wordt. Maatschappelijk Vastgoed 5.10/5.11/5.13 Wijkcentrum Alleman, Lindelaan en Cultuurstrip Betreft een actualisatie van de toegerekende afschrijvingen rentelasten. Zie programma 5 voor een nadere toelichting Grondexploitaties (MPG) 5.16 Toekomstige ontwikkeling en vennootschapsbelasting De te betalen Vennootschapsbelasting 2024-2028 kan voor deze periode op basis van de toekomstige resultaten van de grondexploitaties neerwaarts worden bijgesteld met € 2,5 miljoen. Grote projecten 5.18 Nieuw Legmeer: school Betreft de actualisatie van de reeds in de begroting opgenomen rente en afschrijvingslasten voor een school op Nieuw Legmeer.
pagina 58 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
8.06 Nieuw Legmeer: risico reservering Voor het afdekken van de risico's in het project Nieuw Legmeer wordt de structurele dotatie aan de reserve Stedelijke vernieuwing van € 1 miljoen ingezet. Vanaf 2026 bedraagt deze dotatie € 1,25 miljoen en vanaf 2029 € 1,5 miljoen. Dekkingsplan 8.07 Inzet stelpost Nominaal Ter dekking van nominale ontwikkelingen wordt naast een structurele onttrekking van € 720.000 een incidenteel bedrag in 2025/2026 ingezet vanuit de stelpost nominaal. 8.08 Vrijval stelpost opgave 2026 en verder Ter dekking van de gemeentelijke opgave wordt € 3,3 miljoen van de stelpost ingezet. 8.09 Effect Voorsjaarnota Rijk Vooruitlopend op de Meicirculaire zijn enkele posten in de begroting verwerkt die voortvloeien uit de Voorjaarsnota van het Rijk. 8.10 Stelpost bezuinigingen 2027 en verder De meerjarenbegroting is vanaf 2027 niet sluitend. Op algemene dekkingsmiddelen is een taakstelling opgenomen die oploopt van ca. € 0,95 miljoen in 2027 naar € 3,0 miljoen in 2028. Zie hoofdstuk 2.2.3.
pagina 59 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
6. Tarievenbeleid 6.1. Algemeen: beleidskader, inflatie en woonlasten 6.1.1. Beleidskader Amstelveen heeft langjarig een consequent terughoudend beleid gevoerd ten aanzien van tariefsverhoging van lokale lasten. Bij de Perspectiefnota 2024 is echter ervoor gekozen de OZB te verhogen in twee stappen. In 2024 bedroeg dit 16% en voor 2025 zal dit 8% bedragen. Ondanks deze verhogingen kent Amstelveen, in vergelijking met de ons omliggende gemeenten1, nog steeds relatief lage lokale lasten2. De belangrijkste algemene uitgangspunten van het gemeentelijk tarievenbeleid zijn: Het toepassen van een jaarlijkse indexering voor loon- en prijsontwikkeling (2025: 2,56%3); Het hanteren van kostendekkende tarieven;
6.1.2. Woonlasten 2024 COELO-ATLAS voor de Lokale lasten Recent is de jaarlijkse COELO-Atlas4 voor de lokale lasten verschenen. Belangrijkste referentie is het woonlastenbedrag voor een meerpersoonshuishouden in een koopwoning met de gemiddelde gemeentelijke WOZ-waarde. In Amstelveen stijgt dit woonlastenbedrag in 2024 met 9%. Dat is hoger dan het landelijk beeld: een stijging van 6,1%. Dit komt doordat in Amstelveen de OZB met meer dan de inflatie is gestegen als gevolg van de keuze om het voorzieningenniveau op peil te houden. Landelijk gezien staat Amstelveen op de 161e plaats van de 352 gemeenten, in 2023 was dit de 130e plaats. Landelijk is het gemiddelde woonlastenbedrag € 994, in Amstelveen € 974. Ondanks de stijging van de OZB zijn de woonlasten nog steeds lager dan het gemiddelde in Nederland. Tot zover het “bruto-woonlastenverhaal”: Wat betaalt de burger in onze gemeente? Een heel ander verhaal is het “netto-woonlastenverhaal”: Wat houdt de gemeente hieraan over? Dit verschilt heel erg van elkaar, omdat in de verdeling van het gemeentefonds rekening wordt gehouden met een verevening van de eigen belastingcapaciteit: Gemeenten met hoge WOZwaarden worden geacht via hogere ozb-inkomsten zelf meer te kunnen bijdragen aan de bekostiging van het gemeentelijke voorzieningenniveau dan gemeenten met lage WOZ-waarden. Zij ontvangen een lagere algemene uitkering.
N.B.: Deze “korting” is louter afgeleide van het verschil in WOZ-waarde, het gemeentelijke OZB-tarief heeft hierop geen invloed. Ook hiervan beschikt COELO over een woonlastenvergelijking. Van de € 974 bruto woonlasten (die de gemiddelde burger betaalt) houdt Amstelveen er na verevening via het gemeentefonds € 826 over. Amstelveen kent een hoge gemiddelde WOZ-waarde en de verevening betekent een herverdeling vanuit Amstelveen naar andere gemeenten met een lagere WOZ-waarde. De overzichten en grafieken op de volgende pagina brengen dit in beeld.
Aalsmeer, Diemen, Haarlemmermeer, Ouder-Amstel en Uithoorn Bron: Rijksuniversiteit Groningen, Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden; Atlas van de lokale lasten 2024 3 De onderbouwing van de algemene tariefindex van 2.56% staat in paragraaf 2.3.2 begrotingsgrondslagen (nominaal). 4 https://www.coelo.nl/index.php/atlas-lokale-lasten/landelijk-overzicht 1 2
pagina 60 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
COELO Atlas van de lokale lasten 2024 Omschrijving
Aalsmeer
Amstelveen
Diemen
Haarl.'meer
Ouder-Amstel
Uithoorn
Landelijk
1.015 1.089
916 974
972 1.070
876 993
1.024 1.038
1.021 1.066
994
269
161
259
184
232
257
1.027 192
826 28
1.003 173
941 105
889 57
1.043 210
370 87
326 52
474 182
445 159
327 54
368 84
A. bruto woonlasten eigenaar # éénpersoonshuish. # meerpersoonshuish. B. rangnummer (*) # brutolasten meerpers.h. C. netto woonlasten eigenaar # bedrag (eigen., meerp.) # rangnummer (*)
977
D. huurder meerpers. # bedrag # rangnummer (*)
pagina 61 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
6.2. Ontwikkelingen per heffing 6.2.1. Onroerendezaakbelasting (OZB) De technische begrotingsgrondslagen in deze Perspectiefnota gaan uit van de gebruikelijk indexering (inflatiecorrectie) van de onroerendezaakbelasting (OZB). Het indexeren van de OZBopbrengst betekent dat het gemiddelde aanslagbedrag voor de burger stijgt met een inflatiecorrectie (2,56% tariefindex). Een sterke stijging van de WOZ-waarden leidt niet tot een hogere aanslag voor de burger en evenmin tot extra inkomsten voor gemeente. Tenslotte betaalt de burger de OZB-aanslag niet uit stenen of hypotheek maar uit het maandelijkse inkomen. Naast deze consistente gedragslijn is in de Perspectiefnota 2024 voorgesteld de OZB aanvullend te verhogen in 2025 met € 1,2 miljoen.
6.2.2. Legesverordening – Omgevingsvergunningen, Burgerzaken en APV/overig In de programmabegroting 2025 presenteren we in de paragraaf lokale heffingen een totaal overzicht van de kostendekkendheid van de leges in de legesverordening, op basis van de in de begroting opgenomen bedragen. Hierin wordt de kostendekkendheid van de leges bouwvergunningen afzonderlijk vermeld. Het structurele begrotingskader gaat uit van kostendekkende bouwleges. Naar de toekomst toe gaat het beeld ingrijpend veranderen onder invloed van de per 1 januari 2024 ingaande Omgevingswet en de gelijktijdig van kracht wordende Wet Kwaliteitsborging in de Bouw (wkb). Andere onderdelen van de legesverordening zijn de leges Burgerzaken en leges in het kader van de APV (Algemene Plaatselijke Verordening). Het taakveld Burgerzaken omvat zowel leges gerelateerde taken als werkzaamheden die niet onder de legesheffing vallen. Dit laatste omvat verkiezingen, de zorg voor de Basisregistratie Personen, de bestrijding van adres- en identiteitsfraude. De kostendekkendheid van de leges Burgerzaken staat onder druk vanwege: Door het rijk bepaalde maximumbedragen voor leges. Toenemende wettelijke taakverzwaringen waar geen aparte compensaties tegenover staan.
In deze Perspectiefnota is in hoofdstuk 3.1 Autonome Ontwikkelingen een bedrag opgenomen van € 195.000 voor uitbreiding van de formatie met als dekking de inkomsten uit leges. Vanaf 2025 neemt het aantal te verstrekken reisdocumenten toe. Dit wordt veroorzaakt doordat de maximale geldigheidsduur van reisdocumenten met ingang van 2014 van vijf naar tien jaar is gegaan. Hierdoor was in de periode van 2019 t/m 2023 sprake van de zogenoemde ‘reisdocumentendip’. Vanaf 2024 wordt er weer een toename van het aantal te verstrekken reisdocumenten verwacht en zo ook nog in 2025. De leges APV/overig zijn van geringe omvang en verre van kostendekkend.
6.2.3. Huishoudelijk afval Op basis van de jaarstukken 2023 staat de egalisatievoorziening huishoudelijk afval per 1 januari 2024 op € 0,8 miljoen. Dit blijft binnen het plafond van 10% van de omzet op het taakveld afvalstoffenheffing, zoals is vastgelegd in de Nota Reserves en Voorzieningen. Tariefstijging wordt wel verwacht doordat er diverse aanmeldingen zijn gedaan voor investeringen in ondergrondse containers en containers op het afvalbrengstation en extra kosten worden verwacht voor het verwerken van lachgascilinders (€ 0,7 miljoen in 2024/2025). Deze stijging komt boven op de inflatiecorrectie. In de uitwerking naar de Programmabegroting 2025 worden ook de tarieven voor huishoudelijk afval bepaalt.
pagina 62 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
6.2.4. Riolering Voor de kaderstelling ten aanzien van het rioolrecht zijn met name de volgende aspecten van belang: 1. Het Gemeentelijk Rioleringsplan (GRP) 2021-2026, vastgesteld in de raadsvergadering van 16 december 2020 is het beleidsmatig kader met naar de toekomst extra opgaven in het kader van klimaatadaptie en grondwaterzorg; 2. Actualisering van de meerjarige exploitatie riolering, waarbinnen de herberekening van het verloop van de kapitaallasten een zwaarwegende factor is. Deze herberekening verwerkt de effecten van faseringen in de feitelijke voortgang van de werkzaamheden (doorwerking jaarrekening en nieuw Meerjarenprojectenplan Buitenruimte); 3. Het benutten van de spaarvoorziening riolering om samen met de egalisatievoorziening riolering bij te dragen aan een gelijkmatige ontwikkeling van de lastendruk en een optimale inzet van de beschikbare middelen. Wij kiezen op dit punt voor een consistente gedragslijn en dat brengt ons tot het volgende: Met inachtneming van deze aspecten leggen wij u bij de begrotingsbehandeling een tariefvoorstel voor via het jaarlijkse collegevoorstel “Tarievennota”. Op dit moment is onze verwachting dat er alleen een inflatiecorrectie zal plaatsvinden op de tarieven. De stand van de egalisatievoorziening riolering bedraagt eind 2023 € 1,7 miljoen.
Dit overschrijdt het plafond van 10% van de omzet (vastgelegd in de Nota Reserves en voorzieningen) op het taakveld riolering met € 0,8 miljoen. Als op rekeningbasis blijkt dat het vastgestelde maximum is overschreden, wordt bij de eerstvolgende Perspectiefnota concreet voorgesteld hoe hiermee om te gaan. Wij stellen u voor het surplus op de egalisatievoorziening riolen te doteren aan de spaarvoorziening “vervanging riolering”.
6.2.5. Zorgvlied Het bestaande budgettaire kader gaat uit van een kostendekkende exploitatie van Zorgvlied. Deze Perspectiefnota bevat voor Zorgvlied een aantal investeringen waarvoor bij de uitwerking van de tarieven bij de Tarievennota (december 2024) gekeken zal worden naar het effect op de kostendekkendheid. Het gaat om kleine investeringen voor herstel van het asfaltpad, en de aanschaf van een electrotransporter. Er is ook een investering van € 2,7 miljoen voorzien voor een nieuw te bouwen werf en bijbehorende herinrichting van het terrein. De hieruit voortvloeiende kapitaallasten komen ten laste van de tarieven.
pagina 63 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
7. Overige ontwikkelingen Een uitvoerige inventarisatie en behandeling van relevante risico’s en weerstandscapaciteit krijgt jaarlijks een plek in de paragraaf Weerstandsvermogen in de boekwerken Programmabegroting en Jaarstukken (Programmarekening).
7.1 Financiële verhouding De financiële verhouding is ondanks de afspraken tussen VNG en het Rijk nog een grote risicofactor voor alle gemeenten. Het Kabinet Rutte III heeft de achterliggende jaren een structureel herstel van gezonde gemeentefinanciën met een toereikende Rijksbekostiging doorgeschoven naar een nieuw Kabinet. Een nieuw hoofdlijnen akkoord van de formerende partijen is onlangs verschenen maar moet nog verder worden uitgewerkt om te zien wat de precieze effecten zijn. Het eerstvolgende belangrijke ijkmoment is de Voorjaarsnota van het Rijk met een vertaling naar gemeenten via de Meicirculaire. Binnen de financiële verhouding zijn de volgende risico’s van substantiële omvang te noemen: 1. Voor 2026 en verder verlaat het Rijk de “samen-trap-op-trap-af” systematiek waarmee de omvang van het gemeentefonds meebewoog met de ontwikkeling van de Rijksuitgaven. Ten opzichte van 2025 is sprake van een forse structurele daling. Hoe het beeld er precies komt uit te zien is nog onzeker. De VNG is met het Rijk in onderhandeling over een deugdelijk structureel perspectief voor gemeenten, maar hier ligt wel een risico. 2. Het sociaal domein laat al een reeks van jaren een sterke autonome kostenstijging zien. Dit is een landelijk patroon. De Rijksbekostiging schiet tot dusver structureel tekort en blijft hier ver bij achter. Naast de kosten van Jeugdhulp betreft dit ook de Wmo.
In het nieuwe hoofdlijnen akkoord is opgenomen dat de besparing op de Jeugdhulp van € 0,5 miljard komt te vervallen. Verder wordt nog gewacht op het invoeren van een inkomensafhankelijke bijdrage voor de WMO hulp bij huidhouden. Deze bijdrage zou de aanzuigende werking op de WMO een halt moeten toeroepen. 3. Het is op dit moment onzeker hoe het bijstandsvolume en de samenhangende bekostiging van de bijstandsverstrekking via het BUIG-budget zich gaat ontwikkelen. Tussen de opvolgende prognoses van het CPB zitten grote schommelingen die doorwerken in de rekenregels voor het macrobudget BUIG. Een (landelijk) afnemend bijstandsvolume vertaalt zich in lagere budgetten, die in de Amstelveense situatie niet altijd door even grote uitgavendalingen kunnen worden opgevangen; 4. Met ingang van 2023 is de nieuwe verdeling van het Gemeentefonds gestart in gematigde vorm. Amstelveen zit aan de ‘goede’ kant van de streep. Op termijn moet duidelijk worden of het Rijk doorgaat met dit nieuwe verdeelmodel of dat er nog aanpassingen op komen; 5. De macro-economische ontwikkeling, de oplopende inflatie door schaarste aan grondstoffen en personeel, de betaalbaarheid van ons pensioenstelsel en de opgelopen staatsschuld hebben (deels direct en deels indirect via de Rijksbegroting) grote impact op de gemeentefinanciën; 6.
In het hoofdlijnenakkoord van de formerende partijen is opgenomen dat de Specifieke Uitkeringen (SPUK) worden samengevoegd met de Gemeentefondsuitkering. Op zich een positieve ontwikkeling. Echter past men hier wel een korting van 10% op de budgetten toe. Daarnaast is in het akkoord aangegeven dat wanneer besparingen niet worden gerealiseerd budgetten niet zullen worden geïndexeerd voor prijs en loonontwikkeling. Hier schuilt een mogelijk groot risico in voor gemeente als ook bij de Gemeentefondsuitkering indexatie niet wordt toegepast.
7.2 Overige risico’s Aanvullend kent het actuele Amstelveense profiel de volgende meer specifieke, grote risico’s: 7. In deze dynamische regio, die mogelijkheden biedt en investeringen vraagt, zijn tal van locatieontwikkelingsprojecten gestart. De gemeente is daarin deels faciliterend en deels participerend. De transformatie Nieuw Legmeer, De Scheg, Stadshart, en Oude Dorp/A9 zijn stuk voor stuk pagina 64 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
grote, complexe en langlopende projecten. De projecten komen uitvoeriger aan de orde in Hoofdstuk 4.2 van deze Perspectiefnota en verder geeft het afzonderlijke collegevoorstel actualisering grondexploitaties een beeld van de talrijke projecten die spelen in onze stad; 8. In samenhang met de hiervoor genoemde ambities kent de meerjarenbegroting ook substantiële bedragen voor ingeboekte opbrengsten uit locatie-ontwikkelingen. Het niet, lager en/of later realiseren van deze opbrengsten is een risico. Hoofdstuk 2 behandelt de stand en ontwikkeling van de algemene reserve. In totaal is in de jaren 2024-2028 een opbrengst van € 24,3 miljoen ingeboekt; 9. De “leeftijdsopbouw van de Amstelveense wijken” betekent dat de lasten van beheer en instandhouding van de bestaande fysieke leefomgeving gaandeweg zullen toenemen. 10. De sterk toegenomen en toenemende (regel)druk om een veilige, open en controleerbare overheid te waarborgen in combinatie met een uiterste krappe arbeidsmarkt en inhuurproblematiek hebben grote impact op de uitvoeringskracht van de organisatie en vergen extra investeringen om de dienstverlening op peil te houden; 11. De openstaande agenda reikt verder dan de hier op hoofdlijnen aangestipte zaken.
Andere onderwerpen zijn, zonder volledig te willen zijn de onderwijshuisvesting, de doorwerking van de vluchtelingencrisis, het woondossier, de instandhouding van de openbare ruimte bij ouder worden wijken.
pagina 65 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
8. Meerjarenprojectenplan Buitenruimte 2024-2027 8.1. Algemeen In 2014 is het Uitvoeringsprogramma infrawerken ingevoerd als instrument voor programmering van projecten en verantwoording van budgetten op de onderdelen wegen, verkeer en riolen. Met ingang van 2018 zijn ook de vervanging van lichtmasten en renovaties op de onderdelen groen, water en spelrecreatie aan het uitvoeringsprogramma toegevoegd. Daarbij is de naam gewijzigd in Uitvoeringsprogramma werken Buitenruimte en is aandacht gegeven aan een consistente inbedding ervan in de reguliere planning & control-cyclus. Dit betekent concreet dat op basis van de rekeningcijfers jaarlijks een geactualiseerd meerjarenprogramma wordt voorgelegd bij de daaropvolgende Perspectiefnota. In 2019 is de naam van het programma gewijzigd in Meerjarenprojectenplan (MPP) Buitenruimte. Het programma geeft een doorkijk voor de komende vier jaar met de bril van nu op, is indicatief en wordt regelmatig bijgesteld; in elk geval enkele keren per jaar, gelijk opgaand met de planning & control-cyclus. Het MPP geeft een doorkijkje naar de projecten die onderzocht en voorbereid worden, biedt de mogelijkheid om combinaties van werken te zoeken en geeft een beeld of de noodzakelijke en gewenste maatregelen passen binnen de financiële mogelijkheden die er zijn.
Naarmate een project dichter bij komt in de tijd kunnen de benodigde maatregelen, kosten en planning beter worden ingeschat. Een andere reden om met een meerjarenprojectenplanning te werken, is dat veel projecten over meerdere jaarschijven verdeeld worden. Het projectbudget wordt dan ook over meerdere jaren gespreid. Het beheer van de openbare buitenruimte is een dynamisch proces en vereist regelmatig bijstelling naar aanleiding van nieuwe inzichten. Het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte Amstelveen 20242027 (MPP) bevat project- en beheerbudgetten voor onderhoud, vernieuwing en herinrichting van de buitenruimte. Dit meerjarenprogramma wordt jaarlijks geactualiseerd en volgt de P&C-cyclus. Het MPP is dus een levend document. Wat via de P&C-cyclus wordt voorgelegd is een momentopname die in de begroting wordt verwerkt. De projectenlijst omvat werken die veelal een langere doorlooptijd hebben dan één jaarschijf. Het MPP bestaat uit de volgende onderdelen: 1. wegen en kunstwerken 2. openbare verlichting 3. groen, water, spelen 4. verkeer 5. verkeersregelinstallaties 6. riolering
8.2. Inhoudelijk De hoofdlijn van het programma voor de komende jaren is als volgt samen te vatten: onderhoud aan asfalt- en elementenverhardingen, kunstwerken en straatmeubilair reconstructie van woonwijken waarbij riolering en verharding wordt vervangen en direct functionele verbeteringen worden doorgevoerd op het gebied van klimaatbestendigheid, verkeer en groen vervanging van openbare verlichting en verkeersregelinstallaties vervanging en herinrichting van wegen en overige openbare ruimte vervanging van beschoeiingen en civieltechnische kunstwerken renovatie van gazons, oevers, beplantingsvakken, bomen en speelvoorzieningen projecten op het gebied van verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling projecten op het gebied van groen en recreatie (deels ten laste van het Fonds Groen, water en recreatie) verbeteren van fietsroutes onderzoeken, inspecties en voorlichting pagina 66 van 158
Perspectiefnota 2025
Z24-058844/D24-163534
Het programma wordt inhoudelijk gevoed vanuit vastgesteld landelijk, regionaal en lokaal beleid, vanuit technische noodzaak tot onderhoud en vervanging en vanuit maatschappelijke wensen en eisen voor functionele aanpassingen aan en uitbreiding en vernieuwing van het areaal. Een uitgebreid overzicht van maatregelen, inclusief een korte samenvatting van het inhoudelijke beleid en van actuele zaken per vakdiscipline, is opgenomen in een tekstuele versie van het Meerjarenprojectenplan Buitenruimte (Bijlage A). Bijlage D bevat een projectenlijst met indicatieve planning. Deze projecten worden in Bijlage A ook omschreven. Afwijkingen programma's 2024 ten opzichte van de 2e tijdvak en de jaarrekening 2023 Bij de 2e tijdvakrapportage 2023 lag voor 2024 een netto bestedingsplan van € 25,9 miljoen. Bij de jaarrekening zijn restantbudgetten van 2023 doorgeschoven naar 2024. Dit heeft geleid tot ophoging van het netto bestedingsplan van 2024 naar € 26,5 miljoen. Bij de huidige actualisatie van het programma wordt het bestedingsplan naar beneden bijgesteld naar € 15,3 miljoen. Enkele projecten worden getemporiseerd vanwege de moeizame verlegging van kabels en leidingen en de situatie op de arbeidsmarkt. Op alle fronten heeft de aanpak van de openbare ruimte hiermee te kampen.